2026-146-bijlage-Wijzigingen ASV Was Wordt Waarom bijlage 1
Tekst van het document
Bijlage 1: Wijzigingen ASV_Was Wordt Waarom Huidige tekst Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende bepalingen met betrekking tot subsidie Algemene subsidieverordening Deventer
Nieuwe tekst
Argumentatie
Geldend van 01-01-2017 t/m heden
Geldend van 01-09-2026 t/m heden
De nieuwe verordening moet ingaan voor 1 oktober 2026 om de gewijzigde aanleverdatum voor subsidiejaar 2027 te laten gelden
Intitulé Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende bepalingen met betrekking tot subsidie Algemene subsidieverordening Deventer De raad van de gemeente Deventer, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 mei 2016, nummer 2016-847. BESLUIT De Algemene Subsidieverordening 2017 vast te stellen. ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING DEVENTER HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. budgetsubsidie: een structurele subsidie die wordt verleend op basis van vooraf met de subsidieontvanger afgesproken activiteiten, waarvan de beoogde resultaten aantoonbaar worden gemaakt in kwantitatieve of kwalitatieve zin, bestede tijd of ingezette middelen;
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. ….., nummer 2026-146 De Algemene Subsidieverordening vast te stellen.
b. projectsubsidie: een subsidie die wordt verleend voor de uitvoering van bepaalde activiteiten die het karakter hebben van een evenement, project of anderszins een nieuwe opzet of een nieuwe werkwijze; c. waarderingsubsidie: een incidentele dan wel een structurele subsidie waarmee activiteiten worden beloond, die in belangrijke mate bijdragen aan het culturele en maatschappelijke leven in de gemeente, zonder deze naar aard en inhoud te beïnvloeden; d. algemene reserve: onderdeel van het eigen vermogen van de subsidieontvanger, waarbij de besteding van de gelden niet vastligt; e. bestemmingsreserve: onderdeel van het eigen vermogen van de subsidieontvanger dat bestemd is om toekomstige uitgaven voor beoogde specifieke doelen te bekostigen, waarbij aannemelijk is dat toekomstige middelen daarvoor tekortschieten; d. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun, die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; e. Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; f. wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college van burgemeester en wethouders, tenzij voor de
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
f. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun, die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; g. Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; h. wet: Algemene wet bestuursrecht.
De opeenvolging liep niet goed.
verstrekking daarvan een bijzondere subsidieverordening van kracht is. 2.Ten aanzien van subsidies waarvoor gelet op artikel 4:23, derde lid, van de wet geen wettelijke grondslag is vereist kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel 1.3 Bevoegdheden van het college 1.Het college is bevoegd te besluiten op aanvragen om subsidies krachtens deze verordening. 2.Het college stelt bij nadere subsidieregeling vast welke activiteiten voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel 1.4. Europees steunkader 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is kunnen burgemeester en wethouders bij nadere subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij nadere subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader. 3.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
2.Het college kan bij nadere subsidieregeling vaststellen welke activiteiten voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Het vaststellen van nadere subsidieregelingen door het college is in de huidige verordening geformuleerd als een verplichting. Dit moet worden geformuleerd als een bevoegdheid.
die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5.Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Artikel 1.5 Subsidieplafond 1.De raad stelt jaarlijks in de begroting het bedrag vast dat maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. 2.Het college maakt de subsidieplafonds bekend voor aanvang van het tijdvak waarvoor ze zijn vastgesteld. Artikel 1.6 Verdeling van het subsidieplafond 1.Het college maakt bij de bekendmaking van het subsidieplafond tevens bekend op welke wijze de beschikbare subsidie wordt verdeeld. 2.Indien de beschikbare subsidie wordt verdeeld op grond van het criterium ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt‘, dan geldt als datum van indiening van de subsidieaanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is. Artikel 1.7 De subsidieontvanger 1.Een subsidie wordt verstrekt aan een natuurlijk persoon of aan een rechtspersoon. 2.In bijzondere gevallen kan het college in afwijking van het eerste lid subsidie verstrekken aan instellingen zonder volledige rechtsbevoegdheid. HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEAANVRAAG Artikel 2.1 De aanvraag voor een budgetsubsidie van € 100.000 of meer
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1.De raad stelt jaarlijks in de begroting het bedrag vast dat maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.
De raad zou ook op andere momenten in het begrotingsjaar het subsidieplafond moeten kunnen vaststellen of wijzigen
1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie van € 100.000 of meer wordt ingediend in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
2.Indien de aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. 3.De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten of de te leveren prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; b. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van de activiteiten of prestaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c. tenzij reeds in het bezit van het college, de laatst opgemaakte jaarrekening als genoemd in Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie van € 100.000 of meer wordt ingediend voor 1 oktober of uiterlijk 13 weken voor aanvang van de activiteiten in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
Subsidieaanvragers die na half oktober een aanvraag indienen, kunnen niet gegarandeerd worden dat ze het gevraagde bedrag ontvangen bij de start van de activiteiten. Het college heeft immers 13 weken de tijd om een beslissing te nemen. Met het opnemen van de termijn van 1 oktober heeft het college de tijd om aanvragen eventueel integraal te beoordelen en voor de start van de activiteiten (vaak 1 januari) een besluit te nemen op de aanvraag. En, met deze aanpassing worden de termijnen voor het indienen van een budgetsubsidie en projectsubsidie gelijkgetrokken (namelijk beide 13 weken voor aanvang activiteiten).
artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. De jaarrekening of het verslag van de financiële positie moet voorzien zijn van een controleverklaring van een accountant; d. een overzicht van andere subsidieaanvragen ter zake van dezelfde activiteiten onder vermelding van de stand van zaken; e. een overzicht van risico’s onder vermelding van de maatregelen om deze risico’s te ondervangen; f. de voor de aanvrager geldende governance code; g. een overzicht van partners waarmee in ketens of netwerken wordt samengewerkt in het kader van de realisering van de te subsidiëren activiteiten of prestaties en de wijze waarop deze samenwerking wordt vormgegeven; h. een opgave van wijzigingen in de bestuurssamenstelling of –structuur in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid. 5.Bij een eerste aanvraag worden tevens overgelegd: a. de statuten als de aanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is; b. een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel; c. een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet al vervat in de statuten;
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
d. een opgave van de bestuurssamenstelling. 6. Het college kan van de subsidie-aanvrager ook
andere dan de in dit artikel vermelde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 2.2 De aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 100.000 1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 100.000 wordt ingediend in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
2.Indien de aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. 3.De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden:
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 100.000 wordt ingediend voor 1 oktober of uiterlijk 13 weken voor aanvang van de activiteiten in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
Dit geeft de mogelijkheid om bij een onbekende aanvrager meer onderzoek te doen indien de aangeleverde documenten onvoldoende zicht geven op de bedrijfsvoering van aanvragers. Subsidieaanvragers die na half oktober een aanvraag indienen, kunnen niet gegarandeerd worden dat ze het gevraagde bedrag ontvangen bij de start van de activiteiten. Het college heeft immers 13 weken de tijd om een beslissing te nemen. Met het opnemen van de termijn van 1 oktober heeft het college tijd om aanvragen eventueel integraal te beoordelen en voor de start van de activiteiten (vaak 1 januari) een besluit te nemen op de aanvraag. En, met deze aanpassing worden de termijnen voor het indienen van een budgetsubsidie en projectsubsidie gelijkgetrokken (namelijk beide 13 weken voor aanvang activiteiten).
a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten of de te leveren prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; b. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van de activiteiten of prestaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 4.Het college kan binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag bepalen, dat de aanvrager in aanvulling op de in het derde lid genoemde gegevens en bescheiden, een laatst opgemaakte jaarrekening als genoemd in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag, verstrekt. Het college kan bepalen dat de jaarrekening of het verslag over de financiële positie moet zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant. 5.Als voor dezelfde activiteit tevens subsidie is aangevraagd bij één of meer andere instellingen of bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag onder vermelding van de stand van zaken. 6.Bij een eerste aanvraag worden tevens overgelegd: a. de statuten als de aanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is; b.
een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
c. een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet al vervat in de statuten; d. een opgave van de bestuurssamenstelling. 7. Het college kan van de subsidie-aanvrager ook andere dan de in dit artikel vermelde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 2.3 De aanvraag voor een waardering- of projectsubsidie 1.Een aanvraag voor een waarderings- of projectsubsidie wordt ingediend tenminste dertien weken voordat met het uitvoeren van de activiteiten een begin wordt gemaakt. Het college kan in bijzondere gevallen eenmalig een andere termijn vaststellen. 2.Het college kan in een nadere subsidieregeling als genoemd in artikel 1.3 , tweede lid, een termijn opnemen die afwijkt van de termijn genoemd in het eerste lid. 3.Indien de aanvraag niet tijdig is ingediend kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. 4.De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten of de te leveren prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; b. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Dit geeft de mogelijkheid om bij een onbekende aanvrager meer onderzoek te doen indien de aangeleverde documenten onvoldoende zicht geven op de bedrijfsvoering van aanvragers.
de activiteiten of prestaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 5.Als voor dezelfde activiteit tevens subsidie is aangevraagd bij één of meer andere instellingen of bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag onder vermelding van de stand van zaken. 6.Bij een aanvraag voor een waarderingsubsidie die structureel van aard is, kan het college verlangen dat bij de aanvraag voor het volgende jaar een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als bedoeld in artikel 5.3 en 5.4 van het eerdere subsidiejaar worden gevoegd. 7.Bij een aanvraag voor een projectsubsidie kan het college binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag bepalen, dat de aanvrager in aanvulling op de in het vierde lid genoemde gegevens en bescheiden: a. een laatst opgemaakte jaarrekening als genoemd in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag, overlegt. Het college kan bepalen dat de jaarrekening of het verslag over de financiële positie moet zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant. b. de volgende gegevens overlegt: 1°. statuten als de aanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is; 2°. een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel; 3°.
een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet al vervat in de statuten;
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
4°. een opgave van de bestuurssamenstelling. 8. Het college kan van de subsidie-aanvrager ook
andere dan de in dit artikel vermelde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. HOOFDSTUK 3 DE BESLISSING OP DE AANVRAAG Artikel 3.1 Beschikking tot subsidieverlening Met uitzondering van waarderingssubsidies wordt voorafgaande aan het vaststellen van de subsidie een beschikking tot het verlenen van de subsidie gegeven. Artikel 3.2 Beslistermijn subsidieverlening 1.Het college beslist op een aanvraag als genoemd in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Dit geeft de mogelijkheid om bij een onbekende aanvrager meer onderzoek te doen indien de aangeleverde documenten onvoldoende zicht geven op de bedrijfsvoering van aanvragers.
1. Het college beslist binnen dertien weken op een aanvraag als genoemd in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3. binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
2.De beslissing kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd.
3.Het college kan in een nadere subsidieregeling als genoemd in artikel 1.3 , tweede lid, een afwijkende beslistermijn opnemen.
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
3. De beslistermijn voor een aanvraag als genoemd in de artikelen 2.1 en 2.2 vangt aan na de uiterste indieningstermijn van 1 oktober. De beslistermijn voor een aanvraag als genoemd in artikel 2.3 vangt aan na ontvangst van de aanvraag.
Het college neemt de aanvraag voor budgetsubsidies in behandeling na 1 oktober.
4.Het college kan in een nadere subsidieregeling als genoemd in artikel 1.3 , tweede lid, een afwijkende beslistermijn opnemen.
Artikel ingevoegd
5. Indien de aanvrager opnieuw subsidie aanvraagt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde
Deze bepaling dient als waarborg om te voorkomen dat nieuwe
4.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 3.3 Tijdvak periode meerjarensubsidie Het tijdvak dat wordt vermeld in de beschikking tot het verlenen van subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen is ten hoogste vier jaar. Het college kan in bijzondere gevallen een langere termijn vaststellen. Artikel 3.4 Weigeringsgronden bij subsidieverstrekking De subsidie kan naast de in de artikel 4:25, tweede lid, en artikel 4:35 van de wet genoemde gronden in ieder geval worden geweigerd indien naar het oordeel van het college: a. de prestaties of activiteiten van de aanvrager onvoldoende bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; b. de aanvrager niet werkt op basis van good governance of onvoldoende de voor hem geldende eigen code of branchecode voor good
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
activiteiten als waarvoor hem reeds voorafgaande aan die aanvraag subsidie is verleend, en die subsidie is nog niet vastgesteld, is het college bevoegd de beslistermijn voor de nieuwe aanvraag op te schorten. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het college de aanvrager in kennis stelt van zijn beslissing tot opschorting tot de dag waarop de aanvrager een volledige aanvraag tot vaststelling van de eerder verleende subsidie indient. 6.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
subsidieaanvragen worden gehonoreerd, terwijl er sprake is van (vermoedens van) onvolkomenheden of misstanden bij nog lopende niet vastgestelde subsidies die reden kunnen geven toekomstige subsidieverstrekkingen te heroverwegen. Artikel ingevoegd
governance, of indien van toepassing de door het college vastgestelde voorwaarden voor good governance naleeft; c. de aanvrager een niet sluitende begroting indient; d. de aanvrager niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem dat inzicht geeft in de risico’s en de daarvoor te nemen beheersmaatregelen, noch over een algemene reserve van 10% van de jaaromzet; e. de aanvrager zich onvoldoende inspant om eigen aanvullende inkomsten te verwerven voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; f. de aanvrager onvoldoende samenwerkt in ketens of netwerken met andere partners ter realisering van de activiteiten en het behalen van de doelstellingen; g. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat verstrekking van de subsidie verenigbaar is met de interne markt; h. de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; i. de aanvrager zijn aanbod niet openstelt voor alle groeperingen door onderscheid te maken naar leeftijd, ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid, tenzij sprake is van op een specifieke doelgroep gericht gemeentelijk beleid; j. de subsidieverstrekking niet past binnen het door de raad vastgesteld beleid;
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
k. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; l. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; m. de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken; n. een doublure ontstaat met activiteiten van een al door de gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon; o. de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening achterwege kan blijven; p. de aanvrager niet bereid is bij de bekendmaking van zijn activiteitenprogramma of dienstverleningsaanbod de gemeente Deventer als subsidieverstrekker te vermelden. q. Onverminderd het eerste lid weigert het college de subsidie in ieder geval als: de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.
HOOFDSTUK 4 VERPLICHTINGEN SUBSIDIEONTVANGER Artikel 4.1 Uitvoeringsovereenkomst
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Aan de beschikking tot verlening van een budgetsubsidie kan de voorwaarde worden verbonden dat de subsidieontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening als genoemd in artikel 4:36 van de wet. Artikel 4.2 Rapportage- en informatieplicht 1.De subsidieontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer zendt uiterlijk 1 augustus van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een tussentijdse rapportage aan het college, waarin informatie wordt gegeven over de verrichte activiteiten en prestaties van het eerste half jaar, de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven en een prognose voor het tweede half jaar. Het college kan nadere eisen stellen aan de rapportage.
2.Uiterlijk 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft zendt de ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer aan het college tevens een rapportage, waarin over het betreffende subsidiejaar informatie wordt gegeven over de geleverde prestaties en behaalde resultaten voorzien van een toelichting op eventuele afwijkingen ten opzichte van de nagestreefde prestaties en resultaten en over de voorlopige jaarcijfers voorzien van een toelichting op eventuele financiële afwijkingen ten opzichte van de Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1.De subsidieontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer en voor een periode van een jaar of langer zendt voor 1 juli van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft of binnen 6 maanden na start van de activiteiten of project, een tussentijdse rapportage aan het college, waarin informatie wordt gegeven over de verrichte activiteiten en prestaties van het eerste half jaar, de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven en een prognose voor het tweede half jaar. Het college kan nadere eisen stellen aan de rapportage.
2.Uiterlijk 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft of 3 maanden na afloop van de activiteiten of project, zendt de ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer aan het college tevens een rapportage, waarin over het betreffende subsidiejaar informatie wordt gegeven over de geleverde prestaties en behaalde resultaten voorzien van een toelichting op eventuele afwijkingen ten opzichte van de nagestreefde prestaties en resultaten en over de voorlopige jaarcijfers voorzien van een toelichting op
In dit geval dient de subsidieontvanger de tussentijdse rapportage (betreffende de subsidie voor het lopende jaar) en de aanvraag tot subsidievaststelling (betreffende de subsidie van het voorgaande jaar) in op 1 moment. Informatie uit beide documenten kan in hetzelfde gesprek met de subsidieontvanger worden besproken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die over een heel jaar ("voor 1 juli") gaan en subsidies voor een bepaald project ("binnen 6 maanden") Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die over een heel jaar ("Uiterlijk 1 maart") gaan en subsidies voor een bepaald project ("3 maanden na afloop")
begroting. Het college kan nadere eisen stellen aan de rapportage. 3.Het college kan in de beschikking tot subsidieverlening ontheffing verlenen van de verplichtingen vermeld in het eerste en tweede lid. 4.De subsidieontvanger informeert het college onverwijld over aanmerkelijke verschillen die zijn of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote uitgaven en inkomsten gedurende het subsidietijdvak onder vermelding van de oorzaak daarvan. Artikel 4.3 Administratie subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden vastgesteld. 2.De subsidieontvanger verleent aan de door of namens het college aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie, als dit naar de mening van het college nodig is voor het vormen van een oordeel over de besteding van de verstrekte subsidie. 3.Bij subsidies van € 100.000 of meer bewaart de subsidieontvanger de administratie als genoemd in het eerste lid en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaren.
Artikel 4.4 Verantwoorden waarderingssubsidies Bij waarderingssubsidies kan het college de subsidieontvanger verplichten binnen zes maanden na afloop van de activiteit dan wel het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt aan te tonen dat de activiteiten hebben plaatsgevonden Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
eventuele financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting. Het college kan nadere eisen stellen aan de rapportage.
overeenkomstig de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. Hierbij overlegt hij de in de artikelen 5.3 en 5.4 genoemde bescheiden. Artikel 4.5 Vorming algemene reserve 1.De ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer vormt een algemene reserve voor het kunnen opvangen van financiële tegenvallers. 2.De vorming van de maximale hoogte van de algemene reserve wordt in de beschikking tot subsidieverlening of in de uitvoeringsovereenkomst als genoemd in artikel 4.1 vastgesteld. 3.De ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer die niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem dat inzicht geeft in de risico’s en de daarvoor te nemen beheersmaatregelen vormt een algemene reserve van 10% van de jaaromzet. 4.Het college kan in de beschikking tot subsidieverlening ontheffing verlenen van de verplichtingen als vermeld in het eerste en derde lid. In dat geval kan het college in de beschikking nadere verplichtingen opnemen met betrekking tot de reservepositie en het risicomanagement van de betrokken organisatie. 5.Indien de algemene reserve de minimaal benodigde omvang in belangrijke mate overstijgt kan het college dit betrekken bij het bepalen van de hoogte van de subsidieverlening voor toekomstige tijdvakken.
Artikel 4.6 Meldingsplicht bij subsidies van € 100.000 of meer 1.De ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer informeert het college onverwijld schriftelijk over de volgende handelingen:
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. het wijzigen van de statuten; c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven met subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit subsidiegelden; d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven met subsidiegelden dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd met subsidiegelden; e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening; f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; g. het ontbinden van de rechtspersoon; h. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling; i. wijzigingen in de samenstelling van het bestuur; j. De vorming van een bestemmingsreserve voor de realisering van prestaties en activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.
2.Het college kan in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat de subsidieontvanger de voorafgaande schriftelijke toestemming van het college behoeft voor één of
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
meer van de in het eerste lid genoemde handelingen. 3.Het college beslist binnen drie weken op een aanvraag om toestemming als bedoeld in het tweede lid en kan deze termijn eenmalig met ten hoogste drie weken verdagen. 4.Bij niet tijdig beslissen is de toestemming van rechtswege gegeven. 5.Het college kan aan de toestemming voorschriften verbinden. Artikel 4.7 Vergoeding vermogenswaarden van subsidies 1.Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd aan het college in geval: a. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; b. de subsidieverlening of subsidievaststelling wordt ingetrokken; c. de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart, of de bestemming daarvan wijzigt; d. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 2.De vergoedingsplicht geldt naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de investering heeft bijgedragen. 3.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 4.Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige. 5.Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met toestemming van het college tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen. Artikel 4.8 Niet-doelgebonden verplichting als bedoeld in artikel 4:39 van de wet Het college kan aan de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen verbinden met betrekking tot social return, waaronder het inschakelen van leerlingen, vrijwilligers of personen met een uitkering. HOOFDSTUK 5 DE SUBSIDIEVASTSTELLING Artikel 5.1 Aanvraag tot subsidievaststelling van projectsubsidies 1.De ontvanger van een projectsubsidie dient binnen drie maanden na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot het vaststellen van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is vermeld.
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1.De ontvanger van een projectsubsidie van minder dan € 100.000 dient binnen drie maanden na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot het vaststellen van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is vermeld. 2. De ontvanger van een projectsubsidie van €100.000 of meer dient binnen zes maanden na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot het vaststellen van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is vermeld
Subsidieontvangers van projectsubsidies van meer dan € 100.000 konden niet aan deze termijn van drie maanden voldoen want er moet een samenstellings- of controleverklaring van een accountant worden overlegd. Met deze termijn kan een subsidieontvanger aan zijn verplichting tot verklaring van een accountant voldoen.
2.Bij de aanvraag overlegt de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als genoemd in de artikelen 5.3 en 5.4. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de verslaglegging eisen worden gesteld met betrekking tot inhoud en vorm. 3.In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat in plaats van een financieel verslag een jaarrekening wordt overgelegd. Artikel 5.2 Aanvraag tot subsidievaststelling van budgetsubsidies 1.De ontvanger van een budgetsubsidie dient binnen zes maanden na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot het vaststellen van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is vermeld. 2.Bij de aanvraag overlegt de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als genoemd in de artikelen 5.3 en 5.4. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de verslaglegging eisen worden gesteld met betrekking tot inhoud en vorm. 3.In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat in plaats van een financieel verslag een jaarrekening wordt overgelegd. Artikel 5.3 Het inhoudelijk verslag Het inhoudelijk verslag beschrijft de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, vergelijkt de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en geeft een toelichting op de verschillen.
Artikel 5.4 Het financieel verslag Het financieel verslag beschrijft de uitgaven die met de subsidie zijn gedaan, vergelijkt deze met
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
3.Bij de aanvraag overlegt de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als genoemd in de artikelen 5.3 tot en met 5.5. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de verslaglegging eisen worden gesteld met betrekking tot inhoud en vorm. 4.In afwijking van het derde lid kan het college bepalen dat in plaats van een financieel verslag een jaarrekening wordt overgelegd.
Er wordt een artikel ingevoegd.
2.Bij de aanvraag overlegt de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als genoemd in de artikelen 5.3 tot en met 5.5. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de verslaglegging eisen worden gesteld met betrekking tot inhoud en vorm.
Er wordt een artikel ingevoegd.
de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting en geeft een toelichting op de verschillen. Artikel 5.5 Inhoud financieel verslag budgetsubsidies 1. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financiële verslag de balans en de exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede tot en met vijfde lid onverkort van toepassing. 2. Het financiële verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent: a. het vermogen en het exploitatiesaldo, en b. voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidieontvanger. 3. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer. 4. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer. 5. Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar 6.
Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie kan bij bijzondere Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Duidelijke richtlijnen voor subsidieontvangers zijn opgenomen in dit artikel en het Verantwoordingsen accountantsprotocol
subsidieverordening of bij de subsidieverlening worden bepaald dat het tweede tot en met vijfde lid van toepassing zijn. Artikel 5.5 Controleverklaring van een accountant bij project- en budgetsubsidies van € 100.000 of meer 1.Indien een project- of budgetsubsidie is verleend voor een bedrag van € 100.000 of meer wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 5.1 en 5.2 bij de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring van een accountant overgelegd.
2.De in het eerste lid bedoelde controleverklaring en de daartoe uit te voeren controleopdracht richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van het financieel verslag of de jaarrekening als bedoeld in artikel 5.4. 3.Bij de verlening van de subsidie kan het college aanvullend bepalen dat de in het eerste lid bedoelde controleverklaring en de daartoe uit te voeren controleopdracht wordt uitgebreid, waarbij aanwijzingen kunnen worden gegeven over de reikwijdte en intensiteit daarvan. Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Artikel 5.6 Verklaring van een accountant bij project- en budgetsubsidies
Er wordt een artikel ingevoegd.
1.Indien een project- of budgetsubsidie is verleend voor een bedrag tussen € 100.000 en € 250.000, dan wel als de subsidieontvanger tegelijkertijd meerdere subsidies ontvangt van het college voor in totaal tussen € 100.000 en € 250.000, wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 5.1 en 5.2 bij de aanvraag tot subsidievaststelling een samenstellings- of beoordelingsverklaring overgelegd. 2. Indien een project- of budgetsubsidie is verleend voor bedrag van € 250.000 of meer, dan wel als de subsidieontvanger tegelijkertijd meerdere subsidies ontvangt van het college voor in totaal € 250.000 of meer, wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 5.1 en 5.2 bij de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring van een accountant overlegd. 3. De in het tweede lid bedoelde controleverklaring en de daartoe uit te voeren controleopdracht richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van het financieel verslag of de jaarrekening als bedoeld in artikel 5.4 en 5.5. 4.Bij de verlening van de subsidie kan het college aanvullend bepalen dat de in het tweede lid bedoelde controleverklaring en de daartoe uit te voeren controleopdracht wordt uitgebreid, waarbij aanwijzingen kunnen worden gegeven over de reikwijdte en diepgang daarvan.
Kosten voor een controleverklaring kunnen oplopen. Dat de subsidieaanvrager meer geld gaat aanvragen om de accountantscontrole te financieren schiet zijn doel voorbij. De drempelbedragen zijn daarom aangepast.
Er wordt een artikel ingevoegd.
4.Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde verplichting.
Artikel 5.6 Controleverklaring van een accountant bij projectsubsidies en bij budgetsubsidies tot € 100.000 1.In de beschikking tot verlening van een projectof budgetsubsidie tot een bedrag van €100.000 kan het college bepalen dat in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 5.1 of 5.2 bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een controleverklaring van een accountant wordt overgelegd. 2.Ingeval het eerste lid wordt toegepast zijn de leden 2 en 3 van artikel 5.5 van toepassing. Artikel 5.7 Niet tijdig overleggen van de controleverklaring van een accountant 1.Indien de subsidieontvanger redelijkerwijs niet in staat is binnen de in artikel 5.2, eerste lid, of indien van toepassing, artikel 5.1, eerste lid, genoemde termijn bij de aanvraag tot subsidievaststelling een accountantsverklaring als genoemd in artikel 5.5 of, indien van toepassing, artikel 5.6 te overleggen, is het college desondanks bevoegd een beslissing op deze aanvraag te nemen. In dat geval wordt na vaststelling van de subsidie de vereiste controleverklaring alsnog zo spoedig mogelijk door de subsidieontvanger overgelegd. Deze
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
5. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid genoemde verplichting. 6. Nadere voorschriften omtrent het onderzoek door de accountant worden vastgelegd in het door het college vast te stellen ‘Verantwoordings- en accountantsprotocol’. Artikel 5.7 Verklaring van een accountant bij projectsubsidies en bij budgetsubsidies tot € 100.000
Meer duidelijkheid voor subsidieontvangers wat het college van subsidieontvangers verwacht. Door het woord controleverklaring door verklaring te vervangen kan het college bepalen of dit controleverklaring of een samenstellingsverklaring moet zijn.
1.In de beschikking tot verlening van een projectof budgetsubsidie tot een bedrag van €100.000 kan het college bepalen dat in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 5.1 of 5.2 bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een verklaring van een accountant wordt overgelegd. 2.Ingeval het eerste lid wordt toegepast zijn de leden 2 en 3 van is artikel 5.6 van toepassing. Artikel 5.8 Niet tijdig overleggen van de verklaring van een accountant 1.Indien de subsidieontvanger redelijkerwijs niet in staat is binnen de in artikel 5.2, eerste lid, of indien van toepassing, artikel 5.1, eerste lid, genoemde termijn bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring van een accountant als genoemd in artikel 5.5 of, indien van toepassing, artikel 5.6 te overleggen, is het college desondanks bevoegd een beslissing op deze aanvraag te nemen. In dat geval wordt na vaststelling van de subsidie de vereiste verklaring alsnog zo spoedig mogelijk door de subsidieontvanger overgelegd. Deze verplichting
Er wordt een artikel ingevoegd. Er wordt een artikel ingevoegd.
verplichting wordt verbonden aan de beschikking tot subsidievaststelling.
wordt verbonden aan de beschikking tot subsidievaststelling.
2.Indien de subsidieontvanger na vaststelling van de subsidie een niet-goedkeurende controleverklaring overlegt, is het college bevoegd de beschikking tot vaststelling van de subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken en de vastgestelde en inmiddels betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
2.Indien de subsidieontvanger na vaststelling van de subsidie een niet-goedkeurende verklaring van een accountant overlegt, is het college bevoegd de beschikking tot vaststelling van de subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken en de vastgestelde en inmiddels betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Artikel 5.8 Beslistermijn subsidievaststelling 1.Het college beslist binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. 2.De beslissing kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd. 3.Het college kan in een nadere subsidieregeling als genoemd in artikel 1.3 , tweede lid, een afwijkende beslistermijn opnemen. HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 6.1 Intrekken en wijzigen subsidie
Artikel 5.9 Beslistermijn subsidievaststelling
1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet en het bepaalde in artikel 5.7, tweede lid, van deze verordening kan het college de subsidieverlening of - vaststelling intrekken of wijzigen als: a. beslag op het vermogen of een deel van het vermogen van de subsidieontvanger is gelegd; b. de subsidieontvanger surséance van betaling is verleend of in staat van faillissement is ver-klaard; c. de activiteit of een deel van de activiteit in strijd is met fundamentele rechtsbeginselen.
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
Artikel 6.1 Intrekken, wijzigen en lager vaststellen subsidie 1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet en het bepaalde in artikel 5.8, tweede lid, van deze verordening kan het college de subsidieverlening of - vaststelling intrekken of wijzigen als:
Er wordt een artikel ingevoegd.
2.Het college trekt de subsidieverlening of vaststelling in en vordert het subsidiebedrag met rente terug als dit noodzakelijk is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. 3. Indien de subsidieontvanger bij het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten meer inkomsten heeft verworven of minder kosten heeft gemaakt dan ten tijde van de subsidieverlening was vermeld of voorzien en hij naar het oordeel van het college deze activiteiten daardoor achteraf gezien ook zonder of met minder subsidie zou hebben kunnen verrichten, is het college bevoegd bij de subsidievaststelling de verworven inkomsten of mindere kosten op de verleende subsidie in mindering te brengen en het dientengevolge teveel aan verleende subsidie terug te vorderen. Artikel 6.2 Voorschotten 1.Het college kan vooruitlopend op de betaling van de subsidie voorschotten verlenen. 2.In de beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld of en op welke wijze de voorschotten worden betaald. HOOFDSTUK 7 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 7.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in deze verordening ten gunste van belanghebbenden buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 7.2 Inwerkingtreding
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
In geval de subsidieontvanger alle activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt heeft verricht, hij alle aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft nageleefd en er verder geen onregelmatigheden zijn geconstateerd, biedt de Algemene wet bestuursrecht geen grondslag om het achteraf gezien teveel aan subsidie betaalde terug te vorderen. Daarom is in de verordening een aanvullende bepaling opgenomen.
1.Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2017.
1.Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2027
2.De Algemene Subsidieverordening Deventer, vastgesteld op 23 november 2011 en in werking getreden op 1 december 2011, wordt ingetrokken.
2.De Algemene Subsidieverordening Deventer, vastgesteld op 27 mei 2016 en in werking getreden op 1 januari 2017, wordt ingetrokken.
Artikel 7.3 Overgangsbepalingen 1.Op subsidies die zijn verleend vóór de in artikel 7.2, eerste lid, genoemde datum, maar op die datum nog niet zijn vastgesteld, blijft de in artikel 7.2, tweede lid, genoemde verordening van kracht. 2.Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de in artikel 7.2, eerste lid, genoemde datum, maar waarop op die datum nog niet is beslist, is deze verordening van kracht. Artikel 7.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Deventer. Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 juli 2016 De raad voornoemd, de griffier, drs. S.J. Peet
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ...... De raad voornoemd,
de voorzitter, ir. A.P. Heidema
de voorzitter, R.C. König
TOELICHTING BIJ DE ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING DEVENTER 1. ALGEMEEN Titel 4.2 en 4.4 Algemene wet bestuursrecht
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
de griffier, A. Kerver
Op 1 januari 1998 is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in werking getreden als onderdeel van de derde tranche van deze wet. Titel 4.2 van de Awb geeft in 60 artikelen een algemeen wettelijk kader voor de verstrekking van subsidies door de overheid. Daarmee heeft de wetgever beoogd het voor 1998 bestaande ondoorzichtige en diverse subsidierecht te uniformeren en van een deugdelijke en heldere juridische structuur te voorzien. Daarnaast moet de wettelijke regeling in de Awb bijdragen aan een betere beheersbaarheid van de overheidsuitgaven. Op 1 juli 2009 is titel 4.4 van de Awb in werking getreden als onderdeel van de vierde tranche van deze wet. Titel 4.4. van de Awb geeft een algemeen wettelijk kader voor bestuursrechtelijke geldschulden, waaronder ook subsidies vallen. Zo bevat titel 4.4 van de Awb regels over de betaling, verrekening, voorschotverlening, verzuim en wettelijke rente, verjaring, aanmanen en invorderen bij dwangbevel van bestuursrechtelijke geldschulden. De eis van een wettelijke grondslag Een belangrijk uitgangspunt van titel 4.2 van de Awb is dat subsidies slechts worden verstrekt door een bestuursorgaan op basis van een wettelijk voorschrift, dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt (art.
4:23 lid 1 Awb) De eis van een wettelijke grondslag voor de verstrekking van subsidies wordt gesteld vanwege de democratische legitimatie, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en de verantwoording en beheersing van overheidsuitgaven. De belangrijkste uitzonderingen op de eis van een wettelijke grondslag zijn (artikel 4:23 lid 3 Awb): Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
1. subsidiëring op basis van de begroting, mits de begroting vermeldt: a. de subsidie-ontvanger en b. het maximum bedrag; 2. subsidiëring in afwachting van een wettelijk voorschrift, gedurende ten hoogste een jaar (spoedeisende subsidie); 3. incidentele subsidies, mits voor ten hoogste vier jaar verstrekt. Opmerking verdient dat de Algemene subsidieverordening Deventer (hierna: ASV) niet geldt als wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, van de Awb, omdat deze verordening niet regelt voor welke concrete activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Vandaar dat deze verordening in artikel 1.3, tweede lid, het college opdraagt nadere subsidieregelingen vast te stellen waarin in ieder geval de te subsidiëren activiteiten worden omschreven. In dat kader wordt gesproken over gedelegeerde regelgeving.
Vandaar dat deze verordening in artikel 1.3, tweede lid, het college de bevoegdheid geeft nadere subsidieregelingen vast te stellen waarin in ieder geval de te subsidiëren activiteiten worden omschreven. In dat kader wordt gesproken over gedelegeerde regelgeving.
Nadere subsidieregelingen vallen onder ‘wettelijk voorschrift’ als bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, van de Awb. In de ASV is de hoofdstructuur van het subsidieproces neergelegd. De beleidsinhoudelijke elementen worden vervolgens in door het college vast te stellen en naast de ASV geldende nadere subsidieregelingen neergelegd. In een nadere subsidieregeling kan daar waar de ASV dat uitdrukkelijk toestaat op onderdelen worden afgeweken van de hoofdregels zoals neergelegd in de ASV. Hierbij kan worden gedacht aan de vereisten voor de indiening van subsidieaanvragen en de voor deze aanvragen
In een nadere subsidieregeling kan daar waar de ASV dat uitdrukkelijk toestaat op onderdelen worden afgeweken van de hoofdregels zoals neergelegd in de ASV. Hierbij kan worden gedacht aan de vereisten voor de indiening van subsidieaanvragen en de voor deze aanvragen
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
geldende beslistermijnen (zie de artikelen 2.3, tweede lid, 3.2, derde lid, en 5.8, derde lid, van de ASV). Hierdoor is het mogelijk een subsidieregeling op maat te snijden. Het is overigens van belang om op te merken dat lang niet alle spelregels die betrekking hebben op de verstrekking van subsidies door de gemeente Deventer zijn terug te vinden in deze subsidieverordening. De ASV zal namelijk altijd toegepast moeten worden samen met titel 4.2 en titel 4.4. van de Awb. Het is namelijk niet de bedoeling alle relevante bepalingen uit deze titels te herhalen in de gemeentelijke subsidieverordening. Deze verordening mag met andere woorden geen doublure zijn van de wet. Daar komt bij dat ook veel regels voor de verstrekking van subsidies zijn opgenomen in door het college vast te stellen nadere subsidieregelingen en eventueel in beleidsregels. De ASV is in hoofdzaak een procedureverordening. Dat betekent dat bij de verstrekking van subsidies meerdere regelingen naast elkaar geraadpleegd en toegepast zullen moeten worden. Het materiële subsidiebegrip in de Awb Volgens artikel 4:21, eerste lid, van de Awb wordt onder subsidie verstaan:
De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. De Awb hanteert een materieel subsidiebegrip: is aan de omschrijving van artikel 4:21, eerste lid,
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
geldende beslistermijnen (zie de artikelen 2.3, tweede lid, 3.2, vierde lid, en 5.9, derde lid, van de ASV). Hierdoor is het mogelijk een subsidieregeling op maat te snijden.
van de Awb voldaan, dan is sprake van subsidie, ongeacht de aanduiding die wordt gebruikt, zoals bijdrage, tegemoetkoming, verstrekking, sponsoring, etc. Niet de naam, maar de inhoud is bepalend of sprake is van subsidie of niet. Volgens de definitie van artikel 4:21 lid 1 Awb zijn betalingen voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten niet aan te merken als subsidies. Hiermee is beoogd commerciële transacties (inkoop) buiten het subsidiebegrip te houden. Ook geen subsidies zijn verstrekkingen in natura (bijvoorbeeld gratis gebruik van een gemeentelijke sporthal), geldstromen binnen één rechtspersoon, inkomensvoorzieningen, zoals sociale uitkeringen, huursubsidie en studiefinanciering, schadevergoeding, contributie en de kwijtschelding van een belasting- of premieschuld. Het proces van subsidieverstrekking volgens de Awb Het subsidieproces in de Awb wordt aangeduid met de term subsidieverstrekking. Binnen dit proces worden standaard drie rechtsmomenten onderscheiden, te weten: 1. de subsidieverlening; 2. de subsidievaststelling; 3. de subsidiebetaling.
De subsidieverlening: Deze term is gereserveerd voor het besluit (beschikking) waarbij subsidie (op aanvraag) wordt toegekend voor bepaalde - vaak toekomstige - activiteiten. De betekenis ervan is dat de aanvrager een rechtens
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
afdwingbare voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen krijgt, mits hij de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk uitvoert en hij zich houdt aan de bij de subsidieverlening opgelegde verplichtingen. Het bestuursorgaan gaat hiermee een financiële verplichting aan, waar het in principe niet op terug kan komen. Bij de subsidieverlening kunnen vooruitlopend op de subsidievaststelling en –betaling voorschotten worden verleend. Het besluit tot subsidieverlening is een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb en is dus vatbaar voor bezwaar. De subsidieverlening is geregeld in de artikelen 4:29 tot en met 4:36 van de Awb. De subsidievaststelling: Bij dit besluit (beschikking) wordt de subsidie na het afleggen van rekening en verantwoording door de subsidie-ontvanger (op aanvraag) definitief vastgesteld door het bestuursorgaan en ontstaat een aanspraak op betaling (art. 4:45 Awb). Aan dit besluit kan een besluit tot subsidieverlening voorafgaan. Ook komt het voor dat de rechtsmomenten subsidieverlening en subsidievaststelling samenvallen (art. 4:29 Awb). Uitgangspunt is dat de subsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag van de verlening (art. 4:46 lid 1 Awb). Een lagere vaststelling is mogelijk op de gronden genoemd in artikel 4:46 lid 2 Awb (bijvoorbeeld wanneer de activiteiten niet of niet geheel hebben plaatsvonden).
Het besluit tot subsidievaststelling is eveneens vatbaar voor bezwaar. Na de vaststelling is wijziging of intrekking van de subsidieverlening niet meer mogelijk. De subsidievaststelling is geregeld in de artikelen 4:42 tot en met 4:47 van de Awb. Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
De subsidiebetaling: De vaststelling van de subsidie geeft recht op betaling onder verrekening van reeds betaalde voorschotten. De betaling wordt gezien als een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Geschillen over de betaling moeten daarom worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De subsidiebetaling is geregeld in de artikelen 4:52 tot en met 4:56 van de Awb. De verlening van voorschotten is niet geregeld in de subsidietitel van de Awb, maar in titel 4.4 inzake bestuursrechtelijke geldschulden. Artikel 4:95, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan vooruitlopend op de vaststelling van een verplichting tot betaling van een geldsom een voorschot kan verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Zoals vermeld geeft uitsluitend de beschikking tot subsidievaststelling recht op betaling van de subsidie. Voorschotverlening loopt vooruit op dat recht. Voor het verlenen van een voorschot is vereist dat er tevens een verleningsbeschikking is genomen op basis waarvan aanspraak op subsidie bestaat. Slechts dan geldt dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. 2.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 In dit artikel worden de drie subsidiesoorten waarop de ASV betrekking geeft gedefinieerd. De ASV onderscheidt en definieert drie subsidiesoorten: budgetsubsidies, projectsubsidies en waarderings-subsidies. Elke Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
subsidiesoort kent zijn eigen regeling van aanvragen, verlenen en vaststellen. Het begrip subsidie is gedefinieerd in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Zie hiervoor het Algemeen deel van deze toelichting. Artikel 1.2 De ASV is van toepassing op alle door het college te verstrekken subsidies, tenzij daarvoor een bijzondere door de raad vastgestelde subsidieverordening van kracht is. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb geldt het vereiste van een wettelijke grondslag niet voor spoedeisende subsidies, subsidies op basis van een Europees programma, begrotingspostsubsidies en voor incidentele subsidies. Omdat bij dit soort subsidies wel behoefte kan bestaan aan een onderliggende regeling bepaalt het tweede lid van artikel 1.2 dat het college de ASV daar geheel of gedeeltelijk op van toepassing kan verklaren. Artikel 1.3 In het eerste lid van dit artikel kent de gemeenteraad de bevoegdheid om subsidie te verstrekken toe aan het college. Zoals in het Algemeen deel van deze toelichting is aangegeven geldt de ASV niet als wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 4:23 van de Awb, omdat deze verordening niet regelt voor welke concrete activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Vandaar dat deze verordening in artikel 1.3, tweede lid, het college opdraagt nadere subsidieregelingen vast te stellen waarin in ieder geval de te subsidiëren activiteiten worden omschreven.
In de ASV wordt de hoofdstructuur van het subsidieproces neergelegd. De beleidsinhoudelijke elementen worden vervolgens
Concept voorstel wijzigingen ASV (2026)
in door het college vast te stellen en naast de ASV geldende nadere subsidieregelingen neergelegd. In een nadere subsidieregeling kan daar waar de ASV dat uitdrukkelijk toestaat op onderdelen worden afgeweken van de hoofdregels zoals neergelegd in de ASV. Hierbij kan worden gedacht aan vereisten voor de indiening van subsidieaanvragen en de voor subsidieaanvragen geldende beslistermijnen. Hierdoor is het mogelijk een subsidieregeling op maat te snijden. Artikel 1.4 Bij subsidieverstrekking aan een onderneming kan sprake zijn van staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Een onderneming is elke eenheid die een economische activiteit uitoefent. Onder een economische activiteit valt elke activiteit die bestaat uit het aanbieden van goederen en diensten op een bepaalde markt. Om subsidies daar waar nodig onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie in een nadere subsidieregeling op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze wordt aangevuld. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.