2025-469 OER Omgevingsvisie - Beoordeling koersdocument op de Sustainable Development Goals
Tekst van het document
OER Omgevingsvisie Deventer Beoordeling koersdocument op de Sustainable Development Goals
Gemeente Deventer 3 juni 2025
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
OER Omgevingsvisie Deventer Gemeente Deventer
Beoordeling koersdocument op de Sustainable Development Goals Concept 01 3 juni 2025 142929/25-008.729
142929 John Hekman Anke Springer
Cyntha Nijmeijer, Jet van de Merwe, Bart Lukkes Jacobiene Ritsema John Hekman
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Doel van dit rapport
5
1.2
Prioritaire SDGs van de Gemeente Deventer
5
1.3
Relatie van dit rapport met de OER Deventer
6
2
AANPAK EN METHODE
7
2.1
Stap 1 - bepalen van indicatoren per prioritaire SDG
7
2.2
Stap 2 - effecten van het VKA op de prioritaire SDGs
7
2.3
Stap 3 - risico-inventarisatie niet-prioritaire SDGs
8
3
RESULTATEN
9
3.1
Indicatoren per SDG
9
3.2
Effecten van het koersdocument op de prioritaire SDG’s
12
3.2.1 3.2.2
Sociaaleconomische impact - SDG 1 (Geen armoede), 8 (Waardig werk en economische groei) en 10 (Ongelijkheid verminderen) Ontwikkeling van een duurzame samenleving - SDG11 (Duurzame steden en gemeenschappen) en SDG12 (Verantwoorde consumptie en productie)
12 16
3.3
Risico-inventarisatie niet-prioritaire SDGs
18
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
21
4.1
Conclusie
21
4.2
Knoppen om aan te draaien om de bijdrage aan de SDGs te vergroten
21
4.3
Overige aanbevelingen
23
Laatste pagina
23
Bijlage(n) I
Nederlands Gedefinieerde sub-doelen van de SDGs
Aantal pagina's 3
1 INLEIDING 1.1
Doel van dit rapport
Dit rapport beschrijft de effecten van de maatregelen uit het koersdocument van de Gemeente Deventer op de Sustainable Development Goals (SDGs)1. Hoewel de gemeente Deventer zich richt op alle SDGs, gaat dit rapport specifiek in op de prioritaire SDGs (zie paragraaf 1.2) die door de gemeente zijn geselecteerd. Voor de niet-prioritaire SDGs is een beknopte risico-inventarisatie uitgevoerd. Op basis van de bevindingen zijn ‘knoppen’ geïdentificeerd waaraan Deventer kan draaien om de bijdrage aan de prioritaire SDGs te vergroten.
1.2
Prioritaire SDGs van de Gemeente Deventer
De gemeente Deventer heeft vijf prioritaire SDGs gekozen om haar beleid op te richten. Deze SDGs zijn internationaal erkende doelen en bieden een raamwerk waarmee de gemeente haar strategie kan afstemmen op duurzame ontwikkeling. De geprioriteerde SDGs zijn in twee categorieën te verdelen: - SDG 1, 8, 10 als ‘sociaaleconomische impact’; - SDG 11, 12 ‘ontwikkeling van een duurzame samenleving’. We beschrijven hieronder hoe elk van deze doelen relevant is voor het gemeentelijk beleid en hoe ze kunnen bijdragen aan een duurzame en inclusieve toekomst voor de stad. Elke SDG bestaat uit een aantal subdoelen, deze staan vermeld in bijlage I. SDG 1: Geen armoede Deze SDG richt zich op het uitbannen van armoede in al haar vormen. Voor Deventer betekent dit dat het gemeentelijk beleid zich richt op het verbeteren van sociale voorzieningen en het creëren van werkgelegenheid om economische kansen te vergroten en armoede te verminderen. SDG 8: Waardig werk en economische groei Deze SDG richt zich op het bevorderen van duurzame economische groei, het creëren van inclusieve en productieve werkgelegenheid en het waarborgen van goede werkomstandigheden voor alle mensen. Deventer streeft naar het stimuleren van duurzame economische groei door middel van het bevorderen van eerlijke arbeidsomstandigheden en het ondersteunen van lokale ondernemers, MKB en duurzame industrieën.
SDG 10: Ongelijkheid verminderen Deze SDG heeft als doel om zowel binnen landen als tussen landen ongelijkheid te verminderen door beleidsmaatregelen te bevorderen die zorgen voor gelijke kansen en de sociale, economische en politieke inclusie van alle mensen (‘leave no one behind’).
1
De Nederlandse definitie van de SDGs staat op https://www.sdgnederland.nl/.
5 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Door inclusieve beleidsmaatregelen te implementeren, wil Deventer sociale ongelijkheid verkleinen en ervoor zorgen dat alle inwoners toegang hebben tot dezelfde kansen en middelen. SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen Deze SDG richt zich op het inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam maken van steden en dorpen, met aandacht voor het verbeteren van de leefkwaliteit en het bevorderen van duurzame stedelijke planning en ontwikkeling. Voor Deventer betekent dit dat stedelijke ontwikkeling en infrastructuur worden ontworpen met aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid. SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie Deze SDG heeft als doel om duurzame consumentengewoonten en productieprocessen te bevorderen, met aandacht voor het efficiënt gebruik van hulpbronnen, het verminderen van afval en het verminderen van de ecologische voetafdruk om zo de impact op het milieu te minimaliseren. Het gemeentelijk beleid draagt hieraan bij door het bevorderen van circulaire economie-principes en duurzame consumptiepatronen, wat leidt tot een verkleinde ecologische voetafdruk.
1.3
Relatie van dit rapport met de OER Deventer
Deze beoordeling op de bijdrage aan de SDGs is een aanvulling op de Omgevings-Effect Rapportage (OER) van Deventer. Terwijl de OER zich richt op ruimtelijke en milieukundige inzichten, biedt deze rapportage een verdiepingsslag door te evalueren hoe de maatregelen en koers van de omgevingsvisie bijdragen aan de SDGs 1, 8, 10, 11, 12. De OER beoordeelt zowel de alternatieven als het koersdocument. Deze SDG-beoordeling gaat alleen over het koersdocument, zie Afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1 Relatie van deze SDG-beoordeling met de OER
6 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
2 AANPAK EN METHODE De SDG-beoordeling bestaat uit drie stappen: 1 bepalen van indicatoren per prioritaire SDG waarop de beoordeling wordt uitgevoerd; 2 effectbepaling prioritaire SDGs: welke effecten heeft het koersdocument op de prioritaire SDGs?; 3 risico-inventarisatie niet-prioritaire SDGs: welke mogelijke negatieve neveneffecten heeft het koersdocument op de niet-prioritaire SDGs? De paragrafen hieronder lichten de aanpak en methode voor deze stappen nader toe.
2.1
Stap 1 - bepalen van indicatoren per prioritaire SDG
In stap 1 van de SDG-beoordeling zijn relevante indicatoren geïdentificeerd, voor elke SDG. Deze stap omvat de volgende onderdelen: 1 literatuurstudie: Door middel van een literatuurstudie naar bestaande studies, rapportages en richtlijnen met betrekking tot de SDGs hebben wij relevante indicatoren geïdentificeerd, die in de context van de Gemeente Deventer van toepassing zijn. De indicatoren komen bijvoorbeeld uit de monitor Brede Welvaart, onderzoeksrapport ‘Eigentijdse ongelijkheid’ van het SCP en van SDG Nederland; 2 scope: Bij het vaststellen van de indicatoren hebben we gefocust op indicatoren waarop het koersdocument van Deventer daadwerkelijk invloed heeft. Dit betekent dat we alleen indicatoren die direct gerelateerd zijn aan de doelstellingen uit het koersdocument hebben gekozen, om een helder verband te leggen tussen de beleidsmaatregelen en de beoogde effecten op de SDGs. Er zijn dus meer indicatoren relevant voor de SDGs, denk hierbij aan ‘onderwijsniveau’ voor SDG 10, maar omdat het koersdocument hier geen invloed op heeft, hebben we deze niet opgenomen in de lijst met indicatoren; 3 toetsing: Vervolgens zijn we nagegaan of Deventer de geselecteerde indicatoren al monitort (bijvoorbeeld in de Staat van Deventer).
2.2
Stap 2 - effecten van het VKA op de prioritaire SDGs
Met behulp van expertoordeel en redeneerlijnen hebben we per prioritaire SDG stapsgewijs het schema uit afbeelding 2.1 ingevuld. Dit schema is gebaseerd op de SEIS-methodiek, uitgewerkt binnen het consortium van NL2120 en gebaseerd op de sociaaleconomische impactsanalyse van Wageningen Social & Economic Research. Het SEIS-schema, dat staat voor 'Sociaaleconomische Impact Scan', stelt ons in staat om op een geïntegreerde en gestructureerde manier naar de impact van beleidsmaatregelen te kijken. Het helpt bij het identificeren van verbanden tussen fysieke omgevingseffecten en maatschappelijke effecten, tussen verschillende doelen en geeft de (kwalitatieve) bijdrage aan de verschillende SDGs schematisch weer. De onderste drie balken (koersdocument, maatregelen en (indirecte) impact op de omgeving) komen grotendeels uit het koersdocument en de OER. Waar relevant hebben we in de oranje balk ook indirecte effecten op de leefomgeving toegevoegd. Vervolgens hebben we de relevante sociaaleconomische indicatoren (zie stap 1) ingevuld in de gele balk. Ten slotte hebben we bepaald hoe deze sociaaleconomische indicatoren en de impact op omgeving de SDGs beïnvloeden.
7 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Afbeelding 2.1 Schematische weergave effecten van het VKA op de prioritaire SDGs (SEIS methodiek, NL2120 ism Wageningen Social & Economic Research)
2.3
Stap 3 - risico-inventarisatie niet-prioritaire SDGs
Aan de hand van het Rad van de Leefomgeving van het koersdocument (uit de OER) en een expertsessie zijn de risico’s van het VKA op de niet-prioritaire SDGs, waar Deventer invloed op heeft, geïnventariseerd. Deelnemers aan de expertsessie waren een milieukundig expert en een sociaaleconomisch expert. Deze risico’s zijn per niet-prioritaire SDG kort omschreven.
8 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
3 RESULTATEN Dit hoofdstuk geeft de resultaten voor elk van de stappen uit hoofdstuk 2 weer; paragraaf 3.1 geeft het overzicht van de indicatoren per SDG, paragraaf 3.2 licht de bijdrage van het koersdocument aan de prioritaire SDGs toe, en paragraaf 3.3 geeft een overzicht van de risico’s op de niet-prioritaire SDGs.
3.1
Indicatoren per SDG
Tabel 3.1 tot en met Tabel 3.5 geven de indicatoren weer voor elke SDG. In de tabellen is ook de bron van de indicatoren weergegeven en is aangegeven of Deventer al monitort op de betreffende indicatoren.
Tabel 3.1 Indicatoren SDG 1 - geen armoede Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Vermogen in de woning.
SCP rapport eigentijdse ongelijkheid.
~~ Huur-, koopwoningen percentage.
Monitor brede welvaart.
Ja
Monitor brede welvaart.
Nee
SCP rapport eigentijdse ongelijkheid.
Nee
Negatief; huurder met huurtoeslag; huurder zonder huurtoeslag; positief, eerste terciel; tweede terciel; derde terciel (overwaarde van €284.274 of meer). Besteedbaar inkomen. Euro per huishouden per jaar. Percentage bevolking onder armoedegrens. % Mate van hulp met geld, werk, instanties. Schaal: netwerk kan helpen met geld, werk vinden, medisch advies, overheidsregelingen (in zes categorieën).
Tabel 3.2 Indicatoren SDG 8 - waardig werk en economische groei Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Sociaaleconomische positie
SCP rapport eigentijdse ongelijkheid.
~~ Niet werkend, werkzoekend, student.
(Niet-werkend; werkzoekend; (pre)pensioen; student; in tijdelijke loondienst; zelfstandige zonder personeel; in vaste loondienst; zelfstandige met personeel).
9 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Besteedbaar inkomen.
Monitor brede welvaart.
Ja
SDG Nederland.
Nee
Euro per huishouden per jaar. Groei economische productiviteit. % per jaar.
Tabel 3.3 Indicatoren SDG 10 - ongelijkheid verminderen Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Discriminatiegevoelens
Monitor brede welvaart.
Nee
Monitor brede welvaart.
Nee
SCP rapport eigentijdse ongelijkheid.
~~ Huur-, koopwoningen percentage.
Expertoordeel
Ja, meerdere indicatoren.
Brede Welvaart en Mobiliteit, PBL1.
Nee
SCP rapport eigentijdse ongelijkheid.
Nee
% van de bevolking >15j dat discriminatiegevoelens ervaart. Inkomensongelijkheid - 80/20 inkomstenratio. De 80/20-ratio vergelijkt het inkomen van de rijkste 20% van de bevolking (het 5e kwintiel) met dat van de armste 20% (het 1e kwintiel). Vermogensongelijkheid - vermogen in de woning. negatief; huurder met huurtoeslag; huurder zonder huurtoeslag; positief, eerste terciel; tweede terciel; derde terciel (overwaarde van €284.274 of meer). Ongelijkheid in de kwaliteit van de woonomgeving. Verschil op wijk- en buurtniveau van veiligheid, groen, luchtkwaliteit, geluidsoverlast, voorzieningen, bereikbaarheid. Mobiliteitsongelijkheid % inwoners dat vervoersarmoede ervaart. Participatiegraad % inwoners dat actief deelneemt aan de samenleving (bijv. % inwoners dat niet/misschien gaat stemmen).
1
https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2021-brede-welvaart-en-mobiliteit-3986_0.pdf
10 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Tabel 3.4 Indicatoren SDG 11 - duurzame steden en gemeenschappen Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Adequate en betaalbare huisvesting en basisdiensten.
SDG Nederland (11.1, 11.2) - Monitor Brede welvaart.
Ja (bijv. Kijk op de wijk, woningmarktmonitor). Woningwaarde, inkomensgemiddeldes etc.
SDG Nederland (11.6, 11.a, 11.b).
Nee
SDG Nederland (11.4).
Ja (bijv. Kijk op de wijk). Monitoring is kwalitatief.
SDG Nederland (11.3, 11.6, 11.b).
Beperkt. Uitgebreidere monitoring wenselijk.
SDG Nederland (11.5, 11.6).
Indirect, monitoring is kwalitatief. Ruimte voor de rivieren.
SDG Nederland (11.2, 11.7)
Duurzaamheid wel, toegankelijkheid niet in monitor.
Δ% Thuiswonende volwassenen. % zeer tevreden met woning en leefomgeving, Δ% van besteedbaar inkomen. (Duurzame) Economische productiviteit. %Groei * %Duurzame productiviteit. Behoud van (regionaal) Erfgoed. Behoud van cultuur, landschappelijke en andere waarde in het midden van de regionale ontwikkelingen. Duurzaam beheer nat. Hulpbronnen. Reductie nadelige impact stad en ontwikkeling. Geïntegreerde plannen en beleidslijnen hulpbrongebruik, mitigatie en klimaatverandering . Veiligheid Verminderen van getroffenen en impact door rampen. Gezonde inclusieve leefomgeving. %Toegankelijkheid, duurzaamheid vervoerssystemen. Universele toegang tot groene en openbare ruimte.
Tabel 3.5 Indicatoren SDG 12 - verantwoorde consumptie en productie Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Duurzaamheidsbewustzijn
SDG Nederland (12.8).
Nee
SDG Nederland (12.5, 12.6, 12.7, 12.b, 12.c).
Gasgebruik, brandstofgebruik wordt gemonitord. Gebruik van duurzame grondstoffen en water niet zichtbaar in staat van Deventer.
SDG Nederland (12.1, 12.6, 12.7).
Nee
SDG Nederland (12.4, 12.b).
Ja, verdieping is mogelijk.
Beschikbaarheid en kennis relevante duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur. Duurzaam beheer nat. Hulpbronnen. % gebruik hernieuwbare grondstoffen, % gebruik fossiele brandstoffen t.o.v. duurzame alternatieven, Waterbeheer (Δ% waterbeschikbaarheid). (Duurzame) economische productiviteit. % groei * % duurzame productiviteit. Impact Afval & Milieu. Milieu-impact van bedrijvigheid, woningen en andere factoren op leefomgeving. Emissies, gevaarlijke stoffen, bodemkwaliteit.
11 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Indicator
Bron
Monitort Deventer hier al op? (Staat van Deventer)
Gezonde leefomgeving.
SDG Nederland (12.4).
Ja
Impact van omgevingsfactoren op gezondheid. Geluid, stank, emissies, veiligheid.
3.2
Effecten van het koersdocument op de prioritaire SDG’s
We hebben de vijf prioritaire SDGs geclusterd tot één cluster gefocust op sociaaleconomische impact (SDG 1, 8 en 10) en één cluster gefocust op ontwikkeling van een duurzame samenleving (SDG 11 en 12). De paragrafen hieronder lichten per cluster de effecten van het koersdocument op de SDGs toe.
3.2.1
Sociaaleconomische impact - SDG 1 (Geen armoede), 8 (Waardig werk en economische groei) en 10 (Ongelijkheid verminderen)
Afbeelding 3.1 geeft het effect van de maatregelen uit het koersdocument op SDG 1, 8 en 10 schematisch weer. Dit schema biedt een visuele weergave van de relaties tussen de verschillende maatregelen, hun bedoelde en onbedoelde effecten op de SDG’s en de bijbehorende indicatoren. Het schema maakt visueel inzichtelijk aan welke SDG(s) het koersdocument de grootste bijdrage levert (groene pijlen), welke SDG(s) ‘achterblijft’ (rode, grijze pijltjes). Een oranje pijl geeft aan dat er zowel positieve als negatieve effecten zijn. Verder zijn de effecten van invloed weergegeven in de gele kaders. Onder het figuur staan alle verbanden toegelicht in tabel 3.6. Deze tabel bevat de specifieke maatregelen die betrekking hebben op SDG 1, 8 en 10 en licht het effect van die maatregelen op de SDGs aan de hand van indicatoren toe. De tabel maakt mogelijke spanningen of trade-offs tussen de verschillende SDG's inzichtelijk, zodat er een helder beeld ontstaat van hoe de gemeentelijke strategieën elkaar beïnvloeden.
Afbeelding 3.1 Effecten van het koersdocument op SDG 1, 8 en 10
12 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Tabel 3.6 Toelichting beoordeling van de bijdrage aan SDGs 1, 8 en 10 Maatregel
SDG 1
10.000 diverse en betaalbare woningen.
Meer (betaalbare, kleine) woningen voor jongeren, starters en ouderen. De bedoeling is dat dit leidt tot doorstroming en dus vrijkomen van gezinswoningen. Toevoeging van woningen aan de woningvoorraad heeft een positief effect op de indicator ‘vermogen in de woning’, omdat het van positieve invloed is als er meer mensen eigenaar kunnen worden (opbouw overwaarde);
Een risico is dat schaarste aan sociale huurwoningen leidt tot ongelijkheid in de kwaliteit van de leefomgeving, wat een negatief effect heeft op het verminderen van ongelijkheid.
Het ondersteunen van kwetsbare groepen kan gezien worden als ‘hulp met geld, werk en instanties’. Dit heeft een positief effect op het terugdringen van armoede.
Afhankelijk van de invulling van de ondersteuning draagt dit bij aan de vermindering van de ‘ongelijkheid in kwaliteit van de leefomgeving’ door het bevorderen van gelijke toegang tot kansen en middelen. Deze maatregel is echter nog niet concreet gemaakt.
Ondersteunen kwetsbare doelgroepen.
SDG 8
SDG 10
Wanneer sociale huurwoningen schaars blijven, zijn huishoudens met lagere inkomens vaak gedwongen om te wonen in minder aantrekkelijke of slechter onderhouden wijken en verhuizen hogere inkomensgroepen naar betere buurten.
Ook is het de vraag of deze maatregel de participatiegraad in de samenleving verhoogt. Naar verwachting zijn daarvoor aanvullende, specifieke maatregelen gericht op de groep ‘afgehaakten’ nodig. Streven naar gemengde bevolkingssamenstelling in wijken.
Het streven naar meer gemengde wijken kan zowel een positief als negatief effect hebben op de indicator ‘hulp met geld, werk en instanties. Positief als door de gemengde samenstelling mensen met groter sociaal kapitaal hun kennis delen met mensen met kleiner sociaal kapitaal. Negatief wanneer bestaande netwerken vervreemden of verdwijnen door het vermengen van een (eerder) homogenere wijken. Het effect op SDG 1 kan dus positief of negatief uitpakken, afhankelijk van de manier waarop wijken vermengen, en ook afhankelijk van het wijktype.
Gemengde wijken kunnen discriminatiegevoelens verergeren, bijvoorbeeld als contact tussen inkomensgroepen ongelijkheid zichtbaarder maakt, wat gevoelens van onrecht of uitsluiting vergroot. Om dit te voorkomen is het noodzakelijk sociale integratie actief te stimuleren. Het streven naar een gemengde bevolkingssamenstelling in wijken betekent dat inwoners verspreid worden over wijken met een betere en slechtere leefbaarheid, ongeacht hun inkomen, achtergrond, opleidingsniveau, etc. Dit vermindert de samenhang tussen ongelijkheid op leefbaarheid, inkomensongelijkheid, en ongelijkheid op basis van afkomst. Uit de praktijk blijkt echter dat menging van wijken vaak geprobeerd wordt, maar zelden lukt. Betere wijken tekenen bezwaar aan tegen bouwplannen
13 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Maatregel
SDG 1
SDG 8
SDG 10 in hun wijk, en wanneer mensen met een groter sociaaleconomisch kapitaal naar opkomende wijken verhuizen treedt vaak gentrificatie op.
Ondersteuning MKB, ondernemers en arbeidsmarkt.
Door gerichte ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf, het stimuleren van ondernemerschap en het versterken van de arbeidsmarkt neemt de vraag naar arbeid toe. Dit draagt bij aan het terugdringen van werkloosheid en leidt tot betere sociaaleconomische posities. Betere sociaaleconomische posities dragen bij aan het verhogen van het besteedbaar inkomen, wat leidt tot minder armoede.
Ondersteuning van het MKB, ondernemers en de arbeidsmarkt leidt betere sociaal economische posities en tot ‘groei van de economische productiviteit’ omdat het bijdraagt aan beter functionerende bedrijven én een effectievere inzet van arbeid (sterkere MKBbedrijven en meer ondernemerschap / innovatie).
Bevorderen toerisme en recreatie.
Het bevorderen van de groei van toerisme en recreatie leidt tot groei van de werkgelegenheid. De werkloosheid daalt en de inkomens van Deventenaren stijgen. Als de verbetering groot genoeg is, neemt het percentage bevolking onder de armoedegrens af.
Het bevorderen van de groei van toerisme en recreatie leidt tot groei van de economische productiviteit en de werkgelegenheid. Daardoor daalt de werkloosheid, wat leidt tot hogere sociaaleconomische posities van Deventenaren en hogere inkomens.
De positieve effecten op werkloosheid en inkomen, leiden tot een verkleining van de inkomensongelijkheid.
Creëren nieuwe werkgelegenheid in circulaire en innovatieve sectoren, inclusief het structureel aantrekken van ‘young professionals’, studenten, creatieve stedelingen en praktisch geschoolden.
Het creëren van werkgelegenheid in circulaire en innovatieve sectoren draagt bij aan het terugdringen van werkloosheid en het versterken van sociaaleconomische posities. Hierdoor stijgt het besteedbaar inkomen onder bredere bevolkingsgroepen, wat armoede vermindert en de binnenlandse consumptie stimuleert.
De economische productiviteit zal groeien, vooral wanneer ondersteuning gericht is op innovatie. Innovatie stimuleert efficiëntere productieprocessen, versterkt de concurrentiepositie en leidt tot nieuwe economische activiteiten die waarde en werkgelegenheid creëren. In zeker mate geldt dit ook voor de (innovatie) circulaire sector.
Hoewel het creëren van werkgelegenheid in circulaire en innovatieve sectoren bijdraagt aan economische groei, bestaat het risico dat deze ontwikkeling inkomens- en vermogensongelijkheid vergroot. De banen vereisen vaak hogere opleidingsniveaus en technische vaardigheden, waardoor vooral hoger opgeleiden profiteren. Tegelijkertijd komt vermogensgroei voornamelijk terecht bij ondernemers en investeerders, wat leidt tot een schevere verdeling van welvaart. Zie ook paragraaf 3.2.2 voor nadere analyse van deze maatregel op duurzame stedelijke ontwikkeling.
Investeren in sociale, maatschappelijke en culturele voorzieningen.
Investeren in sociale, maatschappelijke en culturele voorzieningen heeft een duidelijk positief effect op hulp bij geld, werk en contact met instanties. De genoemde voorzieningen vormen toegankelijke hulpstructuren waar inwoners terechtkunnen
14 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Investeren in sociale, maatschappelijke en culturele voorzieningen draagt bij aan het verminderen van ongelijkheid in de kwaliteit van de leefomgeving. Het zorgt ervoor dat ook kwetsbare wijken beschikken over goede voorzieningen, versterkt sociale samenhang en verbetert
Maatregel
SDG 1
SDG 8
voor ondersteuning, begeleiding en doorverwijzing. Daarnaast bevorderen zij sociale netwerken, vertrouwen en participatie, wat de zelfredzaamheid en aansluiting bij formele hulp vergroot. Investeringen in sociale, maatschappelijke en culturele voorzieningen dragen daarmee effectief bij aan armoedebestrijding.
Verbetering leefomgeving en klimaatadaptatie.
Inzetten op STOMP voor mobiliteit.
15 | 23
SDG 10 het welzijn van bewoners. Hierdoor nemen de verschillen tussen wijken af en wordt de leefomgeving voor iedereen aantrekkelijker en gezonder en neemt ongelijkheid af. Tegelijkertijd is het de vraag of deze maatregel de participatiegraad in de samenleving verhoogt. Naar verwachting zijn daarvoor aanvullende, specifieke maatregelen gericht op de groep ‘afgehaakten’ nodig.
Doordat Deventer inzet op verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van de geluidbelasting en hittestress en het vergroenen van de stad, nemen leefomgevingsgerelateerde ziekten af en worden inwoners gestimuleerd om meer buiten te bewegen. Hierdoor neemt de fysieke gezondheid van de inwoners van Deventer toe, wat leidt tot minder werkloosheid en minder ziekteverzuim en daardoor hogere inkomens en een lager percentage inwoners onder de armoedegrens.
Doordat Deventer inzet op verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van de geluidbelasting en hittestress en het vergroenen van de stad, nemen leefomgevingsgerelateerde ziekten af en worden inwoners gestimuleerd om meer buiten te bewegen. Hierdoor neemt de fysieke gezondheid van de inwoners van Deventer toe, wat leidt tot minder werkloosheid en minder ziekteverzuim en daardoor hogere economische productiviteit, hogere sociaaleconomische posities van Deventenaren en hogere inkomens.
Of de ongelijkheid in kwaliteit van de woonomgeving verandert is onbekend, omdat de omgevingsvisie de maatregelen niet differentieert op wijk- of buurtniveau.
Door in te zetten op het STOMP-principe, worden inwoners van Deventer gestimuleerd om te lopen of te fietsen, wat bijdraagt aan de fysieke gezondheid van inwoners van Deventer. Dit leidt tot minder werkloosheid en minder ziekteverzuim en daardoor hogere inkomens en een lager percentage inwoners on de armoedegrens.
Door in te zetten op het STOMP-principe, worden inwoners van Deventer gestimuleerd om te lopen of te fietsen, wat bijdraagt aan de fysieke gezondheid van inwoners van Deventer. Dit leidt tot minder werkloosheid en minder ziekteverzuim en daardoor hogere economische productiviteit, hogere sociaaleconomische posities van Deventenaren en hogere inkomens.
Inzetten op het STOMP-principe zonder aanvullende maatregelen voor kwetsbare groepen (bijvoorbeeld mensen die minder mobiel zijn en/of lage besteedbare inkomens hebben) en mensen die voor hun werk afhankelijk zijn van de auto vergroot de mobiliteitsongelijkheid (of vervoersarmoede).
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
De gezondheidsvoordelen van verbetering van de leefomgeving en klimaatadapatie en de daaruit volgende positieve effecten op werkloosheid en inkomen, leiden tot een verkleining van de inkomensongelijkheid.
3.2.2
Ontwikkeling van een duurzame samenleving - SDG11 (Duurzame steden en gemeenschappen) en SDG12 (Verantwoorde consumptie en productie)
Afbeelding 3.2 toont schematisch de impact van de maatregelen uit het koersdocument op SDG 11 en 12. Deze visualisatie laat de relaties tussen de verschillende maatregelen en hun (on)bedoelde effecten op de SDG's en de bijbehorende indicatoren zien. Onder de afbeelding staan tabel 3.7 de verbanden uitgewerkt en bevat het specifieke maatregelen die betrekking hebben op SDG 11 en 12. In het tabel worden de effecten van deze maatregelen op de SDG's toegelicht aan de hand van indicatoren. Mogelijke spanningen of tegenstellingen tussen de SDG’s worden benoemd.
Afbeelding 3.2 Effecten van het koersdocument op SDG 11 en 12
Tabel 3.7 Toelichting beoordeling van de bijdrage aan SDGs 11 en 12 Maatregel
SDG 11 Duurzame stedelijke ontwikkeling
SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie
10.000 diverse en betaalbare woningen.
Het bouwen van nieuwe woningen, volgens de doelen die de gemeente zichzelf stelt (zoals klimaatadaptieve, energiebewuste, circulaire/biobased en natuurinclusieve woningen) heeft een sterk positief effect op een duurzame stad. Het onduidelijk is of alles werkelijk te realiseren is zoals de wens beschreven staat.
Duurzaam/hernieuwbaar bouwen vermindert de afhankelijkheid van hulpbronnen (12.2). Het heeft een positief effect op het stimuleren van duurzame lokale productie (12.6). Duurzame bebouwing springt in het oog en biedt kansen om bewustzijn te verhogen.( 12.8) Er ontbreekt een connectie naar de productie van lokale (biobased) hulpbronnen/ bouwmaterialen. Opname van deze kansen sluit materiaalstromen en versterkt de circulaire economie.
Bevorderen van duurzame mobiliteit & Minimaliseren autovervoer.
De duurzame mobiliteit heeft een positief effect op een duurzame stad, waarin de ontwikkeling van mensgerichte, participatieve, geïntegreerde en duurzame leefomgeving ruimte krijgt (11.3).
Het bevorderen van lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden vermindert de afhankelijkheid van niethernieuwbare hulpbronnen (12.2).
16 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Maatregel
SDG 11 Duurzame stedelijke ontwikkeling
SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie
Het minimaliseren van autogebruik zal ook een negatief effect hebben op inclusie van de meer auto-afhankelijke bewoners. (11.2)
Structureel aantrekken ‘young professionals’, studenten, creatieve stedelingen en praktisch geschoolden.
Poort van Deventer richt zich op startups en jonge innovatieve bedrijven met een modern gemengd werkmilieu. Daarbij wordt gekozen om het IT- en Techprofiel in de etalage te zetten met een focus op digitalisering en slimme en duurzame verstedelijking. Deze groep met hoog potentieel inkomen krijgt specifieke aandacht. Die zelfde intentie mist voor een deel bij al bestaande bedrijvigheid en de te ontwikkelen economische activiteit (bijv. agrarisch en nieuwe bedrijvigheid).
Regionaal erfgoed als fundament voor keuzes in inrichting, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling.
Het lokale erfgoed is een kernpunt in de keuze voor ontwikkeling van de stad. Dit erfgoed beslaat zowel natuur, economisch en infrastructurele beslissingen. Een sterke behouden identiteit draagt bij aan een duurzame stedelijke ontwikkeling en dient als bindmiddel van nieuwe met de bestaande stad (11.4) Echter zijn de doelstellingen rond het te behouden erfgoed soms tegenstrijdig en beperkt concreet. Zonder concretisering is de grip op behoud van erfgoed onvoldoende.
Integratie van circulaire economie in de stad & Lokale energieproductie.
Zelf opwekken van energie, zoals benoemd door middel van aquathermie, duurzame waterstof draagt actief bij aan een sterke lokale economie en verminderde afhankelijkheid van externe hulpbronnen. Bewustzijn van de beperkingen in de bestaande infrastructuur is benoemd. De benodigde uitbreiding hiervan is cruciaal een geld als een bottleneck. Hiermee is dit een belangrijke knop voor de ontwikkeling.
Deze groep kan mogelijk een bijdrage leveren aan de nieuwe duurzame/circulaire (kennis)economie. Specifieke plannen voor uitbreiding van scholen, opleidingen en kennisinstituten met specifieke focus voor opleidingen in de nieuwe economische bedrijvigheid ontbreekt terwijl de behoefte wel wordt benoemd.
Een resultaat van de versterking van het regionale erfgoed is de groei van toerisme. Toerisme kan een negatieve impact op duurzame consumptie en productie hebben (12), maar biedt ook veel economisch potentieel (zie de sociaaleconomische analyse in paragraaf 3.2.1). De keuze voor groei van toerisme is een belangrijke ‘knop’ om aan te draaien.
Naast circulair havengebied en HMClocaties zet Deventer in op hoogwaardige technische, maak- en innovatieve bedrijvigheid incl. de bijbehorende ketenbedrijvigheid. De mogelijkheden van deze ontwikkeling draagt bij aan 12.1 (duurzame actie) 12.2 (gebruik van hulpbronnen), 12.5 (afvalproductie) en 12.6 (duurzame bedrijfsvoering). Andere circulaire bedrijvigheid en het ontwikkelen van logistieke mogelijkheden hebben ook een positief effect op duurzame economische ontwikkeling. Het aantrekken van nieuwe inwoners met interesse en vaardigheden in deze sector is benoemd, echter is het niet duidelijk of er ook in lokale opleiding wordt voorzien om deze sector te voorzien van werknemers. Zie de sociaaleconomische analyse (paragraaf 3.2.1) voor de invloed van deze maatregel op werkgelegenheid, inkomen en (on)gelijkheid.
17 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Maatregel
SDG 11 Duurzame stedelijke ontwikkeling
Toegankelijke, inclusieve, groenblauwe - ontwikkeling van openbare ruimtes.
De ontwikkeling van inclusieve en duurzame stadsontwikkeling en capaciteit opbouwen voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke nederzettingen (11.3) wordt concreet, meermaals benoemd in het document. De koers heeft daarop een positief effect. De plannen zijn los gedefinieerd en beperken inzicht in de (neven)effecten. Concretere plannen bieden mogelijkheid tot beter sturen.
SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie
Hoewel het ontwikkelen van groene openbare ruimtes positief is voor de gezondheid (zie de sociaaleconomische analyse in paragraaf 3.2.1), concurreert het met de behoefte aan uitbreiding van voorzieningen, woningaanbod en mobiliteit. Het is onduidelijk hoe er omgegaan wordt met ruimtetekort. Sturen op verminderen van milieuimpact en risico’s.
Deze maatregel heeft een positief effect op 11.6 ‘Het verminderen van de nadelige impact van stedelijke ontwikkeling’ Het meten van de impact van stedelijke ontwikkeling op milieu is beperkt. Voor goede sturing zijn metingen noodzakelijk.
Water en bodem als belangrijke afweging in locatiekeuzes & Gezonde bodem.
Water- en bodemgestuurd bouwen en het verbeteren van de bodem (sponswerking) hebben positieve effecten op de beperking van wateroverlast. Er is geen concrete uitspraak op welke locatie deze maatregelen getroffen worden, terwijl de effectiviteit van deze maatregelen sterk locatieafhankelijk is. De keuzes die gemaakt worden voor deze maatregel zijn bepalend voor de haalbare positieve invloed.
Gericht Beheer van chemische en gevaarlijke stoffen is benoemd en heeft positief effect op verantwoorde consumptie en productie 12.4 (beheer afval en chemicaliën). Consumenten hebben uiteindelijk een grote impact op de behaalde duurzaamheidsdoelstellingen. Het versterken van het bewustzijn van (consumenten)gedrag staat niet concreet benoemd (12.8). Voedselbossen en moestuinen worden gestimuleerd. Verbetering van de bodem en waterkwaliteit bieden kansen voor hoogwaardige landbouw en extensief toerisme.
Waterveiligheid en leven met de IJssel worden benoemd. Het ondersteunen van ruimte voor de rivieren 2.0 levert een positieve bijdragen aan het verminderen van de watergerelateerde risico’s en overlast (11.5 en 11.b).
3.3
Risico-inventarisatie niet-prioritaire SDGs
Naast de bijdrage aan de prioritaire SDGs zoals beschreven in paragraaf 3.2, is de gemeente Deventer ook benieuwd of het koersdocument eventueel risico’s voor de andere (niet-prioritaire) SDGs oplevert. Deze paragraaf beschrijft per SDG of er risico’s optreden.
18 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
SDG 2: Geen honger - geen risico’s Dit SDG richt zich op het beëindigen van honger en het bereiken van voedselzekerheid voor alle mensen. Het koersdocument zorgt niet voor een vergroting van de armoede en hanteert het uitgangspunt dat landbouwgrond behouden blijft. Hierdoor is er geen risico op toename van honger, of op een afname van de voedselzekerheid. SDG 3: Goede gezondheid en welzijn - geen risico’s Dit SDG streeft naar het waarborgen van een gezond leven en het bevorderen van welzijn voor alle leeftijden. Voor het koersdocument is vooral de link met milieugezondheid en verkeersveiligheid relevant. Hoewel er verbeteringen zijn te verwachten binnen SDG 3, is het belangrijk om te benadrukken dat de verwachte bevolkingsgroei ook kan leiden tot nieuwe knelpunten. De ambitie voor milieubeleid en het vergroenen van de stad, evenals de versterking van groen-blauwe ontmoetingsruimtes en het toepassen van het STOMP-principe, zijn stappen die de risico's op het gebied van milieugezondheid en verkeersveiligheid verminderen. SDG 4: Kwaliteitsonderwijs - risico Dit SDG heeft als doel inclusief en gelijkwaardig onderwijs van goede kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden voor levenslang leren voor iedereen te bevorderen. Het koersdocument heeft niet expliciet aandacht voor het behouden en/of creëren van ruimte voor scholen en kinderopvang.
Door de vele andere ruimtevragers brengt dit het risico met zich mee dat hier onvoldoende aandacht en op de lange termijn onvoldoende ruimte voor is. SDG 5: Gendergelijkheid - risico Dit SDG richt zich op het bereiken van gendergelijkheid en het versterken van de positie en veiligheid van vrouwen en meisjes. Hoewel het koersdocument inclusiviteit en veiligheid benoemd, is er geen specifiek aandacht voor vrouwen en meisjes. Terwijl de inrichting van de openbare ruimte wel kan bijdragen aan (on)veiligheid van vrouwen. Met name vergroening biedt risico’s voor veiligheid van vrouwen als hier niet extra aandacht is voor veiligheid. Daarnaast kan de gemeente specifiek ondernemerschap van vrouwen stimuleren door subsidies en mentorprogramma’s. SDG 6: Schoon water en sanitair - geen risico’s Dit SDG heeft als doel de toegang tot water en sanitair voor iedereen te waarborgen en waterbeschikbaarheid duurzaam te beheren. Het koersdocument zet in op verbetering water- en bodemkwaliteit, water vasthouden en bergen, vergroten sponswerking en hergebruik van hemelwater in nieuwe wijken. Drinkwatervoorziening valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar zij zet wel in op waterbesparing om het drinkwatergebruik terug te dringen.
Deze maatregelen verminderen de risico’s op mogelijke toekomstige drinkwaterterkorten en treedt naar verwachting zelfs een positieve bijdrage op aan deze SDG. SDG 7: Betaalbare en duurzame energie - geen risico’s Dit SDG streeft naar toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. Het koersdocument bevat onder andere de maatregel bouwen van energiebewuste/energiezuinige woningen, waarbij expliciet is aangegeven dat dit ook ten behoeve van het beperken van de stijging van de woonlasten is. Daarnaast zet Deventer in het koersdocument in op duurzame opwekking van energie. Er zijn daardoor geen risico’s voor deze SDG, er treedt naar verwachting juist een positieve bijdrage op aan deze SDG.
19 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur - geen risico’s Dit SDG richt zich op het opbouwen van veerkrachtige infrastructuur, het bevorderen van inclusieve en duurzame industriële ontwikkeling en het stimuleren van innovatie. Het koersdocument geeft aan dat er wordt geïnvesteerd in moderne infrastructuur en dat lokale bedrijven worden ondersteund bij het ontwikkelen van duurzame praktijken. Het opbouwen van een circulaire economie in het havengebied, met bijbehorende logistieke mogelijkheden vallen ook onder deze SDG. Er zijn daardoor geen risico’s voor deze SDG, er treedt naar verwachting juist een positieve bijdrage op aan deze SDG. SDG 13: Klimaatactie - geen risico’s Dit SDG heeft als doel urgentie te geven aan het bestrijden van klimaatverandering en de impact daarvan te verminderen. Het koersdocument heeft veel aandacht voor maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie (onder andere waterveiligheid verbeteren, wateroverlast en droogte tegengaan). Daarnaast zijn er ook maatregelen opgenomen gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Er zijn dus geen risico’s voor deze SDG, er treedt naar verwachting juist een positieve bijdrage op aan deze SDG. SDG 14: Leven in het water - geen risico’s Dit SDG richt zich op het behouden en duurzaam gebruiken van oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen.
De maatregelen uit het koersdocument hebben niet direct invloed op het mariene ecosysteem. Wel dragen maatregelen uit het koersdocument gericht op zoetwaterecosystemen indirect bij aan het mariene ecosysteem. Doordat het koersdocument inzet op de bescherming van lokale waterlichamen en de biodiversiteit in waterlichamen in de regio zijn er geen risico’s voor deze SDG voorzien. SDG 15: Leven op het land - geen risico’s Dit SDG heeft als doel het behoud en duurzaam gebruik van ecosystemen en bossen, en het bevorderen van de biodiversiteit. Ook inlandse zoetwaterecosystemen vallen onder deze SDG. Het koersdocument zet in op bescherming van waterlichamen, natuurgebieden en biodiversiteit, en samen met het waterschap op het behalen van de KRW-doelstellingen en op het verbeteren van de watersystemen en ketens. Er zijn dus geen risico’s voor deze SDG, er treedt naar verwachting juist een positieve bijdrage op aan deze SDG. SDG 16: Vrede, justitie en sterke instellingen - risico Dit SDG richt zich op het bevorderen van vreedzaam samenleven, toegang tot recht en het opbouwen van effectieve, verantwoordelijke en inclusieve instellingen. Doordat het koersdocument de ongelijkheid mogelijk vergroot, bestaan er risico’s voor deze SDG, met name op het gebied van vreedzaam samenleven.
Kanttekening daarbij is dat het effect van de gemeente op deze SDG beperkt is en dat het effect van nationale tendensen groter is. SDG 17: Partnerschappen voor de doelen - geen risico’s Dit SDG benadrukt het belang van samenwerking en partnerschappen op verschillende niveaus om de duurzame ontwikkelingsdoelen te behalen. Het koersdocument geeft expliciet aan dat Deventer de samenwerking met andere overheden opzoekt en gezamenlijke initiatieven ontwikkelt. Er zijn dus geen risico’s voor deze SDG, er treedt naar verwachting juist een positieve bijdrage op aan deze SDG.
20 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
4 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN Dit hoofdstuk vat de belangrijkste bevindingen samen (paragraaf 4.1), geeft advies over knoppen om aan te draaien om de bijdrage aan de prioritaire SDGs te vergroten (paragraaf 4.2) en bevat aanbevelingen voor verdere actie of onderzoek (paragraaf 4.3).
4.1
Conclusie
De resultaten van deze analyse geven aan dat Deventer goed op koers ligt wat betreft de SDGs; de maatregelen uit het koersdocument leveren een positieve bijdrage aan SDG 1 (geen armoede), 8 (waardig werk en economische groei), 11 (duurzame steden en gemeenschappen) en 12 (verantwoorde consumptie en productie). De bijdrage aan SDG 10 is echter niet altijd positief, en ook vaak onbekend doordat maatregelen onvoldoende concreet zijn. De volgende paragraaf geeft de knoppen weer waar de gemeente Deventer aan kan draaien om de bijdrage aan de SDGs te vergroten.
4.2
Knoppen om aan te draaien om de bijdrage aan de SDGs te vergroten
Tabel 4.1 geeft specifieke knoppen weer waar de gemeente Deventer aan kan draaien om haar bijdrage aan de SDGs te vergroten. Met name SDG 10 (ongelijkheid verminderen) vraagt aanvullende aandacht, maatregelen en monitoring. Door gericht te investeren in sociale woningbouw, verbeteren van de leefbaarheid en voorzieningen in kwetsbare wijken en concrete maatregelen voor kwetsbare groepen, kan de gemeente niet alleen het gemiddelde welzijn van haar inwoners bevorderen, maar ook bijdragen aan verkleining van de verschillen en een inclusieve groei stimuleren. De knoppen uit de tabel benadrukken de noodzaak van een proactieve aanpak om ongelijkheden aan te pakken en de kwaliteit van leven voor alle inwoners van Deventer te verbeteren.
Tabel 4.1 Knoppen om aan te draaien om de bijdrage aan de SDGs te vergroten Knop
Draagt bij aan
Zet meer en expliciet in op sociale woningbouw en betaalbare koop voor gezinnen. De maatregelen zijn nu alleen gericht op starters, jongeren en ouderen. Woningen die vrijkomen door doorstroom zijn waarschijnlijk alleen voor rijkere gezinnen passend. Investeer extra in wijken met lagere scores op leefbaarheid, armoede, werkloosheid, etc. Werk niet alleen aan het omhoog brengen van het gemiddelde van Deventer, maar juist ook aan manieren om de kwetsbare wijken te verbeteren en de positie van kwetsbare groepen te versterken. Wijken waar extra aandacht naar uit moet gaan zijn Binnenstad, Centrum, Rivierenbuurt, Voorstad, Keizerslanden en Borgele en Platvoet.
21 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Knop
Draagt bij aan
Neem expliciet maatregelen om gentrificatie tegen te gaan. Betrek bewoners uit sociaal kwetsbare wijken actief bij stedelijke ontwikkeling en besluitvorming, zodat maatregelen tegen verdringing, stijgende woonlasten en verlies van sociale netwerken gezamenlijk worden vormgegeven. Concretiseer het doelgroepenbeleid (zoals kwetsbare doelgroepen) – voor welke doelgroep zet Deventer welke maatregel in en met welk doel?
Het STOMP principe kan leiden tot mobiliteitsongelijkheid. Heb expliciet aandacht voor kwetsbare groepen (mensen met een slechte gezondheid, geen geld voor fiets/OV) en mensen die afhankelijk zijn van de auto. Implementeer maatregelen zodat ook zij toegang houden / krijgen tot mobiliteit en verklein vervoersarmoede. Neem concrete maatregelen om de participatiegraad en digitale vaardigheid van kwetsbare groepen (bijvoorbeeld ‘afgehaakten’) te verbeteren.
Deventer zet wel in op werk en economische groei, maar we bevelen aan om ook aandacht te hebben voor waardig werk Onder andere goede arbeidsomstandigheden, vermindering van het percentage werkende armen, en verbetering van de leefsituatie van arbeidsmigranten. Deventer zet wel in op werk en economische groei, maar we bevelen aan om gericht financiële steun te bieden aan kleine en middelgrote bedrijven die zich inzetten voor duurzame praktijken of in de circulaire economie opereren in plaats van algemene ondersteuning te bieden aan ondernemers. Deventer zet wel in op werk en economische groei, maar we bevelen aan om te focussen op creatie van banen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt: ruimte reserveren voor lokale bedrijvigheid, werkervaringsplekken; verbind ruimtelijke ontwikkeling aan sociale initiatieven (bijv. sociale ondernemingen); versterk verbinding tussen onderwijs en kansrijke werksectoren (bv. techniek, zorg). Toerisme is een sterke economische kans uit het koersdocument. Toerisme heeft mogelijk een negatieve impact op SDG 11 en 12. Toerisme is in veel vormen beperkt / niet duurzaam. Deventer moet hier een expliciete afweging tegenover de winsten maken. Toerisme, zoals beschreven in het koersdocument, heeft ook een positieve impact op het behoud en vergroten van de waarde van regionaal erfgoed (SDG11).
Er is ruimte voor verbetering van de monitoring van de kwaliteit/staat van regionaal erfgoed. Inzet op circulaire economie, lokale productie en kenniseconomie zal een nieuwe groep bewoners naar Deventer aantrekken (SDG11). De woningbouwplannen zijn erop gericht deze groep te voorzien, echter is onduidelijk hoe de woningbouw op de lange termijn de woonbehoefte van ‘young professionals, studenten, creatieve stedelingen en praktisch geschoolden’ zal voorzien als deze naar een volgende levensfase doorgroeien (bijvoorbeeld gezinsuitbreiding). Deze groep biedt veel potentie voor de benoemde bedrijvigheid in de stad.
22 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
4.3
Overige aanbevelingen
Naast de genoemde knoppen om aan te draaien uit paragraaf 4.2, zijn er nog aanvullende aanbevelingen die de gemeente Deventer kan overwegen. Deze aanbevelingen richten zich op het verbeteren van de monitoring, het actualiseren van gegevens, en het bevorderen van een integrale aanpak binnen verschillende beleidsdomeinen. Het is cruciaal dat de gemeente niet alleen aandacht besteedt aan de uitvoering van maatregelen, maar ook aan de evaluatie en bijsturing op basis van actuele data. Monitoring - houd de monitoringsdata actueel; veel data op de staat van Deventer is verouderd (2020), de veranderingen in de leefomgeving gaan dusdanig snel dat beleid maken, beoordelen en evalueren op basis van data uit 2020 lastig is; - overweeg om monitoring op het gebied van SDG 10 (ongelijkheid verkleinen) in te richten volgens de methode van SCP voor het rapport eigentijdse ongelijkheid; - overweeg de onderstaande indicatoren (tabel 8) ook te monitoren op buurtniveau: · % bevolking onder de armoedegrens; · mate van hulp met geld, werk, instanties; · groei economische productiviteit; · discriminatiegevoelens; · inkomensongelijkheid - 80/20 inkomstenratio; · mobiliteitsongelijkheid; · (duurzame) economische productiviteit; · toegankelijkheid van de leefomgeving; · duurzaamheidsbewustzijn; · participatiegraad; · digitale vaardigheden.
Concretisering koersdocument - werk de verschillende beleidsdomeinen in het koersdocument in integraliteit uit – bijvoorbeeld wie gaat de biogrondstoffen verbouwen voor circulair en biobased bouwen? - concretiseer de maatregelen uit het koersdocument: · het ‘hoe’ is vaak niet benoemd; · maak duidelijk waar het pijnpunt zit; er staat meer ruimte voor wonen, meer ruimte voor voorzieningen, meer ruimte voor recreatie, meer ruimte voor bedrijvigheid, behoud van landbouwgrond. Ten koste van welke ruimte gaat dit? De auto krijgt minder ruimte, maar biedt dat voldoende ruimte voor al bovenstaande ruimtevragers?
23 | 23
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01
Bijlage(n)
I BIJLAGE: NEDERLANDS GEDEFINIEERDE SUB-DOELEN VAN DE SDGS SDG 1: Geen armoede 1.1 Tegen 2030 extreme armoede uitroeien voor alle mensen wereldwijd, die met minder dan $ 1,25 per dag moeten rondkomen; 1.2 Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen; 1.3 Nationaal toepasbare sociale beschermingssystemen en maatregelen implementeren voor iedereen, met inbegrip van sociale beschermingsvloeren, en tegen 2030 een aanzienlijke dekkingsgraad realiseren van de armen en de kwetsbaren; 1.4 Er tegen 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen, in het bijzonder de armen en de kwetsbaren, gelijke rechten hebben op economische middelen, alsook toegang tot basisdiensten, eigenaarschap en controle over land en andere vormen van eigendom, nalatenschap, natuurlijke hulpbronnen, gepaste nieuwe technologie en financiële diensten, met inbegrip van microfinanciering; 1.5 Tegen 2030 de weerbaarheid opbouwen van de armen en van zij die zich in kwetsbare situaties bevinden en hun blootstelling aan en kwetsbaarheid voor met klimaat-gerelateerde extreme gebeurtenissen en andere economische, sociale en ecologische schokken en rampen beperken; 1.a Zorgen voor een aanzienlijke mobilisatie van middelen afkomstig uit verschillende bronnen, ook via versterkte
ontwikkelingssamenwerking, om adequate en voorspelbare middelen te voorzien voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen, om programma’s en beleidslijnen te implementeren die een einde moeten maken aan armoede in al haar vormen; 1.b Solide beleidskaders creëren op nationaal, regionaal en internationaal niveau, die zijn gebaseerd op ontwikkelingsstrategieën ten gunste van de armen en het genderbeleid, om de versnelde investering te ondersteunen in acties die gericht zijn op het uitroeien van de armoede. SDG 8: Waardig werk en economische groei 8.1 De economische groei per capita in stand houden in overeenstemming met de nationale omstandigheden en, in het bijzonder, minstens 7 % aangroei van het bruto binnenlands product per jaar in de minst ontwikkelde landen; 8.2 Tot meer economische productiviteit komen door diversificatie, technologische modernisatie en innovatie, ook door de klemtoon te leggen op sectoren met hoge toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren; 8.3 Bevorderen van op ontwikkeling toegespitste beleidslijnen die productieve activiteiten ondersteunen, alsook de creatie van waardige jobs, ondernemerschap, creativiteit en innovatie, en de formalisering en de groei aanmoedigen van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, ook via toegang tot financiële diensten; 8.4 Tegen 2030 geleidelijk aan de wereldwijde efficiëntie, productie en
consumptie van hulpbronnen verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, volgens het 10-jarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen; 8.5 Tegen 2030 komen tot een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jonge mensen en personen met een handicap, alsook een gelijk loon voor werk van gelijke waarde; 8.6 Tegen 2020 het aandeel aanzienlijk terugschroeven van jongeren die niet aan het werk zijn, geen onderwijs volgen en niet met een opleiding bezig zijn; 8.7 Onmiddellijke en effectieve maatregelen nemen om gedwongen arbeid uit de wereld te helpen, een einde te maken aan moderne slavernij en mensensmokkel en het verbod en de afschaffing van de ergste
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01 | Bijlage I
vormen van kinderarbeid veiligstellen, met inbegrip van het rekruteren en inzetten van kindsoldaten, en tegen 2025 een einde stellen aan kinderarbeid in al haar vormen; 8.8 De arbeidsrechten beschermen en veilige en gezonde werkomgevingen bevorderen voor alle werknemers, met inbegrip van migrerende werknemers, in het bijzonder vrouwelijke migranten, en zij die zich in precaire werkomstandigheden bevinden; 8.9 Tegen 2030 beleidslijnen uitwerken en implementeren ter ondersteuning van het duurzaam toerisme dat jobs creëert en plaatselijke cultuur en producten bevordert; 8.10 Versterken van de mogelijkheden van de plaatselijke financiële instellingen om toegang tot het bankwezen, de verzekeringen en financiële diensten voor allen aan te moedigen; 8.a Verhogen van de Aid for Trade voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen, ook via het verbeterde geïntegreerde kader voor handelsgerelateerde bijstand aan de minst ontwikkelde landen; 8.b Tegen 2020 een globale strategie voor jongerentewerkstelling ontwikkelen en die operationeel maken en het Globale Jobspact van de Internationale Arbeidsorganisatie implementeren.
SDG 10: Ongelijkheid verminderen 10.1 Tegen 2030 geleidelijk tot een inkomenstoename van de onderste 40 % van de bevolking komen tegen een ritme dat hoger ligt dan het nationale gemiddelde, en die toename ook in stand houden; 10.2 Tegen 2030 de sociale, economische en politieke inclusie van iedereen mogelijk maken en bevorderen, ongeacht leeftijd, geslacht, handicap, ras, etniciteit, herkomst, godsdienst of economische of andere status; 10.3 Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht; 10.4 Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming; 10.5 De regulering en monitoring verbeteren van de globale financiële markten en instellingen en de implementatie versterken van dergelijke reguleringen; 10.6 Een verbeterde vertegenwoordiging verzekeren en een beter gehoor geven aan de ontwikkelingslanden bij de besluitvorming in mondiale, internationale economische en financiële instellingen om te komen tot meer doeltreffende, geloofwaardige, verantwoordelijke en legitieme instellingen; 10.7 Een ordelijke, veilige, regelmatige en verantwoordelijke migratie en mobiliteit van mensen mogelijk maken, ook via de implementatie van geplande
en degelijk beheerde migratiebeleidslijnen 10.a Het beginsel implementeren van speciale en gedifferentieerde behandeling voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen, in overeenstemming met de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie; 10.b Officiële ontwikkelingsbijstand en financiële stromen aanmoedigen, met inbegrip van directe buitenlandse investeringen, voor staten waar de behoefte het grootst is, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen, de Afrikaanse landen, de kleine eilandstaten in ontwikkeling en de door land ingesloten ontwikkelingslanden, in overeenstemming met hun nationale plannen en programma’s 10.c Tegen 2030 de transactiekosten van overschrijvingen van migranten reduceren tot minder dan 3% en transfer vanuit landen met kosten hoger dan 5 % elimineren.
SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen 11.1 Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren; 11.2 Tegen 2030 toegang voorzien tot veilige, betaalbare, toegankelijke en duurzame vervoerssystemen voor iedereen, waarbij de verkeersveiligheid verbeterd wordt, met name door het openbaar vervoer uit te breiden, met aandacht voor de behoeften van mensen in kwetsbare situaties, vrouwen, kinderen, personen met een handicap en ouderen; 11.3 Tegen 2030 inclusieve en duurzame stadsontwikkeling en capaciteit opbouwen voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke nederzettingen in alle landen; 11.4 De inspanningen verhogen om het culturele en natuurlijke erfgoed van de wereld te beschermen en veilig te stellen;
Witteveen+Bos | 142929/25-008.729 | Concept 01 | Bijlage I
11.5 Tegen 2030 het aantal doden en getroffenen aanzienlijk verminderen en in aanzienlijke mate de rechtstreekse economische impact op het bruto binnenlands product terugschroeven dat veroorzaakt wordt door rampen, met inbegrip van rampen die met water verband houden, waarbij de klemtoon ligt op het beschermen van de armen en van mensen in kwetsbare situaties; 11.6 Tegen 2030 de nadelige milieu-impact van steden per capita reduceren, ook door bijzondere aandacht te besteden aan de luchtkwaliteit en aan het gemeentelijk en ander afvalbeheer; 11.7 Tegen 2030 universele toegang voorzien tot veilige, inclusieve en toegankelijke, groene en openbare ruimtes, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen, ouderen en personen met een handicap; 11.a Positieve economische, sociale en ecologische verbanden ondersteunen tussen stedelijke, voorstedelijke en landelijke gebieden door de nationale en regionale ontwikkelingsplanning te versterken; 11.b Tegen 2020 het aantal steden en menselijke nederzettingen aanzienlijk verhogen die geïntegreerde beleidslijnen en plannen goedkeuren en implementeren inzake inclusie, doeltreffendheid van hulpbronnengebruik, mitigatie en adaptatie aan klimaatverandering, weerbaarheid tegen rampen, en in overeenstemming met het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030 een holistisch ramprisicobeheer ontwikkelen en implementeren op alle niveaus; 11.c
De minst ontwikkelde landen steunen, ook via financiële en technische bijstand, in het opbouwen van duurzame en veerkrachtige gebouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale materialen. SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie 12.1 Het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen implementeren, waarbij alle landen actie ondernemen, en waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen, rekening houdend met de ontwikkeling en de mogelijkheden van de ontwikkelingslanden; 12.2 Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren; 12.3 Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst; 12.4 Tegen 2020 komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, in overeenstemming met afgesproken internationale kaderovereenkomsten, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken; 12.5 Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik; 12.6 Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en