2025-463 Adviesraad Natuur en Milieu - Advies Concept-Biodiversiteitsplan Deventer
Tekst van het document
Adviesraad Natuur en M Aan: Gemeente Deventer t.a.v. wethouder(s) en ambtenaren betrokken bij het biodiversiteitsbeleid
Datum: 19 november 2024
De Adviesraad Natuur en Milieu brengt gevraagd en ongevraagd advies uit voor een duurzaam en groen Deventer
Betreft: Advies over het Concept Biodiversiteitsplan Deventer
B en W benoemen de leden van de Adviesraad van de gemeente Deventer
SAMENVATTING -
-
De Adviesraad ondersteunt de doelen en maatregelen van het Concept Biodiversiteitsplan. In dit advies doen we suggesties wat betreft de ‘case’ voor biodiversiteit, de looptijd van het plan, de keuze van ambassadeursoorten, leren en verbeteren in de uitvoering van beheer, de lijsten met maatregelen, de monitoring, en het belang van de Ulebelt voor educatie en participatie. Deze suggesties zijn alle constructief bedoeld, ter aanscherping en versterking van het plan.
Geacht college en betrokken ambtenaren, Het is goed dat er een Biodiversiteitsplan voor de gemeente Deventer in de maak is. Als Adviesraad Natuur en Milieu ondersteunen wij dat van harte en we kunnen ons goed vinden in de beoogde doelen en maatregelen die in het Concept Biodiversiteitsplan genoemd worden. Met dit advies hopen we het plan verder te versterken. In het ambtelijk overleg van woensdag 23 oktober 2024 hebben we veel van onze feedback op het concept al mondeling kenbaar gemaakt. In dit schriftelijke advies werken we, op verzoek van de gemeente, de belangrijkste punten van ons commentaar nog iets verder uit [1]. 1. De ‘case’ voor biodiversiteit. Hiermee bedoelen we de motieven en belangen die de reden zijn waarom we actie ondernemen. De inleiding besteedt relatief veel aandacht aan de omschrijving van biodiversiteit, maar er wordt weinig gezegd over het belang voor de Deventer burgers en de Deventer economie. In de paragraaf over het belang van biodiversiteit gaat het vooral over reguleringsfuncties en weinig over de culturele waarden van natuur. Een natuurrijke stad bevordert de geestelijke en lichamelijke gezondheid niet alleen door het filteren van fijnstof, maar vooral ook door het bieden van een
Jan Paul van Soest, voorzitter Kris van Koppen, secretaris Harco Jellema Maurice Backerra Contact: voorzitter: jpvs@jpvs.nl kris.vankoppen@wur.nl
Adviesraad Natuur en M mooie en aantrekkelijke omgeving, waar mensen van genieten, waar zij ontspanning vinden en die uitnodigt tot buitenactiviteiten. Bovendien is een natuurrijke woon- en werkomgeving van belang voor de sociale en economische aantrekkelijkheid van Deventer. Biodiversiteit ondersteunt de economie en er is dus ook een ‘business case’. Ons advies is om dit duidelijker naar voren te laten komen. 2. De looptijd. Het Biodiversiteitsplan wordt voor tien jaar vastgesteld (2025-2035). Biodiversiteit blijft in beweging en acties zijn nodig op kortere termijn, dus we begrijpen dat deze periode is gesteld op 10 jaar en niet parallel is getrokken met de periode voor het nieuwe Omgevingsplan. Anderzijds vormt het Biodiversiteitsplan wel de basis voor de natuurvisie op de lange termijn in het Omgevingsplan. Ons advies is om dit ook bij de looptijd duidelijk te maken door kort aan te geven dat de ambities voor behoud en versterking van biodiversiteit op langere termijn geborgd zullen worden in met name het Omgevingsplan. 3. Ambassadeursoorten. Het idee van ambassadeursoorten bij de verschillende landschapstypen ondersteunen we, zowel voor monitoring en beheer als voor communicatie en educatie. Maar de lijst van ambassadeursoorten vinden wij iets te beperkt.
Een soortgroep zoals vleermuizen heeft het nu zwaar vanwege de energietransitie, is aansprekend voor burgers, en zou dus ook een plekje in deze lijst verdienen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de egel, waarvoor de toegankelijkheid van tuinen extra aandacht verdient. Ons advies is om per landschapstype ambassadeursoorten vanuit een breed soortgroepspectrum aan te wijzen; dus niet enkel flora en insecten, maar ook zoogdieren, vogels, amfibieën (denk ook aan paddentrek) en reptielen. Hieronder volgt een voorzet tot uitbreiding van de lijst (vetgedrukt), mede tot stand gekomen met input van de KNNV Deventer [2]. De uiteindelijke selectie laten we graag aan de Deventer stadsecologen. •
• • • •
Stedelijk gebied: Boomhommel, Huismus, Muurleeuwenbekje, Klein glaskruid, Gierzwaluw, Muurbloem, Rosse metselbij, Vosje (de bij), Gewone dwergvleermuis, Egel Jong ontginningslandschap: Bruin blauwtje, Grasklokje, Grijze zandbij, Grasbij Uiterwaardenlandschap: Grasmus, Weidegeelster, Engelse alant, Klein vlooienkruid, Sikkelklaver, Zeearend, Haas Buitenplaatsen: Gewone vogelmelk, Oranjetipje, Look-zonder-look, Holwortel, Boommarter, Franjestaart, Groene specht Maten en flierenlandschap: Kamsalamander, Gevlekte rietorchis, Bandheidelibel, Kruipend moerasscherm, Parnassia, Kleine ijsvogelvlinder 2
Adviesraad Natuur en M •
Esdorpen- en kampenlandschap: Das, Gewone brem, Meidoornzandbij, Beemdkroon, Pinksterbloem
4. Leren en verbeteren in beheer. In paragraaf 5.1, Bescherming en herstel, wordt de muurbloem, terecht, als succes opgevoerd. Lezers van het plan zullen zich wellicht ook de recente abusievelijke verwijdering van de muurbloem op de stadsmuur bij Mimik herinneren. De gemeente heeft dit geëvalueerd, processen worden hierop verbeterd en er wordt samen met de KNNV Deventer aan herstel gewerkt. Wellicht is het goed om dat hier ook te benoemen, mede om te onderstrepen dat de verbetering van de uitvoering van het beheer veel aandacht krijgt. 5. Maatregelen bij de ambities. Hoofdstuk 5 presenteert lijsten van maatregelen bij de 3 ambities. De indruk die deze lijsten op het eerste oog geven is dat er een hele reeks van nieuwe, soms kostbare maatregelen op de rol staat. Maar een belangrijk deel van de maatregelen maakt nu al deel uit van beheer. Ook kunnen vraagtekens geplaatst worden bij sommige budgetindicaties. Het is niet aan de Adviesraad om dat in detail uit te werken, maar het lijkt ons goed om een en ander genuanceerder aan te geven om reacties als ‘onhaalbaar’ en ‘onbetaalbaar’ vóór te zijn. Er zullen wellicht ook voorbeelden te vinden zijn die laten zien dat biodiversiteitsbehoud soms goedkoper is dan ‘business as usual’. 6. Monitoring. In de ambitietabel wordt ingezet op de monitoring van soorten, iets wat wij ondersteunen.
Maar voor een effectief beleid is het ook belangrijk om te kijken naar de oorzaken van het al dan niet floreren van soorten. Wij adviseren daarom om in de monitoring ook te kijken naar functionaliteit en effectiviteit van natuurinclusieve voorzieningen voor fauna en flora, zodat we beter inzicht krijgen in wat goed en wat minder werkt. Wat betreft de ambassadeursoorten zou het goed zijn om de habitateisen concreet uit te werken en mee te nemen in monitoring en beheer [3]. 7. Stichting de Ulebelt. Ambitie 3 gaat over bewustwording en betrokkenheid van de Deventer gemeenschap. We missen hier een expliciete vermelding van de Ulebelt. De Ulebelt geldt landelijk als één van de meest succesvolle centra voor natuur en duurzaamheid [4]. Het vervult al lange tijd een spilfunctie als het gaat om bewustwording en participatie. Ons advies is om bij Bestuursakkoord (p. 40) toe te voegen: “De gemeente ondersteunt organisaties die zich hiervoor inzetten, waaronder met name de Ulebelt, die op dit gebied al jarenlang een sleutelrol vervult.” Of een zinsnede van gelijke strekking. Op die manier maakt het Biodiversiteitsplan ook concreet dat behoud en bewustwording een gezamenlijke opgave is voor gemeente en betrokken organisaties.
3
Adviesraad Natuur en M We hopen dat we met deze suggesties kunnen bijdragen aan het versterken van biodiversiteit in Deventer en zijn graag bereid tot nadere toelichting als daaraan behoefte is.
Namens de Adviesraad Natuur en Milieu Deventer, Jan Paul van Soest (voorzitter) Kris van Koppen (secretaris) Noten: [1] Bij het formuleren van dit advies hebben wij dankbaar gebruik gemaakt van het commentaar van Mark van Vilsteren (landschapsarchitect gemeente Amsterdam en vrijwilliger Werkgroep Natuurwaardenkaart Diepenveen), Florinda Nieuwenhuis (stadsecoloog gemeente Amsterdam en trekker van Biodiversiteitsplan Amsterdam) en leden van de KNNV Deventer (zie ook de noten 2 en 3). [2] Onze suggesties voor uitbreiding zijn grotendeels gebaseerd op het advies van Gerrit Hendrikse en Ben de Winder (KNNV Deventer). [3] Florinda Nieuwenhuis merkt hierover op dat de meeste gemeenten nu de term ‘gidssoorten’ gebruiken en adviseert om de habitateisen van de ambassadeurssoorten concreet uit te werken. Hiervan zijn goede voorbeelden bij andere gemeenten te vinden (zie bijvoorbeeld R001 1279740MAR V01 op www.kanbouwen.nl). Een aantal van de gidssoorten van Deventer worden al door andere gemeenten uitgewerkt. Er is een landelijk netwerk van ecologen die hiermee bezig zijn. Wie zich hierbij aan wil sluiten, kan ze zich aanmelden bij johanneke.buning@leeuwarden.nl. [4] Zie bijvoorbeeld https://bronnen-voor-nme.nl/deze-website/blog/ndecentra-in-ontwikkeling-in-gesprek-met-de-ulebelt
4