2026-05-27 Beantwoording Technische vragen DB - TAM-omgevingsplan Bruggestraat
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Deventer Belang - TAM-omgevingsplan Bruggestraat 1. Proces 1.1 Tijdlijn en lange doorlooptijd In het raadsvoorstel wordt verwezen naar een college-uitspraak uit 2021, een inventarisatie eind 2022/begin 2023, een variantkeuze in mei 2023, participatie in 2024/2025, terinzagelegging in 2025 en besluitvorming in 2026. Uit de stukken wordt niet volledig duidelijk waardoor de doorlooptijd van dit traject zo lang is geweest. Kan een chronologische procesbeschrijving worden gegeven van 2021 tot en met 2026 en daarbij aangeven welke oorzaken hebben geleid tot de lange doorlooptijd van dit TAM-omgevingsplan? Antwoord: Het dossier betrof meer dan het enkel opstellen van een nieuwe planologische regeling. De complexiteit van wat je nu precies wil en kan regelen heeft veel tijd gekost. Ook in de verbetering van de communicatie met de bewoners aan de Bruggestraat is veel tijd gestoken. De voor dit besluit relevante data zijn opgenomen in het raadsvoorstel. 1.2 Relatie college-uitspraak 2021 en variantkeuze mei 2023 In het raadsvoorstel wordt zowel verwezen naar een college-uitspraak in 2021 als naar een variantkeuze in mei 2023. Niet duidelijk is of dit twee afzonderlijke inhoudelijke besluitmomenten waren of dat de variantkeuze een vervolg was op het eerdere uitgangspunt.
Kan worden toegelicht hoe de college-uitspraak uit 2021 zich verhoudt tot de variantkeuze in mei 2023? Welke varianten zijn in mei 2023 afgewogen en welk besluit is toen precies genomen? Antwoord: De variantkeuze was een vervolg op het eerdere uitgangspunt, zoals ook verwoord in het raadsvoorstel. 1.3 Actualiteit feitelijke inventarisatie In het raadsvoorstel wordt verwezen naar een inventarisatie eind 2022/begin 2023. In de motivering wordt de bestaande situatie per perceel beschreven, maar uit de stukken blijkt niet duidelijk wanneer de feitelijke situatie voor het laatst integraal is gecontroleerd. Wanneer is de feitelijke situatie aan de Bruggestraat voor het laatst volledig gecontroleerd, en betrof deze controle alle percelen, bouwwerken, woonwagens, bedrijfsactiviteiten, eigendomssituaties en vergunningen. Antwoord: Na de inventarisatie van eind 2022/begin 2023 heeft er geen volledige integrale controle meer plaatsgevonden. Dergelijke integrale controles zijn normaliter ook een uitzondering. 1.4 Beschikbaarheid bureauonderzoek/inventarisatie In het raadsvoorstel wordt verwezen naar een bureauonderzoek en inventarisatie om alle aanwezige bouwwerken, situering en afmetingen in beeld te brengen. De uitkomsten van dit bureauonderzoek zijn niet als afzonderlijke bijlage of overzicht opgenomen.
Kan het genoemde bureauonderzoek/de inventarisatie aan de raad worden verstrekt of ter inzage komen, inclusief de uitkomsten per perceel en de wijze waarop deze zijn verwerkt in de planregels, verbeelding en motivering? Antwoord: Dit bureauonderzoek is bij deze beantwoording toegevoegd. Het bureauonderzoek is gebruikt om de wijziging omgevingsplan vorm te geven. Dit valt niet specifiek terug te brengen naar hoe dit per perceel is vormgegeven. 1.5 Ambtelijke wijzigingen en eventuele nieuwe terinzagelegging In de reactienota staat dat naar aanleiding van de zienswijzen wijzigingen zijn aangebracht in de verbeelding, de regels en de motivering. Het gaat onder meer om het verwijderen van een klein deel in het noordwesten waaraan ten onrechte de functie ‘Kermisbedrijf’ was toegekend, het aanpassen van een foutieve kruisverwijzing in artikel 7.1 lid c en het aanpassen van de motivering bij overgangsrecht/jurisprudentie. Omdat deze wijzigingen na de terinzagelegging zijn aangebracht, is
voor de raad relevant of deze wijzigingen juridisch gezien aanleiding geven tot een nieuwe terinzagelegging. Kan worden toegelicht waarom de aangebrachte wijzigingen in de verbeelding, regels en motivering niet leiden tot een nieuwe terinzagelegging, en op basis van welke criteria is beoordeeld dat geen sprake is van een wezenlijke wijziging van het ontwerpplan? Antwoord: Bij de definitieve vaststelling van een omgevingsplan mag de gemeenteraad wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het eerdere ontwerp. De harde juridische grens is dat de aanpassingen in aard en omvang niet zo groot mogen zijn dat er een wezenlijk ander plan ontstaat. Het verfijnen van de regels, kleine verschuivingen en ambtshalve correcties zijn punten die mogen bij een gewijzigde vaststelling. De aangebrachte wijzigingen behoren hier toe en bestaat er dus geen aanleiding om de procedure opnieuw te doorlopen. 1.6 Actualiteit en status rapport Huisvesting Kermisexploitanten De motivering verwijst voor de behoefte aan locaties voor kermisbedrijven naar het rapport Huisvesting Kermisexploitanten. Dit rapport is een concept-rapport uit februari 2019, opgesteld naar aanleiding van een motie uit 2018. In het rapport wordt onder meer gesproken over behoefte aan ongeveer tien percelen voor kermisexploitanten.
Is het rapport Huisvesting Kermisexploitanten uit februari 2019 bestuurlijk vastgesteld en nog actueel? Welke actuele gegevens uit 2024, 2025 of 2026 ondersteunen de behoefte aan kermislocaties waarop dit TAM-omgevingsplan wordt gebaseerd? Antwoord: Dit rapport is formeel niet bestuurlijk vastgesteld maar bij de afdoening van de motie uit 2018 aangeboden aan de raad. De noodzaak en de behoefte aan locaties voor kermisbedrijven is mede hierop gebaseerd. Ook de uitgifte van 3 kavels voor kermisbedrijven op A1 Bedrijvenpark, waarvoor 14 inschrijvingen waren geeft ook goed de behoefte aan voor locaties voor kermisbedrijven. Daarnaast is er de afgelopen jaren met enige regelmaat contact met kermisexploitanten die op zoek zijn naar nieuwe bedrijfskavels in Deventer. 1.7 Relatie met motie 26 november 2025 over kermisexploitanten In de reactienota wordt verwezen naar een motie die de gemeenteraad op 26 november 2025 heeft aangenomen. Daarin wordt het college opgedragen een verkenning uit te voeren naar kansrijke locaties binnen de gemeente die structureel beschikbaar zijn voor bedrijfsactiviteiten en bewoning van kermisexploitanten. Deze motie raakt aan dezelfde behoefte aan ruimte voor kermisexploitanten die ook als onderbouwing voor het TAM-omgevingsplan Bruggestraat wordt gebruikt.
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie van 26 november 2025 over kansrijke locaties voor kermisexploitanten, en hoe verhoudt deze verkenning zich tot het nu voorliggende TAMomgevingsplan Bruggestraat? Antwoord: Conform de motie zal uw raad deze beantwoording in Q2 2026, dus binnenkort, ontvangen. De motie heeft als ondersteuning gediend richting vaststelling van de benodigde stukken voor het TAM-omgevingsplan Bruggestraat. Het ontwerp omgevingsplan lag ter inzage ten tijde van het aannemen van de motie en kon daar niet bij betrokken worden. 2. Juridisch 2.1 Zaaksgebonden overgangsrecht bij verkoop, verhuur of bedrijfsopvolging In de motivering en reactienota wordt voor Bruggestraat 4, 9 en 10 zaaksgebonden overgangsrecht genoemd. De reactienota geeft aan dat gebruik mag worden voortgezet, maar dat na bedrijfsbeëindiging de bedrijfsactiviteiten niet opnieuw in gebruik mogen worden genomen, behoudens hervatting binnen één jaar. Technische vraag Kan worden toegelicht wat het zaaksgebonden overgangsrecht betekent bij: • Verkoop van het perceel; • Verhuur aan een derde; • Bedrijfsopvolging binnen familie of onderneming; • Wijziging van KvK-activiteiten; • Tijdelijke bedrijfsstilstand;
•
Start van een andere bedrijfsactiviteit?
Antwoord: Bij verkoop of verhuur van het perceel en bedrijfsopvolging moet het gebruik dat onder het zaaksgebonden overgangsrecht valt worden voortgezet of moet er een kermisbedrijf worden gestart. Een wijziging of een start van een andere activiteit kan op basis van het overgangsrecht als door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Mocht daar geen sprake van zijn dan moet worden bekeken of door middel van een BOPA procedure medewerking kan worden verleend aan die andere bedrijfsactiviteit. Een tijdelijke bedrijfsstilstand kan mits die onderbreking niet langer is dan 1 jaar. Daarna is het verboden het gebruik dat valt onder het zaaksgebonden overgangsrecht te hervatten of te laten hervatten. 2.2 Ontstaan van niet-kermisbedrijvigheid aan de Bruggestraat In de motivering en reactienota wordt beschreven dat op enkele percelen aan de Bruggestraat andere bedrijfsactiviteiten aanwezig zijn dan kermisbedrijven. Voor Bruggestraat 4, 9 en 10 wordt daarom zaaksgebonden overgangsrecht opgenomen. Tegelijkertijd wordt in de stukken gesteld dat de locatie beleidsmatig bedoeld is als kermisterrein. Voor de beoordeling van de rechtszekerheid en de noodzaak van het overgangsrecht is relevant sinds wanneer deze andere bedrijvigheid aanwezig is en onder welk planologisch regime deze is toegestaan of ontstaan.
Sinds wanneer zijn op de percelen Bruggestraat 4, 9 en 10 andere bedrijfsactiviteiten dan kermisbedrijven aanwezig, en onder welk planologisch regime zijn deze activiteiten toegestaan, vergund of anderszins planologisch beoordeeld? Antwoord: Het nu geldende Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B laat ter plaatste ook bedrijven van milieu-categorie 1 of 2, zoals opgenomen in de bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten toe. Ook de daarvoor geldende bestemmingsplannen lieten dat toe. Het gebruik, waar geen vergunning voor nodig is, is in de loop der tijd daar legaal ontstaan. 2.3 Gevolgen bij beëindiging bedrijfsactiviteiten en bewoning In de reactienota wordt naar aanleiding van zienswijze 3 aangegeven dat bij het stoppen van legale bedrijfsactiviteiten geen nieuw overgangsrecht ontstaat. Ook staat in de reactienota dat bewoning van een kermisbedrijfswoonwagen in principe niet langer is toegestaan als de functionele binding met het bedrijf ontbreekt.
Kan worden uiteengezet wat er juridisch en praktisch gebeurt wanneer een eigenaar/bewoner de kermisbedrijfsactiviteiten beëindigt, waaronder: • Of bewoning dan nog is toegestaan; • Welke procedure dan volgt; • Welke termijn voor beëindiging van bewoning geldt; • Welke aanvraagmogelijkheden bestaan, zoals BOPA, persoonsgebonden overgangsrecht of een regeling voor voormalige bedrijfswoningen? Antwoord: Mocht er een einde komen aan de kermisbedrijfsactiviteiten dan is bewoning in principe niet langer toegestaan omdat bewoning van een kermisbedrijfswoonwagen alleen is toegestaan zolang er een functionele binding is met het bedrijf. De lijn kan dan worden gevolgd uit de jurisprudentie dat zolang er nog wel wordt gewoond maar er geen bedrijfsactiviteiten zijn, er dan geen strijd is met het omgevingsplan. Bovendien zijn er andere regelingen die aangevraagd kunnen worden bij de gemeente om activiteiten te legaliseren. Hierbij valt te denken aan een BOPA, de verbrede regeling van 'plattelandswoningen' of persoonsgebonden overgangsrecht. 2.4 Nadeelcompensatie en financiële risicoanalyse In de reactienota wordt bij de zienswijze over waardevermindering aangegeven dat een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend. In de stukken is echter geen afzonderlijke inschatting opgenomen van de kans op of omvang van mogelijke nadeelcompensatieclaims.
Is er voorafgaand aan dit voorstel een nadeelcompensatie- of planschaderisicoanalyse uitgevoerd naar de gevolgen van het schrappen van de functie ‘Bedrijventerrein - categorie 2’ en het beperken van gebruiksmogelijkheden? Zo ja, kan deze analyse aan de raad worden verstrekt? Zo nee, waarom is deze analyse niet uitgevoerd?
Antwoord: Nee, een dergelijke analyse is niet uitgevoerd omdat we bewust die rechten hebben beperkt om aan te sluiten bij het beleidsuitgangspunt dat de locatie uitsluitend bedoeld is voor kermisbedrijven. 2.5 Juridische toets op bestaande rechten, eigendom, Dienstenrichtlijn en schaarse rechten In zienswijze 3 worden juridische punten opgeworpen over bestaande rechten, eigendomsbescherming, schaarse rechten en artikel 15 van de Dienstenrichtlijn. De reactienota geeft hierop antwoorden, maar een afzonderlijke toets op onder meer proportionaliteit, noodzakelijkheid en evenredigheid is niet als bijlage toegevoegd. Is de juridische onderbouwing van het TAM-omgevingsplan en de reactienota intern of extern getoetst op de onderdelen bestaande rechten, eigendomsbescherming, Dienstenrichtlijn, schaarse rechten en nadeelcompensatie? Zo ja, kan deze juridische toets of een samenvatting daarvan aan de raad worden verstrekt? Antwoord: Het Tam-omgevingsplan en de reactienota is niet extern getoetst. Het is wel intern via het vier-ogenprincipe tegen gelezen. Er is dus geen aparte juridische toets of samenvatting beschikbaar. 2.6 Toetsingscriteria toekomstige BOPA-aanvragen De reactienota geeft aan dat andere bedrijvigheid dan kermisbedrijf niet op voorhand volledig wordt uitgesloten, maar dat hiervoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de hand ligt.
Tegelijk wordt erkend dat dit onzekerder is dan een binnenplanse regeling. Welke concrete toetsingscriteria wordt er gehanteerd bij toekomstige BOPA-aanvragen voor andere bedrijvigheid dan een kermisbedrijf binnen het besluitgebied, en op welke wijze wordt geborgd dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld? Antwoord: Die concrete toetsingscriteria zijn op voorhand niet mee te geven want dat is juist één van de redenen om ze niet als een binnenplanse regeling op te nemen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zorgen ervoor dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. 2.7 Verantwoordelijkheid voor toetsing bij koop, verkoop of verhuur In de reactienota geeft het college aan dat bij verkoop of voorgenomen gebruik rekening moet worden gehouden met de regels van het omgevingsplan en dat het gebruik niet vrij kan worden bepaald. Omdat de gebruiksmogelijkheden door dit TAM-omgevingsplan veranderen, is relevant bij wie de verantwoordelijkheid ligt om voorafgaand aan koop, verkoop of verhuur te toetsen of het beoogde gebruik past binnen de planregels.
Bij wie ligt de verantwoordelijkheid om voorafgaand aan aankoop, verkoop of verhuur te toetsen of het beoogde gebruik past binnen het omgevingsplan: koper, verkoper, notaris, makelaar of gemeente? En op welke wijze worden betrokkenen hierover geïnformeerd? Antwoord: Die verantwoordelijkheid is hier niet anders dan elders en die ligt primair bij de koper. Dit valt onder de wettelijke onderzoeksplicht. 2.8 Milieucategorieën en gevolgen huidige bedrijven De huidige functie ‘Bedrijventerrein - categorie 2’ wordt geschrapt. In de reactienota wordt bij zienswijze 3 onder h aangegeven dat de lijst van activiteiten ziet op aan-huis-verbonden beroepen/bedrijven en dat milieucategorie 1 daarvoor de norm blijft om het woonklimaat te beschermen. Tegelijk kan de nieuwe hoofdfunctie ‘Kermisbedrijf’ gevolgen hebben voor de toegestane milieucategorieën en activiteiten van huidige bedrijven. Leidt het TAM-omgevingsplan tot een beperking of wijziging van toegestane milieucategorieën of bedrijfsactiviteiten ten opzichte van de huidige situatie? Zo ja, wat zijn de concrete gevolgen per bestaand bedrijf/perceel? Antwoord: Nee, want in de huidige situatie zijn kermisbedrijven met bijbehorende voorzieningen zoals een bedrijfswoning al toegestaan.
3. Participatie en impact op huidige inwoners/eigenaren 3.1 Toepasselijke participatieverordening en participatieverslag Hoofdstuk 3 van de motivering beschrijft de participatie met bewoners/eigenaren. De motivering verwijst naar het participatiebeleid van Deventer en artikel 10.2 Omgevingsbesluit. De Participatieverordening gemeente Deventer 2023 gold van 6 mei 2023 tot en met 26 maart 2026 en de Participatieverordening 2026 geldt vanaf 27 maart 2026. Welke participatieverordening en welk participatiebeleid waren op dit traject van toepassing, en is er een participatieplan en/of participatieverslag opgesteld? Zo ja, kan dit aan de raad worden verstrekt? Zo nee, waarom was dat niet vereist? Antwoord: De Participatieverordening gemeente Deventer 2023 en het daar uit vloeiende participatiebeleid is op dit traject van toepassing. Het participatieverslag is in paragraaf 3.2 van de motivering wijzigingsbesluit opgenomen. 3.2 Overzicht participatiegesprekken en betrokken eigenaren De motivering vermeldt dat bewoners/eigenaren in december 2024 en januari 2025 persoonlijk zijn geïnformeerd en dat in augustus 2025 met een aantal bewoners/eigenaren opnieuw is gesproken. Niet duidelijk is hoeveel personen zijn gesproken, of alle huidige eigenaren zijn bereikt en of er in de tussentijd eigendomswisselingen zijn geweest.
Kan een overzicht worden gegeven van: • Het aantal gevoerde participatiegesprekken; • De data of periodes waarin deze gesprekken zijn gevoerd; • Of alle huidige bewoners/eigenaren zijn bereikt; • Of sprake is geweest van eigendomswisselingen sinds 2021/2023; • Of nieuwe eigenaren afzonderlijk zijn geïnformeerd? Antwoord: In december 2024/januari 2025 is voor elk perceel met in ieder geval één eigenaar en/of bewoner gesprekken gevoerd. In augustus 2025 zijn inderdaad nog met een aantal bewoners/eigenaren nogmaals gesproken. In die periode is er geen sprake geweest van eigendomswisselingen. 3.3 Beschikbaarheid gespreksverslagen en schriftelijke reacties In de motivering staat dat bewoners/eigenaren na gesprekken ook schriftelijk hebben gereageerd om standpunten nader te motiveren of vragen te stellen. De stukken bevatten wel een samenvatting, maar geen gespreksverslagen of geanonimiseerde reacties. Zijn van de participatiegesprekken verslagen gemaakt en zijn de schriftelijke reacties van bewoners/eigenaren beschikbaar? Zo ja, kunnen deze (zo nodig geanonimiseerd) aan de raad worden verstrekt? Antwoord: Van de gesprekken in december 2024/januari 2025 zijn verslagen gemaakt. De nadien ingediende schriftelijke reacties van bewoners/eigenaren zijn ook beschikbaar.
Deze kunnen beschikbaar aan de raad worden gesteld maar mede door het anonimiseren kan dat niet tegelijk plaatsvinden met de beantwoording van deze vragen. 3.4 Reacties buiten de zienswijzentermijn De reactienota vermeldt dat het ontwerp van 23 oktober tot en met 3 december 2025 ter inzage heeft gelegen en dat binnen deze termijn drie zienswijzen zijn ingediend. Niet vermeld wordt of buiten de formele termijn nog reacties zijn ontvangen. Zijn buiten de formele zienswijzentermijn nog reacties, brieven, e-mails of zienswijzen ontvangen over dit TAM-omgevingsplan? Zo ja, hoe zijn deze betrokken bij de besluitvorming? Antwoord: Er is nog wel op ambtelijk niveau contact geweest met één van de indieners van de zienswijzen nadat die de reactienota zienswijzen had ontvangen. Met een andere indiener is ook nog e-mail contact geweest over wat algemenere zaken. Dit had geen effect op de besluitvorming.
3.5 Impact op huidige bewoners/eigenaren bij woon- en bedrijfsbeëindiging De reactienota maakt duidelijk dat bewoning van een kermisbedrijfswoonwagen functioneel verbonden moet zijn aan het kermisbedrijf. Voor huidige bewoners/eigenaren kan dit gevolgen hebben bij pensioen, bedrijfsbeëindiging, verkoop of opvolging. Is per huidig adres/perceel inzichtelijk gemaakt welke gevolgen het nieuwe TAM-omgevingsplan heeft voor de woon- en bedrijfssituatie van de huidige bewoners/eigenaren bij pensioen, bedrijfsbeëindiging, verkoop of opvolging? Zo ja, kan dit overzicht aan de raad worden verstrekt? Antwoord: Nee, dat is niet gedaan want dit niet de essentie van het opstellen van een omgevingsplan. Zie verder antwoord 2.1. 3.6 Andere betrokken stakeholders De motivering beschrijft vooral participatie met huidige bewoners/eigenaren. Het rapport Huisvesting Kermisexploitanten is gebaseerd op gesprekken met kermisexploitanten en BOVAK en noemt een bredere behoefte aan huisvesting. Zijn naast huidige bewoners/eigenaren ook andere stakeholders betrokken, zoals kermisexploitanten met een actuele huisvestingsbehoefte, personen op een wachtlijst, brancheorganisaties of omliggende bedrijven? Zo ja, hoe is hun input verwerkt? Antwoord: Nee, daar is geen sprake van geweest.
Voor de uitvoering van de motie bedrijfskavels voor kermisexploitanten wordt gesproken met de brancheorganisatie en kermisexploitanten. 3.7 Relatie met kwartaalrapportage 2024 over illegale bewoning In de beschikbare stukken wordt niet duidelijk of de in de kwartaalrapportage 2024 genoemde illegale bewoning betrekking heeft op de Bruggestraat of op bewoners/eigenaren binnen dit besluitgebied. Omdat het voorliggende TAM-omgevingsplan mede ziet op het juridisch regelen van wonen en werken aan de Bruggestraat, is relevant of er een relatie bestaat tussen deze wijziging en eerder benoemde illegale bewoning. Heeft de in de kwartaalrapportage 2024 genoemde illegale bewoning betrekking op de Bruggestraat of op bewoners/eigenaren binnen dit besluitgebied en waarom? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de inzet van middelen voor dit TAM-omgevingsplan? Antwoord: Als gedoeld wordt op de passage in de 3e Kwartaalrapportage 2024 dan heeft dit betrekking op hetzelfde dossier.