2025-06-18 Trancript interne bijeenkomst MER op het OER Koersdocument Omgevingsvisie
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE SESSIE MER op het OER OP HET KOERSDOCUMENT OMGEVINGSVISIE VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 18 juni 2025
1. Opening De voorzitter: Als iedereen wil gaan zitten, dan kunnen we gaan beginnen. Hij staat goed hard zeg. Maar dat is ook fijn voor de mensen die thuis zitten, want we hebben twee mensen die digitaal aansluiten. Dat is namens Kuiper Compagnons, die hebben jullie ook vaker zien, Gerwin Gabry en Tom Draisma van de gemeente. Die sluiten digitaal aan. Dus af en toe dan … Ja. Of het via Teams opgenomen kan worden. Deze sessie willen we opnemen, zodat het ook voor alle andere raadsleden die nu niet aanwezig zijn en misschien wel hele belangrijke informatie missen, het terug te vinden is wat we hier met elkaar bespreken. Aanwezig zijn … En zo meteen wordt het overgenomen, Marieke van Rhijn en zij is plaatsvervangend, staat er bij mij, voorzitter van de MER. Dat mag u zo meteen … Ik zeg automatisch alweer u, maar wij hebben net gezegd dat we elkaar wel konden tot tutoyeren. Het is een informele sessie, dus wat mij betreft doen we dat ook wel op die manier. Ik hou in de gaten of er vragen zijn. Mogen die tussendoor gesteld worden of liever niet? Ja, die mogen tussendoor gesteld worden, dus dan kijk ik in ieder geval … De raadsleden zitten hier tegenover, maar kijk die aan hier vanuit de ambtenaren en andere ondersteuning. De griffie. En Aletta Lüchtenborg, zij is secretaris van de commissie MER. Die zit naast Marieke. Goed, Marieke, je kan je microfoon aandoen.
De plaatsvervangend voorzitter: Heel hartelijk dank dat wij hier vanavond mogen zijn om een toelichting te geven op een advies dat nog niet helemaal klaar is, maar gelukkig wel al een heel eind. Voordat ik verderga misschien heel even over voorzitter-vicevoorzitter, de commissie MER. Wie van jullie heeft de technische sessie van de commissie MER een aantal weken geleden waar Aletta ook was en de andere secretaris? Oké. Dan zal ik zo nog heel kort even iets zeggen over de commissie MER, wat onze rol is. De commissie MER is een aantal mensen, dat is de organisatie die adviezen uitbrengt over de informatie die ten grondslag ligt aan een belangrijk besluit. Een koersdocument is op zich niet iets waar wij dan advies over zouden hoeven uitbrengen, maar daar heeft de gemeente voor gekozen en dat juichen wij zeer toe. Als wij zo'n advies gaan geven doen we dat met een werkgroep. Daarmee zijn we een aantal weken geleden op bezoek geweest. Dat waren Aletta, een andere secretaris, ikzelf als voorzitter van die werkgroep en dan nog een viertal deskundigen. En wij hebben gekeken naar het OER. Wie van jullie heeft zich al enigszins kunnen verdiepen in dat OER? Oké. Op zichzelf is dat natuurlijk een document waar je echt even je tanden in moet zetten.
En in zekere zin zou je kunnen zeggen, het is een complex document, maar je kan ook zeggen, het brengt de werkelijkheid zo goed mogelijk in beeld. En de werkelijkheid is enigszins complex, zou je kunnen zeggen. Uiteindelijk wil je daar weer een grote lijn in vinden en dat doe je met een visie. Maar er zijn ontzettend veel verschillende dingen belangrijk. Die hebben ook weer allemaal met elkaar te maken. En als je het een zus doet dan heeft dat effect op het ander, dus die hele complexiteit probeert een omgevingseffectrapportage bij elkaar te brengen. En dan is onze rol, als dat OER er eenmaal is, om na te gaan of de informatie die daarin staat goed en compleet is, zodat die ten grondslag kan liggen aan het besluit dat jullie als gemeenteraad gaan nemen, nu over het koersdocument en tezijnertijd over de omgevingsvisie. Dus onze rol is niet om een mening te hebben over het besluit. Dat is aan jullie, wat je wil kiezen. Onze rol is ook niet om een omgevingseffectrapportage te schrijven, dat heeft Witteveen+Bos gedaan. Onze rol is om advies te geven aan jullie als degenen die het besluit moeten gaan nemen, of dat OER de goede informatie geeft op basis waarvan jullie dat besluit in dit geval over het koersdocument kunnen geven. Dat even in heel kort van wat onze rol is. Wij komen niet bij
elk adviestraject ook bij de gemeenteraad op bezoek om nog een toelichting te geven. Dat doen we in het kader van een pilot om te zien of dat voor jullie toegevoegde waarde zou hebben. Dus gewoonlijk komen wij eerst in een locatiebezoek bij elkaar. Dat hebben we een aantal weken geleden gehad. Dat noemde ik net al even. Daar horen we heel veel extra's over wat er allemaal speelt en wat er belangrijk is en waar de accenten liggen in het besluit. Dan hebben wij een aantal werkgroep vergaderingen en dan brengen wij een conceptadvies uit over dat OER. Dat is nog niet helemaal klaar. Dat gaan we de komende dagen afronden. Dat sturen we dan toe aan de vertegenwoordigers van jullie waarmee wij het eindoverleg, het adviesoverleg zoals we dat noemen, hebben. En als daar nog belangrijke fouten of om dingen die ontbreken in staan, dan kunnen we dat nog aanpassen. Maar in principe wordt dan daarna het advies definitief gemaakt, dan wordt het gepubliceerd op onze website, komt er een persbericht bij. Dus dat is het officieel. En dat gaan wij gelukkig wel halen voordat jullie een besluit moeten nemen over het koersdocument. Maar het is dus een beetje raar dat ik nu jullie opzoek met een advies dat nog niet klaar is, waarvan jullie ook nog geen concept hebben gezien.
Dus ik moet het ook een beetje doen met gedeeltelijk te vertellen wat er in dat concept staat terwijl het nog niet helemaal klaar is. Maar dat zal ik doen in hele grote hoofdlijnen en daar kunnen jullie natuurlijk vragen over stellen. En die hoofdlijnen daar zit een heel verhaal achter in het definitieve document. Maar ik hoor vooral heel graag van jullie, waar zitten vragen, onduidelijkheden, dan staan die wellicht uitgebreider in het advies over twee weken. Maar dit is echt bedoeld voor gesprek met jullie, jullie vragen, jullie zorgen en jullie hoop om dit te kunnen bespreken. De voorzitter: Is het goed als ik ook nog vertel dat aanwezig is namens Witteveen+Bos Anke Springer-Rouwette, als ik het helemaal compleet maak. Bijna perfect, yes. Vind je het fijn als ik de raadsleden nog even voorstel? De plaatsvervangend voorzitter: Op zich vind ik dat wel leuk. Gelukkig zijn jullie zo gaan zitten dat ik in een oogopslag kan zien dat jullie de raadsleden zijn. De voorzitter: Ja. Maar ik begin hier links bij Erik Smeenk, hij is raadslid voor Gemeentebelang, Arie de Niet voor de ChristenUnie, Jarno van Straaten en Tjeerd van der Meulen van GroenLinks, Dorien Visser voor de Partij van de Arbeid, Rob Welling voor D66, Kees de Kok voor de SP. En Dorien te Riele, ook voor Gemeentebelang, net als Erik. De plaatsvervangend voorzitter: Ja. Dank je wel.
Er is nog één ding dat ik ben vergeten te vermelden in het kader van deze pilot. Ik heb met Lars ook een keer een halfuur een online gesprek gehad. Hij is de verantwoordelijk wethouder. Hij gaat het koersdocument voorleggen aan jullie. En het was heel leuk om te zien hoe ontzettend enthousiast en ook heel goed ingevoerd hij was. En de ambtenaren en Lars die hebben dus besloten om dit tussentijdse advies op het concept OER aan ons te vragen. En ik denk dat dat een blijk geeft van hoe groot de belangstelling is voor een goede leefomgeving, want dat is het belangrijke doel van een OER, dat het een volwaardige plaats kan spelen in de besluitvorming. En dan is het helemaal aan jullie om te zeggen welk besluit je wil nemen, maar je moet in ieder geval kennis kunnen nemen van alle belangrijke milieu-informatie. Dus dat is eigenlijk het doel hiervan. Zijn er tot zover vragen? Dan begin ik nu met heel kort te zeggen hoe wij het advies aanpakken. Er is nu een concept OER en dat is de basis voor het koersdocument dat jullie binnenkort gaan vaststellen en dat is op weg naar de omgevingsvisie die dan later nog komt. We hebben ons advies eigenlijk in twee delen. Die lopen ook wel weer in elkaar over opgeknipt.
Eentje is, is de informatie compleet en goed genoeg om nu over dat koersdocument een besluit te kunnen nemen? En het tweede deel van ons advies is, je gaat nu verder op weg naar de omgevingsvisie en daar moet het OER ook weer extra informatie voor gaan geven en daar hebben wij ook een advies over gegeven. Maar om te beginnen bij het eerste deel, het OER wat er nu ligt en wat wij ook zien en
wat er tot nu toe is gebeurd, er is heel veel informatie over Deventer in de huidige situatie. We hebben ook een uitgebreid document gezien over jullie DNA. Een heel interessante benadering. Ik vond het ook heel leuk toen ik hier in het gemeentehuis kwam en ik zag die ramen met al die strepen erdoor en ik vroeg aan Margriet wat dat was. En die zei, dat zijn de vingerafdrukken van de gemeenteleden. En dat is natuurlijk heel mooi in combinatie met dat DNA en dat DNA hebben jullie ook echt serieus en uitgebreid aangepakt. Dus dat is heel positief. We zien in dat er ook dat er is gekeken naar een aantal alternatieven zoals we dat noemen in OER-jargon. Er is gekeken van, weinig, 8000 woningen wat nu al in de voorraad zit, tot een heel groot aantal woningen, 20 duizend. En tussen het gemeentebeleid zoals het nu is of een gemeentebeleid dat daar wel degelijk van afwijkt doordat het meer kijkt naar de lange termijn, naar duurzaamheid, naar een sterkere sturing van de gemeente. Dat zijn twee duidelijk andere dingen. Was nog niet heel uitgebreid ingevuld wat dat dan precies betekenden, maar dat betekent natuurlijk ook dat je op andere uitkomsten kan uitkomen. Dus enerzijds die woning en anderzijds de aard van de sturing.
Daar krijg je wel vier vrij verschillende alternatieven mee en die alternatieven die zijn helemaal doorgerekend op, in hoeverre bereik je nu de ambities die je hebt? Als je die verschillende alternatieven neemt, wat betekent dat dan voor het geluid, voor de publieke ruimte, voor de hoeveelheid groen die in je gemeente hebt? Dus een hele waslijst aan belangrijke milieufactoren worden gescoord voor die vier alternatieven. Daar is uiteindelijk een voorkeursalternatief uitgekomen en dat is de basis voor het koersdocument. Het goede nieuws is dat wat wij tot nu toe gezien hebben in wat er al was, is een goede basis om dat besluit te kunnen nemen. Wij zeggen ook wel eens, er ontbreken nog belangrijke dingen. Je kan dus het besluit nu niet nemen, want er zijn belangrijke dingen die ontbreken. Dat was niet de aard van de vraag nu van jullie aan ons, maar wij denken dat wat er nu al is, is een goede basis om het besluit van begin juni(juli?) op te nemen. Dan het tweede deel van ons advies. Dat gaat wat meer over wat je verder nog zou moeten doen in het OER zoals het de komende tijd wordt ontwikkeld. En eentje was dat, ik begon al dat het best een ingewikkeld document is en ook heel veel factoren in aanmerking neemt, verschillende alternatieven en dergelijke, om vooral te zoeken naar een manier om dit heel helder en compact en op hoofdlijnen te kunnen communiceren.
En we hebben dat het verhaal genoemd. Toen ik de alternatieven bekeek moest ik altijd weer terugkijken, wat was ook alweer 1a en wat was ook alweer 2b? En dat zou je misschien met goede kreet daarvoor of iets dergelijks, maar je zou het wat verhalender kunnen maken zodat je duidelijk weet, dit alternatief staat daarvoor. En het is ook vooral heel belangrijk van zo'n OER om daar een goede samenvatting van te maken. Heel leesbaar ook voor mensen die niet er al in zitten, maar bewoners of andere belanghebbenden. Dus dat is een heel belangrijk onderdeel van het OER, want het OER is ook een communicatiedocument. Het helpt ook in zo'n heel planproces om te communiceren in de volle breedte waar het over gaat naar burgers en andere belanghebbenden. Dus dat is het eerste belangrijke punt van ons advies. Dan komt er een ander punt wat wel een beetje aanligt tegen dat eerste. Want wat is nou die samenhang? Je hebt het DNA van Deventer. Je hebt een foto van de leefomgeving zoals die nu is en zoals die wordt met de overgenomen ontwikkeling. Je hebt ambities en ambities zijn gedeeltelijk dingen die je als gemeenteraad zelf kan besluiten dat je die hebt, maar die gedeeltelijk ook over je heen komen. De afspraken in de Stedendriehoek. de afspraken van het Rijk, een aantal wettelijke zaken, energietransitie, klimaatveranderingen.
Dat zijn gewoon dingen die je over je heen krijgt, om het een beetje passief te zeggen, maar waar je ook van kan zorgen dat je in je visie voor de toekomst daar goed en robuust op gepland hebt. Dan nog steeds weten we zeker dat er allemaal dingen gaan gebeuren die je nu nog niet had voorzien, maar je probeert toch in ieder geval om dat goed in beeld te krijgen. Dan die alternatieven, daar had ik het al even over, om die duidelijk uit te leggen en wat dat dan voor de hoofdkoers betekent. In die volgende fase is het ook vooral belangrijk om de verschillen in Deventer meer uit te zoeken. Dat is ook al aangegeven in het huidige OER. Deventer is een stap met een enorme variëteit. Het heeft het Bergkwartier, het heeft de wijk vlak bij het bedrijventerrein, het heeft een wijk in de buurt van de IJssel. Dat zijn totaal verschillende onderdelen
van Deventer. In jullie DNA blijkt ook al heel duidelijk hoe verschillend en hoe divers die verschillende delen zijn. Er zijn nog kleinere gemeentes, voormalige gemeentes, die nu bij Deventer horen. Die hebben ook weer helemaal hun eigen identiteit. En als je een visie voor de hele gemeente maakt, dan past hij niet op dezelfde manier op iedere plek. Dus je moet dat gaan verbijzonderen voor … Dat mogen jullie zelf kiezen. Bijzonder voor een detailniveau wat zinvol is om in je visie ook te kunnen benoemen. En de problematiek is natuurlijk ook heel verschillend. In het ene geval kan je zeggen, we gaan we gaan hier … Onder andere de woningbouw nu natuurlijk nog niet verdeeld over de gemeente. Dat is een hele belangrijke sturende factor. Maar ook hoe je dat uit gaat voeren. Als je in je koersdocument zegt, we willen een compacte stad, dan moet je toch binnen de bestaande ruimte al die huizen kwijt. Zet je er wat meer hier en wat minder daar, wat betekent dat dan? Wat betekent dat voor verkeer? Wat betekent dat voor geluid? Voor de leefomgeving? En de keuzes die je daarin maakt, die hangen allemaal ontzettend nauw samen. Dus als je zegt, we gaan een heleboel huizen vlak bij de stations zetten, dan betekent dat dat je daar niet uitkomt met de huidige infrastructuur. Dan moet je dus aan je automobiliteit wat gaan doen. Dan kom je op het STOMP-principe.
Is dat iets wat jullie iets zegt? Oké. Je wordt een beetje moe van al dat stappen. En het betekent natuurlijk ook dat je voor die grote concentratie van inwoners die daar zit, dat je voldoende groen moet hebben, dat er maatregelen tegen hittestress moeten zijn. Dat hangt allemaal heel erg nauw samen. Voor andere delen van de gemeente speelt dat wat minder, dus die diversiteit die wil je toch in ieder geval op hoofdlijnen in de volgende fase onderzoeken. De voorzitter: Zeker. Erik, doe het even in de microfoon als die aanstaat. De heer Smeenk: Die staat aan. Hoor ik u nu goed zeggen dat eigenlijk een stukje maatwerk binnen de gemeente dan weer gewenst is in dorpen, stad en de onbebouwde omgeving, de landbouwgronden en dergelijke? En de natuur. Hoor ik je dat zeggen? De plaatsvervangend voorzitter: Ja. Je moet natuurlijk met een visie een hoofdlijn neerzetten, maar die hoofdlijn die zal verschillend uitpakken in verschillende onderdelen van de gemeente. Dus ik denk dat maatwerk een heel juist woord daarvoor is. Het is natuurlijk vervolgens aan het ambtenarenteam en de wethouder om te kijken, welke benoem je dan en hoe doe je dat? Maar je wil eigenlijk een soort mini-OER per onderdeel van de gemeente hebben, zodat je goed kan zien, daar past dit naadloos en daar gaat dit echt heel erg knellen.
En ik vind ook interessant wat jullie gedaan hebben met enerzijds het aantal woningen, dat is gebruikelijk om zoiets in een alternatief te zetten, maar anderzijds om die sturing erin te zetten. Want er is een huidige manier van alles aan te sturen. Prima, daar hebben jullie het lang mee gedaan. Maar als je zegt, ik heb echt ambities om een hele leefbare gezonde stad te maken en je wil tegelijkertijd woningen toevoegen, dan betekent dat gewoon dat je iets in je normering moet doen of in het uitnodigen van inwoners en bedrijven en dergelijke om op een andere manier hun werk te doen. Als je het gewoon erbij doet en je hanteert de huidige normen, dan is het maar zeer de vraag of je daar een prettige, leefbaar mooie stap die jullie allemaal natuurlijk zo graag willen, of je die daar kan realiseren. En ik vond onder andere een interessante van die sturing dat als je zou zeggen … Ik zeg niet dat jullie dat zeggen hoor, maar als voorbeeld van hoe alles met elkaar te maken heeft. Stel dat je zegt, we willen een hele leefbare stad hebben en dat betekent dat we een laag geluidsniveau willen hebben, zodat het voor iedereen prettig wonen is. En als je dat over de hele stad zo toepast, dan zou het weleens kunnen betekenen dat je in de buurt van het bedrijventerrein in de problemen komt met het aantal woningen dat je daar kan neerzetten. Dus dat heeft rechtstreeks met elkaar te maken.
Dan zou je kunnen concluderen, dan doen we die normering toch iets anders. Maar dat is precies het soort dingen dat je wil uitzoeken in een OER. En dat denken wij dat dat in de volgende fase moet gebeuren zodat je op maatwerkniveau ziet, waar komen dan de knelpunten? Kan je het programma dat je nu in hele grote lijnen hebt nog realiseren?
Wat betekent dat voor je infrastructuur? Wat betekent dat voor de hoeveelheid groen die er nog in de gemeente is? Dat blijkt in heel veel andere gemeentes een enorm knelpunt. Jullie hebben in ieder geval al die IJssel, dus dat scheelt ook wel in dat aspect. Maar alles hangt met alles samen. En dat is ingewikkeld, maar zo is het in de werkelijkheid. Het OER helpt je dus om dat goed in beeld te krijgen. En wij denken dat voor de omgevingsvisie heb je dat gewoon op een iets minder abstract niveau, moet je dat kunnen bekijken om daar echt uitspraak over te doen. De voorzitter: Arie, doe even je microfoon aan. Dank je. De heer De Niet: Mag ik daar nog een vraag over stellen inderdaad? Want in het huidige document kijken we … Is het advies dan dat we nu eigenlijk op te grote schaal kijken? Dus zoom meer in? In ieder geval, er zijn natuurlijk ook wel de effecten, plussen en minnen over de hele gemeente, als ik de stukken die ik tot nu toe heb gezien. Maar daarmee onder de streep kan het dan over … In de balans kan het er mooi uitzien, maar als alle ellende in een bepaalde hoek van de stad terechtkomt, maar is de vraag, is dat terecht? Dat is het risico, dat we dat nu over het hoofd zien. De plaatsvervangend voorzitter: Ja, dat zou kunnen. En je kan niet anders dan dat toch van een abstract niveau dan naar meer gedetailleerd … Nou ja, kan ook de hele andere kant uitwerken, maar goed.
Bij deze keuze kan je niet anders dan toch dat een beetje globaal te doen. Ik zeg helemaal niet dat dat de verwachting is hoor, maar het zou kunnen betekenen dat je in je hoofdkoers toch bepaalde dingen wat anders moet formuleren dan je anders zou hebben gedaan, omdat je ziet dat dat niet haalbaar is. Dus voor de volgende fase, als je echt naar de omgevingsvisie gaat, heb je dat nodig. En het interessante is, we zijn allemaal, jullie en wij als commissie MER, al een tijd bezig met die Omgevingswet. En ik hoor wel eens, in het begin dan nam je gewoon al het sectorale beleid een deed je een nietje doorheen, Omgevingswet gedaan. En nu in deze fase begint eigenlijk iedereen door te krijgen dat je meer moet doen, dat je ambities moet hebben en dat het alleen maar zin heeft om een visie te maken als die ook stuurt. Want in het begin was het zo, we willen meer woningen en we willen een gezonde leefomgeving en we willen we willen overal groen. En het voorbeeld dat we bij de commissie vaak noemde was in 2030 energieneutraal. Allemaal dingen die we wilden. Sectoraal beleid, nietje daardoor. En dan heb je eigenlijk niet genoeg aan een visie. Zo'n visie moet je helpen om beslissingen in het vervolgtraject te nemen. Dus hij moet ook wel sturen en sturen doe je door keuzes te maken. En bij een keuze is het altijd zo, je kiest iets vanwege positieve en vervolgens heeft het ook nadelen.
Dat brengt een OER heel goed in beeld en dan kan je aan de hand van de prioriteiten die je hebt en wat voor jou belangrijkste is zeggen, dan doen we toch dat. Maar iedere keuze heeft ook nadelige gevolgen. Dus dat is nu eenmaal zo. Dus aan jullie de verantwoordelijkheid om die afweging te maken. Mevrouw Te Riele: Misschien is het een politieke vraag, maar dan moet u daar mij maar op wijzen. Als er een compacte stad waar u het heeft en zoveel inwoners erbij wil, dan heeft het eigenlijk zoveel uitdagingen dat het eigenlijk niet haalbaar is. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kan daar niet rechtstreeks een antwoord op geven. Ik denk dat een compacte stad, zoals het hier is geformuleerd, dat je niet het landelijk gebied ingaat en allemaal nieuwe delen van het landelijk gebied in beslag neemt, maar dat je het doet met de bestaande ruimte. Dat betekent natuurlijk vaak dat je de hoogte in moet, omdat je anders dat aantal niet haalt. Je kan wel degelijk dat realiseren, ook met een goede leefomgevingskwaliteit. Maar het zal bijvoorbeeld betekenen dat dan de auto daar niet op zijn plaats is, dus dat je iets anders moet gaan doen met je mobiliteit. En dat is een afweging. En er zijn steden die zijn helemaal gebouwd op de auto en die gaan dan uitbreiden en uitbreiden en uitbreiden. Op een gegeven moment wordt die auto
een knelpunt qua leefkwaliteit. Het neemt veel ruimte, het heeft effecten. En dan is het toch een keuze of je die grote uitbreiding wil of niet, of dat je het op een andere manier kan oplossen. Maar het is denk ik een heel mooi voorbeeld van wat ik net zei, je doet een keuze en die heeft ook nadelen. Dus ja, je krijgt dat woningprogramma er wel in, maar het betekent dat je je mobiliteit op een heel andere manier moet gaan doen. De voorzitter: Tjeerd had ook een vraag De heer Van der Meulen: Ja, maar van een hele andere orde, dus ik weet niet of Dorien daar nog op door wilde vragen. Oké. Mijn vraag ging even over de alternatieven, want je zei, die zijn goed inzichtelijk gemaakt, verschillende alternatieven. En daar is ook een voorkeursalternatief uit voortgekomen. En tegelijkertijd zei u ook, het is aan jullie uiteindelijk om die keuzes te maken. Alleen waar wij naar hebben zitten zoeken is inderdaad, wat is nu het voorkeursalternatief en welke keuze wordt nu eigenlijk in het koersdocument en ook in het concept OER eigenlijk voorgelegd? Vooral omdat die alternatieven vaak termen bevatten als gezonde leefomgeving. Dat wil natuurlijk iedereen. Een veilige stad. Het zijn wat containerbegrippen die niet echt heel erg geconcretiseerd zijn. Ik vroeg me af hoe jullie daarnaar hebben gekeken bij het opstellen van het advies.
De plaatsvervangend voorzitter: Dat is een van de dingen die we in dat tweede punt ook hebben benoemd. Er is voldoende informatie om nu zo'n koers vast te stellen, maar wat is precies de samenhang tussen het DNA, de foto, welke ambities daaruit volgen, de onderzochte alternatieven en de stap naar de koers en het voorkeursalternatief? Die stappen die zijn nog niet helder genoeg en we zeggen dus, voor die omgevingsvisie moet je die stappen duidelijker maken. Omdat nog niet goed duidelijk is, hoe landen de dingen die uit de alternatieven komen nou uiteindelijk in het voorkeursalternatief? De voorzitter: Ga maar door, Tjeerd. De heer Van der Meulen: Maar er is dus wel een voorkeursalternatief gesignaleerd? Of dat staat ergens in het concept OER of het koersdocument? De plaatsvervangend voorzitter: Heel globaal, maar uiteindelijk is het koersdocument waar dan nu voor wordt gekozen. En zolang het in het OER zit heet het voorkeursalternatief en als dat wordt omgezet in een besluitdocument van jullie, dan wordt het de koers. Dan wordt het … Dus dat is nu op een niveau gedaan waarvan we zeggen, met globale concept OER heb je voldoende informatie om daarvoor te kiezen.
En dan om de uiteindelijke omgevingsvisie, dan moet je nog meer de diepte in en meer die verbanden goed leggen en laten zien hoe je komt vanuit die alternatieven op een voorkeursalternatief, wat dan vervolgens wordt vertaald naar die omgevingsvisie. De voorzitter: Ga maar door, hoor. De heer Van der Meulen: Maar het is dus niet zo, even voor de scherpte, zo van het voorkeursalternatief is alternatief 1a, 1b, 2a, 2b of iets wat ertussenin zit, of 2b min of plus. De plaatsvervangend voorzitter: Er zijn vier alternatieven. Eentje lijkt nogal op zoals het nu is. Dat is geloof ik 1a. En de andere drie die zijn echt wel iets anders dan wat er nu is. Waar je alternatieven voor gebruikt is om te onderzoeken, stel dat we zus en zo doen, wat betekent dat dan voor de hele samenhang van alle dingen? En wat een voorkeursalternatief uiteindelijk doet, die haalt het net op van al die alternatieven die zegt, die 20 duizend woningen, die willen we niet, want in dat alternatief
wordt aangetoond wat dat betekent voor de leefomgeving en dat gaat ons te ver. En je zou kunnen zeggen, je shopt uit die alternatieven wat bij het aantal woningen hoort aan leefomgevingseffecten wat daarbij hoort en die shopt naar een voorkeursalternatief. En die stap, hoe dat is gedaan voor het koersdocument, die vinden wij nog niet zo heel erg duidelijk. Maar dat moet dus alsnog in het uiteindelijke OER dat naar de omgevingsvisie leidt, moet dat alsnog gebeuren. De voorzitter: Ik ga even vertellen. Marieke van Rhijn is degene die als voorzitter van de commissie MER hier aan tafel zit. Aan tafel is ook nog aangeschoven Charlotte Schuiling namens D66, Wendy Schol namens de VVD en Anne van der Meer van GroenLinks. De plaatsvervangend voorzitter: Oké. Dank je wel. Ik ben al een heel eind, ik weet niet hoever we met de tijd zijn? O, we hebben nog eventjes. Een doorkijk naar de lange termijn. Die omgevingsvisie die loopt tot 2040 of eventueel 2050. We weten allemaal dat dan de wereld niet ophoudt en er gaat ook nog een heleboel veranderen tot die tijd, maar voor een aantal onderwerpen is het juist heel erg belangrijk om verder vooruit te kijken. Dat zijn het soort dingen als de klimaatontwikkelingen en dergelijke. Daar weet je in de loop van de tijd meer van. Er spelen ook grote zaken voor specifiek Deventer.
Die Nevengeul, de IJsselsprong, die derde brug, die zijn allemaal nu nog niet duidelijk en waarschijnlijk zijn die ook nog te ver weg om die nu al heel concreet te krijgen in je omgevingsvisie die de komende tijd wordt vastgesteld. Ze zijn wel ontzettend belangrijk en ze maken eigenlijk ook al wel uit voor de besluiten die je nu neemt, maar ze zijn nog niet duidelijk genoeg om daar echt op te gaan plannen. Wij zeggen, neem dat soort dingen als een soort module op waarin je zegt, stel dat die dat die Nevengeul er komt en de woningbouw daarnaartoe gaat en die brug heb je dan ook nodig, wat betekent dat dan? Doe je het dan helemaal verkeerd wat we nu doen in onze omgevingsvisie? Of is het iets wat alsnog kan en wat ook, natuurlijk nooit naadloos, maar toch inpasbaar is? Dus dat is een voorbeeld waarvan we zeggen, bekijk dat vooral ook wel, want het kan consequenties hebben voor wat je nu besluit. Het is nog niet iets waar jullie nu een besluit over hoeven te nemen, maar het is meer om die informatie te geven wat het zou betekenen. En er zijn ook andere dingen die we nu nog niet weten. Defensie is heel hard bezig. Wij krijgen bij de commissie MER ook nu allemaal aanvragen voor Defensie ontwikkelingen binnen. Waar die precies landen? We weten het gewoon nog niet.
Maar als er een goede reden zou zijn om te denken, ik weet helemaal niet of dat zo is, ik noem het meer in zijn algemeenheid, dat dat ergens hier in de buurt landt, dan zou je kunnen nagaan: stel dat dat gebeurt gooit dat onze hele visie ondersteboven of kan je het inpassen. Maar het is meer om je bewust te maken van wat je keuze nu betekent als zo'n ontwikkeling zich voordoet. Je hoeft er geen besluit over te nemen. Is het duidelijk? Want ik begon eigenlijk over die lange termijn. Het kunnen ook dingen zijn zoals Defensie die wel degelijk op korte termijn spelen. En ik begreep dat er ook iets speelt als een drinkwaterleiding die hier nog wel eens langs zou kunnen komen. Dat zijn dingen waar je nu nog niet genoeg van weet, maar je wil natuurlijk ook wel een visie waar je zo goed mogelijk bent voorbereid op andere zaken die zich nog gaan afspelen. De voorzitter: Wendy, wil je in de microfoon spreken? Want er zijn mensen die via Teams ons volgen en de Teams sessie wordt ook opgenomen, dat weten jullie dan nu meteen, voor de mensen die hier nu niet aan tafel zitten maar het nog terug willen kijken. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Dank je wel Lida. Ik kwam wat later binnen, dus misschien dat het al verteld is. Maar je hebt het even over onvoorziene omstandigheden, bijvoorbeeld een defensieterrein en wat dan de gevolgen zijn.
Maar hoe kunnen we dan die gevolgen zien? Want dat is inderdaad wel iets waar wij bijvoorbeeld heel erg naar op zoek zijn. Stel dat Defensie zegt, we claimen een deel in Deventer, welke gevolgen heeft dat dan en hoe vertaalt zich dat dan? Ten koste van wat gaat dat?
De plaatsvervangend voorzitter: Dat is precies wat je in het OER zou kunnen onderzoeken. Niet als een vaststaand iets wat gaat gebeuren waarbij je het helemaal in hele grove streken doet. Niet de achterkant van de sigarendoos, maar wel dat je zegt, als er iets zou komen dan is het niet een F35 luchtmachtbasis. Dat dat zal niet in Deventer komen, maar dan zou het een kazerne kunnen zijn of ik weet niet wat. Dat je toch probeert een beetje na te gaan, wat zou het eventueel kunnen zijn? Waar zou het überhaupt kunnen? Niet op Bergkerkplein maar ergens anders. Dus dat je toch een beetje probeert na te gaan … En er is misschien ook al wel vanuit de VNG of vanuit Defensie gecommuniceerd over eventuele mogelijkheden, maar Defensie kan het zelf ook nog niet zeggen. Maar als je dan in zo'n OER kijkt, wat zou dat dan betekenen? Valt dan ons hele kaartenhuis in elkaar of zijn we ook nog robuust? Dat betekent natuurlijk altijd iets. Je kan minder woningen bouwen of minder bedrijventerreinen aanleggen, of die weg die je daar had willen neerleggen die kan dan niet. In hele grove lijnen. Nogmaals niet om daar een besluit over te nemen, maar om te testen, hoe robuust is mijn besluit over die visie voor onvoorziene omstandigheden zoals Defensie of andere zaken. Het gaat heel globaal. De voorzitter: Erik.
De heer Smeenk: Ik hoor dit allemaal een beetje aan, maar loop je niet in het risico dat je door al die onderzoeken van beren op de weg, dat je op een gegeven moment alle ontwikkelingen gaat blokkeren die je in de toekomst ziet omdat dat misschien zus, misschien zo? Ik vind het ingewikkeld omdat, je ziet nu misschien een probleem, maar over vijf jaar is het probleem er misschien niet meer. Hoe gaan we dat behandelen? De plaatsvervangend voorzitter: Daarom moet je het ook meer zien als een soort gevoeligheidsanalyse, maar je moet vooral wel doorgaan met je plan. Ik weet niet of jullie dat toevallig hebben gezien. Ik zag gisteren een artikel in de krant waar werd gezegd, bij besluiten die je neemt weet je eigenlijk al dat het ergens niet goed is. Maar neem die besluiten en ga dan bijsturen. En ga niet achterover zitten wachten tot totdat je de perfecte oplossing hebt, want die is er niet. Je moet door. Je hebt een ambitie, je wil het realiseren. Alles wat je nu weet, dat gebruik je om zo'n besluit te nemen. Maar je denkt wel, toch even nagaan als Defensie dan inderdaad hier ergens landt, voor welk deel van mijn visie betekent dat iets? En dan vervolgens moet je dat wetende toch gewoon je visie nu zo goed als je weet met bestaande informatie, met zekere informatie, moet je dat besluit wel nemen. De voorzitter: Tjeerd.
De heer Van der Meulen: Nog even voor de duidelijkheid, de scope of de horizon, tot welk jaar is eigenlijk het ijkpunt voor het in kaart brengen van de ontwikkelingen? Is dat die 2040 met de doorkijk naar de langere termijn en rekening houdend met onverwachte ontwikkelingen? Maar waar je wel vanuit kunt gaan is dan gewoon de planbestekperiode van pak hem beet 15 jaar? De plaatsvervangend voorzitter: Die 2040, dat is officieel de termijn. Dan houdt de wereld natuurlijk niet op, maar voor sommige onderwerpen is dat gewoon te dichtbij. En als je het hebt over klimaatontwikkelingen of Nevengeul of iets dergelijks, dan valt dat daarna. Dus dan wil je het in je achterhoofd meenemen van, dat gebeurt dan op wat langere termijn. Het zou natuurlijk raar zijn om alleen maar te kijken naar 2040 en dan houdt de wereld op, want die houdt uiteraard niet op. Dus het hangt een beetje van het onderwerp af. Voor een heleboel dingen kan je prima tot 2040 dingen regelen, maar niet voor alles.
De heer Van der Meulen: Maar worden die ook mee beoordeeld in de effecten bij de alternatieven? De plaatsvervangend voorzitter: Wij vragen dus om dat voor een aantal dingen wel te doen en met name dingen die te maken hebben met water, bodem en klimaat en dergelijke om dat wel te doen, om daar wel rekening mee te houden. En daar ook effecten van te beschrijven. Maar het hoeft niet voor alles. Nog andere vragen over dit onderwerp? Dan is ons vierde punt een agenda voor de uitvoering van de omgevingsvisie, want het houdt uiteraard niet op met de omgevingsvisie. Daaruit volgen programma's en gebiedsvisies en sectorale programma's. Alle mogelijke dingen. Hoe dat precies met elkaar samenhangt, wel hoe die samenhang bewaakt wordt. Wij pleiten aan het eind van het advies ook voor monitoring en goede tussentijdse evaluatie om te kijken, met alles wat we nu aan het doen zijn, zijn we nog bezig om onze ambities uit de omgevingsvisie te realiseren? Maar daar moet een heel duidelijke agenda en kan me voorstellen dat die ook bij jullie wordt vastgesteld, voor wat er dan nog verder moet gebeuren. Dus dat zijn eigenlijk de belangrijkste dingen van ons advies. En vervolgens gaan jullie daar een uitspraak over doen en dan daarna gaat de trein rijden, neem ik aan. De voorzitter: Tjeerd.
De heer Van der Meulen: Vraagje, het advies, gaat het over het OER of over het koersdocument en het OER? De plaatsvervangend voorzitter: Het gaat over het OER, maar het OER moet ten grondslag kunnen liggen aan het koersdocument. Dus je kan OER niet in isolatie beoordelen, want als het over andere dingen gaat dan waar jullie over besluiten, dan kan het daar niet aan ten grondslag liggen. Dus in die zin hoort het bij elkaar, maar het koersdocument kiest. Die zegt, we doen dat wel en dat niet. Daar heeft het OER en ook de commissie MER die adviseert over het er niks over te zeggen. Dat is aan jullie. De voorzitter: Nog meer, Tjeerd? De heer Van der Meulen: De commissie MER heeft daar dan niks over te zeggen, maar de raad moet wel een besluit nemen nu over het koersdocument. Een aantal hoofdkeuzes die worden voorgelegd en die komen dus voort uit het koersdocument. En die komen dan weer voort uit het OER. Alleen ik ben dus inderdaad op zoek naar die vertaalslag, want dan hebben we een advies over het OER, alleen we weten dan nog niet of de keuzes uit het koersdocument logischerwijs uit het concept OER voortvloeien. Is het nog helder? De plaatsvervangend voorzitter: Ja. En daarom is dus ook het vervolgtraject belangrijk, omdat wij adviseren dat als je de omgevingsvisie gaat vaststellen ...
Het koersdocument heeft denk ik niet een wettelijke status, is een tussen document, maar de omgevingsvisie is natuurlijk wel een document wat impact heeft en wat een vervolg heeft. Dan moet dus, dat is een van onze belangrijke punten, duidelijk zijn hoe dan het voorkeursalternatief voortvloeit uit al die stappen die je daarvoor genomen hebt. Dus wat dat betreft is het überhaupt een heel terechte vraag. De voorzitter: Dorien. Mevrouw Visser: Ook nog één keer of ik het goed begrijp. Jullie hebben nu getoetst op het … Het koersdocument lezen jullie nu als voorkeursalternatief. Ja. En daarvan zeggen jullie, dat kan nog scherper beschreven worden.
De plaatsvervangend voorzitter: Ja, om het geschikt te maken voor de omgevingsvisie. Mevrouw Visser: En de OER toetst op … Die hebben we gehad en daarvan zeggen jullie, die kan nog meer ingezoomd worden op de … En die is nu Deventer breed ook, het koersdocument is ook voor heel Deventer. Het advies is eigenlijk om zowel het koersdocument als het OER nog meer op gebiedsniveau, noem ik het maar even, afhankelijk van wat daarvoor gekozen wordt, uit te gaan werken. De plaatsvervangend voorzitter: Ja, dat is ons advies, want dit werd het concept OER genoemd. Dus dat is een document wat nog in productie is, waar nog aan gewerkt wordt. Het koersdocument is een tussenstap op weg naar de omgevingsvisie. En om van deze tussenstap naar de eindstop te komen, daar hebben wij dus deze adviezen voor gegeven. Staat overigens nog wel wat meer in het advies, maar dit zijn eigenlijk de belangrijkste punten. De voorzitter: O, sorry Dorien. Ga door. Mevrouw Visser: En over straks op de omgevingsvisie, die krijgen we volgens mij ergens eind November, concept omgevingsvisie. Ontwerp omgevingsvisie, sorry. Daar wordt ook weer een OER over uitgevoerd en daar geven jullie ook weer advies over toch? Ja. En dat is allemaal in december, als ik het goed begrepen heb in de planning. De plaatsvervangend voorzitter: Ja, dat is inderdaad de bedoeling.
En je kan er ook voor kiezen om in een keer naar de omgevingsvisie te springen en een OER dat daaraan ten grondslag ligt. Dat is best een heel grote sprong en ik denk dat het … Ik zei al, het is moeilijk om die omgevingsvisie goed te implementeren. Ik denk dat er ontzettend mooie dingen in zitten, dus om dat goed te gebruiken, dat lukt niet in één keer goed. Dus we zien ook bij andere gemeentes en bij provincies dat … Jullie nemen die tussenstap eigenlijk in deze hele route. En heel veel andere gemeentes aanvankelijk die maakten een visie waar wij dan een advies over gaven wat erop leek van wat we nu zeggen over jullie tweede deel. En dan komt er een aangescherpte visie met een OER dat daaraan ten grondslag ligt. In ieder geval, heel veel van de eerste visies waren gewoon nog niet goed genoeg. Dus die worden nu herzien met een OER dan vaak. En dat doen jullie in één proces. Nog andere vragen? Ja. De voorzitter: Ja, Tjeerd weer. De heer Van der Meulen: Misschien een beetje een bestuurlijke vraag. Ik zit even na te denken, want we krijgen zo meteen een tussentijds advies. Dat is wat jullie uitbrengen. Dat is aan de raad, wordt dat advies uitgebracht. Dat moeten we als raad eigenlijk overnemen of zeggen, nee, dat leggen we naast ons neer. Dat laatste natuurlijk niet denk ik, dat zou niet verstandig zijn.
Maar ik vroeg me af of jullie ervaring hebben bij andere gemeenten, of die dat dan ook vaststellen of die dat in procedure brengen. Want uiteindelijk alleen met een advies hebben we geen zekerheid dat het wordt meegenomen naar het vervolg. Maar misschien stel ik wel de verkeerde vraag of aan de … De plaatsvervangend voorzitter: Nee, ik denk dat dat wel zo is. Niet eens zeker. Mevrouw Lüchtenborg: Wat moet, wetstechnisch, is bij een advies van de commissie MER bij het besluit … Maar ik moet eerlijk zeggen dat bij een tussentijds advies … Maar dan zou je ook zeggen advies van de commissie MER, als je dan het besluit neemt waar dat advies bij gegeven is, moet je in het besluit uitleggen wat je met het advies gedaan hebt en hoe je dat gebruikt hebt, hoe dat een plek
heeft gekregen. Want je kunt constateren ja, mooi, dankjewel. We gaan dit en dit doen. We nemen dit en dit over of we gaan hem aanvullen of niet. Dat is aan jullie, maar in dit geval wat Marieke aan het begin zei, het eerste deel is de constatering van de informatie die daar nu ligt voor het besluit over de koers, die hoofdlijn. Daar ligt mooie informatie en dit zijn adviezen voor het vervolg en dat is natuurlijk wat anders dan wat een advies van de commissie zegt van, er ontbreekt echt informatie die je nodig zou hebben om nu een goed besluit te kunnen nemen. De voorzitter: Margriet wil hier iets over zeggen, volgens mij. Wil jij in de microfoon … Mevrouw …: Ook eigenlijk precies wat Aletta net uitlegt dat we denk ik bij het ontwerp moeten aangeven hoe we de adviezen hebben verwerkt. De plaatsvervangend voorzitter: Ja. En aan het eind van het traject, als dus de ontwerp Omgevingsvisie klaar is en het OER klaar is, dan toetsen wij opnieuw. Dan kan het zo zijn dat wij zeggen, een heleboel dingen zijn goed, maar op die en die punten ontbreekt nog essentiële informatie die je nodig hebt om dit besluit te kunnen nemen. En dan raden wij aan om dat aan te vullen in het OER of in een losse notitie, maakt niet uit in welke vorm. Dat is dan aan het bevoegd gezag weer om dat wel of niet te doen. Je kan ook zeggen, dat doen we niet. Dat vinden we onzin of iets dergelijks.
Komt niet zo vaak voor. En dat heeft natuurlijk ook te maken met de rechtsgang van personen die het er niet mee eens zijn. Dus dat wordt dan vaak wel aangevuld. Wij hoeven dat niet per se te toetsen, dat is alleen als jullie dat willen. Wij toetsen één keer wettelijk verplicht en dan daarna is het een advies en daar mogen jullie mee doen wat je wil. Meestal wordt het aangevuld en meestal voor meestal toetsen wij dat nog een keer. De voorzitter: Jarno had ook een vraag en Erik ook nog. De heer Van Straaten: Ja, dus over dat advies. Wij zouden dus als raad nog kunnen zeggen dat we het niet per se verwerpen, maar dat we nog een paar punten missen en die kunnen dan weer teruggeven aan de commissie? De plaatsvervangend voorzitter: Nee, niet aan ons. Dat geven jullie dan terug aan degenen die het voorbereid hebben, dus in dit geval Lars en de ambtenaren. En dan zeg je, wij willen dit en dit ook nog zien. Dus dat kan. De voorzitter: Dat was jouw vraag ook, Erik? De heer Smeenk: Misschien een beetje in Jip en Janneke-taal, volgens mij is het koersdocument een richtinggevend document waar wij als raad dan ook onze punten in mee kunnen geven die wij dan eventueel nog missen. En dan zetten we het college daarmee aan het werk samen met het advies van de MER-commissie en het OER en alles wat er dan bij hoort.
En dan krijgen we op een gegeven moment die omgevingsvisie en dan gaan we daar weer wat van vinden. Kort samengevat. De voorzitter: Heel kort. De heer Smeenk: Ja, maar dat ben ik. De voorzitter: Margriet. Ik zag het.
Mevrouw …: We krijgen dus advies van de commissie MER op de ontwerp OER, die hoort bij de ontwerp omgevingsvisie. Dat wat er dan nog mist verwerken we en komt dan bij jullie terug bij de definitieve omgevingsvisie, toch? Zo begrijp ik dat. De plaatsvervangend voorzitter: Je had het nu over de ontwerp omgevingsvisie, maar volgens mij zitten we nu nog op het koersdocument. De voorzitter: Ja, dat klopt. Dat is het vervolgproces waar Margriet het over heeft en Erik vroeg volgens mij naar nu over het koersdocument. De heer Smeenk: Ja, ik was te kort. De plaatsvervangend voorzitter: Als jullie zouden zeggen, ondanks dat de commissie zegt, het is voor op dit moment wel goed en jullie zeggen, we willen dit toch ook nog wat duidelijker weten. Dat staat je nu natuurlijk helemaal vrij om dat te vragen. Maar niet aan ons. Want wij schrijven ook geen OER. De voorzitter: Geen andere vragen? De plaatsvervangend voorzitter: We hebben nog één slide die even het vervolg van dit deel van de procedure geeft. We hebben dus heel binnenkort, over een paar dagen, ons conceptadvies afgerond. Dan hebben we op 27 juni we een afspraak om over dat advies te praten met ... Ik geloof dat Lars daar ook bij is en Margriet, de collega's en de anderen die hier op die slide staan.
Dan brengen we het vrij kort daarna uit met een persbericht en dan komt ook het hele advies op de website, dus dan kunnen jullie het ook tot je nemen. Dus dat is als het goed is nog net op tijd voor jullie vergadering waarin het besluit wordt genomen. De voorzitter: Negen dagen. De plaatsvervangend voorzitter: Hebben jullie nog vragen op dit moment? En als we ermee op moeten houden dan doen we dat, want ik wil niet jullie verdere agenda in de war sturen. De voorzitter: Gaat vast goed komen. Zijn er nog meer vragen op dit moment? Ik dacht net dat iemand naar de microfoon wilde gaan, maar dat was niet zo? Nee. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb nog een vraag aan jullie, helpt dit? Want we hebben dus Pieter en Aletta gehad die die technische sessie hebben gedaan om een beetje uit te leggen, wat doet nu zo’n OER? Het was jammer dat we niet al van tevoren het advies aan jullie konden toesturen en dat jullie dan naar aanleiding daarvan de vragen kunnen stellen. Dat lukte qua planning gewoon echt niet. Maar de vraag is aan jullie, helpt dit? De voorzitter: Erik, wil jij het vertellen? De heer Smeenk: Nee, dit helpt zeker. Dit geeft gewoon verduidelijking. In gesprek is het altijd makkelijker om dingen duidelijk te krijgen dan dat je het op een stukje papier of achter de computer moet lezen. Dus ik waardeer dit enorm. Articuleren van mij.
De voorzitter: Pas nog een lesje gehad, articuleren. Hoe kijken de anderen hier tegenaan? De plaatsvervangend voorzitter: Je mag ook zeggen, het helpt niet of het helpt niet genoeg.
De voorzitter: Tjeerd. De heer Van der Meulen: Nee, dat ga ik niet zeggen want dat is ook niet zo. Ik denk dat het zeker helpt. Het blijft inderdaad een beetje abstract en soms helpt de diepte in. De vorige keer toen zijn we wel weer de diepte ingegaan, alleen toen was nog niet alle informatie daar. Dus het blijft een beetje zoeken, maar het is in ieder geval heel fijn dat jullie gewoon het hier komen vertellen. En het geeft ook ons wel inzicht in het proces wat toch wel een soort snelkookpan is, of hoe noem je dat? In ieder geval, we moeten op 9 juli een besluit nemen, dus dan is het heel handig om er gewoon over te kunnen praten met de betrokkenen. Dus zeker. De plaatsvervangend voorzitter: Het lastige is dat wij niet een presentatie over het hele OER geven. Dat is ook niet ons werk, dus dat je daar toch ook nog zelf dat tot je moet zien te nemen en dat je daar in deze problematiek waarvan ik zei, het is complex, maar het is ook niet allemaal heel makkelijk. Maar het is wel iets waar heel veel waardevolle dingen in staan.
En je kan natuurlijk ook heel goed gaan zoeken op bepaalde dingen en denken van, ik ben heel erg geïnteresseerd in die mobiliteit dat je daar dan gaat zoeken van hoe is dat nu opgelost? Dus het van kaft naar kaft is best een klusje, maar als je probeert om aan de hand van wat je aan interesses hebt om je daardoorheen te navigeren, dan denk ik dat het heel veel waardevolle informatie geeft. De voorzitter: Dorien. Mevrouw Visser: Eens. Jammer dat we het advies nog niet hebben. Maar zeker, dit is ook al helpend, alleen krijg er nu veel meer een beeld bij, merk ik. Het is toch best allemaal technisch, veel rapporten. Dus dit helpt zeker. Ik vind ik vind het eerlijk gezegd nog nuttiger dan ook … De vorige keer vond ik het ook fijn dat jullie er waren, maar dit is nog inhoudelijker. Wat ikzelf prettiger vind, omdat ik wel een beetje weet … Tenminste, me erin had verdiept wat commissie MER deed. Dus de volgende keer als het rapport er dan ook nog bij is, zou het helemaal geweldig zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Ja. En dan is natuurlijk ook fijn als … Nu zijn wij hier bij jullie op bezoek. Nogmaals dank voor die uitnodiging. Maar dat ook de OER-schrijver erbij is die dan weer … Ja, je bent erbij, sorry. Maar dan zou de nadruk ook nog meer kunnen liggen op, wat staat erover in het OER? Want ik denk dat jij als geenander dat OER vanbinnen en van buiten kent.
Maar dat was niet de opzet van vandaag. De voorzitter: Nee, want het OER, ik heb nu begrepen ook dat het concept OER ook nog abstract en globaal is, dus dan kan de MER volgens mij ook niet meer dan abstract en globaal zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Ons advies is juist om het wat concreter te maken. Dat heb ik ook bij dat bedrijventerrein, als je daar huizen wil zetten, dat betekent di of dat. En dat is dan de geluidsproductie en willen we dat? Of vinden we dat te hoog? Dan zie je hoe alles met elkaar samenhangt. De voorzitter: Zijn er anderen die ook nog iets aan Marieke terug willen geven over deze bijeenkomst? Dorien. Mevrouw Visser: Ik vind het zeker een goede suggestie ook om de OER als daar allemaal tijd in de planning rekening … Ik weet niet hoeveel ruimte en tijd er is, maar om die OER toch ook technisch toe te lichten. Dat hebben we nu niet gedaan. De tijd is krap, dit proces voor de zomer. Maar ik vind dat zeker een goede suggestie.
Mevrouw …: Voor de volgende fase in de ontwerp omgevingsvisie hebben we twee technische sessies van anderhalf uur ingeruimd. Of bedoel je nu voor deze OER nog? Voor de volgende hebben we twee keer anderhalf uur. We kunnen daar wat onderdelen naast elkaar programmeren, maar we hebben twee keer anderhalf uur te besteden aan informatie over de Omgevingsvisie en de OER. 2. Sluiting De voorzitter: Nog andere boodschappen die jullie mee willen geven? Vragen, opmerkingen? Nee? Dan ga ik namens iedereen Marieke en Aletta bedanken, maar uiteraard ook de mannen die in de digitale sessie zitten. Dank jullie wel. En Anke natuurlijk ook bedankt. Fijn dat je er was. Dank jullie wel. Ik denk dat we kunnen afsluiten. De plaatsvervangend voorzitter: Graag gedaan. En dan wens ik jullie nog een vruchtbare rest van de avond en gaan wij weer naar huis. De voorzitter: Dank u wel.