2025-1024-Bijlage 2 Advies ASDD Regiovisie Jeugdhulp Overijssel 2026-2031
Tekst van het document
Aan het College van B&W van de gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer Onderwerp: advies – Regiovisie Jeugdhulp Overijssel 2026-2031
Deventer, 16 december 2025
Geacht College,
De ASDD waardeert dat om advies wordt gevraagd op de nieuwe regiovisie. Het is goed dat er een gezamenlijke koers wordt uitgezet. Tegelijkertijd zien wij dat er nu echt actie nodig is: van mooie woorden naar concrete uitvoering. Onderzoek en praktijkervaring hebben al vaak laten zien waar het beter kan. Het is dus belangrijk dat deze visie niet alleen inspirerend klinkt, maar ook daadwerkelijk verschil maakt in het dagelijks leven van jeugdigen en gezinnen. De regiovisie bevat sterke ambities, maar mist nog concreetheid. Wij adviseren om stevig, ook financieel, in te zetten op preventie, samenwerking tussen domeinen en vertrouwen in professionals. Juist in de praktijk ontstaan, samen met inwoners en hulpverleners, oplossingen die vooraf niet bedacht kunnen worden. Daarom benadrukken wij opnieuw het NOOZO-principe: Niets Over Ons Zonder Ons. Betrek de mensen waar het om gaat en zorg dat meepraten echte invloed heeft. De titel “Een jeugdige groeit het mooist op zijn eigen wortels” roept vragen op. Kun je opgroeien op andermans wortels? Vaak zijn het juist school, sportclub, buurvrouw of zorgverlener die steun en veiligheid bieden. Wij adviseren een titel die de rol van gemeenschap, onderwijs, welzijn en buurt benadrukt. Bijvoorbeeld: “Samen sterke wortels voor een veilige toekomst”. Betrek ook ouderen daarbij, immers, “It takes a village to raise a child”.
Stimuleer contact tussen generaties, bijvoorbeeld via intergenerationeel wonen of gezamenlijke activiteiten. Dit kan leiden tot wederzijds begrip, steun bij opvoeding en het voorkomen van eenzaamheid. Gemeenten kunnen hierin een belangrijke rol spelen door samen met organisaties een samenhangend aanbod te ontwikkelen dat jeugd, ouders én ouderen verbindt. Aandachtspunten voor uitvoering • Samenwerking jeugdhulp en WMO; voorkom dat er een gat ontstaat tussen beide domeinen. Zorg voor warme overdrachten die langer duren dan één gesprek en trek samen op in casussen. Veranker samenwerking over domeinen heen. Werk integraal, van kinderopvang tot jongerenwerk en jeugdhulp • Preventie en normalisering; zet sterker in op scholen, verenigingen en welzijnswerk. Versterk het gewone leven en erken dat anders zijn ook normaal is. Richt preventie concreet op thema’s als vroegsignalering, kansengelijkheid, eenzaamheid, psychische klachten, schooluitval, criminaliteit, middelengebruik, radicalisering en geweld. • Financiering; maak duidelijk hoe samenwerking tussen Jeugdwet en WMO wordt versterkt. Bijvoorbeeld bij verlenging van jeugd-GGZ na 18 jaar.
• • • • •
Regie en verklarende analyse; wie houdt de regie? Kan/mag dat ook iemand uit de eigen omgeving zijn (JIM)? Start vroeg met verklarende analyse, ook bij Team Toegang, zodat oorzaken op alle leefgebieden worden meegenomen. Evaluatie; kijk kritisch naar de effectiviteit van hulp. Worden doelen gehaald, en zo niet, wat belemmert dat? Scholen: jeugdigen brengen veel tijd door op school. Leerkrachten hebben duidelijke routes nodig voor signalen en steun. Cultuursensitiviteit; borg aandacht voor culturele verschillen, ook bij anderstaligen en gezinnen met andere opvoedgewoonten. Het streven naar nul uithuisplaatsingen en volledige regie bij ouders is waardevol. Toch zijn er situaties waarin ingrijpen noodzakelijk is, in het belang van het kind. Denk na over wanneer en hoe dit dan gebeurt met welk impact. Wat als ouders de regie niet kunnen dragen? Daarnaast: de regio IJsselland is groot en divers. Is er overal voldoende hulp beschikbaar?
Tenslotte De ASDD onderschrijft de ambitie van een gezamenlijke koers. Echter, de regiovisie komt weliswaar concreet over, maar blijkt in de praktijk toch minder concreet. Hoe ziet bijvoorbeeld de pedagogische samenleving en sociale basis rondom de jeugdige en het gezin eruit? Hoe zorgt u ervoor dat preventie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de jeugdpartners wordt beschouwd en hoe gaat de gemeente deze samenwerking vormgeven? Welke concrete acties worden ondernomen en hoe vertalen deze zich naar meetbare resultaten? Het is nu tijd om intenties om te zetten in concrete acties, de fase van formuleren achter ons te laten en ambities te vertalen naar tastbare resultaten. Onderzoek en praktijk hebben al duidelijk gemaakt waar verbeteringen nodig zijn. Zet preventie, samenwerking en cultuursensitiviteit concreet neer. Geef inwoners en professionals daadwerkelijke invloed. Alleen door deze concretisering wordt de regiovisie een uitvoeringsagenda die niet alleen inspirerend klinkt, maar ook daadwerkelijk verschil maakt in het leven van jeugdigen en gezinnen. Graag zien wij uw reactie tegemoet. Met vriendelijke groet,
Mw. J. Santbergen Onafhankelijk voorzitter ASDD
CC: P. Folkeringa