CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-17-bijlage-1 GETEKEND Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen 2023

Raadsvergadering 11 maart 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland10.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

~ gemoente

Deventer Subsidieverordening Gecertificeerde lnstellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Deventer , gelezen het voorstel van het college van 3 februari 2026 geiet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, geiet op de Subsidieverordening Gecertificeerde lnstellingen Regio IJsselland 2020-2022, [overwegende dat deze subsidieverordening eind 2022 verloopt] besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde lnstellingen Regio IJsselland

lnhoudsopgave Hoofdstuk 1 Art. 1 Art. 2

Algemeen Begripsbepalingen Verantwoordelijkheid college

p. 2 p. 2

Hoofdstuk 2 Art. 3 Art. 4 Art. 5 Art. 6 Art. 7 Art. 8

Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Subsidiabele activiteiten Subsidieontvanger Maximaal aantal subsidieontvangers Subsidiabele producten

p. 3 p. 3 p. 3 p. 3

Art. 9 Art. 10 Art. 11

Hoogte subsidie lndieningstermijn aanvraag subsidieverlening lndieningsvereisten

Art. 12 Art. 13 Art. 14 Art. 15 Art. 16

Beslistermijn Overige voorwaarden voor subsidie

Subsidietijdvak Meerjarige subsidieverlening

Beoordelingscriteria Algemene meldplicht Communicatie en calamiteiten Voortgangsrapportages en -gesprekken Verwijzing voor jeugdhulp

p. 3 p.4 p.4 p.4 p.4 p. 5 p. 5 p. 5 p.6

Art. 19 Art. 20 Art. 21 Art. 22

Start van een maatregel Einde van een maatregel

p. 6 p. 6 & 7 p. 7 p. 7 p. 8

Overige verplichtingen lndieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie

p. 8 &9 p.9

Art. 23 Art. 24

lndieningsvereisten vaststelling subsidie lntrekkingsgronden

p.9 p.9

Hoofdstuk 3 Art. 25

Overige en slotbepalingen Afwijken

p. 9

Art. 26 Art. 27 Art. 28

Overgangsbepalingen lntrekking bestaande regeling lnwerkingtreding

p. 9 p. 10 p. 10

Art. 29 Bijlage 1

Citeertitel Uitwerking subsidiabele producten

p. 10 p. 11 t/m 25

Art. 17 Art. 18

Pagina 1 van 28

e

gemeente

Deventer Hoofdstuk 1

Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen vaneen GI, bijvoorbeeld in de vorm vaneen algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen. college: het college van burgemeester en wethouders; exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde lnstelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zieh in het geval van een volledige of gedeeltelijke beeindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van: a. het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden b.

overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren; het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze

producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuiteit benodigde administratieve ondersteuning; c. de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a; d. het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s); gecertificeerde instelling (GI): rechtspersoon die in het bezit is vaneen (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert; normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; GGD IJsselland: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, OIst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; RSJ IJsselland: het Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van

de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college 1. Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -

2.

reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde lnstellingen voor jeugdbescherming en reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening.

Pagina 2 van 28

.3M-

."Teente Deventer Hoofdstuk 2

Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeid in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende

2.

gemeenten van het GGD IJsselland, voor zover deze op grand van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde lnstelling moeten worden uitgevoerd. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde lnstelling.

Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde lnstellingen. Maximaal aantal subsidieontvangers Artikel 5 Maximaal drie Gecertificeerde lnstellingen kunnen een subsidie ontvangen. Subsidiabele producten Artikel 6 De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: a. Wettelijke producten: 1. ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar; 2. ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar; 3. voogdij; 4. Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding); 5. samenloop; 6. lntensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (1TB Harde Kern); 7. lntensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de lntegratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM); 8. GSM Advies 9. GSM Begeleiding 10. Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb); 11. Scholing- en Trainingsprogramma (STP); 12. instemmingsverklaring. b.

Vrijwillige producten: 1. Consultatie 2. FORZA 3. 4.

BASTA Veilige Start

Artikel 7 Subsidietijdvak 1. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023.

Pagina 3 van 28

e

gemeente

re

Deventer 2.

3.

Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiéring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario.

Meerjarige subsidieverlening Artikel 8 De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie 1. Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. 2. Het tarief wordt voor dejaren na 2024 eenmaal per jaar geindexeerd. 3. Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materièle kosten. 4. Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de 5.

contractstandaarden Jeugd. Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1.

6.

Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering.

7.

Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid.

Artikel 10 1. 2.

Buffervermogen

Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. Het college legt bij beschikking vast voor welke risico's het buffervermogen mag worden aangesproken.

3.

De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden.

4.

Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte.

5.

Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid.

Artikel 11 lndieningstermijn aanvraag subsidieverlening 1. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Pagina 4 van 28

e

gemeente

Deventer 2.

3. 4.

Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 tim 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend.

Artikel 12 lndieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: a. de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van c. d.

jeugdhulp; hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders;

f. g.

welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is;

h.

een exit plan.

e.

Artikel 13 Beslistermijn 1. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 tim 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep b. c.

jeugdbescherming en jeugdreclassering; de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten;

d.

de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van het GGD

e.

IJsselland; de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland.

Pagina 5 van 28

e

gemeente

Deventer Artikel 15 Beoordelingscriteria 1. Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 12. 2.

3.

Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, fen g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria

Maximaal aantal punten

b

16

c

16

d

16

E

16

f

16

g

16

Tataal maximaal

96

De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen. Score 4 wordt gegeven als de aanvrager onvoldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen. Score O wordt gegeven als de aanvrager siecht voldoet aan de vereisten en/of, biedt geen inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of geeft aanleiding twijfels te hebben over het kunnen realiseren van de doelstelling.

4.

Subsidie wordt verleend aan iedere aanvrager die 60 of meer punten behaald, tot een maximum van drie aanvragers.

5.

Bij meer dan drie aanvragers, wordt de subsidie verleend aan de drie aanvragers die het hoogste scoren. Het maken van een keuze tussen twee of meer aanvragen die gelijk hebben gescoord, vindt plaats door middel van het afnemen van een interview van de gelijk scorende aanvragers aan de hand van een casus. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: a. het samenwerken met de lokale toegang; b. de eigen kracht van het gezinssysteem; c. het impassen van lokale algemene voorzieningen; en d. het afschalen van de maatregel. Van deze interviews worden verslagen gemaakt, waarin de waardering van bovengenoemde punten wordt gemotiveerd.

Pagina 6 van 28

_.--..-~ gemeente

Deventer Artikel 16 Algemene meldplicht De subsidieontvanger is verplicht te melden aan het college wanneer: a. b. c.

de certificering dreigt te worden ingetrokken, geschorst of niet te worden verlengd; de financiéle continuiteit van de subsidieontvanger niet meer kan worden gegarandeerd; er feiten en/of ontwikkelingen zijn die ertoe leiden of toe kunnen leiden dat de producten niet kunnen worden verwezenlijkt;

d.

er een wijziging is van het huishoudelijk reglement, onder toezending van een afschrift van het nieuwe reglement; er een wijziging is in de bestuurssamenstelling.

e.

Artikel 17

Communicatie en calamiteiten

De subsidieontvanger is verplicht om zieh te houden aan het vastgestelde communicatieprotocol inclusief het escalatiemodel bij calamiteiten en crisis. De meest actuele versie is te vinden op de website van het RSJ IJsselland. Artikel 18 Voortgangsrapportages en -gesprekken 1. De subsidieontvanger is verplicht om iedere vier maanden als dit kan en anders ieder kwartaal, vijf werkdagen voorafgaand aan het prestatiedialoog (voortgangsgesprek) een voortgangsrapportage in te dienen. Deze bevat in ieder geval: a. aantal klachten en calamiteiten; b. cliénttevredenheid (volgens eigen meting); c. percentage waarbij het lukt om het eerste contact binnen 5 werkdagen te laten plaatsingen; d. percentage waarbij het binnen 6 weken lukt om een gezinsgerichte gedragen koers vast te stellen; e. percentage waarbij het lukt om binnen drie maanden passende (jeugd)hulp in te zetten; f. inzicht te geven in het verloop (in- en uitstroom}, (ziekte)verzuim en percentage PNIL ten aanzien van de medewerkers; g. inzicht in de ontwikkeling van de solvabiliteit en liquiditeit en rentabiliteit; 2.

h. prognose jaarrekeningresultaat lopend boekjaar. Het college levert ten behoeve van de prestatiedialogen aan: a. aantal jeugdigen die instromen, doorstromen en uitstromen, totaal en per gemeente; b. effectiviteit van de maatregel (succesvol beeindigd, herhaald beroep), duur van de maatregel, totaal en per gemeente; c. reden beèindiging en leeftijd; d. kosten per jeugdige.

3.

Tijdens de prestatiedialogen kennen we een aantal vaste inhoudelijke agendapunten die in ieder geval gaan over: a. de ontwikkelingen op basis van de aangeleverde informatie vanuit de subsidieontvanger en de regio zoals benoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel; b. ontwikkelingen in het kader van het vastgestelde ontwikkelpotentieel; c. samenwerking met lokale toegangen en de inzet van specialistische jeugdhulp, lichtere, wijkgerichte of lokale en voorliggende voorzieningen; d. aantal uithuisplaatsingen en daarbij ook het aantal jeugdigen dat binnen welke periode weer terugkeert naar huis (terugplaatsingen); e. de mate waarin de subsidieontvanger uitvoering geeft aan het bij aanvraag van de subsidie ingediende plan van aanpak als bedoeld in artikel 12;

Pagina 7 van 28

• gemeente

Deventer

4.

f. de mate waarin het lukt om voor jeugdigen die de leeftijd van 16,5 jaar bereiken, samen de jeugdige en zijn/haar netwerk een toekomstplan te maken. En daarmee samenhangend het percentage waarbij toekomstplan is besproken met lokale toegang. Drie keer per jaar vindt een prestatiedialoog plaats.

Artikel 19 1.

2.

3.

4. 5.

Jeugdhulp is niet altijd de oplossing om een ontwikkelingsbedreiging afte wenden. Sams zijn andere vormen van hulp nodig. Daarom neemt de subsidieontvanger, wanneer deze jeugdhulp wil inzetten, contact op met de, in de betreffende casus, contactpersoon van de gemeentelijke toegang. Hoe staat in de afspraken zoals gemaakt random 'Inzet jeugdhulp'. De subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang bekijken samen welke (jeugd)hulp passend is in de casus, voordat een jeugdhulpaanbieder is betrokken. Hierbij betrekken zij oak de eventuele mogelijkheden vanuit het lokale veld/voorliggende voorzieningen. Verwijzing vindt enkel plaats naar door het RSJ IJsselland gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Indien de subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang het niet eens kunnen worden over de inzet van (jeugd)hulp, dan heeft de subsidieontvanger de doorslaggevende stem. De GI heeft immers verwijsbevoegdheid en is bekwaam om in te schatten welke hulp ingezet kan worden. Indien deze situatie zieh voordoet, gaan de betreffende professionals hierna wel met elkaar in gesprek, al dan niet in het bijzijn van hun leidinggevende, om te bezien hoe dergelijke situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden. De subsidieontvanger maakt gebruik van het format voor de bepaling jeugdhulp zoals gepubliceerd op de website van het RSJ IJsselland.

De subsidieontvanger stuurt de bepaling jeugdhulp naar de betreffende jeugdhulpaanbieder en het door de betreffende gemeente opgegeven e-mailadres. In de cc wordt de contactpersoon van de gemeente meegenomen.

Artikel 20 1.

2.

Verwijzing voor jeugdhulp

Start van een maatregel

Conform de afspraken vanuit de vernieuwde werkwijze jeugd, vindt er binnen drie, maximaal vijf werkdagen nadat de maatregel is uitgesproken, de Ronde Tafel Start Maatregel plaats. De Raad voor de Kinderbescherming organiseert deze. Dit moment is bedoeld als overdracht vanuit de Raad voor de Kinderbescherming naar de subsidieontvanger. De Ronde Tafel Start Maatregel is bedoeld om: a.

aan de jeugdige (indien van toepassing) en ouder(s) duidelijk te maken wat de betreffende maatregel betekent;

b.

duidelijkheid te creeren over wie waarvoor verantwoordelijk is, zodat alle relevante betrokkenen (benoemd in het raadsrapport) op de hoogte zijn, het traject helder is en prioriteiten kunnen worden gesteld;

c.

te starten met het maken van een gedragen koers (plan van aanpak) waarbij uit wordt gegaan van een gezinsgerichte benadering;

d.

de contactpersoon van de lokale toegang te benoemen in de betreffende casus.

Artikel 21 1.

Einde van een maatregel

Er zijn twee momentan te onderscheiden waardoor een maatregel eindigt, te weten: a. maatregel hoeft niet verlengd te worden; b. maatregel kan tussentijds worden beeindigd.

Pagina 8 van 28

e

gemeente

Deventer 2.

Wanneer de subsidieontvanger voornemens is om de maatregel te beeindigen (los van het moment) vindt er afstemming plaats met de contactpersoon van de lokale toegang om gezamenlijk te bezien of het vrijwillig kader toereikend is en wat hiervoor eventueel nag moet gebeuren.

3.

Los van het moment van het einde van de maatregel, vindt er altijd een vloeiende overdracht plaats van de subsidieontvanger naar de lokale toegang. Dit middels de Ronde Tafel Einde

4.

Maatregel Niet Verlengen (maatregel hoeft niet verlengd te worden) of de Ronde Tafel Einde Maatregel Na Kinderrechter (maatregel kan tussentijds worden beèindigd). De werkwijze ten aanzien van de Ronde Tafels is beschreven in de afspraken random de vernieuwde werkwijze. Deze zijn hier van kracht.

Artikel 22 Overige verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht gedurende het subsidietijdvak: a. b. c.

d. e.

f.

g.

h. i. j.

k.

gecertificeerd te blijven, te voldoen aan de eisen die bij of krachtens Jeugdwet worden gesteld en te voldoen aan de voorwaarden genoemd in deze subsidieverordening; te beschikken over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel om de producten uit te kunnen voeren; in ieder geval uiterlijk 18 maanden voordat een jeugdige 18 jaar wordt afstemming te zoeken met de lokale toegang om een passend gezinsgericht toekomstperspectief te formuleren enter bevordering vaneen goede overgang 18- en 18+; de subsidieontvanger faciliteert en stimuleert samenwerking met andere betrokken partijen/ organisaties/lokale toegang gemeenten; zieh te gedragen als een goed hulpverlener en daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hem geldende professionele standaard, te handelen; bij de uitvoering van de subsidiabele producten in overeenstemming te handelen met alle toepasselijke regelgeving, de norm verantwoorde werktoedeling, de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de bij aanvraag overlegde bescheiden; aangesloten te zijn bij de verwijsindex, bedoeld in artikel 7.1.2.1 van de Jeugdwet, en hiervan in overeenstemming met de gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 7.1.3.1, eerste lid, van de Jeugdwet, gebruik te maken; zorg te dragen voor een overdracht bij de beeindiging van de subsidie in het kader van zorgcontinuiteit;

zodra daar aanleiding toe is, uitvoering te geven aan het exitplan; binnen tien werkdagen nadat de rechter de maatregel heeft opgelegd, aan de gemeente waar de jeugdige woonplaats heeft via VECOZO te melden dat een product wordt uitgevoegd door de subsidieontvanger en binnen tien werkdagen via VECOZO te melden dat het product is beéindigd. Deze berichten vinden plaats op basis van BSN, op individueel cliéntniveau; binnen< .. termijn> via VECOZO de ingezette zorg te declareren bij de gemeente waar de jeugdige woonplaats heeft. Hierbij dient de subsidieontvanger het meest recente

I.

Administratieprotocol in acht te nemen; zolang de mailfaciliteit van VECOZO nag niet beschikbaar is, dient de subsidieontvanger te beschikken over programmatuur waarmee beveiligde communicatie per mail kan plaatsvinden. Deze programmatuur moet gebruikt worden bij het uitwisselen van informatie

Pagina 9 van 28

)>

€ "semeente

Deventer

tussen de subsidieontvanger en gemeente, anders dan het uitwisselen van berichten zoals bedoeld onder j en k van dit artikel. m. uiterlijk 1 april na afloop van het betreffende kalenderjaar een productieverantwoording per gemeente te overleggen met daarbij een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Hierbij is het Algemeen Accountantsprotocol Financièle Productieverantwoording Wmo en Jeugdwet van toepassing. Artikel 23 lndieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie 1. De subsidie wordt per kalenderjaar als onderdeel van het totale subsidietijdvak jaarlijks 2. 3.

vastgesteld. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 1 aprii na afloop van het betreffende kalenderjaar in. Het college beslist, na ontvangst, binnen 13 weken op een aanvraag om subsidievaststelling.

Artikel 24 lndieningsvereisten vaststelling subsidie 1. Bij de aanvraag tot vaststelling worden overgelegd: a. een door een bevoegde functionaris ondertekende bestuursverklaring; b. de op het betreffende kalenderjaar ziende jaarverantwoording, voorzien van een accountantsverklaring. 2. De reeds overgelegde stukken als bedoeld in artikel 22 onder m worden bij de beslissing tot vaststelling van de subsidie betrokken. Artikel 25 lntrekkingsgronden Een subsidie kan worden ingetrokken wanneer: a. het aan de subsidieontvanger afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet niet wordt verlengd, wordt geschorst of wordt ingetrokken; b. naar het oordeel van het college aannemelijk is dat niet meer wordt voldaan of niet meer zal c.

worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in deze subsidieverordening; aan subsidieontvanger surseance van betaling is verleend of tegen hem het faillissement is uitgesproken.

Hoofdstuk 3 Overige en slotbepalingen Artikel 26 Afwijken Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in deze verordening ten gunste van belanghebbenden buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 27 1. 2.

Overgangsbepalingen

Op subsidies die zijn verleend vóór de in artikel 29 genoemde datum, maar op die datum nog niet zijn vastgesteld, blijft de in artikel 29 genoemde verordening van toepassing. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de in artikel 29 genoemde datum, maar waarop op die datum nog niet is beslist, is deze verordening van kracht.

Pagina 1 O van 28

~ gemeente

Deventer

Artikel 28 Intrekking bestaande regeling De Subsidieverordening Gecertificeerde lnstellingen Regio IJsselland 2023 (in werking getreden op 28 september 2022) wordt ingetrokken. Artikel 29

lnwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop het in het Gemeenteblad is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Artikel 30 Citeertitel Deze subsidieverordening wordt aangehaald als: 'Subsidieverordening Gecertificeerde lnstellingen Regio IJsselland'.

vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 maart 2026

de voorzitter,

Pagina 11 van 28

a

a aeete Deventer Bijlage 1 Uitwerking subsidiabele producten Algemene beschrijving jeugdbescherming Wettelijk kader De wet- en regelgeving kent de volgende kinderbeschermingsmaatregelen: voogdij en voorlopige voogdij op grand van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW); ondertoezichtstelling (OTS) (artikel 1:255 BW); voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) (artikel 1:257 BW). Deze kinderbeschermingsmaatregelen worden, meestal op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), opgelegd door de kinderrechter. Een Gecertificeerde lnstelling (GI}, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, wordt door de rechtbank benoemd en met de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen belast. Bij een OTS en VOTS wordt de GI benoemd als sprake is van de volgende omstandigheden: de ontwikkeling vaneen minderjarige wordt ernstig bedreigd; én de ouder(s) die het gezag uitoefenen en/of de minderjarige accepteren de noodzakelijke hulpverlening niet of onvoldoende; én de verwachting is gerechtvaardigd dat de ouder(s) in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding binnen een voor de jeugdige aanvaardbare termijn te dragen. In de situatie van een VOTS is de situatie zo acuut, dat een regulier onderzoek door de RvdK en de procedure bij de rechtbank niet kan worden afgewacht. De rechtbank kan dan een VOTS uitspreken voor maximaal drie maanden.

Daarna eindigt de VOTS of wordt deze omgezet in een OTS. Het gedwongen kader is een tijdelijke interventie in het leven van een jeugdige/gezin. Daarom is het van belang om als lokale toegang en GI samen op te lopen (voor start/ voor einde maatregel, tussentijds waar nodig en tijdig contact bij afloop maatregel i.v.m. bereiken 18 jarige leeftijd), zodat er voor het gezin een doorgaande lijn ontstaat. De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan toezicht, begeleiding en contact en de frequentie zijn vermeid in het plan van aanpak en de richtlijnen van de GI. Beschrijving subsidiabele producten (artikel 6 Subsidieverordening)

OTS <1 jaar Doel Het doel is het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging. Bij dit product gaat het om de uitvoering van het eerste jaar van de OTS, waarvoor de rechtbank de Gecertificeerde lnstelling (GI) heeft benoemd. Beoogd resultaat Het doel is het creeren van (voldoende) ontwikkelingsmogelijkheden en een duurzaam veilige opvoedingssituatie voor de jeugdige en oak ouder(s) versterken in het hernemen van (opvoedings)verantwoordelijkheid (en daarbij behorend gedrag). De GI richt zieh bij de uitvoering van de OTS op het opheffen van de concrete ontwikkelingsbedreigingen zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank. Pagina 12 van 28

e

gemeente

Deventer

Duur Een OTS wordt voor maximaal één jaar uitgesproken en kan op verzoek van de gecertificeerde instelling door de rechtbank bij noodzakelijkheid worden verlengd met maximaal één jaar. Productspecifieke eisen de jeugdbeschermer houdt toezicht op de jeugdige en zorgt dat aan de jeugdige en de met gezag belaste ouder(s) hulp en steun wordt geboden. De inspanningen zijn erop gericht om waar mogelijk de ouder(s) zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te laten dragen; de jeugdbeschermer stimuleert de ontwikkeling naar zelfstandigheid van de jeugdige; de jeugdbeschermer bevordert de gezinsband tussen de ouder(s) met gezag en de jeugdige; de jeugdbeschermer voert de regie over de ingezette hulpverlening. Hierbij wordt zowel gekeken naar de mogelijkheden van het netwerk, de inzet van voorliggende voorzieningen (lokale sociale infrastructuur) en waar noodzakelijk de inzet van jeugdhulp; tijdige en zorgvuldige overdracht vanuit GI naar lokale toegang bij afloop van de maatregel. Hierbij is het toekomstperspectief helder.

OTS >1 jaar Doel Het doel is het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging. Bij dit product gaat het om de uitvoering van het tweede jaar en eventueel volgende jaren van de OTS, waarvoor de rechtbank de GI heeft benoemd. Beoogd resultaat Het doel is om de ontwikkelingsbedreiging zodanig afte wenden dat inzet in een gedwongen kader niet meer nodig is. De GI richt zieh bij de uitvoering van de OTS op het opheffen van de concrete ontwikkelingsbedreigingen zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank. Vanaf het tweede jaar van de OTS ligt het accent daarnaast op het in kaart brengen en daaruit volgende acties ondernemen om het perspectief van de jeugdige duidelijk te krijgen. Duur Een OTS wordt voor maximaal één jaar uitgesproken en kan op verzoek van de GI door de rechtbank steeds worden verlengd met maximaal één jaar. Productspecifieke eisen de jeugdbeschermer houdt toezicht op de jeugdige en zorgt dat aan de jeugdige en de met gezag belaste ouder(s) hulp en steun wordt geboden. De inspanningen zijn erop gericht om waar mogelijk de ouder(s) zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te laten dragen en zo de veiligheid van de jeugdige te borgen; de jeugdbeschermer stimuleert de ontwikkeling naar zelfstandigheid van de jeugdige; de jeugdbeschermer bevordert de gezinsband tussen de ouders met gezag en de jeugdige;

Pagina 13 van 28

e

gemeente

Deventer de jeugdbeschermer voert de regie over de ingezette hulpverlening. Hierbij wordt zowel gekeken naar de mogelijkheden van het netwerk, de inzet van voorliggende voorzieningen als de inzet van maatwerkvoorzieningen; tijdige en zorgvuldige overdracht vanuit GI naar lokale toegang bij afloop van de maatregel.

Voogdij (ontheffing/ontzetting ouderlijk gezag) en VoVo (spoedeisende maatregelen/voorlopige voogdij) Algemene beschrijving Een jeugdige staat onder gezag. Dit kan ouderlijk gezag of voogdij zijn. Bij voogdij wordt het gezag door een ander dan de ouder van de jeugdige uitgeoefend. Dit kan een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld een oom, tante, opa, orna, burgervoogd, pleegouders, etc.) of een GI zijn. Bij voogdij en voorlopige voogdij in deze context wordt de GI met het gezag over een minderjarige (jeugdige tot 18 jaar) belast. Een GI kan in verschillende situaties met de (voorlopige) voogdij worden belast: er is geen ouder of ander persoon (meer) die het gezag kan uitoefenen (bv. vanwege overlijden van de ouder(s) of onbevoegdheid van de ouder, artikel 1:295 en 1:253r BW); het gezag van de ouder(s) is door de rechter beéindigd (artikel 1:266 BW); er is een acute situatie die bedreigend is voor het kind en iemand anders dan de ouder moet de beslissingen nemen (voorlopige voogdij, artikel 1:241 BW). In geval van voogdij draagt de jeugdbeschermer er zorg voor dat de verzorging en opvoeding door een ander wordt opgepakt (pleeggezin, leefgroep of anders) en onderhoudt de jeugdbeschermer contact met het netwerk. Waar nodig zet de jeugdbeschermer, in afstemming met de lokale toegang, hulpverlening in.

De jeugdbeschermer onderzoekt of de oorspronkelijke gezagssituatie met de biologische ouder(s) (deels) hersteld kan worden, dan wel dat de voogdij (weer) bij een natuurlijk persoon belegd kan worden. Daarnaast is de GI als voogd de wettelijk vertegenwoordiger van de jeugdige en dient de GI toezicht te houden op- en zorg te dragen voor het beheer van het vermogen van de jeugdige. Doel Een voogdijmaatregel is gericht op het voorzien in het gezag vaneen jeugdige als de ouder(s) hiertoe zelf niet in staat is/zijn of is/zijn overleden. Beoogd resultaat De ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige is afgewend en de fysieke en/of psychische veiligheid is geborgd. De jeugdige heeft een stabiele opvoedingssituatie. Er is contact tussen de jeugdige en zijn/haar oorspronkelijke milieu, tenzij dat niet in zijn/haar belang is. De jeugdige wordt vertegenwoordigd in zaken waarin een wettelijke vertegenwoordiger nodig is en zijn/haar vermogen wordt op een verantwoorde wijze beheerd. Productspecifieke eisen De jeugdbeschermer ziet toe op de kwaliteit van de opvoeding en verzorging en zet - indien nodig - hulpverlening in. Hierbij wordt zowel gekeken naar de mogelijkheden van het netwerk, de inzet van voorliggende voorzieningen als de inzet van maatwerkvoorzieningen; de jeugdbeschermer informeert de ouder(s) zonder gezag zoveel mogelijk over ontwikkelingen rond de jeugdige; Pagina 14 van 28

)>

€"semeente

Deventer

wanneer mogelijk zet de jeugdbeschermer zieh ervoor in om toe te werken naar een situatie waarbij de voogdij voor de jeugdige (weer) bij een natuurlijk persoon belegd is. Het verdient de voorkeur dat dit binnen het sociale netwerk van de jeugdige gebeurt; er wordt wanneer mogelijk ingezet op contact van de jeugdige met zijn oorspronkelijke milieu; de rechter kan een voorlopige voogdij {hierna: VoVo) uitspreken. De VoVo eindigt 3 maanden na de datum van de beschikking, tenzij voor die datum om een voorziening in het gezag over de jeugdige is verzocht; tijdige en zorgvuldige overdracht vanuit GI naar de lokale toegang bij afloop van de maatregel en indien de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt. Duur Een voorlopige voogdij eindigt 3 maanden na de datum van de beschikking, tenzij voor die datum om een voorziening in het gezag over de jeugdige is verzocht. De voogdij kan duren tot de jeugdige 18 jaar is, tenzij de rechter anders beslist. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de rechter een ander als voogd benoemt of het gezag van de ouders herstelt.

Algemene beschrijving jeugdreclassering Jeugdreclassering voert begeleiding en controle uit als een jeugdige van 12 jaar of ouder een strafbaar feit heeft gepleegd. Jeugdreclassering kan worden ingezet bij jeugdigen van 12 tot 18 jaar die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht. De begeleiding kan doorlopen tot na de 18° verjaardag. AIs het delict gepleegd wordt na de 18° verjaardag, dan is in principe het volwassenstrafrecht van toepassing. Het jeugdstrafrecht kán echter tot 23 jaar toegepast worden als het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. Dat gebeurt dan op grand van het adolescentenstrafrecht (ASR). De gedachte daarachter is dat zolang de hersenen nag in ontwikkeling zijn, het gedrag van de verdachte maximaal bijgestuurd kan worden. In het jeugdstrafrecht ligt daarop het accent, terwijl in het gewone strafrecht vergelding voorop staat. Voorbeelden van strafbare feiten zijn vernieling, regelmatig schoolverzuim of mishandeling. Het doel van jeugdreclassering is om in samenwerking met ouder(s) of netwerk, het gedrag van de jeugdige te veranderen en recidive te voorkomen. In elke fase van het strafproces kan jeugdreclassering ingezet worden. Dit gebeurt soms als enige strafrechtelijke stap en soms als onderdeel vaneen pakket aan maatregelen.

Jeugdreclassering wordt vrijwel altijd ingezet op verzoek van en/of na onderzoek door de RvdK, in samenspraak met de Officier van Justitie (OvJ). De jeugdreclasseringswerker rapporteert altijd terug naar de RvdK en eventueel naar het Openbaar Ministerie (OM) en/of de rechtbank. In de praktijk bestaat jeugdreclassering uit een combinatie van intensieve hulp aan en toezicht op een jeugdige. Het doel is deze weer op het rechte pad te brengen en te houden. Er zijn verschillende maatregelen van jeugdreclassering. De jeugdreclassering wordt uitsluitend uitgevoerd door SKJgeregistreerde jeugdzorgprofessionals in dienst vaneen GI. De meest voorkomende maatregel is de maatregel Toezicht & Begeleiding (T&B). Deze wordt opgelegd door de kinderrechter of de OvJ en is verbanden aan een voorwaardelijke straf. De jeugdige is daarom verplicht de begeleiding te accepteren. Het heeft gevolgen als hij/zij dit niet doet. Als de Pagina 15 van 28

e

gemeente

Deventer jeugdige nag moet voorkomen bij de kinderrechter, dan kan de RvdK het aanbod doen om de jeugdige vrijwillig te laten begeleiden tot aan de zitting. Dit heet Toezicht & Begeleiding en is een vorm van vrijwillige begeleiding. Het gebeurt regelmatig (tot aan de zitting) dat deze vorm van begeleiding later wordt omgezet in de Maatregel Toezicht & Begeleiding (na uitspraak van de kinderrechter). Het doel is het begeleiden van de jeugdige in een positieve ontwikkelingsrichting en het voorkomen van recidive. Het jeugdstrafrecht kent als bijzondere begeleidingsvormen binnen Toezicht en Begeleiding de lntensieve Traject Begeleiding (1TB). Bij jonge delictplegers met ernstige gedragsproblemen is het mogelijk om bij vonnis een gedragsbeinvloedende maatregel (GBM) op te leggen. Dit gebeurt wanneer plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (de zogenoemde PIJ-maatregel) te zwaar is en een voorwaardelijke veroordeling met bijzondere voorwaarden te licht. Het accent ligt niet op straf maar op gedragsverandering. Het gedwongen kader is een tijdelijke interventie in het leven van een jeugdige/gezin. Daarom is het van belang om als lokale toegang en GI samen op te lopen (voor start/voor einde maatregel, tussentijds waar nodig en tijdig contact bij afloop maatregel i.v.m. bereiken 18 jarige leeftijd), zodat er voor het gezin een doorgaande lijn ontstaat.

De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan toezicht, begeleiding en contact en de frequentie zijn vermeid in het plan van aanpak en de richtlijnen van de GI.

Jr regulier - Toezicht & Begeleiding (T&B) Algemene beschrijving Maatregel van jeugdreclassering met als doel te voorkomen dat de jeugdige opnieuw de fout ingaat (recidiveert) en hem/haar te begeleiden in een positieve ontwikkelingsrichting. Dit gebeurt onder meer door middel van zinvolle dagbesteding (school of werk) en vrijetijdsbesteding. Oak kan via deze maatregel begeleiding geboden worden op het gebied van wonen, budgetteren, sociale vaardigheden en hulp bij verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek. De maatregel Toezicht en Begeleiding (= jr regulier) kan ingezet worden in de volgende situaties: in afwachting van een rechtszitting; tijdens of na een plaatsing in een Justitièle Jeugdinrichting (JJl); bij een schorsing vaneen 'in verzekeringstelling'; tijdens en na een taakstraf; na het maken van een proces-verbaal door de leerplichtambtenaar; als voorwaarde van de Officier van Justitie voor niet verdere vervolging (voorwaardelijk sepot); als voorwaarde voor de schorsing van de voorlopige hechtenis; als voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke taakstraf, jeugddetentie of Plaatsing in een lnrichting voor Jongeren (PIJ); als schorsende voorwaarde bij het aanhouden van een strafzitting (bijvoorbeeld in afwachting van een persoonlijkheidsonderzoek vaneen jongere).

Doel De maatregel Toezicht en Begeleiding (T&B) heeft als doel de jeugdige te begeleiden in een positieve ontwikkelingsrichting en te voorkomen dat hij of zij terugvalt (recidiveert). Pagina 16 van 28

o

a aneente Deventer

Beoogd resultaat De doelen van de maatregel worden door de jeugdige, de ouder(s), het netwerk van de jeugdige en de jeugdreclassering gezamenlijk opgesteld om de positieve ontwikkeling van de jeugdige optimaal te stimuleren en de kans op recidive te verkleinen. Productspecifieke eisen de begeleiding en ondersteuning is zowel op de jeugdige als op het gezin en netwerk gericht. Samen met de jeugdige en diens ouder(s) of opvoeders en/of netwerk wordt een plan gemaakt gericht op voorkomen van recidive en realiseren vaneen positieve gedragsverandering bij de jeugdige; regie voeren en toezicht houden op de aanpak, de jeugdige, het gezin en/of de betrokken professionals en instanties; de begeleiding wordt veelal gecombineerd met aanvullende vormen van jeugdhulp; er wordt intensief samengewerkt met de jeugdige, het gezin, de politie en justitie, school, de vriendenkring, de werkplek van de jongere en de lokale toegang van de gemeente; als de maatregel niet met succes wordt voltooid of als de jeugdige zieh onttrekt aan de maatregel heeft dit strafrechtelijke gevolgen. Duur De maatregel Toezicht en Begeleiding door jeugdreclassering duurt minimaal 6 maanden en maximaal 2 jaar (verlenging met 1 jaar is mogelijk). De vrijwillige Toezicht en Begeleiding duurt 6 maanden en kan eenmaal worden verlengd met 6 maanden.

1TB Harde Kern (1TB = lntensieve Trajectbegeleiding) Algemene beschrijving 1TB Harde Kern is een vorm van toezicht en begeleiding en staat ook bekend als 1TB Plus. Dit kan worden opgelegd bij jeugdigen die structureel ernstige delicten plegen. Het laatste delict dat is gepleegd kan worden bestraft met een detentie. Ook kan 1TB Harde Kern worden opgelegd indien sprake is vaneen zogenaamde veelpleger die in korte tijd verschillende delicten heeft gepleegd. 1TB Harde Kern wordt wel gezien als een vervanging van detentie. In veel gevallen is dit een "laatste kans". De maatregel kan worden ingezet in de volgende situaties: als bijzondere voorwaarde bij schorsing van de voorlopige hechtenis; als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke jeugddetentie, opgelegd bij vonnis; bij een voorwaardelijke PIJ, opgelegd bij vonnis; bij een voorwaardelijke invrijheidsstelling na een jeugddetentie; als programma onderdeel van de gedragsbeinvloedende maatregel (GBM). Doel Het doel van de trajectbegeleiding is de jeugdige een nieuwe start te maken zonder criminaliteit.

Pagina 17 van 28

o gemeente

Deventer Beoogd resultaat De doelen van de maatregel worden door de jeugdige, de ouder(s), het netwerk van de jeugdige en de jeugdreclassering gezamenlijk opgesteld om de positieve ontwikkeling van de jeugdige optimaal te stimuleren en de kans op recidive te verkleinen.

Productspecifieke eisen de trajectbegeleiding is zowel op de jeugdige als op het gezin en netwerk gericht. De jeugdige krijgt een strikt dagrooster; er is sprake van strenge controle van de jeugdige. In sommige gevallen wordt elektronische controle ingezet of moet een jeugdige zieh houden aan een gebiedsverbod; de trajectbegeleiding wordt veelal gecombineerd met aanvullende vormen van jeugdhulp; er wordt intensief samengewerkt met de jeugdige, het gezin, de politie en justitie, school, de vriendenkring, de werkplek van de jongere en indien de jeugdige bekend is bij de lokale toegang, ook met de lokale toegang; tijdens het begeleidingstraject heeft de jeugdreclasseerder verschillende keren per week contact met de jeugdige; als de maatregel niet met succes wordt voltooid of als de jeugdige zieh onttrekt aan de maatregel heeft dit strafrechtelijk gevolgen, bijvoorbeeld tenuitvoerlegging van de jeugddetentie of PIJ. Duur ITB-Harde kern duurt maximaal 6 maanden.

1TB CRIEM (Criminaliteit in Relatie tot de lntegratie van Etnische Minderheden) Algemene beschrijving 1TB GRIEM is een vorm van toezicht en begeleiding. Dit kan worden opgelegd bij jeugdigen van niet Westerse afkomst die voor de eerste keer, of voor verschillende lichte vergrijpen met justitie in aanraking komen. De maatregel kan worden ingezet in de volgende situaties: in afwachting van een rechtszitting; tijdens of na een plaatsing in een Justitièle Jeugdinrichting (JJl); bij een schorsing van een 'in verzekeringstelling'; tijdens en na een taakstraf; na het maken vaneen proces-verbaal door de leerplichtambtenaar; als voorwaarde van de Officier van Justitie voor niet verdere vervolging (voorwaardelijk sepot); als voorwaarde voor de schorsing van de voorlopige hechtenis; als voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke taakstraf, jeugddetentie of Plaatsing in een lnrichting voor Jongeren (PIJ); als schorsende voorwaarde bij het aanhouden van een strafzitting (bijvoorbeeld in afwachting van een persoonlijkheidsonderzoek vaneen jongere). Doel Het doel van de trajectbegeleiding is de jeugdige te begeleiden in een positieve ontwikkelingsrichting Pagina 18 van 28

• gemeente

Deventer zodat wordt voorkomen dat de jeugdige recidiveert en verder afglijdt naar criminaliteit. Beoogd resultaat Aandacht voor het risica van het leven tussen twee culturen en de problemen die dat met zieh mee kan brengen en het bevorderen van integratie. Centraal staat het tegengaan of opheffen van maatschappelijke marginalisatie.

Productspecifieke eisen de trajectbegeleiding is zowel op de jeugdige als op het gezin en het netwerk gericht; er wordt ingezet op onder meer het versterken van een positief sociaal netwerk van de jeugdige; tijdens het begeleidingstraject heeft de jeugdreclasseerder verschillende keren per week contact met de jongere. Duur ITS-CRI EM duurt 3 maanden en kan eventueel eenmaal verlengd worden met drie maanden.

GBM (Gedragsbeinvloedende maatregel) ADVIES/HAALBAARHEIDSONDERZOEK Algemene beschrijving De gedragsbeinvloedende maatregel (GBM) is bedoeld voor jeugdigen die een ernstig misdrijf of veelvuldige delicten hebben gepleegd en die kam pen met psychische problematiek. Deze jeugdigen hebben problemen op veel leefgebieden. De maatregel wordt vaak ingezet als andere strafrechtelijke interventies geen vruchten hebben afgeworpen. Voorafgaand aan de oplegging van de GSM wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Dit gebeurt dan door de GI. Doel Onderzoek naar de haalbaarheid van GSM. De jeugdreclasseerder onderzoekt of de jeugdige, zijn/haar netwerk en de ouder(s) mee willen werken aan het behalen van de doelen. Er is intensief contact met de jeugdige, de ouders, andere leden van het gezin en het omringende netwerk. Oak zorgaanbieders worden benaderd zodat zorg op maat kan worden geboden, net zoals de betreffende gemeente. De motivatie van de jeugdige, zijn/haar netwerk en de ouder(s) wordt onderzocht. Beoogd resultaat Een rapport ten behoeve van de RvdK, waarin de haalbaarheid van het te geven advies van de RvdK aan de rechtbank, op de punten die benoemt staan uiteen zijn gezet.

Productspecifieke eisen de GI voert een intensief haalbaarheidsonderzoek uit en geeft advies aan de RvdK; bij een positief advies: Plan van aanpak wordt voorafgaand aan de strafzitting toegestuurd aan de rechtbank; de jeugdreclassering werkt nauw samen met de netwerkpartners alsmede met gedragswetenschappers; Pagina 19 van 28

M. €1s.e

Deventer

dit product kan eenmalig worden ingezet. Duur De jeugdreclasseerder heeft 6 weken om het haalbaarheidsonderzoek te doen.

Pagina 20 van 28

e

gemeente

Deventer GBM (Gedragsbeinvloedende maatregel) begeleiding Algemene beschrijving De gedragsbeinvloedende maatregel (GBM) is bedoeld voor jeugdigen die een ernstig misdrijf of veelvuldige delicten hebben gepleegd en die kam pen met psychische problematiek. Deze jeugdigen hebben problemen op veel leefgebieden. De maatregel wordt vaak ingezet als andere strafrechtelijke interventies geen vruchten hebben afgeworpen. Voordat GBM begeleiding wordt geadviseerd, heeft er een intensief haalbaarheidsonderzoek plaatsgevonden. Doel Het accent van de gedragsbeinvloedende maatregel ligt op het tot stand brengen van een gedragsverandering. De gedragsbeinvloedende maatregel heeft tot doel de heropvoeding van de jeugdige. Beoogd resultaat Door behandeling en de aanpak van de gedragsproblematiek van de jeugdige wordt beoogd de kans op recidive terug te dringen. Tevens is de maatregel gericht op het bevorderen van de re-integratie van de jeugdige in de maatschappij. Productspecifieke eisen GBM wordt door de rechter opgelegd. Het programma wordt in de rechterlijke uitspraak opgenomen; er wordt een programma op maat samengesteld dat specifiek op de jeugdige, de ouder(s) en zijn/haar netwerk gerichte zorgmodules bevat.

Allerlei vormen van zorg en ondersteuning kunnen worden ingezet: psychiatrische hulp, verslavingszorg, begeleiding en/of training; GBM is een niet-vrijheidsbenemende strafrechtelijke maatregel (art. 77w e.v. Wetboek van strafrecht); als de jeugdige zieh niet aan de afspraken houdt, dan volgt vervangende jeugddetentie; de jeugdreclasseerder stelt samen met de jeugdige, zijn/haar netwerk en ouder(s) doelen en controleert deze intensief. De jeugdige heeft weinig vrijheid. Duur GBM kan voor minimaal 6 maanden en maximaal 1 jaar worden opgelegd. De maatregel kan eenmaal worden verlengd met maximaal de duur waarvoor deze in eerste instantie is opgelegd.

Pagina 21 van 28

~ gem,,nt,

Deventer Samen loop Algemene beschrijving Samenloop van JB en JR heeft betrekking op het samengaan van jeugdbescherming (enkel OTS) en jeugdreclassering voor één jeugdige, welke voor zover als mogelijk en wenselijk in de betreffende situatie, wordt uitgevoerd door één jeugdbeschermer. De rechtbank heeft dan zowel de GI benoemd als uitvoerder van de ondertoezichtstelling als van de jeugdreclasseringsbegeleiding. Het product betreft een toeslag op de kosten voor een OTS. Samenloop kan niet plaatsvinden bij voogdij: voogdij en jeugdreclassering zijn dan twee lasse maatregelen met oak twee betrokken professionals. Doelgroep Jeugdigen tussen 12 en 23 jaar die veroordeeld zijn of verdacht worden van het plegen van een strafbaar feit. Doel De samenloop heeft een tweeledig doel: enerzijds het terugdringen van de kans op recidive, door behandeling en de aanpak van de gedragsproblematiek van de jeugdige, anderzijds het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging. Productspecifieke eisen voor effectief werken met jeugdigen waarbij sprake is van samenloop is het nodig dat de jeugdbeschermer bekend is met de wettelijke kaders en methodische principes van zowel de jeugdbescherming als de jeugdreclassering.

Hij moet daarbij in staat zijn in praktijk gestalte te geven aan een methodische integratie van methoden jeugdbescherming en jeugdreclassering; de problematiek van de jeugdigen waarbij sprake is van samenloop is vaak complex. De meeste jongeren met zowel een civiele als een justitiéle maatregel hebben een gedragsstoornis. In aanvulling op de problemen van de jeugdige zelf zijn er doorgaans oak in het gezin ernstige opvoedingstekorten en relatieproblemen.

LET-jb Doel Veilige uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel in geval sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag door ouder(s) waarbij er risica bestaat voor de veiligheid van de jeugdigen en/of de jeugdbeschermer. In deze gezinnen is sprake van extreem agressief gedrag, heftige psychiatrische problematiek en/of criminele activiteiten. De kinderbeschermingsmaatregel wordt in bijzondere gevallen uitgevoerd door een jeugdbeschermer van landelijk expertiseteam (LET). Dit is een samenwerkingsverband van alle Gl's. In twee gevallen kan het LET worden ingeschakeld: 1. Het is duidelijk dat de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel door de GI niet langer verantwoord is; 2. Het is te verwachten dat de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel leidt tot een situatie waarbij sprake is van fysiek geweld of ernstige dreiging daarvan, van de jeugdbeschermer. Naast de overname kan het LET-jb oak door de GI gevraagd worden om consultatie, advies en voorlichting. Deze inzet valt niet onder deze maatregel, maar wordt in voorkomende gevallen apart Pagina 22 van 28

~9•m••n<e

Deventer gedeclareerd. Beoogd resultaat Het doel is om de dreigende situatie te beheersen, waar mogelijk te de-escaleren en te stoppen zodat de hulpverlening aan de jeugdige kan worden gestart. Indien dit slaagt en de situatie normaliseert, kan de maatregel worden uitgevoerd door de door de rechter benoemde GI. Productspecifieke eisen de door de rechter benoemde GI blijft eindverantwoordelijk. Het LET maakt gebruik van de ondersteunende diensten van de benoemde GI; de LET-medewerkers werken onder een alias. Zij zijn alleen te bereiken via een mobiel telefoonnummer, een mailadres en een postbusnummer; de LET-medewerkers voeren de maatregel uit in koppels en hebben een lagere caseload; het LET werkt voor alle Gl's; het LET is 24/7 bereikbaar. Zie voor meer informatie oak: https://vng.nl/nieuws/factsheet-landelijk-expertise-teamjeugdbescherming-update Normering en bedrag 2,7x 1° jaars OTS tarief = inzet LET. Consultatie vanuit LET: GI ontvangt voor deze inzet een aparte factuur. De GI zet deze één op één door naar de betreffende gemeente.

STP (Scholing- en Trainingsprogramma) Algemene beschrijving Het Scholings- en Trainingsprogramma (STP} is een maatregel voor jeugdigen die kan worden ingezet bij de terugkeer van een jeugdige uit een justitièle jeugdinrichting (JJl) naar de maatschappij. Om de re-integratie goed te laten verlopen krijgt de jeugdige tijdens het laatste deel van de straf begeleiding buiten de JJI. De jeugdige gaat op proefverlof en verblijft tijdens een STP vaak bij de ouder(s) of verzorger(s) of woont (onder begeleiding) op kamers. De jeugdreclassering houdt toezicht op de jeugdige. De JJI maakt samen met de jeugdreclassering en eventueel andere organisaties een programma dat de jeugdige gaat volgen tijdens STP. De jeugdige moet minimaal 26 uur per week besteden aan activiteiten op het gebied van wonen, werk, school of vrijetijdsbesteding. In het programma zijn oak voorwaarden opgenomen waar de jeugdige zieh aan moet houden. Bij een STP houdt de (jeugd)reclassering toezicht op de jeugdige, maar de JJI blijft wel verantwoordelijk. Als de jeugdige zieh niet houdt aan de voorwaarden van STP, dan kan de directeur van de JJl de voorwaarden wijzigen of aanvullen. Bij een ernstige overtreding van de voorwaarden kan de jeugdige worden teruggeplaatst naar de JJI. Een onttrekking of een ongeoorloofde afwezigheid kan gevolgen hebben voor een volgend verlof.

Doelgroep Jeugdigen van 12 tot 23 jaar: Pagina 23 van 28

)>

€1se

Deventer

die tenminste 2/3 van de opgelegde definitieve vrijheidsstraf hebben ondergaan; van wie het strafrestant tenminste drie maanden bedraagt; en die tijdens verloven hebben laten zien de verantwoordelijkheid en vrijheid aan te kunnen. Doel Het goed laten verlopen van de re-integratie en resocialisatie in de maatschappij. De jeugdige leert door het verlof en het STP om te gaan met vrijheden en verantwoordelijkheden. Beoogd resultaat Het samen met de Justitièle Jeugd Instelling, jeugdige en diens ouder(s)/opvoeder(s) en/of netwerk maken van een plan dat alle levensgebieden omvat, gericht op het opheffen, dan wel verminderen van de kans op recidive en het bewerkstelligen van optimale terugkeer in de maatschappij. Productspecifieke eisen minimaal 26 uur per week is de jeugdige bezig met opleiding, training of een werkervaringsplaats; de jeugdreclassering houdt toezicht en controleert of de jeugdige zieh aan de voorwaarden houdt; de maatregel richt zieh op de jeugdige. Duur STP duurt 3 maanden en kan eventueel eenmaal verlengd worden met drie maanden.

lnstemmingsverklaring Algemene beschrijving Sommige jeugdigen hebben zulke ernstige opgroei- of opvoedproblemen dat ze een gevaar vormen voor zichzelf of voor anderen. Deze jeugdigen kunnen in een afgesloten omgeving de juiste hulp krijgen. Zo wordt voorkomen dat de jeugdige zieh aan de behandeling kan onttrekken, of dat anderen de zorg in de weg staan. Een gesloten plaatsing omvat een gedwongen opname, gesloten verblijf en gedwongen behandeling en is dan ook een zeer ingrijpende maatregel voor de jeugdige. Hiervoor dienen voldoende plaatsen beschikbaar te zijn. Bij voorkeur kleine groepen, met op maat behandeling. Jeugdigen horen niet na drie maanden overgeplaatst te worden, maar voldoende zorg en begeleiding te ontvangen. Op grond van nationale en internationale regelgeving dient de mogelijkheid tot het ontnemen of beperken van iemands vrijheid zijn vastgelegd bij of krachtens een wet. In hoofdstuk 6 Jeugdwet is bepaald aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om een jeugdige gesloten te mogen plaatsen. Of aan deze voorwaarden is voldaan wordt getoetst door de kinderrechter. Eén van de voorwaarden is dat er een zogenaamde instemmingsverklaring door een gekwalificeerde gedragswetenschapper is afgegeven. In artikel 2 van de Regeling Jeugdwet is bepaald wie een gekwalificeerde gedragswetenschapper kan zijn.

De gekwalificeerde gedragswetenschapper beoordeelt op basis van onderzoek, bestaande uit dossieronderzoek en een recent gesprek(sonderzoek) met de jeugdige, of een gesloten plaatsing noodzakelijk is en of hij/zij kan instemmen met het verzoek voor een gesloten plaatsing. De GI stuurt het verzoek om een gesloten plaatsing samen met de instemmingsverklaring aan de rechtbank toe. Er kan ook voor gekozen worden om vanuit het vrijwillig kader/de lokale toegang van de gemeente een gesloten jeugdhulp plaatsing aan te vragen. Hiervoor kan dit product onder de noemer 'Consultatie' worden ingezet. Hierbij kan de GI geen garanties doen t.a.v. beschikbaarheid. Pagina 24 van 28

~ gemeente

Deventer

Doel Een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper is één van de wettelijke vereisten voor een gesloten plaatsing. Met de instemmingsverklaring vindt een extra toets naar de noodzakelijkheid van de gesloten plaatsing plaats. Beoogd resultaat Een voor de jeugdige die gesloten geplaatst wordt met rechtswaarborgen omklede procedure. De gekwalificeerde gedragswetenschapper beoordeelt of de gesloten plaatsing noodzakelijk is en geeft, indien hij/zij oordeelt dat de noodzaak aanwezig is, een instemmingsverklaring af. Indien de gekwalificeerd gedragswetenschapper oordeelt dat er geen noodzaak voor de gesloten plaatsing is, geeft deze zijn instemming niet. Dit oordeel wordt gemotiveerd vastgelegd in de verklaring.

Productspecifieke eisen inzet door een op grand van artikel 2 Regeling Jeugdwet gekwalificeerde gedragsdeskundige/ gedragswetenschapper/psychiater; het onderzoek van de gedragswetenschapper bestaat uit het doen van dossieronderzoek, een gesprek voeren met de jeugdige en het eventueel opstellen van een instemmingsverklaring; het product wordt alleen ingezet als de gecertificeerde instelling de kinderrechter verzoekt om een machtiging gesloten plaatsing jeugdhulp van een jeugdige of verlenging van een al eerder afgegeven machtiging gesloten plaatsing jeugdhulp; de instemmingsverklaring kan uitgevoerd worden door een externe gedragsdeskundige of psychiater. Deze handelt de kosten af met de GI. De GI declareert de inzet eenmalig via dit product; de GI kan voor zowel ondertoezichtstelling- als voogdijpupillen een verzoek gesloten plaatsing jeugdhulp indienen. Duur De instemmingsverklaring is maximaal vier weken geldig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16706255/1