2025-813 Bijlage 8 - Puntenlijst Natuurinclusief Bouwen Bussinksweg
Tekst van het document
Puntenlijst NatuurInclusief Bouwen Categorie
Maatregel
Nest en verblijfplaatsen
Minimaal drie nestgelegenheden (inbouwkast) voor Huismus (invliegopening aan de noordoostzijde), mits deze hoger op minimaal 2,5 meter hoog geplaatst kunnen worden. 1 punt per 3 kasten. Maximaal 3 punten. Nestkast (marterproof) voor Steenuil. Plaatsen op een dikke boomtak minimaal op 2,5 meter hoog met vrije aanvliegroute. Liefst nabij paardenweide of boomgaard. Plaatsen in open schuur/kapschuur/zolder is ook mogelijk, dan op ongeveer 4 meter hoogte, en ingang naar de open zijde. Maximaal 1 punt. Plaatsen van nestkast voor torenvalk (op paal). Geschikte locaties zijn houtsingels of andere landschapselementen. Opening van de kast moet gericht zijn op open/vrije ruimte. 1 punt per kast, maximaal 1 punt Nestkast voor Kerkuil mits deze in een schuur, stal of zolder geplaatst kan worden op een rustige plek op minimaal 4 meter hoogte. Opening van de nestkast naar de binnenruimte of met de opening naar een gat in de gevel. Maximaal 1 punt. Minimaal 3 nestkommen voor Huiszwaluw. Direct onder dakgoot of dakoverstek vlak bij elkaar op 4 à 5 m. hoogte. Invliegopening naar oost- of noordoostzijde. 1 punt per 3 nestkommen. Maximaal 2 punten. Minimaal 3 nestplaatsen voor Spreeuw (inbouwkast). Kasten niet naast elkaar hangen, maar met enige tussenruimte (Spreeuw is namelijk geen echte koloniebroeder). Minimaal 2,5 meter hoog met de invliegopening naar het noordoosten. 1 punt per 3 kasten.
Maximaal 1 punt. Twee voorzieningen voor kleine marterachtigen en egels (takkenrillen en marterhopen i.c.m. rommelhoekjes op het erf). 0,5 punt per 2 voorziening van ca. 5 m2 per stuk, maximaal 1 punt. Inbouwkast die geschikt is als groot kraamverblijf voor vleermuizen. Op minimaal vier meter hoogte hangen. In-/uitvliegopening mag niet verlicht worden. 3 punten per kast. Inbouwkast die geschikt zijn als zomer- of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Op minimaal vier meter hoogte. In-/uitvliegopening mag niet verlicht worden. 1 punt per kast. Aanleg van een groen dak op de woning. Minimaal 50% van het dakoppervlak aanwenden, extensief (streekeigen soorten, grondlaag 4-7 cm) toepassen. Zowel plat als hellend dak mogelijk. Gevelbegroeiing van streekeigen soorten langs tenminste één zijde van de nieuwe woning of ander gebouw. Hierbij wordt deze gehele gevel (m.u.v. ramen en deuren etc,) voorzien van streekeigen/inheemse klimplanten middels een constructie waarbij deze gaat ontwikkelen tot minimaal 4 m hoogte. Aanplant struweelheg langs perceelrand die in de breedte en hoogte vrij kan uitgroeien middels extensief beheer (snoeien om de 5 jaar). 0,5 punt per 15 strekkende meter heg. Aanplant haag op het erf die geschoren wordt (jaarlijkse snoei, waarbij de haag tenminste 100 cm hoog en 50 cm breed moet blijven). 0,5 punt per 20 m.
Toepassen streekeigen soorten bomen en struiken waarbij vlinders, wilde bijen en vogels gestimuleerd worden (noot- en bes dragende bomen/struiken). Set van minimaal 2 bomen en 5 struiken, 1 punt per set.
Groendak (c.q. ondergronds bouwen) en andere beplantingen.
Punten
Keuze / score
1
1
1
1
1
1
0,5
3
1
4
3
0,5
0,5
1
1
Amfibieën en insecten
Categorie n.t.b.
Aanplant van flinke streekeigen boom (linde of eik, met een minimale maat van 20-25 cm stamomtrek) die geplant dient te worden als solitaire boom in een (weide)perceel. Deze boom dient uit te kunnen groeien als een toekomstige monumentale boom, en dient daarom te worden voorzien van bescherming in de vorm van rasterpalen en draad op ruime afstand van de boom (minimaal 3,5 meter rondom de boom moet vrije ruimte zijn. 1,5 punt per boom Aanplant van houtsingel of houtwal van minimaal 5 m breed en 30 m lengte. 1,5 punt per eenheid van ten minste 5 bij 30 m. Aanplant van een geriefhoutbosje met streekeigen soorten, minimaal 150 m2. 1,5 punten per 150 m2. Aanplant van een knotbomen rij. Minimaal 5 stuks waarbij de wilgen, populieren en/of andere geschikte streekeigen soorten, met een minimale onderlinge plantafstand van tenminste 4 meter aangeplant worden. 0,5 punt per 5 stuks. Aanplant van een hoogstam fruitboomgaard met extensief beheerd kruidenrijk grasland. Aanplant van minimaal 5 stuks hoogstam fruitbomen. 1 punt per 4 stuks. Poel voor amfibieën volgens voorbeeld. Minimaal wateroppervlakte 200 m2. Dient aangelegd te worden op een laaggelegen perceel met een voldoende hoge grondwaterstand, zie hiervoor de website van bijvoorbeeld het RAVON.
Natuurvriendelijk inrichten van sloot (indien in eigendom van gemeente of waterschap dient u toestemming te hebben van de eigenaar) door het talud af te graven waarbij het een talud helling/verhouding krijgt van 1:3, maar liever flauwer. De nieuwe oever heeft een breedte van tenminste 2,5 meter. 0,5 punt voor elke 10 strekkende meter sloot die natuurvriendelijk wordt heringericht. Vlinder en bijen strook (Idylle) van minimaal 400 m2 door zaaien/planten van streekeigen vaste planten én struiken die aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders. 1 punt per 400 m2. Maximaal 2 punten Insectenhotel (gemaakt van duurzame materialen) van minimaal 1 bij 1 m plaatsen op de zuid/zuid-west zijde in een strook met streekeigen beplanting Maximaal 1 punt. Lumineus idee dat wij niet genoemd hebben. Punten in overleg. Het aanschaffen van uitsluitend autochtoon inheems plantmateriaal levert 1 extra punt op. (aantonen met leverbon) Het aanschaffen van uitsluitend biologisch geteeld plantmateriaal levert ook 1 extra punten op. (aantonen met leverbon) Minimaal vijftien punten benodigd waarbij in ieder geval uit elke categorie 1 onderdeel gekozen moet worden.
1,5
1,5
12 (8x240m)
1,5 0,5
1
4
4
0,5
1
0,5
(n.t.b.) 1 1
17
Totaal aantal punten: →
Handleiding voor het verwerken van maatregelen voor natuurinclusief bouwen (NIB) Elk bouwplan heeft een aantal punten nodig om natuurinclusief te zijn. Voor een efficiënte NIB-toetsing zijn de volgende instructies van belang: ✓
Vink de voorgenomen maatregelen af op de NIB-puntenlijst waarbij in ieder geval uit elke categorie 1 onderdeel gekozen wordt. Tel het puntentotaal op en stuur deze mee bij de indiening van het definitief ontwerp.
✓
Om te kunnen toetsen of de maatregelen voldoen aan het te behalen aantal punten, dienen de voorgenomen maatregelen zichtbaar te zijn op de definitieve ontwerptekeningen. Indien mogelijk maatvoering opnemen.
✓
Let er bij het toepassen van nestgelegenheden op, dat deze aan de juiste zijde van het bouwwerk geplaatst worden en op de juiste hoogte. Voor huismussen, spreeuwen en huiszwaluw het liefst op de noordoostzijde. Vleermuiskasten niet op het noorden of noordoosten.
✓
Vermeld bij het toepassen van nestkasten en vleermuiskasten het type kast en de fabrikant.
✓
Raadpleeg de kennisdocumenten van BIJ12 om te zien waar de verblijfkasten en -voorzieningen voor de diverse faunasoorten (o.a. huismus, steenuil, kerkuil, steenmarter etc) aan moeten voldoen.
✓
Stuur bij de keuze voor een insectenhotel leverancier en/of goede voorbeelden mee.
✓
Aan te planten (knot) bomen dienen een minimale maat van 14-16 te hebben
✓
Aan te planten bosplantsoen tbv de aanleg van struweel, heg of ander landschapselement dient een minimale maat van 80-100 te hebben;
✓
Geef bij het toepassen van een groen dak de oppervlakte aan in vierkante meters, en lever een sortimentslijst aan van de beplanting.
✓
Geef bij de groene gevel aan hoeveel vierkante meter er gerealiseerd gaat worden, welke methode er toegepast gaat worden om de klimplanten te laten groeien, en geef tenslotte aan welke streekeigen/ inheemse soorten er toegepast gaan worden.
✓
Geef bij het planten van streekeigen/inheemse beplanting (bomen en struiken) aan welke soorten en hoeveel stuks er geplant worden en lever een sortimentslijst aan van de beplanting.
✓
Geef bij het toepassen van een bijen- of vlinderidylle aan hoeveel vierkante meters er worden gerealiseerd en lever een sortimentslijst aan van de beplanting.
✓
Zorg dat de aanplant van bomen en struiken en vaste planten voldoende beschermd worden tegen betreding en/of schade van vee en/of machines/voertuigen, bijvoorbeeld door ze uit te rasteren.