CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-17 Beantwoording technische vragen GL over het OER-werkdocument en Koersdocument Omgevingsvisie

Raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Koersdocument Omgevingsvisie3.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen GL over het OER-werkdocument en Koersdocument Omgevingsvisie 17-6-2025 Beste Tjeerd van der Meulen, Hierbij de beantwoording van je technische vragen. Wat betreft de vragen irt de derde brug en Voorst, begrijp ik dat er zojuist ook een afschrift van een collegebrief aan Voorst naar de raad is gestuurd. OER-werkdocument 1. Op blz. 21 wordt de huidige en de referentiesituatie beschreven met kleurcodering. Het is niet na te gaan waar deze waardering op is gebaseerd. Klopt het dat het een kwalitatieve inschatting is die niet kwantitatief/normatief is getoetst? Indien het wel traceerbaar is: graag op een navolgbare wijze aangeven op welke manier tot een bepaalde waardering (kleur) is gekomen? (Zie ook bijlage) De onderbouwing is inderdaad niet zichtbaar, dit staat in een werkversie van de Foto van de Leefomgeving. De digitale foto is te bekijken via de link: Foto van de Leefomgeving Deventer. Deze foto was nog niet eerder gepubliceerd omdat er nog enkele ontsluitingsproblemen mee zijn (voor sommige kaarten moet ingelogd worden via ArcGIS Online). Er wordt op dit moment hard gewerkt door de collega's van de GEO-afdeling om deze problemen op te lossen. De referentiesituatie is kwalitatief. Een referentiesituatie voor de lange termijn van de Omgevingsvisie (2040 en verder) is in de regel bijna op geen enkel onderwerp ‘kwantitatief’ te toetsen.

Dit, omdat er geen precieze informatie beschikbaar is over de impact van het huidige beleid en huidige maatschappelijke trends op die termijn voor de gehele gemeente. Met andere woorden, we kunnen niet 15 jaar vooruit voorspellen wat kwantitatief de waarde zal zijn van omgevingsindicatoren voor de gehele gemeente. Dat betekent overigens niet dat er geen normatieve uitspraken gedaan kunnen worden. Het is ook mogelijk om normatief te toetsen via een kwalitatieve inschatting. Ondanks dat het niet kwantitatief kan worden berekend, kan de referentiesituatie wel normatief getoetst worden. e uitspraken worden alleen minder juridisch ‘hard’. Dus in plaats van dat we bijvoorbeeld aantonen dat een luchtkwaliteitsnorm wel/niet wordt gehaald, geven we aan of er een verhoogde kans/risico is op het wel/niet behalen van de norm. Soms kun je zelfs zeggen dat er een heel grote kans is dat de norm wordt wel wordt gehaald, of dat er een heel groot risico is dat die wordt overschreden. 2. Uit het OER werkdoc en het koersdocument blijkt niet wat het VoorkeursAlternatief (VKA) van het college is dat wordt uitgewerkt in de concept omgevingsvisie. Waar staat het VKA van het college omschreven? (zie ook punt 6 onder 3.2. blz. 16 NRD) Het koersdocument, specifiek de maatregelen uit hoofdstuk 4.7, is in het OER behandeld als voorlopig VKA. Maar de ontwerpversie wordt het werkelijke VKA.

We gebruiken de term VKA niet in het OER omdat het Koersdocument dus nog niet het werkelijke VKA is (dat is de ontwerpversie pas). We hebben de term VKA niet gebruikt (we spreken gewoon over het Koersdocument) om verwarring te voorkomen met latere versies waar we het werkelijke VKA (de ontwerpversie) beoordelen. Dit, zodat er later maar 1 gepubliceerde versie van het OER is waar de term VKA wordt gebruikt. 3. Uit de OER blijkt dat geen rekening is gehouden met beleid/visie uit de verstedelijkingstrategie, althans deze is niet genoemd bij bovenregionaal beleid (p.25). Waarom is de verstedelijkingsstrategie niet genoemd/getoetst? Beleid/ visie uit de regio is nog in ontwikkeling. De contourenschets die vorig jaar is opgeleverd, is bedoeld als een gespreksdocument over de ontwikkelingsrichtingen voor de regio vanuit de hoofdpunten wonen, werken en mobiliteit. We werken nu toe naar varianten die worden getoetst aan een afwegingskader Brede Welvaart. Deze varianten worden op dit moment opgesteld. 4. In paragraaf 6.4 van het werkdocument OER (blz.42) staat dat het koersdocument geen ruimtelijke onderbouwing van de keuzes bevat. Volgens het OER is er wel een beknopte kaart maar die is indicatief en niet specifiek. Als er geen ruimtelijke onderbouwing is, waarom en op basis waarvan wordt dan de raad dan gevraagd om specifieke keuzes zoals Stadsland en 3e brug?

De kaart is inderdaad indicatief. De urgentie en onderbouwing van de derde brug op het vlak van mobiliteit is wel onderzocht (op basis van verschillende mogelijke combinaties van potentiele woningbouwlocaties en nu verkende werklocaties). Echter omdat de werklocaties nog onder embargo onderzocht worden, zijn deze berekeningen niet openbaar. Uit de berekeningen blijkt wél urgentie van de derde brug. We vragen de raad om te bevestigen dat we streven naar een derde brug. Voor Stadsland geldt dat we nog geen keuze vragen zolang het Rijk nog geen uitspraak heeft gedaan over de reservering ten behoeve van een by-pass. Binnen het traject Wonen Ruimte Stad wordt deze locatie verkend. 5. Er is naar verwachting een passende beoordeling nodig (blz. 56 OER). Krijgen wij deze PB bij de ontwerp-omgevingsvisie dit najaar? Gaat de PB uit van Stadsland / Derde brug naast een Natura2000 gebied? Er komt een passende beoordeling op de ontwerpversie (het werkelijke VKA). Of die uitgaat van Stadsland/brug hangt in zijn geheel af van de ruimtelijke keuzes die worden gemaakt in de gebiedsgerichte uitwerking van de koers à ontwerpversie. We kiezen voor bestendigen van eerder gemaakte keuzes: verkenning van stadsland en het streven naar een derde brug. Het onderzoeksbureau is zich bewust van de afhankelijkheid van de bypass en zal deze onzekerheid meenemen.

Meenemen in de Passende beoordeling is zeker een optie. 6. Waarom staat bij alternatief 1B onder passend woningaanbod "negatief" (blz. 31). Is passend woningaanbod iets anders dan voldoende woningaanbod? Passend woningaanbod is een combinatie van voldoende woningen, en voldoende type woningen voor verschillende bevolkingsgroepen. Onder de alternatieven die uitgaan van 8000 woningen tot 2040, beoordelen wij in de basis dat dit niet genoeg zal zijn om de druk op de woningmarkt te verlichten, waardoor er ook voor sommige maatschappelijke groepen minder passend woningaanbod zal zijn. 7. Waarom een onvoldoende voor 'bereikbaarheid auto" (alt. 1A en 1B) terwijl autonoom "redelijk" scoort. Dit zou betekenen dat er wegen worden afgesloten of afgebroken want de bereikbaarheid neemt normaal gesproken toch niet af? Extra woningen zorgt voor extra drukte, terwijl deze alternatieven niet automatisch inzetten op extra auto infrastructuur. Per saldo wordt de bereikbaarheid dan minder. Koersdocument: 8. Blz. 24 Hoofdkeuzes. Wordt op blz. 25 bedoeld dat we pas na afronding woningbouw opgave (10.000 inwoners) gaan groeien als compacte stad? Nee. Compacte stad is het uitgangspunt. De eerste inzichten van de verkenningen van Deventer Bouwt (met ook analyse van kwalitatieve woningbouwopgave en mogelijkheden voor verdere verdichting) volgen nog in september.

Bij de groei tot 10.000 woningen is er ook sprake van de compacte stad, een deel van de woningen worden in de bestaande stad gerealiseerd (zoals op het Haveneiland en verschillende andere locaties in onder andere Keizerslanden en Centrum & Schil) en in de Wechelerhoek op fietsafstand van bestaande voorzieningen, station en binnenstad. 9. Compacte stad wordt 1:1 gekoppeld aan stadsland en daarmee een keuze van het rijk. Wordt ook een andere invulling van compacte stad gedacht/onderzocht waar we als gemeente wel volledige zeggenschap over hebben en niet afhankelijk zijn van het rijk? (terugvalalternatief) De compacte stad is meer dan alleen Stadsland. Dat is ook onder andere verdere verdichting. In september delen we de eerste inzichten van de verkenningen van Wonen Ruimte Stad (Deventer Bouwt) met u. Volledige zeggenschap hebben we nergens, omdat we niet overal volledige grondpositie hebben. 10. In het koersdocument wordt voorgesteld om nog niet te kiezen voor invulling met wonen dan wel groenblauwe functies. Stadsland is niet in de koers belandt staat te lezen in de OER (p.41). Dit lijkt tegenstrijdig met de koers zelf die stadsland wel benoemd (zonder dat het is onderzocht). Hoe zit dat? In het koersdocument wordt Stadsland benoemd, maar wordt er nog geen keuze voorgesteld zolang het Rijk nog geen uitspraak heeft gedaan.

In de koers geven we aan dat Stadsland een bijdrage kan leveren aan de woonopgave bij het groeien als compacte stad, bovenop de 10.000 woningen. 11. Wat is er gedaan met de opbrengst van de participatie? Hoe is aan de inwoners en organisaties teruggekoppeld wat met de opbrengst is gedaan? De opbrengst van de participatie is samen met de OER en het DNA gebruikt om de grote, dilemma’s in beeld te brengen. Bij elk dilemma zijn voordelen en nadelen. Het college doet een voorstel welke richting te kiezen: De hoofdkeuzes. Bij de uitleg van de keuzes zijn soms reacties van inwoners en/of organisaties toegevoegd. Deze reacties helpen om de dilemma’s en bijhorende keuzes beter te begrijpen. Dit combineren we met argumenten vanuit OER, DNA en beleidsinhoudelijke argumenten. Ook zijn randvoorwaarden opgesteld op basis van wat mensen hebben gezegd. Bijvoorbeeld als we meer woningen bouwen, moet er ook genoeg ruimte blijven om fijn te leven; Denk aan “verdichten met ademruimte”.) En we willen groeien op een manier dat bij ons past, ons DNA, zodat we onze kwaliteiten niet verliezen. We willen een kleine grote stad blijven. Op 23 mei 2025 is een persbericht uitgezet met de boodschap dat het college van burgemeester en wethouders van Deventer het koersdocument voor de nieuwe omgevingsvisie opgesteld en dit voorlegt aan de gemeenteraad.

Hierin is medegedeeld dat de gemeenteraad het koersdocument op woensdag 4 en 18 juni bespreekt. En dat er dan ook gelegenheid is voor inspreken. Dit bericht is gepubliceerd in Deventer Nu in het huis-aan-huisblad Stedendriehoek en opgenomen in onze wekelijke mailing ‘nieuws Deventer’. Er is ook een bericht via e-mail gestuurd naar de deelnemers die kenbaar hebben gemaakt dat ze op de hoogte wilden blijven. In al deze berichten wordt verwezen naar meer informatie op www.deventer.nl/omgevingvisie. Op deze pagina staat een ‘terugblik vragenlijst en toekomstgesprekken voorjaar’ met een link naar de resultaten van de gesprekken en de vragenlijst. Deze staan ook op Terugkoppeling - Omgevingsvisie. In september volgt hierover opnieuw een gesprek met de samenleving, zowel met inwoners als met maatschappelijke organisaties en ondernemers. Tijdens de bijeenkomsten leggen we het proces uit en blikken we ook terug op de eerste Toekomstgesprekken van het voorjaar met de terugkoppeling. Daar hoort ook bij dat we op hoofdlijnen delen hoe de reacties uit de eerste ronde in het Koersdocument zijn verwerkt. 12. De participatie is een veelvoud van verschillende meningen. Uit het koersdocument blijkt niet hoe het college de verschillende (veelal tegengestelde) opvattingen heeft gewogen.

Waar kunnen we dit terugvinden? De voors en tegens van de hoofdkeuzes zijn verrijkt met participatiereacties (samen met argumenten vanuit OER, DNA en beleidsinhoudelijke argumenten). Na verkenning van het dilemma is door het college een keuze voorgesteld. In de bijlage ziet u (1) de opgaven, (2) hoofdlijnen uit reacties van participanten en (3) de hoofdkeuzes met daarin blauw gearceerd participatiereacties die in die richting wezen. Er zijn reacties die vaak terugkwamen en er zijn inderdaad ook tegengestelde opvattingen, echter de tegenstellingen hebben niet de overhand. Reacties die niet zijn meegenomen, zijn wel opgenomen in een antwoordtabel die we gebruiken bij de participatie in september. Deze passen bijvoorbeeld niet bij andere (hoofd)keuzes. 13. In de participatieronde is ook (in de gasfabriek) gesproken met andere overheden. In het participatieverslag staat niets over wat andere overheden vinden van de derde brug en het stadsland. Wat waren de opvattingen van de andere overheden? (provincie Gelderland, regiogemeenten e.d.). Kunnen deze ter beschikking worden gesteld? Gesprekken met andere overheden over Stadsland en een derde brug lopen. Bij Voorst leven zorgen over de consequenties van de beoogde verbinding van de brug met de A1 en/of de A50.

We verkennen met buurgemeenten én met de regio, provincies en Rijk wat de kansen en belemmeringen zijn en wat er nodig is om deze ambitie verder te verkennen. 14. is de raad/het college van Voorst betrokken bij beslispunt 3 en 6 over de derde brug en stadsland? Bij beide ontwikkelingen zijn er gevolgen voor de gemeente Voorst. Wat vindt de gemeente Voorst van dit voorstel in het koersdocument? Is het beslispunt derde brug al afgesproken in regionaal verband? (stedendriehoek) In 2022 is in regionaal verband de Mobiliteitsagenda 2023-2027 voor de Cleantech Regio vastgesteld. Hierin staat als één van de acties: ‘verkennen haalbaarheid 3e IJsselbrug Deventer’. Ambtelijk en onder collegeleden lopen hierover gesprekken: wat zijn kansen en belemmeringen en wat is er nodig om keuzes te

maken hierin? Onze inzet is om deze onderdeel te maken van de regionale variantenstudie en daarmee de gemeentelijke nut en noodzaak te verrijken op regionaal niveau. De variantenstudie is de opmaat naar een regionaal ontwerp ontwikkelperspectief voor de verstedelijkingsstrategie voor de Stedendriehoek. 15. Raadsvoorstel onder 3, hoofdkeuze 2: welk alternatief wordt hier beschreven? Hoeveel groei ('daarbovenop") wordt voorgesteld en wat is "onevenredig"? (gelet ook op de SMART-aanbeveling van onze eigen RKC) Er is niet gekozen voor één van de alternatieven. Er is een samenhangende koers samengesteld uit elementen uit de scenario’s. Hoeveel groei en wat onevenredig is, wordt nu verder (kwantitatief en kwalitatief) verder uitgewerkt en zal worden uitgewerkt in de ontwerp omgevingsvisie. Daar doet het college ook een voorstel voor realisatie (op hoofdlijnen) en voor monitoring. 16. Raadsvoorstel onder 3, hoofdkeuze 3: -wat zijn voor ProRail de redenen/criteria /aanleidingen om extra stations in Bathmen en DeventerNoord (irt dubbelspoor Olst) mogelijk te maken"? Kunnen we als Deventer daarop sturen (bijv. qua reizigersaanbod door juist daar te verdichten) -omvat compacte stad ook uitbreiding nabij deze mogelijke toekomstige stations? Meer potentiële reizigers (door verdichting rondom het beoogde station) zullen bijdragen aan vergroting van de kans op realisatie van een station.

Echter deze stations zijn nog niet binnen handbereik, ook niet met de voorziene woningbouw. Een station of hoogwaardige OV-hub biedt de mogelijkheid voor andere duurzame vormen van mobiliteit dan de auto en daarmee kansen om onder andere te sturen op ruimte voor de auto. Dat maakt verdichting/ compacte stad of dorp in principe ook mogelijk rondom deze beoogde stations. Op het moment dat deze stations sterker in beeld komen, zal het college u informeren over de mogelijkheden en keuzes daarin. 17. Raadsvoorstel onder 6 (Stadsland) ; de raad wordt iets voorgesteld wat al eerder is voorgelegd bij Wonen Ruimte Stad (november 2024). Wat is het verschil tussen beide raadsvoorstellen? In het koersdocument wordt gesteld dat we een keuze maken over Stadsland op het moment dat het Rijk een besluit neemt. 18. Raadsvoorstel onder 7 (grotere sturende rol): hoeveel fte vraagt dit extra? Wordt met een grotere sturende rol ook bedoeld dat we strengere eisen gaan stellen aan circulariteit, duurzaamheid, luchtkwaliteit e.d.? Op dit moment worden ook alle vigerende beleidsambities betrokken bij gebiedsontwikkeling. De omgevingsvisie geeft daar verdere richting aan. In hoeverre dit extra ambtelijke inzet zal vragen is nu nog niet te overzien. Met een grotere sturende rol wordt inderdaad ook bedoeld dat we strengere eisen willen stellen aan circulariteit, duurzaamheid en de andere genoemde thema’s.

19. Op blz. 25 staat "Groeien als compacte stad houdt verder verdichten binnen de bestaande stadsgrenzen (waar verdichting ontstaat met realisatie van de derde brug) en woningbouwontwikkeling op stadsland." Hier wordt het concept compacte stad onlosmakelijk verbonden met derde brug en stadsland. Het concept Compacte stad kan ook betekenen het realiseren van compactheid aan de oostzijde van de stad. Als dit al expliciet wordt uitgesloten: waar is deze hoofdkeuze op gebaseerd? De compacte stad gedachte leunt op verdichting rondom voorzieningen én station of hoogwaardig OV, waardoor duurzame mobiliteit ondersteund wordt. Uitbreiding aan de oostzijde van de stad is verder van centrale voorzieningen en station. In het koersdocument wordt voorgesteld te kiezen voor verdichting rondom beide stations, waaronder ook station Deventer-Colmschate. Bij het (compact) uitbreiden aan de oostzijde van de stad is de verwachting dat de bestaande infrastructuur de toename van automobiliteit minder goed kan opvangen. 20. Op blz. 26 bovenaan: compacte stad wordt afgezet tegen polycentrische stad. Als de raad de hoofdkeuze voor compacte stad onderschrijft, eindigt daarmee de planvorming voor Baarlerhoek en Vijhoek Zuidoost? Hoe verhoudt zich dat met de keuzes die zijn gemaakt bij Wonen-Ruimte-Stad? (beslispunt 3)

Nee, de verkenning van Deventer Bouwt/ Wonen Ruimte Stad lopen nog. In het koersdocument stelt het college nu gemeentebrede uitspraken voor over hoofdkeuzes. Deze uitspraak is nu gemeentebreed en heeft nog niet betrekking op de nog lopende verkenningen van Wonen Ruimte Stad. Het raadsbesluit van november 2024 riep op tot verkenning, niet tot planvorming voor woningbouw in o.a. Baarlerhoek en Vijfhoek zuidoost. We streven ernaar u in september inzicht te geven in de verkenningen van Wonen Ruimte Stad + een kwantitatieve verdichtingsanalyse + onderzoekscijfers (o.a. kwalitatieve programmering) + mogelijke ontwikkelstrategieën. Na consultatie van uw raad over deze verkenningen, zal het college een voorstel per verkende locatie opnemen in de ontwerp omgevingsvisie in december geeft u deze ontwerp omgevingsvisie vrij voor zienswijzen. 21. Blz. 26 onderaan staat dat in de ontwerp-omgevingsvisie voorstellen volgen over aanpassing van bedrijventerreinen aan te transformeren gebied. Worden hierbij ook reserveringen voor hoogwaardige bedrijventerreinen meegenomen op delen van bedrijventerreinen waar thans nog een distributiecentrum is toegestaan? (mogelijke locatie/reservering voor HMC-bedrijven) Dat zal worden verkend en indien voldoende duidelijk en mogelijk, worden verwerkt in de ontwerp omgevingsvisie. 22. Blz. 25. Zoektocht nieuwe bedrijventerrein.

Hoe landen de mogelijke locaties voor een nieuw bedrijventerrein in de Omgevingsvisie. Gelet op de ruimtevraag en omgevingseffecten neem ik aan dat in de ontwerp-omgevingsvisie al wel enkele locaties worden genoemd? De zoektocht naar een locatie voor het genoemde bedrijventerrein is complex en vraagt veel aanvullend onderzoek. De verwachting is dat deze de ontwerp omgevingsvisie nog niet haalt en zal meegaan in een actualisatie van de omgevingsvisie. 23. Blz. 25. Vierde bullet. Er is onvoldoende beeld van energiesysteem. Mede nav de inspraak woensdag jl. van DeventerWint; het bestaande provinciale beleid voor wind op land zal in de ontwerp-omgevingsvisie gelet op de ruimtevraag en milieu-effecten toch een plaats moeten krijgen? Idem voor de effecten van de vastgestelde Deventer Energievisie? Het bestaande energiebeleid wordt meegenomen in de ontwerp-omgevingsvisie. Zo is het provinciale zoekgebied voor windenergie langs de A1 door de raad vastgesteld en zal het daarom onderdeel zijn van de ontwerp-omgevingsvisie. Ook andere ontwikkelingen zoals zon en biogas en groengas zijn, zover nu bekend, meegenomen in het traject. We weten echter dat het toekomstige energiesysteem meer zal vragen.

Er wordt daarom een verkenning uitgevoerd naar de onder andere de ruimtelijk impact van een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem, conform de reactie van het college op advies 4.1 van de klimaatraad. 24. Blz. 25 vierde bullet: Wat zijn "onze leidende principes voor groei" ? Waar zijn deze leidende principes vastgelegd? In het koersdocument wordt voorgesteld om deze leidende principes vast te stellen en te hanteren voor het afwegen van ruimtelijke ontwikkelingen zoals verdere groei. 25. Op blz. 12 (Gezonde leefomgeving) staan een aantal algemeenheden zoals "verbeteren van gezondheid door te werken aan luchtkwaliteit, aanvaardbaar geur- en geluidhinderniveau" en " verbeteren van gezondheid en omgevingsveiligheid door te werken aan lucht- en bodemkwaliteit , ...beperken, ...te werken aan..."). De termen aanvaardbaar, werken aan, beperken, verbeteren e.d.. zijn weinig concreet en niet smart. Deze onderwerpen lenen zich bij uitstek om te vertalen en vorm te geven in een omgevingsprogramma met concrete doelen. Is dat ook de bedoeling? (ook gelet op de uitspraken in de perspectiefnota over omgevingsprogramma's) In de Perspectiefnota wordt gesproken over lopende uitvoeringsprogramma's over allerhande onderwerpen. Voor zover het de milieudoelen betreft is daar niet vastgelegd dat deze zullen worden uitgewerkt in "programma's" zoals bedoeld onder de Omgevingswet.

De milieuambities worden in eerste instantie verder uitgewerkt in de ontwerp omgevingsvisie. Daarin zal ook iets worden opgenomen over verdere uitwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15683758/1