CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-04-30 Bomen Effect Analyse Zwaluwenburg Deventer

Raadsvergadering 21 mei 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Planvorming Nieuw Zwaluwenburg10.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bomen Effect Analyse Zwaluwenburg Deventer

COLOFON Bomen Effect Analyse Zwaluwenburg Deventer OPDRACHTNEMER

idverde Bomendienst Marowijne 80 7333 PJ Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl

OPGESTELD DOOR

Tom Putman | European Tree Technician Martijn van der Maarel | European Tree Technician Harmen van der Meulen | European Tree Technician

VRIJGEGEVEN DOOR OPDRACHTGEVER

Gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer

PROJECTNUMMER KENMERK

728250121 BD25097

STATUS VERSIE DATUM

Voorlopig exclusief bijlagen 3 30 april 2025

Copyright 2025 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

2

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

1.

5

UITGANGSPUNTEN 1.1 Onderzoeksvraag 1.2 Projectplan 1.3 Projectstatus 1.4 Werktekeningen

2.

5 6 7 7

BOOMKWALITEIT EN STATUS ‘NULMETING’ 2.1 Boominventarisatie 2.2 Groeiplaatsonderzoek 2.3 Conditie en boomkwaliteit 2.4 Kwaliteitsbeoordeling bomen

3.

8 9 9 12

ANALYSE

13

3.1 Knelpunten 3.1.1 Knelpunt 1 – Boom 93 3.1.2 Knelpunt 2 – Boom 43 3.1.3 Knelpunt 3 – Boom 203 & 205 3.1.4 Knelpunt 4 – Boom 46, 193, 191, 180 en 9 3.1.5 Knelpunt 5 – Boom 226 3.1.6 Knelpunt 6 – Boom 227 3.1.7 Knelpunt 7 – Boom 228 & 229 3.1.8 Knelpunt 8 – Boom 268 3.1.9 Knelpunt 9 – Boom 247 t/m 250 3.1.10 Knelpunt 10 – Boom 245 & 246 3.1.11 Knelpunt 11 – Boom 251 & 270 3.1.12 Knelpunt 12 – Boom 2, 3, 4, 98 & 99 3.1.13 Knelpunt 13 – Boom 10, 15, 55, 68, 73, 75 t/m 77, 108, 113, 116, 121, 131, 149, 174, 260 t/m 266, 3.1.14 Knelpunt 14 – Boom 48, 76, 103, 168, 174, 231, 236 3.1.15 Knelpunt 15 – Boom 6, 8, 13, 65, 88, 49, 104, 122, 132, 138, 142, 175, 176 3.1.16 Knelpunt 16 – Boom 173, 275 t/m 279 3.1.17 Knelpunt 17 – Boom 284 & 283 3.1.18 Knelpunt 18 – Boom 289 t/m 292 3.1.19 Knelpunt 19 – Boom 288 3.1.20 Knelpunt 20 – Boom 287 3.1.21 Knelpunt 21 – Boom 280 t/m 281 3.1.22 Knelpunt 22 – Boom 216 t/m 224, 317 t/m 319 3.2 Projectinvloed 3.2.1 Projectinvloed bovengronds 3.2.2 Projectinvloed ondergronds

4.

8

CONCLUSIE EN ADVIES

13 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 35 36

37

4.1 Advies: Bomen 4.2 Advies: Projectaanpassing 4.3 Advies: Maatregelen en randvoorwaarden 4.4 Advies: Boombescherming 4.5 Bomenbalans

37 38 39 40 42

BIJLAGE 1 KWALITEITSBEOORDELING BOMEN

43

BIJLAGE 2 GROEIPLAATSONDERZOEK

1

Bodemdiagram profielsleuf 1 Bodemdiagram profielsleuf 2 A Bodemdiagram profielsleuf 2 B Bodemdiagram boring 1

3

BD25047_v3

1 2 3 4

BEA Zwaluwenburg Deventer

Bodemdiagram profielsleuf 3 A Bodemdiagram profielsleuf 3 B Bodemdiagram boring 2 Bodemdiagram profielsleuf 4 A Bodemdiagram profielsleuf 4 B Bodemdiagram profielsleuf 5 Bodemdiagram profielsleuf 6 Bodemdiagram profielsleuf 7 Bodemdiagram profielsleuf 8 Bodemdiagram profielsleuf 9 Bodemdiagram profielsleuf 10 Bodemdiagram profielsleuf 11 Bodemdiagram profielsleuf 12 Bodemdiagram profielsleuf 13

5 6 7 8 9 10 11 12 13 15 16 17 18 19

BIJLAGE 3 BOMENPOSTER WERKEN ROND BOMEN

20

BIJLAGE 4 OVERZICHTSKAARTEN

21

4

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

1. Uitgangspunten 1.1 Onderzoeksvraag De gemeente Deventer is voornemens het terrein van het gebied zwaluwenburg opnieuw in te richten. Het gebied heeft in de huidige vorm educatie en recreactie als bestemming. De huidige bebouwing zal worden afgebroken in twee fasen. In verschillende fasen worden nieuwe gebouwen gerealiseerd, worden paden verlegd en wordt aanvullende beplanting gerealiseerd. Het het openbaar groen wordt in een laatste fase heringericht. Openbaar beschikbaar is een Concept Masterplan waarin de visie van het project staat weergegeven (afbeelding 1.1). Een nadere uitwerking van dit plan is het Bouwenvelop (afbeelding 1.3). Deze twee documenten zijn gebruikt om in kaart te brengen welke bomen duurzaam behouden kunnen blijven in de nieuwe situatie. Het project bevindt zich in de schetsontwerpfase en er is globaal inzicht in de verwachte werkzaamheden. In het projectgebied bevinden zich 209 bomen die al geregistreerd waren bij de gemeente. Aanvullend zijn in deze analyse 110 bomen die nog niet waren geregistreed landmeetkundig ingemeten. Van alle 319 aanwezige bomen en heesters in het projectgebied met stamomtrek groter dan 14 centimeter, zijn de kenmerken voor de kwaliteitsbepaling opgenomen of aangevuld. Zoveel mogelijk bomen dienen behouden te blijven.

Voor bomen waarvoor dat niet mogelijk is, is indicatief de verplantbaarheid bepaald op basis van bovengrondse beoordeling.

Afbeelding 1.1 Voorgenomen nieuwbouw uit concept Masterplan Nieuw – Zwaluwenburg (Bron: Gemeente Deventer) Het ontwerp is nog niet definitief en er worden mogelijk nog aanpassingen aan het ontwerp verricht. De Bomen Effect Analyse (BEA) gaat in de basis uit van de meest actuele tekeningen op het moment dat het veldwerk wordt uitgevoerd. Mogelijk conflicteren de voorgenomen werkzaamheden met de wens om de aanwezige bomen duurzaam in stand te houden. Onderzocht dient te worden welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn voor het ontwerp en uitvoering, ten behoeve van bescherming van de bomen. Om de effecten van de plannen inzichtelijk te maken heeft de gemeente Deventer opdracht gegeven aan idverde Bomendienst B.V. om een BEA uit te voeren. Er is voor dit project sprake van een eenmalig advies. Bomen Effect Analyse (BEA) Een BEA beantwoordt de vraag of een boom/bomen in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan/kunnen blijven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en welke maatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.

5

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Hiervoor worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt:  Is de boomtechnische kwaliteit, wanneer er geen werkzaamheden plaatsvinden, voldoende om de boom duurzaam te kunnen behouden?  Is behoud van de boomtechnische kwaliteit, wanneer er opbreekwerkzaamheden van de bomen mogelijk? (ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?)  Wat zijn de ontwerpuitgangspunten en de openbare ruimte voor behoudt van de boom?  Welke maatregelen dienen er te worden getroffen (binnen de uitvoering) om deze boom te kunnen behouden? Het veldwerk is in maart 2025 uitgevoerd door Martine Broers en Tom Putman, beide als Boomtechnisch Adviseur werkzaam bij idverde Bomendienst B.V. Locatie Het projectgebied bevindt zich in de buurt Colmschate-Noord te Deventer. Op de onderstaande afbeelding zijn de uitsnedes te zien.

Afbeelding 1.2 Locatieoverzicht bron: ESRI Nederland Bijzondere boomwaarde In het Bomenbeleidsplan 2021-2030 van de gemeente Deventer wordt voor waardevolle en monumentale bomen gerefereerd naar het Bomenfonds. Deze wordt beheerd door de Deventer Bomenstichting. Op de site van de bomenstichting staan geen waaardevolle of monumentale bomen vermeld die zich in het projectgebied bevinden.

1.2 Projectplan Het gebied wordt omgevormd zodat onderwijs, zorg en wonen gecombineerd kunnen worden. Het project omvat de volgende werkzaamheden:  Sloop huidige bebouwing  Infrastructuur aanpassen  Plaatsing van meerdere gebouwen  Aanleggen meerde parkeerplaatsen

6

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

1.3 Projectstatus De status van het project is Voorlopig Ontwerp. Afhankelijk van de uitkomsten van deze BEA wordt vastgesteld welke bomen behouden en gekapt worden en welke maatregelen nodig zijn om bomen te kunnen behouden.

1.4 Werktekeningen Voor het opstellen van deze rapportage zijn de volgende bronnen als uitgangspunt gebruikt:  Concept_masterplan_Zwaluwenburg.pdf  Bouwenvelop Zwaluwenburg fase 1.pdf  2021-413_Bomenbeleidsplan_Deventer.pdf  Ontwerp fase 1 incl.ingemeten bomen en kroonprojecties-CV.pdf

Afbeelding 1.3 Bouwenvelop

7

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

2. Boomkwaliteit en status ‘nulmeting’ Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste informatie uit de boominventarisatie. Het beschrijft de beoordeling, motivering en indeling van de actuele boomtechnische kwaliteit en status van de bomen binnen het BEA-project in relatie tot een duurzame handhaving op basis van de resultaten van de uitgevoerde bomeninventarisatie ‘nulmeting’. De belangrijkste gegevens worden besproken in dit hoofdstuk en de volledige Kwaliteitsbeoordeling Bomen is te vinden in bijlage 1 Kwaliteitsbeoordeling bomen.

2.1 Boominventarisatie De bomen binnen de projectgrenzen zijn geïnventariseerd in ArcGIS van ESRI Nederland. Bomen die nog niet aanwezig waren in het beheersysteem van de gemeente Deventer zijn landmeetkundig ingemeten. Van 52 bekende bomen waarvan de locatie onjuist was, is deze aangepast. Van alle 319 bomen zijn de volgende kenmerken in overeenstemming opgenomen aan de hand van Datapaspoort Kwaliteitsbeoordeling uit Handboek Bomen 2022 van het Norminstituut Bomen: Administratief (per boom)  Boomnummer ID  Boomeigenaar [allen gemeente Deventer]  Plaats gemeente (BAG) [Deventer] Boomgegevens  Boomsoort Wetenschappelijk  Maaiveld boom Beleid 

Boombeleidsstatus

Inventarisatie  Boomhoogteklasse (actueel)  Stamdiameterklasse (actueel)  Boomkroondiameterklasse (actueel)  Boomkroonvolumeklasse (actueel) rekenregel  Conditie | groei  Toekomstverwachting (technische levensverwachting)  Boomschade(s)  Opmerkingen  Beheerbaarheid boom  Boomwaarderingscijfer (W-cijfer) rekenregel

8

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

2.2 Groeiplaatsonderzoek De bodemopbouw en het bewortelingspatroon van relevante bomen is onderzocht. Op basis van deze resultaten wordt inzicht verkregen in de invloed van de groeiplaats op de conditie van de bomen. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen . Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van Handboek Bomen 2022. De bodemopbouw en de beworteling van 8 bomen zijn in kaart gebracht doormiddel van het graven van een proefsleuf en het uitvoeren van boringen. De profielsleuven en boringen staan uitgewerkt in Bijlage 2.

2.3 Conditie en boomkwaliteit Op basis van de conditie, beheerbaarheid, toekomstverwachting en boomkroonvolume van de boom wordt het W-cijfer bepaald, voor bomen met het W-cijfer W2 (Slecht) of W0 (Zeer slecht) wordt geadviseerd deze bomen niet te behouden. De conditie en toekomstverwachting geven inzicht in de huidige situatie. In bijlage 1 Kwaliteitsbeoordeling bomen is de uitgebreide inventarisatietabel met alle boomkenmerken en het W-cijfer opgenomen. Conditie en toekomstverwachting In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven van de conditie van de bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting. Op afbeelding 2.1 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. In Bijlage 4 zijn kaarten op groot formaat weergegeven. Het grootste deel van de bomen binnen het projectgebied heeft een voldoende conditie met een bijbehorende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Conditie

Toekomstverwachting

Aantal bomen

Voldoende

> 15 jaar

229

Onvoldoende

5 tot 15 jaar

80

Slecht

1 tot 5 jaar

5

Zeer slecht

< 1 jaar

0

Niet aanwezig/stobbe

n.v.t.

5

Totaal beoordeelde bomen

319

Tabel 2.1 Resultaten conditie en toekomstverwachting

9

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Afbeelding 2.1 Conditie bomen in projectgebied W-cijfer In tabel 2.2 is een overzicht weergegeven van het aantal bomen per W-cijfer. Het W-cijfer per boom is per boom inzichtelijk in Bijlage 1. Meer dan twee derde van de bomen heeft het W-cijfer 6 of hoger. Deze bomen hebben een voldoende conditie, een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar en een voldoende beheerbaarheid. 89 bomen heeft het W-cijfer 4, voornamelijk vanwege onvoldoende conditie. 6 Bomen hebben een waarderingscijfer W2. Deze bomen zijn dood of hebben een (zeer) slechte conditie en beheerbaarheid, met een lage toekomstverwachting. Voor bomen met het W-cijfer 2 geldt als uitgangspunt dat deze bomen alleen te behouden zijn met ingrijpende maatregelen.

10

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Tabel 2.2 - Resultaten W-Cijfer (aanwezige bomen) met beschrijving van keuzematrix ten behoeve van het W-Cijfer

11

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

2.4 Kwaliteitsbeoordeling bomen De gegevens uit de kwaliteitsbeoordeling in bijlage 1 zijn hieronder samengevat in tabel 2.2. De onderstaande tabel geeft een overzicht weer van de BKV’s ten opzichte van de toegekende W-cijfers. Uit de tabel kan worden opgemaakt hoeveel procent van het totaal aantal bomen een bepaald W-cijfer beslaat, maar ook hoeveel procent van het totaal BKV door een bepaalde groep Wcijfer wordt vertegenwoordigd.

Tabel 2.2. Overzicht kwaliteitsbeoordeling

Bron: Handboek Bomen 2022

12

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3. Analyse Op basis van de voorgenomen werkzaamheden worden de knelpunten benoemd en voor deze knelpunten wordt de projectinvloed bepaald aan de hand van het groeiplaatsonderzoek Op basis van deze analyse wordt een advies gegeven. Deze analyse wordt per knelpunt behandeld en vormt de basis voor de hoofdstukken conclusie en advies waarin tevens de bomenbalans is uitgewerkt. Alle gegevens hiervan worden tevens opgenomen in bijlage 1 Kwaliteitsbeoordeling bomen.

3.1 Knelpunten Uit het ontwerp en de kwaliteitsbeoordeling komen verschillende knelpunten naar voren. Onder knelpunt wordt verstaan ‘een situatie binnen het voorgenomen projectplan die mogelijk conflicteert met het streven de boom of boomgroep duurzaam te handhaven.’ In deze paragraaf worden de knelpunten per boom of boomgroep inzichtelijk gemaakt en wordt beoordeeld in welke mate er sprake is van projectinvloed. In paragraaf 3.2 wordt de projectinvloed samengevat.

3.1.1

Knelpunt 1 – Boom 93

Projectinvloed bovengronds:

Voldoende

Projectinvloed ondergronds:

Voldoende

Handhavingsadvies Boom

Handhaven

Projectaanpassing

Geen aanpassingen

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen aan de orde

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Boom 93 staat in het ontwerp op de locatie waar verharding is geprojecteerd binnen de kwetsbare zone t.b.v. de aanrijdroute zuidwest. De conditie van de betreffende plataan is in de huidige situatie voldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 1. De beworteling op meer dan drie meter afstand van de stamvoet is niet essentieel. Het vervangen van de huidige verharding zal geen significante gevolgen hebben voor duurzaam behoud van de betrefende boom. De nieuwe situatie is niet volledig weergegeven in het bouwenvelop.

Afbeelding 3.2 Knelpunt 1

Afbeelding 3.3 Masterplan knelpunt 1

Afbeelding 3.1 Situatie Knelpunt 1

13

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.2

Knelpunt 2 – Boom 43

Projectinvloed bovengronds:

Voldoende

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Boom 43 staat in het ontwerp op de locatie waar verharding is geprojecteerd t.b.v. de aanleg van de “zoen en zoef”. De conditie van de betreffende Robinia is in de huidige situatie onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 2 A&B. Wanneer verharding tot aan de geprojecteerde grens wordt aangebracht is deze wortelschade fataal. De projectinvloed ondergronds is daarom slecht.

Afbeelding 3.6 Knelpunt 3

Bij behoud van deze boom zal de ruimte voor de aanleg van de gewenste infrastructuur beperkt zijn. Wanneer de boom toch wordt ingepast in het ontwerp dient minimaal 4,5 m afstand vanaf de stamvoet bewaard te worden bij het aanbrengen van een fundering. Ook de sloop zal worden belemmerd omdat 4,5 meter afstand van de stamvoet gehouden dient te worden. Daarnaast dient het verloren deel van de groeiplaats dan gecompenseerd te worden. Vanwege de onvoldoende conditie en het wortelverlies bij behoud is het advies om het te compenseren deel van de groeiplaats op te waarderen.

Afbeelding 3.7 Masterplan knelpunt 2

Afbeelding 3.8 Bouwenvelop knelpunt 2 Afbeelding 3.5 Situatie knelpunt 2

14

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.3

Knelpunt 3 – Boom 203 & 205

Projectinvloed bovengronds:

Voldoende

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Boom 203 en 205 staan in het ontwerp in een smalle groeiplaats. Verharding is geprojecteerd over een deel van de groeiplaats t.b.v. de aanleg van de “zoen en zoef”. De conditie van de betreffende zomereiken is in de huidige situatie onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 3 A&B. Wanneer verharding tot aan de geprojecteerde grens wordt aangebracht levert dit fatale wortelschade op. De projectinvloed ondergronds is daarom slecht.

Afbeelding 3.10 Boompunten Knelpunt 3

De contouren van de verharding worden echter verondersteld aanpasbaar te zijn in het ontwerp. Tussen het masterplan en het bouwenvelop zit al enig verschil. Wanneer met de aanleg van de verharding tenminste 3,5 meter afstand vanaf de stamvoet van de bomen wordt bewaard, kunnen de bomen gehandhaafd blijven. Een dergelijke aanpassing betekent alsnog een vermindering aan oppervlakte van de groeiplaats. Het advies is om in geval van handhaven de groeiplaats van de bomen te verbeteren.

Afbeelding 3.11 Masterplan knelpunt 3

Afbeelding 3.12 Bouwenvelop knelpunt 3

Afbeelding 3.9 Situatie knelpunt 3

15

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.4

Knelpunt 4 – Boom 46, 193, 191, 180 en 9

Projectinvloed bovengronds:

Voldoende

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Bomen bij dit knelpunt staan in het ontwerp op de locatie waar verharding is geprojecteerd t.b.v. de aanleg van de ruimte voor parkeren werknemers. De conditie van de betreffende zomereiken is in de huidige situatie onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 4 A&B. Wanneer verharding tot aan de geprojecteerde grens wordt aangebracht is de wortelschade fataal. De projectinvloed ondergronds is daarom slecht.

Afbeelding 3.14 knelpunt 4

De contouren van de verharding worden echter verondersteld aanpasbaar te zijn in het ontwerp. Wanneer met de aanleg van de verharding tenminste 2,5 meter afstand vanaf de stamvoet van de bomen wordt bewaard, kunnen de bomen gehandhaafd blijven. Een dergelijke aanpassing betekent alsnog een vermindering aan oppervlakte van de groeiplaats. Het advies is om in geval van handhaven de groeiplaats van de bomen te verbeteren.

Afbeelding 3.15 Masterplan knelpunt 4

Afbeelding 3.16 Bouwenvelop knelpunt 4

Afbeelding 3.13 Situatie knelpunt 4

16

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.5

Knelpunt 5 – Boom 226

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Boom vervangen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Boom vervangen

Boombescherming

N.v.t.

Boom 226 staat in het ontwerp waar verharding of bebouwing geprojecteerd. Deze boom is in het ontwerp niet ingepast, de slechte conditie van de boom staat ook weinig verdere verstoring toe. Bij behoud dient de sloop met aangepast materiaal plaats te vinden om overhangende gesteltakken te sparen. Binnen de kroonprojectie kan niet gereden worden met zwaar meterieel worden gereden en de groeiplaats zou in de neiuwe situatie niet opnieuw bestraat kunnen worden.

Afbeelding 3.18 Knelpunt 5

Daarom is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren. De boom wordt niet verplantbaar geacht, waardoor het advies luidt om de boom te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen.

Afbeelding 3.19 Masterplan knelpunt 5

Afbeelding 3.17 Situatie knelpunt 5

Afbeelding 3.20 Bouwenvelop knelpunt 5

17

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.6

Knelpunt 6 – Boom 227

Projectinvloed bovengronds:

Onvoldoende

Projectinvloed ondergronds:

Onvoldoende

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Anpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen standplaats

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Boom 227 staat in het ontwerp op de locatie waar bestaande bebouwing gesloopt gaat worden binnen de kwetsbare zone. De conditie van de betreffende vleugelnoot is in de huidige situatie voldoende. De beworteling van de boom is zeer oppervlakkig en drukt de bestaande elementenverharding omhoog. Tot op 6 meter vanaf de stamvoet is essentiele beworteling aanwezig. Deze zone dient tijdens werkzaamheden fysiek te worden afgeschermd. De grens van de nieuwbouw lijkt echter in het bouwenvelop voor het overgrote deel binnen de grens van de huidige bebouwig te lopen. Het advies is om tijdens de sloop en bouw onder toezicht van een ETT, de benodigde zone te ontgraven voor de nieuwbouw.

Afbeelding 3.22 Knelpunt 6

Een voorwaarde voor het behoud van de boom is dat de elementenverharding binnen de groeiplaats wordt verwijderd en dat het resterende deel van de groeiplaats wordt verbeterd en niet op nieuw wordt verhard. Op 6 meter afstand van een stamvoet zou de aanleg van één pad binnen de kwetsbare zone mogelijk zijn. Bovengronds conflicteert de kroon ook met de zone waarin gewerkt moet worden. Bij behoud dient gerichte snoei te worden uitgevoerd om schades te voorkomen. Tijdens de sloop kan tot 8 meter boven maaiveld gewerkt worden ter hoogte van de grens van de huidige bebouwing. Er zijn geen restricties voor het werken of bouwen op hoogte op de geprojecteerde grens van de nieuwbouw. Afbeelding 3.23 Masterplan knelpunt 6

Afbeelding 3.24 Bouwenvelop knelpunt 6

Afbeelding 3.21 Situatie knelpunt 6

18

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.7

Knelpunt 7 – Boom 228 & 229

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Bomen verwijderen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Bomen verwijderen.

Boombescherming

N.v.t.

Bomen staan in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. Ook zijn deze in het ontwerp niet ingepast. Daarom is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren. De bomen worden niet verplantbaar geacht, waardoor het advies luidt om de bomen te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen.

Afbeelding 3.26 Knelpunt 7

Afbeelding 3.27 Masterplan knelpunt 7

Afbeelding 3.25 Situatie knelpunt 7

Afbeelding 3.28 Bouwenvelop knelpunt 7

19

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.8

Knelpunt 8 – Boom 268

Projectinvloed bovengronds:

Matig

Projectinvloed ondergronds:

Onvoldoende

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen standplaats

Boombescherming

Maatwerk

Boom 268 staat in het ontwerp masterplan in verharding of bebouwing geprojecteerd. In het bouwenvelop komt de grens van de nieuwe situatie nouwelijks verder dan de huidige bebouwing. De grens voor het ontgraven van een nieuwe fundering dient tenminste op 5 meter afstand van de stamvoet moeten komen te liggen, gezien de aanwezige wortelopdruk. Uitgaande van het bouwenvelop kan deze afstand gerespecteerd worden. Ook tijdens de sloop mag er niet binnen 5 meter van de stamvoet gewerkt worden. Deze zone dient fysiek te worden afgezet.

Afbeelding 3.30 Knelpunt 8

In de nieuwe situatie staat ruimte voor pleinen of groenvak (groene markering afbeelding 3.32) ingetekend. Voor duurzaam boombehoud is het advies om de huidige tegelverharding handmatig te verwijderen en de kwetsbare zone als beplantingsvak in te richten. Tijdens de werkzaamheden aan het maaiveld volstaat stamommanteling en regelmatig toezicht.

Afbeelding 3.31 Masterplan knelpunt 8

Afbeelding 3.32 Bouwenvelop knelpunt 8 Afbeelding 3.29 Situatie knelpunt 8

20

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.9

Knelpunt 9 – Boom 247 t/m 250

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Boom verplanten, heesters verwijderen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Boom verplanten, heesters verwijdern

Boombescherming

N.v.t.

Boom 248 en 3 struikvormers bij knelpunt 9 staan in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. De contouren van de verharding en bebouwing worden verondersteld niet meer aanpasbaar te zijn in het ontwerp. Daarom is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren.

Afbeelding 3.34 Knelpunt 9

De boom wordt op basis van visuele beoordeling geacht met een verplantmachine verplantbaar te zijn. De verplantbaarheid en benodigde nazorg dient in vervolgonderzoek bepaald te worden.

Afbeelding 3.35 Masterplan knelpunt 9

Afbeelding 3.33 Situatie knelpunt 9

Afbeelding 3.36 Bouwenvelop knelpunt 9

21

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.10

Knelpunt 10 – Boom 245 & 246

Projectinvloed bovengronds:

Slecht

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Verwijderen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Verwijderen

Boombescherming

N.v.t.

Bomen 245 en 246 staan in het ontwerp op de locatie waar gebouwd gaat worden binnen de kwetsbare zone. Het gaat om twee gewone hazelaars. In de neiuwe situatie is op deze locatie ruimte voor fietsparkeren gepand. Het advies is daarom om deze struikvormers te verwijderen.

Afbeelding 3.38 Knelpunt 10

Afbeelding 3.39 Masterplan knelpunt 10 Afbeelding 3.37 Situatie knelpunt 10

Afbeelding 3.40 Bouwenvelop knelpunt 10

22

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.11

Knelpunt 11 – Boom 251 & 270

Projectinvloed bovengronds:

Matig

Projectinvloed ondergronds:

Matig

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Maatregelen bouw boven en ondergronds

Maatregelen handhaving boom

Geen maatregelen aan de orde

Boombescherming

Stambescherming

Bomen 251 en 270 staan in het ontwerp op de locatie waar bestaande bebouwing gesloopt gaat worden binnen de kwetsbare zone. De conditie van de betreffende Paardenkastanje en Japanse Notenboom is in de huidige situatie voldoende. De Paardenkastanje is niet aangetast door kastanjebloedingsziekte, bij schade en verdichting neemt het risico op aantasting toe. Oudere pardenkastanjes zijn door afname in aantallen als gevolg van deze ziekte, waardevol voor behoud van de boomsoort.

Afbeelding 3.43 Knelpunt 11

De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 7 en 8. Voor beide bomen geldt dat er essentiele beworteling tot aan de grens van de huidige bebouwing reikt. Om de bomen duurzaam te kunnen behouden moet tijdens de sloop vanuit weerszijden binnen de grenzen van de huidige bebouwing gewerkt worden. Hierbij mag niet binnen 3 meter van de stamvoet gewerkt worden. Bij het verwijderen van de fundering mag er niet buiten de grens van de huidige bebouwing gegraven worden. Bij boom 270 zal nieuwe gebouwing worden aangebracht. Om de boom te behouden dienen ook de werkzaamheden voor de nieuwbouw binnen de grens van de huidige bebouwing plaats te vinden. Om schade aan de kroon te voorkomen dient een lichte snoeiingreep bij beide bomen uitgevoerd te worden. Uitgangspunt hierbij is dat de onderste takken dunner dan 5 cm, welke over de huidige bebouwing hangen worden afgezet.

Afbeelding 3.44 Masterplan knelpunt 11

Afbeelding 3.41 Boom 251

Afbeelding 3.42 Boom 270

Afbeelding 3.45 Bouwenvelop knelpunt 11 23

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.12

Knelpunt 12 – Boom 2, 3, 4, 98 & 99

Projectinvloed bovengronds:

Slecht

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Stambescherming

De bomen bij knelpunt 12 staan in het ontwerp op de locatie waar verharding is geprojecteerd t.b.v. de speel en beweegroute. De conditie van de betreffende zomereiken is in de huidige situatie onvoldoende. Op afbeelding 3.46 is zichtbaar dat het pad tot vlak aan de stamvoet loopt en dat de wortels het asfalt opdrukken.

Afbeelding 3.47 Bouwenvelop knelpunt 12

De verharding kan niet middels frezen worden verwijderd en vervangen, zonder ernstige wortelschade aan te veroorzaken. Het advies is om het pad niet te vervangen en de huidige verharding te gebruiken, danwel het naastgelegen fietspad in de nieuwe situatie. De verharding kan enkel zeer zorgvuldig onder toezicht van een ETT worden verwijderd. Hiervoor in de plaats kan bomenzand worden aangebracht. Wanneer het vervangen van de verharding een eis is, is het advies de bomen te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen.

Afbeelding 3.48 Masterplan knelpunt 12

Afbeelding 3.49 Bouwenvelop knelpunt 12

Afbeelding 3.46 Situatie knelpunt 12

24

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.13

Knelpunt 13 – Boom 10, 15, 55, 68, 73, 75 t/m 77, 108, 113, 116, 121, 131, 149, 174, 260 t/m 266,

Projectinvloed bovengronds:

Voldoende

Projectinvloed ondergronds:

Matig

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Maatregelen bouw ondergronds

Maatregelen handhaving boom

Geen maatregelen aan de orde

Boombescherming

Stambescherming

Bomen bij knelpunt 13 staan in het ontwerp op de locatie waar verharding is geprojecteerd t.b.v. de speel en beweegroute. De conditie van de betreffende zomereiken en essen is in de huidige situatie voldoende tot onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 5. Op dit moment is er een pad aanwezig op het geplande traject. Zichtbaar is dat voor de aanleg van dit pad, er al eerder wortels van bomen zijn afgezet. Deze wortels zijn opnieuw gaan uitlopen, maar groeien niet of beperkt onder de verharding.

Afbeelding 3.51 Bouwenvelop knelpunt 13

De verharding kan worden verwijderd en vervangen, mits de grenzen van de huidige verharding worden aangehouden. Een fundering of verharding aanleggen buiten de grenzen van de huidige verharding zal echter ernstige wortelschade tot gevolg hebben.

Afbeelding 3.52 Masterplan knelpunt 13

Afbeelding 3.50 Situatie knelpunt 13 Afbeelding 3.53 Bouwenvelop knelpunt 13

25

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.14

Knelpunt 14 – Boom 48, 76, 103, 168, 174, 231, 236

Projectinvloed bovengronds:

Matig

Projectinvloed ondergronds:

Matig

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing Projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen bouw ondergronds

Boombescherming

Volledig

Bomen 76 en 174 staan in het ontwerp op de locatie waar in het concept masterplan een beweegroute staan gepland. De conditie van de betreffende zomereiken en essen en is in de huidige situatie voldoende tot onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 5. Op dit moment is er nog geen aangelegd pad aanwezig op het geplande traject. De afstand tussen boom 76 en 174 begraagt ca. 7 meter, waardoor een pad van 1,5 meter breed tussen de bomen doorgelegd kan worden, zonder ernstige wortelschade te veroorzaken. Een voorwaarde hierbij is dat de maximale afstand tussen beide bomen benut wordt. Het heeft de voorkeur om een halfverharding aan te brengen. Bij de bomen 168, 239, 231, 236 en 48 kan het pad buiten de kroonprojectie worden aangelegd, daardoor kunnen de bomen duurzaam behouden blijven.

Afbeelding 3.54 Knelpunt 14

Ter hoogte van de openbare sportelementen staat één ratelpopulier (boom 103). De exacte locatie van de sportelementen ten opzichte van de aanwezige bomen en de inrichting zijn nog onbekend. Het advies is de kwetsbare zone van de bomen als richtlijn te gebruiken en het ontwerp hieromheen vorm te geven. Tijdens de aanleg dient de kwetsbare zone te worden afgezet met bouwhekken om schade aan de groeiplaats te voorkomen.

Afbeelding 3.55 Masterplan knelpunt 14

Afbeelding 3.4 Situatie knelpunt 14

26

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.15

Knelpunt 15 – Boom 6, 8, 13, 65, 88, 49, 104, 122, 132, 138, 142, 175, 176

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Verwijderen

Projectaanpassing

Fatale belemmering projectplan

Maatregelen handhaving boom

Bomen verwijderen

Boombescherming

N.v.t.

De bomen bij knelpunt 15 staan op de locatie waar in het concept masterplan, parkeerplaatsen en een kiss en ride staan gepland. De bomen langs de huidige parkeervakken staan niet ingetekend in het ontwerp. Afbeelding 3.57 Knelpunt 15 De conditie van de betreffende platanen is in de huidige situatie onvoldoende. Op dit moment is er verharding aanwezig rondom de bomen, ook buiten de vakken. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 9. Voor duurzaam behoud van deze bomen zou tenminste 3 meter vanuit de stamvoet bewaard moeten blijven bij de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen en zou groeiplaatsverbetering een eis zijn. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren. De bomen worden niet verplantbaar geacht, waardoor het advies luidt om de bomen te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen.

Afbeelding 3.58 Masterplan knelpunt 15

Afbeelding 3.56 Situatie knelpunt 14

27

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.16

Knelpunt 16 – Boom 173, 275 t/m 279

Projectinvloed bovengronds:

Slecht

Projectinvloed ondergronds:

Slecht

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Maatwerk (beperkt)

Bomen 275 t/m 279 staan in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. De conditie van de vleugelnoten en de eik is voldoende. De conditie van de knot robinia’s is onvoldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 10 en 11. Wanneer verharding tot aan de geprojecteerde grens wordt aangebracht is deze wortelschade fataal. Ook zijn deze in het ontwerp niet ingepast. De projectinvloed boven- en ondergronds is daarom slecht.

Afbeelding 3.60 Knelpunt 16

Wanneer de bomen worden ingepast in het ontwerp dient minimaal 4,5 m afstand vanaf de stamvoet bewaard te worden bij het aanbrengen van een fundering. De sloop zal worden belemmerd omdat 4,5 meter afstand van de stamvoet gehouden dient te worden. Daarnaast dient het verloren deel van de groeiplaats dan gecompenseerd te worden. Vanwege de huidige ongunstige groeiplaats en het wortelverlies bij behoud is het advies om het te compenseren deel van de groeiplaats op te waarderen. Bij boom 173 dient 6 meter afstand bewaard te worden bij sloop en bouw. Bij behoud zal overlast door wortelopdruk een rol blijven spelen. Op basis van het huidige ontwerp kan boom 112 behouden blijven zonder aanvullende maatregelen.

Afbeelding 3.61 Masterplan knelpunt 16

Afbeelding 3.59 Situatie knelpunt 16

28

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.17

Knelpunt 17 – Boom 284 & 283

Projectinvloed bovengronds:

Slecht

Projectinvloed ondergronds:

Onvoldoende

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Maatregelen groeiplaats

Boombescherming

Beperkt (maatwerk)

Bomen 275 t/m 279 staan in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. De conditie van de betreffende esdoorns is in de huidige situatie voldoende. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 12. Wanneer parkeerplaatsen tot aan de geprojecteerde grens wordt aangebracht is deze wortelschade fataal. Ook zijn de betreffende esdoorns niet in het ontwerp ingepast.De projectinvloed ondergronds is daarom slecht.

Afbeelding 3.63 Knelpunt 17

Bij behoud van deze boom zal de ruimte voor de aanleg van de gewenste infrastructuur beperkt zijn. Wanneer de boom toch wordt ingepast in het ontwerp dient minimaal 4 m afstand vanaf de stamvoet bewaard te worden bij het aanbrengen van een fundering. Ook de sloop zal worden belemmerd omdat 4 meter afstand van de stamvoet gehouden dient te worden. Daarnaast dient het verloren deel van de groeiplaats dan gecompenseerd te worden. Vanwege de huidige ongunstige groeiplaaats en het wortelverlies bij behoud is het advies om het te compenseren deel van de groeiplaats op te waarderen. Afbeelding 3.64 Masterplan knelpunt 17

Afbeelding 3.62 Situatie knelpunt 17

29

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.18

Knelpunt 18 – Boom 289 t/m 292

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Bomen verplanten

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Bomen verplanten

Boombescherming

N.v.t.

Bomen 289 t/m 292 staan in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. In de nieuwe situatie zal dit deel van de huidige tuin komen te vervallen en aan het bouwvlak worden toegevoegd. Ook zijn de haagbeuk, meidoorns en fruitbomen niet in het ontwerp ingepast. Daarom is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren. De bomen zijn aangeplant, van klein formaat en daarom goed verplantbaar, waardoor het advies luidt om de bomen te verplanten naar een locatie elders binnen het project.

Afbeelding 3.66 Knelpunt 18

Afbeelding 3.67 Masterplan knelpunt 18

Afbeelding 3.65 Situatie knelpunt 18

30

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.19

Knelpunt 19 – Boom 288

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Boom vervangen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Bomen vervangen

Boombescherming

N.v.t.

Boom 288 staat in het ontwerp in verharding of bebouwing geprojecteerd. Ook lijkt deze niet in het ontwerp te zijn ingepast. De conditie van de robinia is onvoldoende en vertoont daarnaast wortelopdruk tot voorbij de grens van de huidige bebouwing. De beworteling bij boom 43 is onderzocht, waarbij duidelijk is dat essentiele beworteling verloren zal gaan wanneer de nieuwe bebouwing in lijn met de grens van het huidige pand wordt doorgetrokken.

Afbeelding 3.69 Knelpunt 19

Daarom is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. Het wordt niet reëel geacht om projectaanpassingen te adviseren. De boom wordt niet verplantbaar geacht, waardoor het advies is om de bomen te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen. Wanneer ervoor wordt gekozen om de boom te behouden dient 6 meter afstand bewaard te worden tot de stamvoet bij sloop en bouw. Wortelopdruk zal dan een terugkerend probleem blijven. Boom 285 en 293 kunnen wel behouden blijven wanneer de nieuwe bebouwing binnen de grenden van de bestaande bebouwing wordt aangelegd.

Afbeelding 3.70 Masterplan knelpunt 19

Afbeelding 3.68 Situatie knelpunt 19

31

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.20

Knelpunt 20 – Boom 287

Projectinvloed bovengronds:

Slecht

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Boom vervangen

Projectaanpassing Maatregelen handhaving boom

Bomen vervangen

Boombescherming

N.v.t.

Boom 287 staan op de locatie waar in het concept masterplan, een pad staat gepland. De bomen in het huidige groenvak staan niet ingetekend in het ontwerp. Het pad ligt op basis van het ontwerp binnen de kroonprojectie van boom 287. Daarnaast conflicteert de kroon met de nieuwe bebouwing. Het advies is daarom om de boom te verwijderen en eventueel elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen, zodat er ruimte onstaat om de bomen in de directe omgeving te handhaven.

Afbeelding 3.72 Knelpunt 20

Afbeelding 3.56 Situatie knelpunt 14

Afbeelding 3.73 Masterplan knelpunt 20

Afbeelding 3.71 Situatie knelpunt 20

32

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.21

Knelpunt 21 – Boom 280 t/m 281

Projectinvloed bovengronds:

Onvoldoende

Projectinvloed ondergronds:

Onvoldoende

Handhavingsadvies Boom

Handhaven met aanvullende maatregelen

Projectaanpassing

Aanpassing projectplan

Maatregelen handhaving boom

Geen aanvullende maatregelen

Boombescherming

Maatwerk

De bomen 280, 281, 282 en 286 staan op de locatie waar in het concept masterplan, een pad staat gepland. De bomen in het huidige groenvak staan niet allemaal ingetekend in het ontwerp. De conditie van de betreffende bomen is in de huidige situatie voldoende. Wanneer boom 287 wordt verwijderd, onstaat er voldoende ruimte om het pad buiten de kroonprojectie van de resterende bomen aan te leggen. Het advies is om deze bomen te handhaven en een halfverharding aan te brengen.

Afbeelding 3.75 Knelpunt 21

Afbeelding 3.56 Situatie knelpunt 14

Afbeelding 3.76 Masterplan knelpunt 21

Afbeelding 3.74 Situatie knelpunt 21

33

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.1.22

Knelpunt 22 – Boom 216 t/m 224, 317 t/m 319

Projectinvloed bovengronds:

Fataal

Projectinvloed ondergronds:

Fataal

Handhavingsadvies Boom

Bomen verwijderen

Projectaanpassing

Geen projectaanpassing

Maatregelen handhaving boom

Bomen verwijderen.

Boombescherming

N.v.t.

Bomen staan in het ontwerp in een zoekgebied voor verharding of bebouwing geprojecteerd. Bij verharding of bebouwing is de projectinvloed bovengronds en ondergronds fataal. De ondergrondse situatie is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 2, Profielsleuf 13. De bomen worden niet verplantbaar geacht.

Afbeelding 3.78 Knelpunt 22

Wanneer er voor wordt gekozen om de bomen te behouden dient de grens voor het ontgraven van een nieuwe fundering tenminste op 3 meter afstand van de stamvoet komen te liggen. Ook tijdens de sloop mag er niet binnen 3 meter van de stamvoet gewerkt worden. Deze zone dient fysiek te worden afgezet.

Afbeelding 3.79 Masterplan knelpunt 22

Afbeelding 3.77 Situatie knelpunt 22

34

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.2 Projectinvloed Op basis van de in paragraaf 3.1 beoordeelde knelpunten is de projectinvloed per boom bepaald. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bovengrondse projectinvloed en ondergrondse projectinvloed. In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de uitkomsten.

3.2.1

Projectinvloed bovengronds

Bij het realiseren van de voorgenomen werkzaamheden, wat onder of nabij de bomen plaatsvindt, is de bovengrondse invloed op 257 bomen naar verwachting voldoende. Dit zijn bomen waar geen directe werkzaamheden naarbij zich gaan bevinden.  Voor 5 bomen geldt dat de projectinvloed matig is. Voor deze bomen zijn kleine ingrepen nodig om de bovengrondse projectinvloed te minimaliseren.  Voor 10 bomen geldt dat de projectinvloed bovengronds onvoldoende is. Voor deze bomen zijn projectaanpassingen nodig om de bomen in te passen.  9 bomen hebben een slechte bovengrondse projectinvloed. Bij deze bomen zijn ingrijpende aanpassingen noodzakelijk om de boom duurzaam te kunnen inpassen.  Er is een fatale belemmeringen op basis van bovengrondse invloed binnen het projectgebied geconstateerd voor 35 bomen. Dit zijn bomen die op een locatie staan waar een toekomstig gebouw of infrastructuur komt en waarvan het adviseren van projectaanpassingen niet relevant wordt geacht. In bijlage 4 is een volledige kaart opgenomen. In paragraaf 4.4 worden algemene randvoorwaarden en maatregelen geadviseerd, omtrent boombescherming. In paragraaf 3.1 zijn specifieke maatregelen per boom/boomgroep beschreven.

Afbeelding 3.2 Overzicht Projectinvloed bovengronds Algemeen - Draaibereik van materieel en hijsen van materialen Wanneer onder de boomkroon wordt gewerkt kan de boom beschadigd raken door draaibewegingen van machines of het hijsen van materialen. Er kan schade ontstaan aan de stam en de kroon van de boom. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden, dit kan de dood van de boom tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden. Ter bescherming dienen de boombeschermende maatregelen zoals geadviseerd in paragraaf 4.4 in acht genomen te worden.

35

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

3.2.2

Projectinvloed ondergronds

Op basis van de voorgenomen werkzaamheden is bepaald wat de te verwachten projectinvloed ondergronds per boom is.  Voor 214 bomen geldt dat de projectinvloed ondergronds voldoende is. Bij deze bomen vinden geen belemmeringen plaats.  Bij 20 bomen is de ondergrondse projectinvloed matig. Bij deze bomen kunnen kleine aanpassingen of maatregelen er voor zorgen dat de boom inpasbaar is.  Voor 23 bomen geldt dat de projectinvloed onvoldoende is en dat aanpassingen noodzakelijk zijn om de boom te kunnen handhaven.  Bij 26 bomen is bepaald dat de projectinvloed ondergronds slecht is. Dat wil zeggen dat ingrijpende aanpassingen noodzakelijk zijn om behoud van de boom mogelijk te maken.  33 bomen hebben een fatale projectinvloed ondergronds. Voor deze bomen geldt dat het niet mogelijk of relevant wordt geacht om aanpassingen aan het projectplan te adviseren. Een globaal overzicht is weergegeven in afbeelding 3.57. De volledige kaart is bijgevoegd in Bijlage 4.

Afbeelding 3.2 Overzicht Projectinvloed ondergronds Een aantal algemene invloeden die ondergronds te verwachten zijn bij werkzaamheden rond bomen zijn verdichting van de bodem (groeiplaats) door verschillende handelingen en het beschadigen van ondergrondse delen van de boom door ontgraven en opbreken. Algemeen - Transportbewegingen materieel en opslag materiaal onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er, zonder maatregelen, met materieel onder de boomkronen gereden en worden er mogelijk materialen of bouwketen onder de kroon opgeslagen. Het betreden of belasten van de groeiplaats heeft negatieve impact op de groeiplaats van de boom door verhoogde druk op de ondergrond. Dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door zware verdichting van de bodem wordt wortelgroei belemmerd en sterven haarwortels af. Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom. Ter bescherming dienen de boombeschermende maatregelen zoals geadviseerd in paragraaf 4.4 in acht genomen te worden. Algemeen – Opbreken verhardingen en ontgraven Binnen het projectplan worden verschillende opbreekwerkzaamheden voorzien en worden (gedeeltes van) huidige cunetten ontgraven. Bij deze werkzaamheden die in de buurt van bestaande bomen plaatsvinden ontstaat het risico op ondergrondse schade aan wortels.

36

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

4. Conclusie en advies Op basis van knelpunten is de projectinvloed bepaald aan de hand van het ondergrondse onderzoek. Op basis van de BEA-analyse in hoofdstuk 3 is een BEA-advies gegeven en is de inpasbaarheid bepaald. Deze uitkomsten worden gecombineerd met de boomtechnische beperkingen uit hoofdstuk 2. In dit hoofdstuk worden deze gecombineerde resultaten weergegeven in de vorm van verschillende adviezen die resulteren in de samenvattingstabel en de Bomenbalans.

4.1 Advies: Bomen Op basis van de projectinvloed wordt bepaald of bomen behouden, verplant of verwijderd moeten worden. Dit advies is gebaseerd op de conditie van de bomen en de impact van de geplande werkzaamheden. Als behoud mogelijk is, worden randvoorwaarden vastgesteld om schade te voorkomen Het advies voor de bestaande bomen met een minimale kwaliteitsbeoordeling van ‘Voldoende’ is Handhaven. Bomen waarvan de kwaliteit ‘Onvoldoende’ is beoordeeld of waarbij er een projectinvloed aanwezig is die leidt tot aanpassingen wordt geadviseerd te Handhaven met aanvullende maatregelen. Bij bomen die behouden worden met een Onvoldoende conditie wordt geadviseerd Doormiddel van bijvoorbeeld groeiplaatsverbetering om de conditie van de boom te verbeteren. Bomen met een beoordeling van slecht en zeer slecht worden geadviseerd te Vervangen. Bij bomen met een fatale projectinvloed wordt geadviseerd de boom te verwijderen. In afbeelding 4.1 is een globaal overzicht weergegeven. Een volledige kaart is bijgevoegd in Bijlage 4.

Afbeelding 4.1 Overzicht Advies behoud bomen op basis van kwaliteitsbeoordeling  

 

37

Handhaven (211 bomen): Voor bomen met een voldoende kwaliteit en waarbij geen projectinvloed verwacht wordt geldt het advies deze te handhaven zonder aanvullende maatregelen. Handhaven met aanvullende maatregelen (57 bomen): Voor bomen met een voldoende kwaliteit, waarbij negatieve projectinvloed verwacht wordt maar aanpassingen relevant worden geacht wordt geadviseerd deze te handhaven met aanvullende maatregelen. Verwijderen (44 bomen): Bomen die moeten wijken vanwege negatieve projectinvloed, kwaliteit, soort of W cijfer, geldt het advies om de bomen te verwijderen en elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen. Verplanten (4 bomen): Bomen die op basis van het ontwerp niet ingepast kunnen worden en waarvoor de verplantbaarheid voldoende of goed als goed is beoordeeld, kunnen worden verplant. Voorafgaand aan het verplanten dient nog een verplantbaarheids onderzoe uitgevoerd te worden om het toe te passen materieel en de nazorg vast te stellen.

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

4.2 Advies: Projectaanpassing Aan de hand van de beschikbaar gestelde werktekeningen, de kwaliteitsbeoordeling en het ondergronds onderzoek zijn in paragraaf 3.1 maatregelen geadviseerd met betrekking tot projectaanpassingen. Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen ontwerpmaatregelen en uitvoeringsmaatregelen. In afbeelding 4.2 is een globaal overzicht van het advies per boom weergegeven. In Bijlage 4 is een volledige kaart toegevoegd.

Afbeelding 4.2 Overzicht Advies projectaanpassingen 

 

38

Aanpassing projectplan (39 bomen): In enkele situaties worden negatieve projectinvloeden verwacht, maar wordt vanwege de beperkte omvang van nodige aanpassingen of de waarde van de boom geadviseerd om projectaanpassingen te doen zodat de boom behouden kan blijven. Deze bomen zijn gekenmerkt als ‘Aanpassing projectplan’. In paragraaf 3.1 zijn per knelpunt de benodigde aanpassingen omschreven. Maatregelen bouw ondergronds (16 bomen): Voor een aantal bomen geldt dat maatregelen nodig zijn tijdens de werkzaamheden om schade aan ondergrondse delen van de boom te voorkomen. Het betreft bijvoorbeeld het werken onder toezicht van een boomtoezichthouder en het aanpassen van ontgravingsdieptes of funderingsopbouw. Fatale belemmering (geen aanpassingen) (41 bomen): Voor bomen waarbij aanpassingen of maatregelen niet mogelijk of relevant worden geacht wordt de projectinvloed als fataal beoordeeld. Geen projectaanpassingen (220 bomen): Wanneer geen projectinvloed op de boom verwacht wordt zijn geen projectaanpassingen noodzakelijk.

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

4.3 Advies: Maatregelen en randvoorwaarden Voortvloeiend uit het handhavingsadvies wordt een Maatregel per boom geadviseerd. Naar aanleiding van de projectinvloed is een advies gegeven bij bomen welke gehandhaafd kunnen worden en binnen invloed van de werkzaamheden staan. Voor de specifieke onderhoudsmaatregel per boom wordt verwezen naar de Kwaliteitsbeoordeling in bijlage 1.

Afbeelding 4.3 Overzicht Advies maatregelen per boom 

  

39

Maatregelen groeiplaats (21 bomen) Voor bomen waarvan de kwaliteit onvoldoende is of waarbij in beperkte mate negatieve projectinvloed verwacht wordt geldt het advies om de groeiplaats te verbeteren of te verruimen. Op het moment van schrijven is het ontwerp nog niet volledig uitgewerkt en wordt nog geen uitspraak gedaan over compenserende maatregelen met betrekking tot groeiplaatsverbetering. Boom verwijderen (44 bomen): Bomen die moeten wijken vanwege negatieve projectinvloed geldt het advies om de bomen te verwijderen en elders binnen het project te compenseren met nieuwe bomen. Maatregelen onderhoud boom (17 bomen): Voor een aantal bomen in het projectgebied geldt er ruimte gecreërd dient te worden voor de sloop. Bij deze bomen dient licht gesnoeid te worden om schade aan takken te voorkomen. Geen maatregelen aan de orde (234 bomen): Voor bomen zonder boomtechnische bijzonderheden en zonder projectinvloed zijn geen maatregelen aan de orde.

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

4.4 Advies: Boombescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient de kwetsbare boomzone zoveel mogelijk te worden afgeschermd door middel van een fysieke afscherming. De groeiplaats van de bomen die behouden blijven is zeer kwetsbaar. In enkele gevallen is het vanwege het ontnemen van een deel van de groeiplaats uiterst belangrijk om de overgebleven groeiplaats niet negatief te beïnvloeden. De groeiplaats van de bestaande bomen bevindt zich in de basis tenminste binnen de beschermde boomzone (kroonprojectie +1,5m rondom). Voor bomen met een smalle kroonvorm dient een ruimere zone aangehouden te worden, bijvoorbeeld een afstand van 12 keer de stamdiameter rondom. Het is noodzakelijk om de oppervlaktes binnen de kwetsbare boomzone die volgens het ontwerp niet worden bewerkt te beschermen, om verdichting te voorkomen. Dit dient te gebeuren door deze zone af te zetten met aan elkaar geschakelde bouwhekken. Dit zijn in het projectgebied de locaties waar een groep bomen bij elkaar staan en waar geen werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn gepland. Deze bomen zijn vanuit het Advies Boombescherming gekenmerkt als ‘Volledig’. 

Voor verschillende bomen geldt dat een groot deel van de groeiplaats beschermd kan worden, maar dat de werkzaamheden deels binnen de beschermde boomzone plaatsvinden. Voor deze bomen is maatwerk nodig. Deze bomen zijn gekenmerkt als ‘Beperkt (maatwerk)’. Daarnaast staan bomen binnen het draaibereik van machines. Bomen waarvan de groeiplaats niet fysiek kan worden afgeschermd dienen minstens beschermd te worden door middel van stamommanteling. Deze bomen hebben het Advies Boombescherming ‘Stam (bescherming)’. Bomen waarvoor het advies vervangen, verwijderen of verplanten is gegeven, is geen advies voor boombescherming toegekend.

De bomenposter in bijlage 3 dient zichtbaar te worden opgehangen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, deze poster is onder licentie van het Norm Instituut Bomen vrij te gebruiken door opdrachtnemers van licentiehouder: gemeente Deventer

Afbeelding 4.4 Overzicht Advies boombescherming per boom

40

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Algemene randvoorwaarden boombescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel. 

 

     

41

Vooraf laten opstellen van een Boombeschermingsplan, waarin beschermende maatregelen tot in detailniveau worden uiteengezet. Een Boombeschermingsplan kan worden opgelegd aan de uitvoerende aannemers en kan worden gehandhaafd door de gemeente Deventer en de boomtoezichthouder. Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Tree Technician) is gecertificeerd, met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toolbox te worden georganiseerd voor alle leidinggevende en operationele medewerkers inclusief inhuur op het project, waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een ETW (European Tree Worker) gecertificeerde boomverzorger. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” van Norminstituut Bomen (zie bijlage 3) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Met uitzondering van de minimaal benodigde werkruimte voor het ontgraven van de wadi’s.

Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines. Wanneer een fysieke afzetting van de groeiplaats technisch niet mogelijk is adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis. Snoeien aan bomen mag alleen na schriftelijke goedkeuring van de boomeigenaar/-beheerder worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoei-ingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

4.5 Bomenbalans De bomenbalans geeft inzicht in welke invloed het voorgenomen plan, met de projectaanpassingen heeft op het actuele en toekomstige boomkroonvolume, tabel 4.2. Dit volume is bepalend voor de mate waarin de bomen bijdragen aan de ecosysteemdiensten. De bomenbalans gaat uit van het voorgestelde advies, met betrekking tot het handhaven, dan wel verwijderen of vervangen van bomen en gaat daarnaast uit van de voorgenomen aan te planten bomen volgens het ontwerp. Op basis van het advies van de BEA worden 22 bomen verwijderd. Deze bomen worden elders binnen het projectgebied gecompenseerd. In de balans is alleen deze compensatie opgenomen. In het concept ontwerp is aangegeven dat er nog aanvullend groen aangelegd zal worden. De aantallen bomen die hiervoor aangeplant worden kunnen op een later moment in de balans worden opgenomen. In eerste instantie zal de ontwikkeling van het project een afname van 5% van het totale boomkroonvolume op het terrein tot gevolg hebben.

Tabel 4.2 BEA-bomenbalans

42

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Bijlage 1 Kwaliteitsbeoordeling bomen ( wordt nog geactualiseerd)

43

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

44

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Legenda codes tabel kwaliteitsbeoordeling

Bijlage 2 Groeiplaatsonderzoek Bodemdiagram profielsleuf 1 Locatie: Nabij boom 93 Maaiveldinrichting: gazon Gebruik maaiveld: grasveld

Reden onderzoek: Bepalen beworteling nieuwe aanrijdroute zuidwest Afstand tot stam: 300 cm

Horizont bodemlaag (diepte)

Bodem- samenstelling

Wortelontwikkeling

Wortelkwaliteit

Vochtindicatie

0.0 – 10.0

Humusarm zand

Intensief, dun

Voldoende

Droog

10.0 – 100.0

Humusarm zand; verdichte puinhoudende laag

Nihil, fijn

Onvoldoende

Droog

Waterhuishouding: hangwaterprofiel Grondwater: Niet aangetroffen

Opmerking: Wortels tot 2 cm dik bevinden zich in de bovenste horizont, met daartussen dunne en fijne beworteling.

Bodemsamenstelling en wortelontwikkeling

Locatie groeiplaatsonderzoek

1

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Bodemdiagram profielsleuf 2 A

2

Locatie: Nabij boom 43 Maaiveldinrichting: beplant Gebruik maaiveld: plantsoen

Reden onderzoek: Bepalen beworteling t.h.v. voorgenomen verharding Zoen en Zoef westzijde Afstand tot stam: 200 cm

Horizont bodemlaag (diepte) 0.0 - 40.0

Bodem- samenstelling

Wortelontwikkeling

Wortelkwaliteit

Vochtindicatie

Humusarm zand;

Intensief, zwaar

Voldoende

Droog

Waterhuishouding: hangwaterprofiel Grondwater: Niet aangetroffen

Opmerking: in de bovenste grondlaag is beworteling tot 10 cm diameter aanwezig. Volgens Klic gasleiding binnen kroonprojectie; niet aangetroffen

Locatie groeiplaatsonderzoek

Bodemsamenstelling en wortelontwikkeling

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Bodemdiagram profielsleuf 2 B

3

Locatie: Nabij boom 43 Maaiveldinrichting: beplant Gebruik maaiveld: plantsoen

Reden onderzoek: Bepalen beworteling t.h.v. voorgenomen verharding Zoen en Zoef westzijde Afstand tot stam: 400 cm

Horizont bodemlaag (diepte) 0.0 - 40.0

Bodem- samenstelling

Wortelontwikkeling

Wortelkwaliteit

Vochtindicatie

Humusarm zand;

Intensief, zwaar

Voldoende

Droog

Waterhuishouding: hangwaterprofiel Grondwater: Niet aangetroffen

Opmerking: in de bovenste grondlaag is beworteling tot 4 cm diameter aanwezig.

Locatie groeiplaatsonderzoek

Bodemsamenstelling en wortelontwikkeling

BD25047_v3

BEA Zwaluwenburg Deventer

Bodemdiagram boring 1 Locatie: In profielsleuf 2 A Maaiveldinrichting: beplant Gebruik maaiveld: plantsoen Horizont bodemlaag Bodem- samenstelling (diepte) 0.0 – 100.0 Humusarm tot humusloos zand, gemengd Waterhuishouding: hangwaterprofiel Grondwater: Niet aangetroffen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15491813/1