2026-01-11 - Beantwoording technische vragen CDA over Huisvestingsverordening
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen CDA over Huisvestingsverordening Betreft 'Voorrang voor woningzoekenden met maatschappelijke binding' binnen het voorstel Huisvestingsverordening 12-01-2026 Vraag 1: De wettelijke definitie van 'maatschappelijk belang houdt onder meer in 'een redelijk met de plaatselijke samenleving houdend belang hebben zich daar te vestigen'. Kan dit worden uitgelegd of een voorbeeld van worden gegeven? Antwoord: Het gaat om een behoorlijk belang, omdat de gehele plaatselijke samenleving ermee gediend moet zijn. In de “Leeswijzer bij de Huisvestingswet 2014”, pagina 24 en 25, van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is toegelicht dat maatschappelijke binding aanwezig is wanneer mensen op basis van familiebanden of langdurig engagement in onder meer vrijwilligersorganisaties een expliciete en actuele bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. Uit de toelichting volgt dat de maatschappelijke binding van een woningzoekende niet bestaat uit familiebanden of een sociaal netwerk in de woonregio, maar dat het gaat om woningzoekenden die feitelijk al een expliciete bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap (ECLI:NL:RBDHA:2020:6561) anders dan economische binding. Als er een beroep wordt gedaan op deze vorm van maatschappelijke binding, zal door het college per geval (aanvraag huisvestingsvergunning) bekeken moeten worden of daar sprake van is.
Vraag 2: Is een andere gebiedsaanduiding overwogen, namelijk het toepassen van de voorrangsregel op 'delen van de gemeente', waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de stad en de verschillende dorpen? Zo ja, wat kwam daar uit? Antwoord: De Huisvestingsverordening kan worden ingezet ten behoeve van het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Bij het instellen van een huisvestingsverordening geldt voor gemeenten een onderzoeksplicht om dit aan te tonen. Hiervoor is het Onderzoek onevenredige effecten schaarste uitgevoerd. Hoewel het lastig is om de exacte effecten van de schaarste te duiden, is verdringing op gemeenteniveau wel degelijk waarneembaar. Voor sturing op wijk- of dorpsniveau is op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek onvoldoende informatie beschikbaar om hierover uitspraken te doen. Vraag3 : Aangezien de '(aspirant) koper' de vergunning dient aan te vragen, betekent dit dat de vergunning zowel voor als na de koop kan worden aangevraagd en toegekend? Antwoord: Ja, maar de vergunning dient wel aangevraagd te worden voor het in gebruik nemen van de woning. Overigens neemt een koper neemt wel een risico indien hij de aanvraag huisvestingsvergunning pas doet op het moment dat de woning al is gekocht. Vraag 4: De verordening gaat 1 juni 2026 in.
Betekent dit dat bij alle ontwikkelingen/bouwprojecten die nu in de pijplijn zitten met betaalbare nieuwbouw koopwoningen die na 1 juni 2026 overgaan tot verkoop de voorrangsregeling wordt toegepast? Kunnen daarbij enkele voorbeelden worden genoemd van grotere ontwikkelingen/bouwprojecten waarbij de voorrangsregeling zeker zal worden toegepast?
Antwoord: Ja, voorbeelden van projecten die naar verwachting na 1 juni 2026 in de verkoop zullen gaan zijn ’t Nijland in Diepenveen, Centuurbaan 111 en Bathmen.