2026-349-raadsvoorstel-verbod fossiele reclame
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team Programma
: Publiekrechtelijk verbod op fossiele reclame in de APV : Wethouder Wijnhoud : 2026-349 : 19-05-2026 : Team Ruimtelijke Ontwikkeling : 05 - Ruimtelijke ontwikkeling
Inleiding Uw gemeenteraad heeft op 26 februari 2025 besloten over de uitvoering van de adviezen van het burgerberaad klimaat 2024. Een van deze adviezen (advies 5.4) had betrekking op klimaatneutrale (buiten)reclame in Deventer. U heeft het college opdracht gegeven dit advies nader uit te werken en daarbij het principe “denk in mogelijkheden en zoek creatieve oplossingen" te hanteren. Het uitwerken van klimaatneutrale reclame is betrokken bij de motie herijking reclame- en uitstallingenbeleid (27 maart 2024). In het kader van deze herijking is tijdens een consulterende raadstafel (12 februari 2025) breed draagvlak gebleken om klimaatneutrale reclame te bewerkstelling door een verbod op ‘fossiele reclame’. Het college heeft bij de besluitvorming over het reclame- en uitstallingenbeleid (26 november 2025) aangegeven dit beoogde verbod middels een verbod in de APV aan de raad voor te willen leggen. Met dit voorstel wordt hieraan uitvoering gegeven.
Raadsvoorstel 1. Fossiele reclame onder voorwaarden te verbieden en hiervoor een verbod op te nemen in de Algemeen plaatselijke verordening; 2. De verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Deventer hiervoor vast te stellen (bijlage 1); 3. Te bepalen dat deze verordening in werking treedt drie maanden na bekendmaking.
Kern raadsvoorstel Door het opnemen van een verbod voor fossiele reclame in de APV wordt uitvoering gegeven aan advies 5.4 van het burgerberaad klimaat. De gemeente wil daarmee als lokale overheid een bijdrage leveren aan de vermindering van gezondheidsschade en het tegengaan van klimaatverandering. De publiekrechtelijke route wordt voorgesteld vanwege de urgentie en vanwege het bredere bereik van het verbod, waardoor een gelijk speelveld in de openbare ruimte ontstaat.
Beoogd resultaat Door het opnemen van een verbod voor fossiele reclame in de APV wordt beoogd geen reclame meer mogelijk te maken voor fossiele producten in de openbare ruimte of zichtbaar vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats. Deze reclame-uitingen komen vooral voor in de door de concessiehouders geëxploiteerde objecten zoals abri’s en billboards. De gemeente wil daarmee als lokale overheid een bijdrage te leveren aan de vermindering van gezondheidsschade en het tegengaan van klimaatverandering. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Deventer en het advies van het burgerberaad klimaat 2024. De publiekrechtelijke route wordt voorgesteld vanwege de volgende redenen: Ten eerste zijn de geschetste problemen die gepaard gaan met fossiele consumptie zodanig urgent dat er geen redenen ziet om te wachten tot de huidige contracten met concessiehouders zijn afgelopen (2034) en pas daarna nieuwe, aangepaste contracten aan te gaan. Het instrument van een plaatselijke verordening heeft dus sneller effect. Ten tweede heeft een reclameverbod in de plaatselijke verordening een breder bereik, omdat het in beginsel alle reclame-uitingen in de openbare ruimte betreft die vallen onder het verbod en niet enkel de reclame-uitingen die worden getoond op basis van een contract met de gemeente.
Bovendien schept de APV duidelijkheid en creëert een 'gelijk speelveld' voor alle betrokkenen; concessiehouders en reclamemakende bedrijven.
Kader • • •
Motie ‘Vormgeving nieuw reclame- en uitstallingenbeleid’, 27 maart 2024 Raadsbesluit uitvoering adviezen burgerberaad klimaat 2024, 26 februari 2025 Algemeen plaatselijke verordening Deventer
Argumenten ten behoeve van de raad •
Passend binnen bredere klimaatambities
Het verbod op fossiele reclame past in het brede pakket aan maatregelen om te komen tot bescherming van gezondheid en klimaat. De gemeente Deventer heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn en om in 2030 een CO2 uitstoot reductie van 55% ten opzichte van 1990 te bereiken. Het verbod op fossiele reclame past in deze brede aanpak. Het terugdringen van het gebruik van producten en diensten die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen draagt bij aan de bescherming van de gezondheid van mensen en van het milieu. Een verbod op reclame voor fossiele producten en diensten helpt hierbij. •
Oordeel van de rechtbank Den Haag in kort geding: Passend binnen publiekrechtelijke bevoegdheid gemeente
De gemeente is bevoegd om een reclameverbod in de APV op te nemen. Artikel 149 van de Gemeentewet geeft de bevoegdheid aan de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen in het belang van de gemeente. Het tegengaan van fossiele reclame in de openbare ruimte is een maatregel ter bescherming van de gezondheid en het milieu binnen de gemeente Deventer. Met het oog op dat belang mag de gemeente regels stellen die bijdragen aan de gezondheid van haar inwoners en de klimaatmaatdoelstellingen. Het vonnis van de rechtbank van Den Haag (25 april 2025) in een door reisorganisatie ANVR en TUI inzake een verbod op fossiele reclame in de gemeente Den Haag is daarbij relevant. In kort geding heeft de rechter geoordeeld dat het verbod "niet onmiskenbaar" in strijd is met hogere wetgeving. De rechtbank heeft getoetst aan (i) de bevoegdheid van de gemeente, (ii) vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door de Grondwet, het EVRM en het Handvest van de grondrechten van de EU, (iii) de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, (iv) het vrij verkeer van goederen en diensten, (v) de vrijheid van ondernemerschap en (vi) de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het lex certabeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel). De rechtbank heeft alle argumenten van eisers afgewezen, en de APV in stand gelaten.
Het reclameverbod is gerechtvaardigd omdat het passend, noodzakelijk en evenredig is. Het reclameverbod is gericht op het beschermen van publieke belangen gerelateerd aan klimaat, milieu en de volksgezondheid. Wij zien het reclameverbod als een belangrijke maatregel voor het beperken van de consumptie van fossiele producten, mede in het licht van het normaliserende en beleidsondermijnende karakter van fossiele reclames. Er zijn dus gegronde redenen voor de maatregel. Achtergrondinformatie over de juridische haalbaarheid en de noodzakelijkheid van een verbod op fossiele reclame is weergegeven in bijlage 3. •
Juridisch oordeel is nog niet definitief
Zoals bij voorgaand argument is beschreven is de juridisch haalbaarheid afgeleid van het oordeel van een kortgedingrechter in een civiele procedure. In een kort geding vormt een civiele rechter zich een snel en voorlopig oordeel. In deze zaak kwam de rechter tot het oordeel dat het verbod niet “onmiskenbaar” in strijd was met hogere regelgeving. In een eventuele bodemprocedure die door een bestuursrechter wordt beoordeeld wordt een zaak dan volledig en grondig beoordeeld. Dit kan tot een andere uitspraak leiden. De ANVR heeft eind maart 2026 bekendgemaakt een bodemprocedure aan
te spannen tegen het door de gemeente Den Haag naar aanleiding van het gemeentelijke verbod op reclames voor vliegvakanties uit 2025. De civiele rechter en de bestuursrechter kijken op een andere wijze naar de vraag of er sprake is van strijd met hogere regelgeving. De bestuursrechter beoordeelt het besluit dat de overheid neemt richting een burger of ondernemer. De burgerlijk rechter toetst alleen of de regelgeving in strijd is met hogere regelgeving en of deze (daarmee) onrechtmatig is. Op dit moment is er slechts één voorlopige uitspraak en is niet te zeggen hoe een hoogste (bestuursrechter) rechter dit vraagstuk uiteindelijk definitief zal beoordelen. Dit kan ook nog wel enige jaren duren gelet op de verschillende procedures die doorlopen moeten worden voordat de hoogste rechter zich hierover uitspreekt (bezwaar, beroep bij een lagere rechter). •
Reclameverbod is geschikt, noodzakelijk en proportioneel.
Een reclameverbod is geschikt om te bereiken dat er minder gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat een verbod op fossiele reclame essentieel is voor het bewerkstelligen van een duurzame transitie, waardoor minder CO2-uitstoot plaatsvindt en klimaatverandering wordt tegengegaan. De proportionaliteit van het verbod is gewaarborgd doordat fossiele reclame via andere kanalen (online, print of tv/radio) niet door het verbod wordt geraakt. Voor de toets van geschiktheid en passendheid van de maatregel is het doorslaggevend of de maatregel een bijdrage kan leveren aan het probleem. Dat is het geval, omdat het een geschikte, passende en zelfs noodzakelijke maatregel is als onderdeel van het bredere palet aan klimaatmaatregelen. Het is daarbij niet relevant dat de bijdrage aan klimaatmitigatie relatief beperkt is (het 'drop in the ocean'-argument). Gelet op de omvang van het probleem van klimaatverandering en het mondiale karakter daarvan zal vrijwel elke overheidsmaatregel van een landelijke of decentrale overheid een relatief beperkte invloed hebben op het klimaat. Maar de optelsom van dergelijke maatregelen is juist noodzakelijk voor een beperking van de uitstoot van broeikasgassen.
Een en ander blijkt ook uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 april 2025: "Duidelijk is immers dat een afname van CO2-uitstoot door vermindering van vliegbewegingen, in combinatie met andere door de Gemeente genomen milieumaatregelen, een bijdrage kan leveren aan verbetering van het leefklimaat, waarvan (ook) de inwoners van Den Haag zullen profiteren. Het enkele feit dat de bijdrage van de Gemeente landelijk en mondiaal bezien gering is doet daaraan niet af. Terecht heeft de Gemeente er op gewezen dat alle beetjes helpen en de Gemeente haar steentje wil bijdragen". •
Belang bescherming gezondheid en milieu weegt zwaarder dan het belang van ondernemers.
Erkend moet worden dat het reclameverbod mogelijk gevolgen zal hebben voor de exploitanten van buitenreclame en voor bedrijven die fossiele producten en diensten aanbieden (niet zijnde reclame voor de activiteiten van het bedrijf zelf). Dit blijkt ook uit de eerste reactie van een van de twee concessiehouders met een groot aanbod aan landelijke reclame-uitingen in de openbare ruimte. Deze heeft aangegeven dat het verbod mogelijk tot omzetvermindering van hun bedrijf zal leiden. Deze mogelijke (financiële) gevolgen wegen wat de gemeente betreft echter niet op tegen het belang van de bescherming van de gezondheid en het milieu. Exploitanten van buitenreclame kunnen zich bovendien richten op andere reclame. Zij houden daartoe ook voldoende mogelijkheden, omdat het verbod zich beperkt tot de genoemde producten en diensten.
Betrokken partijen en participatie Het verbod op fossiele reclame vloeit voort uit het burgerberaad klimaat, het is een gedragen initiatief dat door betrokken inwoners vanuit de samenleving geformuleerd en ontwikkeld is. De gemeenteraad heeft dit advies overgenomen en het college opgedragen dit uit te voeren, mits uitvoerbaar. Het verbod op fossiele reclame zal vooral impact hebben op de concessiehouders die reclamecontracten met landelijke adverteerders afsluiten: Het abri-contract/vrijstaande reclamevitrines met Global en de grote billboards in het contract met Bereik. De concessiehouder Global heeft een eerste reactie gegeven op het beoogde verbod, en geeft aan begrip te hebben voor
het maatschappelijke doel, maar wijst op alternatieve oplossingen zoals een positieve campagne om duurzaam gedrag te propageren. Het voornemen tot een verbod op fossiele reclame heeft nog niet geleid tot een concrete reactie ten aanzien van de contractuele afspraken tussen gemeente en concessiehouders. De overige contracten bevatten in de regel geen reclame-uitingen (lichtbakken aan lichtmasten etc) die haaks staan op het verbod op fossiele reclame. Deze exploitanten hebben ook aangegeven dat het verbod geen invloed heeft op hun advertentieomzet.
Financiële consequenties Het verbod kan mogelijk financiële consequenties hebben omdat de concessiehouders zullen aangeven minder reclame-inkomsten te kunnen genereren en daarmee ook een verminderde afdracht aan de gemeente kunnen doen. In die zin is er sprake van een financieel risico, dit wordt op maximaal 15% van de huidige afdracht ingeschat. De gemeentelijke inzet is om dit zoveel mogelijk te minimaliseren. Door een overgangsperiode te hanteren (zie ook aanpak/uitvoering) is de verwachting dat de financiële consequenties beperkt kunnen blijven, de concessiehouders zijn immers in de gelegenheid om te anticiperen op het verbod. De exacte omvang van het risico is op voorhand echter lastig in kaart te brengen, zo geven zowel de concessiehouders als de door de gemeente gecontracteerde adviseur NABB (Nationaal adviesbureau buitenreclame) aan. Het is uiteindelijk aan de concessiehouders om te onderbouwen dat er sprake is van inkomstenderving. Het is ook denkbaar dat uit onderhandeling over het contract tussen concessiehouder en gemeente blijkt dat er geen financiële consequenties zijn. In de vertrouwelijke bijlage (2026-349_Bijlage4_GEHEIM-Deventer-reclameverbod-09-02-2026-V2geanonimiseerd) treft u een onderbouwde analyse van onze adviseur (NABB) aan, waarin een inschatting van de mogelijke financiële consequenties is gemaakt.
Met betrekking tot de kosten voor toezicht en handhaving is de verwachting dat dit binnen de bestaande capaciteit van 350 uur zoals opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 voor toezicht reclame-uitingen uitgevoerd kan worden. De handhaving van het verbod wordt pragmatisch en beheersbaar ingericht. De gemeente hanteert een reactieve handhavingsstrategie: Er wordt opgetreden naar aanleiding van meldingen, signalen en handhavingsverzoeken. Deze aanpak houdt de toezichtslast beheersbaar en voorkomt onnodige druk op de handhavingscapaciteit. Bij gesignaleerde overtreding van het verbod op fossiele reclame zal in de eerste drie maanden na inwerkingtreding van het verbod via de reguliere contacten tussen gemeente en concessiehouders een signaal worden gegeven aan de concessiehouders en zal nog niet handhavend opgetreden worden. Deze overgangsperiode van drie maanden draagt bij aan een zorgvuldige implementatie van het beleid, biedt de gelegenheid om in eerste instantie in de praktijk te toetsen en beperkt naar verwachting de (financiële) gevolgen voor de concessiehouders. De benodigde capaciteit voor toezicht en handhaving zal gemonitord worden en zonodig bijgesteld worden in een volgend VTH-uitvoeringsprogramma.
Betrokkenheid raad Uw raad heeft op 26 februari 2025 besloten advies 5.4 (klimaatneutrale reclame) van het burgerberaad klimaat uit te laten werken door het college. Het college heeft aangegeven dit advies te willen betrekken bij de herijking van het reclame- en uitstallingenbeleid. Tijdens een consulterende raadstafel op 12 februari 2025 heeft het college de visie van de raad gevraagd over de gewenste inhoud van klimaatneutrale reclameuitingen. Aan de hand hiervan heef het college in het raadsvoorstel Beleidsregel Reclame en uitstallingen (raadsbesluit 26 november 2025) aangekondigd dat dit wordt aan de raad wordt voorgelegd als een in de APV opgenomen verbod op fossiele reclame. Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, J.P. Wassens
-
de burgemeester, R.C. König