2025-411 DNA Deventer
Tekst van het document
DNA Deventer
in het kader van de omgevingsvisie
Gemeente Deventer, mei 2025
DNA Deventer
in het kader van de omgevingsvisie Inhoud en leeswijzer Methode om het DNA te bepalen..................................................................................... 3 Hier gaan we in vraag waarom het bepalen van het DNA belangrijk is en op de wijze waarop we het DNA in beeld brengen. Namelijk door een tijdreis terug in de tijd langs de bepalende historische gebeurtenissen te maken.
Tijdreis............................................................................................................................. 4 In de tijdreis beschrijven we de belangrijke en bepalende gebeurtenissen in de ontwikkeling van Deventer, en
beschrijven welke fysieke en immateriële sporen dit heeft achtergelaten in het Deventer van nu.
Onderdelen van het DNA. .............................................................................................. 14 Aan de hand van de tijdreis brengen we de samenhangende onderdelen van het Deventer DNA in beeld, op verschillende schaalniveaus en vanuit verschillende invalshoeken.
Het DNA op de kaart. ..................................................................................................... 24 Hier zijn de afzonderlijke onderdelen van het DNA als geheel op de kaart gezet met een bijbehorende legenda.
Methode om het DNA te bepalen Onder het DNA van Deventer verstaan we: De fysieke en immateriële karakteristieken / eigenschappen die bepalend zijn voor het unieke karakter van het landelijk gebied van Deventer, de stad en de dorpen. Deze karakteristieken zijn vaak historisch gegroeid, en hebben in het ‘nu’ ook nog betekenis voor het beeld en functioneren van de fysieke leefomgeving. DNA is niet alleen historie, het is ook hoe de fysieke leefomgeving nu functioneert. Aan de hand van een historische analyse, een tijdreis langs de belangrijke gebeurtenissen of ‘events’, brengen we de fysieke en immateriële sporen in beeld die bepalend zijn voor de identiteit van de gemeente Deventer. Deze sporen hebben betrekking op landschappelijke en stedenbouwkundige structuren, plekken, gebouwen en functies maar ook op meer immateriële kenmerken. Waarom is het bepalen van het DNA van belang?: • Artikel 3.2 van de Omgevingswet geeft aan dat een omgevingsvisie de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschrijft.
Het beschrijven van het DNA voorziet hier in; • Verder bouwen aan krachtige en herkenbare waarden maakt het stedelijk en landelijk gebied completer en vitaler, de geschiedenis kan inspiratie bieden voor toekomstige opgaven....; • We willen bepaalde waarden voor toekomstige generaties behouden en wellicht in ere herstellen; • We voorkomen kapitaalvernietiging door verder te bouwen op wat al goed functioneert; • Verder bouwen op bestaande fysieke en immateriële waarden en kwaliteiten zorgt voor betere inpassing en acceptatie.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT:
700
2024
2050?
NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
BELANGRIJKE FYSIEKE OF IMMATERIELE SPOREN HIERVAN
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
DNA
•............... •............... •............... •............... •............... •............... •............... •...............
DNA: Behouden, Herstellen, Versterken, Inspireren? 3
?
Tijdreis
ca. 700 1100 - 1600
Lebuïnis koos al voor hoog en droog!
Kenmerken / sporen:
De monnik Lebuïnus stak de IJssel op doorwaadbare plek over en begon een missiepost op een rivierduin langs de IJssel. De eerste bewoning is in eerste instantie verspreid en nauwelijks te onderscheiden van omliggend platteland. Landbouw ontstaat rond de kleine zandruggen en enken. Vanaf 850 wordt de stad ‘verkaveld’ in duidelijke percelen, de basis voor de stad wordt gelegd. In de late 9e en vroege 10e eeuw werd Deventer de tijdelijke zetel van de bisschop (Radboud) van Utrecht. Door de aanwezigheid van de geestelijken ontwikkelde handel en onderwijs zich, handelaren worden actief naar Deventer gehaald en werkten voor de Koning en Bisschop. Vanaf 1123 werd Deventer bestuurlijk onafhankelijk en kreeg stadsrechten. Deventer bleef tot in 1798 de belangrijkste stad in Overijssel.
•
• • •
•
• •
•
• •
•
De eerste bewoners vestigen zich aan de IJssel en de monding van de Schipbeek, op de kruising van land, water en wegen en op de hogere delen (dekzand-ruggen). De ligging van de stad Deventer, hoog en droog, op de rivierduinen aan de IJssel. Het hoofdwatersysteem bestaat uit IJssel, Schipbeek en Dorther beek, handelsroutes over land en water (Schipbeek pas later). De hoge zandruggen liggen haaks op het IJsseldal. De beken die door de beekdalen lopen zetten zand af. Door stuifzand raken de uiteinden van de beekdalen dicht waardoor het achterland sterker vernat. De bedijking langs de IJssel versterkt dit verder. In het landelijk gebied vindt op de hogere delen (enken en dekzandruggen) landbouw plaats, met boerderijen op de dekzandruggen. Realisatie van de eerste weteringen voor de afvoer van water. Wegen / routes liggen op de hogere delen langs de IJssel en de dekzandruggen. Deventer ontwikkeld zich verder als nederzetting: Ontwikkeling van de grotendeels houten stad binnen eerste omwalling /eind tiende eeuw door het recht op muntslag en markten groei naar een stedelijke nederzetting. De link van Deventer met religie, onder andere zichtbaar met de Lebuinuskerk. Typisch voor Deventer is dat een groot deel van het platteland rond Deventer kerkelijk onder de Deventer Parochies viel. Hierdoor zijn er daar geen kerken en kernen (met uitzondering van Bathmen).
Kloosters, bijvoorbeeld ter Hunnepe (1266). Koerhuizen, soms gecombineerd met boerderij / herberg bij doorgangen in landweer. Kasteel Arkelsteijn (1361), als onderdeel van de (bischoppelijke) Landweer langs de Schipbeek. Bathmen als zelfstandig dorp. BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
4
Tijdreis
ca. 1400 1600
Gouden eeuw Deventer, bloeitijd economie en maatschappelijke betrokkenheid.
Kenmerken / sporen:
• Deventer als (internationale) marktstad aan de Ontwikkeling tot bloeiende Hanzestad en Jaarmarktstad. Belangrijke jaarmarkten waren er tot halverwege IJssel en een haven. Schakelpunt tussen zee, rivier de 16e eeuw, en trokken kooplieden uit heel Europa aan, vervoer over land richting Westfalen en Amsterdam en achterlandverbindingen over land. (ook over water). Daarnaast was Deventer de plek waar geestelijke vernieuwing (Geert Grote) zich • Handelsroutes via de radialen / landwegen. Deze ontwikkelde en verspreidde, ook door de kooplieden. Welvarende stedelingen ondersteunen armere vormen de onderlegger van een aantal radialen die nog steeds bestaan. bewoners. Handelsrelatie tussen stad en platteland, maar door de gasthuizen ook met het oog op zorg. Over• De contouren van de middeleeuwse stad, binnen schrijven en drukken van boeken, Deventer Boekenstad! Door het Markesysteem ontstond samenwerking en de oude omwalling. Die omwalling ontwikkeld noaberschap in het landelijk gebied. Periode die gevolgd werd door de tachtigjarige oorlog en economische zich door tot een dubbele stadsmuur met indrukterugval. wekkende poorten en torens. •
•
• •
• • • •
Verdere ontwikkeling van de zonering in de stad die zijn basis heeft in de voorgaande periode (religieus, bestuurlijk, economisch). Immuniteit groeit vooral vanaf 1046 als de Bisschop Landsheer wordt. Brink doordat Bergkwartier wordt aangelegd en gasthuizen en kloosters in noordoosten van de stad. De Betekenis van handelsplekken (pleinen en panden). Stedelijk bestuur ontstaat uit Gilde van de belangrijkste handelaren, de lakenhandelaren. Zij hebben hun gildehuis op het Grote Kerkhof. Vanaf circa 1200 bestaat de Brink en verplaatst het zwaartepunt van de handel, al zijn er meer handelsplekken (o.a. Nieuwe Markt). Moderne devotie, Geert Grote. De gasthuizen in de stad en de verbinding met het platteland en de landbouw. Zowel de kerk (Kapittel) als de gasthuizen hadden veel gronden in bezit. Ze hebben dus ook een enorme impact op het platteland (de marken). Na de reformatie gaat een deel van dit bezit in stedelijke handen over en neemt dus invloed van de stad toe. Handelsgeest, internationale oriëntatie met het Hanzeverbond / Jaarmarkten. Veerkracht, het vermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Contrast tussen arm en rijk, arbeider en elite. Markesysteem in het landelijk gebied, ontstaan van buurtschappen. Bathmen is het enige dorp.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
5
Tijdreis
ca. 1600 1800
Deventer als garnizoenstad, verdedigen van grenzen
De rol van Deventer als belangrijke handelsstad raakte aan het einde van de 16e eeuw grotendeels uitgespeeld. Veel schade en uittocht van een deel bevolking. Prins Maurits liet na de verovering van Deventer op de Spanjaarden vestingwerken rondom de stad aanleggen. Deventer werd een garnizoenstad. In de winter van 1794-1795 trokken Franse troepen Nederland binnen. Het stedelijk en regionaal bestuur werd op Franse manier geregeld. Zwolle werd aangewezen als hoofdstad van het Departement van den Ouden IJssel. Verdere verweving van stad en platteland door stichting buitenplaatsen, spiekers en tuinen rond de stad.
Kenmerken / sporen: • • •
• •
• • •
•
Deventer als vesting ter bescherming van het westen van Nederland. De markante structuur van water, bastions, wallen en ravelijnen rondom de stad. De IJssel als defensieve grens. De oude invalswegen vanaf de ‘poorten’ van de stad, zoals de weg naar Brinkgreven en Frieswijk, de Spanjaardsdijk zowel voor handel als de verbinding agrarisch gebied en de stad. Verdere ontwikkeling van buitenplaatsen, herenkamers, spiekers. De Koolhoven (volkstuinen) / parken rondom de stad. Ten dele waren er al Koolhoven in de middeleeuwse situatie maar die verdwenen onder de vesting. Daarom worden nieuwe complexen aangelegd als compensatie. Molens worden buiten de vesting geplaatst, ook ontstaan er molens verder buiten de stad. Handelswegen / postwegen met pleisterplaatsen en tolplaatsen Oerdijk voor verkrijgen van IJzeroer voor de IJzerindustrie in Deventer, eerste ijzerovens aan de Schipbeek. Eerste aanzet van industrialisatie van Deventer. Tot 1873 knellende banden van de vesting: Ambacht, industrie en werknemers vinden er allemaal een plek waardoor stad dichtgroeit.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH 6
Tijdreis
ca. 1800 1875
Kleinschalige industrialisatie binnen (en deels buiten) de vesting.
Kenmerken / sporen:
• Stad met industrie binnen de grenzen van de vesIn 1829 kwam de eerste stoommachine naar de ijzergieterij in Deventer. In 1841 had Deventer twee relatief ting (tapijtfabriek, smederij, Raambuurt, zeep en grootschalige industriële bedrijven: de IJzergieterij en de Tapijtfabriek. Zij vormden de kern van het suikerwaren etc). Accent op ambachtelijk werk, industrialiserende Deventer. Die industrialisatie dreigde echter te stagneren, omdat de vesting de aanleg van hooggekwalificeerde werkgelegenheid verdween de noodzakelijk infrastructuur belemmerde. Dankzij het stadsbestuur dat al vroeg in de 19e eeuw een liberaal (deels) naar Zutphen (rechtbank). • Deels ook industrie / bedrijvigheid buiten de vesen ondernemend karakter had, konden ondernemers de beperkingen van de vesting omzeilen door hun fating, zoals Ankersmit en Noury. brieken te bouwen buiten het gebied waar de beperkingen golden. Aanleg Overijssels kanaal als scheepvaar• Cultuur van aanpakken. troute (aan- en afvoer materialen). Het ontstaan van de dorpen bij klooster/kerk. •
• • • • • •
De aanleg van het Overijssels Kanaal (1858) vormt de basis voor de ontwikkeling van de binnenhaven. Maar ook voor de betere afwatering van het landelijk gebied. Ontginning van de natte gebieden tot landbouwgrond. Aanplant van bos op voormalige heide, Ontbinding van de marken, gemene gronden worden op grote schaal in gebruik genomen. Vele buurschappen met verspreide bebouwing met sociale banden zoals Linde, Lettele, Ortele, Colmschate, Riele, Tjoene. Kleinschalig patroon van natte hooilanden, akkers, boerderijen en veel houtwallen/singels, natte en droge heiden. Ontstaan van de dorpen Diepenveen (bij klooster en kerk) en Schalkhaar (kerk), samenhangend met het stichten van katholieke kerken. Deventer bood nog steeds onderdak aan veel militairen, de Oude Mariakerk was een wapenarsenaal, vrijgekomen kloosters en huizen moderne devotie. Pas in 1849 kwam hieraan met de bouw van een grote kazerne aan de Houtmarkt. Achter de Pikeursbaan en de kazerne was een uitgebreid terrein met militaire stallen en een smederij.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH 7
Tijdreis
ca. 1875 1910
Bevrijd van de knellende vesting, industriële revolutie in stad en platteland.
Kenmerken / sporen:
• Slechten / transformatie vestingwerken (1874): Eerste stedelijke expansie en industriële revolutie, breed palet aan industrieën: Tapijten, zeep, fietsen, ijzerAan de noordzijde park met villa’s (ontwerp Sprinwerk, meel, koek. Eerste aanzet voor verschil in ‘woon- en werkflanken’ van de stad. Uitbreiding stedelijke ger), en werken / bedrijvigheid aan de westzijde functies in het landelijk gebied, volkshuisvesting wordt deels door de werkgevers gerealiseerd. Invloed vanuit binnenstad (Raambuurt en pothoofd. de Vestingwet en Woningwet. Aansluiting op het spoorwegennet. Mechanisatie in de landbouw en introduc- • Deels organische en deels geplande groei buiten de binnenstad, in de eerste schil, opkomst volkstie van kunstmest. 1e schaalvergroting in de landbouw, ontwikkeling coöperaties en ontginning van de natte huisvesting / ‘sociale’ woningbouw, Kleinschalig(woeste) gebieden. • • • •
• • • • • • •
heid van de ontwikkeling, mix van individuele en projectmatige ontwikkeling. Volkshuisvesting op initiatief van ondernemers / fabriekseigenaren, bijvoorbeeld Ankersmit. Fabrieken in de schil rond de binnenstad, samenhang fabrieken en woningbouwprojecten, steenfabrieken in de Uiterwaarden Ontwikkeling langs de historische invalswegen, met name in de Voorstad en Buiten den Noordenberg. Nieuwe relatie tussen stad en ommeland, door ‘stedelijke’ functies in het landelijk gebied zoals Villapark Braband en Psychiatrisch ziekenhuis Brinkgreven. Ontwikkeling waterwingebied met watertoren. Toename / transformatie van landgoederen in Engelse landschapsstijl. Vervangen houtwallen door prikkeldraad, verdwijnen van aantal landschapselementen. Aanplant van naaldbossen voor de industrie en mijnen. Ontginning van natte gronden en de arme gronden door verdere ontwatering en de uitvinding van kunstmest. Eerste aanzet voor specialisatie in de landbouw, coöperatieve samenwerking boeren met onder andere melkfabrieken in Colmschate en Bathmen. In 1900 oprichting van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij). In 1906 vond de eerste arbeidersstaking plaats. Ontwikkeling van Deventer als ‘rode stad’.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
8
Tijdreis
ca. 1910 1940
Grootse plannen en handen uit de mouwen voor werkstad Deventer!
Kenmerken / sporen:
Eerste schaalsprong in stedelijke en industriële ontwikkeling. Basis voor een werklandschap aan de zuidzijde • Ontwikkeling arbeidersbuurten (Knutteldorp, Hoornwerk, Buiten den Noordenberg, Voorstad, van de binnenstad. Het spoornetwerk wordt verbonden met de IJssel en Bergweide. Wonen met name een Rode Dorp op de hogere zandgronden, deels op de noord- en oostzijde. Door crisis in de wereldeconomie en oorlog worden de ambities over langere periode initiatief van. en geleidelijker uitgevoerd. Toename van boerderijen in de nieuw ontgonnen gebieden. • Aanleg van de binnenhaven in Bergweide, indus• • • • • •
triespoor, De industrie in de randen van de binnenstad verdwijnt grotendeels. Versterking van de betekenis van de positie als industriestad, in 1930 werkt ca. 55% van de beroepsbevolking in de industrie. Kennisindustrie ontwikkeld zich verder met laboratorium (samenwerking met universiteit in Delft) Eerste deel van de Ceintuurbaan: Van een stedenbouwkundige groei met radialen naar een tangentiale (halve ring Ceintuurbaan) structuur. Ontsluiting van Bergweide / Mr de Boerlaan, aantakking op spoornetwerk. Industriële ontwikkeling aan de zuid en oostzijde van de binnenstad. Stedelijke functies aan de rand van de stad, zoals ziekenhuis, school, GAE Gasfabriek aan de Zutphensestraat.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH 9
Tijdreis
ca. 1945 1960
Optimistisch wederopbouwen! (binnen knellende grenzen)
Bouwen aan de ontwikkeling van de economie, stad, dorpen en ommeland (tweede schaalsprong). Keuzes: Planmatige groeispurt van de stad en industrie, verdergaande functiescheiding in de stad. Faciliteren van de auto. Keuze voor binnenstad als winkelhart en voorzieningencentrum van Deventer. Gemeentegrens als keurslijf voor de ontwikkeling. Ideeën voor grootschalige ingrepen in de binnenstad blijken te duur, keuze voor behoud en herstel. Ontwikkeling van de landbouw (Marshall hulp) in het kader van de wederopbouw. Verdergaande schaalvergroting van de landbouw door ruilverkavelingen. Ontmenging van de landbouwbedrijven. Opkomst recreatie, verblijfsrecreatie en dagrecreatie o.a. door privé autobezit.
Kenmerken / sporen: •
• • • •
•
•
• •
• • •
Planmatige groei van de stad, modernisme / functionalisme bepalen het ontwerp van nieuwe uitbreidingen van de stad. Compacte woonbuurten, deels door de ‘dwingende’ gemeentegrens. Binnenstad als hart van Deventer. Nieuwe stedelijke functies in de binnenstad, zoals het ziekenfondsgebouw, theater, Hegius gymnaseum. Bij wederopbouw in de binnenstad blijft de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur grotendeels in stand. Stedelijke / regionale functies in de tweede schil (ziekenhuis / onderwijs). Introductie van de grotere ‘esthetische’ groene ruimtes in de stad, repeterende bouwblokken en voorzieningen. Relicten uit het landschap (kolken) worden deels geïntegreerd. Onderscheid tussen meer seriematige bebouwing langs de tangent en gevarieerde bebouwing langs de radialen. Eerste aanzet tweede tangent rond de stad bij Zandweerd. Aanleg van de Prins Bernhardsluis (1951) tbv een vast waterpeil in de haven, op basis van plannen de Havencommissie (bestaande uit ondernemers). Verdere ontwikkeling van de haven. Eerste groei van de dorpen, deels door woningzoekenden vanuit de stad. Kazerne en excercitieterrein Westenberg, in de tweede wereldoorlog door de Duitsers afgebouwd en na 1945 (tot 1992) in gebruik door de Koninklijke Landmacht. Komst van arbeiders uit het noorden van het land en later arbeidsmigranten uit Turkije, ontwikkeling van een multiculturele samenleving.
Landelijk gebied: specialisatie, schaalsprong en Internationalisering van de landbouw. Verdwijnen van vele landschapselementen. Groot areaal (nat)bos. Agrarisch grondgebruik betreft steeds meer grasland (melkveehouderij). Gemengde bedrijf verdwijnt steeds meer. BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
10
Tijdreis
ca. 1960 1980
Derde (afgezwakte) schaalsprong in de ontwikkeling.
Deventer ontwikkelde plannen voor de dubbelstad, met een groei naar 250.000 inwoners en komst van een universiteit. De rijksoverheid wees de plannen af, maar Deventer kreeg wel de ruimte om een deel van het grondgebied van Diepenveen in te lijven en te benutten voor woningbouw. Een deel van de stedelijke groeibehoefte werd opgevangen door de groei van de dorpen. Naast uitbreiding was er in de bestaande stad ook stadsvernieuwing nodig. De NV Bergkwartier zorgde voor ‘stadsherstel’ en respect voor de cultuurhistorie. Opkomst van de diensten- en kennisstad. De terugval van werkgelegenheid in de maakindustrie werd deels opgevangen door de opkomst van zelfstandig ondernemerschap in de beroepsbevolking.
Kenmerken / sporen: •
• •
• • • • • •
• •
N337 (huidige Hanze-trace) als nieuwe drager van stedelijke voorzieningen, ontsluiting van Bergweide en onderlinge verbinding van naoorlogs Deventer en als verbinding stad en regio. Aanleg A1 (1972). Verleggen gemeentegrens (1960) voor de uitbreiding van wijken als Platvoet, Borgele en Keizerslanden. Bij het bepalen van de nieuwe gemeentegrens van Diepenveen worden de groene buffers rondom de dorpen Diepenveen en Schalkhaar bepaald. De dorpen groeien autonoom, en vangen ook deels de bevolkingsgroei van de stad op. Voorzieningen in een groene stadsrand, Groengebieden voor recreatie en sport. Dorp Colmschate (1974) wordt bij Deventer gevoegd, ontwikkeling van de wijk ‘het Oostrik’. Door de betrokkenheid van NV Bergkwartier wordt bij de stadsvernieuwing van de binnenstad gekozen voor zorgvuldig herstel, maatwerk. Terugval industrie, introductie dienstensector, met name in de gordel rond de binnenstad. Veelal Kleinschalige / zorgvuldige aanpak van de eerste vooroorlogse wijken / transformatie van voormalige werkgebieden (bijv Ankersmit). Verdere uitbreiding van de Turkse gemeenschap, na terugval van werkgelegenheid in de industrieonstaat er binnen die gemeenschap ook veel zelfstandig ondernemerschap. Door ruilverkavelingen, ook door aanleg A1 verdwijnen van landschapselementen in het landelijk gebied. Verdere schaalvergroting en internationalisering in de landbouw.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH 11
Tijdreis
ca. 1980 2010
Hoog water en Suburbia: Huis met tuin! Planmatige ontwikkeling van een (groen)stedelijk en (agrarisch) landschap met Ruimte voor de Rivier, regionale functies en buitenwijken.
Kenmerken / sporen: • •
In het structuurplan van Deventer werden begin 2000 de globale contouren geschetst voor de ontwikkeling en zonering van functies in de gemeente, gekoppeld aan nieuwe infrastructuur zoals de N348. In het structuurplan werden de ontwikkeling van de Vijfhoek (als Vinex locatie), het Eikendal, bedrijvenpark A1 en bedrijventerrein Linderveld (niet gerealiseerd door gerechtelijke uitspraak), maar ook de bescherming van natuur (EHS gebieden) en het bieden van ruimte voor de landbouw als vlekken op de kaart gezet. Planvorming in kader voor ruimte voor de rivier. Verdere verweving stad en platteland door fiets- en wandelpaden. • • • • • •
•
•
Transformatie van een compacte stad naar een stedelijk landschap en raamwerk. Ontwikkeling is steeds meer gelinkt aan een collectief raamwerk (infrastructuur, treinstations, A1, stedelijke voorzieningen- en groenstructuur). Dit geeft het stedelijke landschap samenhang en laat het functioneren. Het raamwerk biedt plaats aan regionale voorzieningen zoals het ziekenhuis, runshopping center Snipperling (RS), Hogeschool en de Scheg. Deventer Ziekenhuis verhuisd naar de Rielerenk als onderdeel van het landschapspark Rielerenk/ Douwelerkolk. Opkomst van het recreatief winkelen. De binnenstad ontwikkeld zich als winkelhart in de regio, en met een functie voor het dagtoerisme. De grachtengordel, Raambuurt en Pothoofd Ontwikkeling Colmschate / Vijfhoek, comfortabele en op gezinnen (doorstroming) gerichte woningbouw. Eerste herstructureringen in naoorlogse wijken Planologische bestendiging / zonering van functies en waarden in het landelijk gebied; natuurwaarden (EHS - nu NNN), landgoederen: brede zone met natuur- en landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en met betekenis voor de vrijetijdseconomie. In 1980 is ‘De Nieuwe Hanze’ ontstaan, een hedendaagse samenwerkingsvorm die geïnspireerd is op de historische Hanze en als doel heeft om Europese steden en regio’s te verenigen om samenwerking, handel en economische groei te bevorderen.
In 1992 werd de Deventer wijkaanpak geïntroduceerd waarin bewoners en hun wensen voor de eigen wijk centraal staan. Elke wijk kreeg een eigen wijkbudget, wijkwethouder, wijkambtenaar, opbouwwerker en een wijkteam. BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH
12
Tijdreis
ca. 2005 2024
Terug naar de (bestaande) stad!
Kenmerken / sporen:
• Middelgrote steden zoals Deventer, met veel authenticiteit, een goede bereikbaarheid, voorzieningen en woningaanbod raken in trek...... Versterking en herwaardering van de stedelijkheid - verder bouwen op bestaande kwaliteiten. De financiële- en vastgoedcrisis remmen de fysieke groei af, maar zorgen ook voor een • herbezinning / herijking van de bestaande plannen en gebieden. Herwaardering van de binnenhaven door de aanleg van een containerterminal. Presentatie van de stad aan de A1 met de ontwikkeling van het bedrijvenpark, windturbines, Schipbeekzone. • • • • • • • • • •
•
Herstructurering bedrijventerreinen, verkleuring naar gemengde gebieden, belangrijke rol van de kennisindustrie en onderwijs hierin. Zonering landelijk gebied: brede zone met natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden krijgen grote betekenis voor de betekenis voor de vrijetijdseconomie / als uitloopgebied voor de stad, streekproducten. Realisatie Zandweteringpark. Realisatie Ruimte voor de rivier ten behoeve van de waterveiligheid. Uiterwaarden worden recreatief beter toegankelijk. Door inzet van streng beleid en regelgeving wordt de crisis op de kantorenmarkt aangepakt. Opkomst online winkelen waardoor de positie als winkelstad onder druk komt te staan. Transitie van de binnenstad, belangrijke gezamenlijke rol van vastgoedeigenaren, ondernemers, winkeliers en binnenstadsmanagement hierin. Ontwikkeling A1 bedrijvenpark, windturbines langs de A1. Aanpassingen / versterking van de stationsomgeving, meer ruimte en comfort voor fietser, voetganger en OV. Opkomst belevingsstad met mediteranisering terrascultuur. Schaalsprong in de distributie, Deventer als knooppunt in de bevoorraading van oa. supermarkten en restaurants. Opkomst IT en verdere rationalisering van bedrijven door optimalisering productie met logistiek (intrede van logistieke dienstverleners) afgestemd op vraag en aanbod (Just In Time).
Grote toeleveranciers en verwerkers van agrarische producten investeren opnieuw, Deventer bedrijven innovatief in de eiwittransitie.
BELANGRIJKE INVLOEDEN / KEUZES VANUIT: NATUURLIJKE LAAG / DE ONDERGROND GEOGRAFIE / NETWERKEN DEMOGRAFIE ECONOMIE TECHNOLOGIE CULTUREEL / MAATSCHAPPELIJK / RELIGIE CRISIS / RAMPSPOED / DREIGING BESTUURLIJK / PLANOLOGISCH 13
D O L S B D
Onderdelen van het DNA
Een robuust collectief raamwerk
Het DNA van Deventer zoals dat is gegroeid in de geschiedenis laat zich op verschillende schaalniveaus beschrijven: Op het niveau van de gemeente als geheel en op de verschillende onderdelen daarbinnen, zoals de dorpen, de stad en het landschap. Het gaat daarbij zowel om de fysieke als de immateriële sporen en kenmerken van Deventer.
S
B
fysiek S
O L
B
D O L S B D
O
L S De IJssel, het rivierenB haven landschap en de
Een robuust collectief raamwerk: Hierin beschrijven we de onderdelen van het DNA die bepalend zijn voor de gemeente als geheel. De innige relatie tussen de ontwikkeling van Deventer en de IJssel en het landschap zijn daar uiteraard onlosmakelijk mee verbonden. Het collectieve raamwerk van Deventer als geheeld bestaat daarnaast uit de structuren zoals verbindingen (wegen, waterwegen, spoorlijnen etc.) en belangrijke plekken (de binnenstad, parken, winkelcentra etc.) die door mensen zijn gecreëerd. Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk: Hierin beschrijven we de samenhangende onderdelen van het DNA die de grote variatie tussen onder meer stad en dorp, tussen wonen en werken en tussen de verschillende delen van de stad bepalen.
D O L S B D
O
L
De (steeds veranderende) relatie tussen ondergrond, landschap, stad en de stedelijke groenstructuur
D O L S Het verbindend raamwerk Bvan en D historisch gegroeide O geplande Lstructuren S en plekken B
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk D O L S B D
S
O L
B
De historische binnenD O L S stad & schil als schatB D O kamer en huiskamer van L S Deventer
D O L S B D
O
L S Wonen in ‘Stads’ Deventer en in B het Deventer ‘woonlandschap’
De eigen identiteit van de dorpen en buurtschappen
B
Betrokken, Open en Trots
S
D O L S B D
Gevarieerd landschap
Deventer
Betrokken, Open en Trots: Hierin beschrijven we de meer immateriële kenmerken, de cultuur van Deventer, die ook bepalend zijn geweest voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Deventer. D O L S B D
I
Deventer: aantrekkelijke en innovatieve werken woonstad
I
S
O L
B
D
D O L S B D
Deventer
O L
B
O
L S Trots, vernieuwend en B initiatiefrijk
Betrokken samenleving, omzien naar elkaar en de omgeving
D 14
Open en verbonden in regionale, nationale en internationale netwerken
I
Deventer
immaterieel D
Een robuust collectief raamwerk De IJssel, het rivierenlandschap en de havens De IJssel was en blijft de levensader van Deventer: De stad ontstond langs de IJssel op de rivierduinen, de hogere gronden. De IJssel bracht ons welvaart door handelsrelaties door heel Europa en de binnenhaven heeft zich uitgestrekt met vijf havenarmen tot diep in het huidige werklandschap. Het front van de historische binnenstad, de IJssel en het Worpplantsoen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In en rondom de stad zijn de relicten en sporen van de dynamiek van het rivierenlandschap zichtbaar met dijken, kolken, rivierduinen en de nieuwe hanken vanuit het Ruimte voor de Rivier project. Ook in de toekomst reageren we op nieuwe opgaven zoals bijvoorbeeld het realiseren van meer ruimte voor de rivier om het rivierwater op en veilige wijze af te voeren of maatregelen treffen die nodig zijn om droogte en/of wateroverlast op te kunnen vangen, de IJssel bevaarbaar te houden en de binnenhaven voor scheepvaart toegankelijk te houden. Handel over water was en is nog steeds belangrijk voor Deventer. In het Havenkwartier vormt het maritieme karakter een belangrijke inspiratiebron die een uniek woon- en werkgebied heeft opgeleverd.
D O L S B D
S
O L
B
15
Een robuust collectief raamwerk De (steeds veranderende) relatie tussen ondergrond, landschap, stad en de stedelijke groenstructuur De stad ontwikkelde zich tot de vooroorlogse periode vooral op de hogere gronden aan de noordzijde van de binnenstad, met de radialen als belangrijke dragers. In de naoorlogse verstedelijking werd het landschap ‘getransformeerd’ en ontstond een nieuwe relatie tussen stad en landschap. Delen van het oorspronkelijke landschap zijn door de uitdijende stad opgenomen in de stedelijke groenstructuur en vormen waardevolle gebieden in de stad, zoals het Nieuwe Plantsoen, de Rielerenk-Douwelerkolk en het Gooikerspark. De IJssel met zijn uiterwaarden, de landgoederen en de Zandweteringzone vormen een aantrekkelijke stadsrandzone. Door de ontwikkeling van Steenbrugge is een deel van de Zandweteringzone onderdeel geworden van de stedelijke groenstructuur. De Schipbeek is een belangrijke groene waarde voor de werknemers in het aangrenzende werklandschap.
D O L S B D
S
O L
B
16
Een robuust collectief raamwerk Het verbindend raamwerk van historisch gegroeide en geplande structuren en plekken De historische invalswegen (de radialen) en de nieuwe structuren van de Ceintuurbaan en het Hanzetrace (de tangenten) vormen samen het raamwerk die de verschillende dorpen, wijken en het landelijk gebied met elkaar en met nationale netwerken verbinden. De binnenstad heeft een centrale en belangrijke positie in dit raamwerk en biedt plek aan belangrijke stedelijke voorzieningen. Daarnaast vormen onder andere de treinstations, de twee grote winkelcentra Keizerslanden en Colmschate, de wijk- en buurtwinkelcentra, het ziekenhuis, ijsbaan, onderwijs (voortgezet, mbo en hbo) en runshoppingcenter De Snipperling belangrijke ‘ankerpunten’ in dit raamwerk. Dit zijn belangrijke herkennings- en ontmoetingsplekken voor inwoners en bezoekers van Deventer. Met name het Hanzetrace (N337), de as Deventer-Colmschate (N344) en de N348 vormen belangrijke verbindende structuren in dit raamwerk, zij zorgen voor samenhang en bereikbaarheid op niveau van de stad en verbinden het werklandschap van Deventer met de rest van de stad en maken van Deventer een stedelijk knooppunt in de regio.
De stedelijke hoofdgroenstructuur, de (nog te vervolmaken) stadsrandzone en het IJsselfront vormen samen een groen-blauw raamwerk die de verschillende delen van de stad en dorpen als Diepenveen en Schalkhaar met elkaar verbinden en er tegelijkertijd voor zorgen dat de dorpen duidelijk herkenbaar blijven.
D O L S B D
S
O L
B
I
Deventer 17
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk De historische binnenstad & schil als schatkamer en huiskamer van Deventer Bewoners, studenten en bezoekers vinden in de binnenstad sfeer en beleving in een cultuurhistorisch waardevolle setting van monumentale gebouwen en panden, stegen, straten en pleinen. Bezoekers zijn positief verrast door wat Deventer aan eigenheid en kwaliteit te bieden heeft. De binnenstad vormt dé plek voor winkelen, uitgaan, werken, vertier en cultuur. Door de grote ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is het voor bewoners en bezoekers een prettige plek om te verpozen en om elkaar te ontmoeten. Vanuit de historische ontwikkeling is er nog steeds een duidelijke zonering in en rondom de binnenstad: Rust en reuring krijgt op verschillende plekken de ruimte. De kwaliteiten van de binnenstad stralen ook uit op de ‘schil’ hieromheen, zoals in de stadscampus de Kien en de werkgebieden in ontwikkeling. Hier ontwikkelen zich nieuwe aantrekkelijke gemengde woon- en werkmilieus op het raakvlak van de historische binnenstad, stationsomgeving, onderwijsinstellingen en de werkgebieden van Deventer. Samen met de D S bestaande woonmilieus in de binnenstad ontstaat zo een aantrekkelijke mix en variatie aan stedelijke woonmilieus. B D O L
S
O
L
B
I
Deventer
D
18
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk Wonen in ‘Stads’ Deventer en in het Deventer ‘woonlandschap’ Deventer bestaat enerzijds uit ‘stadse’ wijken en anderzijds uit een ‘woonlandschap’. In de vooroorlogse en vroeg naoorlogse buurten ‘stads Deventer’ D S isBeen gemixt mozaïek van stedelijke woonbuurten ontstaan. Ze bieden een gevarieerde mix aan grondgebonden en karakteristieke woningen, van villa D S tot arbeiderswoning uit verschillende tijdsperiodes. ‘Stads’ Deventer ontwikkelt zich inmiddels ook in nieuwe gemengde woon- en werkmilieus zoals B het Sluiskwartier en Havenkwartier, transformatiegebieden die van monofunctioneel naar gemengd en levendig verkleuren. Deze stedelijke buurten liggen op fiets- en loopafstand van voorzieningen zoals de binnenstad, het intercity- en busstation, scholen en kennisinstituten. Vanaf de naoorlogse periode is het ‘Deventer woonlandschap’ ontstaan. Met wijken als Zandweerd-noord, Borgele, Platvoet, Keizerslanden en de Rivierenwijk-Deltabuurt. Aan de oostzijde van Deventer liggen de recentere uitbreidingen Colmschate-noord, Colmschate-zuid en de Vijfhoek. En Steenbrugge is de meest recente toevoeging aan dit woonlandschap. Binnen deze wijken is het groen een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke hoofdstructuur, deels voortkomend vanuit de oorspronkelijke landschap en deels planmatig vormgegeven.
Dit woonlandschap is door het collectieve (groenblauwe) raamwerk met ‘stads Deventer’ verbonden, en is onderdeel van onze compacte stad. O L
O
L
I
Deventer
D
19
D O L S B D
S
O L
B
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk De eigen identiteit van de dorpen en buurtschappen
Kenmerkend voor de gemeente Deventer is de combinatie van de stad en de dorpen en buurtschappen. In de ontwikkeling van de gemeente zijn de dorpen en de stad hecht maar steeds op een andere wijze met elkaar verbonden. Daarbij heeft elk dorp een sterke eigen en historisch gegroeide ruimtelijke identiteit en gemeenschapsgevoel. We hechten sterk aan de (sociale) samenhang in de dorpen.
I
Deventer
D
20
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk Deventer: aantrekkelijke en innovatieve werk- en woonstad Deventer is van oudsher een belangrijk economisch centrum. Deventer ontwikkelde zich tot een middelgrote stad met een compleet voorzieningenniveau voor beroepsonderwijs, cultuur en medische zorg. Dit en door de kwaliteiten van onze binnenstad, het IJssellandschap, het landelijk gebied en de strategische ligging maakt Deventer tot een aantrekkelijk en inspirerend vestigingsklimaat voor bedrijven, hun werknemers, maar ook voor studenten en onderwijsinstellingen. Van oudsher is Deventer een productieve Hanzestad, met een groot aaneengesloten werkgebied vlakbij de binnenstad, op fietsafstand van onze woongebieden en direct aan de A1, die zich steeds meer ontwikkelt tot kennis- en innovatieve stad op het gebied van creatieve, digitale en specialistische technische dienstverlening. Deze vernieuwing van de economische structuur manifesteert zich ook ruimtelijk in de corridor van het station en op het raakvlak van de binnenstad via de werkgebieden in ontwikkeling tot aan de afslag met de A1 met bijzondere locaties zoals stadscampus de Kien, ROTO, Havenkwartier en Gasfabriek. Slimme ideeën uit Deventer worden daar vertaald naar praktische toepassingen. Deventer vervult in de regio een belangrijk werkgelegenheidsfunctie.
De combinatie van wonen en werken maakt Deventer tot een aantrekkelijk stedelijk knooppunt.
I
Deventer
D
21
Gevarieerd Deventer: Stads, dorps en landelijk Gevarieerd landschap Deventer heeft een prachtig buitengebied. Langs de IJssel ligt een van de mooiste rivierenlandschappen van Nederland met op het Sallandse ‘wasbord’ van hogere en lagere dekzandgronden het kleinschalige oude hoevenlandschap afgewisseld met het grootschaliger en open jonge ontginningslandschap op de vlakkere delen. Ingebed in deze landschappelijke setting liggen de landgoederen en de dorpen. Het landelijk gebied is het productielandschap van de agrariër, de drager van een groot palet aan cultuurhistorisch erfgoed, doorweven met het Overijssels kanaal, beken en weteringen voor de aan- en afvoer van water, de leefomgeving van bijzondere planten en dieren, een plek voor onderscheidende woonmilieus, zorgfuncties, het verblijfsgebied van de toerist en het uitloopgebied voor onze inwoners. Deze functies en de afleesbare wordingsgeschiedenis van het landschap bepalen samen de identiteit van het landelijk gebied. Ondanks de voortdurende veranderingen in het gebruik en ontwikkelingen zoals ruimte voor de rivier zijn de karakteristieke verschillen tussen het rivieren-, het oude hoevelandschap en het jonge ontginningslandschap in stand gebleven.
I
Deventer
D
22
Deventer
Betrokken, Open en Trots Betrokken samenleving, omzien naar elkaar en de omgeving
I
Inwoners van Deventer zijn betrokken bij de leefomgeving en kijken naar elkaar om. Dat komt voor een belangrijk deel voort uit het historische gegeven ‘Noaberschap’. Dat waren Deventer kleine sociale, overwegend agrarische gemeenschappen van noabers (buren). Waarbij iedere buur in het noaberschap een zogenaamde burenplicht had, de verplichting de andere burenDdesgewenst met raad en daad bij te staan. Ook in de huidige tijd herkennen we die betrokkenheid. Nu zijn er onder andere de buurtbus, WijDeventer (onze hedendaagse wijkaanpak) en de dorpsvisies die de inwoners zelf opstellen.
I
Deventer
D
Trots, vernieuwend en initiatiefrijk
D heeft veel om trots op te zijn: De IJssel, een gevaDeventer rieerd landschap, karakteristieke en levendige dorpen en uiteraard een monumentale historische binnenstad. Inwoners dragen die trots graag uit. Maar er is meer dan alleen die trots, in Deventer lijken we net iets meer te durven en gewoon te doen. Initiatieven ontstaan vaak vanuit de samenleving zelf, zoals de havencommissie die na de oorlog plannen voor de sluis naar de havens in Bergweide maakte of de NV Bergkwartier die het heft in handen nam om de kwaliteiten van de binnenstad te beschermen. Een lokale energiecoöperatie die met hulp van andere partijen zelf twee windmolens ontwikkelt voor en door de inwoners van Deventer.
23
Open en verbonden in regionale, nationale en internationale netwerken In Hanzestad Deventer wordt van oudsher over grenzen heen gekeken. Deventer heeft nog steeds een sterk internationaal georiënteerd MKB met een aanzienlijke exportvolume. Veel transport en uitwisseling vindt plaats via de stedelijke knooppunten op de Internationale as van de Randstad/Noordzeehavens via Twente naar Duitsland, Oost Europa en de Baltische staten (North Sea Baltic Corridor). Op deze as werken ondernemers in Deventer werken samen met lokale, regionale en (inter)nationale partners.
Het DNA op de kaart
24
De legenda van het DNA Op de DNA kaart en deze bijbehorende legenda zijn de afzonderlijke onderdelen van het DNA als geheel op de kaart gezet. De samenhang tussen de verschillende onderdelen zijn in op de kaarten van ‘robuust collectief raamwerk’ en ‘gevarieerd Deventer Stads, dorps en landelijk’ in beeld gebracht.
Historische binnenstad met groene singel
De binnenstad als huiskamer en schatkamer van Deventer
Groene stadsrand / Zandweteringzone: uitloopgebied op de overgang stad en landschap
Stadscampus
Voorzieningenhart, hoofdwinkelcentra
Te verzilveren / versterken waarde: wisselwerking tussen stedelijk gebied en het omliggende rivierenlandschap en cultuurlandschap
‘Stads’ wonen: Stedelijk wonen in de typisch Deventer woonbuurt. Gevarieerde en kleinschalige mix van woningen en functies
Dorpscentrum / dorpshart (oorspronkelijk centrum)
Wonen in het woonlandschap Deventer: comfortabel en groen wonen (vlak)bij de groen-blauwe stadsrand van Deventer
Wijk- / buurtwinkelcentra
Te verzilveren / versterken waarde: Zone en plekken waar de relatie tussen stedelijk gebied en de IJssel, de Schipbeek en de havens versterkt kunnen worden. Rivier en uiterwaarden buitendijks
Stedelijke / regionale functies met publiek karakter gekoppeld aan het raamwerk van de netwerkstad Deventer
Stations
Rivierenlandschap binnendijks
Bedrijven- / werkgebieden
Medische / zorgvoorzieningen: Deventer ziekenhuis, Brinkgreven, woonzorgcentra
Oud cultuurlandschap, Afwisseling hoog en laag, kleinschaligheid, landgoederen. Agrarisch productielandschap. Aantrekkelijk voor recreatie.
Dorpen en kleine kernen
Onderwijs (HBO / MBO / middelbaar)
Jong Heide ontginninglandschap, meer openheid en meer rationele vekaveling, gedeeltelijk grootschalig. Agrarisch productielandschap.
Historische routes binnenstad - ommeland, dragers van voor- en vroeg naoorlogse ontwikkeling van Deventer. Gevarieerd en kleinschalig beeld.
Kennisclusters zoals Gasfabriek, Stadscampus de Kien
Enken
Planmatige (ontsluitende) structuren van ‘Stads’ Deventer, veelal met een groen karakter / bomenlaan
Voorzieningenstrip Scheg
Waterlopen: Beken, Sallandse weteringen en leides
Planmatige (ontsluitende) structuren van de netwerkstad Deventer, de dragers die de verschillende delen van de stad met elkaar verbinden.
Snelweg
Beekdalen
Stedelijke (hoofd) groenstructuur, drager van ecologisch, waterhuishoudkundig, recreatief en maatschappelijk programma
Spoor
Landgoederen
Bossen buiten de landgoederen
Park Braband, parkachtige woonomgeving als onderdeel van de hoofdgroenstructuur
25