2025-813 Zienswijze 2 vergunningaanvraag zonnepark Bussinksweg geanonimiseerd
Tekst van het document
Docnr1
Aan:
CC:
Gemeente Deventer college burgemeester & wethouders gemeente Deventer gemeenteraad/raadsleden van gemeente Deventer juridisch planoloog (gemeente Deventer)
Datum:
06 juli 2025
Onderwerp:
Zienswijze en bevindingen – in het kader van zaaknummer z2025-00003490/ aanvraag d.d. 1 april 2025, omgevingsvergunning realiseren Zonnepark Bussinksweg, Bathmen
Geachte heren/dames van college B&W, raadsleden, Naar aanleiding van de in april 2025 ingediende (premature) aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van Zonnepark Bussinksweg te Bathmen sturen wij u reeds onze bevindingen/zienswijze en principiële bezwaren. Wij zijn tegen dit zonnepark plan gezien de grote impact op deze nu nog fraaie landelijke omgeving zou dit zonnepark worden gerealiseerd. De nieuwe/nu huidige verordening omtrent zonneparken (en hiervoor geschikte locaties) deelt deze visie. De nieuwe regelgeving en bijbehorende zonneladder is onder andere in het leven geroepen om juist dit soort initiatieven in essentie te voorkomen/verbieden: dat er zonneparken op landbouw/natuurgronden worden gerealiseerd. Daarnaast lijken er ons inziens voorbarige conclusies te zijn getrokken als ook selectief omgegaan te zijn met duidelijk gestelde voorwaarden. Ons inziens heeft dit initiatief mede hierdoor de fase ‘aanvraag omgevingsvergunning’ ten onrechte bereikt. Tevens verwijzen we naar onze zienwijze van 17 mei 2024 en overige (email) communicatie aan gemeente Deventer omtrent dit initiatief. Enkele van de opmerkingen in onze zienswijze van mei 2024 als ook onze extra opmerkingen die zijn gedeeld gedurende het afgelopen jaar zijn onbeantwoord gebleven.
De reacties die wij wel hebben ontvangen geven helaas geen concreet antwoord op enkele specifieke vragen en inconsistenties die zijn aangedragen. Enkele van de punten in onze zienwijze hieronder zullen (daarom) overlappen met de eerder gemaakte standpunten. In de publicatietekst betreffende de aanvraag (gemeenteblad d.d. 8 april 2025) staat dat reacties/zienswijze nog niet mogelijk zijn. Via eerdere communicatie begrijpen we echter dat bevindingen/zienswijze indienen mogelijk zou zijn gedurende elke fase van het traject. Gezien de (naar het blijkt) voorbarigheid van de aanvraag omgevingsvergunning en gezien de onduidelijkheid omtrent het moment van indienen van zienswijze behouden wij ons hierbij het recht voor om -indien nodig of indien van toepassing- om op een nieuwe c.q. aangevulde aanvraag een nieuwe c.q. aangevulde zienswijze in te dienen. Graag vernemen wij van u, vanuit privacy oogpunt, op welke wijze en/of wanneer deze brief mogelijkerwijs ter inzage komt voor overige lezers, buiten de gemeente Deventer en/of buiten de initiatiefnemer en betreffende (zonnepark)perceel eigenaren.
Ongeacht de gekozen voorbereidingsprocedure verzoeken wij u, op basis van onder andere onze zienswijze, bevindingen en bezwaren, een negatief ontwerpbesluit te nemen in deze en de aanvraag omgevingsvergunning aangaande zonnepark Bussinskweg af te wijzen, Bij voorbaat dank voor uw tijd en overweging, Met vriendelijke groet, [Voor vragen / Contact gegevens bekend bij
]
Bijlagen: 1. 2. 3.
Zienswijze, bevindingen en principiële bezwaren tegen de komst van dit zonnepark (6 pagina’s) Gedetailleerde onderbouwing betreffende enkele voor ons belangrijke bevindingen (6 pagina’s) Petitie tegen de komst van Zonnepark Bussinksweg (Bathmen) opvraagbaar
1/13
Bijlage 1. Zienswijze, bevindingen en principiële bezwaren tegen de komst van dit zonnepark Het proces. Het proces (voor dit traject) en veel onderdelen en voorwaarden daarbinnen lijken ‘flexibel’ verwoord. Het biedt genoeg ruimte voor een 'altijd slagen' uitkomst (door de gelegenheid voor aanpassingen, vanwege niet consistente terminologie, niet eenduidige- of laten gelden c.q. laten vervallen van voorwaarden als ook de zuiverheid versus ruim gemeten termen als b.v. ‘lokaal’). Ons inziens heeft er tot dusver een inconsistente wijze in beoordeling plaatsgevonden tijdens meerdere momenten in het traject en met deze recent bereikte fase al gevolg. Het vooroverleg. De beoordeling van het verzoek om vooroverleg blijkt op basis van globale/voorlopige inschattingen van gemeente experts en opinies, een verwachting op basis van eerdere projecten. Er is dus geen concreet ‘vooronderzoek’ of basisonderzoek voor dit specifiek initiatief beschikbaar. Ook vanwege de keuze van provincie om de datum van het principebesluit als voorwaarde te stellen bij de overgangsregeling (en niet de datum van een eventuele intentieovereenkomst) verwachten belanghebbenden dat het vooroverleg traject dus toereikend genoeg is om een voorlopig, maar specifiek voor het initiatief, oordeel te geven.
Men verwacht een uitgebreider vaststaand ‘vooroverleg’ /criteria dan toepasbaar zou zijn bij andere initiatieven. Het gaat immers om een verzoek met grote impact, een zonnepark verzoek binnen een landelijke omgeving (op landbouwgrond). Ons inziens is er niet naar verhouding onderzocht c.q. beoordeeld. Het principebesluit, het nu zo cruciale document, had ons inziens niet uitgestuurd mogen worden op basis van een globale en/of verbale inschatting van de impact. Er blijkt bij navraag geen specifiek of tastbaar onderzoek of analyse te zijn uitgevoerd noch gedocumenteerd. Omwonenden hebben (daarom) ook geen inzage in de mate van overleg/discussie dat heeft plaatsgevonden alvorens tot dit positief besluit te komen. De brief zelf bevat echter wel opmerkelijke stevige conclusies over belangrijke zaken als landschapswaarden, milieu en schittering, zaken die op dat moment nog niet waren onderzocht of getoetst voor dit initiatief. Dat de beweringen nog onderzocht moesten worden is bevestigd door gemeente. De gekozen bewoording in de brief is echter zeer feitelijk, stevige conclusies. Waarom deze dan zonder onderzoek als stellige en voorbarige- maar stevige conclusies zijn neergezet in de brief is onbeantwoord gebleven. De wijze van formulering (batterijen) suggereert ook haastwerk. Dit alles vinden wij een kwalijke zaak.
Deze meermaals aangedragen zaken hadden moeten meespelen in de beoordeling of de nu zo cruciale brief terecht en/of prematuur is uitgestuurd. 6 maanden termijn. In het principebesluit staat tevens een essentiële, door gemeente Deventer zelf gestelde, 6 maanden termijn waaraan niet is voldaan. Bij navraag later blijkt dit te zijn weggezet als ‘termijn van orde’. Dat achten wij onbegrijpelijk, selectief en onrechtvaardig. Als gemeente die voorwaarde had nageleefd was dit initiatief alleen al vanwege die voorwaarde stopgezet (indien na 6 maanden geen aanvraag omgevingsvergunning volgt opnieuw toetsing). Vanwege de nieuwe regelgeving en bijbehorende toetsing zou dit initiatief geen kans van slagen hebben. Het handhaven op deze voorwaarde is niet gebeurd. Mede door vast te houden aan dit principebesluit, welke door alle genoemde punten een discutabele waarde heeft, heeft dit initiatief ons inziens ten onrechte deze eindfase bereikt. Overgangsregeling. Los van bovenstaande is aan de tweede voorwaarde voor toetreding tot de overgangsregeling ons inziens niet voldaan (zie bijlage 2). Er is een slechts een aanname gemaakt, geen ‘verzekering’/garantie afgegeven over de realisatie vóór 2030. Een ‘aanname’ zou ons inziens niet mogen rechtvaardigen dat dit initiatief binnen de overgangsregeling zou komen te vallen.
Eind 2023 had men immers verre van zekerheid over dit punt, die onzekerheid is er nu nog. De initiatiefnemer meer tijd geven om in de toekomst met deze ‘zekerheid’ te komen is, zeker ook gezien de thans nieuwe verordening, tegenstrijdig. De voorwaarde ‘zeker’ is niet behaald. Enexis planning & realisatie. Uit de aanvraag omgevingsvergunning bijgevoegde stukken wordt duidelijk dat dit zonnepark initiatief door Enexis op de ‘interesselijst’ is gezet (bevestigd rondom 18 april ’24). Een recentere update van Enexis over de zekerheid van realisatie vóór 2030 is ons niet bekend. Interesselijst lijkt niet equivalent aan planningslijst. Het was dus onzeker op het moment van de beoordeling (2023) of dit initiatief aan de tweede voorwaarde van de overgangsregeling kon voldaan en is nu (2025) nog niet zeker (interesselijst is geen ‘met zekerheid/planning lijst’). Voor ons onrechtvaardig indien de vergunningsaanvraag nu al goedgekeurd zou worden ondanks dit onzekere feit (en de hard gestelde voorwaarde). Indien initiatiefnemer na goedkeuring
2/13
omgevingsvergunning toch alle tijd krijgt om het zonnepark te realiseren, zij het NET vóór 2030, maar zonder nu met zekerheid de realisatie datum af te moeten geven, dan is ons inziens het gehele proces vloeibaar en discutabel. De nieuwe verordening acht dergelijk zonnepark op deze locatie tenslotte niet meer wenselijk. Flexibiliteit heeft grenzen. Nieuwe regelgeving. Er is een duidelijk reden waarom er nieuwe regelgeving is opgesteld die moet voorkomen dat er nog meer zonneparken op landbouw/ natuurgronden worden gerealiseerd. De combinatie van nieuwe regelgeving, een eventuele vergunning toestaan voor een duur van 25 jaar en een potentiële afloopdatum van exploitatie die dan ver in de toekomst zou liggen (potentieel 2029 + 25 jaar = 2054) maken de realisatie van dit zonnepark niet (meer) wenselijk. Kwetsbaar buitengebied. Het voorstel past bij voorbaat niet binnen het bestemmingsplan, maar krijgt wel (aanzienlijke) medewerking vanuit de gemeente. Het bestemmingsplan zou dit kwetsbaar buitengebied moeten beschermen, voor nu en voor later, omwonenden rekenen hierop. Leefomgeving generiek. Het zal een grote aantasting zijn van de leefomgeving van mens en dier, van de historische vergezichten. Een aantasting van steeds schaarser wordende landbouw- en natuurgronden, van het nu nog fraaie landelijke, -coulisse landschap, het buitengebied van gemeente Deventer.
Dit voor de duur van 25 jaar en tussentijds niet meer terug te draaien. Er zal door de gekozen groeninvulling zicht zijn op de panelen. Ongeacht gekozen beplanting zal zicht op het zonnepark, zeker vanaf de 1e verdiepingen van huizen rondom, onvermijdbaar zijn. Energiedoelstelling. De energiedoelstelling zou niet bij voorbaat leidend moeten zijn. Lokaal draagvlak (80% van omwonenden TEGEN de komst, zie petitie) als ook de aanwezigheid van huidige zonneparken in de nabijheid zouden wel degelijk en concreet moeten meespelen bij de beoordeling van een verzoek om vooroverleg als ook bij een aanvraag omgevingsvergunning. Commercieel belang. Het is een commercieel, opbrengst- gedreven zonnepark plan voor initiatiefnemer en perceel eigenaren, dat werd ook zo toegelicht tijdens de 1e informatieavond. Diens belangen, als ook het relatief kleine aandeel dat dit zonnepark waarschijnlijk zal bijdragen aan het behalen van de energiedoelstellingen van gemeente Deventer staan niet in verhouding tot de langlopende impact die dit zonnepark zal hebben op deze gekozen omgeving, de nu nog fraaie landelijke locatie. Het fraai, maar schaarser wordend buitengebied wil gemeente Deventer ‘zo houden en waar mogelijk versterken’ (gemeente document ‘Beter buitengebied’). Onrijmbaar indien dit ‘zo houden en versterken’ zou betekenen: introduceren van nog een zonnepark.
Dit terwijl er al meerdere grote zonneparken in de nabijheid zijn gerealiseerd en/of goedgekeurd. De wenselijkheid van nog meer zonneparken binnen een afstand van 4.5 km in buitengebied is hopelijk klein. Niet tijdelijk. 25-jaar vergunning/bestaansrecht hebben voor dit beoogd zonnepark is lang. Met een onbetrouwbare extra factor, of uitbreiding op dit zonnepark na realisatie op enig moment toch mogelijk zal worden. Voor elk plan met dergelijke impact voor omwonenden is een ‘tijdelijke’ duur van 25 jaar niet tijdelijk, het is onvoorzien lang. Een generatie lang. Te lang in het kader van de nieuwe verordening die zonneparken op landbouw/natuurgronden tracht te voorkomen/verbieden. Geen voordeel, enkel nadeel/lasten. Voor veel belanghebbenden zoals wij is er geen enkel voordeel indien het zonnepark er zou komen, we ervaren enkel de lasten. Lasten voor een duur van minstens 25 jaar. Het is een blijvende aantasting van het schaars buitengebied, van de mooie leefomgeving van mens en dier. Netcongestie, een overvol netwerk door o.a. de groei in zonneparken is daarnaast een reëel probleem. Voor omwonenden voelt het tevens onrechtvaardig indien er nog meer zonneparken aangesloten mogen worden (met hulp van SDE+(+) subsidies), terwijl particuliere zonnepaneel eigenaren blijven zitten met (verdekte) terugleverkosten. Communicatie en beeldvorming.
Omwonenden krijgen in veel gevallen geen concreet antwoord op prangende vragen, worden en zijn niet tijdig meegenomen in het proces. Communicatie is reactief. Initiatiefnemer schrijft op pagina 2 in het 2e verslag: ‘Wij zoeken contact..’ Er is met ons persoonlijk geen direct contact gezocht. Het is wel correct verwoord door initiatiefnemer dat o.a. wij geen voorstander zijn van dit zonnepark plan. Echter, dat er getracht zou zijn met ons contact te leggen voor uitwisselen van b.v. visies is opmerkelijk. Wij kunnen helaas geen email terugvinden of gemist telefoongesprek voor deze poging. Er is mogelijk incorrecte beeldvorming ontstaan binnen gemeente over o.a. de participatie en de ‘afstemming’ met omwonenden. Dit wordt mede versterkt door het feit dat initiatiefnemer verantwoordelijk is gesteld voor die verwoording richting gemeente. Het feit dat het participatietraject ‘ineens’ (zonder duidelijke berichtgeving naar wij weten) en al 6
3/13
maanden na officiële aftrap (23 sept’24) van het participatie traject bleek afgerond geeft ook aan dat communicatie niet toereikend is geweest. Een juiste beeldvorming binnen gemeente is cruciaal, zeker bij beoordeling van dit onderdeel. Fouten. Het 1e verslag van initiatiefnemer bevat fouten die niet tijdig zijn gecorrigeerd. Zo ook bekend bij gemeente. Of gemeente dit verslag voor waarheid heeft aangenomen ten tijde van de beoordeling omtrent vooroverleg en overgangsregeling is niet beantwoord echter wel essentieel. Invloed binnen het proces. Het 2e verslag suggereert o.a. ‘afstemming met omwonenden’, welke exacte afstemming, met wie of over welk onderwerp is niet helder. Het proces is tussen gemeente en initiatiefnemer. Omwonenden zullen de negatieve impact van dit zonnepark plan ondervinden, maar staan opmerkelijk buiten spel, hebben geen echte invloed, ook niet binnen ‘participatie’. Hier heerst ons inziens een grote mate van onevenredigheid. Dat bij aftrap van het traject geen officiële directe lijn tussen gemeente en omwonenden wordt geïnitieerd en dat het ontbreekt aan een onafhankelijk aanspreekpunt binnen gemeente voor dit initiatief onderschrijven deze kwestie. Belangen van omwonenden zijn ondergeschikt aan die van de zakelijke initiatiefnemer. Deze kan zijn eigen vrije invulling geven aan belangrijke aspecten van het plan.
Omwonenden doen naar eigen ervaring in feite niet echt mee binnen het proces, maar de impact op hun leefgebied is groot. Draagvlak blijkt niet belangrijk. Er is “.. geen verplichting tot realiseren van draagvlak, consensus of steun”, zo luidt de presentatie van gemeente Deventer tijdens de 2e informatieavond. Een zeer negatief verhaal voor 80% van de omwonenden die enkel last gaan ondervinden van de komst van dit industrieel aangezicht. “Bij de beoordeling op dit vlak weegt participatie mee, maar is niet bepalend.” Hoe en in hoeverre (% of anderzijds) is ook niet transparant voor burgers van gemeente Deventer ”. Of draagvlak (niet hetzelfde als participatie) meeweegt staat niet vermeld. Participatie en Draagvlak dienen op een eenduidige en transparante manier mee te wegen, dat is nu niet ter sprake en onderschrijft de onderschikte rol van de omwonenden. Petitie. Dat 80% van omwonenden tegen de komst van dit zonnepark is zou essentiële informatie moeten zijn. Onduidelijk waar/of deze uitkomst wordt benoemd in de stukken. Participatie is minimaal uitgevoerd en is voor ons enkel een formaliteit gebleken. Tevens tegenstrijdig voor tegenstemmers om te participeren, alsof ‘de vergunning al zeker is’. Het minimum aan informatieavonden is gehouden (3), niet in verhouding tot 25 jaar impact ten gevolge van dit plan.
Indien de ondertekening van de intentieovereenkomst met de daaropvolgende (2e) informatieavond de officiële aftrap is geweest voor het participatie traject dan betekent dit dat er officieel krap 6 maanden opgenomen is voor het participatie-traject. Die informatieavond was op 23 september 2024, n.a.v. ondertekening intentieovereenkomst op 16 juli 2024, de aanvraag omgevingsvergunning was op 1 april 2025. Een zeer kort participatie traject (inclusief kerstperiode) voor een project plan impact van 25 jaar. Omwonenden hebben totaal geen invloed binnen het proces noch hebben zij rechten binnen het zogenoemde 'participatie traject'. Er is disbalans tussen de mogelijkheden en rechten van initiatiefnemer versus die van omwonenden. Er is veel geschreven over participatie, de praktijk pakt anders uit. Voor ons tevens onduidelijk vanuit welke gedachtegang de initiatiefnemer en/of gemeente überhaupt heeft gekozen voor trede ‘adviseren en raadplegen’ in plaats van meebeslissen/coproduceren. Voor zo’n groot (industrieel)bouwwerk in een landelijke omgeving met hinder voor dieren en omwonenden zou men verwachten dat omwonenden op z’n minst mogen meebeslissen aangaande groeninvulling. Er wordt gesuggereerd door initiatiefnemer dat er afstemming heeft plaatsgevonden.
De duidelijke ‘groen en groen-hoogte’ wensen geuit door de omgeving (zou de vergunning desondanks onze zienswijze toch worden goedgekeurd) zijn echter niet opgenomen in het finale plan. Het plan beschrijft o.a. een aanplanthoogte van 100-120 cm, terwijl de paneelopstelling ongeveer 2 meter hoog bedraagt. De type beplanting wordt semi-wintergroen in combinatie met niet-wintergroen, wat ons inziens zal zorgen voor deels zicht op de panelen, zeker in wintermaanden. Van Adviseren en Raadplegen is geen sprake. De wensen komen niet overeen met plan, met notitie dat wij ongeacht tegen de komst van het plan zijn. Beoordeling participatie. Het is ons nog altijd onduidelijk wie binnen gemeente het participatietraject objectief zal beoordelen en op welke wijze dit wordt getoetst. Navraag vanuit gemeente bij omwonenden over hun ervaringen over het participatietraject voor enige beslissing omtrent dit onderwerp wordt op z’n minst verwacht.
4/13
Privacy issue. Meermaals is er een privacy issue opgetreden. De achternamen en/of straatnaam plus huisnummers waren niet afgeschermd in documenten die publiekelijk ter inzage lagen als ook deels op de website van initiatiefnemer te vinden. Een kwalijke zaak. Impact op de leefomgeving van dieren. De quickscan natuurwaarden (bureau en veldwerk) is geen detailonderzoek en staat ons inziens niet in verhouding tot de realisatie van een zonnepark. o Veld onderzoek vond 1 dag plaats, onduidelijk of dit ging om de gehele dag of een dagdeel (en welk dagdeel). Deze vraag is gesteld tijdens de 2e informatieavond, maar tot dusver niet beantwoord. Het veld onderzoek was in februari 2024, een wintermaand. o Er is ogenschijnlijk geen veldonderzoek opdracht uitgevoerd betreffende andere seizoenen. Het geeft daarom geen volledig beeld van de impact. Gezien het type bouwwerk, de hekken etc. en de omvang van het beoogd plan (en de minimale vergunning van 25 jaar) zou men verwachten dat er een detailonderzoek heeft plaatsgevonden. Dat de impact op de leefomgeving van dieren gedurende alle seizoenen is onderzocht, op verschillende dagdelen, met behulp van webcams als ook de evt. impact in verband met de duur van 25 jaar. Dat geeft een accuraat beeld. o Het (bos- en dier-rijke) Landgoed Hemelzicht, op minder dan 2 km afstand wordt niet benoemd.
Deze ligt op een kortere afstand dan het wel in de quickscan benoemde landgoed Oostermaet. o De quickscan richt zich veel op de invloed van het zonnepark op broed-/nestplaatsen, de impact op foerageren of migratie lijkt enigszins onderbelicht. Op een soortgelijk maisveld nabij zijn b.v. trekkende ooievaars gezien die daar foerageerde. o De lijst aan overige zoogdieren omschrijft niet de grote aanwezigheid van reeën in dit gebied. Voor ons een opmerkelijke weglating. Meermaals per dag zijn er reeën te zien in de directe omgeving (Ikkinksweg/ Bussinksweg/Meutsteeg/Landgoed Hemelzicht). Een enkele ree, groepen reeën, met en zonder jong, wandelend/grazend op en over de verschillende percelen en ook op en over het betreffende ‘zonnepark’ perceel. Migreren/foerageren zal na plaatsing van hekwerk niet meer van toepassing zijn voor de ree. Daarnaast tast het niet alleen zijn foerageer locaties aan, ook zijn looproute en daarmee huidige leefomgeving. o De vos (niet beschermd) is niet benoemd. Het rapport beschrijft de verwachte impact op dieren die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben. De vraagstelling bij de analyse van dit zonnepark betreffende de impact op de habitat van dieren lijkt beperkt te zijn geweest tot de impact op enkel de ‘beschermde’ diersoorten.
De impact voor alle dieren die daarbuiten vallen maar wel impact ondervinden is buiten beschouwing. Aangenomen wordt dat dit niet belangrijk is, voor ons vreemd indien correct. Door enkel een veldonderzoek van 1 dag of dagdeel uit te voeren op 1 dag van het jaar tegenover een 25 jaar lange bezetting door zonnepanelen en hekwerk onderwaardeert men de impact op de leefomgeving van dieren. De conclusie tabel in de quickscan is voor ons helaas niet helder. Een toevoeging van ‘de ree’ in het onderzoek achten wij als omwonenden niet rechtvaardig in deze (late) fase. Daarnaast missen wij het onderzoek w.b.t. de impact voor ‘minder belangrijke dieren’ (vossen etc.) die dit gebied als leefomgeving hebben. Onze conclusie is dat enkel deze quickscan niet afdoende is noch een volledig beeld schetst van de impact op dieren (planten daargelaten). De geldigheid van het onderzoek blijkt 2-3 jaar (zie pagina 3, quickscan), een volledig nieuw onderzoek zou toepasselijk zijn rond februari 2026, uiterlijk februari 2027, gezien een eventuele realisatie nog ver weg zal zijn. Wij verzoeken u ook bovenstaande mee te nemen in uw besluit de vergunning voor dit initiatief af te wijzen. Netcongestie mag niet verergeren.
Hierover werd gecommuniceerd door gemeente dat als voorwaarde wordt gesteld dat initiatiefnemer moet kunnen aantonen dat door aansluiten van het zonnepark de netcongestie niet verergert (“netbeheerder Enexis wordt om advies gevraagd en initiatiefnemer moet aantonen dat netcongestie dus niet verergert”). Onze vraag hoe dit zal worden aangetoond en door wie is niet beantwoord. In de presentatie van initiatiefnemer (slide 6) op de 2e informatieavond staan gemaakte ‘afspraken met gemeente’, de slide geeft aan ‘minimalisering netcongestie’. Het ‘niet verergeren’ en ‘minimaliseren’ zijn niet identiek, maar worden door elkaar gebruikt. Minimaliseren zou kunnen betekenen ‘mag wel ietwat verergeren’. Omwonenden gaan uit van de meest logische term die zal worden gehandhaafd, het ‘niet verergeren’, dit ook gezien de huidige issues omtrent netcongestie.
5/13
50% lokaal eigenaarschap. o Borgen. In de inleiding raadsmededeling (d.d. 16-07-2024) betreffende de intentieovereenkomst staat geschreven dat ‘het borgen dat minimaal 50% lokaal eigendom wordt behaald essentieel is’. Verderop in het document wordt gesproken over: “Initiatiefnemer heeft een inspanningsverplichting om hier invulling aan te geven. De gemeente beoordeelt in de volgende fase of dit is bereikt c.q...etc. Het is geen vrijblijvende voorwaarde.” In verschillende documenten worden beide door elkaar gebruikt. Hier komt geen duidelijkheid op bij navraag. ‘Inspanningsplichtig’ en ‘borgen dat het wordt behaald’ zijn niet identiek. Borgen is ‘zeker stellen dat’. Gezien de toevoeging van gemeente dat het geen vrijblijvende voorwaarde betreft is ons inziens en ook het meest logische dat met deze voorwaarde ‘borgen c.q. zeker stellen’ wordt bedoelt, een garantie afgeven dat.. Op basis van de informatie in bijlage 5 van de aanvraag is het aannemelijk dat initiatiefnemer geen schriftelijk onderbouwde 50% garantie heeft kunnen afgeven alvorens/gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning. Ons inziens is aan deze voorwaarde dus niet voldaan. Ware bovenstaand werkelijk enkel ‘inspanningsplichtig’, dan vinden wij ook deze voorwaarde van weinig waarde. ‘Streven naar’ is geen harde voorwaarde.
Bij het willen realiseren van een zonnepark zou borgen (het zeker stellen van 50%) de correcte interpretatie zijn, wil men de behaalde doelstelling lokale ‘lasten en lusten delen’ behalen. o Termijn. Er staat geen termijn waarbinnen de 50% bereikt dient te worden, dan wel wanneer de verzekering hiervan binnen dient te zijn. Gezien het onlogisch zou zijn om een termijn van latere orde (voorbij de datum van aanvraag omgevingsvergunning) te laten gelden gaan wij er vanuit dat men moet aantonen dat ‘50% lokaal eigenaarschap’ verzekerd is uiterlijk op de datum van aanvraag omgevingsvergunning. Anders is ook dit punt onevenredig vloeibaar. o Eigenaarschap. Wij en andere omwonenden gaan er vanuit dat de term 'eigenaarschap' zuiver wordt beoordeeld. Dat de beoordeling of 50% lokaal eigenaarschap is behaald niet gebaseerd wordt op andere financiële constructies (of combinatie van) die worden vermeld in bijlage 5 van de aanvraag en/of die geen (zuivere) vorm van eigenaarschap inhouden (zoals Paneelopnaam, Crowdfunding, Gebiedsfonds of andere type constructies daarbuiten).
Het is wel opmerkelijk dat op pagina 3 onder Gebiedsfonds staat vermeld “Wanneer het niet lukt 50% van de aandelen van de project-BV lokaal te organiseren, dan...etc.” Op basis van de door gemeente Deventer zelf gestelde voorwaarde “borgen dat 50% lokaal eigenaarschap wordt bereikt”, zou het betekenen dat aan deze voorwaarde niet is voldaan, sowieso niet ten tijde van het aanvragen van de omgevingsvergunning. o Lokaal. Wij en andere omwonenden gaan er vanuit dat de term 'lokaal' zuiver wordt beoordeeld. De term komt overeen met ‘plaatselijk’. Gezien er geen animo is plaatselijk noch daarbuiten (Duikerhoek) wordt ook vanuit dit oogpunt niet aan de voorwaarde voldaan. o Haalbaarheid. Het was ons inziens niet aannemelijk dat de direct omgeving (1e schil) zou aanhaken in financiële deelname gezien 80% van die omgeving tegen de komst van dit zonnepark is. Daarnaast waren er slechts 3 omwonenden aanwezig op de 3e (laatste) informatieavond waarin financiële deelname verder werd gepresenteerd. In ‘Plan voor financiële participatie’ (bijlage 5 aanvraag) wordt die verwachting ook bevestigd. Er is geen animo vanuit de buurt noch vanuit buurtvereniging Duikerhoek.
Noaber-Energie (Bathmen) is benaderd, maar wil zich later in 2025 concreet buigen over dit vraagstuk, wanneer meer duidelijk is over een eventuele bijdrage van de gemeente aan risicodragende projectontwikkeling voor lokale energiecoöperaties. Kortom, ook deze partij heeft nu geen interesse. Er is vanuit NoaberEnergie enkel een mogelijke interesse indien zij subsidie krijgt om deel te nemen. (subsidie met betrekking tot dit initiatief). Gezien er geen animo is vanuit de buurt is de vraag aan welke ‘lokale’ partij(en) Noaber-Energie haar deelname zou herdistribueren. Het huidige oordeel zou naar onze mening zijn dat 50% lokaal eigenaarschap op moment van aanvraag niet is behaald. De initiatiefnemer meer tijd geven om in de nabije toekomst of zelfs na eventueel verlenen van vergunning deze voorwaarde te behalen en/of middels andere vorm van financiële deelname zou ons inziens onrechtvaardig zijn. Als er nu geen animo is voor lokale financiële deelname, dan zou dat het uitgangspunt moeten zijn waarop het besluit mede genomen moet worden.
6/13
Ter afsluiting. Voor omwonenden is dit moment (Zienswijze/bezwaar) eigenlijk het enige procesmatige en officiële moment waarop gemeente de opinie van omwonenden rechtstreeks ter inzage krijgt. Dit is het moment nadat het lange traject al is doorlopen en het voelt alsof alles al in kannen en kruiken is. Het is nadat college B&W haar beslissing mogelijk al klaar heeft staan of heeft genomen, afhankelijk van het voorbereidingstraject. Er volgt het (bindend) advies van de raad, wellicht op basis van een voorstel van college. De rol van Provincie is voor ons niet geheel duidelijk. Veel zaken binnen het proces en voorwaarden die worden gesteld ogen vrijblijvend, zeer flexibel en ‘op basis van inspanning’. Ons inziens geen echte voorwaarden. Het zijn voorwaarden waar door initiatiefnemer gemakkelijk aan voldaan kan worden. Initiatiefnemer kan ogenschijnlijk voor al die ‘inspannings’ zaken aantonen dat hij ‘actie heeft ondernomen’. Participatie heeft ‘officieel’ 6 maanden plaatsgevonden, er staat echter wel een impact van 25 jaar te wachten bij goedkeuring. Door de taak van officiële verslaglegging enkel bij de initiatiefnemer te leggen ontstaat het risico dat incorrecte beeldvorming is ontstaan over het gelopen (participatie) traject. Daarnaast waren er o.a. privacy issues en gepasseerde mijlpalen die niet proactief zijn medegedeeld.
Er is gebrek aan kwaliteitsborging binnen het proces. Omwonenden voelen dat ze een onderschikte rol hebben. We hebben tot dusver ervaren dat het lijkt alsof dit initiatief goedgekeurd MOET worden, energie doelstellingen spelen de overhand (zo ook gesuggereerd). Deze onbeschreven doelstelling wordt versterkt door de ons inziens onjuiste afhandeling rondom vooroverleg en principebesluit, het feit dat er voorwaarden opzij zijn gezet, dat voorwaarden discutabel of (achteraf) multi-interpretabel blijken. Kaders zijn niet altijd duidelijk noch is er toelichting over hoe de specifieke voorwaarden gemeten en beoordeeld gaan worden, door wie of door welke afdeling. Dit alles oogt niet transparant voor omwonenden, noch blijkbaar even helder voor sommige raadsleden die wij hebben mogen bezoeken. Het initiatief heeft totaal geen draagvlak, dat is helder. Er is ook geen animo voor financiële deelname, er is geen volledig onderzoek gedaan naar de impact op natuur, er zijn ons inziens serieuze gebreken in de wijze waarop het principebesluit tot stand is gekomen en er is geen helderheid op de technische haalbaarheid van dit plan gezien de huidige netcongestie en onzekere planning daarvan. Enkel positieve aannames daaromtrent, garantie is er niet.
Daarnaast is dit zonnepark initiatief (op landbouwgrond) inmiddels niet meer wenselijk vanuit provinciaal en landelijk oogpunt, al helemaal niet wenselijk of ‘acceptabel’ op het moment van eventuele realisatie (> 4-5 jaar na inwerkingtreding van die nieuwe verordening en dan nog 25 jaar ‘bestaansrecht’). Er zijn al grote zonneparken in de buurt. Dat zonneparken op landbouw en natuurgronden inmiddels in essentie verboden zijn is een goede reden voor. Ook de impact op de huidige leefomgeving van veel verschillende diersoorten (veel meer aanwezig in dit buitengebied dan in meer stedelijke omgeving) lijkt secundair. Dit zonnepark initiatief had eerder, gezien de status ‘zeer pril’, het gebrek aan basis onderzoek op de impact, de onzekerheid omtrent haalbaarheid 2030 in overleg met provincie Overijssel stopgezet kunnen worden. Er is gekozen om het initiatief middels de 'overgangsregeling’ op basis van de oude regelgeving door te laten stromen. Zelfs de door gemeente Deventer opgestelde en een duidelijk 6 maanden termijn (welke niet was nageleefd) had grondslag geweest om dit traject stop te zetten. Die keuze is bewust niet genomen. Nu de aanvraag omgevingsvergunning er inmiddels ligt vragen wij om een heroverweging van dit alles, op basis van onze zienwijze als die van onze buren.
Er is een grote disbalans te voelen tussen de mogelijkheden en vrijheden die de initiatiefnemer heeft binnen het proces versus de non-existente rol die omwonenden lijken te spelen binnen het proces. Zo zou het niet moeten zijn in een democratische gemeente zoals Deventer hopelijk wenst na te streven. De aanvraag omgevingsvergunning is nu ingediend en zou ons inziens zuiver getoetst moeten worden op de feiten, het (teleurstellende) verloop van het traject en garanties (of gebrek aan) op dit moment. Niet openstaan voor ‘tot nadere orde’ te bepalen. Op basis van bovenstaande en detaillering van onze zienswijze zouden wij het terecht vinden dat de aanvraag omgevingsvergunning wordt afgewezen. Wij zijn zeker geen tegenstander van zonne-energie. Wij zijn voorstander van zonnepanelen op verschillende soorten daken. Wij en onze buurt hebben reeds veel zonnepanelen op daken en dragen daarmee bij aan de verschillende energie en milieu doelstellingen. Er zijn genoeg alternatieve locaties waarbij plaatsing op daken (in allerlei vormen) de voorkeur heeft, ook volgens de nieuwe zonneladder. Dit in plaats van fraai buitengebied van Deventer op te offeren. -------------------------
7/13
Bijlage 2. Gedetailleerde onderbouwing betreffende enkele belangrijke bevindingen Overgangsregeling
- inconsistentie en aannames
Ondanks de provinciale en landelijke aankondiging dat er met spoed nieuwe regels zouden komen omtrent zonneparken [regels die uitdragen ‘geen zonneparken meer op landbouw/natuurgrond’] kon initiatief zonnepark Bussinksweg ondanks deze wetenschap het voorbereidingstraject doorlopen. Twee voorwaarden. Volgens gemeente Deventer wordt gesteld (in reactienota op onze zienswijze met d.d. 17 mei 2024) dat Gemeenten op basis van de overgangsregeling medewerking konden verlenen indien het bevoegd gezag een “positief principebesluit aan initiatiefnemer heeft verstuurd vóór 13 oktober 2023” EN “verzekerd is dat het project vóór 1 januari 2030 is gerealiseerd”. Het principebesluit was inderdaad vóór die datum uitgestuurd. Of een ‘verzekering dat het project vóór 2030 is gerealiseerd’ werkelijk is afgegeven eind 2023 is ons niet medegedeeld en lijkt ons onwaarschijnlijk. Dit ook gezien de prille status van het initiatief op dat moment. In de reactienota op onze eerdere zienswijze betreffende dit punt wordt dan ook een vermoeden geuit door gemeente: “zeer waarschijnlijk”, echter middels een extra toevoeging wordt vermeld: “Dat moet duidelijk zijn op het moment dat de formele aanvraag wordt ingediend..”.
Dit suggereert dat het initiatief zondermeer, ondanks deze tweede voorwaarde, het volledige traject tot aan aanvraag omgevingsvergunning zou mogen doorlopen, waarna op moment van die aanvraag gekeken zal worden of aan die tweede voorwaarde is voldaan. Indien niet aan voldaan, zou dit initiatief niet volgens overgangsregeling/oude regelgeving getoetst mogen worden. Hoe deze toelichting ook luidt, zowel toen als nu is deze verzekering niet afgegeven. Er is nog altijd netcongestie die planning onzeker maakt. Volgens ons is destijds met ‘zeer waarschijnlijk’ een te grote en voorbarige aanname gemaakt (waarvoor ook geen onderbouwing ter inzage). Daarnaast is de officiële aanvraag omgevingsvergunning pas april 2025 ingediend, aanzienlijk later (>18 mnd.) dan het moment waarop de gemeente reeds besloten had dat dit initiatief binnen de overgangsregeling zou vallen en het voorbereidingstraject mocht doorlopen. Ook nu, op moment van formele aanvraag, is er geen ‘verzekering’ ter inzage die aangeeft dat realisatie vóór 2030 door Enexis is gegarandeerd. Met realisatie wordt vanzelfsprekend verstaan; aansluiting op het energienet en dus ‘up and running’. Uit de aanvraag omgevingsvergunning bijgevoegde stukken wordt duidelijk dat dit zonnepark initiatief door Enexis op de ‘interesselijst’ is gezet en per email is bevestigd rondom 18 april 2024.
Een recentere update van Enexis over de zekerheid van realisatie vóór 2030 is ons niet bekend en is niet bijgevoegd bij de stukken. Aannemelijk is dat deze zekerheid dus niet is afgegeven. Interesselijst lijkt niet equivalent aan planningslijst noch gevraagde zekerheid. Indien initiatiefnemer deze verzekering nu niet hoeft af te geven en tot na evt. goedkeuring omgevingsvergunning de tijd krijgt om het zonnepark te realiseren en aan te sluiten, zij het NET vóór 2030, dan is ons inziens de gestelde voorwaarde te vloeibaar. Dan heeft het stellen van deze tweede voorwaarde geen waarde. Het initiatief staat nu op de interesselijst, op z’n vroegst wordt 2028 als datum gegeven (website Enexis). Er zijn echter veel meer wachtenden, sommigen hoogstwaarschijnlijk met hogere prioriteit. Onze conclusie: Aan voorwaarde twee van de toelatingsvoorwaarden tot de overgangsregeling is niet voldaan. De haalbaarheid van een realisatie vóór 2030 was in 2023 niet ‘gegarandeerd/verzekerd’, terwijl het initiatief wel het gehele proces mocht doorlopen. Er is nu nog steeds geen verzekering op de haalbaarheid van deze datum (op moment van formele aanvraag). Op basis van die tweede voorwaarde had dit initiatief niet mogen vallen binnen de overgangsregeling, op basis van huidige status zou dit nog steeds de uitkomst zijn.
Wederom een aanname over 2030 als een stellige ‘verzekering’ accepteren zou niet terecht zijn.
8/13
Beginfase van het initiatief
- voorbarige conclusies en opzij gezet termijn
Het vooroverleg traject is voor omwonenden van een dergelijk plan een onduidelijk traject. Er is weinig over de content ervan te vinden op de gemeente Deventer website. De uitgestuurde positieve reactie ‘brief’ op dit vooroverleg aan initiatiefnemer, het zogenoemde positief principebesluit is echter cruciaal gebleken in het bepalen of een zonnepark initiatief zou vallen binnen de overgangsregeling. Vooroverleg. Naar aanleiding van uitblijven van concrete informatie omtrent de onderbouwing van enkele (harde) stellingen/conclusies die zijn opgenomen in het principebesluit is door ons een WOO verzoek ingediend. Hierin is gevraagd naar de bijbehorende onderbouwing, de analyse en/of overwegingen die door gemeente Deventer en haar experts zijn gemaakt bij de beoordeling van dit verzoek om vooroverleg voor het realiseren van zonnepark Bussinksweg en te komen tot een positieve reactie op dit verzoek om vooroverleg. Specifiek de bijbehorende onderbouwing van enkele van de concrete stellingen c.q. conclusies die zijn opgenomen in de brief en welk achterliggend (high level) onderzoek hiervoor is uitgevoerd. Als reactie (d.d.18 dec’24) op ons WOO verzoek vernamen wij o.a.
het volgende aangaande het beoordelingsproces van het verzoek om vooroverleg: “Deze voorlopige beoordelingen vinden mondeling plaats tijdens de carrousel overleggen: dit zijn overleggen waarbij specialisten vanuit verschillende teams aansluiten en waar eerste inschattingen en adviezen worden gegeven over allerlei voorstellen. De samenvatting van de discussies die daar plaatsvinden worden schriftelijk vastgelegd in de besluitenlijsten van het carrousel overleg die u heeft ontvangen. Meer is er simpelweg niet in deze fase. De positieve reactie op het vooroverleg is dan ook ‘slechts’ dat: een eerste reactie. Het is daarmee nog geen volledige beoordeling, advies of besluit.”
Voor ons des te vreemder dat NIET de meer logische getekende intentieovereenkomst (toen nog niet eens ter sprake voor dit initiatief), maar juist dit zeer prille document het uitgangspunt is geweest om te besluiten of een zonnepark initiatief nog volgens oude regels getoetst mocht worden. Of gemeente Deventer dit punt ter discussie heeft gebracht bij Provincie Overijssel is ons onbekend. Ook vanwege die selectie keuze (datum van principebesluit brief en niet datum van getekende intentieovereenkomst) verwachten belanghebbenden dat het vooroverleg traject dus toereikend genoeg is om een voorlopig en gedegen oordeel te geven over dergelijke initiatieven. Men verwacht een uitgebreider ‘vooroverleg’ dan toepasbaar zou zijn bij andere initiatieven. Het gaat immers om de realisatie van een groot zonnepark in een steeds schaarser wordende landelijke omgeving. De beoordeling blijkt op basis van globale/voorlopige inschattingen van experts en opinies, een verwachting op basis van eerdere projecten. Dus geen concreet ‘vooronderzoek’ voor dit specifiek initiatief, zo blijkt. We verwachten op z’n minst een case-specifiek high level vooronderzoek en bijbehorende bevindingen bij een vooroverleg. Dat die bevindingen vervolgens schriftelijk onderbouwd zijn, schriftelijk vastgelegd en voor burgers opvraagbaar.
Het vooroverleg is enkel verbaal blijkt nu, echter de uitkomst en bijbehorende brief (datum) in dit geval cruciaal gebleken ten aanzien van de overgangsregeling. Voor ons onrijmbaar en in onbalans. Het positief principebesluit (de positieve reactie op vooroverleg brief aan initiatiefnemer) heeft daarnaast enkele voor ons vragenswaardige maar duidelijke stellingen opgenomen. Stellingen en feiten over de gevolgen en impact van dit specifieke zonnepark op milieu en landschapswaarden die nog niet waren getoetst, maar wel zijn opgenomen als ‘feit’ in die zogenoemde brief. Daarnaast geeft de wijze van formulering aan dat ‘alleen’ lichtweerkaatsing dus een issue zou kunnen vormen en de overige zaken blijkbaar niet (?). Er wordt in deze cruciale brief (d.d. 28 sept’23) o.a. de volgende feiten neergezet, zonder extra bewoordingen zoals ‘waarschijnlijk’ of ‘naar verwachting’, er staat:
“Het zonneveld kan op een adequate wijze worden ingepast en bijdragen aan het versterken van de aanwezige landschapswaarden” “De milieuhinder zal ook minimaal zijn”.
Op onze vraag naar onderbouwing van bovenstaande conclusies en bevindingen hebben wij o.a. de volgende reactie via gemeente Deventer ontvangen:
9/13
T.a.v. ons punt omtrent de claim over landschapswaarden is de reactie (email d.d.10 sept’24):“Ook hiervoor geldt dat er geen kaders zijn die het initiatief op voorhand al tegenhouden, maar er zal wel het een en ander nader uitgewerkt moeten worden om definitief te kunnen zeggen welk effect het park heeft op het landschap." En (reactienota d.d.12 sept’24): “Bij de verdere uitwerking van de landschappelijke inpassing zal preciezer uitgewerkt moeten worden binnen welk type landschap het zonneveld valt en wat dit betekent voor de landschappelijke inpassing”. En via een email dit jaar (d.d.17 jan’25):“..omdat de realisatie van een zonnepark altijd gecompenseerd moet worden met een goede landschappelijke inpassing. Er zal rondom het zonnepark groen aangebracht worden waarbij landschapselementen versterkt of terug gebracht worden.” T.a.v. ons punt omtrent de claim ‘milieuhinder minimaal )’ is de reactie (email d.d.10 sept’24): "In de brief van het vooroverleg is onze verwachting op basis van eerder projecten op dit punt uitgesproken, maar een en ander zal nog wel via gedegen onderzoeken aangetoond moeten worden”. En of ‘bodem’ hier deel van uitmaakt? (d.d. 10 sept’24): “Bodem is inderdaad een primair onderdeel van het aspect milieuhinder en zal ook nader onderzocht worden...aan het eind van de intentiefase definitief iets over zeggen. Dan is de haalbaarheid onderzocht”.
De stellingen over landschapswaarden en milieuhinder zijn naar onze mening en op basis van de informatie die we nu hebben zeer voorbarig opgenomen in de brief, hadden niet geconcludeerd mogen worden. De conclusies/stellingen in de brief van de gemeente staan haaks op de (latere) reactie van gemeente dat dit alles nog uitgewerkt moest worden. De opmerking dat landschapselementen door de komst van het zonnepark versterkt worden door o.a. extra groen rondom het perceel lijkt in de basis een andersom beredenering. ‘Compenseren’ zegt tevens dat er iets ‘goed te maken is’. Er is ons inziens negatieve landschapsimpact door het plaatsen van een zonnepark in deze landelijke omgeving. Het past niet in dergelijke setting, het zijn immers zeer veel glazen platen, laag bij de grond, waarnaast een batterijopslag. Een industrieel aangezicht. De extra groenvoorziening (waar initiatiefnemer alle vrijheid heeft en omwonenden geen rechten als het gaat om type groen invulling) is wat het zegt, ‘extra’, bovenop de huidige groen situatie. Het is - ter compensatie- en noodzaak, ter voorkoming dat de zonnepanelen 100% zichtbaar zijn. Er zal een industrieel uitziend bouwwerk tussen de hagen staan.
De zonnepanelen zullen de nu nog zichtbare landbouwgrond bedekken (visueel), het grasland eronder zal schaduw vatten, irrigatie/impact van regenwater zal wijzigen, vergezichten zijn niet langer vergezichten door hekken en extra hagen, wilde dieren zullen hun toevlucht en dagelijkse routine moeten aanpassen. De argumentatie dat dit dan toch nog de landschapswaarden versterkt en milieuhinder minimaal is klinkt bij ons als een ‘zoeken naar positieven’. Het eventuele extra groen dat nodig is ter preventie van ‘zicht op’, als ook de extra ‘bloemzaden’ die gestrooid gaan worden zijn allemaal -ter compensatie van-. Indien men deze extra groen maatregelen zou inzetten zonder de realisatie van dit zonnepark op dit perceel, dan zou men daadwerkelijk de landschapswaarden versterken. Ondanks gebrek aan ‘Bussinksweg’ onderzoek naar bovenstaande claims noch naar schittering is er zo pril in het proces tevens het volgende medegedeeld aan initiatiefnemer via de brief (28 sept’23).
“Alleen lichtweerkaatsing naar omliggende woningen en wegen is een aandachtspunt, maar wordt door de aanwezige en aan te brengen beplating waarschijnlijk in voldoende mate beperkt.”
Wederom een voorbarige conclusie waarbij tevens de suggestie gecommuniceerd wordt aan initiatiefnemer dat alleen lichtweerkaatsing een issue zou zijn (en de andere zaken niet?). Inhoudelijk is het daarnaast zeer de vraag of bovenstaande een conclusie zou kunnen zijn. Ongeacht gekozen beplanting zal zicht op het zonnepark onvermijdbaar zijn, zeker de eerste 5-7 jaren, zeker in winter. Zicht op het zonnepark vanaf 1e verdieping van huizen rondom is überhaupt plausibel, ongeacht. Haastwerk. De brief (28 sept’23) die gericht is aan de initiatiefnemer bevatte ook de volgende tekst:
“Positief aan deze ontwikkeling is mogelijk ook dat ze gebruik willen gaan maken van een batterij, om de opgewekte zonne-energie op andere rustigere momenten terug te leveren aan het net. ..Mogelijk kunnen we van dit project leren en ervaringen op doen.”
10/13
Gemeente Deventer bevestigde in een reactie (email d.d.10 sept’24) op onze zienswijze van mei 2024 dat het inderdaad gaat om een copy-paste van een intern stuk, maar gaat niet in op onze overtuiging dat dit lijkt op haastwerk. Deze stelling in de brief geeft voor ons weer: Dat de brief intern-gemeente Deventer teksten bevat die niet op die wijze in de brief opgenomen hadden moeten worden. Dat de (nu cruciale) brief niet zorgvuldig is opgesteld, in haast is opgesteld en vervolgens uitgestuurd. Dat (pas) tijdens de uitwerking van het plan, middels intentieovereenkomst, een en ander uitgewerkt, bewezen of onderbouwd zou worden (zo schrijft gemeente Deventer als reactie op onze vraag) onderschrijft voor ons de voorbarigheid van stevige conclusies die ons inziens zijn opgenomen in het principebesluit. Desondanks heeft gemeente Deventer ook dit aangedragen punt over de niet onderbouwde en voorbarige conclusies niet ter harte genomen en kon het initiatief zonnepark Bussinksweg het voorbereidingstraject (ons inziens) onterecht en zonder consequentie verder doorlopen. 6 maanden termijn opzij geschoven. Ondanks een duidelijk gestelde voorwaarde (gesteld door gemeente Deventer en opgenomen in het principebesluit 28 sept’23 voor Zonnepark Bussinksweg) is deze, ondanks- of vanwege het niet behalen ervan, achteraf weggezet als ‘termijn van orde’, dus zonder harde of wettelijke termijn.
Het betreft de 6 maanden clausule waarbinnen de initiatiefnemer de omgevingsvergunning had moeten aanvragen. Deden zij dat niet binnen de gestelde termijn, dan zou gemeente Deventer het project opnieuw toetsen. Wij concludeerden al eerder: dit zou dan zijn volgens de nieuwe regels omtrent zonneparken. Dat men geen juridisch kader had om het initiatief te stoppen lijkt ons onwaarschijnlijk. Deze 6 maanden clausule is zonder consequenties opzij geschoven. Onze conclusie: Het initiatief valt niet binnen het huidige bestemmingsplan. De onderzoeken moesten nog plaatsvinden (bevestigd door gemeente). De nu ‘cruciale’ positieve beoordeling is gebaseerd op (globale) inschattingen van verschillende ambtelijke experts, zonder verdere ‘deepdive’. De brief (positieve reactie op vooroverleg c.q. positief principebesluit) van 28 september 2023 lijkt in haast opgesteld, bevat intern Gemeente Deventer bedoelde teksten, bevat voorbarige- echter stevige conclusies omtrent landschapswaarden, milieu en bodem die nog niet getoetst waren op dat moment. Het bevat wel een eenduidig en meetbaar 6 maanden termijn die echter opzij is geschoven. Ons inziens gaf de combinatie van genoemde factoren genoeg onderbouwing om het initiatief een halt toe te roepen.
Dat deze fase waarin we nu zitten niet bereikt zou zijn wordt onderbouwd door de zeer prille status van het initiatief in oktober 2023, de (zeer) voorbarige maar stevige conclusies in de cruciale positieve reactie brief (terwijl onderzoek nog moest plaatsvinden), geen ‘verzekerde’ realisatiedatum omtrent de voorwaarde ‘2030’, de nieuwe verordening omtrent zonneparken en de niet onbelangrijke 6 maanden clausule (waarbinnen in te dienen aanvraag omgevingsvergunning anders nieuwe toetsing). Gezien de nieuwe (thans huidige) verordening omtrent zonneparken op landbouwgrond zou dergelijke nieuwe toetsing een ‘negatieve’ uitkomst betekenen.
Participatie, Communicatie en Beeldvorming
– ontoereikend maar met gevolgen
Participatie traject. Participatie blijkt de verantwoordelijkheid van initiatiefnemer en is vormvrij. Initiatiefnemer volgt haar eigen interpretatie van wat afdoende is. De gekozen bewoording binnen het participatie onderdeel is voor omwonenden niet concreet, er mist samenhang. De gemeente kijkt (pas) na afronding naar de uitvoering om een oordeel te geven. Wat er getoetst wordt is ons niet bekend. Ondanks vele gemeentelijke ‘participatie’ gerelateerde webpagina's bestond participatie voor ons uit het aanhoren van plannen en waar nodig inbreken om daarop te reageren. Ook bleek het participatietraject ineens afgerond. De belangrijke wensen vanuit de buurt over groeninvulling (zou het zonnepark gerealiseerd mogen worden) zijn niet gehonoreerd, staan niet in het finale plan. Er zijn vanuit het minimum noodzakelijke -vinken gezet als het gaat om het aantal infoavonden. Drie in totaal. Het is voor omwonenden opmerkelijk dat de gemeente zelf tot op heden geen (objectieve) navraag heeft gedaan bij omwonenden over hun ervaringen in dit participatietraject. De gemeente gaat hier straks wel een oordeel over geven. Dat klinkt ons vreemd in de oren en zeer eenzijdig. We gaan ervan uit dat dit alsnog zal plaatsvinden, alvorens college en raadsleden een besluit nemen op de aanvraag.
11/13
In het verslag van de informatieavond in september 2024 werd een achteraf notitie gemaakt dat het bij participatie voor dit project ging om trede Raadplegen. Die notitie was een reactie op een vraag vanuit het publiek tijdens de informatieavond in sept’24. Tijdens die avond was de trede niet benoemd, vermoedelijk nog onbepaald. De eerste officiële kennisgeving van de gekozen participatie-trede was bij de publicatie van de ‘Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan..’ op 25 september 2024. Dus pas na de 2e (tevens ena-laatste informatie avond). De kennisgeving gaf echter aan ‘Adviseren en Raadplegen’, een andere trede dus (verwarrend). Voor ons onduidelijk vanuit welke gedachtegang de initiatiefnemer en/of gemeente heeft gekozen voor ‘adviseren en raadplegen’ in plaats van meebeslissen/coproduceren? Voor zo’n groot bouwwerk dat de landelijke omgeving dusdanig aantast en hinder veroorzaakt voor haar omwonenden zou men verwachten dat omwonenden op z’n minst mogen meebeslissen aangaande groeninvulling. Raadplegen suggereert dat eventuele ‘wensen en voorkeuren’ van omwonenden serieus genomen worden, anders is het nut van raadplegen klein. En als initiatiefnemer van het advies van omwonenden afwijkt, moet zij dit goed onderbouwen.
De wens van omwonenden was volledig wintergroene beplanting die tevens vanaf dag 1 de hoogte heeft om daadwerkelijk de zonnepanelen direct uit het zicht te onttrekken. Waarom hiervan is afgeweken is voor ons niet vindbaar. Initiatiefnemers eigen invulling is gekozen, dit staat in het finale plan. Adviseren en Raadplegen was ons inziens helaas niet ter sprake. Er wordt gesuggereerd door initiatiefnemer dat er afstemming heeft plaatsgevonden. De duidelijke ‘groen’ wensen geuit door de omgeving (zou de vergunning desondanks onze zienswijze toch worden goedgekeurd) zijn echter niet opgenomen in het finale plan. Het huidige plan beschrijft o.a. de hoogte van de nieuwe beplanting van 100-120 cm, terwijl de paneelopstelling ongeveer 2 meter hoog bedraagt. De type beplanting als semi-wintergroen in combinatie met niet-wintergroen, zal volgens ons en andere omwonenden helaas zorgen voor deels zicht op de panelen, zeker in wintermaanden. Niet de wensen die omwonenden hebben geuit. 80% is los hiervan tegen de komst van dit zonnepark. Voor omwonenden is niet bekend wie binnen de gemeente Deventer het participatie onderdeel beoordeelt, hoe ze dit beoordeelt en of omwonenden door gemeente hierover worden geraadpleegd (alvorens zij een oordeel vormen over dit topic). Dat laatste zou men op z’n minst mogen verwachten bij dit topic.
Participatie is anders enkel dat, een formaliteit binnen het proces, maar met grote consequenties en een mogelijk verkeerde beeldvorming over het succes ervan. Directe feedback van omwonenden aan gemeente Deventer tijdens het proces zelf, zonder tussenkomst van de initiatiefnemer en zonder risico op beeld(ver)vorming is essentieel. Niet enkel tijdens het moment van zienswijze/bezwaar, wanneer het traject tot aan aanvraag allang is doorlopen. Communicatie. Ondanks onze verzoeken aan gemeente Deventer als ook aan de initiatiefnemer van dit zonnepark project om omwonenden te informeren over wijzigingen in status is dit niet proactief gebeurd. De aankondiging van het zonnepark plan werd enkel gericht aan kleine cirkel van omwonenden, dit terwijl de direct buurt op de hoogte gesteld zou moeten bij dergelijk plan. Elke verandering van status hebben omwonenden zelf, soms met veel moeite, moeten achterhalen. Betreft o.a. de onverwachte doorgang van het traject ondanks de aangekondigde nieuwe verordening, betreft het college B&W akkoord voor het opstellen van een intentieovereenkomst, betreft het ineens ‘afgeronde participatietraject’ (?) als ook de kort daarop volgende (prematuur?) ingediende ‘aanvraag omgevingsvergunning’.
De communicatie omtrent welk voorbereidingsproces zal gaan gelden is verwarrend en staat (nog) open, het werpt geen helder licht op de timing van zienswijze en gevolgen. Omwonenden krijgen geen concreet antwoord op prangende vragen, worden niet meegenomen in het proces, hebben geen invloed binnen het proces, noch rechten binnen het zogenoemde 'participatie traject'. De initiatiefnemer in zijn email (d.d. april 2025) (citaat) ‘..om niet voortdurend een veelheid aan tussentijdse updates te delen’ (?). Er zijn niet veel updates geweest. Dat het participatietraject ‘ineens’ bleek afgerond is een goed voorbeeld hiervan. Over deze eindfase is naar wij kunnen vinden verder geen proactieve communicatie gestuurd, geen vooraankondiging, dit is ons ‘toevallig’ medegedeeld door gemeente n.a.v. het verzoek om een status update betreffende project en proces.
12/13
Verkeerde beeldvorming. Het 1e verslag van initiatiefnemer bevat o.a. fouten die niet tijdig zijn gecorrigeerd. Dit is meermaals aangekaart. Of de gemeente dit verslag voor waarheid heeft aangenomen is niet beantwoord. Of het principebesluit o.a. is gebaseerd op dit 1e verslag inclusief die fouten is tevens niet beantwoord. Het 2e verslag suggereert o.a. dat er ‘afstemming’ is geweest. O.a. in de twee verslagen van initiatiefnemer wordt gesuggereerd dat er ‘via persoonlijke gesprekken’ een overzicht van wensen is ontstaan. Van persoonlijke gesprekken zijn wij niet op de hoogte, hebben zeker niet plaatsgevonden met ondergetekenden. Door verschillende omwonenden zijn tijdens de twee informatieavonden snelle wensen zoals ‘alles blijvend groen’, ‘hoge hagen vanaf dag 1 etc. voor groeninvulling uitgesproken, puur als verbale reactie op de initiële ‘enkel struweelhaag’ plannen. Vervolg emails zijn gestuurd door enkele omwonenden om die wensen nogmaals te beklemtonen als ook de ervaringen over het proces tot dusver. Eventuele vragen die zijn gesteld door ons zijn niet allen beantwoord, zeker niet tijdig, zeker niet volledig. De 3e en tevens laatste informatieavond (rondom sinterklaas) had een opkomst van slechts 3 omwonenden. Dit gegeven had een actiepunt kunnen zijn, een conclusie dat wellicht nog een avond noodzakelijk was en/of peilen in de buurt waarom de opkomst zo laag was.
Door de wijze van verslaglegging en verwoording van de stukken doet het voorkomen alsof er een grote mate van zorgvuldige participatie, communicatie en/of afstemming heeft plaatsgevonden. Naar onze mening niet ter sprake. Het veroorzaakt een verkeerde beeldvorming (van het gevolgde proces) richting gemeente. Kwalijk voor ons, gezien omwonenden binnen de kaders van het huidige proces dit niet tijdig noch officieel kunnen aankaarten, corrigeren, toelichten en/of voorkomen. De communicatie c.q. inzichten van omwonenden over het plan en het wel en wee van het gevolgde traject gaat -tijdens het traject- officieel via de schrijfhand van de initiatiefnemer, zo bepaald door gemeente.
Leefomgeving
- aanvulling op geschetste omgeving
Generiek Historische teksten schetsten dit gebied (rondom Bussinksweg en Ikkinksweg) vanwege de fraaie en historische zandwegen als Marsweg, Meutsteeg en Plompmarsweg, op steenworp afstand van het beoogd zonnepark perceel. De landschappelijke schoonheid is over de jaren weinig veranderd. De komst van een zonnepark maakt het landschap (die locatie) semi-industrieel, het past totaal niet in de coulisse setting waar omwonenden en recreanten zo enthousiast over zijn. Historisch jachtdomein/landgoed Hemelzicht en Landgoed ‘Hemeltje’ op steenworp afstand, veel landbouw, paarden op weilanden, oude ‘Erve’. Een zonnepark past niet in dit gebied. Gemarkeerde wandelroutes gemarkeerde/ongemarkeerde fiets en wandelpaden direct omliggend, als ook het ‘klompenpad’ (gras)route langs het betreffende perceel. Gezien de situatieschets (zichtbaar zonnepark voor minstens x jaren) worden de vergezichten niet uitnodigend voor wandelaars/fietsers. In het bij aanvraag omgevingsvergunning bijgevoegd document Inpassing en Beheersplan wordt gesteld dat er verder weinig ‘grootschalige’ recreatieve programma’s of recreatieve routes aanwezig zijn rondom de planlocatie. Wat wordt bedoeld met ‘grootschalig’? Door de verwoording ‘weinig grootschalige’ worden alle reguliere gemarkeerde wandelroutes ondergewaardeerd en vormt dit mogelijk een verkeerd beeld richting gemeente van de lokale recreatieve opties.
Zie het grote bord met officiële wandelroutes, aan het begin van de zandweg naast de camping en de verschillende gemarkeerde paaltjes in de buurt. Er zijn ook fietsroutes nabij. De camping heeft direct uitzicht op het ‘zonnepark-perceel’. Al wandelend, fietsend heeft men zicht op het perceel. Het zonnepark zal niet onzichtbaar zijn, ondanks alle ‘pogingen’, dat is onze verwachting. In dit gebied leven o.a. veel reeën, vossen, marters, uilen, trek/weidevogels, roofvogels, woelmuizen, insecten, amfibieën, al dan niet beschermd. Hun leefomgeving, wandel-, vliegroutes als ook graas- en jachtgebied worden gewijzigd of verkleind en daarmee aangetast. Het risico van schittering voor vogels in vlucht is ook aanwezig. Hun huidige leefgebied en routine dient gewaarborgd te worden. In meerdere gemeente stukken over beleid en visie aangaande zonneparken, ook van voor de nieuwe zonnepark verordening, wordt aangegeven dat het een integrale afweging betreft van de belangen van klimaat, mens, dier en landschap. Gezien de nieuwe verordening die zonneparken op landbouw en natuurgronden nu überhaupt niet wenselijk meer acht zouden ‘mens, dier en landschap’ bij dit zonnepark initiatief daarom een zwaardere weging moeten krijgen.
13/13