2025-09-17 Subsidieverordening ondersteuning lokale energie-initiatieven Gemeente Deventer
Tekst van het document
a
gemeente
Deventer SUBSIDIEVERORDENING ONDERSTEUNING LOKALE ENERGIE-INITIATIEVEN GEMEENTE DEVENTER
De raad van de gemeente Deventer; Gelezen het voorstel van het college 1 juli 2025, nummer 2025-457; Geiet op het door de raad in zijn vergadering van 17 september 2025 vastgestelde Beleidskader ondersteuning lokale energie-initiatieven; BESLUIT: De volgende Subsidieverordening ondersteuning lokale energie-initiatieven gemeente Deventer vast te stellen. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van Deventer; b. duurzame energie: energie afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen; c. energiebesparing: alle maatregelen die leiden tot het verminderen van het gebruik van energie; d. energieproductie: het produceren van energie in een bruikbare vorm, zoals warmte, elektriciteit of een gas; e. lokaal eigendom: eigendom vaneen energieproject dat in handen is van inwoners; f. lokaal energie-initiatief: een lokaal energieproject van een groep inwoners die samen werkt om energie te besparen, duurzaam energie te produceren of netcongestie te verzachten. Artikel 2 Doel van de subsidie Deze subsidieverordening heeft als doel de betrokkenheid van inwoners bij de energietransitie te stimuleren en lokaal eigendom te bevorderen door passende initiatieven te ondersteunen die zijn gericht op energiebesparing, energieproductie of het verzachten van netcongestie in de gemeente Deventer. Artikel 3 De aanvrager 1.
Een aanvraag om subsidie op grond van deze verordening kan worden ingediend door een groep van inwoners in de gemeente Deventer en lokale organisaties zoals een stichting, coöperatie, energiegemeenschap of wijkvereniging, die gezamenlijk aan de slag gaan in een lokaal energieinitiatief. 2. De initiatiefnemers nemen deel op vrijwillige basis. 3. De initiatiefnemers zijn niet gericht op het maken van winst. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Subsidie kan worden verstrekt aan lokale energie-initiatieven waarvan het project in de initiatie- of ontwikkelfase zit. 2. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een energie-initiatief bij te dragen aan de doelstellingen uit de Deventer Energievisie, waarbij het zieh richt op energiebesparing, duurzame energieproductie of het verzachten van netcongestie in de gemeente Deventer. 3. De subsidie wordt besteed aan de inhuur van juridische of technische expertise, het opvragen van specifieke informatie, of projectleiding. 4. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: a. het uurloon van de initiatiefnemers en/of deelnemers van het energie-initiatief; b. initiatieven met een commercieel karakter; c. initiatieven waarbij sprake is van een winstoogmerk; d. activiteiten gericht op het verduurzamen van woningen; e. exploitatiekosten.
2 Artikel 5 Hoogte subsidie en wijze van verdelen 1. Het maximaal te verstrekken bedrag bedraagt € 15.000,- per aanvrager per jaar. 2. Aanvragen voor subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt daarbij als datum van ontvangst. Artikel 6 Subsidieplafond 1. Op grond van deze verordening geldt een subsidieplafond van€ 150.000,- voor 2026 en een subsidieplafond van€ 150.000,- voor 2027. Hiermee bedraagt het totale subsidieplafond voor de duur van deze verordening maximaal € 300.000,-. 2. Indien het subsidieplafond in een jaar niet wordt bereikt, dan: a. wordt het resterende subsidiebedrag overgeheveld naar het daaropvolgende jaar; b. blijft de verordening voor onbepaalde tijd van kracht totdat het totale subsidieplafond is bereikt, of totdat het resterende subsidieplafond naar het oordeel van het college niet meer toereikend is voor een doelmatige uitvoering van deze verordening. 3. In geval de verordening voor onbepaalde tijd van kracht blijft vanwege het bepaalde in het tweede lid, onder b., wordt het uiteindelijk vervallen ervan op de website van de gemeente en in het gemeenteblad bekendgemaakt. Artikel 7 Voorwaarden subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: 1.
Een aanvraag voor subsidie wordt gedurende de looptijd van de verordening digitaal ingediend, met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. een projectplan met een beschrijving van: de doelstelling; de beschrijving van het project; een indicatie van de verwachte totale kosten en indien van toepassing baten; de planning en de actuele stand van zaken. b. indien van toepassing opgave van medefinanciering, alsook eventuele bijdragen van derden; c. een beschrijving van de betrokken partij(en) en hun bijdrage aan het project alsmede een beschrijving van de manier waarop inwoners worden betrokken bij het initiatief en hoe inwoners delen in het profijt van het project. Artikel 8 Beslistermijn subsidieverlening 1. Het college beslist op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd. 3. Indien een subsidie wordt verleend, wordt het subsidiebedrag als voorschot betaald. Artikel 9 Weigeringsgronden Het college weigert een aanvraag om subsidie op grond van deze verordening indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening; b. de aanvrager eerder in het jaar voor hetzelfde initiatief al een subsidie heeft aangevraagd en gekregen.
Artikel 10 Aan de subsidie verbonden verplichtingen 1. Bij subsidieverlening dient de uitvoering van het initiatief te worden gestart binnen 13 weken na de subsidieverlening. 2. Van de termijn genoemd in lid 1 kan worden afgeweken na schriftelijke toestemming van het college. Artikel 11 Verantwoording subsidie 1. De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college. 2. Het college kan in individuele gevallen op verzoek van de subsidieontvanger afwijken van de termijn genoemd in het eerste lid. Daarbij noemt het college een termijn waarbinnen de aanvraag tot subsidievaststelling alsnog moet worden ingediend.
3 3.
De aanvraag tot subsidievaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, met daarbij een toelichting op de behaalde impact van de activiteiten op de doelstellingen uit de Deventer Energievisie. b. een financieel verslag, waaruit de aan de verrichte activiteiten verbanden inkomsten en uitgaven blijken. De subsidie is in het financieel verslag duidelijk weergegeven. De facturen van adviseurs zijn in een bijlage opgenomen. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste of tweede lid genoemde termijn is ontvangen, gaat het college na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling van de subsidie.
4.
Artikel 12 Vaststelling subsidie 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling en noemt het daarbij een termijn waarbinnen de beslissing op de aanvraag wordt genomen. Artikel 13 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in deze verordening ten gunste van belanghebbenden buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 lnwerkintreding en looptijd 1. Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1januari 2026. 2. Deze verordening vervalt per 1 januari 2028, tenzij op die datum het subsidieplafond niet is bereikt en de verordening overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 voor onbepaalde tijd van kracht blijft. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Subsidieverordening ondersteuning lokale energie-initiatieven gemeente Deventer".
Idus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 september 2025.
de voorzitter,
,
A. Kerver
R.C. König
3
Toelichting Algemene toelíchting De gemeente Deventer vindt het belangrijk dat alle inwoners in brede zin profiteren van grootschalige opwekking van elektriciteit binnen de gemeente. Het uitgangspunt van de gemeente is dan oak om te streven naar een zo hoog mogelijk percentage lokaal eigenaarschap, met een minimum van 50 procent per project. Dit is onderdeel van de aangenomen motie Lokale bezit energie-initiatieven d.d. 20 maart 2024. Het streven naar 50 procent lokaal eigendom is daarnaast vastgelegd in het Nationaal Klimaatakkoord. Oak staat het belang van lokaal eigendom beschreven in de Regionale Energie Strategie (RES) West-Overijssel 1.0 vastgesteld door de raad op 7 juli 2021. De grondslag van deze verordening is artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening. De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit de hernieuwbare brennen. De bepaling in artikel 1, sub e benoemt specifiek zon en wind als hernieuwbare bron. De Energiewet hanteert een bredere definitie. In de RES zijn specifieke afspraken gemaakt omtrent zon en wind, om meer draagvlak te creèren.
Wat naast zon- en windprojecten onder grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit wordt verstaan kan door de gemeente Deventer worden verruimd. Met het invoeren van een drempel worden kleinere windturbines of zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening. Artikel 2 lnspanningsverplichtíng lokaal eigendom In het eerste lid is een inspanningsverplichting opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 1, moet de producent streven naar 50 procent lokaal eigendom. Er wordt geen resultaatsverplichting opgelegd, omdat niet kan worden afgedwongen dat de lokale omgeving medeeigenaar wil zijn van een dergelijke installatie. De producent moet echter wel aantonen dat hij zieh afdoende heeft ingespannen om 50 procent lokaal eigendom te realiseren. Van de producent wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dater bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat dus niet. De producent moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest.
Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken of een inkoopregeling met dermate hoge inkoopprijzen dat deze niet in een paar jaar terug te verdienen zijn uit de revenuen van het energieproject. Tot slot dient ook een verantwoord rendement te worden geboden en dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor huishoudens uit de omgeving. In het derde lid wordt lokaal eigendom gedefinieerd als het juridisch en economisch eigenaarschap van de installatie en het juridisch bezitten van een energieproject en de daarmee gegenereerde elektriciteit. Dit houdt in dat er economisch zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap over de installatie is. Deze definiering sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financièle Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden of lokale energiecoöperaties die bijvoorbeeld deelnemen in de ontwikkel B.V. van een zon- of wind project. Het vierde lid bepaalt wat onder 'omwonenden' wordt verstaan als bedoeld in het tweede lid, onder a. Het gaan om personen wonend in de gemeente Deventer. Deze kunnen als individu of door middel vaneen energiegemeenschap - zoals gedefinieerd in de Energiewet - eigenaar worden van de installatie.
Daarbij kan het, zoals gesteld in artikel 2, tweede lid onder b, voorkomen dat een inwoner uit een andere gemeente dan Deventer of een buurgemeente binnen een straal van 10 keer de tiphoogte of op minimaal 2.500 meter vanaf de windturbine woont. In dat geval vallen zij oak onder de definitie van lokaal eigendom in de gemeente Deventer. Hierbij wordt ook aangesloten bij de jurisprudentie van het belanghebbende begrip in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLl:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLl:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7).
4 Artikel 3 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom De producent is verplicht om bij de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te motiveren hoe is voldaan aan de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom. Op het moment van de aanvraag vaneen omgevingsvergunning zal de producent in een ver genoeg stadium zijn om de financiéle haalbaarheid van het project aan te tonen. Daarnaast is er de mogelijkheid geweest voor het doorlopen van een participatietraject. Deze bepaling sluit aan bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23 (Amendement lid Rooderkerk). Artikel 4. Gegevens en motivering In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de producent moet aanleveren voor de motivering van de inspanningsverplichting. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om de inspanning te motiveren die de producent heeft geleverd voor het streven naar lokaal eigendom. Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is afte bakenen. Verder kunnen gegevens door middel van onderstaand tabel gestructureerd worden aangeleverd:
d M 0geMy l"kh eden
• 0.recte omgeving
:.Omgeving ¡ dssfe binnen
Finanuele deelneming
V
V
V
Gemnformeerd over project
V
V
V
Zeggenschap via cooperate (o.a over mogelyke wunsten)
V
V
Invloed door omgevng (byv va Omgevngsraad)
V
V
Zeggenschap over Omgevngsfonds (biyv va lokale stuchtung)
V
V
Omwonendenregeling
V
I
Intensever participatetrayect
V
I
Gesoaliseerde grondvergoedingen
V
l
Iv/oets
'eer
B reder d pul bl'hie k
Tabel1 Kansen tot proces en finanaele partapate by verschllende schillen rondom het wmdpark V= deze schu! dent mn eder geval de kans te knygen tot de actuatent / = mn !okaal participatveproces kunnen her afspraken over gemaakt worden, de schul wordt met per se utgesloten
Door: VNG In lid 2 is opgenomen welke stukken de producent moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt oak als 50 procent lokaal eigendom wél wordt behaald. De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financièle- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is oak opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Daarnaast bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de producent en de in artikel 2, derde en vierde lid omschreven partijen. Lokaal eigendom houdt in dat omwonenden in alle opzichten betrokken kunnen zijn bij de ontwikkeling en besluitvorming, dat is dus niet puur financieel. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van bedoelde omwonenden en de producent.
In het geval dat de producent niet 50 procent lokaal eigendom heeft behaald, wordt in lid 3 stukken gevraagd ter onderbouwing waarom 50 procent lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financièle participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van 50 procent lokaal eigendom moet de producent deugdelijk motiveren dat deze ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was.
5
Artikel 5. lnwerkíngtredíng en cíteertítel De wettelijke grondslag voor deze verordening is opgenomen in artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. Daarom treedt deze verordening gelijktijdig in werking met de Energiewet, zoals opgenomen in het eerste lid.