2026-06-09 Beantwoording technische vragen D66 - Verbod fossiele reclames
Tekst van het document
Antwoord technische vragen D66 – Verbod fossiele reclames Is het juridisch gezien mogelijk om een verbod op reclame voor vlees en zuivel op te nemen in de APV? Het is op dit moment uiterst onzeker of een verbod op reclame voor vlees en zuivel via een publiekrechtelijk verbod in de APV juridisch mogelijk is. Anders dan bij een verbod op fossiele reclame is er nog geen rechterlijke uitspraak gedaan. Voor het verbod op fossiele reclame moet daarbij opgemerkt worden dat het om een uitspraak van een kort geding rechter gaat. Inmiddels hebben reisorganisaties aangegeven een uitgebreide / bodemprocedure aan te spannen tegen het verbod op fossiele reclame in de gemeente Den Haag/ Een verbod via de publiekrechtelijke weg moet zorgvuldig vormgegeven worden omdat een verbod niet strijdig mag zijn met hogere wetgeving, proportioneel moet zijn en de belangen van derden daarin meegewogen zijn. Een verbod op bepaalde reclame-uitingen is een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting maar zondert het maken van reclame hiervan uit. Er is dus geen sprake van strijd met de Grondwet. Echter, artikel 10 EVRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) regelt ook het recht op de vrijheid van meningsuiting. Reclame valt onder artikel 10 EVRM en dus onder de vrijheid van meningsuiting.
Dit recht kan worden beperkt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. •
•
De beperking dient bij wet te zijn vastgesteld. Een verordening zoals de APV wordt als een wet gezien. Uit de verordening moet wel voor een ieder duidelijk zijn onder welke omstandigheden en voorwaarden het verbod geldt. Aan deze voorwaarde zou kunnen worden voldaan. De beperking van meningsuiting dient een legitiem doel te dienen en noodzakelijk te zijn in een democratische samenleving. Het moet gaan om een dringende maatschappelijke behoefte waarbij er een proportionele verhouding moet bestaan tussen de beperking en het doel dat met de beperking wordt nagestreefd. Als er een lichtere maatregel mogelijk is moet daarvoor worden gekozen.
De bescherming van gezondheid is één van de doelen die artikel 10 EVRM noemt waarom de vrijheid van meningsuiting zou kunnen worden beperkt. Er kan worden betoogd dat de negatieve gevolgen van klimaatverandering ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. Daarmee lijkt een beperking op het maken van reclame een legitiem doel te dienen. Zoals aangegeven tijdens de raadstafel en in de raadsmededeling kunnen vlees- of zuivelproducten ook onderdeel uitmaken van een gezond voedingspatroon / dieet. Dit maakt het verband tussen een verbod op vlees- en zuivelreclame en gezondheid minder duidelijk. Er moet aangetoond worden dat er een verband bestaat tussen het maken van klimaatreclame en de schade voor de gezondheid. De vraag is of deze noodzakelijkheid voldoende aangetoond kan worden om de gerechtelijke toets te doorstaan. Bij een verbod moet helder zijn wat er wordt verboden en wanneer een verbod wordt overtreden. Dat betekent allereerst dat de definities duidelijk moeten zijn. Alleen de gemeente Amsterdam heeft hiervoor onlangs een definitie voor vleesreclame opgenomen in de APV, dit naar aanleiding van een uitgebreid initiatiefraadsvoorstel van de gemeenteraad van Amsterdam. Het college van Amsterdam heeft dit voorstel ontraden met het oog op de juridische uitvoerbaarheid.
Samenvattend in mijn woorden: het is juridisch onzeker en het moet dan wel goed worden voorbereid in een aangepaste APV.