2025-887 Bijlage 2 Aansluitstrategie Fase 2
Tekst van het document
www.deventer.nl
Bijlage 2: Aansluitstrategie SWZ fase 2 oktober 2025
Inhoudsopgave 1. Achtergrond en doel aansluitstrategie...................................................................................2 1.1. Inleiding.......................................................................................................................... 3 1.2 Status van het project......................................................................................................3 1.3 Projectuitgangspunten.....................................................................................................3 1.4 Doelstelling aansluitstrategie...........................................................................................3 1.5 Opbouw........................................................................................................................... 4 2. Scope....................................................................................................................................4 3. Pijler 1: Ontsluiting................................................................................................................ 5 3.1 Inleiding...........................................................................................................................
5 3.2 Principe 1: Fase 2 wordt ten behoeve van besluitvorming, communicatie, technische voorbereiding en realisatie opgedeeld in meerdere schaalniveaus.......................................5 3.3 Principe 2: De backbone komt er sowieso en wordt als eerste aangelegd..................... 6 3.4 Principe 3: De deelfasen worden volgordelijk ontsloten te beginnen met deelfase 2A... 7 3.5 Principe 4: Minimaal 70% van alle huishoudens in een complex moeten willen aansluiten alvorens aanleg gaat plaatsvinden ............................................................................................8 3.6 Principe 5: Er wordt een technisch referentieontwerp voor ontsluiting opgesteld gebaseerd op de projectuitgangspunten en principes...........................................................9 3.7 Principe 6: In verband met mogelijke schaarste kunnen aanvullende principes worden opgesteld na realisatie van deelfase 2A..............................................................................10 4. Pijler 2: Aanbod...................................................................................................................11 4.1 Inleiding.........................................................................................................................
11 4.2 Principe 7: Het aanbod tot aansluiting wordt in drie categorieën verdeeld: (1) huurders, (2) eigenaren en (3) particuliere verhuurders...................................................................... 11 4.3 Principe 8: Er worden keuzepakketten gemaakt voor particuliere woningeigenaren.... 12
2
1. Achtergrond en doel aansluitstrategie 1.1. Inleiding De Deventer gemeenteraad heeft in mei 2024 besloten tot realisatie van fase 1 en fase 2 van Slim Warmtenet Zandweerd. Voor fase 1 is daarvoor krediet beschikbaar gesteld en wordt momenteel gewerkt aan de daadwerkelijke uitvoering. Voor de uitvoering van fase 2 moet nog een kredietbesluit worden genomen. Dit gebeurt op basis van onder andere een uitgewerkt risicobeheersplan. Een van de hoofdrisico’s in dit risicobeheersplan is het vollooprisico. Het behalen van een voldoende hoog deelnamepercentage is cruciaal voor het slagen van het warmtenet. De strategie beschrijft hoe we binnen de beschikbare capaciteiten van het warmtenet tot een rechtvaardige en efficiënte verdeling van aansluitingen komen. Dit document sluit daarmee aan bij het geactualiseerde risicodossier dat eerder is opgesteld en beschrijft de manier waarop we het vollooprisico in fase 2 maximaal beheersen vanuit de ontwikkeling van het Slim Warmtenet Zandweerd. 1.2 Status van het project Het project Slim Warmtenet Zandweerd bevindt zich momenteel in het laatste deel van de uitvoering van fase 1. Binnen deze fase zijn de volgende werkzaamheden in uitvoering of in voorbereiding:
Aansluiting van 171 aansluitingen van Woonbedrijf ieder1 aan de Johannes van Vlotenlaan Aansluiting van 32 huurwoningen van woningcorporatie Rentree aan de Hobbemastraat Aansluiting van 9 particuliere woningen aan de Hobbemastraat Voorbereiding voor de technische ruimtes waaronder: o De warmtewisselaar bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie o De locatie voor warmtepompen in de garageboxen bij de Rembrandtflat.
Fase 2 bevindt zich in de voorbereidende fase, waarbij op dit moment het ontwerp van het leidingwerk wordt uitgewerkt en bewoners vanuit de wijkaanpak c.a. drie keer per jaar geïnformeerd worden over de stand van zaken middels de SWZ-update. De looptijd van de realisatie van fase 2 strekt zich uit over 2026 t/m 2032. 1.3 Projectuitgangspunten Door de Deventer gemeenteraad zijn vier projectuitgangspunten vastgesteld. Deze projectuitgangspunten vormen de basis voor deze aansluitstrategie. De vier projectuitgangspunten zijn: leveringszekerheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en opschaalbaarheid. De praktische vertaling hiervan in de ontwerpfilosofie is als volgt: Leveringszekerheid: Wanneer een woning aangesloten is, is de leveringszekerheid geborgd. Zowel op het moment van aansluiten als voor de verre toekomst. Ook als later nieuwe aansluitingen in de buurt worden gerealiseerd. Betaalbaarheid: Het zoveel als mogelijk voorkomen van ongedekte investeringen; wat wil zeggen het aanleggen van (delen van het) warmtenet zonder zekerheid op afnemers. Dat betekent dat het ontwerp gebaseerd is op de grootste kans dat woningen ook daadwerkelijk aansluiten. Duurzaamheid: Het voorkomen van het realiseren van leidingen die niet gebruikt worden omdat er geen aansluitingen worden gerealiseerd. Dit veroorzaakt nodeloos warmteverlies en materiaalgebruik.
Opschaalbaarheid: Waar mogelijk en vanuit betaalbaarheid verantwoord, is het warmtenet uit te breiden en/of worden leidingen op overmaat gedimensioneerd. 1.4 Doelstelling aansluitstrategie De aansluitstrategie dient drie doelen: 1. Een toelichting op de manier waarop het Slim Warmtenet Zandweerd in fase 2 verder wordt ontwikkeld in de wijk en welke afwegingen daarbij worden gemaakt. 2. Het vaststellen van heldere kaders en handvaten ten aanzien van: a. De wijze van ontsluiting van het gebied;
3
b. De inhoud van het aanbod richting bewoners; c. De manier van evalueren en bijsturen tijdens de uitvoering; d. Het gelijkwaardig verdelen van de beschikbare aansluitingen over de wijk. 3. Het bieden van een structuur waarmee enerzijds ruimte is voor maatwerk, terwijl we tegelijkertijd het overzicht behouden. De strategie maakt het daarmee mogelijk om, indien nodig, bij te sturen op basis van nieuwe inzichten of veranderende omstandigheden. 1.5 Opbouw De strategie is opgebouwd uit twee pijlers: - Pijler 1: de ontsluiting van de wijk. In deze pijler wordt omschreven hoe op basis van de projectdoelstellingen betaalbaarheid, leveringszekerheid, duurzaamheid en opschaalbaarheid technisch de meest optimale ontsluiting van fase 2 kan worden vormgegeven. - Pijler 2: het aanbod aan potentiële afnemers. In deze pijler wordt omschreven hoe het aanbod naar potentiële afnemers wordt vormgegeven teneinde zoveel mogelijk interesse bij particuliere woningeigenaren te ontwikkelen voor aansluiting op het SWZ. Beide pijlers zijn uitgewerkt in onderliggende principes, die samen de basis vormen voor de afwegingen die gedurende de uitvoering gemaakt worden. 2. Scope Slim Warmtenet Zandweerd wordt in een deel van de wijk Zandweerd ontwikkelt. In totaal telt de wijk circa 6.000 woningen, waarvan 2.200 woningen kunnen worden aangesloten op het warmtenet.
Onderdelen Slim Warmtenet Zandweerd bestaat uit 2 fasen. Fase 1 omvat de volgende onderdelen: De 47 aangesloten woningen op het ZLT-net in de Tuinen van Zandweerd De toevoeging van 27 nog te bouwen appartementen in de Tuinen van Zandweerd 181 woningen in de Rembrandtflat, IJsselflat en de appartementen aan de Rubensstraat In voorbereiding: 171 aansluitingen aan de van Vlotenlaan en 41 aan de Hobbemastraat. In totaal betreft fase 1 daarmee 467 woningen. Dat betekent dat er binnen fase 2 nog ruimte is voor 1.733 aansluitingen. De aansluitstrategie richt zich op de te realiseren aansluitingen binnen fase 2. Schaarste De aansluitstrategie richt zich op de te realiseren aansluitingen binnen fase 2. Binnen fase 2 bevinden zich 2.377 woningen. Onder deze woningen zijn nog 1.733 aansluitingen te verdelen. Binnen fase 2 is daarmee sprake van schaarste. Er zijn immers meer woningen, dan dat er aan warmte beschikbaar is. Voor 944 van deze aansluitingen zijn afspraken gemaakt met de betrokken verhuurders in de wijk (Rentree, ieder1 en Eigen Bouw) in een samenwerkingsovereenkomst. Daarmee hebben zij de garantie op een aansluiting op het warmtenet. Daarmee blijven er 789 aansluitingen voor particuliere woningeigenaren over. In de aansluitstrategie worden deze aansluitingen onderbouwd verdeeld over de wijk. De uitwerking daarvan komt aan bod bij de uitwerking van de pijlers.
Onderstaand model geeft een visuele weergave van de verdeling van het totaal aantal aansluitingen over de wijk. De getalsmatige verdeling laat zien dat binnen elke deelfase ruimte is voor 51% van de particulieren om aan te sluiten. In praktijk betekent dat, dat er niet voor alle particuliere woningen in het projectgebied een aansluiting kan worden gerealiseerd. Vanuit dat oogpunt is er sprake van schaarste. Hier zijn de volgende beheersmaatregelen voor getroffen: - Een heldere aansluitstrategie zoals beschreven in onderhavig document waarin transparant keuzes en afwegingen voor het wel of niet aansluiten van particuliere woningen zijn opgenomen - Het uitwerken van potentiële mogelijkheden om het aantal aansluitingen tijdens het project mogelijk te laten groeien (opschaalbaarheid). Mogelijkheden die hiervoor in zicht zijn, is de
4
inzet van een thermische buffer bij het Warmtehuis en het aansluiten van meer woningen wanneer de gemiddelde warmtevraag per woning lager uitvalt dan geprognotiseerd.
Afbeelding: visuele weergave verdeling totaal aantal aansluitingen over de wijk 3. Pijler 1: Ontsluiting 3.1 Inleiding In deze pijler wordt uiteengezet op welke wijze het gebied wordt ontsloten voor aansluiting op het Slim Warmtenet Zandweerd (SWZ). Deze aansluitstrategie is noodzakelijk omdat er in het aansluitgebied meer woningen aanwezig zijn dan het warmtenet kan bedienen. Vanuit dat oogpunt is sprake van schaarste, wat vraagt om een transparante, uitlegbare en eerlijke verdeling van de beschikbare capaciteit. Tijdens de uitvoering kan het ook voorkomen dat bewoners in bepaalde straten geen interesse hebben in een aansluiting op het warmtenet. In dat geval ontstaat automatisch meer ruimte voor andere delen van het gebied. Om met deze onzekerheid om te gaan is het van belang om voorafgaand aan de uitrol een aantal uitgangspunten en principes te formuleren, waarmee keuzes rondom aansluiting onderbouwd, reproduceerbaar en uitlegbaar zijn. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in de onderstaande principes. Vanzelfsprekend is het dat voor de ontsluiting van Slim Warmtenet ook afgestemd wordt met de MJOP van de openbare ruimte in de wijk. Hierover is periodiek overleg.
3.2 Principe 1: Fase 2 wordt ten behoeve van besluitvorming, communicatie, technische voorbereiding en realisatie opgedeeld in meerdere schaalniveaus Binnen het aansluitgebied worden verschillende schaalniveaus onderscheiden. Elk niveau vervult een rol in het proces van besluitvorming, communicatie, technische voorbereiding en realisatie. Hieronder worden de niveaus beschreven van het grootste schaalniveau tot de kleinste.
5
1. Fase 1 en 2: Fase 1 is op dit moment in uitvoering en voor fase 2 wordt in dit voorstel krediet aangevraagd. 2. Deelfase 2A t/m 2D: Fase 2 is opgedeeld in vier deelfases die samen de globale route van de aanleg vormen. Elke deelfase omvat circa 400 – 800 woningen. 3. Strengen: Aftakking vanaf de backbone richting een gebied met hoge aansluitingszekerheid. Er zijn circa 6 strengen. Een streng kan door meerdere warmteclusters gaan. 4. Warmtecluster: Elke deelfase bevat meerdere warmteclusters. Daarnaast kan een streng aangelegd worden door meerdere warmteclusters. Een warmtecluster bevat circa 150 – 300 woningen en vormt de basis voor communicatie, aanleg en besluitvorming. 5. Complex: Een warmtecluster is opgebouwd uit meerdere complexen. Een complex is een verzameling woningen waarvoor het behalen van het minimale deelname percentage geldt als voorwaarde voor realisatie. Dit kunnen woningen van een woningcorporatie zijn, particuliere woningen of een gemengd blok. 6. Woningen: De individuele woning, waarbij de woningeigenaar of bewoner de keuze maakt of hij wil aansluiten. Door deze structuur aan te brengen ontstaat grip en sturing op de uitvoering. Hieronder worden de niveaus schematisch weergegeven.
Complexdefinities particulieren en woningcorporaties Voor de realisatie geldt dat een minimumpercentage van de bewoners in een complex moeten instemmen met aansluiting. De volgende definities worden gehanteerd: Verhuurders: Hanteren de wettelijke definitie van een complex zoals vastgelegd in de Huurwet: een bouwkundige eenheid van meer dan tien woningen. De verhuurders definiëren hun eigen complexen. Met de verhuurders zijn afspraken gemaakt dat de gemeente de woningen aansluit indien minimaal 70% deelname binnen dat complex wordt behaald. Particulieren: Voor particuliere woningen is geen wettelijk vastgestelde complexdefinitie. In het geval van de particulieren zal het in de meeste gevallen gaan om een bundel van woningen die zich op hetzelfde deel van een streng of warmtecluster bevinden. 3.3 Principe 2: De backbone komt er sowieso en wordt als eerste aangelegd De backbone vormt de hoofd- en retourleiding van Slim Warmtenet Zandweerd en is onmisbaar voor het functioneren van het warmtenet. Deze leiding loopt van noord naar zuid door het gebied en is daarmee bepalend voor de wijze van ontsluiting. De backbone loopt van de Pieter de Hooghstraat, via de Vermeerstraat, een deel van de D.G. van der Keesselstraat en Zandweerdsweg om te eindigen aan de Radstakeweg.
Omdat de straten waar de backbone doorkomt sowieso worden opengemaakt, kunnen woningen die direct aan de backbone grenzen aansluiten zonder dat hiervoor het minimum deelnamepercentage nodig is. Hiermee kan in een vroeg stadium al begonnen worden met het aansluiten van de eerste groep woningen. De backbone is de eerste stap in de aanleg van fase 2. Op onderstaande kaart is de backbone zichtbaar in de kleur donkeroranje.
6
Afbeelding backbone en warmteclusters 3.4 Principe 3: De deelfasen worden volgordelijk ontsloten te beginnen met deelfase 2A. Het ontsluiten van de wijk gebeurt niet in één keer. De wijk zal stap voor stap een aanbod ontvangen voor het aansluiten op het warmtenet. De uitvoering start met de aanleg van de backbone en daarna de realisatie van deelfase 2A. Binnen deelfase 2A vallen warmteclusters 2A-1 t/m 2A-5. Deze clusters bevatten een representatieve mix van woningeigenaren:
Een cluster met voornamelijk woningen van de verhuurders Een cluster met voornamelijk particuliere woningen Een gemengd cluster
Deze opbouw is bewust gekozen. Door in deze fase ervaring op te doen met alle voorkomende warmteclusters, ontstaat inzicht in de organisatorische, technische en communicatieve keuzes die gemaakt moeten worden tijdens de aanleg van Slim Warmtenet Zandweerd. Ook helpt dit om realistischere aannames te maken over het vervolg. Het relatief grote aandeel huurwoningen in deelfase 2A, waarvoor een aansluitovereenkomst is afgesloten, draagt positief bij aan de businesscase van het warmtebedrijf. Dit versterkt de haalbaarheid van de beginfasen in het project en komt ten goede aan de betaalbaarheid voor alle bewoners. De reden om hier te beginnen is dan ook logisch: er kan ervaring opgedaan worden met alle warmteclusters die er zijn in de wijk op gebied van commitment, communicatie en behoefte van bewoners en daarnaast is de businesscase van SWZ sneller positief. Op onderstaande afbeeldingen worden de deelfasen en warmteclusters getoond
7
Afbeelding: Deelfase 2A t/m 2D.
Afbeelding backbone en warmteclusters
8
3.5 Principe 4: Minimaal 70% van alle huishoudens in een complex moeten willen aansluiten alvorens aanleg gaat plaatsvinden. Om op een kosteneffectieve manier de wijk te ontsluiten op het warmtenet, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat minimaal 70% van de adressen in een complex aansluit voordat aanleg plaatsvindt. Dit criterium draagt bij aan een gezonde businesscase en vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van het warmtenet. Het college behoudt echter de bevoegdheid om, in uitzonderlijke gevallen, van dit principe af te wijken. Indien het college besluit af te wijken van dit uitgangspunt, zal dit altijd zorgvuldig en onderbouwd gebeuren. Afwegingen worden expliciet gemaakt op basis van (1) sluitende businesscase (2) de projectuitgangspunten en/of (3) technische noodzaak. Het uitgangspunt van 70% blijft daarmee de norm, waarbij afwijkingen slechts bij uitzondering en met aantoonbare motivatie plaatsvinden. 3.6 Principe 5: Er wordt een technisch referentieontwerp voor ontsluiting opgesteld gebaseerd op de projectuitgangspunten en principes Voor het maken van heldere afwegingen voor het wel of niet aansluiten van woningen in een warmtecluster wordt gebruik gemaakt van een technisch referentieontwerp.
Dit referentieontwerp bestaat uit het technisch ontwerp van de ontsluiting van het warmtenet in fase 2, inclusief de beoogde volgorde van de deelfasen, warmtestrengen en clusters. Het referentieontwerp betreft een optimaal voorontwerp van het warmtenet tracé binnen de kaders van de projectuitgangspunten zoals omschreven in hoofdstuk 1.3. Het referentieontwerp dient het doel om keuzes en afwegingen te objectiveren. Het technisch referentieontwerp wordt door het College vastgesteld en kan op basis van de projectuitgangspunten worden geoptimaliseerd.
Prioriteringen Voor het ontwerp van de warmtestrengen zijn woningen geprioriteerd vanuit de in hoofdstuk 1.3 genoemde projectuitgangspunten. Hierbij wordt uitgegaan van zes prioriteitsniveaus., waarbij een warmtestreng altijd zoveel mogelijk hoog prioritaire woningen (1-3) tracht te bedienen en prioriteit 4 t/m 6 pas aan de orde komen indien er geen prioriteit 1 t/m 3 woning meer kan worden aangesloten. Prioriteit 1: Woningen van de verhuurders waarmee een samenwerkingsovereenkomst en aansluitovereenkomsten zijn afgesloten en afspraken zijn vastgelegd. Prioriteit 2: Woningen van verhuurders die niet zijn opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst en/of particuliere woningen die grenzen aan een streng die naar een gebied gaan met woningen van de verhuurders waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten. Prioriteit 3: Particuliere woningen die aan het einde van een streng liggen. Prioriteit 4: Maatschappelijk vastgoed Prioriteit 5: Commercieel vastgoed Prioriteit 6: Woningeigenaren die reeds eerder aan aanbod tot aansluiting kregen maar daar toen niet op ingingen. Waarbij de aansluitkosten (BAK) per geval opnieuw worden berekend en duurder kan zijn dan de BAK tijdens de complexmatige uitvoering.
Stappen Om te komen van het technisch referentieontwerp tot een definitief ontwerp van het warmtenet op basis waarvan per cluster/streng realisatiebesluiten kunnen worden genomen, worden de volgende stappen achtereenvolgens gevolgd.
9
Stap 1: Vanuit het technisch referentieontwerp worden de juiste strengen en bijbehorende warmteclusters geselecteerd. Hiermee ontstaat er een geografische inkadering van de te benaderen woningen voor stap 2. Stap 2: De wijkaanpak wordt uitgevoerd op deelfaseniveau. (Zie bijlage 5 van de besluitvormende stukken in de raad: Wijkaanpak) Stap 3: Er wordt een interessepeiling voor warmtecluster(s) uitgevoerd om zicht te krijgen op het daadwerkelijk aantal bewoners dat zich wil sluiten op het warmtenet. Dit gebeurt op een logisch moment binnen de wijkaanpak. Stap 4: De inzichten uit de interessepeiling leiden tot een uitwerking van het technisch referentieontwerp voor het warmtecluster met relevante strengen in een definitief ontwerp. Hieruit volgen drie mogelijke inzichten per streng: 1. Streng binnen het warmtecluster met een aansluitpercentage >70% aansluitingen van het totaal 2. Streng binnen het warmtecluster met een aansluitpercentage van c.a. 50% 3. Strengen met weinig interesse. (< 30%). Het doel is om binnen de kaders van de voornoemde projectuitgangspunten zoveel mogelijk aansluitingen te bedienen door het optimaliseren van het ontwerp van de strengen in het warmtecluster. Het optimaliseren van de strengen houdt in: het verleggen, verkorten of niet aanleggen van strengen.
Stap 5: Er wordt een keuze gemaakt welke woningen er werkelijk aangesloten worden in de betreffende warmteclusters. Vanuit die inzichten wordt voor de aannemer van perceel 2 (infra) de opdracht voorbereid voor de aan te leggen strengen. Voor de aannemer van perceel 3 (inpandig leidingwerk) geldt dat de voorlopige deelopdrachten voorbereid worden voor de aan te sluiten woningen. Stap 6: Er wordt een definitief ontwerp gemaakt voor de betreffende warmteclusters, inclusief definitieve diameters van het leidingwerk en een definitieve kostenramping per warmtecluster. Stap 7: Aan de hand van het definitief ontwerp en de kostenraming wordt een financiële toets uitgevoerd of aanleg zoals voorgesteld haalbaar is. Stap 8: Voorwaardelijke besluitvorming door het College. Met daarbij de voorwaarde dat realisatie enkel plaatsvindt indien er voldoende aansluitovereenkomsten zijn binnen de warmteclusters. Gelijktijdig worden de overeenkomsten (onder voorwaarde van besluitvorming college) met de woningeigenaren overeengekomen. Stap 9: Het College neemt het besluit op warmteclusterniveau, inclusief de daarin te realiseren strengen en woningaansluitingen. Effecten op businesscase, planning en de projectuitgangspunten worden daarbij inzichtelijk gemaakt.
3.7 Principe 6: In verband met mogelijke schaarste kunnen aanvullende principes worden opgesteld na realisatie van deelfase 2A Omdat niet alle particuliere woningeigenaren kunnen aansluiten op het warmtenet, bestaat er een kans dat er meer interesse is dan warmte beschikbaar. Hierdoor kan het zijn, dat een deel van de woningeigenaren geen aansluiting kan krijgen op het warmtenet. Om niet op voorhand al met beperkende factoren te werken en daarmee de uitvoering te belemmeren, wordt na deelfase 2A bepaald of er beperkingen op de deelname toegepast moeten worden. Deze worden bepaald aan de hand van de volgende uitgangspunten:
Er is in het gehele projectgebied ruimte is voor 51% van de totaal aanwezige particuliere woningen.
10
Indien er in deelfase 2A meer dan 51% van de particulieren wil aansluiten, wordt dit gehonoreerd. In deelfase 2A kunnen dus alle woningen worden aangesloten, mits voldaan is aan het minimumpercentage instemming binnen een complex. Na afronding van elk warmtecluster binnen deelfase 2A vindt een evaluatie plaats, die leidt tot een brede evaluatie van deelfase 2A. Hierbij wordt onder andere beoordeeld: o Of sprake is van schaarste of overvloed in relatie tot de prognoses vooraf; o Of de wijk- en communicatieaanpak moet worden geoptimaliseerd; o De realisatiecijfers; o Functioneren van het technisch referentieontwerp en de aansluitprincipes. Op basis van de ervaringen in deelfase 2A wordt de strategie en waar nodig de principes voor de vervolgfasen (2B t/m 2D) aangescherpt. Het technisch referentieontwerp, de realisatiecijfers en het sentiment in de wijk vormen hierbij het belangrijkste beoordelingskader. Het optimaliseren van de principes en eventueel toevoegen van aanvullende principes met daar eventueel bijbehorende beperkingen voor de volgende deelfasen, wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het College. Deze principes worden altijd geformuleerd aan de hand van de vier projectuitgangspunten.
Waarbij, omdat er sprake is van bijvoorbeeld schaarste of relatief hoge kosten om te ontsluiten, kritisch gekeken kan worden naar het aansluiten van, dan wel mogelijk uitsluiten van complexen waar: o Een alternatief op het warmtenet mogelijk is. Bijvoorbeeld door de hoeveelheid oppervlak dat voor die woning beschikbaar is (bijvoorbeeld vrijstaande of 2 onder 1 kap woning). o Het bouwjaar van 1990 of later is. Geografisch liggen deze woningen geclusterd binnen het aansluitgebied. Daarnaast zijn woningen vanaf 1990 redelijk goed geïsoleerd. Dat houdt in dat een alternatieve warmteoplossing dan een warmtenet een redelijke optie is. o Sprake is van een lage bebouwingsdichtheid. Dat wil zeggen relatief weinig woningen aan een straat en dus relatief veel leidingwerk voor weinig aansluitingen. Wat de vervolgkeuze ook mag zijn, het staat vast dat in elke deelfase particuliere woningen moeten kunnen worden aangesloten.
4. Pijler 2: Aanbod 4.1 Inleiding Een onderdeel van Slim Warmtenet Zandweerd is het aanbod aan bewoners. In deze pijler wordt uiteengezet hoe het aanbod richting verschillende bewoners en woningeigenaren wordt vormgegeven, welke ondersteuning wordt geboden en welke aanvullende maatregelen worden onderzocht om deelname aan het warmtenet laagdrempeliger en toegankelijker te maken. De inzet van het aanbod is tweeledig: 1. Het verlagen van de drempel tot deelname; 2. Het beperken van het risico op onvoldoende deelname binnen warmteclusters (het zogeheten vollooprisico). 4.2 Principe 7: Het aanbod tot aansluiting wordt in drie categorieën verdeeld: (1) huurders, (2) eigenaren en (3) particuliere verhuurders Het aanbod voor aansluiten op Slim Warmtenet Zandweerd is afhankelijk van de eigenaar van de woning. 1. Aanbod aan huurders via verhuurders De verhuurders waar een samenwerkingsovereenkomst is afgesloten voor het project Slim Warmtenet Zandweerd, zijn zelf verantwoordelijk voor het uitbrengen van een passend aanbod richting hun huurders. Over de technische aansluitvoorwaarden en de aansluitkosten zijn afspraken vastgelegd tussen de gemeente Deventer en de betreffende verhuurders in de samenwerkingsovereenkomst.
11
Aanvullende ondersteuning voor huurders, zoals afwerking in de woning of aanleg van elektrisch koken, valt onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder. 2. Aanbod aan particuliere woningeigenaren via gemeente Voor particuliere woningeigenaren ontwikkelt de gemeente, vanuit de wijkaanpak, een aanbod gericht op het faciliteren van een soepele overstap naar het warmtenet. De ondersteuning is erop gericht om deelname aantrekkelijker te maken, onzekerheid weg te nemen en het commitment van bewoners te vergroten. De ondersteuning wordt uitgewerkt in principe 8. 3. Aanbod particuliere verhuurders Het aanbod voor particuliere verhuurders is nog een nader uit te werken. Dit vanwege de variëteit aan vormen. In Zandweerd zijn diverse particuliere verhuurders met één woning of met een woning met kamerverhuur. Daarnaast zijn er ook een aantal commerciële partijen die meerdere woningen of zelfs complexen verhuren. Ook de landelijke regels voor subsidie op warmtenetten zijn anders voor een particuliere woningeigenaar. In de verdere uitwerking van deze pijler is het uitgangspunt dat:
Particuliere verhuurders ondersteund worden in het maken van hun keuze Geholpen worden naar de route naar landelijke subsidies Mogelijk in aanmerking komen voor de keuzepakketten die ook gelden voor particuliere woningeigenaren, waarbij er mogelijk verschil wordt aangebracht tussen de particuliere persoon en commerciële bedrijven.
4.3 Principe 8: Er worden keuzepakketten gemaakt voor particuliere woningeigenaren Met behulp van de middelen uit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) stelt de gemeente Deventer keuzepakketten samen voor particuliere woningeigenaren die deelnemen aan Slim Warmtenet Zandweerd. Deze pakketten zijn gericht op het wegnemen van praktische of financiële belemmeringen. Mogelijke onderdelen van de pakketten zijn:
Ondersteuning bij de overstap op elektrisch koken Afwerking aan de binnenzijde na installatie van de afleverset Eenmalige korting op de aansluitkosten
De definitieve samenstelling van de pakketten wordt later vastgesteld, op basis van bewonersinput, uitvoerbaarheid en beschikbare middelen. Ondersteuning bij aanvraag ISDE-subsidie en verwijdering gasmeter Na aansluiting op het warmtenet volgen nog enkele vervolgstappen voor bewoners. Namelijk het aanvragen van de ISDE-subsidie voor aansluiting op een warmtenet en het laten verwijderen van de gasmeter uit de woning. Bewoners kunnen ervoor kiezen hierin ondersteund te worden. De gemeente onderzoekt op dit moment wat hiervoor nodig is en of deze stappen collectief uitgevoerd kunnen worden. Onderzoek naar gespreide betaling van aansluitkosten (BAK) De aansluitkosten voor een woning op het warmtenet bedragen enkele duizenden euro's. Voor particuliere woningeigenaren is hiervoor momenteel subsidie beschikbaar vanuit het Rijk (ISDEsubsidie) die circa 40-50% van de kosten dekt. Na aftrek van deze subsidie blijft er echter een eigen bijdrage over. Voor sommige woningeigenaren, afhankelijk van de persoonlijke situatie zoals inkomen, leeftijd of toekomstige verhuisplannen, kan dit een drempel vormen. Om deze reden wordt de mogelijkheid onderzocht om de resterende aansluitkosten gespreid te laten betalen. Dit kan in samenwerking met het warmtebedrijf of andere te onderzoeken financieringsregelingen. Doel is om hiermee deelname laagdrempeliger te maken voor een bredere groep bewoners.
12