2025-39 Reactienota zienswijzen Notitie Rijkweidte en Detailniveau Omgevingsvise Deventer
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Inleiding Het College van burgemeester en wethouders heeft op dinsdag 29 oktober 2024 besloten de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (verder NRD) als ontwerp ter inzage te leggen. De NRD heeft van donderdag 5 december 2024 tot en met donderdag 16 januari ter inzage gelegen. Hierop zijn zienswijzen ontvangen. Deze reactienota bevat de ingebrachte zienswijzen en een voorgestelde beantwoording van de zienswijzen en aanpassingen van de NRD. De ingediende zienswijzen en voorgestelde reacties zijn: Zienswijze 1: Ambtelijke reactie Regio Stedendriehoek Zij hebben ambtelijk waardering voor het fundamentele gesprek, waarin de verwachte leefomgevingseffecten bij de verschillende combinaties van keuzes goed in beeld worden gebracht. Zij bevelen aan om te kijken hoe we het Deventer-omgevingsvisiespoor effectief kunnen vervlechten met het regionale ontwikkelperspectiefspoor. Dat wil zeggen waar mogelijk regionale effecten van de ruimtelijke keuzes in de OV van Deventer mee te nemen in het onderzoek. Aanpassing NRD? Ja Voorstel voor reactie op zienswijze 1 We zullen per thema aangeven of een effect de gemeentegrenzen overschrijdt: Dat er een effect optreedt, maar nog geen kwantificatie van het effect. Dat zal naar verwachting dan wel onderwerp zijn van de nadere uitwerking.
Zienswijze 2: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Wij danken u voor uw adviesaanvraag over de reikwijdte en detailniveau voor de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor een nieuwe omgevingsvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Deventer gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als wettelijke adviseur mer. Wij hebben de Notitie Reikwijdte en Detailniveau ‘Omgevingsvisie Deventer’ in goede orde ontvangen. Hiermee bericht ik u dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de door u gestuurde documenten en informatie voor kennisgeving aanneemt. Er zal geen inhoudelijk advies over de NRD worden gegeven. Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 2 Toelichting aan de raad: We hebben aan onze wettelijke raadplegingsplicht voldaan door het ministerie van IenW te informeren over de NRD. Zij hebben er kennis van genomen en ons laten weten dat zij geen aanleiding zien om inhoudelijk te adviseren.
Zienswijze 3: inwoner In de notitie wordt mijns inziens te weinig rekening gehouden met de eventuele gezondheidsschade voor mensen en schade voor milieu en dieren van het plaatsen van windmolens(windturbines) en het plaatsen van 5G en volgende generatie zendmasten voor mobile telefonie Bovendien zijn die masten en windturbines niet mooi en bederven ze het zicht in de natuur en daarmee de natuurbeleving van mensen in die natuur Verder veroorzaken de windturbines veel geluidsoverlast voor omwonenden en vliegen vogels vaak in de wieken van de windturbines wat de dood van (zeldzame)vogels ten gevolge heeft Daarom moet er mi een rem gezet worden op de bouw en plaatsing van (grote) windturbines en (grote) zendmasten voor mobiele telefonie Temeer een goede bereikbaarheid van smartphones ook bereikt kan worden mbv 4 en 3G zendmasten die minder gezondheidsschade toebrengen dan 5G en volgende generatie zendmasten voor mobiele telefonie en de elektriciteit ook opgewekt kan worden
mbv kleinere windturbines die minder geluidsoverlast voor omwonenden en minder mogelijke gezondheidsschade voor mens en dier veroorzaken. Verder veroorzaakt het gebruik van windturbines en elektriciteit veel netcongestie op het elektriciteitsnet waardoor elektriciteit niet altijd beschikbaar is en dit mogelijke gezondheidschade kan veroorzaken doordat bv ziekenhuizen en verzorgingshuizen (tijdelijk) niet beschikken over (voldoende) elektriciteit waardoor de nodige zorg niet (altijd) geboden kan worden Met dit alles wordt mi geen rekening gehouden in de notitie en in de omgevingsvisie Dat zou volgens mij wel moeten gebeuren en zou de bouw van (extra) (grote) windturbines en zendmasten voor mobiele telefonie in (de omgeving van) Deventer heroverwogen moeten worden Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 3 Wij begrijpen dat u zorgen heeft over het thema straling en wind. Straling is als thema opgenomen in het toetsingskader, waarbij we het rijksbeleid volgen. Geluid en landschappelijke effecten zijn al onderdeel van het toetsingskader in de NRD en hebben onze aandacht. Uitgebreidere reactie Met betrekking tot 5G: Telecommunicatie voorziet in een basisbehoefte van de meeste van onze inwoners. Om de plaatsing van telecommasten te reguleren beschikken we over plaatsingsbeleid.
In het omgevingsvisie traject zal overwogen worden of dit geactualiseerd moet worden voor toekomstige generaties van telecommunicatiemiddelen. De huidige telecominstallaties zijn veelal vergunningsvrij en worden vaak op gebouwen geplaatst. Dit vereist wel toestemming van gebouweigenaren/VVE’s, maar als gemeente hebben we hier geen sturende rol. Voor bepaalde antenne-installaties zijn we gehouden aan een wettelijke gedoogplicht van telecom-installaties i.v.m. faciliteren van dekkingsverplichting. Ook maken telecomaanbieders vaak gebruik van bestaande hoogspanningsmasten of schoorstenen voor hun antenne-installaties. Voor solitaire telecommasten geldt wel een vergunningsplicht. Daarbij geldt het uitgangspunt van site-sharing waarbij meerdere telecomaanbieders gebruik maken van één mast om onnodig veel masten in het landschap te voorkomen. Daarnaast worden er eisen gesteld de locatie en landschappelijke inpassing. Ten aanzien van gezondheidseffecten in samenhang met telecominstallaties volgen we het Rijksbeleid. Alle mobiele telefoons en zendmasten moeten aan veiligheidseisen (productstandaarden) voldoen voordat ze in Nederland verkocht of gebruikt worden. Zo hanteert de overheid blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden die gezondheidseffecten bij mensen moeten voorkomen. We zullen in het OER aandacht schenken aan straling en hoe we daar beleidsmatig mee omgaan.
We zien geen aanleiding de notitie NRD hierop aan te passen. Uw zorgen rondom de geluidseffecten van windmolens en de effecten op natuur zijn begrijpelijk. Bij het ontwikkelen van windprojecten moeten de initiatiefnemers hier onderzoek naar doen in de vorm van een (zelfstandige) Milieu Effecten Rapportage (MER). Hierin worden o.a. geluidseffecten en effecten op flora en fauna getoetst aan (landelijke) wet- en regelgeving. Deze rapportage wordt onafhankelijk beoordeeld door de landelijke Commissie MER. Als gemeente volgen we deze onderzoeken nauwgezet, net als de landelijke normen voor windturbines die naar verwachting halverwege 2025 worden vastgesteld door de Tweede Kamer. Uiteindelijk is het de provincie Overijssel die als bevoegd gezag bepaalt of een windproject voldoet aan de eisen om een vergunning te krijgen. De gemeenteraad van Deventer heeft afspraken gemaakt met de provincie over het aantal windturbines en de zoekgebieden waarbinnen deze tot 2030 gerealiseerd mogen worden. Verder stelt u terecht dat het elektriciteitsnetwerk op dit moment vol zit. De gemeente werkt nauw samen met de netbeheerder Enexis om ruimte te creëren op het netwerk. Daarvoor is ook uitbreiding van de hoogspanningskabels door Tennet nodig. Dit staat tussen 2028/2030 op de planning, en hierin wordt ook rekening gehouden met het aansluiten van windmolens.
Goed om te beseffen is dat windprojecten 6 tot 8 jaar duren voordat er daadwerkelijk wordt gebouwd. Dan is aansluitcapaciteit geregeld. Dit is ook in het belang van de netbeheerder; het aansluiten van windenergie zorgt voor meer balans op het netwerk, aangezien windmolens veel constanter energie kunnen leveren dan zonne-energie, wat voor grote pieken zorgt op het netwerk. Windenergie wordt namelijk gelijkmatiger over de dag en seizoenen opgewekt, wat zorgt voor een stabielere belasting van het elektriciteitsnet. Zienswijze 4: Gemeente Raalte
Naar aanleiding van uw brief van 3 december 2024 hebben we ambtelijk kennisgenomen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het door u uit te voeren Omgevingseffectrapportage (OER) voor de Omgevingsvisie. We geven hierbij aan geen inhoudelijke opmerkingen, ideeën of aanscherpingen naar aanleiding van het NRD te hebben. We wensen u veel succes bij de verder opstelling van het OER en de Omgevingsvisie. We blijven natuurlijk graag op de hoogte van de voortgang. Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 4 n.v.t. Zienswijze 5: Veiligheidsregio IJsselland Hierbij ontvangt u mijn reactie. Deze is gebaseerd op: • artikel 10 Wet veiligheidsregio’s (Wvr); • Strategische beleidsagenda 2023-2026 Veiligheidsregio IJsselland. Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het concept onderzoeks-aanpak Omgevingseffectrapportage (OER) als invulling van de MER-plicht. De concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau is een plan van aanpak voor de verschillende onderzoeken die voor de omgevingseffectrapportage zullen plaatsvinden. Hierin staat de aanpak beschreven van de ontwikkeling van de omgevingsvisie en welke milieuaspecten/beoordelingscriteria in de omgevingseffectrapportage onderzocht gaan worden. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is veel veranderd.
De besluitvorming moet sneller en het beleid, de besluitvorming en regelgeving moet in samenhang worden gezien. Om dit te kunnen bereiken is moeten de gemeenten de partners (zoals Veiligheidsregio’s etc.) vroegtijdig in het planproces betrekken bij de plannen. Ik ben dan ook verheugd dat ons de mogelijkheid wordt geboden om vanaf de onderzoeks-aanpak mee te denken en zie er naar uit om deze samenwerking in de toekomst uit te breiden. Rad van de Leefomgeving Om de huidige staat en de milieuaffecten te beoordelen wordt in de notitie net zoals in de Nationale Omgevingsvisie gebruik gemaakt van het Rad van de Leefomgeving. In hoofdstuk 4.1 wordt het beoordelingskader/bescherming van de fysieke leefomgevingseffecten in Deventer verder uitgewerkt. Afbeelding 4.1 is hierbij specifiek ontworpen op basis van de ambities en doelen van de gemeente Deventer. De beoordeling van de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving worden in het OER ten opzichte van wettelijke normen, gemeentelijke doelen op een kwalitatieve manier beoordeeld. Advies - Ik adviseer u om: 1. de leefomgeving niet alleen te beoordelen aan de wettelijk normen (zie hoofdstuk 4.2, beoordelingsmethode). Maar naast de wettelijke normen ook rekening te houden met de effecten van ontwikkelingen voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
De effecten van een incident/ontwikkeling kunnen vaak (grote) gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Deze reiken verder dan de aandachtsgebieden. Zoals in de Strategische beleidsagenda 2023-2026 van de Veiligheidsregio IJsselland staat aangeven positioneert de Veiligheidsregio IJsselland zich als kennismakelaar en veiligheidspartner op het gebied van fysieke veiligheid. Deze beleidsagenda is door alle deelnemende gemeenten vastgesteld. Wij willen u dan ook graag van advies voorzien ten aanzien van de effecten. 2. In hoofdstuk 4.3.2 worden de onderstaande belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema veiligheidsrisico’s aangegeven. 1. voorkomen van gevaar, overlast en hinder; 2. implementeren van risico gestuurd beheer; 3. snelle interventie bij knelpunten in het systeem.
De laatste twee doelen zijn nogal abstract. Ik adviseer deze doelen verder uit te werken en nader inhoud te geven. Of te wel wanneer zijn deze ambities en doelen gezien vanuit de gemeente Deventer behaald. 3. De wereld om ons heen verandert snel. Actuele (wereldwijde) ontwikkelingen vormen steeds vaker risico’s voor onze samenleving. Niet alleen nationaal, regionaal maar ook persoonlijk wordt er een beroep gedaan op de maatschappelijke weerbaarheid. Hoe kunnen wij ons bijvoorbeeld beter voorbereiden op (langdurige) verstoringen zoals stroomuitval en problemen met de voedsel-/ (drink)watervoorziening. Overstromingen en incidenten met gevaarlijke stoffen kunnen ook leiden tot maatschappelijke ontwrichting en economische consequenties. In de indicatoren kan dat worden vertaald naar inwoners en organisaties. Ik adviseer u de maatschappelijke weerbaarheid onderdeel uit te laten maken van de ambities van de gemeente Deventer.
Tabel 4.6 zou hiermee als volgt kunnen worden aangepast/aangevuld: Aspect Waterveiligheid Indicator - Aantal inwoners en organisaties dat mogelijk bloot gesteld wordt aan gevolgen van een overstroming - Percentage van betrokken inwoners en organisaties dat zich bewust is van het risico Externe veiligheid - Percentage van betrokken inwoners en organisaties dat weet wat te doen bij een overstroming en hiertoe ook in staat is (weerbaarheid) - Aantal inwoners en organisaties dat mogelijk bloot gesteld wordt aan de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen Verkeersveiligheid – Percentage van betrokken inwoners en organisaties dat zich bewust is van het risico - Percentage van betrokken inwoners en organisaties dat weet wat te doen bij een incident en hiertoe ook in staat is (weerbaarheid) # ongevallen met dodelijke afloop/jaar # ongevallen met letsel tot gevolg/jaar Voor deze zienswijze heb ik mij beperkt tot de zaken die relevant zijn voor de (externe) veiligheid. Deze zienswijze heb ik afgestemd met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de Politie Oost Nederland, district IJsselland. Ik ontvang graag een reactie op deze zienswijze en adviseer u graag in de verdere procedure(s).
Aanpassing NRD? Ja Voorstel voor reactie op zienswijze 5 Ten aanzien van de gegeven adviezen in de zienswijze willen we benadrukken dat de effectbeoordeling niet alleen uitgaat van de wettelijke normen. De OER is juist bedoeld om een bredere blik op de veilige en gezonde fysieke leefomgeving in beeld te brengen. Wij maken daarbij graag gebruik van uw aanbod voor advies bij de uitwerking. In het vervolg van het omgevingsvisieproces worden de uitwerkingen en ambities steeds concreter. Dat is onderdeel van de visievorming en niet van het toetsingskader in de NRD. Het toetsingskader voorziet in een indicator m.b.t. het bewustzijn van onze inwoners rond risico's Met betrekking tot de genoemde indicatoren zelfredzaamheid en weerbaarheid zullen we deze meenemen als mogelijke mitigerende maatregel. Echter deze zal niet onderscheidend zijn in de te maken ruimtelijke keuzes. Daarom voegen we ze nu niet toe aan het toetsingskader van de NRD. Met betrekking tot uw opmerking over aantal dodelijke slachtoffers is dit onderdeel van de
effectbeoordeling van Externe Veiligheid. Het aantal verkeersongelukken met slachtoffers zullen we wel opnemen als indicator. Zienswijze 6: Waterschap Drents Overijsselse Delta Graag zouden we ambtelijk willen reageren op enkele inhoudelijke punten aangaande het thema water. Gezien de ter visie legging vlak voor de kerstvakantie, en de onmogelijkheid voor ons om deze reactie via ons bestuur af te handelen in deze korte tijd kiezen we hiervoor. We gaan ervan uit dat de gemeente Deventer onze ambtelijke opmerkingen meeweegt en op punten de NRD zal aanvullen op basis hiervan. Advies: In de NRD worden enkele beoordelingskaders en methoden toegelicht en per thema uitgewerkt. Het aspect waterveiligheid onder het thema “Veilige leefomgeving”, en bodem, ondergrond, grondwater, oppervlaktewater en wateroverlast & droogte onder het thema “Natuurlijke systemen”. In de tabellen per thema worden indicatoren gegeven die in de OER worden getoetst/beoordeeld. We willen adviseren deze indicatoren aan te scherpen zodat ze beter getoetst kunnen worden. Waterveiligheid: het gaat bij dit thema niet alleen over het aantal inwoners dat wordt blootgesteld aan de gevolgen van een overstroming. Het gaat hier in eerste instantie om meerlaagse veiligheid.
Is een locatie geschikt voor woningbouw omdat er bijna geen negatieve effecten zijn bij een overstroming, als dat niet zo is; is een locatie zo in te richten dat de effecten van een overstroming kunnen worden beperkt, en zo niet, is een locatie in geval van crisis goed te evacueren en beheersen door de crisisdiensten. We stellen voor die drietrapsraket te gebruiken bij de beoordeling. Tevens is de Omgevingswet ingericht om ook de dijken toekomstbestendig te houden. Art 5.38 uit het Bkl bevat een instructieregel voor de gemeente om aan te tonen dat ontwikkelingen nabij een dijk geen negatieve effecten mogen hebben op de huidige en toekomstige instandhouding van die dijk. Deze instructieregel reikt verder dan de beschermingszones in onze verordening. Het is goed in de OER al stil te staan bij dit artikel om zo al voor te sorteren bij de onderbouwing van de later op te stellen Omgevingsvisie en daarna ook Omgevingsplannen. Voor de aspecten onder natuurlijke systemen zijn benoemd: Graag ontvangen we wat toelichting bij de indicatoren. Hoe smart zijn ze? Bijvoorbeeld grondwaterstand. Mag deze wijzigen? En welke wijziging is dan acceptabel? Verlaging is voor ons waterschap geen optie, maar is verhoging altijd mogelijk of gewenst? Kortom, wat is een +++ waard en wat een ---? Hetzelfde geldt voor zoetwateraanvoer.
Is dit de enige indicator of is waterafvoer ook relevant? En hoe staat dit in relatie tot de volgende indicatoren ‘wateroverlast en droogte’? Graag vernemen we van de gemeente of bovenstaande aanvulling nog een toelichting behoeft. We lichten e.e.a. graag toe indien gewenst. We worden in elk geval graag verder betrokken bij de uitwerking van dit stuk richting een OER en vervolgens naar een Omgevingsvisie. De eerste zal raadpleging van ons als bestuursorgaan zijn conform tabel 5.1. We ontvangen hiervoor graag een uitnodiging. Aanpassing NRD? Ja Voorstel voor reactie op zienswijze 6 Met betrekking tot de door u aangegeven indicator waterveiligheid en daar vanaf geleide meerlaagse veiligheid, is lastig om dat op dit abstractieniveau op de voorgestelde manier al te toetsen. We kunnen stap 2 en 3 van de drietrapsraket wel uitwerken op het niveau van gebiedsontwikkeling. We voegen stap 1 risico op overstroming toe aan het toetsingskader in deze NRD. Met betrekking van de effecten op waterstandpeilbeheer voegen we de indicator waterdiepte bij een dijkdoorbraak toe aan het toetsingskader. Een nadere toelichting op indicatoren geven we graag in een gesprek. U wordt uitgenodigd voor de participatiemomenten voorafgaand aan het koersdocument en de ontwerp omgevingsvisie. In de OER zelf zullen de uitgewerkte indicatoren worden toegelicht.
Zienswijze 7: Gemeente Voorst Met veel interesse en waardering hebben wij het concept van uw Notitie Reikwijdte en detailniveau (NRD) doorgenomen. Met de vele ontwikkelingen die er spelen is het van groot belang om na te denken over de vele effecten van uw visie op een samenhangende omgeving en uw ruimtelijke keuzes. Wij waarderen het dat u in uw omgevingsvisie gezondheidsaspecten en sociale opgaven een nadrukkelijk plek geeft. Dank ook uw uitnodiging om in de conceptfase te mogen reageren op de NRD. Wij onderschrijven de nodige opgaven op het gebied van wonen en werken. Het staat voor ons vast dat de impact op de omgeving groot zal zijn. Wij kunnen u goed volgen in de keuze voor de zorgvuldige grondige analyse van de mogelijk effecten van de te verkennen scenario’s. Als buurgemeente zijn wij graag nauw betrokken bij het proces van uw omgevingsvisie. Wat betreft de Omgevingseffectrapportage en de reikwijdte pleiten wij ervoor om nadrukkelijk ook de effecten buiten uw gemeentegrenzen in beeld te brengen. Aanpassing NRD? ja Voorstel voor reactie op zienswijze 7 We zullen per thema aangeven of een effect de gemeentegrenzen overschrijdt: Dat er een effect optreedt, maar nog geen kwantificatie van het effect. Dat zal naar verwachting wel onderwerp zijn voor de nadere uitwerking, waarbij we graag met onze buurgemeenten optrekken.
Zienswijze 8: Waterschap Rijn en IJssel Wij willen allereerst benadrukken dat wij de aandacht waarderen, die de NRD in het beoordelingskader geeft aan waterveiligheid en het watersysteem. Het is duidelijk dat dit belangrijke aspecten zijn voor een goede kwaliteit van de leefomgeving, en wij zijn blij te constateren dat hier zorgvuldig naar wordt gekeken. Het thema waterketen verdient echter meer aandacht in de NRD. Dit is een belangrijk punt voor milieu en gezonde leefomgeving. Gezien het cruciale belang van de waterketen voor een gezonde leefomgeving, verzoeken wij u dit thema explicieter te integreren in de verdere uitwerking. Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de nieuwe EU-richtlijn stedelijk afvalwater moet het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan strenge lozingseisen voldoen. Door deze lozingseisen is het niet altijd meer vanzelfsprekend dat het afvalwater afkomstig van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of van bedrijven naar de RWZI kan worden afgevoerd. Het vroegtijdig betrekken van het waterschap bij dit soort ontwikkelingen is daarom van groot belang. Aanvullend hebben we nog twee vragen voor het proces: 1.
Waarom wordt in de beoordeling van de alternatieven (pagina 19) de ruimtelijke dimensie niet expliciet meegenomen? We kunnen ons namelijk voorstellen dat een deel van de doelen en knelpunten juist erg gebonden zijn aan een specifieke ruimtelijke locatie. 2. De 4 ontwikkelrichtingen worden bepaald op een assenkruis (pagina 15), waarbij de mate van stedelijke ontwikkeling (woningbouw) wordt afgezet tegen een combinatie van andere aspecten. Hierbij worden veel aspecten samengevoegd op 1 as, die niet persé altijd naast of tegenover elkaar staan. Zo wordt bijvoorbeeld buiten stedelijke uitbreiding tegenover water en bodem geplaatst, terwijl dit ook positief met elkaar kan samengaan in een alternatief: bijvoorbeeld, wanneer als maatregel wordt opgenomen dat een buiten stedelijke ontwikkeling positief bijdraagt aan een klimaatrobuust watersysteem. Een alternatieve manier om tot 4 ontwikkelrichtingen te komen, is om per onderwerp oplossingen te formuleren en deze te combineren tot integrale onderscheidende alternatieven. Zo is er meer ruimte om per onderwerp tot verschillende alternatieven te komen. Deze aanpak staat beschreven in Praktijkproef afwegingskader omgevingsvisie (VNG 2020) Concluderend Wij zijn positief over de NRD en waarderen de inzet om water een centrale plaats in het OER te geven.
Tegelijkertijd verzoeken wij om het belang van de waterketen explicieter te integreren in het beoordelingskader. Wij hopen dat onze aandachtspunten en aanbevelingen worden meegenomen en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Aanpassing NRD?
Deels Voorstel voor reactie op zienswijze 8 Met betrekking tot het thema waterketen zullen we bij de verdere uitwerking aandacht hebben voor de de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de nieuwe EU-richtlijn stedelijk afvalwater. Met betrekking tot uw opmerking over dat met betrekking tot het hanteren van de assenkruis methodiek en dat hierin aspecten staan die niet persé naast of tegenover elkaar staan (stedelijke uitbreiding versus water/bodem); het is onderdeel van de scenario-methodiek om daarmee een breed blikveld van opgaven en effecten te creëren, waarin uiteindelijk een optimale keuze gemaakt moet worden aan de hand van de effecten en maatregelen (b.v. klimaat robuust watersysteem). De knelpunten ten aanzien van het watersysteem kunnen zich op verschillende plekken openbaren. Dat effect nemen we mee in de beoordeling. Verder geeft u een alternatieve manier om tot ontwikkelrichtingen te komen. Wij hebben alles afwegende gekozen voor deze methodiek van alternatievenontwikkeling en zien daarin voldoende ruimte voor onderscheidende alternatieven om te toetsen. Zienswijze 9: inwoner Thema bereikbaar: U wenst in te zetten op een binnenstad met parkeergelegenheden aan de randen. Hiervan dient te worden afgezien. In plaats daarvan dient te worden ingezet op het creëren van ondergrondse parkeergarages in de binnenstad.
Dat dit mogelijk is blijkt uit het feit dat dergelijke parkeervoorzieningen reeds zijn gecreëerd in vele historische binnensteden in binnen- en buitenland en ook in Deventer zelf onder het (nieuwe) Stadhuis. Eén en ander dient te worden betrokken bij het onderzoek. Daarnaast wilt U fietsen en de bijbehorende stallingen faciliteren. Het stallen van fietsen is een groot probleem in de binnenstad van Deventer. Uitgangspunt dient te zijn dat het er voldoende fietsenstallingen worden gecreëerd en het stallen van fietsen in de binnenstad niet is toegestaan buiten stallingen. Eén en ander dient te worden betrokken bij het onderzoek. Thema ruimte voor werken: U wilt de binnenstad verder ontwikkelen als de place to be. Economische ontwikkelingen mogen de leefbaarheid en veiligheid niet aantasten. Zij dienen ook te passen binnen de kaders van het Beschermd Stadsgezicht van Deventer en de status van Rijksmonumenten. Het bieden van meer ruimte mag de cultuurhistorische waarden nooit aantasten. Situaties zoals bij het dichtzetten van de looppanden op de terrassen aan de Brink zijn onrechtmatig. Eén en ander dient te worden betrokken bij het onderzoek. Thema economisch vitaal: U wilt ruimte bieden voor vernieuwing in de horeca en verblijfsrecreatie. Uitgangspunt van het Horecabeleid is steeds bescherming van het woon- en leefklimaat geweest.
Ruimte voor vernieuwing maar minder negatieve effecten. Er dient onverminderd aandacht te blijven voor de leefbaarheid en veiligheid. Dit wordt ook gesteund door uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 201807232/1/R3 en 201807234/1/R3 d.d. 23 oktober 2019. Er dient daarom onverminderd te worden vastgehouden aan het geldende maximumstelsel voor horeca, ook op de Brink en de Kop van Brink. Verder dient het bieden van ruimte voor vernieuwing in de horeca en verblijfsrecreatie te passen binnen de kaders van het Beschermd Stadsgezicht van Deventer en de status Van Rijksmonumenten. Het bieden van meer ruimte mag de cultuurhistorische waarden nooit aantasten. Zoals voorgaand reeds vermeld zijn situaties zoals bij het dichtzetten van de looppanden op de terrassen aan de Brink onrechtmatig. Eén en ander dient te worden betrokken bij het onderzoek. Wij wensen onze zienswijze gaarne mondeling toe te lichten. Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 9
De zienswijze betreffen mogelijke keuzes waarop we graag uw inbreng horen in het omgevingsvisieproces zelf. De NRD bevat het toetsingskader voor de verwachte leefomgevingseffecten. Daar vallen deze niet onder. U bent van harte uitgenodigd om uw zienswijze mondeling toe te lichten aan de raad tijdens de beeldvormende sessie die voorlopig gepland is op 12 februari 2025. U kunt zich hiervoor aanmelden via de griffie. Zienswijze 10: inwoner Ik ben blij te zien dat fijn en gezond wonen en leven in Deventer een belangrijke plaats inneemt in uw genoemde notitie. Mijn zienswijze bestaat uit een 6-tal onderdelen, hoofdzakelijk te maken met de plaatsing van gigantische windturbines (te) dicht bij een woonwijk - waar ik zelf ook woon: 1: de constatering dat ondanks het ten onrechte achtergehouden HUF-rapport (uit 2009!) en de daarin vermelde tekortkomingen/noodzakelijke aanvullingen ik constateer dat er nog steeds erg weinig met het commentaar is gedaan en dan met name op het gebied van de handhaafbaarheid van een en ander en dus ook de bescherming van de burgers.
De huidige industriële turbines zijn zoveel groter geworden en vrijwel zonder uitzondering softwarematig aangestuurd en ook daar ligt nu een nieuw en extra gevaar op de loer: sjoemelsoftware wordt uitermate interessant om te ontwikkelen en zal bijna niet getraceerd kunnen worden, terwijl logboek een centrale plaats in gaat nemen bij controle! Het is vrijwel altijd en overal gebleken dat deze manier van controleren ernstig tekortschiet in waar het voor bedoeld is, het beschermen van de burgers. Als er sprake is van verschillende modi om de turbine “stiller” (en dus minder energieopwekkend) in te stellen, moet je uitgaan van de grootste waarde van geluidsproductie voor het toepassen van de regels. 2: de genoemde afstanden tussen turbine en gevoelige objecten zijn niet goed gedefinieerd: wel aan ontvanger kant (gevel), maar niet voor wat betreft de geluidsproductie. Sinds een onderzoek uit april 2011 van het nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) “Wind turbïne noise: primary noise sources “is bekend dat het hardste geluid komt van de neergaande wiek in en rond de “kwart – over positie “- zie centrale rode gebied op de foto (waar rood staat voor 10 dB meer geluid).
Deze afbeelding is vaker gebruikt door allerlei (ook overheids-) instanties zonder dat men door lijkt te hebben dat dat betekent dat: a) De in artikel 5.12.d voorgestelde afstandsnorm van 2 x tiphoogte dan wel vanaf dat “punt “gemeten dient te worden en dat (vanwege het meedraaien tegen de wind in) de afstand tov het hart van de pyloon van de turbine vermeerderd dient te worden met de afstand van een halve rotordiameter en ook nog eens de afstand van het rotorvlak ten opzichte van het hart van de pyloon als je frontaal naar de turbine kijkt. Het is ook duidelijk dat als je naar de contour van Lden = 45 dB bij een turbine van 150 m ashoogte en 150 m rotordiameter kijkt je in de buurt van de 600 m tot 640 m afstand komt en alleen met de hierboven voorgestelde correctie komt de afstandsnorm ongeveer overeen met de Lden = 45 dB. (te checken met een situatie zoals in Deventer bij de A1 met programma voor contourberekening) b) Het zeer de vraag is of dat de berekeningen die uitgaan van een puntbron wel opgaan: huidige nieuw te plaatsen turbines zijn veel groter dan hier onderzocht en dan is de benadering als puntbron minder goed (of je moet veel grotere afstandsnormen tot de turbine gaan invoeren dan de nu voorgestelde).
Dit is strikt genomen gewoon een ernstige fout in het protocol van de metingen voor wat betreft de onderliggende wetenschappelijke kennis en hoort dus eigenlijk apart daarbij te worden verbeterd. (De geluidsverdeling is geen puntbron daarom heb ik hierboven bij a) het punt tussen aanhalingstekens geplaatst - maar een (gekromd) lijnsegment van geluidsbronnen die eerst- van 8 over tot kwart over – in sterkte toenemen en daarna -van kwartover tot 8 voor half- in sterkte afnemen). Bij het originele onderzoek werden verschillende frequentiebanden gebruikt, maar dit plaatje is een optelsom van alle metingen frontaal voor de turbine. c) Als we zuinig moeten zijn met grondstoffen en materiaal zou je turbines niet in binnenland moeten zetten, maar op zee of andere locaties met meer en langduriger windaanbod: de overheid heeft daar niet voor gekozen uit –nu - onbegrijpelijke reden. Ze heeft zelf tussendoor al heel snel het aandeel wind op zee veel groter gemaakt – omdat het ineens veel goedkoper was dan voorzien. Om dat verlies niet nog groter te maken lijkt het mij goed om ook een minimale afstand tussen de turbines onderling (zowel in als buiten park-verband) in de regels
op te nemen: op veel plaatsen staan ze te dicht op elkaar en hebben daardoor (in tegenstelling tot de vermelding bij 1 windpark dat de meest westelijk gelegen molen een supermolen zou zijn die meer dan 10 % beter presteert dan de overigen ! De waarheid is natuurlijk dat de anderen in de windschaduw staan en 10 tot 20 % minder energie leveren) te veel last van elkaars zog: de mindere productie wordt vergoed dankzij subsidie, maar dat kan toch niet als uitgangspunt genomen worden om een energiecrisis op te lossen: op zee volstaat 5x rotordiameter, op land moet als de turbines richting oost-west staan minstens dezelfde afstand worden aangehouden (Eigenlijk meer vanwege de slechtere instroom van lucht op land vergeleken met zee) 3: Wat betreft stikstofdepositie en fijnstof door draaiende turbines: daar is nog veel te weinig over bekend, maar het bij voorkeur plaatsen langs rijkswegen en industrieparken kan veroorzaken dat de daarvan afkomstige NOx en fijnstof over een veel groter gebied terecht gaan komen dan zonder dat de turbines de luchtlagen flink mengt. Het plaatje hieronder van een windpark bij Denemarken: de condensatie ontstaat doordat bijna 100% verzadigde lucht in temperatuur daalt ten gevolge van uitzetting. De ontstane mist/ bewolking kan verder windwaarts voor lokaal ander klimaat zorgen.
NB de condensatie maakt zichtbaar wat er gebeurd maar boven land gebeurt dat vaak onzichtbaar: ik woon zelf in Overijssel waar de turbines geplanned staan langs de A1, Bron Vattenfall/ Christian Steiness bij de overheersende windrichting zuidwest betekent het dat mogelijkerwijs fijnstof en NOx vanaf die A1 verspreid worden richting bewoners- die niet beschermd zijn – maar ook richting natuurgebieden NNN als Sallandse heuvelrug: de Holterberg onder andere heeft al veel teveel stikstofdepositie en je kunt niet blij zijn met een mogelijk meer vanaf het moment van plaatsing van nieuwe turbines langs de A1. Hier geldt het voorzorgsprincipe van “nee tenzij “en daar zal dan eerst goed onderzoek naar moeten worden gedaan. Het onderzoek tot nu toe beperkte zich tot invloed op gassen/pluimen vanuit schoorstenen en een heel industrieterrein- ik dacht van Tauw - in Groningen. Zelfs bij de turbines bij Tata steel heb ik daar tot mijn verbazing niets van gezien. Op meer landelijke plaatsen bij vee, varkens en/of kippenbedrijven zou hetzelfde kunnen gebeuren met vrijkomende NH3: ook daar is geen onderzoek naar gedaan voor zover bekend. Nu wordt er bij MER alleen gekeken naar stikstof tijdens de bouw, ook goed natuurlijk, maar dat blijft redelijk lokaal.
4: Slagschaduw: er zijn wel normen voor blootstelling hieraan voor bewoners, maar voor zover bekend geen voor het waarschijnlijke effect op zonnepanelen en of omvormers op particuliere daken of zonneparken. (En ook geen onderzoeken, terwijl wel als voordeel van windturbines genoemd wordt het samengaan met zonneparken als meervoudig ruimtegebruik?). Het kan niet goed zijn als een installatie telkens in of af schakelt omdat (een deel van) de panelen in bewegende slagschaduw komt. Mogelijk verlies van productie, maar misschien ook groter risico op brand of kortsluiting 5: a) Houd alle tot nu toe gehanteerde afstanden tot vitale infrastructuur als vaar-, spoor- en autowegen, hoogspanningsleidingen en ondergrondse (gas)leidingen eens goed tegen het licht, ze zijn opgesteld in een tijd dat een turbine van 135 m tiphoogte veruit de grootste was: nu zijn ze 2 x zo groot, wegen minimaal 2x zoveel en dat betekent bij een inslag minstens 4x zoveel energie en navenant veel meer schade. De afmetingen zijn wel opgeschaald, maar of dat je de norm dan evenredig kunt opschalen waag ik te betwijfelen, er is ook natuurkundig bewijs van het tegendeel. b) Circulair betekent dat er ook gespaard moet worden voor de afbraak en hergebruik van de betonnen voet van de pyloon en de tonnen wapeningsstaal die erin verwerkt zit bij elke turbine.
Tot nu toe zie ik alleen de wieken als problematisch voor de circulariteit langskomen en dat is niet correct. c) Volgend jaar moet volgens de Europese richtlijn ons oppervlaktewater (en drinkwater) voldoen aan meer dan 20 jaar (!) geleden afgesproken normen die op dit moment voor het grootste deel niet gehaald worden, dat is nu urgenter dan oude energieplannen doordrukken 6: Als laatste: er wordt al meer energie opgewekt dan afgesproken voor 2030 en ons netwerk aankan. Onze wethouder van Essen heeft volgens de Stentor in de nabije toekomst niet meer ruimte voor nieuwe zakelijke aansluitingen, maar ook particuliere aansluitingen zijn de komende 2 jaar niet zomaar mogelijk (en er is een groter risico op vaker en langer uitval!). Ook dat geeft aan dat er eerst een pas op de plaats nodig is alvorens onnadenkend en risicovol door te drammen over afspraken terwijl de realiteit je ingehaald heeft. Deze opmerkingen en zorgen zou ik graag verwerkt zien in de definitieve omgevingsvisie, ik wens u daarbij wijsheid toe.
Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 10 Uw zorgen rondom de effecten van windmolens zijn begrijpelijk. Bij het ontwikkelen van windprojecten moeten de initiatiefnemers hier onderzoek naar doen in de vorm van een (zelfstandige) Milieu Effecten Rapportage (MER). Hierin worden o.a. geluidseffecten en effecten op flora en fauna getoetst aan (landelijke) wet- en regelgeving. Deze rapportage wordt onafhankelijk beoordeeld door de landelijke Commissie MER. Als gemeente volgen we deze onderzoeken nauwgezet, net als de landelijke normen voor windturbines die naar verwachting halverwege 2025 worden vastgesteld door de Tweede Kamer. Uiteindelijk is het de provincie Overijssel die als bevoegd gezag bepaalt of een windproject voldoet aan de eisen om een vergunning te krijgen. De gemeenteraad van Deventer heeft afspraken gemaakt met de provincie over het aantal windturbines en de zoekgebieden waarbinnen deze tot 2030 gerealiseerd mogen worden. Verder zit het elektriciteitsnetwerk op dit moment vol. De gemeente werkt nauw samen met de netbeheerder Enexis om ruimte te creëren op het netwerk. Daarvoor is ook uitbreiding van de hoogspanningskabels door Tennet nodig. Dit staat tussen 2028/2030 op de planning, en hierin wordt ook rekening gehouden met het aansluiten van windmolens.
Goed om te beseffen is dat windprojecten 6 tot 8 jaar duren voordat er daadwerkelijk wordt gebouwd. Dan is aansluitcapaciteit geregeld. Dit is ook in het belang van de netbeheerder; het aansluiten van windenergie zorgt voor meer balans op het netwerk, aangezien windmolens veel constanter energie kunnen leveren dan zonne-energie, wat voor grote pieken zorgt op het netwerk. Windenergie wordt namelijk gelijkmatiger over de dag en seizoenen opgewekt, wat zorgt voor een stabielere belasting van het elektriciteitsnet.
Zienswijze 11: Adviesraad Sociaal Domein Deventer De Adviesraad Sociaal Domein Deventer (ASDD) heeft in de vergadering van 6 januari jl. besloten geen reactie te geven op de NRD. De voorzitter ASDD nodigt binnenkort Margriet Achtereekte uit om een toelichting aan de ASDD-leden te geven over het traject van de Omgevingsvisie en willen daar in meedenken. Aanpassing NRD? Nee Voorstel voor reactie op zienswijze 11: n.v.t. Conclusies: Naar aanleiding van de ingediende zienswijze wordt voorgesteld de notitie NRD op een aantal punten aan te vullen: We zullen per thema in het OER aangeven of een effect de gemeentegrenzen overschrijdt: en of er een effect optreedt; Met betrekking tot het onderwerp veiligheid zal ‘het aantal dodelijke slachtoffers’ als indicator betrokken worden bij de effectbeoordeling. Het aantal verkeersongelukken met slachtoffers zullen we eveneens opnemen als indicator; We voegen de indicator ‘overstromingsrisico’ toe aan het toetsingskader in de NRD; Met betrekking van de effecten op waterstandpeilbeheer voegen we de indicator ‘waterdiepte bij een dijkdoorbraak’ toe aan het toetsingskader; Bij de uitwerking in het OER zal aandacht zijn voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de nieuwe EU-richtlijn stedelijk afvalwater. De knelpunten ten aanzien van het watersysteem kunnen zich op verschillende plekken openbaren.
Dat geografisch effect wordt meegewogen in de beoordeling van de alternatieven in het OER.