2026-192-bijlage-14 3.2 Afschrift akte van oprichting Stichting Koekstad Media 2025-07-11 1021810 geredigeerd
Tekst van het document
Docnr14
2025.107080.01/EMA
-1AKTE VAN OPRICHTING STICHTING KOEKSTAD MEDIA
Heden, elf juli tweeduizend vijfentwintig, verschenen voor mij, Radboud notaris te Deventer: 1. geboren te Zwolle op vijftien februari negentienhonderd negenenzestig, wonende te (gemeente Deventer), gehuwd; 2. geboren te Apeldoorn op dertien februari negentienhonderd vijfenzestig, wonende te ongehuwd en niet als partner geregistreerd. De verschenen personen verklaarden hierbij een stichting op te richten waarvan de statuten luiden als volgt: STATUTEN Naam en zetel Artikel 1. 1. De naam van de stichting is: Stichting Koekstad Media. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Deventer. Doel Artikel 2. 1. Het doel van de stichting is: a. het verzorgen van media-aanbod bestemd voor de gemeente of gemeenten waarvoor zij door het Commissariaat voor de Media als publieke lokale mediainstelling is aangewezen, hierna te noemen: “het verzorgingsgebied”; b. het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen. Zij gebruikt daarbij haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op het verzorgingsgebied; c.
het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor de verwezenlijking van haar doel bevorderlijk zijn. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. Vermogen Artikel 3. 1. Het vermogen van de stichting wordt onder meer gevormd door: a. inkomsten vanuit de door de stichting geïnitieerde activiteiten; b. subsidies en donaties; c. schenkingen, erfstellingen en legaten; d. alle andere verkrijgingen en baten. 2. Erfstellingen kunnen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden
-2aanvaard. Organen Artikel 4. 1. De stichting kent de volgende organen: Bestuur; Programmabeleid bepalend orgaan; Redactie. 2. Het bestuur is het bestuur in de zin van het Burgerlijk Wetboek en heeft alle taken en bevoegdheden die niet specifiek aan het programmabeleid bepalend orgaan of de redactie zijn opgedragen. 3. Het programmabeleid bepalend orgaan en de redactie hebben de specifiek in deze statuten opgenomen taken en bevoegdheden. Bestuur Artikel 5. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie (3) bestuurders. Slechts natuurlijke personen zijn tot bestuurder benoembaar. 2. Bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld. 3. De bestuurders worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier (4) jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurder is terstond en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
Het bestuur is evenwel verplicht zo spoedig mogelijk, in de vacature(s) te voorzien. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij door het bestuur aan te wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld. 5. Telkens wanneer het door deze statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en in de vacature(s) niet overeenkomstig het hiervoor bepaalde wordt voorzien, kan de rechtbank, op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie in de vervulling van de ledige plaats(en) voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht. 6. Het bestuur kan aan één of meer bestuurders een beloning toekennen. Bestuurders hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. Taak en bevoegdheden bestuur Artikel 6. 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
-32.
Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, en evenmin tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Bestuursvergaderingen Artikel 7. 1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland in de plaats zoals bij de oproeping van de vergadering is bepaald. Elk jaar wordt ten minste één (1) vergadering gehouden. 2. Alle vergaderingen kunnen worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elke deelnemer door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 3. Jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. 4. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer ten minste één bestuurder daartoe onder nauwkeurige opgave van de redenen, alsmede van de te behandelen onderwerpen daartoe de oproeping doet. 5.
De oproeping tot een vergadering geschiedt schriftelijk ten minste zeven (7) dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, met dien verstande dat de oproepingstermijn voor een vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding van de stichting is geagendeerd de oproepingstermijn ten minste drie (3) weken, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, bedraagt. De oproeping kan geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de bestuurder voor dit doel schriftelijk aan de stichting is bekend gemaakt. 6. Een oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is, voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder. 8. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris. 9.
Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. Besluitvorming bestuur Artikel 8. 1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten
-4-
2.
3.
4.
5.
6.
vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden. Aan de eis van schriftelijkheid wordt voldaan als de volmacht elektronisch is vastgelegd. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. a.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en onthoudt zich van het uitbrengen van een stem over een bestuursbesluit indien hij bij het onderwerp van het bestuursbesluit een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. De bestuurder heeft wel het recht de desbetreffende bestuursvergadering waarin het besluit aan de orde komt bij te wonen, met dien verstande dat hij niet meegerekend wordt bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders met betrekking tot het besluit. b. Indien op grond van het bepaalde in sub a geen enkele bestuurder aan de besluitvorming kan deelnemen en er derhalve geen besluit kan worden genomen wordt het besluit desalniettemin genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen, mits het besluit in het belang is van de stichting en de verwezenlijking van haar doel. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, over alle aan de orde komende onderwerpen, derhalve ook die tot statutenwijziging en ontbinding, mits schriftelijk en met algemene stemmen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één (1) stem.
Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien bij de oproeping tot een bestuursvergadering de mogelijkheid daartoe is geopend, zijn de bestuurders bevoegd hun bevoegdheden door middel van een elektronisch communicatiemiddel uit te oefenen, mits (i) de voorwaarden te stellen aan het gebruik van het communicatiemiddel zoals de verbinding, de beveiliging en dergelijke bij de oproeping worden bekendgemaakt, (ii) de bestuurder kan
-5worden geïdentificeerd, (iii) de bestuurder rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen op de vergadering, en (iv) indien deze mogelijkheid daartoe is geopend, de bestuurder kan deelnemen aan de beraadslagingen en (v) de bestuurder het stemrecht kan uitoefenen. 7. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij een of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 8. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Einde bestuurslidmaatschap Artikel 9. Het bestuurslidmaatschap van een bestuurder eindigt door: a. overlijden van de bestuurder; b. verlies door de bestuurder van het vrije beheer over zijn vermogen; c. aftreden van de bestuurder al dan niet volgens het in artikel 4 lid 3 bedoelde rooster van aftreden; d. ontslag verleend door de gezamenlijke overige bestuurders; e. ontslag op grond van het bepaalde in artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek. Programmabeleid bepalend orgaan Artikel 10. 1. Het programmabeleid bepalend orgaan bestaat uit een door het programmabeleid bepalend orgaan vast te stellen aantal van ten minste vijf (5) leden, met inachtneming van het bepaalde in lid 2. Slechts natuurlijke personen zijn tot lid van het programmabeleid bepalend orgaan benoembaar. 2.
Het programmabeleid bepalend orgaan dient zodanig te zijn samengesteld dat het representatief is voor de in het verzorgingsgebied voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. 3. Bij huishoudelijk reglement dan wel afzonderlijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven aangaande de samenstelling van het programmabeleid bepalend orgaan. 4. Het programmabeleid bepalend orgaan wijst uit haar midden een voorzitter aan. 5. De leden van het programmabeleid bepalend orgaan worden voor de eerste maal door het bestuur benoemd. In het vervolg worden de leden van het programmabeleid bepalend orgaan door het programmabeleid bepalend orgaan benoemd uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 6. Tot het opmaken van zo’n voordracht zijn bevoegd het bestuur, de leden van het programmabeleid bepalend orgaan dan wel bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. 6. Aan elke voordracht kan het bindende karakter worden ontnomen door een met ten minste twee derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het programmabeleid bepalend orgaan, genomen in een vergadering waarin ten minste twee derde (2/3e) van de leden van het programmabeleid bepalend orgaan tegenwoordig is. 7.
Is geen voordracht opgemaakt of besluit het programmabeleid bepalend orgaan overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het programmabeleid bepalend orgaan vrij in de keus.
-68.
Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. 9. De leden van het programmabeleid bepalend orgaan worden benoemd voor een periode van ten hoogste vijf (5) jaar. Zij treden af volgens een door het programmabeleid bepalend orgaan op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend lid is terstond en ten hoogte éénmaal herbenoembaar. Het in een tussentijdse vacature benoemde lid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 10. Ingeval van één of meer vacatures in het programmabeleid bepalend orgaan behoudt het programmabeleid bepalend orgaan zijn bevoegdheden. Het programmabeleid bepalend orgaan is evenwel verplicht zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een periode van vier (4) maanden, in de vacature(s) te voorzien. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het programmabeleid bepalend orgaan berust de taken van het programmabeleid bepalend orgaan tijdelijk bij door het programmabeleid bepalend orgaan aan te wijzen personen. Taken programmabeleid bepalend orgaan Artikel 11. 1. Het programmabeleid bepalend orgaan is belast met de volgende taken: a. het bepalen van het beleid voor het media-aanbod; b. het toetsen van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; d.
het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid. 2. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het programmabeleid bepalend orgaan zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Vergaderingen programmabeleid bepalend orgaan Artikel 12. 1. De vergaderingen van het programmabeleid bepalend orgaan worden gehouden in Nederland in de plaats zoals bij de oproeping van de vergadering is bepaald. Elk jaar wordt ten minste één (1) vergadering gehouden. 2. Vergaderingen kunnen worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 3. De vergaderingen van het programmabeleid bepalend orgaan worden bijgewoond door ten minste één bestuurder. Deze bestuurder heeft een adviserende stem. 4. a. Een lid van het programmabeleid bepalend orgaan neemt niet deel aan de beraadslaging en onthoudt zich van het uitbrengen van een stem over een besluit indien hij bij het onderwerp van het besluit een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting.
Het lid van het programmabeleid bepalend orgaan heeft wel het recht de desbetreffende vergadering waarin het besluit aan de orde komt bij te wonen, met dien verstande dat hij niet meegerekend wordt bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van het programmabeleid bepalend orgaan met betrekking tot het besluit.
-7b.
Indien op grond van het bepaalde in sub a geen enkel lid van het programmabeleid bepalend orgaan aan de besluitvorming kan deelnemen en er derhalve geen besluit kan worden genomen wordt het besluit desalniettemin genomen door het programmabeleid bepalend orgaan onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen, mits het besluit in het belang is van de stichting en de verwezenlijking van haar doel. 5. Ieder lid van het programmabeleid bepalend orgaan heeft het recht tot het uitbrengen van één (1) stem. Voor zover deze statuten of een reglement geen grotere meerderheid voorschrijven worden besluiten van het programmabeleid bepalend orgaan genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Einde lidmaatschap programmabeleid bepalend orgaan Artikel 13. 1. Het lidmaatschap van het programmabeleid bepalend orgaan eindigt: a. indien het lid van het programmabeleid bepalend orgaan heeft opgehouden vertegenwoordiger te zijn van een stroming; b. overlijden van het lid; c. verlies door lid van het vrije beheer over zijn vermogen; d. aftreden van het lid, al dan niet volgens het rooster van aftreding bedoeld in artikel 10 lid 9; e. ontslag verleend door de gezamenlijke overige leden. Redactie Artikel 14. 1.
De redactie bestaat uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers, onder wie een hoofdredacteur belast met de leiding van de redactie. Het redactiestatuut, de taakomschrijving van de redactie en de nadere regels ter zake van de verhouding tussen de hoofdredacteur, redactie en andere organen van de stichting worden goedgekeurd door het programmabeleid bepalend orgaan. 2. De hoofredacteur wordt door het bestuur, na overleg met het programmabeleid bepalend orgaan, aangesteld. 3. De hoofdredacteur kan uitsluitend met instemming van het programmabeleid bepalend orgaan door het bestuur worden ontslagen. Een zodanig besluit dient tevoren eveneens aan overleg met de redactie te worden onderworpen indien het ontslag op journalistieke gronden wordt verleend. 4. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen één (1) maand na het schoringsbesluit het in lid 3 bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. 5. De overige leden van de redactie worden op voorstel van het de hoofdredacteur benoemd door het bestuur. Ontslag wordt hun verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de medewerkers van de redactie. Vertegenwoordiging Artikel 15. 1.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
-82.
De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan ten minste twee (2) gezamenlijk handelende bestuurders. 3. Tegen een handelen in strijd met artikel 5 lid 2 kan tegen derden beroep worden gedaan. 4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Boekjaar en jaarstukken Artikel 16. 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar de jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag, de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en binnen één (1) maand na deze termijn vast te stellen. De jaarstukken worden opgesteld conform de eisen die het Commissariaat voor de Media stelt en die zijn opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording Publieke Lokale Media-instellingen.
Deze stukken worden door de bestuurders ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van één of meer bestuurders, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Het bestuur kan de balans en de staat van baten en lasten laten onderzoeken door een door het bestuur aangewezen registeraccountant, accountantadministratieconsulent dan wel een andere deskundige in de zin van artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek alsdan verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de in de eerste volzin van dit lid bedoelde stukken. Deze opdracht mag ook worden verleend aan een organisatie waarin registeraccountants en/of accountant-administratieconsulenten in de zin van artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek samenwerken. 4. Na vaststelling van de jaarstukken kan door eenieder kennis worden genomen van de jaarstukken en de rapportage van het programmabeleid bepalend orgaan. 5. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren. 6.
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. Commissies en werkgroepen Artikel 17.
-91.
Het bestuur kan één of meerdere commissies en werkgroepen instellen en opheffen. 2. Het bestuur stelt de taak en de bevoegdheden van de commissies en werkgroepen vast bij reglement. 3. De leden van de commissies worden benoemd en ontslagen door het bestuur, al dan niet uit zijn midden. Reglementen Artikel 18. 1. Het bestuur is bevoegd reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven. 2. Reglementen mogen niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. 3. Het bestuur is bevoegd reglementen te wijzigen of te beëindigen. 4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van reglementen is het bepaalde in artikel 19 lid 1 van overeenkomstige toepassing. Statutenwijziging Artikel 19. 1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden met een meerderheid van ten minste twee derde (2/3e) gedeelte van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde (2/3e) gedeelte van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is in deze vergadering niet ten minste twee derde (2/3e) gedeelte van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan vier (4) en niet later dan zes (6) weken na de eerste vergadering.
In deze tweede vergadering kan worden besloten omtrent de statutenwijziging met een meerderheid van ten minste twee derde (2/3e) gedeelte van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. 2. In de oproeping van de in dit artikel bedoelde vergaderingen dient het voorstel tot statutenwijziging en de woordelijke tekst van de akte te worden meegestuurd. 3. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te (doen) verlijden. 4. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Ontbinding en vereffening Artikel 20. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 19 lid 1 van overeenkomstige toepassing. 3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt daarbij een bewaarder van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers aangewezen en wordt tevens de
- 10 bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld. 4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 5. De bewaarder van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers dient na afloop van de vereffening de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven (7) jaren te bewaren. 6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Slotbepalingen Artikel 21. 1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. 2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit een geschrift blijkt. Overgangsbepaling Artikel 22. Het eerste boekjaar van de stichting loopt tot en met éénendertig december tweeduizend zesentwintig (31-12-2026). Dit artikel vervalt nadat het eerste boekjaar van de stichting is geëindigd. SLOTVERKLARINGEN Ten slotte verklaarden de verschenen personen: Voor de eerste maal zijn bestuurders, in de achter hun naam vermelde functie: a. voormeld, als voorzitter; b. geboren te op als penningmeester; c. geboren te op als secretaris.
SLOT De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend. Door mij, notaris, is de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen personen medegedeeld en toegelicht. Daarna verklaarden zij van die inhoud te hebben kennisgenomen en daarmee in te stemmen. WAARVAN AKTE is verleden te Deventer op de datum, in het hoofd van deze akte vermeld. Vervolgens is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing ondertekend door de verschenen personen en door mij, notaris. (Volgt ondertekening) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT Deventer, 11 juli 2025
- 11 -
notaris
- 12 -