2025-813 Bijlage 7 - Toetsing PGS 37-1 EOS Bussinksweg Bathmen
Tekst van het document
je eigen stukje zon
Toetsing PGS 37-1:2023 (versie 1.0 – December 2023) EOS Zonnepark Bussinksweg Deventer Vrijopnaam is voornemens om een energieopslagsysteem (EOS) te installeren bij het geplande zonnepark aan Bussinksweg te Deventer, waarvan de exacte capaciteit en vermogen nog nader moeten worden bepaald, maar naar schatting in de ordegrootte van 1,5 MW en 0,25 C zullen liggen. Het EOS zal worden uitgerust met LFP-energiedragers en worden geplaatst in de vorm van een zelfstandig EOS in aangepaste container (typical 1). Hieronder worden de scenario’s en relevante maatregelen uitgewerkt met betrekking tot het voorziene EOS.
Leeswijzer Scenario’s
Relevante maatregelen
S1
M2, M3, M31, M44, M45 en M46
S2
M2, M4, M42, M44, M45 en M46
S3
M6, M8, M48 en M5
S4
M48 en M49
S5
M7, M33, M34, M44, M45 en M46
S6
M32, M33, M34, M44, M45 en M46
S7
M22 en M27
S8
M33, M34, M10, M16 en M32
S9
M9, M10, M32, M33, M34, M35 en M50
S10
M8, M32, M33 en M34
S11
M38, M39, M40, M44, M45, M46 en M47
S12
M28, M30, M33 en M38
S13
M32, M33, M35, M36, M37, M47, M55, M56, M61, M64, M65 en M66
S14
M32, M33, M36, M37, M47, M55, M56, M61, M64, M65 en M66
S15
M32, M33, M36, M37, M47, M55, M56, M61, M64, M65 en M66
S16
M32, M33, M36, M37, M47, M55, M56, M61, M64, M65 en M66
S17
M55, M56, M61, M64, M65 en M66
S18
M18, M61, M64, M65 en M66
S19
M9, M10, M18, M50, M61, M64, M65 en M66
S20
M19, M21, M41, M61, M64, M65 en M66
je eigen stukje zon
Maatregelen PGS 37-1 Maatregel M2
Omschrijving
Oplossing/maatregel/actie Vrijopnaam
Minimale veiligheidseisen EOS en energiedrager
Vrijopnaam (hierna: VON) zal een EOS selecteren dat zowel voldoet aan de internationale standaard betreffende EOS-en genaamd IEC 62933-5-2, en zal worden geïnstalleerd en opgeleverd conform de NEN 1010. Vrijopnaam ziet er via een programma van eisen bovendien op toe dat de gebruikte LFP-cellen voldoen aan IEC 62619. Voorafgaand aan oplevering zal een in overleg met de financiers van het EOS geselecteerde derde partij een "technical due diligence" (TDD) verzorgen waarbij toetsing aan het programma van eisen onderdeel uitmaakt van de scope.
M3
Traceerbaarheid
VON zal in het programma van eisen opnemen dat de leverancier het EOS voorziet van energiedragers met identificatie en deze dusdanig registreert om een recall te faciliteren wanneer de energiedragerfabrikant deze in gang zet.
M4
Procedure omgang met mogelijk beschadigde energiedragers
VON zal erop toezien dat zij beschikt over de protocollen, beschikbaar gesteld door de leverancier, voor de omgang met mogelijk beschadigde energiedragers.
M5
Bescherming tegen omgevingsinvloeden
VON zal een EOS/constructie selecteren waarvan de IPclassificatie minimaal IP54 bedraagt.
M6
Plaatsing EOS
Deventer is gelegen binnen het verzorgingsgebied van waterschap Drents Overijsselse Delta. Dit waterschap stelt geen online portaal ter beschikking waar meetpunten in kunnen worden gezien die de laatste twintig jaar teruggaan. VON zal contact opnemen met het waterschap om de waterstanden van de laatste twintig jaar van een nabijgelegen meetpunt te achterhalen. Het dichtstbijzijnde meetpunt is ‘Deventer’ op minder dan 12,5 kilometer.
M7
Koppelen EOS’en met energiedragers van verschillende soort
Het door VON geselecteerde EOS zal enkel over energiedragers van hetzelfde fabricaat, model en type beschikken. In typische omstandigheden zullen deze cellen ook gelijkwaardig degraderen. Indien toch een dusdanig groot verschil in State Of Health (SOH) optreedt met als gevolg dat de laad- en ontlaadkarakteristieken tussen verschillende cellen niet overeenkomen, zullen de omvormers zich hierop aanpassen. Maar idealiter worden desbetreffende cellen natuurlijk vervangen. De IR van vervangende cellen zal in alle waarschijnlijkheid lager liggen, en de laad- en ontlaadkarakteristieken zijn ten minste zo goed als die van de te vervangen cellen. De omvormers hoeven dus niet aangepast te worden aan de vervangende cellen.
je eigen stukje zon
In het geval dat VON na een bepaalde tijd capaciteit bij zou willen plaatsen, zullen de bijgeplaatste cellen waarschijnlijk een hogere State of Health hebben. Wanneer 'oudere racks' in serie worden geplaatst met 'nieuwe racks' zullen, zelfs wanneer identieke cellen gebruikt worden, de oude cellen eerder leeg raken en meer warmteproductie ervaren. Vandaar dat VON deze nieuwe racks niet in serie zal plaatsen met de bestaande racks, en om die reden zullen tussen de racks van energiedragers van verschillende soort passende omvormers gebruikt worden. Deze omvormers zullen uiteindelijk parallel geschakeld staan aan de AC-kant. Hoewel deze maatregel niet van toepassing is op de door ons geselecteerde containerconfiguratie, erkent VON dat deze mogelijk wel van toepassing kan zijn in een scenario waarbij er sprake is van een overgedimensioneerde container, waardoor er voldoende ruimte beschikbaar is voor uitbreiding van de capaciteit. M8
Klimaatbeheersing
Het geselecteerde EOS zal voorzien zijn van een warmtepomp-/airconditioning-unit die ook bij hoge externe omgevingstemperaturen de LFP-cellen minimaal binnen veilig temperatuurbereik houdt, zoals genormeerd vanuit de producent. Wanneer deze toch neigen overschreden te worden, zal het EOS direct buiten bedrijf worden gesteld via het energiemonitoringssyteem (EMS), om interne warmteproductie te minimaliseren. Om condensatie op gevoelige plekken te voorkomen, zal de interne relatieve luchtvochtigheid beheerst worden. VON vraagt de fabrikant naar testrapporten betreffende deze klimaatbeheersing. De gekozen LFP-cellen bereiken een thermal runaway bij een kritische temperatuur van 270°C, terwijl deze bij NMC-cellen op 210°C ligt. Tevens zal de geselecteerde installatie een maximale C-rate van 1 kennen (waarschijnlijk gelijk aan of minder dan 0,5C), waarbij minimale warmte vrij zal komen. Een temperatuurgerelateerde thermal runaway is dus zeer onwaarschijnlijk. Ook zullen VON en haar TDD-partij erop toezien dat de isolatie van het EOS voldoet aan brandklasse A of B conform EN13501-1.
M9
Brandwerendheid WBDBO
De exacte inpassing is nog niet definitief, maar wel kan VON garanderen dat het EOS door middel van het WBDBO oftewel veiligheidsafstanden aan de brandwerendheidseisen zal voldoen. Namelijk: • Indien de afstand van de EOS tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten, ten minste 5m, maar minder dan 10m bedraagt,
je eigen stukje zon
zal de brandwerendheid van het EOS ten minste 30 minuten bedragen. • Indien dit minder dan 5m blijkt te zijn, zal VON opteren voor een EOS met een WBDBO van minstens 60 minuten. Gezien de vereiste brandwerendheid van de EOSconstructie en gegeven het feit dat de brandwerendheid van de scheidingsconstructies ten minste 30 of 60 min moet bedragen (zie M9), moeten de doorvoeringen aan beide zijden van een eventuele scheidingsconstructie zodanig zijn afgewerkt dat de brandwerendheid is gewaarborgd. Ventilatiekanalen die door brandwerende scheidingsconstructies lopen, dienen te zijn voorzien van een brandklep. In het geval dat deze ventilatiekanalen bedoeld zijn voor de afvoer van giftige gassen, zal geen brandklep aanwezig zijn. Wel zullen deze kanalen in dat geval voldoen aan de NEN-EN 1366-1:2014+A1-norm.
M10
Brandwerendheid doorvoeringen
M11
Gestapelde EOS’en
n.v.t.
M12
Overkapping EOS
n.v.t.
M13
Brandwerendheid – aanvullende eis inpandige EOS Brandwerendheid energiedragercom partiment Brandwerendheid energiedragercom partiment – hybride EOS Compartimenterin g EOS
n.v.t.
M17
Verbod op leidingen door EOS ruimte
n.v.t.
M18
Integriteit EOS
Wanneer het EOS niet aan een brandpropagatietest succesvol heeft doorstaan, bijvoorbeeld op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL 9540A, zal VON erop toezien dat de verhouding tussen de netto en bruto inhoud van de opstellingsruimte van het EOS ten minste een factor 2 bedraagt. Ook zal de fabrikant/leverancier
M14 M15
M16
n.v.t. n.v.t
Wanneer een gecompartimenteerd EOS geselecteerd wordt, zal VON van de fabrikant eisen dat de scheidingswand(en) bestaan uit een onbrandbaar materiaal (klasse A of B uit de NEN-EN 13501-1).
je eigen stukje zon
gevraagd worden naar testdata/-berekeningen betreffende de constructieve integriteit van het EOS in het geval van een explosie. Al is de kans hierop nagenoeg nul in het geval van de gekozen LFPenergiedragers. Indien een Storz-aansluiting als benodigd wordt gezien bij de geselecteerde opstelling, zal erop worden toegezien dat de drukontlastingsvoorziening niet in de buitenwand is aangebracht. Op dit moment geeft VON de voorkeur aan een nietbetreedbare containerconfiguratie. Aangezien dit de personeelsveiligheid op gelijke voet stelt met die van een typical 3, is VON van mening dat de richtlijn M19 in dat geval niet van toepassing is. Mocht dit wel het geval zijn, dan zal VON contact opnemen met de fabrikant van het EOS om de specificaties van het mechanische ventilatiesysteem te verifiëren en te controleren of dit systeem in staat is om minstens tweemaal per uur de bruto inhoud van het EOS te verversen. Als er sprake is van een niet-continu werkend ventilatiesysteem, zal VON ook de aanvullende vereisten beoordelen, waaronder het interlock-systeem en het handhaven van de toegang tot een CO-niveau van minder dan 20 ppm.
M19
Ventilatiesysteem
M20
Ventilatiesysteem – inpandig EOS
n.v.t.
M21
Noodventilatie
De fabrikant van het geselecteerde EOS zal gevraagd worden inzicht te geven in de besturing van het ventilatiesysteem om te verzekeren dat deze voldoet aan gestelde eisen. Ook zal de ventilatieregeling bij de toegang tot het EOS te overbruggen zijn.
M22
Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging
De meest dichtstbijzijnde openbare weg betreft het Bussinksweg, gelegen op 125 meter afstand van de voorziene locatie van het EOS. De geldende snelheidslimiet bedraagt hier 60 km/u. Tevens biedt de houtsingel (met middelgrote bomen) tussen de Bussinksweg en de locatie van het EOS bescherming tegen aanrijding. Hierdoor zal het risico op aanrijding, gegeven ook de beperkte maximumsnelheid, minimaal zijn.
M23
Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging - mobiel EOS
n.v.t.
M24
Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging – inpandig EOS
n.v.t.
M25
Locatiekeuze vluchtweg verblijfsgebouw
n.v.t.
je eigen stukje zon
M26
Locatiekeuze bedrijfsterrein
n.v.t.
M27
Locatiekeuze – windturbine
Er staan geen windturbines nabij de locatie van het EOS.
M28
Beveiliging tegen onbevoegden
In het geval van een containeropstelling zal de afscherming bestaan uit de constructie van het EOS zelf, aldus M28. Toch zal het EOS als onderdeel van de zonneweide omheind worden met een betongaas hekwerk van ten minste 1,8 meter hoog. Het reeds bestaande zonnepark is daarnaast uitgerust met een actief CCTV-systeem incl. automatische verbinding met een meldkamer bij ongeoorloofde entree door derden.
M29
Fysieke afscherming – meerdere EOS’en
n.v.t.
M30
Eisen aan camerasysteem
De camera's worden op 4 meter hoogte geïnstalleerd, waardoor gezichtsherkenning mogelijk is. Wanneer deze buiten dienst raken, zullen deze weer spoedig in werking worden gesteld. De specificaties van het CCTV-systeem zijn het resultaat van een programma van eisen dat gemaakt is op basis van input van de betrokken financier(s) en de verzekeraar.
M31
Ingebruiknamekeu ring
Na plaatsing zal het EOS een ingebruiknamekeuring doorgaan. Deze opleverinspectie wordt verricht door de aangewezen due-diligence-partij.
M32
Gasdetec:e (koolmonoxide (CO) en waterstof (H2)
Aangezien VON een Nederlandse leverancier verwacht te selecteren voor het EOS, is het uitgangspunt dat de benodigde kruisgevoelige CO- en H2-sensoren meegeleverd zullen worden. Wanneer dit niet het geval is, zullen deze conform Tabel 2 geïnstalleerd worden en zal een doormelding conform M33 plaatsvinden.
M33
Monitoring EOS
Het geïnstalleerde EOS zal beschikken over een systeem dat het functioneren (systeemalarmen, signalen van overladen of diepontladen) voortdurend monitort, zodat het risico op abnormale temperatuurstijgingen, temperatuurniveaus en daarmee brand (zoals gesteld in M34) wordt gemitigeerd. De opvolging hiervan zal verlopen conform de bepalingen uit M34 en M35.
je eigen stukje zon
M34
Preventief afschakelen op basis van alarmeringen
VON zal erop toezien dat het gebruikte EMS/SCADA aan de gestelde richtlijnen van M34 voldoet. VON heeft deze vraag bij haar samenwerkingspartner op het gebied van de ontwikkeling/exploitatie van energieopslagsystemen gelegd die tevens het EMS/SCADA zal inrichten.
M35
Afschakelen op basis van detectie
Voor het geval deze integratie niet bestaat in de meegeleverde EMS, heeft VON heeft dit vraagstuk ook bij haar samenwerkingspartner op het gebied van de ontwikkeling/exploitatie van energieopslagsystemen gelegd. VON zal ook informeren of de statusindicator deel uitmaakt van de geleverde SCADA, en zo niet, hier een andere partij voor inhuren.
M36
Noodstopvoorziening
M37
Verwijderen energiedrager na thermal runaway of brand
De noodstopvoorziening zal integraal onderdeel van de SCADA zijn. De hoofdtransformator van de zonneweide die alle subtrafo's alsmede het EOS van voeding voorziet, wordt eveneens uitgerust met een noodstopvoorziening/dodemansknop. VON is zich ervan bewust dat de afschakeling zo dicht mogelijk bij de module plaats moet vinden, wegens mogelijke storingen wanneer brand optreedt bij de bedrading tussen de afschakeling en de betreffende module. Na een brand of thermal runaway beperkt tot een of enkele modules, zullen deze conform de bijzondere bepaling 376 uit het ADR/VLG binnen 24 uur, doch zo snel mogelijk, afgevoerd worden. Na vervanging van desbetreffende modules zal het EOS getest worden conform de voorschriften van de fabrikant.
M38
Toegang tot het EOS
De toegang tot het EOS zal bewaakt worden d.m.v. een cilinderslot voorzien van het veiligheidskeurmerk SKG** of hoger en/of een containerslot voorzien van het SCMkeurmerk met een hangslot CEN-klasse 4 of hoger.
M39
Vervanging energiedrager
Bij het vervangen van cellen en/of modules zal VON erop toezien dat deze gecontroleerd worden op uitwendige beschadigingen en defecten. De te vervangen cellen en/of modules zullen opgeslagen worden conform de meest actuele versie van PGS 37-2.
M40
Actuele handleiding
Hoewel een servicecontract via de fabrikant van het EOS en de leverancier van het SCADA van toepassing zal zijn, zal VON ervoor zorgen dat in of bij het EOS een actuele handleiding aanwezig is waarin de technische installatie is beschreven. Het voorblad van de handleiding zal de contactgegevens van de leverancier vermelden.
M41
Ventilatiesysteem - controle en onderhoud
Indien aanwezig zal VON het (nood)ventilatiesysteem periodiek (conform de termijnen beschreven door de fabrikant) op goede werking controleren en laten onderhouden door een ter zake deskundige. De registratie van de controle en het onderhoud zullen worden opgenomen in het aanwezige logboek.
je eigen stukje zon
M42
Periodieke Controle
VON zal de fabrikant van het EOS vragen de punten zoals beschreven in M42 op te nemen in het servicecontract. Deze punten zullen, zover mogelijk, ook via het online dashboard getoetst worden, met als doel het tijdig opmerken van mogelijke risico’s.
M43
Controle mobiele EOS na plaatsing
n.v.t.
M44
Algemene documentatieeisen – Registratiesysteem
VON zal erop toezien dat het EOS voorzien is van duidelijke, voortdurend bijgewerkte schema’s alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor veilig gebruik van het systeem. Bovendien zal de laatste revisie van de volgende documenten aanwezig zijn: gebruikershandleiding; informatieblad systeem; logboek; onderhoudsprotocol; ingebruiknamekeuring (M33) en periodieke controles (M45).
M45
Algemene documentatieeisen – Bewaartermijn
Het registratiesysteem zal bewaard worden tot het EOS verwijderd is en alle gevolgen van eventuele incidenten tijdens deze verwijdering afgehandeld zijn.
M46
Competentie-eisen conform NEN 3140
VON vertrouwt erop dat de monteurs van de leverancier/installateur vakbekwaam persoon zijn conform het bepaalde in het programma van eisen. Vervolgens zal VON slechts vakbekwaam personeel zoals beschreven in M46 inhuren voor preventief dan wel correctief onderhoud aan het EOS.
M47
Instructie personeel
VON zal in het verlengde van hetgeen genoemd bij M46 erop toezien dat alle personen die werkzaamheden verrichten in/aan het EOS op de hoogte zijn van de gevaaraspecten van lithium-houdende energiedragers, de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden, en op de hoogte zijn van het interne noodplan. In een door VON goed te keuren VGM-plan zal de werkwijze hieromtrent gedetailleerd afgestemd worden. Van de uitvoerende projectleider zal in dit kader VCA-VOLcertificering verlangd zijn, terwijl alle individuele monteurs VCA-gecertificeerd dienen te zijn.
M48
Bliksembeveiliging en beveiliging elektrotechnische installaties
Passende beschermingsmaatregelen om het risico op blikseminslag/-schade te minimaliseren, zullen op basis van NEN-EN-IEC 62305-2 gedicteerd worden. Indien NEN-EN-IEC 62305-2 bliksembeveiliging en de bescherming van de elektrotechnische installaties vereist, zullen deze voldoen aan de NEN-EN-IEC 623053 en de NEN-EN-IEC 62305-4.
je eigen stukje zon
M49
Onderdelen bliksembeveiliging ssysteem
De onderdelen van het eventueel geplaatste bliksembeveiligingssysteem zullen voldoen aan de NENEN-IEC 62561. Dit wordt in het programma van eisen voorgeschreven.
M50
Veiligheidsafstanden
Zie M9
M51
Onderlinge veiligheidsafstande n - klein EOS park
n.v.t.
M52
Onderlinge veiligheidsafstande n - groot EOS park
n.v.t.
M53
Veiligheidsafstand en - tussen EOSparken
n.v.t.
M54
Onderlinge veiligheidsafstande n - inpandige EOS'en Voorkomen van brandpropagatie
n.v.t.
Bluswateraansluiti ng
Omdat VON nog geen concreet model EOS geselecteerd heeft, zijn de maatregelen zoals beschreven in M56 in dit stadium lastig te doorlopen. Indien VON kiest voor een containeropstelling die niet is beveiligd tegen brandpropagatie, zal een Storz-koppeling nok81 of een andere vorm van bluswatertoevoer zoals overeengekomen met de Veiligheidsregio aanwezig zijn. Ook zal deze bluswatertoevoer van het EOS voldoen aan verdere eisen in relatie tot bijvoorbeeld waterdruk.
M55
M56
Alhoewel de voorziene locatie van het EOS niet in een kwetsbaar gebied ligt, zal VON bij de selectieprocedure voor het EOS sterke voorkeur geven aan een EOS welke aantoonbaar beveiligd is tegen brandpropagatie op basis van de NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL9540A.
je eigen stukje zon
M57
Brandbeheerssyste em
n.v.t.
M58
Eisen UPD
n.v.t. (enkel van toepassing op inpandige EOSen).
M59
VijOaarlijkse beoordeling UPD
n.v.t.
M60
Bewaren gegevens UPD
n.v.t
M61
Bereikbaarheid van het EOS
VON zal een bereikbaarheidsplan opstellen voor de loca:e van het EOS, met inachtneming van de volgende criteria: de breedte van de toegangsweg, een minimale vrije hoogte boven de kruinhoogte van de weg van 4,2 meter, de toegestane asdruk van de ondergrond en de vereiste afwateringsvoorzieningen.
M62
Bereikbaarheid – inpandig EOS Toegankelijkheid EOS-park Noodplan
n.v.t.
Noodplan beproeven
Elke drie jaar zal het bovengenoemde noodplan getoetst worden op basis van incidentscenario’s.
M63 M64
M65
n.v.t. Een noodplan zal voorhanden zijn bij de installatieverantwoordelijke van het EOS en de hulpdiensten. Deze zal alle beschreven aspecten in M64 bevatten.
je eigen stukje zon
M66
Pictogrammen EOS
Aan de buitenzijde van het EOS zullen de volgende veiligheidstekens aan worden gebracht: open vuur en rookverbod, NEN-EN-ISO 7010 nummer P003; Elektrocutiegevaar, NEN-EN-ISO 7010 nummer W012; en Waarschuwing opladen batterijen, NEN-EN-ISO 7010 nummer W026. Op de entreepoort van de zonneweide worden bovendien genormeerde waarschuwingsborden geplaatst in verband met aanwezigheid van hoge spanningen.
M67
Markering Hybride EOS
n.v.t.
je eigen stukje zon
Scenario’s S1
Fabricage- of montagefout energiedragers
In het geval van een fabricagefout van de energiedragers zal een risico op thermal runaway blijven bestaan. Dit zal echter vermeden worden wanneer de fabrikant deze fout voortijdig opmerkt en zo de door VON gekozen leverancier van het EOS kan waarschuwen. Deze heeft conform M3 de per EOS gebruikte energiedragers gedocumenteerd en kan als gevolg hiervan VON waarschuwen. VON zal deze energiedragers conform M4 en PGS 37-2 afvoeren en opslaan. Het risico op montagefouten is zo goed als gemitigeerd door de maatregelen zoals omschreven bij M31 en M46.
S2
Beschadiging van de energiedrager doordat deze uit ophanging geraakt
Dit scenario wordt gemitigeerd door de omschrijvingen zoals geformuleerd bij M42.
S3
Kortsluiting door water of technische gebreken
Het EOS zal conform M5 voldoen aan IP-classificatieeisen. Ook zal de interne relatieve luchtvochtigheid binnen veilige perken worden gehouden middels klimaatbeheersing, conform M8, met als doel condensatievorming op gevoelige delen te voorkomen.
S4
Blikseminslag
Wanneer het EOS conform M48 en NEN-EN-IEC 62305-2 voorzien is van een bliksemafweersysteem, zou de kans op en de eventuele gevolgen van directe inslag en/of inductie geminimaliseerd zijn.
S5
Fouten ontstaan door het laadproces (laden en ontladen)
Individuele cellen worden door het Battery Management System (BMS) continu gemonitord. Wanneer overspanning of onderspanning buiten de veilige kaders gesteld door de energiedragerfabrikant wordt gemeten, zal de BMS de cellen direct loskoppelen van het EMS/de omvormers. Het EMS heeft ook toegang tot deze data van het BMS en zal niet laden/ontladen buiten de gestelde marges. Ook kan het EMS onafhankelijk de totale spanning van de totale cellenstring meten en zo de individuele celspanningen vaststellen (uitgaand van een gebalanceerd accupakket). Tevens zal een top- en bottom-buffer aanwezig zijn (+-5%) die de kans op over- en onderspanning nog verder inperkt.
S6
Veroudering
In tegenstelling tot andere batterijtechnologieën blijven LFP-cellen ondanks degradatie chemisch zeer stabiel. In het geval dat toch een calamiteit op zou treden, wordt het effect hiervan beperkt door het automatisch afschakelen (M35) van het EOS op basis van CO- en H2niveaus zoals beschreven in M32.
je eigen stukje zon
S7
Mechanische Impact van buitenaf
De kans op impact van buitenaf is buitengewoon gering door het gebrek aan nabijgelegen windturbines en de situatie omtrent nabijgelegen wegen (zie M22).
S8
Interne aanstraling door brand buiten het energiedragercompartiment
Het automatisch afschakelen van het EOS bij detectie van CO is gelet op interne aanstraling extra belangrijk, omdat branden van elektrische aard dan beperkt kunnen worden met vermeden propagatie naar het energiedragercompartiment als resultaat. Vertragende factoren zoals vermeld in M9 en M16 helpen hier de propagatie te bemoeilijken.
S9
Externe aanstraling (brand)
Het EOS zal door middel van veiligheidsafstanden, een brandwerendheid of een combinatie hiervan aanstraling van buitenaf te voorkomen. De tijd die deze maatregelen oplevert, zou de brandweer kunnen gebruiken om de externe brand onder controle kunnen krijgen en/of een watergordijn plaatsen rond de perimeter van het EOS. In het geval het EOS een brandwerendheid behaalt d.m.v. veiligheidsafstanden, zal binnen deze afstanden geen opslag van brandbare stoffen dan wel brandgevaarlijke activiteiten (m.u.v. onderhoudswerkzaamheden) plaatsvinden die een brand kunnen veroorzaken of waarlangs een brand zich kan voortplanten naar het EOS.
S10
Hoge of lage temperatuur in het EOS
De klimaatbeheersing zal conform M8 het energiedragercompartiment op gepaste temperatuur houden. Zoals bij M8 verwoord ligt de thermal-runawaytemperatuur van LFP-cellen ook aanzienlijk boven de temperatuur die (buiten brand) in een EOS-opstelling bereikt kan worden. Verder zal het EMS het laden en ontladen bij lage celtemperaturen vermijden.
S11
Verkeerde behandeling
Foutief menselijk handelen door bevoegden wordt ingeperkt als resultaat van de maatregelen zoals verwoord bij M40, M44, M45, M46 en M47.
S12
Vandalisme
De kans op vandalisme en/of diefstal door onbevoegden wordt ingeperkt door een CCTV-systeem conform M30 in combinatie met de plaatsing van een omheining conform M28. De financiers en verzekeraar van VON hebben hiervoor standaardeisen die VON dient op te volgen.
je eigen stukje zon
S13
Brand in de energiedrager
In het geval van brand in de energiedrager van het EOS zal dit vroegtijdig opgemerkt worden door de in M32 beschreven CO- en H2-sensor(en). Afhankelijk van de meetwaarden worden verschillende opvolgacties ondernomen: bij 10 ppm vindt automatische melding en opvolging door installatieverantwoordelijke plaats; bij 20 ppm de eerstgenoemde actie + een zichtbaar signaal bij de toegang tot het EOS; en uiteindelijk bij 120 ppm alle voorgenoemde acties + het automatisch doormelden naar de hulpdiensten. Hierdoor kan de onbemande installatie toch preventief acteren om propagatie binnen en buiten het EOS te voorkomen. De ruime afstand tussen het EOS en de erfgrens/andere bebouwingen zal propagatie naar de omgeving verder mitigeren. Bij branddetectie zal het EOS ook automatisch afschakelen, van buitenaf zal dit zichtbaar zijn conform tabel 3 van M33. Handmatig afschakelen is ook mogelijk d.m.v. een fysieke noodstopvoorziening conform M36, geplaatst aan de buitenzijde van het EOS. Het noodplan zal op voorhand beschikbaar zijn bij de hulpdiensten; deze is up-to-date aangezien deze iedere drie jaar opnieuw gekeurd dient te worden. Overig personeel zal d.m.v. de pictogrammen conform M66 geïnformeerd zijn over de risico’s en regels rond het systeem. Naderhand worden de gecompromitteerde energiedragers conform M37 afgevoerd.
S14
Drukopbouw of explosie binnen energiedrager (accumodule)
Bij een thermal runaway zal scenario S13 eerst of gelijktijdig in werking treden. Omdat het geplaatste EOS voldoet aan de eisen gesteld in M18, zal deze zijn integriteit behouden in het geval van een explosie. Het EOS zal dus, indien nodig, onder water gezet kunnen worden. Ook zal het rondvliegen van objecten hierdoor vermeden worden. Hierbij geldt dat de kans op explosie bij LFP-cellen miniem is vergeleken met bijvoorbeeld NMC-cellen, waarbij geldt dat ook de eventuele explosie van mindere kracht zal zijn.
S15
Explosie in EOS installatie ontsteking van vrijkomende gassen
Zie de uitwerking van scenario’s S13 & S14.
je eigen stukje zon
S16
Hogetemperatuuropbouw
In het geval van een thermal-runaway-event in de energiedrager van het EOS zal dit vroegtijdig opgemerkt worden door de in M32 beschreven CO- en H2sensor(en). Afhankelijk van de meetwaarden worden verschillende opvolgacties ondernomen: bij 10 ppm vindt een automatische melding en opvolging door installatieverantwoordelijke plaats; bij 20 ppm de eerstgenoemde actie + een zichtbaar signaal bij de toegang tot het EOS; en uiteindelijk bij 120 ppm alle voorgenoemde acties + het automatisch doormelden naar de hulpdiensten. Ook zal het EOS bij branddetectie automatisch afschakelen. Van buitenaf zal dit zichtbaar zijn conform tabel 3 van M33. Alle personen die werkzaamheden verrichten aan het EOS zijn op de hoogte van de gevaaraspecten van lithium-houdende energiedragers en de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden. Tevens zijn zij op de hoogte van het interne noodplan. Als resultaat van deze maatregelen zal aanraking met als gevolg brandwonden voorkomen worden.
S17
Escalatie van brand naar andere energiedragers of energiedragermodules
Om interne propagatie van brand tussen energiedragermodules te voorkomen, wordt een thermal runaway of brand vroegtijdig gedetecteerd en gemeld d.m.v. aanwezige CO- en H2-sensoren en de SCADA. Zodus kunnen de hulpdiensten, die reeds in bezit zijn van het noodplan, propagatie voorkomen dankzij bijvoorbeeld de (indien vereist aanwezige) Storzkoppeling (of een regionaal alternatief).
S18
Drukopbouw binnen het EOS
Door de aanwezigheid van een explosievlak zal explosiegeïnduceerde drukopbouw binnen het EOS worden vermeden. Tragere drukopbouw zal via het ventilatiesysteem worden afgevoerd.
S19
Escalatie naar omgeving
Escalatie van brand naar de omgeving wordt gemitigeerd, zie de uitwerking van M9.
S20
Vrijkomen van gevaarlijke stoffen
Blootstelling aan gevaarlijke dampen zoals waterstoffluoride, lithiumoxide en zoutzuur als gevolg van een thermal-runaway-reactie, brand of lekkage wordt binnen het EOS beperkt door het respecteren van de termijnen op het gebied van onderhoud zoals de fabrikant die voorschrijft met betrekking tot het ventilatiesysteem (en dus de noodventilatie). Buiten het EOS worden aanwezigen geïnformeerd over de risico’s door het noodplan en de pictogrammen conform M66.
je eigen stukje zon
Conclusies Zoals hiervoor inzichtelijk gemaakt, mitigeert VON de waarschijnlijkheid van het voorkomen van de twintig mogelijke scenario’s zoals beschreven in PGS 37-1. Als een scenario zich desondanks zou voordoen, worden ook de gevolgen en/of escalatie gemitigeerd door de genomen maatregelen.