2025-865-bijlage-Reactienota en reacties Concept Horeca- en Detailhandelsvisie
Tekst van het document
)>,
€ {7gemeene Deventer
Algemene Reactienota Horeca- en Detailhandelsvisie gemeente Deventer De aangeleverde reacties op de conceptvisie zijn samengebracht in thema's/onderwerpen en /of geordend naar enkele winkelgebieden. Wei wordt per onderwerp tussen haakjes aangegeven wie de reactie heeft ingebracht. De reactie is onderstreept met daaronder het antwoord van het college. De indieners van de reactie zijn (met tussen haakjes de afkorting die daar verder voor in deze Reactienota wordt gebruikt): Buurtcomité Brink (BCB), Stichting Bewonersbelangen Binnenstad Deventer (SBBD), Stichting Deventer Binnenstadsmanagement {SDBM), Koninklijk Horeca Nederland, afdeling Deventer (KHNDeventer), Ondernemersvereniging Diepenveen (OVD), Van Herk Groep en City Properties, 2 vastgoedeigenaren van RSC De Snipperling (RSC), Jumbo Eikelboom Bathmen (JEB) en Lidi Nederland. BINN ENSTAD Wanen en bewoners oak belangrijke pijlers voor binnenstad (BCB) In deze visie wordt specifiek ingezoomd op horeca en detailhandel, maar oak wonen en de bewoners zijn benoemd als belangrijke pijlers voor de binnenstad. De verschillende belangen worden in de Omgevingsvisie bij elkaar gebracht en daar wordt een integrale afweging van de diverse belangen gemaakt. De Ontwerp Omgevingsvisie wordt begin 2026 ter inzage gelegd.
Bewonersverenigingen betrekken bij diverse ontwikkelingen in binnenstad (SBBD) Bewonersverenigingen in de binnenstad worden oak nu al structureel betrokken bij de grotere ontwikkelingen en relevante visievorming. We gaan samen met de Stichting Bewonersbelangen Binnenstad onderzoeken waar dit nag beter kan. Bestaande samenwerking met Binnenstadsmanagement onvoldoende belieht (SDBM) Bij het gebied 'Binnenstad' is een ta bel toegevoegd waarin de samenwerking tot uiting kamt met de Agenda Binnenstad 2.0 en het 4e Stadsarrangement. Het vervolg is het opstellen vaneen nieuwe (Uitvoerings) Agenda Binnenstad (3.0) binnen de kaders van de Omgevingsvisie, het Gebiedsprogramma Centrum&Schil en deze visie. Naciere uitwerking wonen achter winkels (SDBM) De beleidskaders voor wonen achter winkels worden geintroduceerd in de Ontwerp Omgevingsvisie en nader uitgewerkt in een omgevingsprogramma. Uitgangspunt bij wonen achter winkels is in ieder geval dat een volwaardige winkelfunctie behouden blijft. HORECA EN OVERNACHTEN Rol gemeente bij groei horeca (SDBM) De invulling van horeca is in principe aan de markt, een spei van vraag en aanbod. Maar als gemeente kunnen we sa men met economische partners wel een stimulerende rol speien. Bijvoorbeeld door vroegtijdig in gesprek te gaan met nieuwe horecaondernemers en met vastgoedeigenaren van wijk-, buurt- en dorpscentra.
Oak Binnenstadsmanagement en KHN-Deventer hebben hier een aandeel in.
1
2%
_gemeente
Deventer
Ook willen we het onderzoeksrapport van adviesbureau Contrast delen met horecabedrijven om vernieuwing te stimuleren. Nachthoreca in Havenkwartier/spanning leefbaarheid en horeca (SDBM) In de visie is nu opgenomen dat nachthoreca kan landen in Centrum&Schil. Voor het aanwijzen van specifieke locaties/gebieden is nader onderzoek nodig waarbij leefbaarheid een belangrijk thema is. Paracommerci@le horeca (SDBM) Onlangs zijn door de burgemeester in een separaat traject de regels voor paracommerciele horecabedrijven aangepast. Dit betreft een aanpassing van de regels rondom schenktijden en activiteiten waarbij kan worden geschonken. Hierbij is KHN-Deventer nadrukkelijk betrokken geweest en zijn de belangen van de commerciéle horeca gewaarborgd. Sluitingstijden verder uitdiepen (SDBM) De sluitingstijden van de horeca zijn geregeld in de 'Beleidsregels sluitingstijden open bare inrichtingen gemeente Deventer'. Reguliere horecabedrijven mogen in onze gemeente in principe tot 01.00 uur geopend zijn. Voor nachthoreca zijn er ruimere mogelijkheden (voor bepaalde gebieden in de binnenstad zijn er zelfs mogelijkheden voor vrije openingstijden) en voor daghoreca kan het sluitingstijdstip via de exploitatievergunning naar een vroeger tijdstip worden bijgesteld.
Als er op enig moment aanleiding is tot het aanpassen van de 'Beleidsregels sluitingstijden openbare inrichtingen gemeente Deventer', wordt dit via een afzonderlijk traject geregeld. Dit betreft een bevoegdheid van de burgemeester. Meer sturen op horeca-actiyiteiten (SBBD) Zoals aangegeven in de visie gaat nog bekeken worden of de horecacategorieen aangepast gaan worden. Hierbij worden ook de juridische consequenties in beeld gebracht. De uitdrukkelijke wens is dater aan de voorkant al meer duidelijkheid kan komen over de activiteiten welke een horecabedrijf gaat uitvoeren. Oat kan de overlast voor de omgeving beter worden ingeschat. Bij het eventuele aanpassen van de horecacategorieen worden de bewoners ook betrokken. Brink_in balans/te veel_nadruk op horeca, evenementen, leyendigheid en commercièle functies (BCB) Uiteraard is de Brink meer dan a Ileen horeca. De combinatie van verschillende functies maakt de Brink aantrekkelijk. De Brink en het Grote Kerkhof zijn wel aangewezen als de twee kernhorecagebieden van de binnenstad. Hier komt de horeca samen en wordt aan horeca de ruimte gegeven. Dit geldt ook voor nachthoreca. Hiermee worden de effecten die horeca heeft op de omgeving geconcentreerd en daarmee grotendeels beperkt tot die gebieden. Sluitingstijden voor horeca op de Brink zijn ruim. Via een ontheffing zijn vrije openingstijden mogelijk.
Horeca-ontwikkelingen_in dwaalmilieu mogelijk onder randvoorwaarden (SBBD) In diverse straten in het dwaalmilieus geldt geen maximumstelsel voor horeca. Wei gaat het in de meeste gevallen om maximaal horecacategorie 2b (bijvoorbeeld daghoreca en restaurants). Toename van nachthoreca in het dwaalmilieu is niet mogelijk. De al bestaande nachthoreca mag hun exploitatie wel voortzetten. Het waarborgen van voldoende woon- en leefklimaat is een randvoorwaarde voor nieuwe horeca.
2
)s, €{geme.ne
Deventer
Voldoende horeca in binnenstad/extra horeca naar Centrum&Schil (SBBD) Door de groei van het inwoneraantal van Deventer neemt de druk op de binnenstad toe. Dat heeft onder meer positieve invloed op de betaalbaarheid en aanwezigheid van voorzieningen. Een brede functiemix in de binnenstad wordt gestimuleerd, zodat de binnenstad ook voor een grotere stad een aantrekkelijke huiskamer blijft. Tegelijk worden er ook (nieuwe) functies geprogrammeerd o.a. ho reca, buiten de binnenstad in de Centrum&Schil, zodat de druk ook beter verspreid wordt. Wei dient te worden opgemerkt dat het maximumstelsel wat betreft horeca al velejaren niet meer van toepassing is op de Brink, Grote Kerkhof, de Overstraten en de Nieuwstraat. In potentie kan er, geiet op het omgevingsplan, nog horeca bijkomen in deze gebieden. Het is de bedoeling om in Centrum&Schil aantrekkelijke verblijfsgebieden met aandacht voor groen te creeren. Fysieke en functionele verbindingen worden toekomstgericht ingevuld. Het kader voor deze ontwikkelingen is het 'Gebiedsprogramma Centrum&Schil' en het 'Raamwerk Openbare Ruimte Centrum&Schil'. Hoeveel horeca is al toegestaan in Centrum&Schil? (SDBM) In de binnenstad is groei van horeca zowel beleidsmatig als planologisch mogelijk op de daarvoor aangewezen plekken (met name de horecaconcentratiegebieden en het dwaalmilieu).
Ook in de Centrum&Schil is ruimte aanwezig voor nieuwe horeca. In de visie is voor de beeldvorming een overzicht van de verschillende gebieden in Centrum&Schil opgenomen met daarin opgenomen de toegestane, maar nog niet gerealiseerde m2's horeca- en detailhandel. Een aantal ontwikkelingen verkeert nog in een verkennend stadium waardoor het aantal vierkante meters nog niet bekend is. Geen wonen op begane grand in kernhorecagebieden (KHN-Deventer) Bewoning in de kernhorecagebieden wordt beperkt gehouden, juist om de leefbaarheid te beschermen. Toename van wonen en andere functies in de plint worden niet toegestaan. Handhaving maximumstelsel horeca voor bepaalde gebieden(KHN-Deventer) Er blijft een maximumstelsel voor horeca gelden voor de Nieuwe Markt, de Welle/Zandpoort en de Stromarkt. Wat betreft de Stromarkt: het maximumaantal horecabedrijven blijft hier op zes. Wei wordt aan dit gebied de Kleine Poot toegevoegd. Dit is een meer logisch cluster dan de eerdere combinatie Grote Poot/Kleine Poot. Qua sfeer en uitstraling past de Kleine Poot meer bij de Stromarkt dan bij het tot een volwaardig uitgegroeide horecacluster van de Grote Poot. Het maximumstelsel voor de Grote Poot wordt losgelaten. Deze straat heeft zieh al ontwikkeld tot een waardevol horecacluster.
Nachthoreca concentreren in kernhorecagebieden (KHN-Deventer) Om mogelijke overlast in de binnenstad zoveel mogelijk te beperken blijven de Brink en het Grote Kerkhof de aangewezen kernhorecagebieden. Hier is ook nachthoreca mogelijk. Nachthoreca kamt ook voor op enkele locaties in het dwaalmilieu en in het binnenstedelijk woonmilieu. Deze blijven daar toegestaan, maar verdere uitbreiding vinden we in principe niet wenselijk.
3
>,
4$ {7esce Deventer
Daarnaast wordt geconstateerd dater behoefte is aan extra én meer divers aanbod van uitgaansgelegenheden, zowel voor bestaande inwoners als nieuwe doelgroepen die we willen aantrekken. De historische binnenstad als huiskamer voor de groeiende stad wordt hiervoor te klein. Uitbreiding van functies naar de schil random het centrum is de volgende stap. We vinden de Centrum&Schil een geschikte plek om deze behoefte vorm te gaan geven de komende jaren. Indien nodig passen we de regels voor sluitingstijden hierop aan. Functiemenging en blurring (menging horeca en detailhandel) (KHN-Deyenter) Wat betreft functiemenging en blurring wordt de Alcoholwet gevolgd. Als de wet wordt aangepast en ruimte biedt voor functiemenging en blurring wordt bekeken of dit meerwaarde heeft voor onze gemeente. Bestaansrecht hotels door samenwerking met Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) (KHN-Deventer) Een hotel moet kunnen functioneren zonder de zekerheid dat het COA een bepaald aantal kamers afneemt. De exploitatie wordt immers gesta rt om (zakelijke) bezoekers te laten overnachten en niet om asielzoekers op te vangen. Dat dit tijdelijk wel gebeurt, is voor de desbetreffende hotels een mooie bijkomstigheid. En oak als gemeente zijn we gebaat met de tijdelijke opvang in hotels, maar het kan geen onderdeel uitmaken van het structurele exploitatiemodel vaneen hotel.
Als dit wel het geval is en dat zonder de opvang het bestaansrecht vervalt, is dit onderdeel van marktwerking. Beperking fastfood (max. 33%) in bepaalde straten binnenstad (KHN-Deventer) In de conceptvisie en oak in de definitieve versie wordt niet gesproken over het beperken van fastfoodzaken/to go-za ken in bepaalde straten in de binnenstad. In het adviesrapport van BRDG wordt wel aandacht besteed aan de bala ns bewaken tussen fastfood-to go en horeca. Er is vooralsnog geen aanleiding om hiervoor beleid te ma ken. Wei wordt regelmatig gemonitord hoe de 'to goconcepten' zieh ontwikkelen. Als dit tot ongewenste situaties leidt, kan alsnog ingegrepen worden. Structureel overleg tussen bewoners en horeca (SBBD) We gaan onderzoeken of een dergelijke dialoog vanuit de gemeente gefaciliteerd kan worden. Beperkte ruimte uitbreiding hotels a Ileen bij meerwaarde/meerwaarde hotel Sluiskwartier (KHNDeventer) (KHN-Deventer) Bij het hotel in het Sluiskwartier is beoordeeld of het concepteen aanvulling is op het huidige aanbod en een eigen marktwaarde meeneemt of een doelgroep aantrekt die nag niet (voldoende) wordt bediend. Dit is het geval.
Plattelandskamers alleen toestaan bij kwalitatieve meerwaarde en in lijn met landschap (KHNDeventer) De bestaande mogelijkheden voor plattelandskamers in het omgevingsplan koesteren we (maximaal vijf bij agrarische bedrijven en één bij woningen) en blijven in stand. Met de steeds hagere eisen die de verblijfstoerist stelt staan we zowel een keuken- als een sanitair gedeelte toe. De maximale maat vaneen plattelandskamer is momenteel gesteld op 50 m2. Bij initiatieven waar deze maat wordt overschreden passen we maatwerk toe. Mede geiet op het feit dat nu zowel sanitair als een keuken is toegestaan is het logisch dat het aantal m2 toeneemt. Dit betreft maatwerk per initiatief.
4
>Oeventer <G {gems.e
Aanzienlijke marktruimte horeca niet nader onderbouwd (KHN-Deventer) Contrast heeft met een bandbreedte berekend dat, geiet op de toename van het aantal inwoners, de marktruimte voor horeca in Deventer nog 6.000-8.800 m2 is. Deze ruimte wordt nader uitgewerkt in het 'Omgevingsprogramma Horeca en Detailhandel'. Planologische regeling horeca, niet expliciet behandeld (KHN-Deventer) De planologische regeling wat betreft ho reca wordt nader uitgewerkt in een omgevingsprogramma. Terughoudend met toevoeging van hotelappartementen (KHN-Deventer) We zijn terughoudend met het toevoegen van nieuwe hotelappartementen. Er is inmiddels voldoende aanbod. Als zieh echter een mooie kans in de binnenstad voordoet (m.u.v. het stedelijke en binnenstedelijke woonmilieu) op een geschikte locatie, ma ken we een brede afweging of het initiatief passend is. Hierbij wordt o.a. meegewogen of de locatie ook geschikt is voor bewoning. Btw-yerhoging op logies opnemen in visie (KHN-Deventer) Dit is nu opgenomen in de visie bij trends en ontwikkelingen. GROOTSCHALIGE DETAILHANDELSVESTIGINGEN (GDV) Grootschalige DetailhandelsVestigingen op andere locaties dan de Boreel/zoekgebied (SDBM) Hiervoor is geen bepaald zoekgebied.
Gezien de groeiambitie van Deventer en de gewenste bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen kan het in de toekomst wenselijk zijn om met maatwerk op specifieke locaties, denk aan gebiedsontwikkelingen, ook GDV-bestemmingen op andere plekken toe te staan. De nadruk ligt hierbij op de potentie vaneen specifieke locatie. Ook moet de ontwikkeling een aantoonbare meerwaarde opleveren aan de detailhandelsstructuur en de lokale consumentenverzorging. Goede voorbeelden zijn de Karwei in Borgele en de lntratuin aan de N348. SUPERMARKTEN Niet toestaan van solitaire supermarkten verduidelijken (SDBM) Dit is in de visie verduidelijkt. Tweede supermarkt Bathmen niet haalbaar (JEB) Als een concreet wordt ingediend, wordt op basis van dan voorliggende argumentatie de afweging gemaakt. Ondervertegenwoordiging discounter in Deventer-Qost/faciliterende rol gemeente (Lidi Nederland) De constate ring dater aan de oostzijde van de gemeente relatief weinig aanbod is van discountsupermarkten klopt. Een oplossing hiervoor binnen de bestaande winkelcentra ligt echter niet zomaar voorhanden. Als er zieh toch kansen voordoen om deze zoekopgave op te lassen, gaan we hierover in gesprek.
Geen investeringen in niet toekomstbestendige supermarkten/randvoorwaarden onvoldoende/vervolgfunctie (Lidi Nederland) Als een supermarkten gesloten wordt denkt de gemeente uiteraard graag mee over een passende vervolgfunctie.
5
2%
_gemeente
Deventer
Betreft het een supermarkt die een functie heeft in de detailhandels-/ supermarktstructuur, dan wordt wel eerst bekeken of de supermarktfunctie behouden kan blijven. WINKELSTRAAT- EN DORPSMANAGER
Winkelstraat- en dorpsmanager/taken/pilot/samenwerking met gemeentelijke accountmanagers (OVD) De exacte taken van de winkelstraat- en dorpsmanager moeten nog nader worden uitgewerkt. Een aantal suggesties uit de consultatie is opgenomen in de visie. Uiteraard is de insteek dat deze manager gaat samenwerken met de gemeentelijke accountmanagers, net als dat nu gebeurt met de binnenstadsmanager. De keuze in welke gebieden deze manager gaat starten moet nog gemaakt worden. RUNSHOPPINGCENTRE DE SNIPPERLING
Bruin- en witgoed en baby- en kinderspeciaalzaken op RSC De Snipperling (SDBM) Een aanpassing die in het 'Omgevingsprogramma Horeca en Detailhandel' moet worden opgenomen (en vervolgens vertaald moet worden naar het Omgevingsplan) is het loslaten van het maximum van 3.500 m2 voor wit- en bruingoed. Hiermee wordt meer ruimte geboden voor deze branche op het RSC. Het toevoegen van de branche baby- en kinderspeciaalzaken is duidelijker omschreven. Eigenaren RSC De Snipperling Twee eigenaren van het RSC geven aan dat sprake is van goed uitgewerkte analyses en conceptvisie en willen graag toe naar een uniforme en samenhangende aanpak met de gemeente. Gemeld wordt dat initiatief van u it eigenaren al gaande is. Er zijn meerdere voorstellen gedaan op het gebied van uitbreiding/verbreding PDV/GDV, de rol van horeca en het herzien van ruimtelijke uitgangspunten. In gezamenlijk overleg wordt onderzocht hoe, met inachtneming van de uitgangspunten van deze visie, gekomen kan worden tot een gezamenlijk plan van aanpak. DIEPENVEEN (alle onderwerpen: OVD}
Actie en middelen nodig voor behoud van goede uitgangspositie van centrum Diepenveen/geen onnodige afvloeiing naar RSC De Snipperling Het centrum van Diepenveen is positief beoordeeld door BROG en heeft de prioriteit laag gekregen. Bij elk winkelcentrum -dus ook Diepenveen- worden ontwikkelingen op gebied van horeca en detailhandel in de gaten gehouden omdat deze zeer snel kunnen gaan. Wij onderschrijven de bevinding dat de kwaliteit van het centrum van Diepenveen behouden en waar mogelijk versterkt moet worden. Dit moet wat ons betreft nader uitgewerkt worden in een plan waarbij de ondernemersvereniging en de gemeente samen optrekken. In dit plan kan o.a. aandacht worden besteed aan de lege plekken in het centrum, de inrichting van de openbare ruimte, innovatie en duurzaamheid, de verkeersrelaties met Steenbrugge en Wechelerhoek, kansen op toeristisch gebied, vergrijzing/opvolging, profilering en positionering. Ook de functies voor het centrum die in het Omgevingsplan dienen te komen verdienen aandacht. De afbakening van commercièle planruimte is hierbij van belang. De dorpsmanager kan hierbij een initierende rol vervullen. Voor deze manager dienen echter nog middelen te worden vrijgemaakt en ook zijn de werkgebieden nog niet bekend.
6
)s
$ {geme.ne
Deventer
Van onnodige afvloeiing naar RSC de Snipperling is geen sprake. Door beperkte uitbreiding van de planologische mogelijkheden in de branche 'In en om huis' kamen er juist meer regionale bezoekers naar Deventer. Deze wijken nu uit naar bijvoorbeeld Apeldoorn, Zutphen, Almelo en Hengelo. Het gaat bij het RSC oak om winkels grater dan 750 m2. Dit is niet concurrerend met Diepenveen. DIVERSE ONDERWERPEN Geen toename van grootschalige evenementen op Brink (BCB) Er wordt gewerkt aan een nieuwe evenementenvisie. Bij de verdere uitwerking hiervan is oak aandacht voor locatieprofielen waaronder de Brink. Bij deze uitwerking worden oak bewoners betrokken. Concreet handhavingskader ontbreekt (BCB) De Horeca en Detailhandel visie is hiervoor niet het geeigende instrument. Wat betreft hand having wordt er jaarlijks een uitvoeringsprogramma vastgesteld voor vergunningverlening, toezicht en hand having (VTH-uitvoeringsprogramma). In dit aangehaalde VTH-programma worden de keuzes gemaakt wat betreft handhaving. Visie meer op hoofdlijnen/rol gemeente verduidelijken (SDBM) Er is gekozen om in deze visie, naast de hoofduitgangspunten, oak redelijk gedetailleerd in te gaan op de verschillende wijk-, buurt- en dorpscentra. Dit doet recht aan de uitdagingen waarvoor deze centra staan en geeft aan dat de uitvoering oak zeer belangrijk wordt gevonden.
De naciere uitwerking van de uitgangspunten vindt plaats in het 'Omgevingsprogramma Horeca en Detailhandel'. Aandacht voor toerismebeleid (KHN-Deventer) De link met het toerismebeleid is gelegd in de visie. Dit beleid is nader uitgewerkt in het door het college vastgestelde 'Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie'. Flitsbezorging naar bedrijventerreinen of langs hoofdwegen (SDBM) Het is de vraag of flitsbezorging op bedrijventerreinen of langs hoofdwegen een gewenste ontwikkeling is. Denk aan verkeersveiligheid en de schaarse beschikbare ruimte op de bedrijventerreinen. We blijven oog houden voor goede inpassing van flitsbezorging (niettoegankelijke, fysieke locaties die functioneren als een magazijn of distributiecentrum voor online bestellingen) in o.a. de binnenstad. In de kernwinkelgebieden staan we deze sowieso niet toe. Als er nieuwe aanvragen kamen worden deze beoordeeld aan de hand van bijvoorbeeld de uitstraling op de betreffende plek, de gevolgen van de aanrijroutes van bezorgers en de verkeersveiligheid. Het betreft hier maatwerk per aanvraag. Verjonging stadsimago/meer concrete sturing en marketingstrategie (KHN-Deventer) In samenwerking met ketenpartners, het bedrijfsleven en onderwijs worden deze thema's opgepakt.
Op visieniveau vraagt verjongen om inzet op meer woningen voor deze doelgroep, een passend, gevarieerd en aantrekkelijk horeca- en winkelaanbod en aantrekkelijke evenementen. Hiervoor lopen naast uitwerking in Omgevingsvisie en -programma's op deze thema's, projecten als Deventer Studentenstad en zal in de nieuwe evenementenvisie meer focus aangebracht worden op jongeren.
7
)>, 4G, {gens.ne Deventer PROCES Participatiebeleid (BC) Het concept van de Horeca- en Detailhandelsvisie is ter consultatie voorgelegd aan diverse organisaties waarmee de gemeente samenwerkt. Denk aan Binnenstadsmanagement, Koninklijke Horeca Nederland (KHN)- afdeling Deventer, MKB-Deventer en de Stichting Bewoners Binnenstad Deventer. Verder is het concept toegestuurd aan de ondernemersverenigingen, eigenaren van diverse winkelcentra en enkele supermarktorganisaties waarmee gesprekken zijn gevoerd door BRDG. Van de ingebrachte reacties is een algemene reactienota opgesteld waarbij wordt ingegaan op diverse the ma's die uit de participatie naar varen zijn gekomen. Met deze werkwijze is participatie/raadpleging uitgevoerd zoals aangegeven in de Raadsmededeling 2025-701. Met input vanuit de consultatie is de Horeca- en Detailhandelsvisie aangepast in de versie die ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Terugkoppeling op eerdere documenten BROG-rapport, bouwstenen en Koersdocument (BCB) De aangeleverde input is meegenomen bij het opstellen van vervolgdocumenten zoals de Ontwerp Omgevingsvisie en deze visie. Erfgoed niet inhoudelijk beschermd in visie (BCB) Het beleefbaar ma ken en de instandhouding van erfgoed wordt nadrukkelijk benoemd in de Ontwerp Omgevingsvisie bij de gebiedsgerichte uitwerking van de binnenstad is erfgoed één van de 'focuspunten'.
Procesen status visie onduidelijk (SBBD en SDBM) De gemeenteraad heeft via een motie in oktober 2023 verzocht om een nieuwe Horeca- en Detailhandelsvisie. Hierop volgend zijn in de tweede helft van 2024 door het college de 'Bouwstenen Horeca en Detailhandel/Omgevingsvisie' aan de gemeenteraad voorgelegd met als doel deze bouwstenen te gebruiken als input voor de integrale afweging binnen het traject van de Omgevingsvisie. Daarmee zou er geen aparte sectorale visie meer over horeca en detailhandel moeten kamen. Deze bouwstenen zijn besproken tijdens een technische sessie met de raad en twee raadstafels. Hierbij is toegezegd dat het college een nieuwe Horeca- en Detailhandelsvisie aan de raad voorlegt. De status van de visie is dat het kaderstellend is voor het nag op te stellen 'Omgevingsprogramma Horeca en Detailhandel' en daarmee de doorwerking in/verta ling naar het Omgevingswetinstrumentarium. In dat programma worden de gemaakte keuzes in de visie- en de hieraan gekoppelde uitvoering - nader uitgewerkt. Deze status van de visie is nu duidelijk opgenomen. Waardering voor conceptvisie (SBBD, RSC en JEB) In diverse reacties is aangegeven dat de visie over het geheel als positiefwordt ervaren.
8
Deventer, 14 september 2025 Geacht college/ geachte heer Meijerhof, Naar aanleiding van uw bericht over de mogelijkheid om tot en met 30 september schriftelijk te reageren op de concept Horeca- en Detailhandelsvisie sturen wij u hierbij onze reactie namens bewoners rond de Brink. Als bewoners van de Brink, een van de oudste en meest beeldbepalende pleinen van Deventer, willen wij enkele fundamentele opmerkingen maken. Wij wonen op een plek met uitzonderlijke waarde. Die waarde is cultureel, historisch, sociaal en ruimtelijk. Dat vraagt om beleid dat de balans actief bewaakt. Participatiebeleid niet gevolgd De totstandkoming van de visie is niet in lijn met het Participatiebeleid Deventer 2023. Bij beleid met directe impact op wonen, gezondheid en erfgoed hoort minimaal het niveau adviseren of meebeslissen. Bewoners zijn feitelijk beperkt tot informeren en raadplegen. Een participatieparagraaf en verwerkingsverslag ontbreken. Ook is er geen terugkoppeling gegeven op eerdere bijdragen via BRDG in 2023, op de bouwstenen in mei 2025 en op het koersdocument in de zomer van 2025. Dat is in strijd met het uitgangspunt van structurele en transparante participatie. Wonen als pijler in de visie In de visie wordt wonen niet als zelfstandige pijler benoemd. Wij vragen dat wonen expliciet wordt erkend als beleidsdoel en randvoorwaarde voor een leefbare binnenstad.
De Brink in balans De Brink is niet zomaar een plein. Het is een cultuurhistorisch icoon dat omringd wordt door rijksmonumentale bebouwing. Het plein is beeldbepalend, heeft een grote toeristische aantrekkingskracht en kent intensi eve bewoning. Juist die combinatie maakt de Brink tot een unieke plek die zorgvuldige keuzes vraagt. Toch legt beleid steeds vaker de nadruk op levendigheid en commercieel gebruik. De woonfunctie en de erfgoedwaarde verdwijnen daardoor naar de achtergrond. Bewoners worden letterlijk onzichtbaar gemaakt in hun eigen leefomgeving terwijl het juist deze mensen zijn die de plek levend houden. Zij onderhouden monumenten, zijn aanspreekbaar voor bezoekers en geven ritme en rust aan het plein. Bewoners en erfgoed De visie erkent bewoners nauwelijks als factor in levend erfgoed. De kracht van de Brink ligt ju ist in het feit dat hij wordt bewoond, beleefd en bewaard. Wij vragen dat bewoners worden gewaardeerd als noodzakelijke tegenkracht in de balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Cultuurhistorische waarde De visie benoemt erfgoed vooral visueel maar beschermt het niet inhoudelijk. Wij vragen dat erfgoed wordt verankerd als levend systeem en niet slechts als toeristisch decor. De cultuurhistorische waarde van de Brink blijkt uit de concentratie van bijzondere panden.
De Waag, De Drie Haringen, het Penninckhuis, Pennickshoek, het voormalige Kantongerecht, Gemeentespaarbank, Magazijn De Zon en Luxor zijn stuk voor stuk bepalend voor het erfgoedkarakter van het plein. Evenementen, gezondheid en cumulatie Wij vragen een impacttoets voor evenementen op de Brink met heldere criteria voor geluid, inclusief bastonen en voor een totale benadering (duur, opbouw, afbouw en schoonmaak) Grootschalige evenementen op de Brink mogen niet verder toenemen. De cumulatieve effecten worden niet benoemd. Bewoners ervaren dagelijks de stapeling daarvan. De WHO wijst op de risico's van geluid, slaapverstoring en stress. Gezondheid moet expliciet een toetsingskader zijn.
1
De Brink is meer dan horeca Ervaringen in steden als Maastricht en Haarlem tonen aan dat onbeperkte groei van (nacht)horeca niet samengaat met leefbaarheid. Haarlem heeft daarom een horecasanctiebeleid en een actief handhavingsplan ingevoerd. Maastricht legt nadruk op functiemix en bescherming van de woonfunctie. Oak Amsterdam stelt paal en perk aan openingstijden in uitgaansgebieden. Deze voorbeelden laten zien dat stevig begrenzen van horeca wél kan en oak noodzakelijk is." In andere historische steden (Maastricht, Haarlem, Zutphen) is duidelijk dat bezoekers juist de combinatie van cultuur, bewoners, erfgoed en gezelligheid waarderen. Als horeca te dominant wordt, zakt die charme weg. De Brink moet niet alleen gastvrij zijn voor mensen die uitgaan of een terras bezoeken, maar óók voor wie kamt voor het cultuurhistorische karakter Handhaving De visie bevat geen concreet handhavingskader. Handhaving vindt hooguit reactief tot elf uur 's avonds op straat plaats terwijl de overlast juist daarna ontstaat. Bewoners ervaren dat meldingen over gel u id, uitloop, illegale terrassen en nachtoverlast nauwelijks effect heb ben. Wij vragen een handhavingsplan met structurele rapportage en zichtbare opvolging.
Samenvatting Wij vragen herstel van het participatieproces, erkenning van de woonfunctie, bescherming van erfgoed, begrenzing van horeca en evenementen, aandacht voor gezondheid en een concreet handhavingsplan. Wij maken graag gebruik van uw aanbod voor een toelichtend gesprek rand 8 oktober. Met vriendelijke groet, Namens bewoners van de Brink
2
Reactie SBBD op concept Horeca&Detailhandelvisie
30 september 2025
De teksten tussen " ... " komen uit de H&D-visie. Daarop reageren wij. 1.
Reactie op het geheel Over het geheel beoordelen wij de visie positief. De visie beschrijft oak- begrijpelijk - flexibiliteit, maatwerk en afwijkingen. Daarnaast wordt er vaak beschreven dat de balans tussen wonen en andere functies, tussen leefbaarheid en levendigheid, moet worden bewaakt. Wij formuleren daarom een aantal zaken om greep te krijgen op de concrete uitwerkingen en toekomstige beslissingen.
2.
Onduidelijkheid over de procesgang "Deze visie geeft uitgangspunten en leidende Omgevingsplan en omgevingsprogramma" (p.5).
principes
voor
uitwerking
in
Hier is te lezen dat er geen afweging m.b.t. de horeca en de detailhandel meer wordt gemaakt in het proces van de Omgevingsvisie. Dus zouden we kunnen concluderen dat dze visie hetgeen is dat in de Omgevingsvisie wordt opgenomen. Daarom reageren wij hier oak op met zieht op de Omgevingsvisie (O-visie). Er is oak onduidelijkheid over het proces. We hebben oak vernomen dat hierover wél in kader van de O-visie besluiten worden genomen. 3. Veelheid en groei van functies in de binnenstad - samenhang en betrokkenheid "De veelheid van functies die samenkomen in de binnenstad staat soms op gespannen voet met het woon- en leefklimaat voor bewoners. Wij zijn ans hiervan bewust en vinden het daarom van belang om ontwikkelingen en plannen tijdig te delen met bewoners ( .... ) (Wij) blijven in gesprek met elkaar om een goede balans te bewaren tussen levendigheid en leefbaarheid. Oak willen we de dialoog tussen horeca en bewoners initiéren en faciliteren." (paragraaf 2.6) Dit is een cruciaal punt. De groei van de stad met bewoners en bezoekers, de toenemende druk door woningbouw, detailhandel, horeca en toerisme aan de ene kanten de leefbaarheid voor bewoners in de binnenstad aan de andere kant. Bewoners ondervinden steeds meer overlast in delen van de binnenstad door de intensiteit van het gebruik door functies als horeca, verblijfsaccommodaties en evenementen.
Wij pleiten er niet voor deze functies op voorhand terug te dringen, maar wel om deze te spreiden over een grater deel van de stad. Een uitgelezen kans hiervoor biedt het gebied De Schil, grenzend aan het historische centrum. Daarbij gaat het om de omgeving Handelskade, omgeving Schouwburg, Sluiskwartier, Roto-terrein, Havenkwartier en Verzetspark. In de afzonderlijke plannen worden de voornemens kenbaar gemaakt.
Bewoners ervaren de optelsom van horeca, detailhandel en evenementen; beleid moet meer samenhang laten zien. Daarom willen wij nadrukkelijk afstemming en samenhang zien in deze plannen op de eerder genoemde functies, zodat een integrale afweging kan worden gemaakt met betrekking tot de bijdrage aan spreiding van functies over een grater ruimtelijk kader. Zodat de huidige binnenstad, en daarmee de bewoners, daadwerkelijk worden ontlast. Daarbij gaat het dus om aantrekkelijke verblijfsgebieden, groen, en geschikte locaties. Hier ligt de uitdaging voor met name stedenbouwkundigen en planologen om de fysieke en functionele verbindingen toekomstgericht en met visie vorm te geven. De ruimte die zieh nu voordoet is uniek maar oak eenmalig. De balans tussen levendigheid en leefbaarheid moet niet al leen genoemd, maar ook concreet ingevuld gaan worden. De aangekondigde dialoog moet structureel zijn en frequent en vanaf het allereerste begin gaan over keuzes t.a.v. ontwikkelingen betreffende de balans. 4.
De beschrijving van de H&D in kader van compacte stad. (paragraaf 2.3) Hier ontbreekt de doelstelling om in de binnenstad oak de woonfunctie verder te ontwikkelen. Gezien ans punt 1. over deze H&D-visie in het proces van de O-visie moet hier de woonfunctie van de binnenstad duidelijk wordt benoemd.
S.
Kennelijke tegenstelling of onduidelijkheid( Par 3.1,Par 3.2, Par. 3.3) Par. 3.1 "Brink en Centrum Schil belangrijkste om aanbod horeca te versterken. Brink groen+ verkleuring naar oranje. Centrumschil toevoegen van rood en oranje." Par 3.2 "De balans tussen levendigheid en leefbaarheid zal in de binnenstad verschuiven: meer woningen maar ook meer voorzieningen. Meer reuring en beleving, maar oak meer frictie." Par 3.3 Bruisend uitgaansleven "Behoefte en extra en meer Haven kwa rti er."
divers
aanbod
in
de
Centrumschil,
specifiek
Er is geen plek meer voor meer voorzieningen in de binnenstad, De veelheid aan functies staat niet soms op gespannen voet, maar permanent. Par. 3.2 geeft aan dater wel meer voorzieningen bij kamen! De extra ho reca zal moeten overlopen naar Centrumschil ! Hier wordt onduidelijkheid gecreeerd enwij willen duidelijkheid: extra horeca moet via overloop naar de Centrumschil.
6. Verdelen ruimte (pag 12) Citaten • Brink en Grote Kerkhof - Kernhoreca-gebieden. Nachthoreca; bewoning beperkt houden • Nachthoreca op enkele locaties Kernwinkel-gebied en Dwaalmilieu en Binnenstedelijk Milieu aanwezig, mag blijven. In principe niet uitbreiden •
Er is toezicht en handhaving.
•
Ruimte houden voor uitgansgelegenheden bijzondere plekken, mits woon- en leefklimaat voldoende wordt gewaarborgd: maatwerk Wij willen structureel overleg. Het "in principe niet uitbreiden" laat de mogelijkheid open; de noodzaak een zekere flexibiliteit begrijpen wij. Het in bala ns verdelen van de ruimte vraagt afspraken en toezicht en dat heeft alleen zin bij zichtbare handhaving. Bij maatwerk van afwijking van uitgangspunten moet altijd eerst, vanaf allereerste begin, overleg met oak de bewoners plaats vinden. 7.
Wil de "overloop" van functies succesvol wprden dan moeten de verbindingen tussen de Binnenstad en de overloopgebieden zeer goed zijn: kort, kwalitatief zeer goed, aangenaam, veilig. Anders zal het beleid niet lukken.
8.
"Behoefte aan kleinschalige hotels vraagt nag enige ruimte. Uitbreiding bestaande hotels is maatwerk. Terughoudend initiatieven, naast de al bestaande mogelijkheden in (het bestaande?) Omgevingsplan." Bij maatwerk i,v,m. afwijking van uitgangspunten altijd eerst en vanaf allereerste begin overleg met oak bewoners.
9.
Horeca-categorieèn (p.15) Wij onderstrepen de genoemde behoefte tot een aanpassingen van horecacategorieén. Categorieén geven geen inzicht in overlast. Overlast hangt samen met de activiteiten die plaatsvinden en het gedrag van de ondernemer ('goede buren'). Voorbeeld: Categorie A2 geeft geen duidelijkheid over mogelijke overlast. Maar wel de activiteit 'coffeeshop', vanwege een grate extra verkeersbelasting met verkeerd gedrag van een deel van de rijders. We lezen dat adviseur Contrast een voorzet heeft gedaan. Belangrijk voor bewoners om bij de uitwerking betrokken te zijn. lmmers, zoals vele malen wordt beschreven in deze nota (en het Koersdocument) : het gaat om de balans tussen de voorzieningen en de bewoners en die moet steeds concreet worden gemaakt.
10. Per gebied (van af p.20).
"De grenzen tussen de deelgebieden zijn niet absoluut. Er moet goed gemotiveerd kunnen worden afgeweken". In onze lijn: een van de onderwerpen van structureel overleg van gemeente met ondernemers en bewoners. 11. Functie Horeca in de Dwaalmilieus Groen Hier moet bij ontwikkelingen 'Onder Randvoorwaarden' worden toegevoegd. Juist in de dwaalmilieus is de woonfunctie oak belangrijk zodat horeca al snel 'schuurt'. 'Onder Randvoorwaarden' ondervangt dan deze problematiek. Eén van de belangrijke randvoorwaarden is de hanteren van een maximumstelsel voor de diverse gebieden. Oat geeft een kader voor hand haven.
12. Gebied Binnenstedelijk en Stedelijke woonmilieus "Beperkte mate van functiemening moet mogelijk zijn, maar mag geen overlast veroorzaken. Te denken valt aan kleine kantoren, maatschappelijke- en culturele voorzieningen, ambachtelijke bedrijven, ateliers en galeries." Oak hiermee kunnen wij instemmen, waarbij oak weer het overleg met oak de bewoners bij uitwerking en toekomstige beslissingen noodzakelijk is.
Reactie Stichting Deventer Binnenstadsmanagement op conceptvisie Detailhandel en Horeca Deventer Algemeen We waarderen dat de geme ente werkt aan een actualisatie van het detailhandels- en horecabeleid. De afgelopen jaren is er veel veranderd, en het is goed dat Deventer de koers opnieuw bekijkt. Tegelijkertijd vinden wij de visi e op dit moment nag wat technisch en feitelijk van aard. De opmaak en structuur ma ken het document lastig leesbaar, en het is niet altijd duidelijk welke richting de gemeente precies kiest. We zouden graag zien dat de vi sie steviger wordt neergezet, met meer nadruk op de hoofdlijnen: waar willen we als stad naartoe, en welke keuzes horen daarbij. We adviseren om beter te schetsen welke plek deze visi e inneemt binnen het geh eel van beleidsdocumenten. Wat mogen partners en andern emers hiervan verwachten, en welke vragen moet de visi e beantwoorden? Oat helpt om het doel van dit stuk scherper te krijgen. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de rol van de gemeente beter wordt benoemd. Op welke onderdelen voe rt zij actief beleid, en waar kiest zij voor een meer faciliterende rol? Die duidelijkheid helpt bij het afstemmen van onze samenwerking. We missen ook de harde en zachte plancapaciteit voor het gebied Centrum en Schi l.
Zander die informati e is het lastig om uitspraken over de gewenste groe i of remming van ho reca en detailhandel goed te duiden. Tot slot valt op dat de koppeling met eerdere trajecten niet goed zichtbaar is. Zowel de analyse van BROG als het traject dat in 2024 specifiek voor de binnenstad is doorlopen, hebben waardevolle inzichten opgeleverd. Een aantal bouwstenen kamt hier wel terug, zoals de terughoudendheid rand hotelappartementen, maar veel andere onderdelen niet. Wij zouden graag zien dat duidelijk wordt hoe de resultaten uit beide trajecten in deze visie zijn verwerkt. Dat kan door kort te beschrijven dat de conclusi es integraal zijn meegenomen, of door per thema te duiden hoe dat is gebeurd. Nu blijft dat onduidelijk.
Inleiding Wij adviseren om de aanleiding voor deze actualisatie beter uit te werken. Waarom kamt dit document er nu, en wat is het doel? Een karte toelichting op de context en de uitgangspunten zou helpen om de vi sie beter te begrijpen. Hoofdstuk 1 In dit hoofdstuk kan scherper worden aangegeven wat de visi e betekent voor Deventer als stad. Dat biedt ruimte om de richting en de ambitie duidelijk te formuleren. Deels zit dit nu in de inleiding verwerkt, maar dit is hier meer op zn plek, gevoelsmatig. Hier zou het visie-deel echt sterker neergezet kunnen worden: wat willen we als stad bereiken, en wat zijn de belangrijkste keuzes die daarbij horen?
Hoofdstuk 2 Het deel over ondernemerschap is interessant, maar voelt nu wat los. De vraag is of dit onderwerp hier thuishoort, of beter op een andere plek in het beleid kan worden uitgewerkt. De introductie van de dorpsmanager lijkt ons ju ist wél logisch om alineen eerder deel van het document te benoemen, bijvoorbeeld in de beschrijving van de structuur of de rollen. Hoofdstuk 3 - horeca In dit hoofdstuk wordt een aantal beelden geschetst, maar het blijft onduidelijk wat de gemeente precies wil berei ken. Wij zouden graag zien dat de rol van de gemeente hier duidelijker wordt: kiest zij voor een actieve sturing of meer faciliterend beleid? Ook de ambiti es voor Centrum en Sch il blijven wat vaag. Als dit gebied naast de Brink als belangrijk aandachtsgebied wordt gezien, is het goed om te beschrijven waar dat concreet over gaat: welke plekken, welke sch aal en welk profiel? Voor het Havenkwartier lijkt de spanningtussen leefbaarheid en horeca-ontwikkeling nu al groat. Een realistische inschatting van de mogelijkheden zou helpen. De terughoudendheid bij hotelappartementen sluit aan bij eerdere afspraken, en het is goed dat de actualisatie van de terrasvisie wordt genoemd. De relati e tussen de horecacategorieén en het Omgevingsprogramma is nog onduidelijk, net als de koppeling met het be leid voor paracommercie.
Wij adviseren om dat explicieter te verbinden, zodat er meer samenhang ontstaat. Tot slot kan het onderdeel over sluitingstijden iets worden verdiept. Welke trends zien we, en hoe wilde gemeente daar in de toekomst op inspelen? Hoofdstuk 4 - detailhandel De passage over flitsbezorging roept vragen op. Waarom wordt niet duidelijker gekozen voor locati es op bedrijventerreinen of langs hoofdwegen, in plaats van in woonstraten? Ook het begrip kernwinkelgebied is niet duidelijk afgebakend. Gaat het alleen om de binnenstad, of ook om andere centra in de stad en dorpen? De versoepeling voor runshoppingcentra (kleiner dan 3.500 m) is te algemeen. Hoeveel kleiner is bedoeld, en waarom? De toevoeging van baby- en kinderspeciaalzaken lijkt logisch, maar behoeft een toelichting. De opmerkingen over de Boreel zouden beter in hoofdstuk 5 passen. De lijn om kleinere winkels daar te weren is goed, maar het is niet duidelijk welke nieuwe GDV-locaties de gemeente onderzoekt. Wij pleiten ervoor om grootschalige supermarkt- of hypermarchéconcepten expliciet uit te sluiten, zoals ook in de BROG-analyse is benoemd. Hoofdstuk 5 - detailhandel en ho reca in Centrum en Sch il Het is goed dat de binnenstad een duidelijke plek krijgt in de visie, maar de uitwerking blijft beperkt.
De verschillende bestemmingen (zoals kernwinkelgebied, kernhorecagebied en dwaalmilieus) kunnen beter worden onderscheiden. Oat maakt het beleid leesbaarder en praktischer toepasbaar. De mogelijkheid voor wo nen achter winke ls is positief, maar verdient een korte toelichting. Ook de algemene formulering dat in heel Centrum en Schil detailhandel en horeca mogelijk is, roept vragen op: wat is waar precies toegestaan? Het stuk over de Boreel komt hier opnieuw aan bod, wat verwarrend is. Oak de bezorghoreca en dark stores kunnen beter met elkaar worden verbanden; nu blijft dat va ag. Tot slot Wij herkennen dat de samenwerking tussen gemeente, ondernemers en SDBM de laatste jaren sterk is gegroeid, en dat de binnenstad op dit moment op veel thema's voortvarend werkt aan integrale ontwikkeling. Denk aan de Binnenstadsagenda 2.0, vergroening, wonen boven winkels, mobiliteit en gebiedsontwikkeling. We begrijpen dat dit beleid bred er is dan alleen de horeca en detailhandel, maar het zou goed zijn om in deze visi e ook te benoemen dat in de binnenstad aleen sterke integrale samenwerking bestaat. Oat is niet alleen een mooi voorbeeld, maar ook een belangrijk vertrekpunt om van u it te bouwen. Wij hopen dat onze opmerkingen helpen om de visi e verder te versterken en een duidelijker richting te geven aan het beleid voor detailhandel en horeca in de hele gemeente.
College van B&W gemeente Deventer T.a.v. Steven Meijerhof en Raymond Schuurman Grote Kerkhof 1 7411KT Deventer
Horeca NEDERLAND
Deventer, 30 september 2025
Onderwerp
: reactie concept Horeca- en Detailhandelsvisie 2025
Beste Steven Meijerhof, Raymond Schuurman, Op basis van een vergelijking tussen de concept Horeca- en Detailhandelvisie 2025 van de gemeente Deventer en de reacties van KHN Deventer (27 maart en 9 juli 2025) het volgende: Opmerkingen die zijn meegenomen in het concept Uit de reactie van 27 maart 2025 (algemene horeca en binnenstad): Hotelappartementen: De visie benoemt expliciet zorgen over het beperkte economische effect van hotelappartementen en stelt dat uitbreiding alleen mogelijk is bij aantoonbare meerwaarde. Dit sluit aan bij KHN's zorgen over leefbaarheid, concurrentie en regelgeving. - Geen wonen op begane grond in kernhorecagebieden (KHG): De visie bevestigt dat wonen in commercièle plinten in het KHG niet wordt toegestaan. - Maximumstelsel horeca: De visie handhaaft het maximumstelsel op specifieke locaties zoals Stromarkt, Welle/Zandpoort, en Nieuwe Markt, zoals KHN Deventer adviseerde. Uitgaansleven in centrum vs. Havenkwartier: De visie erkent de behoefte aan uitbreiding van nachthoreca in de centrumschil (zoals Havenkwartier), maar behoudt oak bestaande locaties in het centrum, een compromis dat deels tegemoetkomt aan KHN's voorkeur voor centrumbestendiging. Functiemenging en blurring: De visie benoemt functiemenging en stelt dat horecaactiviteiten nag verder worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma, wat ruimte laat voor naciere invulling.
Toeristische functie van horeca: De visie erkent horeca als onderdeel van recreatie, cultuur en verblijf, en benoemt dit in de inleiding en hoofdstuk 3.
oz
<
a uJ
o
uJ
z
<
O
uu a o r
±Q'. o u
0 uI l
z
£
ar LI
> z < < z
u
<
O
u a o r fuI
r
z Uit de reactie van 9 juli 2025 (hotelspecifiek): Beperkte ruimte voor uitbreiding hotelaanbod: De visie stelt dat grootschalige hotels voorlopig niet worden toegestaan en dat kleinschalige initiatieven alleen bij aantoonbare meerwaarde welkom zijn.
0
r u! 5 z ar u o z uI
o z
5o z
o 0 r
u
>
±::::; xz
zo ¥-
_
Is het nieuwe initiatief in het Sluiskwartier een initiatief met aantoonbare waarde en zo ja, in welke zin? COA-samenwerking. De visie benoemt niet expliciet het bestaansrecht van hotels via COA, maar houdt wel rekening met marktruimte en bezettingsgraad. Regelgeving hotelappartementen: De visie erkent het verschil in bestedingspatroon en stelt dat nieuwe initiatieven kritisch worden beoordeeld. Plattelandskamers: De visie benoemt expliciet dat deze alleen worden toegestaan bij kwalitatieve meerwaarde en in lijn met het landschap.
Opmerkingen die (nog) niet expliciet zijn verwerkt of onvoldoende zijn uitgewerkt BTW-verhoging op logies (impact op toerisme): Deze wordt niet benoemd in de visie, terwijl KHN Deventer hier nadrukkelijk voor waarschuwt. Marktruimte in m2 horeca: De visie spreekt over "aanzienlijke marktruimte" maar geeft geen concrete cijfers, zoals KHN Deventer vraagt. Vergunningcategorieén en toetsing horeca-activiteiten. De visie noemt dat dit nog wordt uitgewerkt in het omgevingsprogramma, maar biedt nag geen duidelijkheid over toetsingscriteria of juridische grondslagen. Beperking fastfood (max. 33%): Wordt genoemd in de visie, maar zonder verwijzing naar het beleidsdocument waar KHN Deventer om vraagt. Planologische regeling horeca: Wordt niet expliciet behandeld in de visie, zoals KHN Deventer opmerkt. Verjonging van het stadsimago: De visie benoemt de wens om young professionals aan te trekken, maar KHN vraagt om meer concrete sturing en marketingstrategie.
oz $ 0
u o uJ
z <
O LI 2
o
r
u, 5
Met vriendelijke groet, KHN Deventer
o LI c
u b z <
z
x uJ > z < << z
u!
<
o uJ ar o r b uI
I
z
0
ar
u 3 u z a uJ o
z o z
5o
z o c
r uI >
±5 xz
z
o ¥-
OVD-reactie op CONCEPT Horeca- en Deta i I ha ndelsvisie/pa rt i ci pat i e l. Wat voorafging Al in 2019 werd binnen de Ondernemers Vereniging Diepenveen (hierna te noemen OVO) duidelijk dat profilering en toekomstgericht werken essentieel zijn voor het behouden van een ondernemend dorp Diepenveen. Een werkgroep van enthousiaste OVO-Jeden bracht de onderscheidende kwaliteiten van het dorp in kaart en zocht samenwerking met Deventer Marketing. Daarbij kwamen thema's aan bod zoals de positionering van Deventer en de aansluiting van Diepenveen hierop, het verta len van kernwaarden naar woord, beeId en daad, het benutten van elkaars kracht en de vraag naar mogelijke promotiebudgetten. In 2021 ontstond, onder leiding van Carlijn Leenders, de Merksheet Diepenveen. (zie bijlage) Oaarin zijn bewoners, bezoekers en bedrijven onderscheiden. Bij de uitvoering liepen wij echter tegen een gebrek aan expertise en middelen aan. Om die reden werd de gemeente betrokken en vond in 2023 een collegebezoek plaats. Het OVD-bestuur heeft de knelpunten benoemd en om ondersteuning gevraagd. In vervolg daarop heb ben er diverse overleggen plaatsgevonden om zo aandacht te blijven vragen voor ons verzoek om ondersteuning bij de verdere professionalisering en het toekomstbestendig houden van (ondernemend) Diepenveen.
In dat kader vinden wij het posi tief dat begin dit jaar het onderzoek door bureau BROG volgde. Een onderzoek dat input moet leveren voor de nieuwe detailhandelsvisie voor de gemeente Deventer. Het OVDbestuur heeft in dit kader een constructief en prettig gehad met Bert Broekhuis (BRDG). Met deze voorgeschiedenis als basis heeft de OVO de Concept Horeca- en Detailhandelsvisie en de bijbehorende analyses zorgvuldig bestudeerd. Wij waarderen de positieve beoordeling van Diepenveen, maar zien tegelijkertijd dat juist hierdoor de indruk ontstaat dater geen actie of middelen nodig zijn. Er is wel degelijk noodzaak aanwezig- en urgenti e besef nodig om de goede uitgangspositie de komende jaren te behouden. Hieronder geven wij onze analyse en aandachtspunten
2. Analyse wijk-, buurt- en dorpscentra In de analyse wordt Diepenveen posi tief beoordeeld. Het dorp heeft een sterk centrum, een goed functionerend aanbod en een actieve OVD. Dit moet echter geen reden zijn om ons in de conceptvisie een Jage prioriteit en géén middelen toe te kennen. Oat is zorgelijk en onterecht, want de indruk ontstaat dater in Diepenveen geen actie nodig zou zijn, terwijl die noodzaak er juist we! is.
1 30-09-2025 OVO Reactie op concept Horeca- en Detailhandelsvisie/participatie
3. Ontbrekende of onderbelichte onderwerpen Belangrijke concrete thema's blijven onderbelicht. •
•
•
• •
•
Er ontbreekt een ruimtelijke visie en clustering zoals die in Bathmen en Schalkhaar we) wordt benoemd. Locati es zoals het terrein links naast AH en de voormalige Expert blijven onbenut en actieve regie op behoud van de Welkoop ontbreekt. Het vertrek van de Expert winke) heeft di recte invloed gehad op de toestroom vanuit Deventer naar Diepenveen. De Welkoop zorgt voor koopkrachttoevloeiing vanuit Deventer, de aanwezigheid ervan is derhalve van grate waarde voor Diepenveen. Actieve aandacht voor- én concrete acties m.b.t. deze onderwerpen is voor Diepenveen van groat belang. Oak de leefbaarheid en verblijfskwaliteit krijgen onvoldoende uitwerking. Er is wel een constatering van tekort aan verblijfsruimte, maar geen concreet plan voor vergroening, pleinvorming, zitplaatsen of routing. Die concrete uitwerking is wel noodzakelijk. Daarnaast ontbreekt een duidelijke positionering ten opzichte van Colmschate en de binnenstad, terwijl Diepenveen zieh juist kan onderscheiden door een lokaal, landelijk, ambachtelijk en toeristisch profiel. De toevloeiings mogelijkheden vanuit Steenbrugge en Wechelerhoek naar Diepenveen en de wijze waarop dat gerealiseerd kan worden blijven onbesproken. Oak de demografische ontwikkeling verdient aandacht. De vergrijzing en het gebrek aan opvolging bij ondernemers vormen een groat risica.
Verder is er geen visie op maatschappelijke functies of multifunctionele centra, terwijl dit in andere dorpen we) kansen biedt. Een inventarisatie inclusief risico-inschatting op dit punt is hoognodig om dit risica te mitigeren. Tot slot wordt innova tie en duurzaamheid niet vertaald naar Diepenveen, terwijl dit juist mogelijkheden biedt om het dorp als groen en duurzaam te profileren.
4. Voorstellen voor opname in de visie De OVO stelt voor om alsnog onderstaande punten op te nemen: • • • •
•
Een centrumvisie Diepenveen te ontwikkelen, gericht op clustering in het do rps hart. Afbakenen commerciele planruimte (retail-horeca-dienstverlening). De verblijfsruimte versterken door verder concretisering m.b.t. vergroening, pleinvorming en zitgelegenheid. Diepenveen kan zieh profileren als groen en duurzaam dorp met onderscheidend aanbod van streekproducten, duurzame winkels, horeca en overnachtings accommodatie. De vergrijzing in ondernemerschap tegengaan is essentieel en gericht beleid is nodig voor opvolging en het aantrekken van nieuwe, jonge ondernemers.
2 30-09-2025 OVO Reactie op concept Horeca- en Detailhandelsvisie/participatie
• •
•
•
Kansen benoemen in de koppeling met Sallandse fiets- en wandelroutes, in samenwerking met horeca en B&B's. Onderzoeken op welke manier er verbindings routes per fiets en auto vanuit Steenbrugge en Wechelerhoek rich ting Diepenveen ontwikkeld kunnen worden. D.m.v. deze verbindingen wordt het mogelijk dat bewoners van deze wijken gebruik kunnen maken van het onderscheidend winkelaanbod in Diepenveen t.o.v. winkelcentrum Keizerslanden. De bestaande uitgangspunten van het vestigingsbeleid voor RSC de Snipperling ongewijzigd laten, zodat er geen afvloeiing plaatsvindt vanuit Diepenveen (en andere dorpen c.q. de binnenstad) Ten slotte is het voor ons belangrijk gebruik te kunnen maken van de gemeentelijke plannen voor een dorpsmanager, zodat Diepenveen extra kan worden ondersteund in het succesvol oppakken van bovenstaande punten.
S. De rol van de dorpsmanager Bij de invulling van de rol van dorpsmanager voor Diepenveen is het cruciaal dat bij de beoogde dorpsmanager ervaring aanwezig is met de bovengenoemde thema's. Het gaat om gerichte expertise voor de aanpak van de benoemde lokale vraagstukken, het vermogen om van constateringen naar acties te komen en organisatorisch en transformatiefvermogen. Even belangrijk is het realiseren van verbinding en draagvlak en het bevorderen van samenwerking. Deze rol is daarmee veel breder en belangrijker dan de beperkte taken die in de conceptvisie worden genoemd.
6. Aanvullende rol gemeentelijke accountmanager Bedrijven Naast de dorpsmanager ziet de OVO ook een belangrijke rol voor de gemeentelijke accountmanager Bedrijven, om te ondersteunen bij de in de analyse benoemde thema's.
7. Conclusie Diepenveen staat er goed voor, maar zonder actieve inzet en middelen dreigt stilstand en zelfs achteruitgang. Het is noodzakelijk om nú kansen te benutten, toekomstbestendig te werken en de stap te zetten van een ruime voldoende naar een ruime goed. Oat vraagt om gerichte actie en ondersteuning van u it de gemeente. In de noti tie wordt op pg. 35 aangegeven dater zo snel mogelijk gestart wordt met een pilot met een winkelstraat- en dorpsmanager. Om een pilot succesvol te laten zijn is een goed georganiseerde ondernemersvereniging randvoorwaardelijk. In Diepenveen is de ondernemersvereniging goed georganiseerd en daarmee is een goede basis aanwezig om samen met een gekwalificeerde dorpsmanager tot een goed resultaat te komen. In dat kader stellen wij dan ook voor de pilot in Diepenveen te starten. Wij als ondernemersvereniging werken daar graag aan mee.
3
30-09-2025 OVO Reactie op concept Horeca- en Detailhandelsvisie/participatie
Betreft: reactie Van Herk Groep en City Properties, twee eigenaren van RSC De Snipperling
Datum: maandag, 15 september 2025 om 07:50 Onderwerp: Re: Concept Horeca- en Detailhandelsvisie/participatie Goedemorgen allen, Er liggen goed uitgewerkte analyses en concept beleidsdocumenten. Wij hebben de volgende opmerkingen. Het initiatief van u it de eigenaren is al gaande. Er zijn de afgelopen jaren op meerdere mo menten voorstellen gedaan : • Voor uitbereiding/verbreding van de bestemmingsmogelijkheden voor POV en GOV (vanuit het denken in doelgroepen) en de rol van horeca. • Herzien van ruimtelijke uitgangspunten waardoor er meer interactie tussen de verschillende winkelclusters gaat plaatsvinden en de verblijfsduur vaneen bezoeker van de Snipperling wordt verlengd o aanpassingen in inrichting openbare ruimte en infrastructuur (aanrijdroutes/looproutes); o Het doorbreken van de schaalloze omgeving door kleinere winkel en horeca gebouwen toe te voegen wanneer er ook binnen het plan gebied winkelmeters worden onttrokken (salderen); o Kwalitatieve ingreep in de presentatie van de gebouwen en uniformiseren van bewegwijzering naar en in het winkelgebied Dit alles vraagt een uniforme en samenhangende aanpak. De eigenaren hebben al initiatief genomen. De gemeente laat nu zien dat het ook haar menens is. Wij zijn verheugd dat te vernemen!
Betreft: reactie van Jumbo Eikelboom Bathmen, 26 september 2025 Beste, lk heb de rapporten gelezen. lk moet zeggen dat het rapport over het grootste gedeelte een echt realistische situatie schets. Natuurlijk maak ik bezwaar tegen hetgeen dat geschreven wordt over een 2e supermarkt. Scenario 2e supermarkt
Op pagina 7 wordt gesteld dat de binding aan Bathmen nu erg laag is en dat een binding van 80-90% voor dergelijke kernen geen uitzondering vormt. Daar ben ik het niet mee eens. Een dermate hoge koopkrachtbinding wordt alleen gehaald in perifere kernen waar het aanbod van grotere orde op grate afstand ligt. Bovendien is er steeds meer afvloeiing van dagelijkse bestedingen naar online, branchevreemde spelers (HEMA, Kruidvat, Action) en ook naar Duitsland (alcohol, tabak, cosmetica, vlees). De consument is ook steeds mobieler en bereid om grotere afstanden te overleggen. In Bathmen is de situatie specifiek omdat er afvloeiing is naar complete wijkwinkelcentrum Deventer Colmschate (met o.a. Jumbo 1.747m2 wvo, AH l.737m2 wvo, Action, veel dagelijkse winkels) op korte afstand (5,4 km, 9 minuten reistijd, di recte ontsluiting). De afvloeiing vanuit Bathmen kunnen wij staven van u it Jumbo. Er zal van u it Bath men altijd een bepaalde mate van afvloeiing zijn naar Colmschate omdat dit winkelcentrum veel meer trekkracht heeft dan het aanbod in Bath men. Hierdoor is de benoemde 80-90% binding in Bathmen niet realistisch. Deze hoge mate van binding is wel noodzakelijk om een 2e supermarkt toe te voegen waar feitelijk gezien geen draagvlak voor is. Voor een kern als Bath men is 70% binding het hoogst haalbare wat een 2e supermarkt niet haalbaar maakt.
Een 2e supermarkt zorgt voor meer een verdringingsmarkt dan een groeimarkt. Door alle kosten stijgingen zoals loonkosten ,energiekosten en huren is ondergrens voor draagvlak rendabele supermarkt echt omhoog gegaan. Daarnaast neemt de groei van online neemt toe en dat heeft een effect op het draagvlak. Hierbij dus mijn bezwaar op de eventuele komst vaneen 2e supermarkt. Groeten
J»JD Eike I boom Larenseweg 18 7437 BM Bathmen
Betreft reactie van Lidl Nederland van 30 september 2025 Hartelijk dank voor het toesturen van de concept Ho reca- en Detailhandelsvisie en de bijbehorende stukken. lk heb deze zorgvuldig bestudeerd en waar nodig voorzien van opmerkingen en aanvullingen. In mijn reactie wil ik graag een aantal za ken on der de aandacht brengen. Toelichting bestaande winke ls van Lidi In Deventer exploiteert Lidl meerdere winkels die een belangrijke rol spelen in de dagelijkse boodschappenvoorziening van inwoners. Lidl beschikt momenteel over één toekomstbestendige en moderne winkel in Deventer, namelijk de vestiging in Keizerslanden. Daarnaast zijn er twee winkels, aan het Deltaplein en de Pieter de Hooghstraat, die wat Lidl betreft niet toekomstbestendig zijn. De randvoorwaarden op deze locaties zijn onvoldoende: de bereikbaarheid en zichtbaarheid zijn niet goed, de winkelvloeroppervlakte is te klein en het aantal parkeerplaatsen is ontoereikend. Hierdoor kunnen wij onze klanten in deze verzorgingsgebieden niet optimaal bedienen. Lidl wil graag investeren in een toekomstbestendige winkel in Deventer, maar ziet hiervoor geen mogelijkheden op de huidige locaties aan het Deltaplein en de Pieter de Hooghstraat. Groeipotentie van Deventer De gemeente Deventer heeft een duidelijke groeiambitie.
Het streven is om tot 2035 circa 10.000 woningen toe te voegen en door te groe i en naar 120.000 inwoners. In dat licht is het van belang om te onderstrepen dat de winkels van Lidl een blijvende rol kunnen vervullen in de behoefte aan dagelijkse voorzieningen. Ondervertegenwoordiging discounter in Deventer Oost In Deventer Oost constateren wij een ondervertegenwoordiging van discounter supermarkten. Wij zijn van mening dat de gemeente hierin een faciliterende rol kan spelen om het aanbod in deze wijk te versterken en daarmee de betaalbaarheid voor haar inwoners te vergroten. Eigendomspositie Lidi Lidl heeft een eigendomspositie bij zowel het Deltaplein als de Pieter de Hooghstraat. Voor beide locati es wordt overwogen om de winkel te sluiten, mede afhankelijk van de uitkomsten van dit traject en de uiteindelijke vi sie van de gemeente. In dat kader denkt Lidl graag mee over een mogelijke herontwikkeling van de locati es die bij een verplaatsing van Lidl worden achtergelaten. Wij zien hierin kan sen om sa men met de gemeente tot een passende invulling te kamen die aansluit bij de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in de betreffende wijken. Macht je nag vragen heb ben naar aanleiding van deze reactie, dan hoar ik het uiteraard graag.