CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-308-Bijlage 6 van Masterplan De Marke Noord - Waterhuishoudkundig Plan

Raadsvergadering 24 juni 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Masterplan De Marke Noord6.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Marke Noord - Deventer Waterhuishoudkundig plan Fase: Masterplan

Datum: april 2026 Status: definitief

Inhoud 1

Inleiding

3

2

Locatie

4

3

4

5

2.1

Plangebied en huidige functies

4

2.2

Bodemopbouw en maaiveldniveau

4

2.3

Huidige waterhuishoudkundige situatie

5

2.4

Voorgenomen ontwikkeling

6

Uitgangspunten en randvoorwaarden

8

3.1

Gemeente Deventer

8

3.2

Waterschap Drents Overijsselse Delta

12

Waterhuishouding toekomstige situatie

16

4.1

Verhard oppervlak

16

4.2

Principes opvangen en verwerken hemelwater

17

4.3

Wateraspecten in het stedenbouwkundig plan

18

4.4

Overstromingsrisico en waterveiligheid

23

Samenvatting en vervolg

24

2

1 Inleiding De Marke Noord is een terrein wat komende jaren ontwikkeld wordt voor woningbouw. De bestaande middelbare school verdwijnt en het voornemen is ongeveer 250 woningen te realiseren. In mei 2025 is voor het gebied de Nota van Uitgangspunten vastgesteld. De eerste stap voor het concretiseren is de uitwerking van het opstellen van het Masterplan met tussentijds informatiebijeenkomsten. De planning is om het Masterplan voor De Marke Noord in het tweede kwartaal van 2026 aan te bieden aan de gemeenteraad.

Figuur 1: ontwikkellocatie De Marke Noord

Onderdeel van de besluitvorming over het Masterplan is ook een waterhuishoudkundig plan voor De Marke Noord. Dit waterhuishoudkundig plan gaat in op aspecten die met verwerking van water te maken hebben. Als het (veel) regent, hoe voorkomen we dan overlast en schade. En hoe verwerken we het water op een manier dat groen en bomen kunnen profiteren. Ook is er aandacht voor de wijze waarop het afvalwater in het gebied aangesloten wordt op riolering in de omgeving. In de fase van het Masterplan is de inrichting van het gebied nog indicatief en grof. Niveaus van straten en inrichting van pleinen en groenzones zijn globaal uitgewerkt. Detaillering en concretere inrichting van de private en openbare ruimte volgt na vaststelling van het Masterplan. Het waterhuishoudkundig plan heeft ook deze grovere benadering. Het laat op hoofdlijnen zien, op basis van beschikbare gegevens en terreininrichting, hoe hemelwater en afvalwater te verwerken. In het volgende hoofdstuk is een beschrijving gegeven van de locatie en ontwikkelingen. Daarna volgen de kaders van gemeente en waterschap voor de waterhuishouding. Hoofdstuk 4 geeft de opzet van de waterhuishouding. Tenslotte volgt een hoofdstuk met een check op de uitgangspunten en aanbevelingen voor het vervolg. 3

2 Locatie In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de locatie van De Marke Noord. Wat zijn kenmerken van het plangebied en welke functies zijn er momenteel. Kenmerken van de bodemopbouw, maaivelniveaus, grondwatermetingen en de waterhuishouding zijn opgenomen. Tenslotte volgt een globale beschrijving van de ontwikkeling.

2.1 Plangebied en huidige functies Het plangebied van De Marke Noord is het gebied tussen het Keizerspad/ Spiraalstraat, Landsherenlaan, Lebuïnuslaan en Laan van Borgele. Het terrein is circa 3,5 hectare groot. Op de plangebied staat in de huidige situatie een middelbare school en sporthal. Het zuidelijk deel van het terrein is verhard. Naast de gebouwen zijn er ook parkeervoorzieningen en straten. Een sportveld van de school vormt het noordelijke deel van het plangebied. Voor de bouw van de school was dit terrein in gebruik als fabriek.

Figuur 2: Huidige situatie De Marke Noord

2.2 Bodemopbouw en maaiveldniveau In het plangebied zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit beschikbare boringen in het DINO-loket is te zien dat de eerste 35 tot 40 meter bodem bestaat uit zand. Na deze laagt komt een slecht doorlatende laag van klei en leem. Het zand van de bovenste meters is aangeduid als ‘zand midden categorie’. Dit is zand met een korrelgrootte van 0,25 – 0,50 mm, 25 tot 40% holle ruimte en een waterdoorlatendheid van 0,5 tot 2,5 meter per uur. Het niveau van het maaiveld loopt licht af; van zuid naar noord. Het hoogteverschil in de huidige situatie is ongeveer één meter. Onderstaande figuren later voor een groter gebied en het plangebied het verloop van het maaiveld zien.

4

Figuur 3: Verloop van het maaiveld en maaiveldniveaus in het plangebied

2.3 Huidige waterhuishoudkundige situatie Oppervlaktewater Het plangebied De Marke Noord heeft geen oppervlaktewater. Wel is het plangebied onderdeel van een peilgebied (867) met een peil van het oppervlaktewater van NAP +3,90 m. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is als waterschap verantwoordelijk voor het niveau van het oppervlaktewater. Ten zuidoosten van het plangebied is een watergang aanwezig. Deze watergang staat is onderdeel van het grotere peilgebied wat ten noorden van het plangebied ligt.

Figuur 4: Oppervlaktewater omgeving De Marke Noord

5

Grondwater In de omgeving van het plangebied zijn verschillende peilbuizen aanwezig (bron: DINO-loket). Van drie peilbuizen is de waterstand bekeken. Hieruit volgt een gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) die ongeveer gelijk is; NAP +4,1 m. Met een maaiveld dat varieert van NAP +6,3 m tot NAP +5,3 m geeft dit een ontwateringsdiepte van 1,2 meter tot 2,2 meter in natte perioden. De waarde voor de hoge grondwaterstand is in lijn met het waterpeil van NAP +3,90 m. Figuur 5: Meetpunten grondwater omgeving plangebied

Afvalwater In de huidige situatie is er rondom het gebied van De Marke Noord riolering aanwezig. Ook heeft de bestaande school en sportzaal een aansluiting op de riolering. Aan de noordzijde en oostzijde hebben de woongebieden een gescheiden rioolstelsel. In de Laan van Borgele en Lebuïnuslaan ligt een gemengd rioolstelsel.

2.4 Voorgenomen ontwikkeling In de Nota van Uitgangspunten voor De Marke Noord is opgenomen dat er 250 woningen gerealiseerd worden; 60% appartementen en 40% grondgebonden woningen. De bestaande school blijft deels behouden en wordt getransformeerd naar wonen. Waarbij er aandacht is voor het versterken en goed inpassen van de omliggende boomstructuren (Lebuinuslaan, Laan van Borgele en het Keizerspad). De hoofdontsluiting van het gebied voor auto’s is aan de Laan van Borgele waar ook een vrijliggend fietspad komt. Het parkeren voor bewoners is uit het zicht en het bezoekersparkeren parallel aan de Landsherenpoort. In het gebied is ruimte voor ‘toevallig’ ontmoeten. Bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden en er is ruimte voor nieuw groen en infiltratie van regenwater in de bomen. Op de volgende pagina zijn enkele beelden opgenomen zoals gepresenteerd tijdens de informatiebijeenkomst op 15 december 2025.

6

Figuur 5: sfeer en principes De Marke Noord zoals gepresenteerd op de informatieavond 15 december 2025

7

3

Uitgangspunten en randvoorwaarden

In dit hoofdstuk staan de waterhuishoudkundige uitgangspunten en randvoorwaarden vanuit de gemeente Deventer en het waterschap Drents Overijsselse Delta. Het is een relatief groot hoofdstuk met soms teksten die dubbel voorkomen. In hoofdstuk zes zijn de uitgangspunten in tabelvorm opgenomen en aangegeven in welke mate de waterhuishouding van De Marke Noord voldoet aan het gestelde in dit hoofdstuk.

3.1 Gemeente Deventer De gemeente Deventer heeft een programma van eisen voor de inrichting van de openbare ruimte. In dit document - versie april 2023 – zijn ten aanzien waterhuishouding en riolering verschillende aspecten opgenomen. Onderstaand een korte samenvatting van de belangrijkste eisen van paragraaf 3.8 Riolering en Water. Stedelijk afvalwater Bij grootschalige nieuwbouw (in- en uitbreidingen) wordt huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemel- (en eventueel grondwater) ingezameld. Indien het aanbod van stedelijk afvalwater veel groter wordt dan in de oude situatie dan kan het noodzakelijk zijn het bestaande rioolstelsel hierop aan te passen. Dat kan ook buiten de directe ontwikkellocatie noodzakelijk zijn. Voorkomen moet worden dat schoon regenwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd. Hemelwater Particuliere eigenaren van nieuwbouw of grootschalige transformatie in stedelijk gebied zijn verplicht om regenwater op eigen terrein te verwerken, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk of wenselijk is. Hiervoor is een hemelwaterverordening opgesteld. Voor het klimaatneutraal inrichten van een gebied dient rekening worden gehouden met de vastgestelde theoretische buien. Bij deze buien mag water op straat staan, maar mag geen schade aan en in gebouwen ontstaan: • •

Een neerslaggebeurtenis 1x per 100 jaar, waarbij 64 mm regenwater in één uur valt. Een neerslaggebeurtenis 1x per 100 jaar, waarbij 119 mm regenwater in 48 uur valt.

Aanvullend mag een neerslaggebeurtenis die zich eenmaal per 2 jaar voordoet juist niet leiden tot water op straat. Het gaat hier om een bui van 22 mm in een uur. Deze moet geheel in een regenwatervoorziening geborgen kunnen worden. De voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater in de openbare ruimte is: o o o o

Bovengronds naar groen Bovengronds naar bovengrondse infiltratievoorziening Naar ondergrondse infiltratievoorziening Naar oppervlaktewater

8

Grondwater In veel gevallen verdient aanvulling van grondwater, door bijvoorbeeld infiltratie, de voorkeur. Dit komt ten goede aan het hangwaterprofiel voor groen en het grondwater. De ontwateringdiepte is de minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare/optredende grondwaterstand. We hanteren de volgende minimale ontwateringsdieptes: • • •

nieuwe bebouwing met minimale ontwatering 0,50 m nieuwe standaard bebouwing met kruipruimte 0,70 m tuinen, openbaar groen, sportvelden e.d. 0,50 m

De minimale ontwateringsdiepte mag niet structureel worden overschreden, en niet langer dan vier weken per jaar. De gemeente kan voor een gebied een specifieke norm vastleggen. De gemeente Deventer heeft een grondwatermeetnet waarin de grondwaterstand wordt gemonitord met circa 50 peilbuizen in stedelijk gebied. De grondwaterstandmetingen worden op verzoek ter beschikking gesteld. Of deze metingen voldoende inzicht geven hangt af van de ontwikkellocatie. Ook de waterschappen hebben een grondwatermeetnet binnen de gemeente Deventer. Infiltratievoorzieningen regenwater Het type infiltratievoorziening afstemmen met de adviseur riolering en waterhuishouding van de gemeente Deventer. In principe een keuze maken uit de volgende infiltratievoorzieningen: • • • • • • •

Bovengrondse groene infiltratievoorzieningen infiltratievelden (geen technische voorzieningen, alleen uitstroomvoorzieningen) wadi’s (met technische voorzieningen als drainage) Ondergrondse infiltratievoorzieningen Infiltratieriool (diepte)infiltratieputten of -buizen Waterbergende fundering

Afwijking alleen in overleg met de adviseur water en riolering van de gemeente Deventer. Het is niet toegestaan om infiltratiekratten toe te passen in de openbare ruimte. Om droogteschade tegen te gaan streeft de gemeente Deventer er naar om het afstromende hemelwater in eerste instantie naar groenvoorzieningen te leiden, alwaar het oppervlakkig geborgen kan worden en kan infiltreren. Daar waar de groenvoorzieningen onvoldoende bergend vermogen hebben moeten aanvullende voorzieningen worden getroffen waar het restant van het hemelwater geborgen en geïnfiltreerd kan worden. De voorkeur gaat er naar uit het hemelwater zo lang als mogelijk ‘aan het oppervlak’ te houden. Afvoer via goten en berging en infiltratie in wadi’s, infiltratievelden etc. is de eerste keus. Bij ieder project streven naar maximaal infiltreren van hemelwater in de bodem. Wanneer geen bergende infiltratievoorzieningen mogelijk zijn binnen de scope van het project, dan kiezen voor infiltratie met eenvoudige middelen. Het ontwerp van infiltratievoorzieningen is sterk afhankelijk van de plaatselijke (bodem)omstandigheden en van de beoogde inrichting. Het ontwerp wordt daarom altijd afgestemd met de adviseur riolering en waterhuishouding van de gemeente Deventer. Bij ieder ontwerp van infiltratievoorzieningen is inzicht nodig in de bodemopbouw, grondwaterstanden en de doorlatendheid van de bodem ter plaatse.

Wanneer dit inzicht er niet is (bijvoorbeeld op basis 9

van eerder uitgevoerd bodemonderzoek) dan moet dit worden vastgesteld middels een geohydrologisch onderzoek, inclusief doorlatendheidsmetingen. Indien het gemeentelijk netwerk van peilbuizen niet voldoende inzicht bieden in de grondwaterstand, dienen extra (project)peilbuizen geplaatst te worden. Bij overbelasting van de infiltratievoorziening op privaat terrein door een grotere neerslaghoeveelheid dan de gestelde eis mag worden overgestort op de openbare ruimte. Infiltratievelden en wadi’s Voor het ontwerpen en dimensioneren gebruik maken de informatie die beschikbaar is bij RIONED (www.riool.net). Het ontwerp voorziet in een infiltratievoorziening die robuust, goed te beheren en te onderhouden is. Wadi’s zo uitvoeren dat de bodem voldoende snel droog valt. Waar nodig drains of verticale drainage toepassen. Bij infiltratievelden zo nodig wel bodemverbetering toepassen, zodat doorlatendheid van de toplaag voldoende is, en voldoende humus aanwezig is voor de groei van gazon of bermmengsel. Voor nieuwe wadi's uitgaan van het standaardontwerp van de gemeente Deventer. Waterbergende fundering De gemeente Deventer past geen waterdoorlatende of waterpasserende verharding toe. Wel wordt waterbergende fundering toegepast, waarbij het hemelwater met kolken in de waterbergende laag wordt gebracht. De standaardopbouw bestaat uit: • • •

Minimaal 500 mm (bestaand) zandbed Waterbergende fundering minimaal 250 mm menggranulaat 4/40 vermengd met 15 volumeprocent draineerzand. Een straatlaag van 50 mm brekerzand.

Bij elke keuze van waterbergende fundering moet altijd de bodemdoorlatendheid (k-waarde) worden bepaald. Particuliere hemelwater(infiltratie)voorzieningen Bij nieuwbouw moet hemelwater maximaal worden geïnfiltreerd op het eigen terrein. Als uitgangspunt geldt dat de perceeleigenaar bij nieuwbouw zorgt voor een infiltratievoorziening met een inhoud van minimaal 20 mm over het verhard oppervlak op eigen terrein. Onder verhard oppervlak wordt verstaan alle daken en verharding die het infiltreren van hemelwater in de bodem tegengaan. De infiltratievoorziening dient op minimaal 2 meter afstand van de gevel geplaatst te worden, om inloop van regenwater in de kruipruimte en daarmee vochtproblemen te voorkomen.

10

Notitie werkgroep klimaatadaptatie Er is ook een notitie van de werkgroep klimaatadaptatie (juli 2020) als onderwerp Kentallen klimaatverandering en kaders voor vasthouden regenwater. De notitie beschrijft kentallen van het huidige klimaat en de verwachtingen daarin tot 2050. Het geeft kaders die gemeente Deventer hanteert om wateroverlast te voorkomen en de kans op droogte in stedelijk gebied te verminderen De gemeente Deventer heeft ervoor gekozen een generieke norm te hanteren voor de hoeveelheid hemelwater die eigenaren op eigen perceel moeten verwerken. Deze norm komt overeen met de hoeveelheid hemelwater die de gemeente ook in openbaar gebied bergt. Uit praktische overwegingen hanteert de gemeente als norm een infiltratievoorziening met een inhoud van 20 mm. Als er meer regen valt, dan mag dit worden afgevoerd naar openbaar gebied. Gemeente Deventer heeft de zorgplicht voor het hemelwater vastgesteld op een situatie die niet vaker dan eens per 100 jaar voorkomen. Bij buien met een langere herhalingstijd is het acceptabel dat hemelwater gebouwen binnentreedt. Bij de maatgevende bui mag het hemelwater dat op het oppervlak wordt geborgen niet tegen de bebouwing komen. Deze norm komt overeen met de norm die de waterschappen Drents Overijsselse Delta en Rijn en IJssel hanteren. Een korte hevige bui, vormt doorgaans de zwaarste belasting voor riolering en hemelwaterafvoer.

Uit het Stowa onderzoek volgt dat voor Deventer een T=100-bui van 1 uur een inhoud heeft van 64 mm. Op basis van de gekozen bui (64 mm in 1 uur), is te bepalen hoeveel water er (tijdelijk) op het oppervlak geborgen moet worden. In een ontwerp moet aangetoond worden dat deze hoeveelheid water zonder wateroverlast in de openbare ruimte geborgen kan worden. Daarnaast zijn er nog een aantal eisen voor de verdere uitwerking: • •

Het plangebied voorzien van één of meer noodoverlopen (kolken/slokops, afvoer over maaiveld) voor buien die zeldzamer zijn dan eens per 100 jaar; Na afloop van de bui van 111 mm in 48 uur mag er maximaal 6 uur water op straat blijven staan;

11

3.2 Waterschap Drents Overijsselse Delta In februari 2026 heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta een actualisatie gedaan als het gaat om de bergingsopgave bij nieuwe ontwikkelingen voor bebouwd en landelijk gebied. De norm is hiermee geactualiseerd, mede op basis van klimatologische ontwikkelingen. Deze actualisatie is meegenomen als uitgangspunt in dit waterhuishoudkundig plan. In de hierna volgende figuur staat de infographic die hoort bij de actualisatie en verwerken van water bij nieuwe ontwikkelingen.

Figuur 6: sfeer en principes De Marke Noord zoals gepresenteerd op de informatieavond 15 december 2025

De eisen en kaders van het waterschap Drents Overijsselse Delta zijn gegeven in het document Watertoets – normale procedure versie 2023. Onderstaande tekst is een samenvatting van het document met de voor De Marke Noord relevante kaders, met verwerkt de actualisatie van bovenstaande actualisatie. Het is de bedoeling dat de initiatiefnemer de uitgangspunten van de watertoets uitwerkt in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing zoals vastgelegd in het besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). In onderstaande tekst wordt ingegaan op de verschillende onderdelen waar het waterschap op toets bij ruimtelijke ontwikkelingen. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water en waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en ook geen oppervlaktewater voorzien

12

Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een water robuuste inrichting De Marke Noord ligt niet in de kern- of beschermingszone van een waterkering. Wel is het gebied aangeduid als overstroombaar gebied. Dat betekent dat de provincie Overijssel verplicht een paragraaf overstromingsrisico op te stellen. Deze paragraaf heeft aandacht voor voorzieningen die zorgen dat er bij een overstroming geen slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Voor het maken van de paragraaf overstromingsrisico is het van belang om mee te nemen: • • •

Indicatieve waterdiepte bij een overstroming van de rivier Indicatieve stroomsnelheid (laag/ middel/ hoog) bij een overstroming van de rivier Aandachtspunten voor een waterrobuuste inrichting

Bovenstaande indicaties en aandachtspunten zijn bij het waterschap beschikbaar. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren, zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Compensatie bij nieuwe stedelijke ontwikkeling of herstructurering. Bij een herstructurering neemt vaak het verharde oppervlak niet toe of af. Toch moet het toekomstige gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering. Wij hanteren onderstaande stappenplan bij nieuwe stedelijke ontwikkeling of herstructurering: • • • • •

Toon kwantitatief aan hoeveel hemelwater er binnen het plangebied vrijkomt bij een gebeurtenis die minimaal eenmaal in de 100 jaar (111 mm in 48 uur) voor komt; Geef aan hoe u in de huidige situatie met het hemelwater in het plangebied om gaat; geef aan of er in de huidige situatie knelpunten in het plangebied voorkomen met de afvoer van hemelwater; geef aan hoe u in de nieuwe situatie hemelwater lokaal benut, verwerkt en/of afvoert en beschrijf hoe u hierbij aan de door gemeente en waterschap gestelde eisen voldoet; beschrijf hoe de aanvoer van hemelwater op het watersysteem door de ontwikkeling wijzigt en stem met ons af of dit mogelijk is.

Voor grote plannen geldt als regel, dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging , ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. In het plan wordt een verhard oppervlak gerealiseerd (m²). Het volume aan waterberging (m³) wordt berekend door het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met 0,092 m (92 mm); deze 0,092 m is de nieuwe norm vanuit de actualisatie beringsopgave. Water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s: Hierbij rekenen we de bergings- en, of infiltratiecapaciteiten in de bodem niet mee. De hoogte van de berging is berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat. Een berging onder de grond telt wel mee met de 13

berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden. Let op dat het oppervlak van de bovengrondse berging zelf ook meetelt bij het ‘afstromend oppervlak’. Wij toetsen het watersysteem op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. We houden rekening met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Stowa statistieken tonen aan dat deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm (hier staat het getal van voor de actualisatie omdat onduidelijk is of bovenstaande redenatie in stand blijft. Mogelijk is deze tekst niet meer relevant, maar in beleidsdocumenten nog niet aangepast). Extreme neerslag boven de normatieve situatie kan voorkomen. Wij adviseren een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie hij of zij bekijkt. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur.

Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om in overleg met ons zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan. Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager gelegen ruimtes is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast.

Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Voor de borging van waterkwaliteit zijn maatregelen geldend. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Het waterschap meet deze stoffen en zorgt ervoor dat ze binnen de normen blijven. Voor de afvoer van hemelwater is van toepassing dat: • •

Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlak) Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. 14

•

In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Idealiter houden wij hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer.

Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Dit willen we bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. •

•

•

•

Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een voorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan houdt u rekening met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan.

Drinkwatervoorziening Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater. Ligt het plangebied ligt (deels) in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning dan is de provincie bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies stimuleren zij en aan de overige functies stellen ze specifieke voorwaarden. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsvisie van de provincie. Het plangebied van De Marke Noord ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de kaart van het Regionaal Waterbeheerprogramma Overijssel 2026-2030 is te zien dat het een boringsvrije zone betreft.

15

4 Waterhuishouding toekomstige situatie 4.1 Verhard oppervlak Het plangebied De Marke Noord krijgt een indeling zoals gegeven in onderstaande figuur. Aan de zuidzijde wordt de bestaande school getransformeerd naar appartementen. De twee uitgeefbare terreinen aan de noordzijde zijn grondgebonden woningen. Overig uitgeefbaar terrein betreft appartementen. Parkeren gebeurt onder de gebouwen. Alleen aan de oostzijde van het gebied is een parkeerterrein op maaiveld voorzien (voor bezoekers). De openbare ruimte zoals is aangegeven in onderstaande tabel, is nog nader in te vullen en zal voor een significant deel onverhard/ groen zijn. In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 551 m². Het bestaande verhard oppervlak is 19.500 m². In de toekomstige situatie is het verhard oppervlak 20.051 m². In onderstaande tabel staat het overzicht van het toekomstige verhard oppervlak. Type terrein Uitgeefbaar Groen Voet- en fietspad Privé buitenruimte Openbare ruimte Overrijdbaar en rijbaan Parkeren Totaal

Oppervlak Percentage verhard Verhard oppervlak 15.882 m² 75% 11.912 m 8.845 m² 0% 0 m² 1.846 m² 100% 1.846 m² 577 m² 100% 577 m² 6.915 m² 50% 3.458 m² 778 m² 100% 778 m² 1.480 m² 100% 1.480 m² 36.323 m²

Figuur 7: overzicht toekomstig oppervlak De Marke Noord (indicatie plangebied)

16

20.051 m²

De tabel geeft aan dat het percentage verhard in de openbare ruimte 50%. Dit is relatief groot en mogelijk vanwege het parkeren op eigen terrein en in parkeervoorzieningen. Onderstaande plankaart geeft een concretere inrichting van de openbare ruimte van De Marke Noord.

Figuur 8: Plankaart de Marke Noord

4.2 Principes opvangen en verwerken hemelwater De Marke Noord wordt een gebied met ruimte voor ontmoeten en groen. Zowel binnen de bouwblokken als in de openbare ruimte is dit voorzien. Met de aanwezige bodemkenmerken, hoogteverschillen en ruimtegebruik wordt hemelwater oppervlakkig verwerkt. Dit krijgt uitwerking door hemelwater te verwerken in de buurt waar het valt. Uitgangspunt is al het hemelwater via het maaiveld te transporteren naar bovengronds infiltratievoorzieningen.

17

In dit stadium is aangehouden dat alle private terreinen een waterberging hebben van 20 mm. Dit is de minimale opvangcapaciteit conform de eisen. Op privaat terrein is meer wateropvang mogelijk, wat beter is voor het groen en bodem, maar hier is voor nu niet mee gerekend.

Figuur 9: concept impressie toekomstige situatie

Ten aanzien van de toekomstige verwerking van hemelwater zijn er criteria van gemeente en waterschap waar De Marke Noord aan moet voldoen. Gemeente Deventer Geen water op straat Geen water in woningen

1x per 2 jaar 1x per 100 jaar

22 mm in 1 uur 64 mm in 1 uur 119 mm in 48 uur

Waterschap Drents Overijsselse Delta Geen water in woningen 1x per 100 jaar 111 mm in 48 uur Voor het waterschap is een minimale waterberging nodig van 0,092 m x de toename van het verhard oppervlak. In het geval van De Marke Noord betreft dit 51 m³ (0,092 m x 551 m²).

4.3 Wateraspecten in het stedenbouwkundig plan Hemelwater Het principe voor de verwerking van hemelwater is in de volgende figuur gegeven. Het hemelwater van de gebouwen en verharde delen van de private buitenruimte krijgen een wateropvang van (minimaal) 20 mm. Dit kan opvangen worden op daken, in verlaagde groenzones, grindkoffers of voorzieningen onder het maaiveld. Voorwaarde is dat de waterberging 24 uur na afloop van een regenbui weer beschikbaar is. Als er meer dan 20 mm neerslag valt mag het hemelwater afstromen naar de openbare ruimte. Rondom het gebied ligt een enigszins verdiepte groenzone of wadi-structuur. Een klein deel van de bebouwing en de fiets- en voetpaden aan de buitenzijde van het gebied wateren hierop af. In 18

het centrumdeel van de openbare ruimte liggen landschappelijk ingepaste wadi’s waar water van de gebouwen en openbare ruimte in opgevangen wordt. De parkeerplaats aan de oostzijde krijgt een uitvoering in grasbeton met langs de rand een verdiepte groenzone voor het opvangen van neerslag.

Figuur 10: verwerking van hemelwater in het plangebied

A| Wadi-structuur B| Groenstrook met wateropvang C| Mogelijkheden voor wadi of inflitratieveld in binnentuin D| Private ruimte; transformatie/ nieuwbouw met minimaal 20 mm waterberging E| Parkeerplaatsen met greppel Afvoerrichting hemelwater (indicatief) Mogelijke verbindingen tussen structuren (over maaiveld of ondergronds) 19

Waterberging per onderdeel De wadi-structuur (A) is een zone in de openbare ruimte die groen is. De lengte van deze zone is ongeveer 260 meter. In deze zone is ruimte voor bomen, struiken en groen. En ligt een verlaagde structuur om hemelwater op te vangen van naastgelegen paden en een deel van de gebouwen. De breedte van de waterberging varieert tussen de 1,5 en 4,0 meter (gemiddeld 3,0 meter) en de diepte is gemiddeld 0,25 meter. In deze structuur is circa 200 m³ waterberging mogelijk. Vanwege het hoogteverschil tussen de zuidzijde en de noordzijde van de locatie bestaat de wadistructuur uit verschillende compartimenten. Dit om te voorkomen dat het hemelwater te snel naar het laagste punt stroomt. Elke wadi heeft een eigen bodemniveau en kan als de wadi vol is overstromen – over het maaiveld of ondergronds – naar de lager gelegen voorziening. Nadere detaillering van de wadi’s krijgt in volgende fasen van de gebiedsontwikkeling uitwerking. Langs de buitenrand van het gebied ligt een groenstrook met wateropvang (B). Dit zijn zones met beplanting die (iets) lager liggen dan omliggende verharding. Het hemelwater van de openbare ruimte en een deel van de daken kan naar deze voorzieningen afwateren. Een meer gedetailleerde uitwerking van de groenstroken volgt bij de verdere uitwerking.

Voor dit moment is uitgaan dat er minimaal over een breedte van 2,0 meter een waterberging van 0,15 meter mogelijk is. Over een lengte van ongeveer 300 meter betekent dit 90 m³ waterberging. Aan de oostzijde van het plangebied zijn parkeerplaatsen met greppel (E) voorzien. Dit is een oppervlak van 1.500 m². In de lengterichting komt er een wateropvang; een verlaagde zone of greppel over een lengte van 100 m. Deze is 3 meter breed en gemiddeld 20 centimeter diep. Dit geeft 60 m³ waterberging Alle private ruimte; nieuwbouw en transformatie (C) heeft een waterberging van minimaal 20 mm. Er zijn verschillende mogelijkheden om de wateropvang relatief eenvoudig te vergroten bijvoorbeeld met wadi’s of infiltratievelden in binnentuinen (D) op een aantal plekke. Omdat in dit stadium nog geen concrete afspraken met ontwikkelde partijen mogelijk zijn is de minimale eis die de gemeente stelt het uitgangspunt. Op basis van 15.882 m² uitgeefbaar terrein, met als uitgangspunt 75% verhard, komt dit neer op 11.912 m² verhard oppervlak. Met minimaal 20 mm neerslag geeft dit 240 m³ waterberging. Waterberging in millimeters Bovenstaande inrichting voor De Marke Noord geeft 590 m³ aan waterberging. Gerelateerd aan het verhard oppervlak (20.051 m²) en waterberging in de groene delen van de openbare ruimte (1.580 m²) is het afwaterend oppervlak circa 21.600 m².

Met 590 m³ waterberging geeft dit ruim 27 mm waterberging. Bij hevige neerslag, 1x per 100 jaar, mag er water op het maaiveld staan, maar niet in de woningen komen. De te hanteren norm hiervoor is 64 mm; 37 mm meer dan de berekende waterberging. Een laag(je) water in de openbare ruimte is hierbij acceptabel. Als 37 mm neerslag van het bruto plangebied (36.323 m²) op dit oppervlak opgevangen wordt is dit 1.344 m³. Als dit in de openbare ruimte van figuur 2 (6.915 m² groen en verharding), het groen (8.845 m²) en het parkeren (1.500 m²) wordt opgevangen geeft dit een laagje water van gemiddeld ongeveer 7,8 centimeter. Dit mag niet leiden tot water in woningen of afwentelen naar naastgelegen gebieden. Detaillering van niveaus van groenzones en openbare ruimte moet uitwijzen waar bij extreme neerslag het water zich verzameld op maaiveld.

20

Waterberging in meer detail De berekening voor de waterberging is voor het totale plangebied. Een verdere uitwerking van de verwerking van het hemelwater is nodig. De afmetingen van de waterberging in het groen, mede in relatie tot beheer en onderhoud, ruimte voor kabels en leidingen onder verharding en aanwezigheid van bestaande bomen en groeiplaatsen. Ook in de hoogte – het opvangen van water op verschillende niveaus – vraagt om een uitwerking. Een andere uitwerking is nodig als het gaat hoe waterberging te realiseren bij de uitgeefbare terreinen. En hoeveel waterberging er mogelijk is, met name bij de collectieve groenzone/ binnentuin in één van de bouwblokken. De mogelijkheden ten aanzien van waterafvoer en wateropvang bij de bestaande school vragen nadere uitwerking. Mogelijk dat de bestaande voorzieningen een beperking zijn of juist richting geven aan het verwerken van hemelwater bij deze locatie. Verwerken van neerslag De afvoercapaciteit van het hemelwater is mede afhankelijk van de bodem. Om bij De Marke Noord de infiltratiecapaciteit te bepalen is bodemonderzoek nodig. Op basis beschikbare boorprofielen is in dit stadium wel een inschatting te maken van de afvoercapaciteit. Een conservatieve aanname is dat het zand in de ondergrond een afvoercapaciteit heeft van 0,5 meter per uur.

En dat er geen verstorende lagen in de ondergrond aanwezig zijn die de infiltratie belemmeren. Het oppervlak van de waterberging waar infiltratie mogelijk is, is zo’n 4.000 tot 5.000 m² groot. Dit geeft een afvoercapaciteit van 2.000 tot 2.500 m³ per uur. Gerelateerd aan het bruto plangebied van 36.323 m² geeft dit een afvoercapaciteit van 55 tot 69 mm per uur. Als de aangenomen waarde voor de infiltratiecapaciteit inderdaad voorkomt dan zijn is het hemelwater snel genoeg weg om weer beschikbaar te zijn voor een volgende bui. Het vasthouden van bodemvocht voor droge perioden is daarmee mogelijk een groter aandachtspunt dan het snel genoeg afvoeren van hemelwater. Grondwater Het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) zit tussen de 1,2 meter en 2,2 meter onder het maaiveldniveau. Bij het verwerken van hemelwater is het grondwaterniveau geen beperking. Afvalwater In het gebied worden 250 woningen gerealiseerd. Met een gemiddelde woonbezetting van 2,2 inwoners per woning betekent dit 550 extra inwoners. De piekafvoer voor huishoudelijk afvalwater is 12 liter per uur. Totaal komt er in het gebied 6,6 m³ per uur afvalwater vrij in de pieksituatie. De school heeft in de huidige situatie een aansluiting op de riolering. Onbekend is wat de huidige (berekende) capaciteit van de school is. In de huidige school komen appartementen.

Er zijn in dit stadium geen aanwijzingen om de plek voor het afvoeren van afvalwater van dit gebouw te veranderen. Afvalwater van de nieuw te ontwikkelen bebouwing wordt aangesloten op riolering in de omgeving. Onderstaand is een

21

eerste indicatieve ligging van het afvalwaterriool gegeven. Uitgangpunt is de lengte van de benodigde riolering te beperken en geen riolering onder poorten te realisaren.

Figuur 11: globale afvoer afvalwater De Marke Noord

Figuur 12: impressie openbare ruimte van De Marke Noord

22

4.4 Overstromingsrisico en waterveiligheid Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de IJssel en wordt beschermd door primaire waterkeringen die voldoen aan de geldende veiligheidsnormen. Hiermee is de kans op een overstroming sterk gereduceerd, maar niet volledig uitgesloten. In het kader van de planvorming is dit het overstromingsrisico beschouwd en betrokken bij de ruimtelijke afweging. Uit beschikbare overstromingskaarten blijkt dat bij een dijkdoorbraakscenario inundatie van het plangebied kan optreden, waarbij sprake kan zijn van relevante waterdieptes. Deze situatie kenmerkt zich door een lage kans op optreden, maar een potentieel grote impact. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in reguliere stedelijke functies en maakt geen functies mogelijk die als vitaal of bijzonder kwetsbaar worden aangemerkt. Daarmee leidt het plan niet tot een significante toename van het overstromingsrisico of het groepsrisico. De ontwikkeling sluit bovendien aan op het bestaande risicoprofiel van de omgeving, waarin vergelijkbare restrisico’s reeds aanwezig en geaccepteerd zijn. Voor het overstromingsrisico is de kaart van de Atlas Leefomgeving gebruikt. De kaarten op deze website worden onderhouden door de Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Rijkswaterstaat (RWS) en zijn gemaakt in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies.

Bij een ‘buitengewone gebeurtenis’ is de optredende waterdiepte in het gebied minder dan 0,5 meter. Dit betreft een gebeurtenis waarvan de kans heel klein is om in een mensenleven mee te maken (circa 1% of minder/ eens in de 10.000 jaar).

Figuur 13: maximale waterdiepte De Marke Noord bij buitengewone gebeurtenissen (kaart Atlas Leefomgeving)

Het overstromingsrisico in dit gebied is aanvaardbaar. Dit vanwege de lage kans op optreden, de beperkte waterdieptes in het plangebied en de aard van de voorgenomen functies. Het overstromingsrisico vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

23

5 Samenvatting en vervolg In dit hoofdstuk is een samenvatting gegeven van de uitgangspunten en randvoorwaarden van de waterbeheerders. En wordt ingegaan op aandachtspunten en onderzoeken voor de fase na het Masterplan. Met de opmerking dat de uitwerking van de waterhuishouding een iteratief proces is en nader onderzoek en inrichtingskeuzes meer duidelijkheid en concreetheid geven van (on)mogelijkheden voor waterhuishouding van De Marke Noord. Uitgangspunt of randvoorwaarde

Huishoudelijk afvalwater scheiden van hemelwater Particuliere terreinen nieuwbouw of transformatie verwerken regenwater op eigen terrein te verwerken Geen water in gebouwen bij neerslag 1x per 100 jaar. Wat op maaiveld mag Geen water in gebouwen bij neerslag 1x per 100 jaar. Wat op maaiveld mag De voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater in de openbare ruimte is: o Bovengronds naar groen o Bovengronds naar bovengrondse infiltratievoorziening o Naar ondergrondse infiltratievoorziening o Naar oppervlaktewater Om overlast van hoog grondwater te voorkomen is er een minimale ontwateringsdiepten

Het type infiltratievoorziening afstemmen met de adviseur riolering en waterhuishouding van de gemeente Deventer. Wadi’s en infiltratievelden ontwerpen en dimensioneren met informatie van RIONED. Het ontwerp voorziet in een infiltratievoorziening die robuust, goed te beheren en te onderhouden is. Er is ter compensatie van de versnelde afvoer door verharding berging van hemelwater nodig

Norm of eis

Toetsing

Opmerking

Voldoet

Rioleringssituatie bestaande school nader beschouwen Nadere uitwerking in volgende fase. Mogelijkheden bestaande school nader beschouwen Op gebiedsniveau 27 mm waterberging en ruimte voor opvang op maaiveld. De infiltratiecapaciteit van het plangebied is 50 mm per uur (o.b.v. redeneren) In de openbare ruimte wordt het hemelwater bovengronds naar groen verwerkt. Bij het uitgeefbare terrein (privaat) moet nadere uitwerking uitwijzen in welke mate invulling gegeven worden aan de voorkeursvolgorde

20 mm in één uur

Voldoet

64 mm in één uur

Voldoet

109 mm in 24 uur

Voldoet Voldoet

- bebouwing met kruipruimte 0,70 m - tuinen/ openbaar groen 0,50 m - aanleghoogte vloer min. 80 cm t.o.v. de GHG

Voldoet

Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) heeft een hoogte van 1,2 meter of dieper (o.b.v. grondwaterstanden in de omgeving)

Voldoet

Plan is in overleg met gemeente en waterschap opgesteld. Afstemming in volgende fasen is nodig Uitwerking van wadi’s en infiltratievelden is onderdeel van verder detaillering. Onderzoeken naar grondwater en bodemkenmerken zijn nodig voor een uitwerking

X

0,092 m³ extra waterberging per extra m² verharding

24

Voldoet

Er is 590 m³ waterberging voorzien. De toename van verharding is 551 m² wat 51 m³ waterberging vraagt.

Geen uitlogende materialen gebruiken en duurzaam gebruik maken van de openbare ruimte voor een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater

X

Nadere uitwerking in volgende fasen

X / voldoet

Er zijn op dit moment geen indicaties dat er diepe boringen voorzien zijn

Acties voor vervolg Een nadere uitwerking van de waterhuishouding van de ontwikkeling van De Marke Noord volgt in een volgende fase. Bepaalde onderzoeken zijn dan ook nodig om uit te voeren:  bepalen van de bodemopbouw, bodemsamenstelling, grondwaterstand en infiltratiecapaciteit van het gebied  bepalen effecten van waterberging en infiltratie op te behouden bestaande bomen, zowel in het centrale deel van het plangebied als langs de randen (Laan van Borgele)  vanwege hoogteverschillen in het terrein de compartimentering of cascadering in wadi’s en groene waterbergingen nader uitwerken. Ook in meer detail in beeld brengen welk oppervlak naar welke waterberging afstroomt  in beeld brengen bestaande en toekomstige verwerking van hemelwater en afvalwater bij de transformatie van bestaande bebouwing naar wonen  uitwerking van de waterberging op privaat terrein. Zowel de invulling wat minimaal nodig is als wat eenvoudig extra haalbaar is. Vanwege de (mogelijke) omvang van de waterbergingen ook aandacht voor de organisatie van behoud, beheer en onderhoud. Wat is de rol van eigenaren - een soort buitenruimte VvE – en welke rol neemt of wil de gemeente hierin  bij het verwerken van hemelwater vanaf privaat terrein in (voor)tuinen rekening houden vochtdoorslag richting de gevel. De afstand van een waterberging tot aan de gevel is minimaal 2,0 meter.

Deze 2,0 meter is ook de minimale afstand van voorzieningen voor het verwerken in de openbare ruimte tot aan gevels van gebouwen  bereikbaarheid van rioolputten en wadi’s voor beheer en onderhoud met een vrachtauto Vanuit het waterschap Drents Overijsselse Delta is op de vorige versie van dit document een reactie gekomen. Voor de volgende fasen zijn de volgende aandachtspunten meegegeven:  een uitwerking van de genoemde waterhuishoudkundige principes en uitgangspunten in de vorm van een tekening, zodat er een beter beeld ontstaat waar het water naar toe gaat.  Uitvoeren van project specifieke boringen en infiltratieonderzoek om de bodemopbouw en doorlatendheid definitief vast te stellen  Nadere uitwerking wadi’s en groenzones met gedetailleerde profielen, bodemhoogtes, taluds en overlooppeilen per compartiment. Inclusief per voorziening een overzicht van de berging (m³), afstromend oppervlak (m²) en het aantal mm berging per voorziening.

Ook de noodoverlopen in beeld brengen en ontwerpen bij situatie boven de maatgegeven bui  De hoogteopbouw van het gebied, inclusief maaiveldpeilen, drempelhoogtes en routes voor noodafwatering, in kaart brengen om de waterrobuustheid aan te tonen  In het plan opnemen dat er geen afvoer naar oppervlaktewater plaatsvindt  Opnemen hoe verantwoordelijkheden, beheer en onderhoud van waterbergende voorzieningen op de private percelen te organiseren 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16946464/1