CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-920-bijlage-collegereactie ontwerp OER

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvisie + Omgevingseffectrapportage (OER)1.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegereactie ontwerp omgevingseffectrapportage

Inleiding Op 9 juli 2025 besloot de raad over het Koersdocument Omgevingsvisie. Daarmee gaf u kaders waarbinnen een (ontwerp) omgevingsvisie kan worden uitgewerkt. Op 23 oktober ontving u de Ontwerp Omgevingsvisie, uitgewerkt binnen de kaders van het Koersdocument. Deze stap is – net als het koersdocument – getoetst op verwachte leefomgevingseffecten. De ontwerp OER behorend bij de ontwerp omgevingsvisie, ontving u op 29 oktober. U heeft middels een motie op 26 februari 2025 verzocht om een Tussentijds Advies van de commissie MER vooruitlopend op het verplichte advies van de commissie MER op de ontwerp-OER (ten tijde van de ontwerp omgevingsvisie). De commissie MER heeft geadviseerd op de OER op scenario’s en koersdocument. De commissie MER adviseerde onder andere om nader in te zoomen op enkele grote mogelijke ontwikkelingen in de omgevingsvisie. Dat heeft het college vertaald in een uitbreiding van de opdracht voor de OER met een verdieping op (1) een derde brug, (2) Baarlerhoek, (3) Bergweide 3 en (4) Stadsland. Deze ontvangt u vandaag. U kunt de ontwerp OER gebruiken bij de besluitvorming over het vrijgeven van de ontwerp omgevingsvisie voor zienswijzen. In de technische sessie van 5 november 2025 leiden we u door de opbrengst van deze aanvullende analyse.

Dit ontwerp-OER heeft een formele status en zal verplicht getoetst worden door de commissie MER op het moment dat de ontwerp omgevingsvisie is vrijgegeven voor zienswijzen. Kader Omgevingswet Uitgangspunten en scope opstellen omgevingsvisie d.d. 22 januari 2025 Notitie Reikwijdte en Detailniveau d.d. 26 februari 2025 Concept OER rapportage d.d. 19 mei 2025 Tussentijds toetsingsadvies, cie. MER d.d. 2 juli 2025 Koersdocument Omgevingsvisie d.d. 9 juli 2025 Kern van de boodschap In lijn met het concept OER op het koersdocument laat ook het OER op de concept omgevingsvisie een overwegend positief beeld zien van de verwachte invloed op de leefomgevingseffecten. Uit het OER blijkt dat de omgevingsvisie van Deventer inzet op een gezonde, duurzame en inclusieve leefomgeving door vergroening, sociale verbinding en duurzame mobiliteit te combineren. Hoewel de visie op veel thema’s positief scoort, zijn er enkele thema's negatief beoordeeld. Het college ziet dat als een signaal om daar extra aandacht voor te hebben bij de realisatie. Nadere toelichting Gelijk aan de beoordeling van het koersdocument, constateert het onderzoeksbureau dat de omgevingsvisie zich richt op het verbeteren van gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid door een combinatie van ruimtelijke en sociale maatregelen.

Vergroening, beweegvriendelijke infrastructuur en ontmoetingsplekken worden ingezet om gezondheid en sociale cohesie te bevorderen. Milieukwaliteit wordt aangepakt via bronmaatregelen, ruimtelijke sturing en monitoring, met positieve effecten op geluid, lucht en geur. Hittestress blijft een belangrijk aandachtpunt in (te) verdichte(n) wijken. De mobiliteitsvisie bevordert duurzame verplaatsingen via fietsen, lopen en openbaar vervoer, maar autobereikbaarheid neemt af. Biodiversiteit en natuur worden versterkt via uitbreiding van de groenblauwe hoofdstructuur, ecologische verbindingen en natuur-inclusief bouwen. De

woningbouwopgave is ambitieus, maar kent ook onzekerheden door druk op binnenstedelijke verdichting.

Weergave beoordeling

Het samenvattende rad van de leefomgeving geeft in een oogopslag de resultaten weer. De uitleg en onderbouwing van die uitkomsten worden in het document beschreven. De rapportage gaat in op de huidige situatie (de leefomgevingsfoto, de witte lijn), de autonome ontwikkeling buiten de gemeentelijke invloedsfeer (de gestippelde lijn), de verwachte positieve effecten (groene pijlen) en de verwachte negatieve effecten (rode pijlen). Een brede pijl geeft aan dat het verwachte effect het gevolg is van veel voorgenomen maatregelen. Een lange pijl voorspelt een (relatief) groot effect. In de omgevingseffectbeoordeling van het Koersdocument werden sommige verwachte effecten nog als ‘neutraal’ bestempeld, omdat er toen nog onvoldoende informatie beschikbaar was om een goede inschatting te kunnen maken. De ontwerp omgevingsvisie is een stuk concreter. Daarom wordt nu de beoordeling ‘neutraal’ achterwege gelaten.

Inhoudelijke reactie

De omgevingseffectrapportage geeft (te zien aan groene pijlen op de meeste thema’s) een positief beeld van de verwachte invloed van de in te zetten koers op de leefomgevingseffecten. Dat is grotendeels in lijn met de beoordeling van het Koersdocument. De voor het koersdocument als negatief beoordeelde aspecten: passend woningaanbod, bereikbaarheid auto en landbouwareaal, heeft bij de beoordeling van de ontwerp visie geresulteerd tot twee aspecten die negatief zijn beoordeeld, nl. hittestress en vestigingslocaties. Deze beoordelingen zijn enerzijds een logisch gevolg van de integrale afweging die gemaakt moet worden voor de ruimtelijke opgaven. Anderzijds ziet het college dit als belangrijke aandachtspunten waar mitigatie van negatieve effecten hoge prioriteit heeft.

Hittestress

Een negatieve beoordeling is aangegeven voor het onderwerp hittestress. Deventer wil hittestress verminderen door wijken te vergroenen, vooral vooroorlogse buurten en bedrijventerreinen. Dit gebeurt via ruimtelijke ingrepen zoals meer groen en water, en sociale maatregelen zoals ondersteuning van bewonersinitiatieven. Ondanks deze inzet blijven de effecten beperkt in dichtbebouwde gebieden door ruimtegebrek en ontbreken van bindende groennormen, waardoor het gezondheidsrisico bij hittegolven reëel blijft.

Passend woningaanbod

Ook zag het onderzoeksbureau een risico in het passend woningaanbod ten tijde van het koersdocument. Zij misten concrete maatregelen voor de realisatie van betaalbare woningen. Dat risico zien zij in deze ontwerp omgevingsvisie niet meer. Het college ziet deze inzet als een gegeven, omdat hierover al afspraken zijn gemaakt en hierover ook wetgeving wordt voorbereid. In het koersdocument is opgenomen dat het aandeel sociale huurwoningen op peil moet blijven. Het college gaat er bovendien vanuit dat de verdeling 30-40-30 uit de Woonvisie en de Woondeals verwerkt wordt in de uiteindelijke Omgevingsvisie, dan wel in het Volkshuisvestingsprogramma. Daarnaast focust het college zich op het bouwen van gemixte wijken. Concreet moet het totaal aan toegevoegde woningen voldoen aan de betaalbaarheidsverhouding 30-40-30 en wil het college met nieuwbouw toevoegen wat nog beperkt aanwezig is in de wijk om te streven naar een gemixt eindbeeld.

Bereikbaarheid auto

De negatieve beoordeling op autobereikbaarheid blijft ook staan. Enerzijds past dat bij de ambitie om de auto minder dominant te maken in stedelijke gebieden. Echter de doorstroom over de hoofdwegenstructuur blijft een aandachtspunt, wat de urgentie van een derde IJsselbrug nog eens benadrukt. Ook is er in de ontwerp omgevingsvisie aandacht voor de reizigers die vanwege een beperking afhankelijk zijn van eigen automobiliteit. Voor deze

groep houdt het college blijvend aandacht voor passende parkeermogelijkheden, ook in een autoluwe binnenstad.

Ruimte voor werken Het landbouwareaal wordt negatief beoordeeld omdat ondanks de focus op inbreiding het landbouwareaal afneemt door stedelijke ontwikkeling, energievraagstukken en natuurontwikkeling. Ook de onzekerheid over het nieuwe bedrijventerrein (omdat er nog geen locatie voor is aangewezen) draagt bij aan deze rode pijl. Dat er nog geen locatie is in deze ontwerp omgevingsvisie, is inderdaad een gemis voor de integrale afweging, echter wordt hier achter de schermen hard aan gewerkt: er is een projectleider, er zijn locaties in beeld. Het college verwacht in 2026 met de raad (vertrouwelijk) in gesprek te gaan over mogelijke locaties. Verdieping opgaven: derde brug, Baarlerhoek, Bergweide 3 en Stadsland Zoals in de inleiding al aangegeven heeft het onderzoekbureau naar aanleiding van het advies van de cie. MER een aanvullende opdracht gekregen om de leefomgevingseffecten van de opgaven; derde brug, Baarlehoek, Bergweide 3 en Stadsland te onderzoeken. Hun bevindingen komen in grote lijn overeen met die van de verkenningen die eerder zijn uitgevoerd. Dat sterkt het college in de onderbouwing van haar keuzes zoals voorgelegd in de ontwerp omgevingsvisie.

Derde brug Het verwachte effect van een derde brug voor Deventer is positief voor wat betreft bereikbaarheid, vermindering van de verkeersdruk in de binnenstad en negatief voor wat betreft de landschappelijke impact op het rivierenlandschap van de IJssel. Voor Voorst worden risico’s benoemd waaronder een grote maatschappelijke en cultuurhistorische impact vanwege de aanleg van een nieuwe verbinding tussen brug en A50 en de mogelijke karakterisering als doorreisgebied. Het college zal zich met de gemeente Voorst (en ook binnen de regio Stedendriehoek) buigen over hoe met deze uitdagingen om te gaan. Deze eerste analyse biedt daarvoor aanknopingspunten voor vervolgonderzoek.

Baarlerhoek Baarlerhoek biedt ruimte voor 1.000 tot 1.700 woningen. Het gebied kent een landschappelijke inbedding met cultuurhistorische waarden, zoals erven en lanen, en ligt deels in een grondwaterbeschermingsgebied. De nabijheid van de N348 brengt risico’s met zich mee voor gezondheid en externe veiligheid. De mogelijke inpassing van een nieuw hoogspanningsstation is van invloed op de ontwikkelmogelijkheden binnen Baarlerhoek. De ontwikkeling kan druk zetten op het dorp Schalkhaar, dat niet is ingericht op grootschalige verkeersstromen. Variant A biedt meer ruimte voor behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden, terwijl Variant B meer woningen en voorzieningen mogelijk maakt, maar zal ook meer druk op de omgeving veroorzaken.

Bergweide 3

Bergweide 3 is een inbreidingslocatie binnen het stedelijk systeem, gelegen nabij het station en de binnenstad. Het betreft een transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een gemengd woon-werkmilieu met 520 tot 870 woningen. De locatie is goed bereikbaar en sluit aan op bestaande stedelijke functies. Wel zijn er risico’s op het gebied van bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en geluid vanwege de nabijheid van bedrijven met een hoge milieucategorie. Ook vraagt de ontwikkeling om een zorgvuldige afstemming van mobiliteit, waarbij het STOMP-principe centraal staat. Variant A biedt meer flexibiliteit in de inrichting en ruimte voor bedrijven, terwijl Variant B meer woningen toevoegt maar ook meer druk legt op de omgeving en infrastructuur. In een nadere verkenning en ontwikkelstrategie van Bergweide 3 zal hier verder op worden ingegaan.

Stadsland De ontwikkeling stadsland is sterk afhankelijk van het besluit van het Rijk over de IJsselbypass. Dit vormt een fundamentele onzekerheid, zeker voor de korte termijn. Los hiervan wordt stadsland vanuit leefomgevingseffecten door het onderzoeksbureau gezien als een kansrijke locatie vanwege de nabijheid van de binnenstad, de IJssel en de rustige ligging. Het gebied biedt ruimte voor 1.100 tot 1.800 woningen en heeft een sterke potentie voor een fijn woonklimaat. Daarnaast zijn er risico’s op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid door het spoor, en hoge grondwaterstanden. Ook de aanwezige natuurwaarden door het hierop specifieke beheer in het gebied zijn een belangrijk aandachtspunt. Variant A biedt meer ruimte voor natuur en recreatie, terwijl Variant B meer woningen en voorzieningen mogelijk maakt. Het voorstel van het college om nadere verkenning van woningbouw op Stadsland te koppelen aan duidelijkheid over de status van de reservering t.b.v. de bypass, sluit hier goed op aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16195263/1