2026-20 Bijlage Ludgeruskwartier Beeldkwaliteitplan (10-07-2025)
Tekst van het document
Ludgeruskwartier BEELDKWALITEITPLAN
10 juli 2025
Inhoudsopgave Inleiding. .................................................................................................2 Aanleiding en context. ..........................................................................2 Stedenbouwkundig plan. ......................................................................3 Beeldkwaliteit.........................................................................................4 Algemeen..............................................................................................4 Doelstelling...........................................................................................4 Regels...................................................................................................4 1. Eén Ludgeruskwartier.......................................................................5 2. Twee sfeergebieden en een schakel. ...............................................7 3. Alzijdige gebouwen en bouwblokken................................................9 4. Kwalitatieve private buitenruimtes....................................................10 5. Ritmische en eigentijdse vormgeving...............................................11 6. Herkenbare entrees om prettig thuis te komen.................................12 7. Groen Ludgeruskwartier...................................................................13
1
Inleiding Aanleiding en context Deventer heeft een grote verstedelijkingsopgave. Een groot deel van deze opgave vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, overeenkomstig het Omgevingsvisie-uitgangspunt ‘Inbreiding voor uitbreiding’. Belangrijk aandachtspunt is het verdichten van woningbouw op plekken in de stad waar dat het beste past. Met de aanwezigheid van winkelcentrum Keizerslanden, de (zorg) voorzieningen in de directe omgeving en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer is het Ludgeruskwartier hiervoor een geschikte plek. Het Ludgeruskwartier maakt deel uit van het Omgevingsprogramma Keizerslanden, waaronder meerdere projecten vallen, zowel rondom het toevoegen van woningen als investeringen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd biedt het toevoegen van woningen in het Ludgeruskwartier de mogelijkheid voor sociale en fysiekkwalitatieve investeringen in en rond de bestaande corporatiewoningen. Alle woningen in het plangebied zijn eigendom van Woonbedrijf Ieder1. De huidige 256 verouderde huurwoningen van woonbedrijf Ieder1 worden vervangen (sloop nieuwbouw) en er worden ruim 200 woningen toegevoegd, ook in de categorieën middenhuur en koop. De buurtvernieuwing van het Ludgeruskwartier betreft een integrale opgave om te komen tot een nieuwe wijk met een meer gedifferentieerd aanbod aan woningbouw.
Vogelvluchtperspectief-luchtfoto met globale aanduiding plangebied en omgeving
2
Stedenbouwkundig plan Woonbedrijf Ieder1 en Gemeente Deventer hebben samen doelstellingen en randvoorwaarden vastgelegd in het Ambitiedocument+ (vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juni 2023). Op basis hiervan is een stedenbouwkundig plan voor het nieuwe Ludgeruskwartier opgesteld (vastgesteld door de gemeenteraad op 19 maart 2025). Dit stedenbouwkundig plan schetst de opgave, de context, de uitkomst van de participatie, de stedenbouwkundige visie en het ontwerp van de wijk. Uitgangspunt is dat met het toevoegen van de woningen, ook de kwaliteit van de buitenruimte wordt verbeterd. Er is gekozen voor een orthogonale opzet waar parkeren geconcentreerd wordt in de bouwblokken en langs de primaire ontsluitingen voor de buurt. De rest van de openbare ruimte wordt daardoor vrijgemaakt voor parkruimte met fiets- en wandelpaden. Veel beeldbepalende bomen kunnen door de opzet worden behouden en een nieuwe rol gaan spelen in de nieuwe buurt. De school Marke Zuid en het groene buurtparkje aan de zuidwestzijde enerzijds en het Godebaldpark en Winkelcentrum Keizerslanden aan de andere zijde worden zo op een aantrekkelijke manier met elkaar verbonden voor langzaam verkeer. Ook een visie op beeldkwaliteit maakt onderdeel uit van het stedenbouwkundig plan. Hierbij is nadrukkelijk gekozen voor een beperkt aantal uitgangspunten, die een duidelijke basis vormen voor de gebouwen.
Het stedenbouwkundig plan bevat nu slechts nog ‘vlekken’ die door een of meerdere architect(en) zullen worden omgezet in daadwerkelijke plannen. De beeldkwaliteitseisen bieden daarbij sturing. Voorliggend document vormt een uitwerking van de uitgangspunten voor beeldkwaliteit, waarin nadrukkelijker aandacht wordt besteed aan de samenhang tussen gebouwen en openbare ruimte. Het samenspel tussen de gebouwen en de openbare ruimte is essentieel, zeker in dit plan waar de nadruk ligt op wonen in het park. Daarbij is het van belang dat er zich ook woningen bevinden op de begane grond-verdieping.
Plankaart stedenbouwkundig plan (RROG)
3
Beeldkwaliteit Algemeen De herstructurering van het Ludgeruskwartier krijgt vorm binnen de bestaande identiteit van de Tuinwijk. De herstructurering sluit aan bij de eenduidige stempelstedenbouw met een herkenbare en gestructureerde openbare ruimte met parken en tuinen. Tegelijkertijd verandert er in de omgeving ook het nodige, zoals de nieuwbouw van de Marke Zuid en Noord en de Van Hetenlocatie. De gemeente en woonbedrijf Ieder1 hebben de wens dat de herstructurering van het totale Ludgeruskwartier bijdraagt aan een nieuw elan en vernieuwde identiteit.
Doelstelling De doelstelling van dit beeldkwaliteitplan is om ervoor te zorgen dat het Ludgeruskwartier een passende, leefbare en toekomstbestendige buurt wordt. Deze doelstelling is opgebouwd met drie basisambities: • In harmonie met de stempelstedenbouw • Prettig thuiskomen • Hedendaags en toekomstgericht De volgende paragrafen gaan nader in op deze ambities.
Prettig thuiskomen Binnen de samenhang van de stempelstedenbouw ligt er een sterke vraag om de herkenbaarheid voor bewoners te verbeteren. Daarom biedt het plan meer variatie, wat tevens het gevoel van thuis verbetert. Daarvoor worden onderstaande principes gehanteerd: • Sociaal veilig • Schoon en heel • Duidelijke oriëntatie • Warme uitstraling • Aanleidingen voor spel en ontmoeting • Toegankelijk groen Hedendaags en toekomstgericht De veranderde identiteit sluit aan bij hedendaagse maatschappelijke vraagstukken. De wijk is voorbereid voor de toekomst. Daarvoor worden onderstaande principes gehanteerd: • Duurzaamheid en klimaatadaptatie als integraal onderdeel • Natuurinclusief
Regels Om de doelstelling en ambities verder te duiden zijn zeven beeldkwaliteitsregels opgesteld. Elke regel heeft een integrale afstemming met de overige regels. De regels geven richting aan de verdere uitwerking van het ontwerp en zorgen voor samenhang op gebiedsniveau. De volgende regels worden gehanteerd:
1. Eén Ludgeruskwartier 2. Twee sfeergebieden en een schakel 3. Alzijdige gebouwen en bouwblokken 4. Kwalitatieve buitenruimtes 5. Ritmische en eigentijdse vormgeving 6. Herkenbare entrees om prettig thuis te komen 7. Groen Ludgeruskwartier Op de volgende pagina’s wordt nader ingegaan op de regels.
In harmonie met de stempelstedenbouw De stedenbouwkundige identiteit van de stempelstedenbouw wordt omarmd. Samenhang op wijkniveau is daarin een groot goed. Daarvoor worden onderstaande principes gehanteerd: • Aandacht voor ritmiek in bebouwing en openbare ruimte • Rustige, rationele bouw met eenduidige gebouwstructuren • Eenvoudige detaillering • Versterken identiteit Lebuïnuslaan • Robuuste collectieve groenvoorziening
4
1.4. Samenhangend kleur- en materialenpallet.
1. Eén Ludgeruskwartier De uitstraling van het Ludgeruskwartier vormt een samenhangend pallet van bebouwing en openbare ruimte. Deze worden ontworpen in eenvoud en harmonie en hebben een eenduidige uitstraling.
Rood
Brons
Regels architectuur 1.1. Metselarchitectuur Baksteen vormt het primaire gevelmateriaal, ook hout mag in de gevel worden toegepast. Metselwerk wordt uitgevoerd met genuanceerde kleur of kleurnuance tussen de stenen. De kleur van het materiaal valt binnen het voorgeschreven pallet getoond onder 1.4.
Geveloplossingen Technische specificaties Gevelbakstenen
1.2. Detaillering versterkt de basisstructuur van het gebouw. Details sluiten aan bij de structuur van de gevel en maken de opbouw van het gebouw begrijpelijker.
Productnaam
Timm-Antiek Gereduceerd HV BNF
Productiemethode
Handvorm
Formaat
Bundesnormaalformaat
Productielocatie
Nuance
Artikelnummer
11364190
Toepassingsvoorwaarden
Dient te worden verwerkt overeenkomstig de geldende richtlijnen van wienerberger.
1.3. Er is een sterke mate van repetitie in de gevel. Er is sprake van een herhalende maatvoering en architectonische elementen hebben een eenduidige uitstraling.
Productinformatie Afmetingen en toleranties (volgens EN 772-16 - EN 771-1)
Druksterkte (volgens EN 771-1)
Gedeclareerde afmeting (L x B x H) in mm
+/- 239 x 116 x 70
Gemiddelde druksterkte loodrecht op het legvlak
Maattolerantie
T1
Vorstbestandheid (volgens EN 772-22)
Maatspreiding
R1
Klasse vorstbestendigheid
Fysische eigenschappen (volgens EN 771-1)
Het metselwerk is genuanceerd.
≥ 15 N/mm²
F2
Overige eigenschappen
IW klasse
IW3
Gewicht per stuk
2.88 kg
Initiële wateropneming
1 - 5 kg/m²*min
Thermische geleiding, λ 10, droge steen
0.47 W/m*K
Vrijwillige wateropneming
18 massa %
Brandreactie - klasse
A1
Bruto droge volumieke massa
1625 kg/m³
Vochtwerende behandeling
Nee
Gehalte actieve oplosbare zouten
S2
Informatie wienerberger - verkoop gevelbakstenen| T 088 - 118 51 11 | verkoop.gevel@wienerberger.com Productpagina: https://wienerberger.nl/11364190 Bezoek www.wienerberger.nl voor online services, downloads en referenties.
De informatie op dit overzicht is indicatief. De exacte producteigenschappen zijn weergegeven op de prestatieverklaring (DoP) die bij de levering van de producten meegeleverd wordt. De precieze kleur van de baksteen kan afwijken van de getoonde afbeelding.
08-08-2024
Baksteen met genuanceerde
Niet: Effen kleuren of
Niet: Kleuren met zeer
kleur of kleurnuance tussen de
kleuren in patroon
sterk contrast
Lichtbrons
Lichtrood
stenen.
5
Regels openbare ruimte 1.4. Eén inrichtingsplan De openbare ruimte wordt vastgelegd in één samenhangend inrichtingsplan. Dit wordt vervolgens in fasen uitgevoerd.
1.5. Eenduidig materiaalgebruik Materiaalgebruik sluit aan bij de bestaande beeldkwaliteit van de stempelstedenbouw en aangrenzende wijken. Onderaan deze pagina enkele voorbeelden van beoogde materialen.
1.6. Voorbeeld van een eigentijds vormgegeven buitenruimte met een beeldtaal van hagen, gazon en bomen - Vogt Landscape Architects AG
1.6. Kenmerkende groeninrichting De groeninrichting heeft een gestructureerd en verzorgd beeld van hagen, gazon, bloemrijk gras en een variatie in boomsoorten. Rondom de gebouwen en op enkele plekken in het park staan vaste planten. 1.7. Voorbeeld van een speelvoorziening met terughoudend kleurgebruik
1.7. Speelplekken worden geïntergreerd in de planstructuur Kleurgebruik is terughoudend waarbij signaalkleuren worden voorkomen.
1.8. Samenhang tussen inrichtingselementen in de openbare ruimte Inrichtingselementen in de openbare ruimte worden gekozen in één samenhangende vormgeving met vergelijkbaar ogende materialen en kleuren. De elementen sluiten aan bij recente ontwikkelingen en bestaande plekken in de aangrenzende omgeving.
Beoogde inrichtingselementen in de openbare ruimte.
1.8. Lichtmasten
1.8. Bankjes en prullenbakken
1.7. Voorbeeld van een speelvoorziening die is geïntegreerd in een parkachtige inrichting - 19 het atelier
Beoogde materialen in de openbare ruimte.
1.5. Rijbaan, straatbakstenen
1.5. Parkeren (park), grasbetonverharding
1.5. Parkeren (laan), straatbakstenen aansluitend op de rijbaan
1.5. Trottoir, betontegels
1.5. Fietsroute door het park, beton. In lichtrode of lichtgrijze kleur
1.5. Wandelroutes door het park, halfverharding
1.5. Plein, straatbakstenen
6
2. Twee sfeergebieden en een schakel Het Ludgeruskwartier wordt in harmonie ontworpen met de karakteristieken van de bestaande stempelstedenbouw. De laanbebouwing (1) blijft daar het meest trouw aan, herkenbaar in de repetitie van de gebouwen en hiërarchie van langs- en kopgevels. De parkblokken (2) vertonen onderling een licht verschil in het gevelbeeld, waarbij elk gebouw een alzijdig gelijkwaardige Formele laanstructuur beeld heeft. Ook in de vormgeving van de openbare ruimte wordt Informele parkstuctuur onderscheid gemaakt tussen een formele laanstructuur en een
Laanbebouwing Laanbebouwing met identieke kleur en materialen
Schakel
Hoogbouwaccent vormt ook in kleurnuance een schakel tussen de laanbebouwing en het winkelcentrum, én in de groene parkstructuur.
informele parkstuctuur. De schakel (3) ligt op het scharnierpunt met het winkelcentrum, maar ook met het Godebaldpark. Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 2.1. Laanbebouwing a. Onderlinge repetitie De blokken langs de Lebuïnuslaan hebben een repeterend karakter met een homogene uitstraling en kennen een identiek materiaalgebruik.
Parkbebouwing Bouwblokken en appartementen in het park met lichte varatie in kleur
b. Hiërarchie in gevels Zie paragraaf 3 Voorgeschreven variatie in kleurnuances architectuur
c. Eenlaagse brede entree Zie paragraaf 6
voor de Parkbebouwing (onder nummer 2.2.) gelden ook
d. Hoogbouw: Alzijdig representatieve plint
voor dit gebouw.
Zie paragraaf 3.3.a. Ook de plint dient onderdeel uit te
2.2. Parkbebouwing a Lichte variatie in kleur De materialisering van de architectuur kent een lichte variatie tussen de gebouwen en bouwblokken in het in paragraaf 1 omschreven pallet. b. Alzijdig gelijkwaardige gevels Zie paragraaf 3 c. Tweelaagse hoofdentree Zie paragraaf 6
maken van de HER. b. Hoogbouw: Uitstraling De Schakel past in de Visie op Hoger Bouwen in Deventer
e. Hoogbouw: Windhinder
(2024) in de categorie ‘Hoogbouw - 31 t/m 40 meter’.
Zie paragraaf 3.3.b. Ook windhinder dient onderdeel uit
Daarvoor is aanvullend wel een HoogbouwEffectRapportage
te maken van de HER.
(HER) vereist (H6.3). Hierin moet de uitstraling, met onder meer de materiaalkeuze en vorm, worden onderbouwd vanuit een ‘Deventer karakter’. c. Hoogbouw: Kroon De toren moet, in lijn met die visie, een kenmerkende kroon
2.3. Schakel
krijgen, wat wil zeggen: ‘een unieke en bewust vormgegeven
a. Bijzonder parkblok
beëindiging van de toren’ (H4.6). De kroon dient ook terug te
De schakel is een bijzonder parkblok; alle uitgangspunten
komen in de HER.
Laanbebouwing (geel) en parkbebouwing (groen)
7
Regels openbare ruimte 2.4. Laanstructuur a. Groen langs de Lebuïnuslaan Langs de Lebuïnuslaan wordt ontworpen in een orthogonale, formele structuur. b. Groen langs de parkeerstraat De nieuw aan te leggen parkeerstraat langs de laanbebouwing wordt aan de noordzijde ingericht als een enkelzijdige laan met zoveel mogelijk een vaste maatvoering tussen de bomen.
Formele laanstructuur Informele parkstuctuur
c. Laanstructuur: verharding Ten noorden van de parkeerstraat heeft de openbare ruimte een formele uitstraling. Hier bepalen rechte voetpaden met betontegels en gemengde blokhagen met gazon of bloemrijk gras en bomen het beeld. Overgang tussen de twee structuren
2.5. Parkstuctuur a. Groen In de parkstructuur is meer variatie en een informelere structuur in beplanting met heesters, vaste planten, bloemrijk gras, gazon en (bestaande) bomen, en eventueel glooiingen in het landschap. b. Parkstuctuur: verharding en elementen Het park wordt ingericht met slingerende paden en natuurlijk ogende verhardingsmaterialen, waaronder ook groene parkeerplaatsen. Er zijn speelplekken met een natuurlijk en ingetogen karakter en speelaanleidingen, zoals stapstenen in een wadi.
2.6. Rond de Schakel a. Groen Groen in het verlengde van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum Keizerslanden met bomen en vaste planten in plantvakken passend bij een verblijfsplein, eventueel met zitranden rondom. b. Verharding Materialisering in het verlengde van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum Keizerslanden, met rode en grijze / antraciete tinten.
2.5.a en 2.5.b. Uitstraling informele parkstuctuur
2.4.b. Formele laanstructuur (noordzijde) in contrast met de informele parkzijde (2.5.a. en 2.5.b.)
8
3.1.a. Voorbeeld van een bouwblok met een duidelijke hiërarchie in voorgevel en zijgevels, hier o.a. door de positionering van buitenruimtes en mate van openheid van de gevels
3. Alzijdige gebouwen en bouwblokken De bouwblokken worden rondom alzijdig ontworpen. Voor de bebouwing langs de laan is daarbij wel aandacht voor onderscheid tussen de voor- en zijgevels. Voor de bouwblokken geldt dat er geen hiërarchie is, en er dus geen uitgesproken zijkanten of niet-leefruimtes herkenbaar zijn. Overgangen en bijvoorbeeld bergruimtes zullen zorgvuldig worden meeontworpen en gematerialiseerd om continuïteit van de contour van de bouwblokken rondom te garanderen.
- SOME architects/Luuk Kramer
Laanbebouwing voorgevel zijgevels luwe gevel met leefgalerij Parkbebouwing Bijzonder aandachtspunt continueren bouwblok
Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 3.1. Laanbebouwing a. Hiërarchie in gevels De blokken langs de Lebuïnuslaan vertonen hiërarchie tussen de representatieve langsgevels en de ondergeschikte kopgevels. Dit uit zich in onderscheid in de architectuur, niet in het programma; achter de kopgevels liggen ook woningen.
3.2. Parkbebouwing a. Alzijdig gelijkwaardige gevels Bij elk gebouw in het park zijn de verschillende gevels gelijkwaardig ontworpen. De gebouwen of bouwblokken zijn dus aan de buitenzijde alzijdig met rondom voorzijden en geen uitgesproken zijkanten. b. Bouwblokken worden als gesloten bouwblokken gemaakt Daar waar gevelwanden van een bouwblok niet bestaan uit woongevels, waaronder ook de auto-entrees, blijft de alzijdige contour en kwaliteit van een bouwblok leidend. De contour wordt afgemaakt met materialen die in alle zijden van het bouwblok worden toegepast. Hierbij kan er sprake zijn van een groene invulling. Afwijkend gematerialiseerde schuttingen op de erfgrens zijn niet toegestaan. c. Zone van begroeiing en tuinen Op sommige plekken zal het openbare park met het gras tot aan de gebouwen lopen. Op andere plekken behoort een strook van van ca. 3 meter tot de gebouwen, die wordt ingevuld met hagen en eventuele andere begroeiing. Op de plekken waar zich op maaiveld woningen bevinden, wordt
3.3.a. Tweelaagse plint met eigen uitstraling - Paul de Ruiter architects/Sónia Arrepia
3.1.a. Hiërarchie bij de Laanbebouwing; 3.2.a. gelijkwaardigheid en 3.2.b. continuïteit bij de Parkbebouwing
3.2.a. Voorbeelden van bouwblokken met rondom gelijkwaardige gevels, zonder blinde gevels op de hoek - Weusten Liedenbaum Architecten/Van Bekkum, Orange Architects/Streetview
die zone gebruikt voor private tuintjes voor de bewoners, omzoomd door begroeiing zoals hagen. Op andere plekken worden evt. voorzieningen t.b.v. het gebouw geïntegreerd in deze begroeide zoom.
3.3. Schakel a. Alzijdige representatieve plint Om dit hogere gebouw goed te laten landen wordt aan tenminste twee zijden (noord en oost, respectievelijk de zijden van de Lebuïnuslaan en het winkelcentrum) in de gevelarchitectuur een herkenbare plint over de onderste twee bouwlagen opgetrokken, met een open en levendige uitstraling aan de winkelcentrumzijde. Ook aan de andere zijden is aandacht voor een aantrekkelijke plintgevel. Ondersteunende functies zoals bergingen, containers en electra zijn in het gebouw ingepast. Gesloten geveldelen worden verzacht door middel van groene gevels en/of aansluitende groenvakken.
3.2.b. Voorbeelden van het continueren van de gevels ter hoogte van achtertuinen en entrees tot binnentuinen -Studio Ninedots/Sebastian van Damme
b. Windinvloed meenemen in hoofdmassa De hoofdmassa voorkomt windhinder bij de entrees, op maaiveld rondom het gebouw en bij de buitenruimtes, op basis van onderzoek naar de windbelasting bij het schetsontwerp. Latere toevoegingen zoals luifels in de openbare ruimte zijn geen optie.
3.4. Levendige plint Voor alle bebouwing geldt: de invulling van de plint zet in op voldoende en goede interactie tussen binnen buiten. Dichte geveldelen worden tot een minimum beperkt, en bij grotere lengtes verzacht door middel van groen. Ook in dat geval is het dichte geveldeel niet meer dan 10 meter lang.
3.5. Toegangspaden worden zoveel mogelijk gecombineerd toegepast Door woningentrees van woningen op de begane grond dichtbij elkaar te plaatsen, kunnen toegangspaden aan de parkzijde (deels) worden gedeeld, waarmee de mate van verharding kan worden gereduceerd. 9
4. Kwalitatieve private buitenruimtes Het is de bedoeling dat de toekomstige bewoners op een prettige manier van hun (semi)private buitenruimte kunnen genieten, zonder dat dit ten koste gaat van de beleving van anderen. Buitenruimtes zoals balkons en tuintjes vragen om privacy, en kunnen tegelijkertijd bijdragen aan sociale controle en ontmoeting. Daarom zijn een aantal regels met betrekking tot de vormgeving van de buitenruimtes geformuleerd. Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 4.1. Laanbebouwing a. Leefgalerijen met verblijfskwaliteit Aan de zuidzijde van de laanbebouwing langs de Lebuïnuslaan worden leefgalerijen toegepast. Hier is plaats voor zitruimte los van de loop- en vluchtroutes, zodat er een prettige ruimte is om te zitten. Langs de leefgalerij worden klimplanten geplant in de volle grond die langs de gevel omhoog groeien.
4.3. Beplanting rond private buitenruimte op maaiveld De tuinen van de woningen op maaiveld worden omzoomd met lage hagen of andere begroeiing op eigen terrein. Het is niet toegestaan bouwkundige erfafscheidingen zoals schuttingen te plaatsen.
4.4. Het ontwerp van de buitenruimte draagt bij aan ontmoeting Buitenruimtes worden zodanig ontworpen dat er voldoende privacy wordt ervaren, maar tegelijk sociale interactie tussen bewoners wordt gefaciliteerd.
4.2.a. Niet: volledig open balkon - SOME architects
b. Galerijen zijn geïntegreerd vormgegeven in de architectuur De vormgeving van de leefgalerijen wordt afgestemd op de architectuur.
4.2.a. Wel: privacy op het balkon, bijvoorbeeld door afrastering - KAW architecten
4.2. Parkbebouwing + Schakel a. Balkons zijn een intergraal onderdeel van de architectuur Materiaalkeuzes en vormgeving worden afgestemd op die van het bouwblok. De balkons zijn ondergeschikt en materiaalgebruik van de balkons komt terug in de gevels. Aangehangen balkons mogen het gevelbeeld niet domineren. 4.3. Voorbeeld van een tuin met haag - FORMHET
b. Geen volledig open balkons Balkons zijn relatief gesloten waardoor hier voldoende privacy wordt ervaren. c. Relatie tussen binnen en buiten De woninggevels faciliteren maximale uitwisseling tussen binnen en buiten. Woonkamers aan de parkzijde zijn daarvoor wenselijk. Daarnaast de toepassing van grote en te openen delen zoals deuren, schuifpuien en/of te openen ramen tot de grond, of waar nodig een trap als toegang tot de privétuin.
4.1.a. Voorbeeld van een leefgalerij: ruimte voor de woning om een stoel en tafel te plaatsen ligt los van de vluchtroute - LEVS architecten
4.2.c. Voorbeelden van trappetjes bij een verhoogde beganegrondverdieping als toegang tot een privétuintje
- MinAltan, Martens Willems Architecten/René de Wit
10
5. Ritmische en eigentijdse vormgeving De geleding van de gevels is een eigentijdse interpretatie van de typerende ritmische vormgeving van de bestaande laanbebouwing. Deze uitstraling is ook terug te vinden in de openbare ruimte. Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 5.1. Laanbebouwing a. Verticaliteit Langs de Lebuïnuslaan wordt in de gevelexpressie uiting gegeven aan de kermerkende verticaliteit die in de huidige laanbebouwing ontstaat door de ritmiek van de portieken. Voor de nieuwe bebouwing zijn portiekontslutingen geen vereiste, maar het terugbrengen van verticaliteit in de gevel wel. Deze regel geldt alleen voor de zijde langs de Lebuïnuslaan.
Bestaande bouw: portiek als verticaal onderdeel aan de Lebuïnuslaan
5.1.a. Kenmerkende verticale expressie in hedendaagse architectuur - KAW architecten
Laanbebouwing
Schakel
5.2. Parkbebouwing + Schakel a. Raster In de rest van het plangebied wordt zowel uiting gegeven aan horizontaliteit als verticaliteit in de gevel. De ritmiek in dit raster is nadrukkelijk gekoppeld aan de achterliggende woning waardoor deze herkenbaar is in het gevelbeeld. Er is sprake van een duidelijke regelmaat, met eventuele variatie die de regelmaat benadrukt. De invulling binnen het raster (in het kozijn) mag variëren.
Parkbebouwing
5.1. Positie van de Laanbebouwing in het plan
Regel openbare ruimte 5.3. Ritmiek in de openbare ruimte In de openbare ruimte ontstaat ritmiek door de repetitie van bomen en parkeren langs de Lebuïnuslaan (Laanstructuur). De bouwblokken worden gescheiden door terugkerende groene tussenruimtes met deels terugkerende vormgeving, maar kunnen meer een eigen uitstraling hebben (Parkstructuur).
5.2. Positie van de Parkebebouwing en de Schakel in het plan
5.3. Ritmiek in de openbare ruimte: formeel langs de laan, informeel in het park
5.2.a. Helder raster met variatie gekoppeld aan de woningen. Variatie benadrukt de regelmaat - Martens Willems Architecten
5.2.a. Raster met variërende vorm en invulling - Mangor & Nagel
11
6. Herkenbare entrees om prettig thuis te komen In de huidige buurt is oriëntatie soms lastig. Onderstaande regels zijn geformuleerd om de herkenbaarheid te verhogen en een anonieme woonomgeving te voorkomen. Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 6.1. Laanbebouwing a. Breed eenlaags entreeportaal De entrees van de blokken langs de Lebuïnuslaan zijn eenlaags en herkenbaar door de brede vormgeving.
6.2. Parkbebouwing + Schakel a. Tweelaagse hoofdentrees met representatie Elk parkgebouw, inclusief de Schakel, krijgt een herkenbaar entreeportaal ter hoogte van twee verdiepingen bij de hoofdentree. Iedere entree heeft een eigen identiteit.
6.2.a. Indicatie locaties tweelaagse hoofdentrees; de exacte locaties worden bepaald op basis van de gebouwontwerpen
6.3. Ensemble van de entree Bij elk gebouw geldt dat de samenhang tussen voordeur, gevelplastiek en huisnummer bijdraagt aan het gevoel van thuiskomen.
6.4. Fietsenbergingen voor bewoners als onderdeel van het architectonisch beeld Fietsgebruik wordt bij alle gebouwen gestimuleerd door gemakkelijk toegankelijke gemeenschappelijke of private fietsenbergingen. In het gevelbeeld is dit vormgegeven als aantrekkelijke entree.
6.2.a. Voorbeelden tweelaagse entrees
- Mecanoo, Croonenburo5/Funda, 1:1 architectuur
6.3. Mee-ontworpen markering van de entree - De Zwarte Hond
Regel openbare ruimte 6.5. Vormgeven aan entree in de openbare ruimte De parkentree van het gebouw wordt geaccentueerd in de openbare ruimte waardoor een entreepleintje ontstaat. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm door een verbreding van de verharding of toevoeging van een zitelement.
6.4. Fietsenstalling als onderdeel van het architectonisch beeld - ksw architekten
6.5. Zitelement bij de entreezone - LEVS architecten
12
7. Groen Ludgeruskwartier Het bestaande groene karakter in de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk behouden en versterkt. Op enkele plekken biedt de architectuur aanleiding voor aanvullende vergroening. Regels gebouw en bijbehorende buitenruimte 7.1. Laanbebouwing a. Vergroening leefgalerijen Groen in leefgalerijen wordt mee-ontworpen door het toepassen van klimplanten, geplant in de volle grond, voorzien van voldoende klim- en groeicondities. Daarbij speciale aandacht voor de gewenste transparantie en geslotenheid voor een prettig klimaat op de galerijen.
7.4. Natuurinclusiviteit als architectonische verbijzondering - Wienerberger, De Zwarte Hond
7.2. Parkbebouwing a. Vergroening binnenzijde bouwblok De binnenruimtes van de bouwblokken worden voorzien van beplanting ten behoeve van een hittebestendig en vriendelijk ogend woonklimaat. Bij voldoende ruimte zijn dit bomen, struiken en/of heesters met voldoende klim- en groeicondities. In andere gevallen, of aanvullend, worden galerijen aan de binnenzijde van de bouwblokken vergroend door het toepassen van klimplanten, voorzien van voldoende klim- en groeicondities. Als dit niet in volle grond kan, dan kan dat bijvoorbeeld door middel van het inpassen van grondbakken met voldoende maat.
7.1.a. Laanbebouwing: blokken met leefgalerijen
7.1.a. Vergroening leefgalerijen - Jardins Tramuntana, Nussmüller Architekten
7.2. Vergroening binnenzijde bouwblok - Felixx/De Zwarte Hond, Groencollectief Nederland/Van der Starre, Dakdokters Studio
7.3. Schakel a. Groen op of rond de plint Het prominente gebouw tussen de parkzone in het Ludgeruskwartier enerzijds en het Godebaldpark anderzijds, heeft een groene uitstraling. Dit kan door gevelbegroeiing op de onderste verdiepingen of door in het oog springende groenvakken aansluitend op de gevel.
7.4. Natuurinclusief bouwen wordt geïntegreerd in architectuur Ingrepen zijn ingetogen, of vormen een architectonische verbijzondering als onderdeel van het totale gevelbeeld. De nest- en kraamkasten vormen een onderdeel van het architectonisch ensemble. De ingrepen aan de gebouwen
worden ecologisch onderbouwd, zodat de onderkomens voor de dieren ook passen bij hun habitatseisen.
7.5. Groeiende erfafscheidingen dragen zo veel mogelijk bij aan de biodiversiteit Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van gemengde hagen met inheemse soorten.
7.2. Parkblokken met collectieve vergroening aan de binnenzijdes van de bouwblokken. Het middelste bouwblok heeft private dekken als ruimte voor groen
13
Regels openbare ruimte 7.6. Handhaven bestaande bomen In de stedenbouwkundige opzet is rekening gehouden met behoud van een groot aantal bomen, die vaak een prominente rol spelen in het beeld. Zorgvuldige inpassing, zowel i.r.t. gebouwen als de openbare ruimte, is essentieel.
7.7. Verharding wordt geminimaliseerd De openbare ruimte wordt ingericht met zo min mogelijk verharding. Grote aaneengesloten verhardingsvlakken worden vermeden. Waar mogelijk worden paden in halfverharding aangelegd.
7.12.
Wadi’s voor waterberging In het park worden wadi’s aangelegd om water in te bergen. Dit zijn glooiende laagtes die met bloemrijk gras ingevuld kunnen worden met eventueel aanleidingen voor natuurlijk spelen.
7.13.
Zitgelegenheid In het groen wordt voldoende zitgelegenheid geplaatst, zowel in de zon als in de schaduw.
7.8. Parkeren op open verharding De parkeerplaatsen aan de parkzijde van de laan worden de uitgevoerd in grasbetonverharding. Zie tevens paragraaf 2.5.b.
7.9. Streekeigen soorten Beplanting bestaat voor minimaal 70% uit streekeigen soorten. Dit draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit.
7.7. Paden in halfverharding in het park
7.10.
Variatie in beplanting met ecologische waarde Er is variatie en gelaagdheid in beplanting. In het park bestaat de basis uit grote bomen en gazon of bloemrijk gras. Dit wordt aangevuld met heesters en vaste planten, grotendeels jaarrond bloeiend. In het noordelijk, meer formele deel, bestaat beplanting voornamelijk uit gemengde hagen en grote bomen. Beplanting wordt afgestemd op de juiste doelsoorten. 7.10. Variatie en structuur in beplanting - Stefan Forster Architects
7.8. Groen parkeren op grasbetonverharding - MBI De Steenmeesters
7.11.
Robuuste beplanting Beplanting is sterk en robuust met royale afmetingen en sterke soorten. Hagen zijn minimaal 1 meter breed.
7.10. en 7.12. Variatie en structuur in beplanting rond een wadi - DS landschapsarchitecten
14
Beeldkwaliteitplan Ludgeruskwartier Woonbedrijf Ieder1 en Gemeente Deventer op basis van de Visie Beeldkwaliteit opgesteld door RROG Stedenbouw en Landschap 10 juli 2025