2025-06-04 Beantwoording technische vragen D66 WMO beleidsplan
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D66 WMO beleidsplan 4-6-2025 Wat is het verschil tussen innovatie en transformatie, en hoe wordt de effectiviteit van activiteiten gemonitord? Innovatie en transformatie zijn nauw verwant, maar kennen een belangrijk onderscheid. Innovatie betreft het ontwikkelen en toepassen van vernieuwende werkwijzen, methoden of technologieën. Transformatie richt zich op structurele veranderingen in de manier van werken, met als doel een meer duurzame en toekomstbestendige aanpak. De innovaties die wij subsidiëren dragen altijd bij aan de gewenste transformatie. De effectiviteit van deze activiteiten wordt gemonitord via: • De inhoudelijke en financiële verantwoording van subsidies; • Tussentijdse voortgangsgesprekken met betrokken partijen. 2. Waar zijn deze middelen in het verleden aan besteed? De middelen zijn ingezet voor initiatieven zoals: • Ontmoeten in Eigen Dorp • Stap in de Wijk (RIBW) • Bij de Halte • Thuis wonen met Technologie (InteraktContour) Deze projecten richten zich op het realiseren van laagdrempelige voorzieningen die zwaardere zorgvragen helpen voorkomen. Ook is er geïnvesteerd in vernieuwende (digitale) middelen die bijdragen aan preventie en zelfredzaamheid. 3.
In hoeverre is er sprake van zorginnovatie binnen de Wmo en bij aanbieders? Wat doen zij om de druk te verlagen? Binnen de raamovereenkomst is vastgelegd dat aanbieders cliënten ondersteunen richting voorliggende oplossingen. Voorbeelden van zorginnovatie zijn: • Implementatie van het 5-stappenmodel door organisaties zoals Solis en Carinova. Met de 5 stappen doorloopt aanbieder met bewoners stappen tbv van zelf doen, samen doen en het benutten van bestaande voorzieningen. • Collectieve ondersteuningstrajecten, waarbij mensen met vergelijkbare hulpvragen in groepsverband begeleiding ontvangen. Dit stimuleert onderlinge steun en versterkt sociale netwerken. • Inzet van technologie De technologieën zijn bewezen arbeidsbesparend en gericht op het vergroten van zelfredzaamheid en veiligheid van bewoners, bv een tablet die met een herkenbare stem mensen ondersteunt bij het dagelijkse leven • Coördinatie huishoudelijke ondersteuning, waarbij een coördinator de inzet van hulp afstemt op basis van beschikbaarheid. Hierdoor wordt werkdruk verlaagd bij planners huishoudelijk ondersteuning en hulp sneller ingezet bij bewoners. Hoewel veel aanbieders actief bijdragen aan de transformatie, blijft het belangrijk om aandacht te houden voor deze nieuwe werkwijzen en het stimuleren van eigen regie en participatie. 4.
Wat zijn de zichtbare effecten van het beleidskader met betrekking tot de vier doelen? De 4 doelen: 1. Inwoners ondersteunen elkaar 2. Laagdrempelige voorzieningen in de eigen woonomgeving 3. Een zinvolle daginvulling dichtbij huis 4. Toegankelijke maatwerkondersteuning Deze doelen krijgen vorm door investeringen in wijkvoorzieningen. Dankzij deze investeringen ontmoeten bewoners elkaar in hun eigen leefomgeving en kunnen uitdagingen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Inwoners nemen deel aan activiteiten, organiseren deze zelf of zetten zich in als vrijwilliger. Zo ontstaat een daginvulling die past bij ieders wensen en mogelijkheden. Het positieve effect van het voorliggende veld op het welzijn van inwoners wordt bevestigd in het rapport van het Ministerie van VWS (Toezichtonderzoek Sociaal Domein, nota nr. 2025-2). De verwachte stijging van het aantal Wmo-beschikkingen blijft vooralsnog uit.
De gemeente Deventer streeft ernaar dat bewoners elkaar ondersteunen waar mogelijk en samen activiteiten ondernemen in hun eigen wijk. Op deze manier wordt een beroep op Wmomaatwerkvoorzieningen zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer de voorliggende voorzieningen echter niet volstaan om participatie en eigen regie te realiseren, blijft Wmo-maatwerk altijd beschikbaar voor wie dat nodig heeft. Door voorliggend oplossingen te realiseren met bewoners blijft professionele zorg toegankelijk voor inwoners die daar echt op zijn aangewezen. 5. Hoe is de afgelopen periode ingezet op het verbeteren van samenwerking? De gemeente faciliteert samenwerking door: • Het organiseren van themabijeenkomsten voor aanbieders; • Het stimuleren van kennisdeling en ontmoeting. Voorbeelden van thema’s zijn: • Huishoudelijke hulp • Dementie • Complexe zorg voor (jong)volwassenen, waarbij zowel jeugd- als Wmo-aanbieders betrokken zijn. 6. Is samenwerking een voorwaarde voor financiering van aanbieders? Ja, samenwerking is een vast onderdeel van de raamovereenkomst. Aanbieders worden geacht actief samen te werken met andere partijen binnen het sociaal domein.