2025-679 Was-wordt-tabel wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2025
Tekst van het document
Bijlage bij wijziging Vfl najaar 2025 Was-wordt-tabel wijziging Verordening fysieke leefomgeving Artikel 2.1.4.(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.1.4 Algemene toetsingscriteria 1.Een vergunning voor een standplaats op een markt, bedoeld in Artikel 2.1.2, aanhef en onder a tot en met d, kan worden verleend aan:
Artikel 2.1.4 Algemene toetsingscriteria 1.Een vergunning voor een standplaats op een markt, bedoeld in artikel 2.1.2, aanhef en onder a tot en met d, kan worden verleend aan:
a. een handelingsbekwame natuurlijke persoon die voortdurend ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en die tevens gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten; b. een rechtspersoon die voortdurend ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De natuurlijke persoon die, al dan niet door middel van andere rechtspersonen, de rechtspersoon bestuurt, en de natuurlijke persoon die een rechtspersoon op de markt vertegenwoordigt, dienen gerechtigd te zijn in Nederland arbeid te verrichten.
a. een handelingsbekwame natuurlijke persoon die ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en die tevens gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten; b. een rechtspersoon die ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De natuurlijke persoon die, al dan niet door middel van andere rechtspersonen, de rechtspersoon bestuurt, en de natuurlijke persoon die een rechtspersoon op de markt vertegenwoordigt, dienen gerechtigd te zijn in Nederland arbeid te verrichten.
2.Er kan per persoon maximaal één vergunning per markt verleend worden.
2.Er kan per persoon maximaal één vergunning per markt verleend worden.
3.Een vergunning voor een standplaats op een markt, bedoeld in Artikel 2.1.2, aanhef en onder a tot en met d, kan worden geweigerd:
3.Een vergunning voor een standplaats op een markt, bedoeld in artikel 2.1.2, aanhef en onder a tot en met d, kan worden geweigerd:
a. indien de aanvrager als vergunninghouder, of degene die hem als vergunninghouder heeft vervangen, vertegenwoordigd of bijgestaan, zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepaling heeft overtreden;
a. als de aanvrager als vergunninghouder, of degene die hem als vergunninghouder heeft vervangen, vertegenwoordigd of bijgestaan, zich bij het innemen van een eerdere standplaats op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepaling heeft overtreden; b. als de aanvrager als vergunninghouder, of degene die hem als vergunninghouder heeft vervangen, in een periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag zijn standplaats niet ten minste tien maal per dertien weken heeft ingenomen. Dit met inachtneming van artikel 2.6.3.
b. indien de aanvrager als vergunninghouder of zijn vervanger als vergunninghouder zijn standplaats niet ten minste tien maal per dertien weken heeft ingenomen, met inachtneming van Artikel 2.6.3; c. indien de aanvrager als vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat
wordt geheven op grond van artikel 228 van de Gemeentewet; d. indien de aanvrager als vergunninghouder of zijn vervanger of vertegenwoordiger als vergunninghouder de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt. 4.Onverminderd het bepaalde in Afdeling 2.3 en Afdeling 2.4 neemt het college bij het nemen van besluiten omtrent het verlenen van standplaatsvergunningen voor een markt het geldende inrichtingsplan in acht.
4.Onverminderd het bepaalde in Afdeling 2.3 en Afdeling 2.4 neemt het college bij het nemen van besluiten omtrent het verlenen van standplaatsvergunningen voor een markt het geldende inrichtingsplan in acht.
Artikel 2.3.1.(artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.3.1 Selectiestelsel 1.Voor de toekenning van een vaste standplaatsvergunning wordt het selectiestelsel gehanteerd.
Artikel 2.3.1 Selectiestelsel 1.Voor de toekenning van een vaste standplaatsvergunning wordt het selectiestelsel gehanteerd.
2.Het college maakt ten minste een keer per jaar en zoveel vaker als gewenst bekend dat voor de markt één of meer vaste standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning binnen een daartoe gestelde termijn daarvoor een aanvraag kunnen indienen. Indien een aanvraag buiten de daarvoor gestelde termijn binnenkomt, wordt de aanvraag meegenomen bij de reacties op de eerstvolgende bekendmaking.
2.Het college maakt ten minste een keer per jaar en zoveel vaker als gewenst bekend dat voor de markt één of meer vaste standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning binnen een daartoe gestelde termijn daarvoor een aanvraag kunnen indienen. Indien een aanvraag buiten de daarvoor gestelde termijn binnenkomt, wordt de aanvraag meegenomen bij de reacties op de eerstvolgende bekendmaking.
3.De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving in de vakbladen en op de websites van de markt en de gemeente.
3.De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving in de vakbladen en op de websites van de markt en de gemeente.
4.Het college legt de aanvragen om advies voor aan een selectiecommissie van drie personen, bestaande uit een marktmeester en twee afgevaardigden van de marktondernemers. De afvaardiging van de marktondernemers wordt per selectieronde via loting uit een pool van gekozen marktondernemers vastgesteld. De pool van tien marktondernemers (zowel CVAHleden als niet CVAH-leden) wordt een keer per
4.Het college legt de aanvragen om advies voor aan een selectiecommissie van drie personen, bestaande uit een marktmeester en twee afgevaardigden van de marktondernemers. De afvaardiging van de marktondernemers wordt per selectieronde via loting uit een pool van gekozen marktondernemers vastgesteld. De pool van tien marktondernemers (zowel CVAHleden als niet CVAH-leden) wordt een keer per
jaar gekozen tijdens een standplaatshoudersvergadering.
jaar gekozen tijdens een standplaatshoudersvergadering.
5.Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten:
5.Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten:
a. het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment; b. de uitstraling van de uitstalling;
a. het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment; b. de kwaliteit en de uitstraling van de uitstalling; c. de ondernemerservaring van de gegadigde; d. de motivatie voor het innemen van een standplaats in de gemeente Deventer; e. bij de gegadigde is sprake van maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen;
c.
het marktverleden van de gegadigde (ook in andere gemeenten);
d. bij de gegadigde is sprake van maatschappelijk verantwoord ondernemen; e. het aantal jaren dat de aanvrager in loondienst is (minimaal twee jaar) of functioneert als (mede-) eigenaar (minimaal twee jaar) bij een vergunninghouder die op grond van Artikel 2.3.5 zijn vergunning wil overschrijven; f. de mate waarin de marktondernemer klanten trekt.
f.
de kwaliteit van de dienstverlening.
Per aspect worden maximaal 20 punten toegekend. Aanvragers komen in aanmerking in de volgorde van het aantal toegekende punten. Indien in totaal niet meer dan 60 punten worden toegekend wordt de aanvraag niet verder behandeld. Als meerdere aanvragers hetzelfde aantal punten toegekend hebben gekregen wordt de uitslag volgens loting vastgesteld.
Per aspect worden punten toegekend. Er zijn maximaal 120 punten toe te kennen. Aanvragers komen in aanmerking in de volgorde van het aantal toegekende punten. Als in totaal niet meer dan 60 punten worden toegekend wordt de aanvraag niet verder behandeld. Als meerdere aanvragers hetzelfde aantal punten toegekend hebben gekregen wordt de uitslag volgens loting vastgesteld.
6.De beslistermijn als bedoeld in Artikel 9.2.1 vangt in afwijking van dat artikel aan op de dag na het verlopen van de termijn bedoeld in het tweede lid, waarbinnen aanvragen voor vaste standplaatsvergunningen kunnen worden ingediend.
6.De beslistermijn als bedoeld in Artikel 9.2.1 vangt in afwijking van dat artikel aan op de dag na het verlopen van de termijn bedoeld in het tweede lid, waarbinnen aanvragen voor vaste standplaatsvergunningen kunnen worden ingediend.
7.Onverminderd het bepaalde in Artikel 2.1.4 blijven het vierde en vijfde lid buiten toepassing indien er slechts één aanvraag binnenkomt.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.4 blijft het bepaalde in het vierde lid buiten toepassing als er slechts één aanvraag binnenkomt.
8.Indien er geen gegadigde is voor een vrijgekomen standplaats kan de vaste vergunninghouder van een aangrenzende vaste standplaats, die te kennen heeft gegeven
8.Indien er geen gegadigde is voor een vrijgekomen standplaats kan de vaste vergunninghouder van een aangrenzende vaste standplaats, die te kennen heeft gegeven
uitbreiding van zijn standplaats te willen, in aanmerking komen voor toewijzing.
uitbreiding van zijn standplaats te willen, in aanmerking komen voor toewijzing.
Artikel 2.3.5 (Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.3.5 Overschrijven vaste standplaatsvergunning 1.Wanneer de vergunninghouder niet langer zelf van de vergunning gebruikt wenst te maken is het selectiestel van Artikel 2.3.1 van toepassing, behoudens het gestelde in het tweede lid.
Artikel 2.3.5 Overschrijven vaste standplaatsvergunning 1.Wanneer de vergunninghouder niet langer zelf van de vergunning gebruikt wenst te maken is het selectiestelsel van Artikel 2.3.1 van toepassing, behoudens het gestelde in het tweede lid.
2.Als de houder van een vaste standplaatsvergunning arbeidsongeschikt is verklaard, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is overleden of onder curatele is gesteld, dan kan het college op aanvraag van vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van:
2.Als de houder van een vaste standplaatsvergunning arbeidsongeschikt is verklaard, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is overleden of onder curatele is gesteld, dan kan het college op aanvraag van vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van:
a. zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont; b. zijn kind; c. een medewerker van de vergunninghouder als deze tenminste twee jaar in loondienst heeft gewerkt bij vergunninghouder; of d. een maat, vennoot of bestuurder die volgens het handelsregister minimaal twee jaar samen met vergunninghouder onderdeel heeft uitgemaakt van een maatschap, vennootschap onder firma of privaatrechtelijke rechtspersoon gericht op de exploitatie van de standplaats.
a. zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont; b. zijn kind; c. een medewerker van de vergunninghouder als deze tenminste twee jaar in loondienst heeft gewerkt bij vergunninghouder; of d. een maat, vennoot of bestuurder die volgens het handelsregister minimaal twee jaar samen met vergunninghouder onderdeel heeft uitgemaakt van een maatschap, vennootschap onder firma of privaatrechtelijke rechtspersoon gericht op de exploitatie van de standplaats.
De aanvraag tot overschrijving wordt binnen twee maanden na arbeidsongeschiktheid, het overlijden of de onder curatelestelling ingediend.
De aanvraag tot overschrijving wordt binnen twee maanden na arbeidsongeschiktheid, het overlijden of de onder curatelestelling ingediend.
3.Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 2.3.1, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 2.3.1, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.
3.Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 2.3.1, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 2.3.1, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.
4.Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen.
4.Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen.
5.De aanvraag tot overschrijving wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan de eisen waaraan een houder van een vaste standplaatsvergunning volgens Hoofdstuk 2 moet voldoen.
5.De aanvraag tot overschrijving wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan de eisen waaraan een houder van een vaste standplaatsvergunning volgens Hoofdstuk 2 moet voldoen.
6.De overschrijving van de vaste standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de selectieprocedure van Artikel 2.3.1.
6.De overschrijving van de vaste standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de selectieprocedure van Artikel 2.3.1.
7.Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze ingetrokken.
7.Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze ingetrokken.
Artikel 5.1.1 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.1.1 Verbod en omgevingsvergunning 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht; c. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon.
Artikel 5.1.1 Verbod en omgevingsvergunning 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht; c. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon.
2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college; b. iepen aangetast door de iepziekte; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;
2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college; b. iepen aangetast door de iepziekte; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;
d. dunning in een aaneengesloten houtopstand met een oppervlakte van ten minste 100 m²; e. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; f. houtopstanden waarop afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is; g.dode houtopstanden
d. dunning in een aaneengesloten houtopstand met een oppervlakte van ten minste 100 m²; e. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; f. houtopstanden waarop afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is.
Artikel 8.1.2 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8.1.2 Uitwegen 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
Artikel 8.1.2 Uitwegen 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg; d. verandering te brengen in het gebruik van een bestaande uitweg naar de weg.
2.De omgevingsvergunning kan worden geweigerd of onder voorschriften worden verleend:
2.De omgevingsvergunning kan worden geweigerd of onder voorschriften worden verleend:
a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; b. indien de uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of anderszins in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. ter bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente; e. indien er al sprake is van een andere uitweg van het betreffende perceel; f. ter bescherming van de waterhuishouding.
a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; b. indien de uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of anderszins in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. ter bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente; e. indien er al sprake is van een andere uitweg van het betreffende perceel; f. ter bescherming van de waterhuishouding.
3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Na Artikel 8.1.2 wordt een nieuw artikel ingevoegd (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) dat luidt: Bestaande tekst .
Nieuwe tekst Artikel 8.1.2a Beperking geldigheidsduur In afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.5 vervalt de vergunning als bedoeld in artikel 8.1.2, eerste lid, als daarvan niet binnen drie jaar na onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt.
Toelichting Artikel I, onderdeel A Artikel 2.1.4, derde lid, bevat weigeringsgronden van een standplaatsvergunning op de markt. Dit lid is bedoeld om een aanvraag te kunnen weigeren als de aanvrager of degene die hem als vergunninghouder heeft vervangen of bijgestaan, bij een eerdere standplaats op de markt in de gemeente Deventer er een potje van heeft gemaakt. Bij een bestaande vaste standplaatsvergunning wordt eerst het sanctieprotocol gevolgd met waarschuwingen. Het intrekken van een vergunning (artikel 2.3.6) is een laatste middel. Desalniettemin wil het college de mogelijkheid hebben bij eerder wangedrag of bedrog of het veelvuldig niet innemen van een standplaats een nieuwe vergunning voor een standplaats te kunnen weigeren. Met de wijziging wordt verduidelijkt dat het gaat om een eerder ingenomen standplaats op de markt in Deventer. Bij eerder wangedrag of bedrog wordt aan de hand van de zwaarte, aard en omvang van het wangedrag of bedrog bepaald of de weigeringsgrond van toepassing is. Voor het veelvuldig niet innemen van een standplaats geldt een periode van 2 jaar voorafgaande aan de nieuwe aanvraag. De twee andere weigeringsgronden worden geschrapt omdat ze bij nader inzien minder passend en niet nodig zijn. In die gevallen is het volgen van het sanctieprotocol met waarschuwingen met uiteindelijk eventueel een intrekking van de vergunning voldoende.
Artikel I, onderdeel B Het toewijzen van marktstandplaatsen vindt plaats middels het selectiestelsel. Aan de hand van enkele selectiecriteria beoordeelt een selectiecommissie bestaande uit marktkooplieden en marktmeesters welke aanvrager voor de vrijkomende standplaats in aanmerking komt, ook als er sprake is van één aanmelding op een vrijgekomen standplaats. Het inzetten van de selectiecommissie bij één enkele aanvraag wordt met deze wijziging geschrapt. De marktmeesters zelf beoordelen of de gegadigde de vereiste minimale 60 punten behaalt. In de praktijk blijkt de invulling van de selectiecriteria onvoldoende duidelijk te zijn en op punten ook achterhaald. De criteria zijn op onderdelen te vaag en onvoldoende concreet te maken om punten toe te kunnen kennen. Bovendien ontbreekt een gemeentelijk beleidsuitgangspunt als duurzaamheid als criterium. Daarom is gekeken hoe de bestaande selectiecriteria gemoderniseerd en verduidelijkt kunnen worden en hoe daar punten aan kunnen worden toegekend. Toegevoegd is de kwaliteit van de uitstalling, waarbij geacht moet worden aan een verkoopinrichting van stevige materialen die bestand is tegen regen en wind. In plaats van marktverleden is gekozen voor het bredere 'ondernemerservaring van gegadigde'. Verder worden naast maatschappelijk verantwoord ondernemen ook punten toegekend aan duurzaam ondernemen. Daarbij gaat het o.a.
om gebruik van zero-emissie voertuigen, gebruik van energiezuinige apparatuur, maar ook aan de mate waarin duurzame producten worden verkocht. Tot slot wordt voorgesteld 'de mate waarin de marktondernemer klanten trekt' te vervangen door 'de kwaliteit van de dienstverlening'. Kan er b.v. gepind worden of is een kraam toegankelijk voor mindervaliden. Artikel I, onderdeel D Met deze wijziging wordt een eerdere wijziging van de Vfl waarin het kappen van dode bomen vergunningvrij is geworden, teruggedraaid. Doordat het kappen van dode bomen vergunningsvrij is, vindt er geen controle plaats of bomen daadwerkelijk dood zijn of niet. Niet vastgesteld kan worden of een boom daardoor terecht zonder omgevingsvergunning wordt gekapt. Ook kan er voor het kappen van vergunningvrije bomen geen herplantverplichting opgelegd worden. Omdat we zuinig zijn op bomen in Deventer, en het college daar waar nodig herplant op wil kunnen leggen wordt het kappen van dode bomen weer vergunningplichtig. Artikel I, onderdeel E Nadat een uitweg met vergunning is gerealiseerd, kan de behoefte of noodzaak bestaan om deze uitweg te veranderen. Het veranderen van een uitweg is vergunningplichtig. Uitgangspunt zou moeten
zijn dat ook bij een verandering van het gebruik van een uitweg opnieuw een omgevingsvergunning nodig is en zo getoetst kan worden aan de weigeringsgronden. Een verandering van het gebruik kan leiden tot een aanzienlijke toename van het verkeer op de uitweg. Bijvoorbeeld een uitweg die oorspronkelijk slechts incidenteel werd gebruikt voor agrarische doeleinden (toegang tot een weiland) wijzigt in een uitweg naar een drukbezocht bedrijf. De oorspronkelijke uitwegvergunning is niet getoetst op dit gebruik. Dit nieuwe gebruik verhoogt het risico op verkeersonveilige situaties, zeker als de uitweg uitkomt op een drukke weg of op een plek met beperkt zicht, of fietspaden of voetpaden kruist. Zonder toetsing vooraf ontbreekt de mogelijkheid om de uitweg aan te passen aan de nieuwe verkeerssituatie. Wanneer bestaande uitwegen zonder toetsing wezenlijk intensiever gebruikt mogen worden, ontstaat rechtsongelijkheid. Het beheer van een uitweg ligt bij de gemeente. Zwaarder gebruik van een uitweg kan ervoor zorgen dat het gebruikte bestratingsmateriaal of wegmeubilair daarop aangepast moet worden. Een vergunningplicht geeft het college de kans om deze effecten mee te wegen en eventueel in te grijpen of aanvullende eisen te stellen.
Artikel I, onderdeel F Vanuit de praktijk bestaat de behoefte om, net als bij omgevingsvergunningen voor het kappen van bomen, de geldigheidsduur van omgevingsvergunning voor het aanleggen of veranderen van uitwegen te beperken tot 3 jaar na onherroepelijk worden. Dit voorkomt dat na jaren gebruik wordt gemaakt van een oude vergunning en de omstandigheden waaronder de vergunning eerder is verleend, zijn veranderd. Artikel II van het wijzigingsbesluit De wijzigingsverordening bevat geen overgangsrecht.