CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-367-bijlage 2-Beleidsregels omtrent toegang tot beschermd wonen, beschut wonen en maatschappelijke opvang 2025

Raadsvergadering 17 september 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Invoering eigen bijdrage 24-uursopvang13.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De persoon die het persoonsgebonden budget ontvangt legt desgevraagd binnen de door het college aangegeven termijn verantwoording af over het gebruik van het persoonsgebonden budget. 9. Een (periodiek) uit te betalen persoonsgebonden budget wordt verleend voor een periode die aanvangt op de dag waarop het recht op de voorziening is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de voorziening is aangevraagd. 10. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een persoonsgebonden budget: g. kosten voor bemiddeling; h. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; i. kosten voor het voeren van een persoonsgebonden budget-administratie; j. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een persoonsgebonden budget; k. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering;

l. kosten op basis van ‘coördinatie bouwsteen’ van inkoop maatwerkvoorzieningen Wmo 2015. 11. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget verstrekt wordt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de volgende voorwaarden: f. dat de persoon die behoort tot het sociale netwerk heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt; g. dat de persoon die behoort tot het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de cliënt heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling; h. dat de inzet van de persoon die behoort tot het sociale netwerk aantoonbaar van goede kwaliteit is en daarbij het belang van de cliënt centraal staat; i. dat de persoon een lager tarief krijgt betaald ten opzichte van het professionele tarief voor zijn dienstverlening; j. dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het persoonsgebonden budget mogen worden betaald. 12. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt mag deze niet besteden in het buitenland en daar ook geen zorg inkopen. Het college kan in individuele gevallen hiervan afwijken. In dat geval kan maximaal zes weken per kalenderjaar een persoonsgebonden budget worden verstrekt. 13. Een formele zorgaanbieder dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: j.

verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt; k. organiseert zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel dat leidt tot verantwoorde hulp; l. beschikt over een systeem voor dossiervorming; m. werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; n. werkt met medewerkers die beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG); o. dient te beschikken over een meldcode te hebben voor huiselijk geweld en kindermishandeling; p. dient te beschikken over een klachtencommissie; q. heeft een vastgesteld privacybeleid; r. beschikt over een cliëntenraad.

14. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden. 3.7 Wonen in een accommodatie van een instelling Wanneer een cliënt toegang krijgt voor Beschut Wonen wordt daarmee feitelijk aangegeven dat iemand niet zelfstandig kan wonen, maar moet wonen in een accommodatie van een instelling met het daarbij behorende toezicht en de begeleiding. Bij Beschut Wonen betreft dit een woonvorm van minimaal zes geclusterde wooneenheden. Een wooneenheid betreft het hoofdverblijf van desbetreffende cliënt. De wooneenheid en de locatie waarin de wooneenheid zich bevindt voldoet aan alle wettelijke eisen. 3.8 Cliëntprofielen of cliëntperspectieven Het doel van cliëntprofielen is het inschatten van cliëntperspectief op ontwikkeling en doorstroom naar zelfstandigheid en al dan niet uitstroom uit Beschut Wonen. We onderscheiden drie cliëntprofielen/cliëntperspectieven, te weten: langdurig zorgafhankelijk, ontwikkelgericht en uitstroomgericht. Bij cliëntprofielen/cliëntperspectieven gelden twee belangrijke aandachtspunten. • De individuele ontwikkelpotentie altijd in het oog hebben. Twee profielen/perspectieven zijn sterk gericht op uitstroom, een profiel/perspectief is dat veel minder. Uitstroom is natuurlijk niet de enige manier om te ontwikkelen en groeien in zelfstandigheid. De ontwikkelgedachte moet altijd centraal staan.

Ook cliënten waarbij uitstroom nu niet mogelijk lijkt kunnen in de toekomst meer zelfstandig worden. • Geen directe samenhang met ondersteuningspakketten. De huidige zwaarte van de ondersteuning (gekoppeld aan het ondersteuningspakket, dat gaat over de inhoud van de ondersteuning die geleverd wordt) heeft geen directe relatie met de ontwikkelpotentie (uitgedrukt in een cliëntprofiel, dat gaat over het perspectief). Een cliënt met (nu nog) zware ondersteuning vanuit een hoog pakket kan grote ontwikkelpotentie hebben en op korte termijn misschien zelfstandig wonen, terwijl een cliënt

met een lichte vorm van ondersteuning vanuit een laag pakket deze blijvend nodig kan hebben. 3.9.1. Langdurig zorgafhankelijk Doelgroep: de inwoner ontvangt ondersteuning gericht op herstel en/of stabiliteit en heeft meerdere psychiatrische stoornissen, psychosociale problematiek en of LVB. De inwoner kan op lange termijn (naar verwachting langer dan drie jaar) mogelijk zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Ook inwoners waarbij naar verwachting Beschut Wonen altijd nodig blijft, vallen in dit profiel. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners waarbij volledige zelfstandigheid niet haalbaar is omdat ze vanwege hun psychiatrische aandoening of LVB weinig tot geen basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. Stabiliteit bieden is mogelijk het maximaal haalbare. Doel: bieden van een veilige woonomgeving, inzet gericht op ondersteuning bij het wonen en/of het herstel, zodat meer stabiliteit ontstaat. 3.9.2. Ontwikkelgericht Doelgroep: de inwoner kan op middellange termijn (naar verwachting binnen één tot drie jaar) zelfstandig wonen en doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners die weinig basisvaardigheden hebben om zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving, maar die naar verwachting wel kunnen ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan uitstroom.

In geval van psychiatrie of psychosociale problematiek vraagt het herstel van de inwoner de meeste aandacht. In geval van LVB gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden. Doel: ontwikkeling van zelfredzaamheid en participatie op alle levensdomeinen door het aanboren van eigen kracht en het ontwikkelen en structureren van basisvaardigheden. 3.9.3. Uitstroomgericht Doelgroep: de inwoner kan op korte termijn (naar verwachting binnen één jaar) zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners met de

basisvaardigheden om zelfstandig te wonen, sociale binding en overzicht op de leefgebieden. Dit kunnen zowel inwoners zijn met een psychische stoornis, psychosociale problematiek en of een licht verstandelijke beperking. Doel: vaardigheden eigen maken die nodig zijn om zelfstandig te gaan wonen (bijvoorbeeld school/werk, zelfstandig kunnen reizen), begeleiding gericht op het vinden van passende wooneenheid, het inregelen van ondersteuning c.q. terugvalpreventie voor de fase na uitstroom. 4 Toegangskader Maatschappelijke Opvang 4.1 Algemeen Een inwoner komt in aanmerking voor de maatschappelijke opvang (MO) voor zover hij de thuissituatie heeft verlaten en niet in staat is op eigen kracht zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving. De MO betreft hiermee een vangnet voor dak- en thuislozen. Binnen de MO wordt ondersteuning geboden middels de 24-uursopvang, tijdelijk onderdak met begeleiding, crisisopvang en door middel van ambulante begeleiding MO (voor- en nazorg MO). 4.2 Toegangscriteria maatschappelijke opvang Om toegang te kunnen krijgen tot MO, hanteert centrumgemeente Deventer onderstaande toegangscriteria. De toegang wordt bepaald door algemene cliëntkenmerken, de aard van de problematiek en de ondersteuningsbehoefte. Deze criteria dienen allen aanwezig te zijn.

Wanneer een cliënt voldoet aan de toegangscriteria maar daarnaast ook voldoet aan een van de uitsluitingsgronden (zie 4.4), wordt toegang geweigerd. De centrumgemeente Deventer onderschrijft het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang (zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van centrumgemeente Deventer op 7 april 2015). 4.3 Algemene cliëntkenmerken a. De cliënt is 18 jaar of ouder of wordt vergezeld door een ouder, in welk geval de aanvraag voor MO wordt gedaan door de ouder, mede voor het kind of de kinderen.

b. De cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft legaal in Nederland (niet van toepassing indien de cliënt in aanmerking komt voor MO vanuit de bed-bad-broodregeling). c. De cliënt voldoet aan hetgeen gesteld is in het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang (zie 4.2). 4.3.1 Aard van de problematiek a. De cliënt heeft de thuissituatie verlaten en is zonder opvang niet in staat op eigen kracht zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving. b. In gesprek met de cliënt (al dan niet aangevuld met informatie van derden) is vastgesteld dat de cliënt momenteel dakloos en thuisloos is. 4.3.2 Ondersteuningsbehoefte a. Het is noodzakelijk voor de cliënt om in de opvang te verblijven om te voorkomen dat hij/zij op straat leeft. b. De cliënt heeft behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Daaronder worden activiteiten verstaan waarmee een persoon wordt ondersteund bij het vinden van een eigen woonplek, al dan niet begeleid of beschermd. c. Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert de MO een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van het vinden van eigen woonruimte, al dan niet begeleid of beschermd. d.

De cliënt wil en accepteert een ondersteuningstraject uitgaande van zijn (on)mogelijkheden, gericht op het realiseren van een eigen woonsituatie, al dan niet begeleid of beschermd, waarin hij weer meer op eigen kracht (zelfstandig) kan wonen en participeren in de samenleving, buiten de instelling van MO om. 4.4 Uitsluitingsgronden voor maatschappelijke opvang Voor het toekennen van de maatwerkvoorziening MO zijn onderstaande uitsluitingsgronden van kracht (behandeling, aanspraak op andere voorziening, bepaalde crisissituaties). 4.4.1 Behandeling a.

Het verblijf in een instelling is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis van de cliënt. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en

programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid van een behandelaar is vereist. 4.4.2 Aanspraak op andere verblijfsvoorziening Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) omdat er sprake is van verblijf dat noodzakelijk is voor de behandeling van de aandoening. b. Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) omdat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid op basis van een andere vastgestelde grond dan psychiatrie. a.

4.4.3 Bepaalde crisissituaties a. Er is sprake van een acute crisissituatie in de geestelijke gezondheid en/of andere levensdomeinen en als gevolg hiervan zijn er mogelijkheden voor crisisopvang/opname in de Zvw (zie voetnoot 4); b. Er is sprake van huiselijk geweld of een risico op veiligheid, waarvoor een melding gedaan moet worden bij Veilig Thuis en via die weg opvang mogelijk is. 4.5 Afstemming ter voorkoming dat cliënten tussen wal en schip vallen Afstemming met aangrenzende domeinen en (centrum)gemeenten is belangrijk en vindt plaats wanneer de situatie daarom vraagt. Om te voorkomen dat cliënten tussen wal en schip vallen, vindt afstemming in ieder geval plaats bij onderstaande situaties om te bepalen welk wettelijk kader de meest passende ondersteuning biedt: •

de cliënt komt op basis van bovenstaande criteria in aanmerking voor MO en daarnaast ook in aanmerking komt voor een ander wettelijk kader; • de cliënt wordt op basis van bovenstaande criteria geweigerd voor MO omdat er sprake is van een uitsluitingsgrond en wordt binnen andere de wettelijke kaders ook geweigerd. • centrumgemeente waar de cliënt woont, is niet dezelfde als de centrumgemeente waar de cliënt ondersteuning wenst te krijgen en een aanvraag doet voor MO. Daarnaast vindt waar nodig afstemming plaats met andere centrumgemeenten en tussen de lokale gemeenten van centrumgemeente Deventer. Op deze manier

wordt in goed overleg besloten waar de cliënt de meest passende ondersteuning krijgt en welke ondersteuning dit betreft. 4.6 Leveringsvormen Indien de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening MO, wordt de ondersteuning altijd geleverd in natura. Een Pgb is voor maatschappelijke opvang niet mogelijk omdat de aard en het karakter zich hiertegen verzet. 4.7 Cliëntprofielen/cliëntperspectieven Het doel van cliëntprofielen is het inschatten van cliëntperspectief op ontwikkeling en uitstroom MO. We onderscheiden vier cliëntprofielen/cliëntperspectieven, te weten: nachtopvang, ambulante crisisopvang, crisisopvang en ambulante begeleiding MO (voor- en nazorg). 4.7.1 24-uurs-opvang Doelgroep: de inwoner is dakloos, leidt veelal al langdurig een zwervend bestaan en kan vanwege problematiek en gedrag niet worden opgevangen in andere voorzieningen. De inwoner maakt gebruik van de 24-uursopvang om te overnachten. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de aandacht vooral uitgaat naar passende huisvesting of opvang. Doel: De inwoner motiveren om • met begeleiding weer in stabiele huisvesting te komen • begeleiding te accepteren bij de stappen die nodig zijn voordat de cliënt richting stabiele huisvesting kan. Duur: in basis maximaal 3 maanden.

4.7.2 Tijdelijk onderdak met begeleiding Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen tot de volgende dag (tot het moment dat er weer een hulpverlener aanwezig is) uitstellen.

Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen. Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken. 4.7.3 Crisisopvang Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen niet tot de volgende dag uitstellen en heeft door de aard van zijn problematiek 24-uurstoezicht nodig. Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen, ondersteuning op andere leefgebieden om herstel en zelfstandigheid te bespoedigen. Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken. 4.7.4 Ambulante begeleiding MO Doelgroep: •

de inwoner is dak- en/of thuisloos, ofwel langdurig ofwel plotseling, en heeft ondersteuning nodig voordat hij kan of wil worden toegelaten tot de 24-uursopvang of crisisopvang (voorzorg). Met deze begeleiding kan opname in de nacht- of crisisopvang mogelijk ook worden voorkomen. • de inwoner wordt ondersteund na het verlaten van de (ambulante) crisisopvang of 24-uursopvang (nazorg) in een overgangsperiode naar meer zelfstandig wonen. Doel: voorkomen van of toeleiding naar crisisopvang, tijdelijke onderdak met begeleiding of 24-uursopvang; of terugvalpreventie in nieuwe zelfstandige woonsituatie (nazorg). Duur: in basis maximaal 3 maanden.

5 Grensvlakken beschermd wonen, beschut wonen en maatschappelijke opvang De beleidsregels in hoofdstuk 2 geven handvatten voor de toegang en helpen bepalen of beschermd wonen (BW) aan de orde is en welke verzilveringsvorm, welk profiel en welk ondersteuningspakket passend zijn. De beleidsregels in hoofdstuk 3 geven handvatten voor de toegang en helpen bepalen of beschut wonen aan de orde is en welke verzilveringsvorm, welk profiel en welk ondersteuningspakket passend zijn. Voor wat betreft de grensvlakken met de andere wetten gelden voor beschut wonen dezelfde uitgangspunten als voor beschermd wonen (BW). De beleidsregels in hoofdstuk 4 geven handvatten voor de toegang en helpen bepalen of maatschappelijke opvang (MO) aan de orde is en welk profiel passend is. Bij sommige inwoners is er overlap met andere wettelijke kaders of Wmovoorzieningen. Dit hoofdstuk gaat in op die specifieke grensvlakken. In bijlage 2 is schematisch weergegeven wanneer welk wettelijk kader aan de orde is. In dit stroomschema volgen de voorliggende voorzieningen eerst. 5.1. Zorgverzekeringswet (Zvw) 5.1.1 Bedoeld voor? Geneeskundige zorg inclusief eerstelijnszorg, verblijf (tot maximaal 3 jaar) in verband met geneeskundige zorg, mondzorg, farmaceutische zorg, hulpmiddelenzorg, verpleging, verzorging waaronder de kraamzorg, vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten binnen de Zvw en Wlz.

5.1.2 Wie bepaalt toegang? De zorgverzekeraar bepaalt welke functies vergoed worden voor inwoners die bij haar verzekerd zijn. De huisarts treedt op als ‘poortwachter’. 5.1.3 Wanneer toegang? Toegang tot functies in de zorgverzekeringswet, te verzilveren bij een gecontracteerde aanbieder. Onderscheid in basisverzekering (waarvoor iedereen verplicht is verzekerd) en aanvullende verzekering (waarvoor verzekering op vrijwillige basis is).

5.1.4 Welke overlap met beschermd wonen en maatschappelijke opvang? • Psychiatrie en verblijf: verblijf in een instelling (korter dan 3 jaar) dat noodzakelijk is voor de behandeling van een psychiatrische stoornis, wordt vergoed vanuit de Zvw 13 . Van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid van een behandelaar is vereist. Noodzakelijk betekent dat de gestelde doelen van de behandeling alleen op die manier behaald kunnen worden. • Indien er sprake is van een behoefte aan het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij gepaard gaande begeleiding, dan valt de zorg en ondersteuning onder BW. Doorstroom van verblijf in een instelling voor behandeling van een psychiatrische stoornis naar een instelling voor BW kan dus plaatsvinden als er geen sprake meer is van noodzakelijk verblijf vanwege de behandeling. Dit betekent dat het hooguit gaat om ambulante behandeling en dat die qua omvang en intensiteit beperkt is. •

Geneeskundige zorg en verblijf: verblijf in een ziekenhuis dat noodzakelijk is voor behandeling, wordt vergoed vanuit de Zvw. • Verpleging: het grootste deel van de verpleging valt binnen de wijkverpleging vanuit de Zvw. Wijkverpleging omvat verpleging en verzorging zoals verpleegkundigen die bieden. Het gaat hierbij niet alleen om puur verpleegkundige of verzorgende handelingen, maar ook om taken die samenhangen met de zorgverlening (indiceren, coördineren, signaleren, coachen en preventie). Het gaat om geplande en oproepbare verpleegkundige zorg. De verpleging op basis van een somatische grondslag (en dus niet de verpleging op basis van de primaire psychische grondslag) vormt onder BW alleen onderdeel van de ZZP’s 4, 5 en 6. Denk aan: wondverzorging, injecties geven. Dus bij cliënten waarbij naast een psychiatrische aandoening ook een somatische aandoening kan worden vastgesteld, valt

de verpleging van de somatische aandoening onder BW 14 indien de psychiatrische aandoening de eerste grondslag vormt. 5.2 Wet langdurige zorg (Wlz) 5.2.1 Bedoeld voor? Mensen die behoefte hebben aan: • permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel, • 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat zij zelf niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen en, om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen o door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig hebben, o door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig hebben. 5.2.2 Wie bepaalt toegang? Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). 5.2.3 Wanneer toegang? Bij blijvend permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid en wanneer sprake is van een of meer van de volgende grondslagen: • een somatische aandoening of psychogeriatrische aandoening of beperking, • een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke handicap. Of bij verblijf in een instelling voor behandeling van een psychiatrische stoornis (langer dan 3 jaar) dat noodzakelijk is voor de behandeling van die stoornis 15 .

5.2.4 Welke overlap met beschermd wonen en maatschappelijke opvang? • Behoefte aan permanent toezicht en zorg in de nabijheid: • wanneer sprake is van de grondslag psychiatrie valt de zorg onder BW, behalve wanneer verblijf noodzakelijk is vanwege behandeling van een psychiatrische aandoening (dan valt de zorg onder de Zvw). • Bij een verstandelijke beperking is er op zorginhoudelijke gronden toegang tot Wlz-zorg bij een of meer grondslagen. Wanneer er dus sprake is van

een verstandelijke beperking, kan de zorg en ondersteuning onder de Wlz vallen (de verstandelijke beperking hoeft niet dominant te zijn). Daarbij spelen de volgende kenmerken: o de persoon heeft een score van 70 of lager bij een (valide) intelligentietest, en o er zijn dusdanige beperkingen in het adaptief functioneren vastgesteld dat de persoon is aangewezen op blijvende ondersteuning om de tekortkomingen te beperken om een ernstig nadeel te voorkomen, en o de beperkingen op bovengenoemde al voor het 18e jaar aanwezig zijn. Behoefte aan tijdelijk verblijf in een beschermde woonomgeving: wanneer sprake is van LVB, psychiatrische of psychosociale problematiek, valt de zorg onder BW.

5.3 Jeugdwet 5.3.1 Bedoeld voor? Binnen de Jeugdwet gaat het om de totale zorg voor alle jeugdigen onder de 18 jaar, uitgezonderd de kinderen die voldoen aan de criteria van de Wlz. Op grond van de doorloopregeling in de Jeugdwet, kan de jeugdhulp worden voortgezet tot 23 jaar wanneer: • de jeugdige voordat hij 18 jaar werd al jeugdhulp ontving en voorzetting van deze hulp noodzakelijk is; • voordat hij 18 jaar werd bepaald werd dat jeugdhulp noodzakelijk is; • na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, binnen een termijn van een half jaar wordt vastgesteld dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is. 5.3.2 Wie bepaalt toegang? Afhankelijk van de voorziening gaat toegang via de gemeente, de huisarts/jeugdarts/medisch specialist, de gecertificeerde instelling/kinderrechter/OM/justitiële jeugdinrichting, Veilig thuis of is er vrije toegang. 5.3.3 Wanneer toegang? Bij een blijvende behoefte aan permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid door een psychische stoornis; bij behoefte aan specifieke behandeling

voor een verstandelijke beperking of psychische stoornis; en bij behoefte aan opgroei- en opvoedondersteuning, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf, vervoer, individuele begeleiding of groepsbegeleiding, kinderbescherming, jeugdreclassering en gesloten jeugdzorg. 5.3.4 Welke overlap met beschermd wonen en maatschappelijke opvang? • Tot 18 jaar: geen overlap met BW. Behoefte aan permanent toezicht en zorg in de nabijheid vanwege een psychische stoornis valt onder de jeugdwet. • Vanaf 18 jaar: overgang naar andere wettelijke kaders, waaronder de Wmo. Verlenging van de jeugdwet tot maximaal 23 jaar is alleen mogelijk als de hulp niet onder een ander wettelijk kader valt. Andere kaders, zoals BW, zijn voorliggend 16 . 5.4 Lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 5.4.1 Bedoeld voor? De Wmo 2015 richt zich op alle burgers. Het gaat hierbij veelal om mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen die daardoor verminderd in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, het voeren van een gestructureerd huishouden en het deelnemen aan maatschappelijk verkeer. 5.4.2 Wie bepaalt toegang? De gemeente bepaalt de toegang. 5.4.3 Wanneer toegang? Na een melding van een hulpvraag, voert de gemeente onderzoek uit naar de behoeften, mogelijkheden en passende ondersteuning. 6 Kwaliteitscriteria 6.1.

Kwaliteitskader voor aanbieders beschermd wonen en maatschappelijke opvang De ondersteuning die een hulpverlener in het kader van beschermd wonen (BW) of maatschappelijke opvang (MO) biedt, wordt in ieder geval:

• veilig, cliëntgericht, doeltreffend en doelmatig geboden, • afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt, • verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; • verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt 17 . Het kwaliteitskader 18 stelt eisen aan de manier waarop de cliënt wordt ondersteund, aan de hulpverlener – cliënt relatie, aan de hulpverlener en aan de organisatie (zie onderstaande figuur).

6.1.1. Cliënt • De ondersteuning van de cliënt is gericht op regie, zelfredzaamheid en participatie. De aanbieder heeft voldoende aandacht voor de ontwikkelpotentie van de cliënt. Dit is in lijn met de cliëntprofielen voor BW en MO 19 . • Groei naar zelfstandigheid vraagt dat ook de randvoorwaarden aanwezig zijn: beschikbare woonruimte, financiële randvoorwaarden zoals een uitkering. De gemeente verwacht van aanbieders dat zij de cliënt helpen in het realiseren van deze randvoorwaarden en zo nodig tijdig het gesprek hiervoor tussen cliënt en gemeente helpen arrangeren. 6.1.2. Hulpverlener – cliënt • De hulpverlener stelt samen met de cliënt een ondersteuningsplan op met daarin in ieder geval: de doelen van ondersteuning en geplande evaluaties van die doelen. Het ondersteuningsplan is actueel, wordt herkend en erkend door de cliënt en bevat ook een signaleringsplan. • De organisatie meet de cliënttevredenheid op een manier die past bij de doelgroep. Over de uitkomsten is de organisatie transparant. • De organisatie bejegent de cliënt correct en respectvol. • De cliënt weet wie zijn eerste aanspreekpunt is. 6.1.3. Hulpverlener en organisatie

• De criteria voor de hulpverlener en organisatie worden toegelicht in de handreiking voor kwaliteitseisen BW en MO. • In geval van BW hoort hierbij ook dat de organisatie voldoet aan de algemene omschrijving van BW in centrumgemeente Deventer: wonen in een accommodatie met 24-uur per dag toezicht in directe aanwezigheid. • Organisaties hebben een zorgplicht. Dat betekent dat een organisatie een cliënt niet zomaar mag weigeren en ook geen cliënten met een bepaald cliëntprofiel/cliëntperspectief (zie hoofdstuk 2.7 en 3.6) of ondersteuningspakket mag weigeren. Als een cliënt zich meldt bij een organisatie, maar een andere organisatie beter passend aanbod kan leveren voor de cliënt, moet de organisatie waar de cliënt zich meldt met instemming van alle betrokkenen een warme overdracht doen met toestemming van het regionaal toegangsteam BW/MO. • Tot slot zijn hulpverleners (indien van toepassing op hun professie) BIGgeregistreerd en in het bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG) die minder dan 5 jaar geleden is afgegeven. Deze wordt overhandigd aan het regionaal toegangsteam BW/MO. 6.2. Kwaliteitseisen bij Pgb (beschermd wonen) Bij de verzilveringsvorm PGB (alleen mogelijk bij beschermd wonen, niet bij maatschappelijke opvang) zijn de kwaliteitscriteria minder gemakkelijk toe te passen dan bij ZIN.

Het betreft aanbieders waar de gemeente geen relatie mee heeft, dus waar de gemeente ook geen kwaliteit kan afdwingen. De gemeente heeft formeel slechts een relatie met de cliënt. Het is dus aan de cliënt zelf om (al dan niet samen met een naastbetrokkenen uit het eigen sociaal netwerk en/of een onafhankelijk cliëntondersteuner) een hulpverlener te kiezen waarvan de kwaliteit voldoende gewaarborgd is. De cliënt dient hiervoor evenwel dezelfde criteria in acht te nemen en hierop te sturen en controleren als bij Zin. Aanvullend geldt dat de cliënt: • hulpverleners (professioneel en informeel) via een Pgb maximaal 48 uur per week inhuurt, om het risico op overbelasting van de hulpverleners (professioneel en informeel) (waardoor de kwaliteit en veiligheid van ondersteuning in gevaar komt) te verkleinen. • de bekwaamheid van (formele) hulpverleners toetst middels een verklaring omtrent gedrag, een bewijs van opleiding en (indien van toepassing) een BIG-registratie.

• hulpverleners/zorgaanbieders inhuurt die beschikken over een kwaliteits(management)systeem dat is geïmplementeerd en concreet wordt toegepast ten behoeve van de bedrijfsvoering van de organisatie en de uitvoering van de hulpverlening. • informele ondersteuning altijd combineert met formele ondersteuning, ten behoeve van zowel de cliënt als de informele ondersteuner. • zorg draagt voor concrete zorgovereenkomsten die zijn uitgewerkt in concrete doelen en activiteiten die gericht zijn op de eigen kracht en zelfredzaamheid. • zorgdraagt dat de zorgovereenkomsten zijn voorzien van een concrete planning, welke wordt nagekomen en periodiek geëvalueerd. • zorgdraagt dat er 24 uurs toezicht en begeleiding is in de directe nabijheid/aanwezigheid van ingehuurde zorgprofessionals, aangevuld met (ingehuurde) informele hulpverleners/ondersteuners. • zorg draagt dat het aantal uren professionele begeleiding per week exact overeenkomt met de uren zoals die zijn opgenomen in de toegekende maatwerkvoorziening beschermd wonen. • zorg draagt, indien er sprake is van dagbesteding, dat deze dagbesteding voorziet in het behalen van concrete doelen in lijn met het Pgb ondersteuningsplan, het Pgb budgetplan en de zorgovereenkomst. • zorg draagt dat het aantal dagdelen dagbesteding per week overeenkomt met het aantal dagdelen zoals opgenomen in de toegekende maatwerkvoorziening beschermd wonen.

Het regionaal toegangsteam BW/MO houdt zich het recht voor om de zorg en ondersteuning die middels Pgb’s wordt ingekocht, onaangekondigd te controleren op basis van de geldende criteria, alsmede de uitvoering van hetgeen overeengekomen is binnen zowel het Pgb budgetplan als het ondersteuningsplan beschermd wonen gericht te toetsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15765418/1