2025-11-05 Beantwoording technische vragen D66- Ontwerp Omgevingsvisie
Tekst van het document
Schriftelijke vragen D66 – ontwerp omgevingsvisie Ingediend op: 29 oktober 2025 1.
Op welke wijze kan een raadslid proberen eisen t.a.v. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (ook wel landbouwgif genoemd, of glyfosaat e.d.) in te brengen? Is dat in de ontwerp omgevingsvisie, in de OER of nog ergens anders? Antwoord De visie zet in op een transitie van intensieve, kostprijsgerichte landbouw naar een meer duurzame landbouw in balans met natuur, water en klimaat. Ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige functies (spuitzones) volgen we de landelijke inzichten en beleidsontwikkelingen. Structurele aandacht voor dit onderwerp willen we verder uitwerken en de mogelijkheden voor regulering op dit punt onderzoeken. De raad heeft de mogelijkheid om de ontwerp omgevingsvisie te amenderen met een andere ambitie ten aanzien van het onderwerp gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast kan de raad in concrete gevallen, bijvoorbeeld bij een raadsvoorstel voor een omgevingsplanwijziging, een amendement voorstellen met het oog op aanvullende maatregelen bij het reguleren van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Het opnemen van aanvullende maatregelen vraagt om een zorgvuldige afweging van de verschillende belangen en juridische en financiële aspecten.
2. Op welke wijze kunnen we als raad sturen op voldoende kwalitatief goed water voor o.a. bedrijven (uiteraard ook voor huishoudens), maar ook op eisen ten aanzien van de eisen van de afvoer van water? De waterkwaliteit en afvoer van water worden steeds belangrijkere onderwerpen in de toekomst, lijkt mij De omgevingsvisie richt zich met name op de hoeveelheid water en het gebruik hiervan. Dit zijn aspecten van water, waarop gemeenten vanuit de zorgplichten voor grondwater, hemelwater, huishoudelijk afvalwater en bescherming van drinkwater kunnen sturen. Voor sturing op voldoende kwalitatief goed (drink)water zijn diverse aspecten van belang: -
Kwalitatieve bescherming van de huidige drinkwaterbronnen
Daarbij kan de raad sturen op: o het alleen toestaan van functies in de boringsvrije zone, grondwaterbeschermings-, waterwingebieden die geen nadelige effecten hebben op de drinkwaterbronnen (Omgevingsplan). o Een goed beheer en onderhoud van de riolering, zodat lekkende riolen geen nadelig effect kan hebben (Omgevingsvisie (openbare ruimte schoon, heel en veilig)) en rioolheffing (financiën voor beheer en onderhoud). Indirect via het Gemeentelijk rioleringsprogramma of gelijkwaardig) o Afkoppelen van regenwater van gemengde riolen, zodat minder overstorten plaatsvinden op oppervlaktewater. Oppervlaktewater wordt weer gebruikt om het grondwater aan te vullen bij drinkwaterwingebieden (Omgevingsvisie, indirect via
-
-
het klimaatadaptatieprogramma en gemeentelijk rioleringsprogramma of gelijkwaardig). Optimalisatie en uitbreiding van drinkwaterbronnen Daarbij kan de raad sturen door: o (Onder voorwaarden) medewerking te verlenen aan fysieke maatregelen (zoals wijziging omgevingsplan) die nodig zijn voor optimalisatie en uitbreiding van drinkwaterbronnen. Van uitbreiding is op dit moment geen sprake, maar wel worden een nieuwe drinkwaterleiding vanuit Deventer naar Twente en een nieuw pompstation in Deventer onderzocht. Verminderen van het drinkwaterverbruik Sturingsmogelijkheden voor de raad zijn: o In de omgevingsvisie is opgenomen dat we samen met de waterschappen, de provincie en het Rijk gaan werken aan een afname van het gemiddeld drinkwatergebruik van 129 naar 100 liter per persoon per dag. Dit kan middels campagnes, subsidies en regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de subsidie voor hergebruik van regenwater in de lopende stimuleringsregeling voor klimaatadaptieve maatregelen door bewoners en bedrijven. o Daarnaast is Vitens gestart met een traject om samen met bedrijven die grootverbruikers zijn te kijken naar mogelijkheden voor drinkwaterbesparing. Daarbij kunnen de accounthouders van de gemeente ondersteunen door hier ook aandacht voor te vragen bij bedrijven. o Waterzuinig bouwen eisen bij nieuwbouw via Omgevingsvisie en -plan.
Daarbij is nog wel de vraag wat hiervan landelijk geregeld wordt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en wat de gemeente hierin zelf extra mag opleggen (STOERtraject Rijk). Kwalitatieve eisen voor afvoer van het water zijn voor bedrijven geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In beperkte mate kan de raad in het Omgevingsplan extra eisen opnemen, mits bedrijven lozen op de riolering. Deze eisen moeten gerelateerd zijn aan het goed kunnen functioneren van het rioolsysteem. Het Bal bevat geen kwantitatieve eisen. Deze kan de gemeente zonodig opnemen in het Omgevingsplan. In RIVUS-verband zijn bouwstenen voor water en riolering opgesteld voor in het Omgevingsplan. Deze zullen nog worden voorgelegd aan de raad.
3. Op welke wijze is het mogelijk om te sturen op het instellen van zogenaamde gewasbeschermingsmiddelen spuitvrije zones rondom woonwijken en/of natuurgebieden? De eerste stap op dit moment is, zoals beschreven onder 1, de ontwerp Omgevingsvisie waarin de ambitie/doelen t.a.v. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de gemeente Deventer worden beschreven. Vervolgens kan regulering plaatsvinden via een wijziging van het omgevingsplan. De wijze waarop deze wijziging plaatsvindt en voor welke situaties is mede afhankelijk van de huidige situatie per locatie. Daarbij dient voor elke situatie verschillende aspecten, waaronder juridische- en handhavingsaspecten, ruimtelijke ordening, het belang van ondernemers, bewoners en leefomgeving en financiële gevolgen tegen elkaar afgewogen te worden. Belangrijke kanttekening is dat er nog de nodige (juridische) haken en ogen zitten aan het instellen van (algemene) spuitvrije zones voor bestaande situaties. Hierover bent u in de
beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 46 RvO ‘Glyfosaat blijkt kankerverwekkend wat doet Deventer’ d.d. 13 juni 2025 geïnformeerd.