2026-142-bijlage-Deventer Erfgoedfondsverordening 3 april 2026 2026-142
Tekst van het document
Intitulé Verordening Deventer Erfgoedfonds De raad van de gemeente Deventer,
gelezen het voorstel van het college van 7 april 2026, nr. 2026-142,
overwegende dat: • • • • •
in Deventer veel cultureel erfgoed aanwezig is; dit erfgoed bijdraagt aan een samenleving waar mensen zich thuis voelen; het belangrijk is om dat erfgoed goed te beheren en te onderhouden; het verduurzamen van erfgoed mede bijdraagt aan het gebruik en daarmee aan de voortdurende instandhouding van erfgoed; met het oog op de toekomstbestendigheid van het Deventer erfgoed en de beschikbare financiële middelen hiervoor, het gewenst is om de bestaande Deventer Restauratiefondsverordening 1999 en het Deventer Restauratiefonds te wijzigen.
gelet op Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht
besluit vast te stellen de
Verordening Deventer Erfgoedfonds
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De raad voornoemd, de Griffier,
de voorzitter,
A. Kerver
R.C. König
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan onder:
1
a. gemeentelijke monumenten: panden en objecten die als gemeentelijk monument zijn aangewezen op grond van artikel 4.1.1. van de Verordening Fysieke Leefomgeving of panden en objecten die in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument hebben op grond van artikel 4.2. Omgevingswet. b. religieus genootschap: een genootschap op geestelijke grondslag voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. c. voorzieningen: ingrepen aan een pand of object met het doel de monumentale delen er van te herstellen, verbeteren of te behouden of ingrepen aan een pand of object ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen. d. verduurzamingsmaatregelen: maatregelen die bijdragen aan de energie-efficiëntie van het pand, zoals kierdichting of isolatie voor wanden, kappen, vloeren en vensters. Installaties vallen hier niet onder met uitzondering van ventilatievoorzieningen die bijdragen aan een beter binnenklimaat. De verduurzamingsmaatregelen dragen bij aan de voortdurende instandhouding van het monument. e. kosten van de voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde of vastgestelde kosten van de voorzieningen inclusief de kosten voor het voorafgaand laten uitvoeren van een deskundig advies met betrekking tot de aan te brengen voorzieningen in relatie tot de cultuurhistorische waarden van het monument. f.
privaat bezit: monumenten die niet in eigendom zijn van de gemeente of een andere rechtspersoon of instelling die in overwegende mate een publiekrechtelijke taak vervult; g. eigenaar: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of religieus genootschap, daaronder mede begrepen verenigingen van eigenaren, die op het tijdstip van voltooiing van de voorzieningen een zakelijk recht heeft in de zin van: het eigendom, recht van erfpacht, recht van opstal of een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verstrekt dat recht geeft op het gebruik van een monument h. Nationaal Restauratiefonds: de Stichting Nationaal Restauratiefonds, statutair gevestigd in Amersfoort. i. Deventer Erfgoedfonds-hypotheek: een subsidie in de vorm van een Regionale Restauratiefonds-hypotheek onder de productnaam Deventer Erfgoedfonds-hypotheek verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds uit het Deventer Erfgoedfonds
Artikel 2 Deventer Erfgoedfonds 1. Er is een Deventer Erfgoedfonds, ten laste waarvan een subsidie in de vorm van een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek als bedoeld in artikel 3 kan worden verleend, nadat het college daartoe op aanvraag heeft besloten. Rente en aflossing op Deventer Erfgoedfonds-hypotheken vallen toe aan het Deventer Erfgoedfonds. 2. Het College is bevoegd om jaarlijks de hoogte van het Deventer Erfgoedfonds vast te stellen. Dit fonds geldt voor het betreffende tijdvak als subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht en wordt verdeeld op basis van het criterium “wie het eerst komt, 2
wie het eerst maalt” waarbij als datum van indiening van de subsidieaanvraag geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 3. Jaarlijks worden de beschikbare financiële middelen door het College bekend gemaakt voor in het in lid 1 bedoelde fonds. 4. Burgemeester en wethouders sluiten met het Nationaal Restauratiefonds een samenwerkingsovereenkomst af waarin afspraken over de uitvoering en het beheer van het Deventer Erfgoedfonds worden gemaakt.
Artikel 3 Deventer Erfgoedfonds-hypotheek 1. Een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is een lening met een maximum looptijd van 20 jaar, waarbij de betaling van rente en aflossing volgens het annuïteitensysteem plaatsvindt. In bijzondere omstandigheden is een looptijd toegestaan van maximaal 30 jaar. 2. De Deventer Erfgoedfonds-hypotheek wordt verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds, nadat door het college positief is besloten op de daarvoor ingediende aanvraag zoals genoemd onder artikel 4. Het Nationaal Restauratiefonds voert een (krediet)beoordeling uit en bepaalt de looptijd van de lening. 3. Het leningsbedrag bij een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek bedraagt maximaal 100% van de in artikel 5 bedoelde kosten van de voorzieningen met een minimum van €10.000 en een maximum van €100.000.
Hoofdstuk 2 Verleningsgrondslag Artikel 4 subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek 1. Voor het treffen van voorzieningen aan gemeentelijke monumenten in privaat bezit kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de eigenaar besluiten een aanspraak op verstrekking van een subsidie in de vorm van een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek als bedoeld in artikel 3 verlenen. Dit besluit geschiedt onder voorbehoud van een positieve (krediet)beoordeling door het Nationaal Restauratiefonds. 2. Het in het lid 1 genoemde besluit van het college dat de basis vormt voor verstrekking van een hypothecaire geldlening (Deventer Erfgoedfonds-hypotheek) door het Nationaal Restauratiefonds, is een besluit tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5 Berekening kosten van de voorzieningen 1. De hoogte van de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek wordt berekend aan de hand van de bij de subsidieverlening goedgekeurde kosten van de voorzieningen, of de werkelijke kosten indien burgemeester en wethouders deze lager vaststellen na uitvoering van de werkzaamheden. 2. De kosten voor verduurzamingsmaatregelen komen in aanmerking voor een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek tot maximaal 25% van de goedgekeurde kosten van de voorzieningen met een maximum van €25.000 aan verduurzamingskosten. 3
3. Op de kosten van de voorzieningen worden de kosten in mindering gebracht waarvoor op grond van andere regelingen een tegemoetkoming is verkregen.
Hoofdstuk 3 Aanvragen en verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek Artikel 6 Indiening aanvraag 1. De aanvrager vraagt de in artikel 4 bedoelde subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier. 2. Een aanvraag gaat vergezeld van de op het aanvraagformulier aangegeven gegevens en bescheiden. 3. Burgemeester en wethouders kunnen, naast de in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden, om nadere gegevens en bescheiden verzoeken indien dit naar hun oordeel gewenst is voor een juiste beoordeling van de aanvraag. 4. Onder de in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden dient in ieder geval te worden verstaan: a. een gespecificeerde begroting van de kosten; b. een werkbeschrijving; c. tekeningen van de bestaande - en nieuwe toestand van het monument (minimaal schaal 1:100).
Artikel 7 Termijn van indiening en verlenen subsidie 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag. Een positief besluit geschiedt onder voorbehoud van een positieve (krediet)beoordeling door het Nationaal Restauratiefonds. Een afschrift van dit besluit wordt naar het Nationaal Restauratiefonds gezonden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing eenmalig met ten hoogste dertien weken verdagen.
Artikel 8 Weigeringsgronden 1. Burgemeester en wethouders weigeren de verlening van een subsidie Deventer Erfgoedfondshypotheek indien: a. naar hun oordeel het belang van de monumentenzorg in onvoldoende mate is gediend met het treffen van de voorzieningen; b. naar hun oordeel de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat; c. naar hun oordeel de voorzieningen niet voldoende sober en doelmatig worden uitgevoerd; d. met de uitvoering van de te treffen voorzieningen een aanvang is gemaakt voordat op de aanvraag is beslist; 4
e. de aanvrager niet de informatie beschikbaar houdt die burgemeester en wethouders noodzakelijk achten voor een juist toezicht op de naleving van de in de verordening gestelde voorwaarden en op verzoek van burgemeester en wethouders niet terstond levert; f. de door burgemeester en wethouders gestelde nadere voorwaarden niet worden nageleefd; g. de noodzakelijke vergunningen en toestemmingen niet zijn aangevraagd of niet zijn verleend, of; h. voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden geen CAR-verzekering is afgesloten. 2. In afwijking van het gestelde in lid 1, sub c kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de monumentenzorg toestemming verlenen voor het toepassen van voorzieningen die naar hun oordeel niet als sober en doelmatig gelden.
Artikel 9 Intrekking of wijziging 1. Burgemeester en wethouders kunnen hun besluit tot de verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht intrekken of wijzigen, indien: a. bij de uitvoering van de voorzieningen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is of wordt afgeweken van het door burgemeester en wethouders bij de verlening goedgekeurde plan; b. de aanvrager niet binnen 52 weken na het besluit tot verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek een aanvang heeft gemaakt met de voorzieningen; c. niet is voldaan aan de overige voorwaarden van de verordening en de ingevolge de verordening door burgemeester en wethouders vastgestelde nadere regels; d. de noodzakelijke vergunningen en toestemmingen niet zijn verleend, of; e. de in artikel 7, lid 1 genoemde (krediet)beoordeling negatief is. 2. In geval van intrekking of wijzigen van het besluit tot subsidieverlening kunnen burgemeester en wethouders besluiten het verstrekte leningbedrag geheel of gedeeltelijk te laten opeisen en terugvorderen door het Nationaal Restauratiefonds.
Hoofdstuk 4 Gereedmelding van de voorzieningen en aanvraag tot vaststelling subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek Artikel 10 Indiening gereedmelding 1. De aanvrager meldt aan burgemeester en wethouders dat de voorzieningen gereed zijn, op een daartoe door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier. 2. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de definitieve kosten van de voorzieningen en daarmee de definitieve vaststelling van de subsidie Deventer Erfgoedfondshypotheek.
5
3. De aanvrager dient de gereedmelding bij burgemeester en wethouders in binnen dertien weken na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar na het besluit tot verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek.
Artikel 11 Voorwaarden gereedmelding 1. De gereedmelding dient tenminste te bevatten: a. een verklaring van de aanvrager dat is of wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is verleend; b. een opgave van de gereedkomingsdatum; c. een opgave van de datum waarop een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden waarvoor een subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is verleend, en; d. een opgave van de werkelijke kosten van de voorzieningen. 2. De gereedmelding gaat vergezeld van een opgave van de afwijkingen van bestek en tekeningen, indien deze hebben plaatsgevonden. 3. De aanvrager dient gedurende een periode van vijf jaar na de gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.
Artikel 12 Beslissing over de vaststelling van de subsidie 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de gereedmelding over de vaststelling van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek. Een afschrift van dit besluit wordt naar het Nationaal Restauratiefonds gezonden. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in lid 1 eenmaal met ten hoogste dertien weken verdagen. 3. Indien de subsidie lager wordt vastgesteld, kunnen burgemeester en wethouders de verstrekte Deventer Erfgoedfonds-hypotheek geheel of gedeeltelijk door het Nationaal Restauratiefonds laten intrekken door geheel of gedeeltelijke opeising en terugvordering van het leningbedrag.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 13 Hardheidsclausule 1. Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders in een concreet geval afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien een strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2. Voorafgaande aan de toepassing van het lid 1 kunnen burgemeester en wethouders advies vragen aan een naar hun oordeel deskundige partij.
6
Artikel 14 Afwijken van termijnen 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende en gemotiveerde aanvraag van de aanvrager afwijken van de termijnen genoemd in de artikelen 9 lid 1, sub b en 10 lid 3. Een dergelijke aanvraag wordt vóór het verstrijken van de bedoelde termijn ingediend bij burgemeester en wethouders. 2. Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in lid 1 honoreren, stellen zij een nieuwe termijn vast.
Artikel 15 Nadere regels 1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels en voorwaarden stellen met betrekking
tot: a. de op grond van deze verordening te verstrekken Deventer Erfgoedfonds-hypotheek; b. de normering en de wijze van specificatie van de in artikel 1 sub c en e, juncto artikel 5 bedoelde voorzieningen en kosten en; c. de uitvoering van de verordening in het algemeen.
Artikel 16 Evaluatie Burgemeester en wethouders evalueren iedere vier jaar de werking van het Deventer Erfgoedfonds en rapporteren hierover aan de raad.
Artikel 17 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking. 2. De Deventer Restauratiefondsverordening 1999 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de onderhavige verordening in werking treedt. Artikel 18 Overgangsbepaling 1. De Deventer Restauratiefondsverordening 1999 blijft van kracht op subsidies die op basis daarvan zijn verleend en op hypotheken die op basis daarvan zijn verstrekt. 2. Aanvragen om subsidies die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld volgens de Deventer Restauratiefondsverordening 1999, tenzij de aanvrager schriftelijk aangeeft te kiezen voor afhandeling volgens deze verordening. Artikel 19 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Deventer Erfgoedfondsverordening.
7