2026-301-raadsvoorstel-Uitvoering motie Rechtszekerheid voor vergunde woningen
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team Programma
: Uitvoering motie "Rechtszekerheid voor vergunde woningen" : Wethouder Wijnhoud : 2026-301 : 21-04-2026 : Team Projectadvisering : 05 - Ruimtelijke ontwikkeling
Inleiding Naar aanleiding van een technische sessie op 3 december 2025 heeft de raad op 28 januari 2026 de motie “Rechtszekerheid voor vergunde woningen” aangenomen (hierna: de motie “Rechtszekerheid”). Hierin draagt de raad het college op om een plan van aanpak inclusief kader op te stellen om ervoor te zorgen dat woningen in het buitengebied waarbij het omgevingsplan niet overeenkomt met de vergunde situatie alsnog op te nemen in het omgevingsplan (door middel van een veegplan). Het plan van aanpak en de kaders moeten in Q2 ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd. Het voorliggende voorstel heeft tot doel de motie Rechtszekerheid uit te voeren. Het voorziet in het vaststellen van het gevraagde plan van aanpak en een toetsingskader. Daarbij wordt de raad voorgesteld om de bevoegdheid om, ter uitvoering van deze motie, het omgevingsplan te wijzigen te delegeren aan het college.
Raadsvoorstel 1. Het Plan van aanpak Rechtszekerheid voor vergunde woningen vast te stellen; 2. Het toetsingskader, tevens beleidsregel, "Rechtszekerheid voor vergunde woningen buitengebied Deventer" vast te stellen; 3. Het "Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer, Rechtszekerheid voor vergunde woningen buitengebied Deventer" vast te stellen.
Kern raadsvoorstel Ter uitvoering van de motie "Rechtszekerheid voor vergunde woningen" van 28 januari 2026 wordt een Plan van Aanpak en een toetsingskader, tevens beleidsregel, vastgesteld. Daarbij wordt de bevoegdheid om ter uitvoering van de motie het omgevingsplan te wijzigen, gedelegeerd aan het college.
Beoogd resultaat Woningen in het buitengebied waar in het verleden een vergunning voor is verleend, maar die niet in het omgevingsplan zijn opgenomen, alsnog in het omgevingsplan opnemen. Hiermee krijgen de eigenaars van deze woningen rechtszekerheid.
Kader • • • •
Motie "Rechtszekerheid voor vergunde woningen" (28-01-2026) Omgevingswet Omgevingsverordening Overijssel 2024 Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer 2026
Argumenten ten behoeve van de raad Algemeen Het is bekend dat er in het buitengebied van Deventer een (niet bekend) aantal woningen is, die wel met een vergunning zijn gerealiseerd maar die vervolgens niet in het bestemmingsplan (thans: omgevingsplan) zijn opgenomen. Dit geeft, bijvoorbeeld bij de verkoop van zo'n woning, vaak onzekerheid over de financierbaarheid. De motie Rechtszekerheid heeft tot doel om deze woningen boven water te krijgen en alsnog in het omgevingsplan op te nemen. De bedoeling is om dit met een veegplan te doen.
Het gaat in feite om het corrigeren van fouten uit het verleden. Aangezien het gaat om vergunde woningen, is er juridisch gezien geen sprake van een nieuwe situatie. Het is dan ook niet nodig om te beoordelen of het wenselijk en haalbaar is om die woningen alsnog in het omgevingsplan op te nemen. Het uitvoeren van onderzoeken naar milieu, ecologie en archeologie, en het voldoen aan de beleidsregels "Kansen uit buiten" en de motie Natuurinclusief bouwen, zijn dan ook niet nodig. In ieder geval is het veegplan bedoeld als eenmalige actie op initiatief en kosten van de gemeente. Gevallen die nadien aan het licht komen, kunnen op initiatief en kosten van de eigenaars van de woning in het omgevingsplan worden opgenomen (onder dezelfde voorwaarden als in het toetsingskader). Plan van Aanpak Het Plan van Aanpak beschrijft de aanpak en planning. Ook wordt globaal ingegaan op voorwaarden voor deelname, en welke stappen een woningeigenaar kan nemen als hij niet aan de voorwaarden voldoet. Toetsingskader De voorwaarden voor deelname zijn verder uitgewerkt in het toetsingskader. Ook is het toetsingskader uitgewerkt hoe de vergunde woningen in het omgevingsplan worden opgenomen. Het toetsingskader hanteert als criteria ruimhartigheid en redelijkheid. We zijn ruimhartig in het meenemen van woningen in het veegplan.
Dit is enerzijds omdat we met dit veegplan zo veel mogelijk vergunde woningen in het buitengebied willen regelen. Anderzijds zal er op grond van jurisprudentie al snel geconcludeerd moeten worden dat er een extra woning is vergund (in plaats van inwoning). Een belangrijke voorwaarde is verder dat de woning ook nog altijd bewoond wordt Tegelijk zijn we redelijk in de wijze waarop we woningen meenemen in het veegplan. De hoofdlijn van het beleid voor het buitengebied is immers dat extra niet-agrarische bebouwing beperkt en alleen onder voorwaarden wordt toegestaan. Dat betekent in hoofdlijn dat woningen in het omgevingsplan worden opgenomen in de bestaande en legale omvang (conform de vergunning en eventuele vergunningvrije uitbreidingen) en niet standaard als woning van 750 m3. Er wordt niet meer bebouwing toegestaan dan nodig om rechtszekerheid te bieden. Verder behouden we ons ook het recht voor om aanvullende voorwaarden te stellen ter bescherming van karakteristieke panden. Delegatie bevoegdheid wijzigen omgevingsplan Het Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer 2026 voorziet niet rechtstreeks in delegatie van de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen ter uitvoering van de motie Rechtszekerheid.
Weliswaar is de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan gedelegeerd in geval van het verwerken van verleende omgevingsvergunningen voor BOPA en het corrigeren evidente fouten. Maar deze onderdelen zijn zo geformuleerd dat die niet van toepassing zijn op de uitvoering van de motie Rechtszekerheid. Het is op voorhand niet te zeggen of er sprake zou zijn van delegatie via het niet van toepassing zijn van de Lijst bindend advies. Daarvoor is van belang hoeveel woningen er uiteindelijk deelnemen en of daarop de Bestuurlijke werkwijze grote ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zou zijn. Om op voorhand discussie en onzekerheid over het bevoegde bestuursorgaan voor te zijn, wordt in het raadsvoorstel voorgesteld om ter uitvoering van de motie Rechtszekerheid de bevoegdheid aan het college te delegeren om het benodigde veegplan vast te stellen. Het geldende Delegatiebesluit sluit incidentele delegaties niet uit. In het geval van de vergunde woningen zou het ook in de geest van het delegatiebesluit zijn (zie onderdelen ‘verwerken verleende omgevingsvergunningen voor BOPA’ en ‘corrigeren evidente fouten’). En ten slotte is het vaststellen van het veegplan te zien als uitvoering, nadat de raad het toetsingskader heeft vastgesteld.
Wel is in het Plan van Aanpak en het incidentele delegatiebesluit opgenomen dat het college raad, voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp wijzigingsbesluit, informeert over de opbrengsten van de communicatiecampagne en welke woningen er in het veegplan worden meegenomen.
Betrokken partijen en participatie Zoals vermeld in het Plan van Aanpak vindt er een communicatiecampagne plaats richting woningeigenaars die het aangaat. Zij worden uitgenodigd om zich aan te melden voor de regeling als hun woning in het verleden vergund is, maar nadien niet in het bestemmingsplan (omgevingsplan) is opgenomen. De aanmeldingen worden beoordeeld. Als dit vragen oproept, wordt er contact opgenomen met de eigenaar. In ieder geval worden de deelnemers op de hoogte gehouden van wat er met hun aanmelding gebeurt (of hun woning wordt meegenomen of niet, op basis van het toetsingskader, en het vervolg van het traject). Het participatiebeleid is niet van toepassing. Weliswaar gaat het hier om een ontwikkeling op initiatief van de gemeente. Maar het betreft een papieren ontwikkeling die ertoe strekt een feitelijke, vergunde situatie in het omgevingsplan op te nemen. Er worden geen fysieke wijzigingen beoogd waarover geparticipeerd kan worden.
Financiële consequenties Zoals beschreven in de motie worden de kosten van de uitvoering van de motie gedekt met E 53.000,- uit het begrotingssaldo 2026. De bijbehorende begrotingswijziging is opgenomen in de 1e tussentijdse rapportage 2026. Het veegplan ziet op het opnemen in het omgevingsplan van in het verleden vergunde woningen. Wanneer deze woningen conform overgangsrecht nog altijd in gebruik zijn en mogen zijn, kan ervan uitgegaan worden dat er geen sprake is van een nieuwe situatie. De kans op nadeel (en daarmee de verplichting tot nadeelcompensatie) is daarmee te verwaarlozen.
Betrokkenheid raad De raad is in principe bevoegd om te besluiten over het wijzigen van het omgevingsplan. Met het Delegatiebesluit omgevingsplan Deventer 2026 is deze bevoegdheid voor bepaalde gevallen gedelegeerd aan het college. Het is op voorhand niet met zekerheid te zeggen of het veegplan, ter uitvoering van de motie Rechtszekerheid, onder het delegatiebesluit valt. Daarom wordt voorgesteld dat de raad dit expliciet delegeert. Het toetsingskader kan worden gezien als beleidsregel van de raad met betrekking tot de gedelegeerde bevoegdheid. De raad is daarmee bevoegd het toetsingskader vast te stellen (als beleidsregel) en de bevoegdheid met betrekking tot het omgevingsplan te delegeren aan het college. Een en ander kan ook worden gezien als kaderstelling door de raad en uitvoering door het college. Wel is in het Plan van Aanpak en het incidentele delegatiebesluit opgenomen dat het college raad, voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp wijzigingsbesluit, informeert over de opbrengsten van de communicatiecampagne en welke woningen er in het veegplan worden meegenomen.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, J.P. Wassens
-
de burgemeester, R.C. König