CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-729-raadsvoorstel-Belastingverordeningen 2026

Raadsvergadering 12 november 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Belastingverordeningen 20263.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team

: : : : :

Belastingverordeningen 2026 Wethouder Elferink, 2025-729 7-10-2025 DOWR-BEL

Inleiding De belastingverordeningen 2026 voor leges, lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, riool- en waterzorgheffing, afvalstoffenheffing, bijdrageregeling medisch afval, parkeerbelastingen, parkeerverordening, onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in één verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuwe verordeningen vast te stellen.

Raadsvoorstel De volgende belastingverordeningen 2026 vast te stellen: a. leges b. lijkbezorgingsrechten (Bathmen, Roeterdsweg, Tjoenerhof) c. toeristenbelasting d. havengelden e. marktprecariobelasting f. precariobelasting g. eenmalig rioolaansluitrecht h. riool- en Waterzorgheffing i. afvalstoffenheffing (inclusief bijdrageregeling medisch afval) j. parkeerbelastingen (inclusief parkeerverordening) k. onroerende zaakbelastingen l. roerende zaakbelastingen

Kern raadsvoorstel De belastingverordeningen 2026 voor leges, lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, riool- en waterzorgheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval), parkeerbelastingen (alsmede de parkeerverordening), onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in een verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuw verordening vast te stellen.

Beoogd resultaat Vaststellen belastingverordeningen 2026 inclusief bijbehorende tarieventabellen en gebiedsaanduidingen.

Kader * Algemeen: Artikel 216, 219 Gemeentewet; Begrotingsrichtlijnen 2026 * Leges: Artikel 229 Gemeentewet; Artikel 156 lid 2 aanhef en onderdeel h Gemeentewet; Omgevingswet ; * Lijkbezorgingsrechten:Artikel 229, eerste lid, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet * Toeristenbelasting: Artikel 224 Gemeentewet * Havengelden: Artikel 216, 219 en 229, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet * Marktprecariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet * Precariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet * Eenmalig rioolaansluitrecht: Artikel 229 Gemeentewet * Riool- en Waterzorgheffing: Artikel 216 en 228a Gemeentewet * Afvalstoffenheffing: artikelen 147 lid 1, 216, 219, 229 eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer

* Parkeerbelastingen: Artikel 149 en 225 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, Parkeerbeleidsplan vastgesteld in januari 2013 en Meerjaren perspectief parkeren (MPP) 2024 (2024 - 264) * Onroerende zaakbelastingen: Artikel 220 tot en met 220h Gemeentewet * Roerende zaakbelastingen: Artikel 221 Gemeentewet

Argumenten ten behoeve van de raad Algemeen Het team Belastingen Deventer werkt binnen het samenwerkingsverband DOWR aan de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, evenals aan de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Binnen DOWR zijn de belastingverordeningen van de deelnemende gemeenten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd om de uitvoering te stroomlijnen. De gemeente Deventer houdt altijd de regie over haar eigen beleid, tarieven en uitgangspunten van de verordeningen. In enkele verordeningen zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd die geen invloed hebben op de inhoudelijke strekking van de bestaande regelgeving. De specifieke bijzonderheden per verordening zijn opgenomen in het onderstaande overzicht. Inflatie De te volgen beleidslijn voor de belastingheffing vindt haar basis in de begrotingsrichtlijn 2026. De tarieven voor de belastingen en rechten stijgen als gevolg van de trendmatige aanpassing met 2,40% ten opzichte van 2025. Kostenonderbouwing algemeen In de paragraaf lokale heffingen is een overzicht van baten en lasten voor de heffingen opgenomen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten. Voor de diverse heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn moet inzichtelijk worden gemaakt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet worden overschreden.

Er wordt aangesloten bij de nieuwe regels van het BBV alsmede de beleidsuitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen en hoe deze bij de tariefstelling worden gehanteerd. Leges De modelverordening van de VNG heeft als basis gediend voor het opstellen van de legesverordening 2026. I. Kostendekkendheid legesverordening Op grond van artikel 229 b van de Gemeentewet geldt dat de opbrengsten uit leges op verordening niveau maximaal 100 % kostendekkend mogen zijn. Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring (kruissubsidiëring = verlies op de ene dienst compenseren met een overdekking op een andere dienst) mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor hoofdstuk 2. De EDR (Europese dienstenrichtlijn) maakt slechts kruissubsidiëring mogelijk binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels binnen hoofdstuk 3 van de tarieventabel. II. Onderzoek kostendekkendheid 2026 Resultaten onderzoek Voor het verwerken van de verzamelde informatie is gebruikgemaakt van het rekenmodel zoals dat beschikbaar is gesteld door de ministeries VROM / BZK, de VNG en IPO voor de onderbouwing van de kosten van de leges. Conform de begrotingsrichtlijnen 2026 bedraagt de trendmatige verhoging van de tarieven 2,40%.

Met uitzondering van artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) en artikel 2.6 omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel). Deze percentages blijven gelijk. Dit heeft de volgende resultaten t.a.v. de kostendekkendheid opgeleverd: Hoofdstuk 1: 78 % Hoofdstuk 2: 98 %

Hoofdstuk 3: 20 % Er vindt geen kruissubsidiëring tussen de verschillende hoofdstukken van de tarieventabel plaats. Verder is er geen kruissubsidiëring tussen de verschillende hoofdstukken van hoofdstuk 3 geconstateerd. III. Afrondingen De tarieven zijn waar mogelijk rekenkundig afgerond. Een tarief tot 20 euro is afgerond op € 0,05, een tarief tussen 20 en 100 euro is afgerond op € 0,50 cent en een tarief boven 100 euro wordt afgerond op € 1,00. IV. Vertaling begrotingsrichtlijnen en wijzigingen in de tarieventabel Het algemene uitgangspunt vanuit de Begrotingsrichtlijnen 2026 is dat alle tarieven met 2,40 % stijgen ten opzichte van belastingjaar 2025. Er zijn echter uitzonderingen op de algemene regel. Deze uitzonderingen volgen hieronder. Hoofdstuk 1 Ten aanzien van paragraaf 1.2, 1.3, 1.8, 1.7 artikel 1.23 a en paragraaf 1.9 artikel 1.31, van de tarieventabel In de tarieven voor leges reisdocumenten, rijbewijzen, kadastrale en hypothecaire informatie en de leges op grond van de Wet op de kansspelen is een onderdeel voor een van rijkswege vastgestelde component verwerkt. Deze component wijzigt onafhankelijk van de gemeentelijke lijn, maar is een onderdeel van de tariefstelling. In de tarieventabel zijn de tarieven voor rijksleges reisdocumenten en rijbewijzen opgenomen als ‘wettelijk maximum tarief’.

Door deze benaming hoeft niet bij elke van rijkswege vastgestelde wijziging van deze tarieven de verordening opnieuw vastgesteld te worden. Hoofdstuk 2 De kosten voor aparte beoordelings- of toets vragen zijn in de basisleges voor een activiteit opgenomen. De door de VNG voorgestelde modulaire opbouw is daarom overgenomen voor zover dit aansloot bij de huidige werkwijze en tariefsopbouw. We hebben hier enkele aanpassingen ingedaan die beter aansluiten bij de verschillende activiteiten. Dit betekent dat we nog steeds nagenoeg geen afzonderlijke leges voor bijvoorbeeld de welstandstoets of beoordeling van aanvullende gegevens. Kostenonderbouwing De door de VNG voorgestelde modulaire opbouw is overgenomen voor zover dit aansloot bij de huidige werkwijze en tariefsopbouw. De opbouw van de legestarieven is beleidsneutraal ingevuld. De legesinkomsten van hoofdstuk twee van de tarieventabel steunen van oudsher sterk op de opbrengsten van de bouwleges. Via kruissubsidiëring binnen het hoofdstuk wordt de winst op de bouwleges verrekend met het verlies op de leges voor de overige activiteiten. De nu voorgestelde tarieventabel brengt daarin geen verandering.

De leges-inkomsten zijn bepaald op basis van een inschatting voor 2026 van bouwactiviteiten bij woningbouwlocaties en bedrijventerreinen, Daarnaast is gekeken naar de aantallen en gemiddelde bouwsommen van afgelopen jaren De voorziene kostendekkendheid van de bouwactiviteit (1 en 2 samen) gaat richting de 101%. * De Uitwegactiviteit lijkt een hoge kostendekkendheid te hebben. Echter zitten de (personele)kosten hiervoor (werkzaamheden vanuit Publiekszaken vergunningen) onder “bouwactiviteiten”. * De overige activiteiten kennen een kostendekkendheid variërend van 20% tot 25%, met uitzondering van monumenten die niet boven de 5% komt. Het is een bewuste keuze om de leges voor de monumentenactiviteiten net als in 2025 laag te houden en de initiatiefnemer niet extra te belasten. Deze activiteit wordt doorgaans gecombineerd met een bouwactiviteit. Totaal resulteert dit voor hoofdstuk 2 dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet in een kostendekkendheid van 98%. Een werkgroep houdt in de gaten of de uitgaven en inkomsten in 2026 verlopen zoals gepland in de begroting.

•

•

Rekening houdend met bovenstaande weten we ook dat er onzekerheden zijn over de uitgaven en inkomsten in 2026 als het gaat om bouwleges zoals bijvoorbeeld:Inkomsten uit de bouwleges bij bedrijventerreinen en woningbouw zijn gevoelig voor o.a. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en algehele projectvoortgang. Stikstof, waterkwaliteit, leveringsproblemen van bouwmaterialen enz.

Bovenstaande onzekerheden bewaken wij binnen de gemeente vanuit de werkgroep bouwleges. We houden daarbij in de gaten of de uitgaven en inkomsten in 2026 verlopen zoals gepland in de begroting 2026. Dat doen we volgens de afspraken die horen bij de planning- en controlcyclus van de gemeente. Daar waar nodig sturen we bij. Leges activiteit bouw Het jaar 2024 heeft een grote groei laten zien in inkomsten. Dit was toe te schrijven aan grote projecten. Op basis van de woningambitie en het aantal bouwaanvragen van 2023. 2024, 2025 is besloten om de tarieven alleen te indexeren met 2,40 % conform de begrotingsrichtlijnen. De Wet Kwaliteitsborging is per 1 januari 2026 nog steeds alleen op bouwwerken in gevolgklasse 1 van toepassing. Het verbouwen van bouwwerken zou per 1 januari 2025 ook onderdeel uitmaken van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) dit is uitgesteld. Ten aanzien van paragraaf 2.5 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit. De artikelen 2.13. a, 2.13.b en 2.13.c zijn niet geïndexeerd, maar deze zijn overgenomen van de Omgevingsdienst IJsselland. Artikelen 2.13 d en 2.13 e worden toegevoegd. Het beleidsteam Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) en de Omgevingsdienst IJsselland hebben aangegeven dat het wenselijk is om uniforme milieuleges vast te stellen.

Door deze tarieven in te voeren worden regionaal uniforme tarieven gehanteerd voor milieuleges. De bedrijven in de regio worden op dezelfde wijze belast. Uniforme afspraken leiden tot een effectievere uitvoering van de Omgevingsdienst taken. Ten aanzien van artikel 2.6 : Afwijking van het tijdelijke omgevingsplan Er wordt een legestarief voor Algemene afwijkingsregels in de tijdelijke omgevingsplannen toegevoegd. Hiermee kan je afwijken van de voorgeschreven maten, afmetingen of percentages, maar tot niet meer dan maximaal 10%. Dit komt in de praktijk regelmatig voor en er zijn kosten aan de beoordeling verbonden die nu niet in rekening gebracht worden. Aanpassing ten aanzien paragraaf 2.8, artikel 2.20e In plaats van volledige restitutie, is een teruggaaf van 85% opgenomen. Dit heeft te maken met de werkzaamheden die er zijn bij het behandelen, onderzoeken en opstellen van de weigering. Ten aanzien van Paragraaf 2.14 teruggaaf 2.43 Aanpassing van 100% naar 20% teruggaaf bij het intrekken van een verleende omgevingsvergunning binnen 1 jaar. Door het aanpassen van het percentage krijgen we een redelijke kostenvergoeding voor de werkzaamheden van de vergunning. De vergoeding is voor de eventuele kosten die gemaakt worden als de bouw zou zijn gestart. Ten aanzien van Paragraaf 2.14 teruggaaf 2.45 Artikel wordt verwijderd.

Een teruggaaf onder een bepaald bedrag weigeren is niet redelijk. Door de digitalisering zijn er minder (extra) handelingen nodig om de actie uit te voeren. Toevoegen nieuw artikel: paragraaf 2.14 Teruggaaf 2.45 Teruggaaf bij intrekking op verzoek gemeente Als een aanvraag niet juist is en het voor zowel de gemeente Deventer als belanghebbende wenselijk is een nieuwe aanvraag in te dienen, is er een mogelijkheid om dit kosteloos in te trekken. Deze intrekking vindt plaats na verzoek van de gemeente Deventer. Dubbele belasting is niet redelijk. Hoofdstuk 3 Ten aanzien van Paragraaf 3.1, artikel 3.10.2 ontheffing paracommerciële festiviteiten Paracommerciële instellingen kunnen op basis van artikel 2.34 d, lid1 APV een ontheffing aanvragen voor festiviteiten die niet bij hun primaire werkzaamheden horen. Per 2026 is een beleidsregel opgesteld aan welke eisen deze vergunning moet voldoen (zie B&W nota 2025 - 738). Aan de

beoordeling van deze eisen zijn kosten verbonden. De eerste ontheffing kost het meeste werk, de opvolgende ontheffingen van soortgelijke strekking heeft minder werk. Vandaar het verschil in tarief. Ten aanzien van paragraaf 3.7. ligplaats woonschip Dit is een nieuw artikel. Voorheen was het niet mogelijk om hiervoor leges in rekening te brengen. Bij het aanvragen van een ontheffing voor een ligplaats maakt de gemeente kosten, bijvoorbeeld voor het beoordelen van de aanvraag. Onroerendezaakbelastingen Op basis van de jaarlijkse herwaardering en de gewenste opbrengststijging worden de tarieven voor de onroerende- en roerende zaakbelasting jaarlijks berekend. Per september 2025 zijn de conceptwaarden van de herwaardering gebruikt om de tarieven te berekenen voor het heffen van de onroerende- en roerende zaakbelasting in 2026. Het belastingbedrag wordt berekend door de WOZwaarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Dit tarief is volgens de wet een promillage van de waarde. Op het moment van ramen waren de waarderingen nog niet afgerond. In de raming is uitgegaan van een gereed percentage taxatiewaarden van 90% voor woningen en 85% van nietwoningen. De gemiddelde waardestijging van woningen tussen 1 januari 20224 en 2025 (waarde peildatum) is gemiddeld 11,9%. De gemiddelde stijging van de niet woningen is 2,7%. Alle onroerende zaken worden jaarlijks gewaardeerd.

Dit heeft gevolgen voor de jaarlijkse OZBtariefberekeningen. Ook bij het gelijk blijven van de gewenste opbrengst zal het tarief wijzigen. Dit omdat het vastgoed in de gemeente een waardeontwikkeling kent. I Algemeen De Gemeentewet onderscheidt twee belastingen: Een eigenarenbelasting; zowel van woningen als niet-woningen geheven. Een gebruikersbelasting; alleen geheven over niet-woningen. Hieruit volgen drie tarieven. Voor de vaststelling van de tarieven zijn alle objecten meegenomen die op 1 januari 2025 in de belastingadministratie waren opgenomen. II Tariefberekening en tariefbepalende elementen De geraamde OZB opbrengst voor het jaar 2026 bedraagt € 35.580.268,De totale raming van de per ingangsdatum 1 januari 2026 vastgestelde waarden van de objecten in de gemeente bedraagt € 21.977.160.950 (woningen € 19.465.966.950 en niet woningen € 2.511.194.000). Hierbij moet worden aangetekend dat de algehele hertaxatie nog niet geheel is afgerond, een deel van de waarden is gebaseerd op schattingen. Verder is er is rekening gehouden met de objecten die vrijgesteld zijn van heffing. De getaxeerde waarde van de objecten wordt afgerond op duizendtallen. De belastingaanslagen worden rekenkundig op twee decimalen afgerond. Voor verminderingen (bezwaar) is een taxatiewaarde geraamd van € 115.000,-. Voor de leegstand van de niet-woningen is een taxatiewaarde geraamd van € 100.000,-.

Dit in lijn met eerdere jaren. Rekening houdend met vorenstaande factoren kunnen de volgende tarieven als percentage van de heffingsmaatstaf worden berekend: A: voor de gebruikersbelasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2650 %; B: voor de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1024 %; - voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3812 % Lijkbezorgingsrechten De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Volgend op het onderzoek bij belastingen in 2024 wordt aanvullend onderzoek gedaan hoe om te gaan met de dienstverlening, de tariefstelling en de kostendekkendheid van de gemeentelijke begraafplaatsen. Toeristenbelasting De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Verder geen bijzonderheden.

Havengelden De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Verder geen bijzonderheden. Marktprecariobelasting De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Verder geen bijzonderheden. Precariobelasting De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Verder geen bijzonderheden. Eenmalig riool aansluitrecht De tarieven zijn geïndexeerd met 2,4% ten opzichte van 2025. Verder geen bijzonderheden. Riool- en waterzorgheffing De naam van de verordening rioolheffing wordt voor 2026 gewijzigd in “Riool- en Waterzorgheffing”. Voor de verordening 2026 wordt de reeds bestaande heffingsgrondslag gebruikt. In het jaar 2025 en 2026 worden verschillende varianten voor een nieuwe heffingsgrondslag uitgewerkt. De middelen worden ingezet voor beheer en onderhoud van de riolering en voor het klimaatadaptief maken van de gemeente conform het klimaatadaptatieprogramma. Dit wordt geprogrammeerd via het MJOP-MIND. Prijscompensatie en loonkostenstijging leiden tot een lastenverhoging van € 209.000 Investeringen in rioolvervanging en klimaatadaptatie maatregelen leiden tot een verhoging van de kapitaallasten met € 266.000. Verlaging van de omslagrente leidt tot een verlaging van de lasten met € 82.000. Het areaalaccres leidt tot verhoging van de lasten met € 73.000 De begroting van kwijtscheldingen is naar beneden bijgesteld van € 624.000 naar € 500.000.

Bovenstaande resulteert in een basistarief van € 207,00 voor 2026 (2025 was € 197,76). Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing en valt voor de lokale heffingen onder de belastingen. De afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing is verschuldigd voor het gebruik van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor de huishoudelijke afvalstoffen. De inwoners van Deventer zetten verder in op het recyclen van grondstoffen met behulp van de aanwezige voorzieningen. Ook in 2026 blijven de oorspronkelijke beleidsuitgangspunten van Diftar onverkort van toepassing: • er geldt een 0-tarief voor GFT, PMD, Papier, Glas; • de tarieven zijn maximaal 100% kostendekkend; • er geldt een vast tarief per huishouden en een variabel tarief voor restafval, afhankelijk van het aanbiedvolume; • de literprijs is voor elke container gelijk. Het variabele tarief varieert recht evenredig met het aantal beschikbare liters van de container/ondergrondse container (140, 240, 50 of 25 liter); • de tariefopbouw is zodanig dat geen enkel containervolume benadeeld of bevoordeeld wordt; • voor een 240 liter container of een extra tweede container (ongeacht volume) geldt een toeslag van € 36; • Het uitgangspunt blijft dat een huishouden gemiddeld 6 keer per jaar de restafvalcontainer (140 liter) aanbiedt.

Voorgesteld wordt de tarieven afvalstoffenheffing 2026 als volgt vast te stellen: Het basistarief afvalstoffenheffing is € 244,44 per perceel per jaar. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 50 liter is € 3,43. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor

huishoudelijk restafval van maximaal 25 liter bedraagt € 1,71. Het variabele tarief per aanbieding van een 140 liter container voor restafval is € 9,59 en het variabele tarief per aanbieding van een 240 liter container voor restafval is € 16,46. De variabele tarieven in 2026 zijn met 2,4% verhoogd. Het vaste tarief binnen de afvalstoffenheffing stijgt ten opzichte van 2025 met € 15,48. De onderbouwing van de stijging van het tarief zal tijdens de collegeretraite nader worden uitgewerkt. Bijdrage medisch afval 2026 De bijdrageregeling medisch afval beoogt een tegemoetkoming in de extra kosten, vanwege het aanbieden van medisch afval, afkomstig van een inwoner/belanghebbende, aan Circulus. De regeling bestaat uit een procentuele correctie (50%) op het aantal aangeboden ledigingen met een maximum bijdrage van € 131,90. Parkeren In het mpp 25 (notanummer 2025-317, 21 mei 2025) is vastgesteld dat de parkeertarieven stijgen met 3%, de tarieven van de parkeervergunningen en seizoenkaarten zijn geïndexeerd met dit bedrag. De uurtarieven op straat wijzigen gewogen met 2,9% conform onderstaande voorstel. Daarnaast stijgen de dagtarieven in zone 3 van 10 euro per dag naar 12,50 euro per dag. Daarmee wordt de verhouding tussen wat men per uur betaald en wat per dag weer hersteld.

2025, huidige uur en dagtarieven per parkeerzone Tarief zone 1&2 is 3,48 euro per uur en 25 euro per dag Tarief zone 3 is 2,85 euro per uur en 10 euro per dag Tarief zone 4,8,9 en 11 is 1,36 euro per uur en 6,50 euro per dag Tarief in de parkeergarage is 2,23 euro per uur en 10,00 euro per dag Voorstel 2026, een gewogen stijging van 2,9% Tarief zone 1&2 is 3,53 euro per uur en 25 euro per dag Tarief zone 3 is 3,00 euro per uur en 12,50 euro per dag Tarief zone 4,8,9 en 11 is 1,50 euro per uur en 6,50 euro per dag Tarief in de parkeergarage is 2,23 euro per uur en 10,00 euro per dag Tarief 2025 Voorstel 2026 Binnenstad € 3,48 Zone 1 & 2 Singels € 2,85 Zone 3 Schilwijken € 1,36 Zones 4, 8 , 9 en 11 Garages € 2,23 Gewogen gemiddelde

€ 3,53 € 3,00 € 1,50 € 2,23 2,9%

De hoogte van de naheffingsaanslag wordt 82,00 euro per jaar. Dit bedrag sluit aan bij het maximum zoals het ministerie heeft vastgesteld. Met de pilot scanauto is de verwachting dat het aantal naheffingen uitgeschreven hoger wordt. Ook de kosten voor het opleggen van de naheffingsaanslagen en het afhandelen van bezwaarschriften zullen hoger worden. De deelauto vergunning is toegevoegd als categorie. Bedrijven die een deelauto exploiteren op een vaste parkeerplaats in de parkeerzone kunnen op dit moment geen parkeervergunning aanvragen voor het voertuig. Omdat het voertuig in de zone parkeert is het noodzakelijk dat ze een parkeervergunning aan kunnen vragen. Daarom is deze categorie toegevoegd aan de verordening. Bij de parkeerverordening is een toelichting geschreven

Betrokken partijen en participatie Intern heeft collegiale afstemming plaatsgevonden met Afdeling Publieke en Interne Dienstverlening, team Publiekscontacten Frontoffice en Backoffice, team Financiën en DOWR Inkoop. Afdeling Leefomgeving Vergunningen en Toezicht team Vergunningen Omgevingswet en team vergunningen APV, horeca, Evenementen. Afdeling Projecten, team Projectmanagement Wonen en Gebiedsontwikkeling.

Afdeling Realisatie, Beheer en Leefbaarheid, team Leefbaarheid en Programmering. Draagvlak is aanwezig.

Financiële consequenties De gevolgen van de wijziging van de tarieven zijn verwerkt in de begroting 2026.

Betrokkenheid raad Na vaststelling en het van kracht worden van de verordeningen en de bijbehorende tarieventabellen gelden deze voor de door van gemeentewege te verrichten diensten. De verordeningen worden op wettelijke voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Daarnaast worden belanghebbenden over de tarieven en de wijze van belastingheffing en inning geïnformeerd via het Deventer belastingloket of parkeerloket

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris,

de burgemeester,

J.P. Wassens

R.C. König

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16078373/1