2025-02-19 Reactie op toezeggingen nav raadstafel NRD 12-2-25
Tekst van het document
Naar aanleiding van de beeldvormende en oordeelvormende raadstafel NRD tbv OER Omgevingsvisie 12-2-25 Vragen, toezeggingen en reacties van het college hierop. Aanvullend op onderstaande toezeggingen en reactie hierop willen we vooraf ook breder ingaan op vragen die bij een aantal fracties leefden en ook in de marge van de raadstafel zijn gedeeld. In algemene zin is het doel van de Notitie Rijwijdte en Detail (NRD) een beoordelingskader (met daaronder de thema’s en indicatoren) te bieden dat goed aansluit op vastgestelde ambities en verwachte ontwikkelingen en opgaven. Deze zullen vanuit de verschillende scenario's voor het koersdocument uiteindelijk via alternatieven in het Omgevings Effect Rapportage (OER) worden uitgewerkt en in de omgevingsvisie vastgelegd worden. Een aantal fracties hebben vragen gesteld op het vlak van ‘ik vind het huidige beleid onvoldoende terug in de indicatoren’ en ‘welke maatlat gebruik je (vastgesteld beleid en normen versus ‘ambities)’? Met betrekking tot huidig beleid versus indicatoren staat op pagina 17 van de NRD beschreven wat bij de uitwerking in het OER in de referentiesituatie wordt meegewogen: autonoom omgevingsbeleid: voorzetting van het huidige (sectorale) beleid en autonome projecten. Bij de uitwerking van het OER zal daarvoor gebruik gemaakt worden van de Deventer beleidsbibliotheek (met 153 beleidsdocumenten).
Een reactie op de vraag 'welke maatlat gebruik je' geeft de NRD op pagina 33 m.b.t. doelbereik: Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de gestelde opgaven, ambities en doelen met het alternatief behaald kunnen worden. Een nadere toelichting hierop is: Per omgevingsthema, toetsen we óf de gemeente haar doelen behaalt op de hoogst vastgestelde ambitie voor dit omgevingsthema. •
Die hoogst vastgestelde ambitie kan zijn, de wettelijke norm (want dit kan ook vanuit beleid gewoon nog de hoogste vastgestelde ambitie zijn, zoals voor bv geluid).
•
De hoogst vastgestelde ambitie kan ook hoger zijn dan de wettelijke normen, door vastgestelde doelen vanuit een hogere overheid (zoals de afspraken uit het klimaatakkoord wat betekent dat er op klimaat-indicatoren zeer streng wordt beoordeeld),
•
Ook ambitieuzere doelen die (nog) geen norm zijn (bv door ondertekenen het Schone Lucht Akkoord (SLA)) worden meegenomen. Dus dat betekent wél dat de toets op doelbereik voor luchtkwaliteit zal gaan over wat er in het SLA staat, dan dus niet uitsluitend over de wettelijke norm.
Verder is in de nazit de vraag gesteld of de commissie voor de Milieu Effect Rapportage (MER) eventueel kan adviseren na vaststelling van de NRD. Planning technisch zal advisering op de NRD door de cie. MER voor het koersdocument te laat zijn. Wel bestaat er een mogelijk voor een tussentijds advies van de commissie op basis van de bijvoorbeeld beoordeling van de alternatieven (tussen beoordeling alternatieven en voorkeursalternatief). Deze zou mogelijk behulpzaam kunnen zijn bij de beoordeling van het ontwerp OER ten tijde van de ontwerp omgevingsvisie. Naast de kosten voor het verplichte toetsingsadvies op het definitieve OER van € 34.000,-, hanteert de commissie een gereduceerd tarief voor niet verplichte tussentijdse adviezen van € 25.500,-. Indien gewenst zouden we in gesprek kunnen gaan met de cie. MER over een extra tussentijds advies.
Toezeggingen tijdens de raadstafel 12-2-25 •
Welke relevante partijen/partners zijn aangeschreven om te reageren op de concept NRD in het kader van de participatie?
Reactie: naast de algemene kennisgeving en publicatie op de website is de NRD via mail of post naar diverse partijen en partners toegestuurd. Deze lijst is tot stand gekomen op basis van wat gebruikelijk is voor een OER, op advies van betrokken MER-adviesbureau Witteveen en Bos;
Het betreft de volgende partijen: Secretariaat Adviesraad Natuur en Milieu Omgevingstafel IJsselland Stichting IJssellandschap LTO-Noord, afdeling Salland Regio Stedendriehoek Waterschap Drents Overijsselse Delta Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Vallei en Veluwe Provincie Overijssel TenneT Enexis Liander Deventer Economic Board Omgevingsdienst IJsselland Adviesraad Sociaal Domein Deventer Provincie Gelderland GGD IJsselland Veiligheidsregio IJsselland Gemeente Voorst Gemeente Raalte Gemeente Olst-Wijhe Gemeente Rijssen-Holten Gemeente Lochem Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijksdienst Cultureel erfgoed
•
De vraag of en waar de normen/indicatoren voor bijvoorbeeld de asfaltcentrale terugkomen.
Reactie: Er wordt in het OER een beoordeling gemaakt van de huidige en toekomstige gezondheidssituatie in de gemeente Deventer. Dit wordt gedaan aan de hand van de beschreven thema’s Gezonde leefomgeving (o.a. aspecten luchtkwaliteit, geur, geluid) in de NRD. De beoordeling vindt plaats op het abstractieniveau van de stad/gemeente, waarbij de huidige situatie (met onder andere de invloed van de asfaltcentrale) afgezet wordt tegen de effecten van de verschillende alternatieven en beoordeeld in hoeverre dit thema verbetert in de verschillende alternatieven. De normen/indicatoren voor de asfaltcentrale komen dus terug onder het thema gezondheid.
•
Waarom is de indicatie lichtvervuiling niet meegenomen?
Reactie: De indicator lichtvervuiling is in de NRD benoemd onder het thema gezonde natuur. Als algemene richtlijn met betrekking tot lichthinder voor mensen wordt de richtlijn Lichthinder van de NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde) gehanteerd voor bijvoorbeeld sportvelden en reclameverlichting. In het OER zal de indicator lichthinder kwalitatief beoordeeld worden onder het thema Natuur en onder het thema Openbare ruimte, om het effect op mens en natuur te beschrijven.
•
Waarom zo veel verschillende normen/indicatoren opgenomen in de NRD? Van heel specifiek tot heel algemeen.
Reactie: We hebben met een OER gekozen voor een bredere aanpak voor de effectbeoordeling voor onze omgevingsvisie dan wat gebruikelijk is in het wettelijk vereiste plan-MER. Die verbrede aanpak is juist gekozen vanuit het streven om de opgaven voor de gehele fysieke leefomgeving beter integraal te kunnen toetsen. Dit is echter niet onuitputtelijk en suggereert geen absolute volledigheid. Daarbij is niet alles meetbaar. De ene indicator is meer ruimtelijk relevant dan de andere. Voor bepaalde indicatoren, zoals de meer klassieke milieuthema’s (externe veiligheid en geluid), zijn eenduidige normen. Voor thema’s op sociaal vlak en economie is dat niet altijd het geval.
Tijdens de raadstafel op 12-2 kwam bijvoorbeeld de vraag aan de orde waarom geluid minder specifiek in de NRD is uitgewerkt dan b.v. verkeersslachtoffers? Het verschil hier zit hem specifiek in de mate van risico op negatieve effecten, en hoe men dat meet: o
Verkeersveiligheid gaat over een kleine kans op gebeurtenissen met een hoge impact. We meten hier het aantal van die gebeurtenissen met hoge impact.
o
Geluid gaat over de grote kans op gebeurtenissen met een relatief lage impact. Geluid is er dagelijks (grote kans), maar de impact per dag is lager (kleine impact). De cumulatieve impact van elke dag blootgesteld worden aan hoge geluidbelasting kan overigens wel een grote impact hebben voor inwoners.
•
De indicatoren bij economisch vitaal zijn heel algemeen. Waarom zijn de indicatoren niet specifiek voor Deventer opgesteld?
Reactie: De genoemde indicatoren in tabel 4.15. worden op het gemeentelijk (Deventer) schaalniveau beoordeeld. Achter elk van de genoemde indicatoren had dus “in de gemeente Deventer” kunnen staan. Daarmee zijn de genoemde indicatoren onder economisch vitaal op hetzelfde schaal-/concreetheidsniveau als die van de andere thema’s.
•
Hoe is gekomen tot de vijf specifieke ambities bij het thema economisch vitaal?
Reactie: De belangrijkste doelen en ambities voor het thema economische vitaliteit in de NRD zijn: o
toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen en kantoren;
o
ruimte bieden voor vernieuwing in de horeca en verblijfsrecreatie;
o
versterken van een goed functionerende arbeidsmarkt;
o
goede aansluiting en wendbaarheid van onderwijs en arbeidsmarkt;
o
aantrekken van talent door Deventer aantrekkelijk te maken als woon- en werkstad.
Deze zijn geselecteerd omdat deze een sterke ruimtelijke component kennen om te kunnen afwegen in de scenario’s voor de omgevingsvisie en toetsbaar zijn in het OER. Denk hierbij aan zaken als het creëren van nieuwe – en beter benutten van bestaande – ruimte voor werken i.r.t. de mate van verstedelijking (bewaken gezonde woonwerkbalans en bereikbaar/toegankelijk houden van werk voor alle lagen van de bevolking) en t.b.v. het realiseren van ambities op het gebied van innovatie en circulariteit, vernieuwende concepten i.r.t. arbeidstekorten, voldoende goede huisvesting voor ambitiedoelgroepen (de human capital) die nodig zijn voor onze arbeidsmarkt en het op peil houden van het voorzieningenniveau. Daarbij o.a. benodigde commerciële voorzieningen en onderwijsinstellingen en de juiste woonmilieus creëren. Deze gekozen doelen en ambities zijn in het OER goed te beoordelen op leefomgevingseffecten in de verschillende alternatieven. De NRD is echter geen onderzoeksprogramma voor een economische effectrapportage en de lijst met economische vitaliteitsambities is dan ook niet limitatief in relatie tot ons totale (ruimtelijk) economisch beleid.