CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-955 Bomen Effect Analyse Topicus Deventer

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Masterplan Topicus6.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PIUS FLORIS

Bomen Effect Analyse Topicus, Deventer

piusfloris.nl

Al meer dan 40 jaar toonaangevend specialist op het gebied van boomverzorging.

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Colofon Rapportage Kenmerk

Bomen Effect Analyse

Revisie

Topicus, Deventer

Projectnummer

PFBD 24 027 SW

Datum

17 juni 2024

Status

Definitief

Contactpersonen S. Willemsen auteur s.willemsen@piusfloris.nl

S. Willemsen onderzoeker s.willemsen@piusfloris.nl

A.C. van Polen controleur b.vanpolen@piusfloris.nl

Opdrachtgever Naam

Explorius

Contactpersoon

Jan- Peter van Hattum

Adres

Molendijk Noord

Postcode

7461 JE

Plaats

Rijssen

Opdrachtnemer Pius Floris Boomverzorging Deventer Hemeltjesweg 4 7434 PH Lettele Nederland Telefoon www.piusfloris.nl info@piusfloris.nl KvK

piusfloris.nl

Al meer dan 40 jaar toonaangevend specialist op het gebied van boomverzorging.

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Inhoudsopgave ......................................................................................................................... 2 1.1 Doel ..................................................................................................................... 2 1.2 Onderzoeksvraag .................................................................................................... 2 1.3 Situatie/project ....................................................................................................... 2

1. Inleiding

......................................................................................................... 3 2.1 Inventarisatie en conditiebepaling .............................................................................. 3 2.2 Boomveiligheidscontrole ........................................................................................... 3 2.3 Beoordeling groeiplaats ............................................................................................ 4 2.4 Toekomstverwachting huidige situatie ......................................................................... 4 2.5 Invloed werkzaamheden ........................................................................................... 4

2. Onderzoeksmethode

....................................................................................................... 6 3.1 Inventarisatie ......................................................................................................... 6 3.2 Beoordeling groeiplaats ............................................................................................ 7 3.3 Toekomstverwachting huidige situatie ......................................................................... 9 3.4 Toetsing aan beleid ................................................................................................. 9 3.5 Projectinvloed ......................................................................................................... 9

3. Onderzoeksresultaten

........................................................................................................ 14 4.1 Toekomstbeeld voor de bomen ................................................................................. 14 4.2 Specifieke maatregelen bij de herinrichting ................................................................. 14 4.3 Bomen die niet te behouden zijn ............................................................................... 18 4.4 Bomen die te behouden zijn ..................................................................................... 18 4.5 Algemene maatregelen bij werken rond bomen ............................................................ 18

4. Conclusie en advies

..................................................................................................................... 20 Bijlage 1a kaart boomnummers ..................................................................................... 20 Bijlage 1b kaart toekomstverwachting ............................................................................. 20 Bijlage 2a inventarisatiegegevens .................................................................................. 20 Bijlage 2b boomveiligheidsgegevens ............................................................................... 20 Bijlage 3 ontwerpdocument .......................................................................................... 20 Bijlage 4 bomenposter 'Werken rond bomen' .................................................................... 20 Bijlage 5 boompunten + (toekomstige) boomkronen DWG ................................................... 20

5. Slotwoord

1

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

1. Inleiding In opdracht van Explorius heeft Pius Floris Boomverzorging Deventer, afdeling Onderzoek & Advies, op 28 mei 2024 een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De BEA heeft plaatsgevonden op het perceel van IT-bedrijf Topicus aan de Singel 25 te Deventer. In figuur 1 is een globale project locatie weergegeven.

1.1 Doel Het doel van een BEA is, inzichtelijk te krijgen welke invloeden de (civiele) werkzaamheden hebben, op de aanwezige bomen. Tevens wordt bepaald hoe om te gaan met de bomen, zodat deze gehandhaafd kunnen blijven.

1.2 Onderzoeksvraag Kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie met de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?

1.3 Situatie/project Topicus is samen met Explorius Vastgoedontwikkeling bezig met de herontwikkeling van het Topicus carré. De opdrachtgever is voornemens in het projectgebied een deel van de kantoorgebouwen om te vormen naar appartementen. Dit onderzoek richt zich op de invloed op de bestaande bomen tijdens de herontwikkeling van het terrein. Bij het opstellen van het ontwerp is het van belang dat zoveel mogelijk bomen van goede kwaliteit behouden worden. Dit zodat zoveel mogelijk van de bestaande natuurwaarden en ecosysteemdiensten behouden blijven. In deze BEA worden randvoorwaarden beschreven hoe dit bereikt kan worden.

Figuur 1: De globale projectlocatie is aangegeven d.m.v. het rode kader

2

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

2. Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk zijn de stappen beschreven die genomen worden bij het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse. Er zijn verschillende stappen ondernomen voor deze Bomen Effect Analyse: 1. 2. 3. 4. 5.

Inventarisatie en conditie bepaling van het bomenbestand; Visuele controle op symptomen van verzwakking. Beoordeling van de groeiplaats. Toekomstverwachting. Beïnvloeding civiele werkzaamheden op de bomen

Hieronder zijn de verschillende onderzoeksmethoden toegelicht.

2.1 Inventarisatie en conditiebepaling Bij de inventarisatie en conditiebepaling is bepaald welke bomen er aanwezig zijn en wordt bepaald wat de conditie hiervan is. Dit is van belang voor het verkrijgen van een stuk basisinformatie over de bomen. Inventarisatie Bij de inventarisatie van de bomen is een aantal gegevens opgenomen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om soort, grootte en locatie. Naast deze vaste gegevens worden ook variabele gegevens opgenomen als stamdiameter en wordt de conditie bepaald. Conditiebepaling De conditiebepaling is een momentopname van de verschijningsvorm van de boom. Bij de conditiebepaling is onderscheid gemaakt tussen de volgende vier categorieën:

Goed

De boom vertoont een beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiplaatsomstandigheden en op een goede groeiplaats.

Redelijk

Niet-optimale groei, maar de minder optimale omstandigheden hebben nog geen duidelijke negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom.

Matig

Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals beginnende scheutsterfte of overmatige scheutgroei binnen in de kroon.

Slecht

Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware scheutsterfte resulterend in veel en soms zwaar/dik dood hout.

2.2 Boomveiligheidscontrole VTA methode De boomveiligheidscontrole bij de bomen is uitgevoerd met behulp van de VTA methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assessment. Bij deze visuele beoordeling van de bomen, wordt gericht 3

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

gekeken naar de bouw en het groeigedrag van de boom. Het breukrisico wordt beoordeeld door te kijken naar de stam, stamvoet, takaanzetten, kroonopbouw en aanwezigheid van zwammen. Bij de conclusie wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën:

Goedgekeurd

Een boom wordt goedgekeurd als er geen symptomen bij een boom worden aangetroffen die op een defect wijzen;

Attentieboom

Bomen waarbij wel een symptoom gevonden wordt, maar waarvan duidelijk is dat deze op het moment van controle geen verhoogd risico veroorzaakt, worden als attentieboom aangeduid;

Risicoboom

Bomen waarbij een symptoom gevonden wordt die een verhoogd risico veroorzaakt en bomen waarbij een symptoom gevonden wordt waarvan op het moment van controle niet kan worden aangegeven of het een verhoogd risico veroorzaakt, worden aangemerkt als zijnde risicoboom;

Afgekeurd

Bomen waarvan op het moment van de controle duidelijk is dat zij een verhoogd risico veroorzaken, worden aangemerkt als afgekeurd. Vanuit het oogpunt van veiligheid dienen deze bomen verwijderd te worden.

2.3 Beoordeling groeiplaats De groeiplaats is beoordeeld, er zijn proefsleuven en boringen gemaakt om de ondergrondse groeiplaats te beoordelen. Hierbij is ook de beworteling in kaart gebracht. Bovengronds is gekeken naar obstakels en doorrij- en werkhoogte.

2.4 Toekomstverwachting huidige situatie De toekomstverwachting wordt bepaald door de leeftijd, conditie, mechanische gebreken, groeiplaatsomstandigheden en in dit geval door de herinrichtingsplannen. Bij de conclusie wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën: Goed

toekomstverwachting van minimaal 15 jaar en meer actieve groei;

Redelijk toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar actieve groei; Matig

toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar actieve groei;

Slecht

toekomstverwachting van 0 tot 5 jaar actieve groei.

2.5 Invloed werkzaamheden De toekomstverwachting, zoals omschreven in 2.4, kan ernstig verstoord worden door de civiele werkzaamheden die uitgevoerd worden. Hieronder is een opsomming wat de gevolgen kunnen zijn beschreven. Schade bovengronds Door de inzet van zwaar materieel en het werken in korte nabijheid van de bomen, is er een verhoogde kans op stam en/of kroonbeschadiging.

4

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Schade ondergronds Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ontstaat er wortelverlies als gevolg van graafwerkzaamheden. Tevens bestaat er een groot risico op bodemverdichting van de groeiplaats die zich buiten het te graven cunet bevindt. Daarnaast kan er indirect wortelschade/sterfte ontstaan door de opslag van materiaal en materieel. Dit vanwege een verstoorde diffusie van bodemgassen met de buitenlucht. Onder het begrip wortelschade wordt de schade aan de opnamewortels verstaan. Deze wortels zorgen voor de opname van voedingsstoffen en vocht. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale opnamewortels. Onder het begrip stabiliteitswortelschade wordt de schade aan de wortels verstaan die zorgen voor de stabiliteit van de boom. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale stabiliteitswortels. Voor het percentage schade aan de beworteling zijn onderstaande richtlijnen opgesteld: Tot 10 % verlies is acceptabel bij een goede groeiontwikkeling; Bij > 10% wortelschade is compensatie gewenst; Bij 20 – 40 % verlies is individuele afweging noodzakelijk. Bij meer dan 40% verlies van de stabiliteitswortels (> 5 cm diameter) is er sprake van acute instabiliteit. In de regel heeft een boom 3 jaar nodig om het wortelverlies te compenseren, indien hiervoor ondergronds de mogelijkheden (nieuwe doorwortelbare ruimte) toereikend zijn.

5

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

3. Onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten beschreven. Duidelijk wordt wat de conditie en toekomstverwachting van het bomenbestand is en worden eventueel benodigde veiligheidsmaatregelen beschreven. Daarna wordt de groeiplaats beoordeeld en het beleid omtrent de bomen beschreven. Als laatst wordt de projectinvloed op de aanwezige bomen beschreven.

3.1 Inventarisatie In totaal zijn voor deze BEA 28 bomen geïnventariseerd en beoordeeld op boomveiligheid. In bijlage 1a is de kaart met boomnummers opgenomen. De bijbehorende inventarisatie- en boomveiligheidsgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De geïnventariseerde bomen zijn beoordeeld op inpasbaarheid middels de Bomen Effect Analyse. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.5. Tijdens het onderzoek zijn dus 28 bomen geïnventariseerd. Het gaat hier om de volgende soorten en aantallen: Boomsoort

Aantal

Amberboom (Liquidambar styraciflua)

6

Gewone plataan cv. (Platanus acerifolia)

2

Hollandse linde (Tilia x europaea)

10

Kleinbladige linde (Tilia cordata)

2

Boomsoort Noorse esdoorn cv. (Acer platanoides 'Faassen's Black') Pluimes (Fraxinus ornus) Valse Christusdoorn (Gleditsia triacanthos) Zilverlinde (Tilia tomentosa)

Aantal 1 1 3 3

Tevens zijn 3 heesters geïnventariseerd. Het gaat hier om de volgende soorten en aantallen: Judasboom (Cercis siliquastrum) Portugese laurierkers (Prunus lusitanica) Conditie en toekomstverwachting De conditie van de 28 onderzochte bomen is overwegend goed: 20 bomen zijn met een goede conditie beoordeeld. Daarnaast zijn 7 van de 28 bomen met een redelijke conditie beoordeeld. 1 boom heeft een matige conditie. De onderverdeling in conditie is schematisch weergegeven in figuur 2. De toekomstverwachting is voor 23 bomen als goed beoordeeld, met meer dan 15 jaar actieve groei. Voor 5 bomen geldt een redelijke toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar. 6

3.1.1 - Figuur 2: Conditiebepaling bomenbestand

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

De conditie en toekomstverwachting van de heesters is als volgt beoordeeld: 2 heesters zijn met een goede conditie en toekomstverwachting (>15 jaar) beoordeeld. 1 heester heeft een redelijke conditie en toekomstverwachting (10-15 jaar). Boomveiligheid Zoals eerder beschreven is tijdens de eerder uitgevoerde boominventarisatie een VTA-controle uitgevoerd bij de 28 geïnventariseerde bomen. De resultaten uit dit onderzoek zijn in deze paragraaf beschreven. De volledige BVC-gegevens zijn opgenomen in bijlage 2 van deze rapportage. Goedgekeurd Tijdens de boomveiligheidscontrole zijn 21 bomen goedgekeurd betreffende boomveiligheid. Bij deze bomen zijn geen gebreken aangetroffen die voor een verhoogd risico voor de omgeving zorgen. Risicobomen In totaal zijn 7 van de 28 bomen aangemerkt als risicoboom. Dit betekent dat er een veiligheidsmaatregel genomen moet worden om het risico weg te nemen. De onderverdeling van veiligheidsmaatregelen is als volgt: Veiligheidsmaatregel

Aantal bomen

Gerichte snoei

5

Grof dood hout verwijderen

2

Staat van onderhoud De staat van onderhoud van de bomen is over het algemeen aanvaard, wat inhoudt dat de bomen op beeld zijn, er hoeft geen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd te worden. De rest van de bomen heeft een regulier boombeeld. Dit houdt in dat de bomen op beeld te brengen zijn middels het uitvoeren van 1 reguliere snoeibeurt. Geadviseerd wordt om de geadviseerde snoeimaatregelen binnen een termijn van 6 maanden uit te voeren.

3.2 Beoordeling groeiplaats Bovengronds De bovengrondse groeiplaats van de bomen is als redelijk beoordeeld. De bomen staan op voldoende afstand van elkaar. Een uitzondering hierop is boom 7, zie figuur 3. De boom heeft een brede kroon gevormd en is dicht op een gemetselde muur aangeplant. Ook is er bij 5 bomen onvoldoende vrije doorgangshoogte door laaghangende takken in het rijprofiel.

7

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

3.2.1 - Figuur 3: Boom 7

Ondergronds De ondergrondse groeiplaats is bepaald aan de hand van een grondboring, proefsleuf en beschikbare ondergrondgegevens. Uit de grondboring blijkt dat het bodemprofiel bij boom 24 in het projectgebied globaal als volgt verloopt:

3.2.2 - Figuur 4: Bodemprofiel boom 24

Diepte onder maaiveld

Bodem

0-70 cm

Zand, matig fijn, zwak humeus (0-3% org. stof)

70-90 cm

Zand, matig grof

90-120 cm

Zand, matig fijn, sterk grindig

Tot op een diepte van 120 cm onder maaiveld is beworteling aangetroffen. Vanaf 70 cm is puin/grind aanwezig in de bodem.

3.2.3 - Figuur 5: Grondwaterstanden (dinoloket.nl)

Grondwaterstand Uit de gegevens van het DINO- loket blijkt dat de grondwaterstand in de directe omgeving gemiddeld schommelt tussen een diepte van 1,6 tot 2,8 meter onder maaiveld. Hieruit blijkt dat de bomen in een tijdelijk grondwaterprofiel (contactprofiel) staan. Bij een contactprofiel is er een deel van het jaar 8

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

grondwater invloed in de bewortelde zone. Veelal wordt het contact van de capillaire opstijging met de bewortelde zone in de loop van de zomer verbroken door het wegzakken van het regenwater. Tijdens het veldwerk is tot op een diepte van 120 cm geen grondwater aangetroffen.

3.3 Toekomstverwachting huidige situatie Het vaststellen van de toekomstverwachting bij bomen is een inschatting en is van diverse factoren afhankelijk. De toekomstverwachting is, bij gelijkblijvende omstandigheden, over het algemeen goed. Bij het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden kan de toekomstverwachting (sterk) negatief moeten worden bijgesteld. Zeker bij de bomen met een verminderde conditie en toekomstverwachting. Deze bomen verdragen veranderingen in de groeiplaats en wortelverlies minder goed dan bomen met een goede conditie en toekomstverwachting.

3.4 Toetsing aan beleid De gemeente Deventer geldt de volgende wet- en regelgeving omtrent het kappen van bomen: Verordening Fysieke Leefomgeving Hoofdstuk 5 Houtopstanden Afdeling 5.1 Vellen van houtopstanden Artikel 5.1.1. Verbod en omgevingsvergunning 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht; c. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college; b. iepen aangetast door de iepziekte; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; d. dunning in een aaneengesloten houtopstand met een oppervlakte van ten minste 100 m2; e. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; f. houtopstanden waarop afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is.

3.5 Projectinvloed In deze paragraaf wordt de invloed van de voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied beschreven. Voor het beschrijven van de projectinvloed is uitgegaan van de informatie uit het ontwerpdocument, zoals bijgevoegd in bijlage 3. Hieruit blijkt dat een deel van de huidige bebouwing gesloopt wordt en dat er nieuwbouw gerealiseerd wordt in de vorm van verschillende bouwblokken.

9

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Slopen huidige bebouwing Als eerste stap bij de herinrichting wordt een deel van de huidige bebouwing gesloopt. Op het terrein staan een aantal kantoorgebouwen die gesloopt dienen te worden om plaats te maken voor een pad. De gebouwen staan op korte afstand van boom 17-18-19-24, zie figuur 6. Hierbij is het risico groot dat er voornamelijk bovengrondse schade aangericht wordt. Door bewegingen van materieel en door vallend puin kan schade aan de kroon en/of stam ontstaan. Daarnaast is de werkruimte nihil. Het machinaal verwijderen van de huidige bebouwing is van (zeer) belemmerende invloed op het duurzame behoud van boom 17-18-19-24.

3.5.1 - Figuur 6: Huidige bebouwing rond boom 24

Opbreken verhardingen Tevens dient de aanwezige verharding opgebroken te worden. Het merendeel van de bomen staat in de (element)verharding in een (zeer) kleine boomspiegel. Bij boom 4-7-28 is bestratingsopdruk zichtbaar. In figuur 7 is de proefsleuf, gegraven bij boom 7, weergegeven. Binnen de kroonprojectie van de boom is ernstige bestratingsopdruk waargenomen. De opdruk veroorzakende wortel heeft een diameter van 15 cm en bevindt zich op maaiveldniveau. Het machinaal verwijderen van de verharding leidt tot hoge percentages wortelschade- en verlies.

3.5.2 - Figuur 7: Proefsleuf boom 7

Daarnaast worden er met het beschadigen van wortels invalspoorten voor schimmels en bacteriën gecreëerd. Dit voornamelijk wanneer wortels van meer dan 4 cm diameter afgezet worden. Vanaf deze diameter verhouten de wortels en zijn bomen slecht in staat om de wonden af te grendelen. Daarnaast speelt de leeftijd van de bomen mee. De vaak volwassen en oude bomen, verdragen wortelverlies slechter dan een jonge boom. Wortelverlies kan daarom al snel een (sterk) negatief effect hebben op de toekomstverwachting van de aanwezige bomen. Het machinaal verwijderen van de bestaande verharding is van (zeer) belemmerende invloed op het duurzame behoud van boom 4-7-28. Realiseren nieuwbouw Volgens het ontwerpdocument wordt de nieuwbouw opgetrokken uit verschillende bouwblokken verspreid over het terrein. De nieuwbouw wordt op de plaats van boom 28 en heesters A1-A2-A3 gerealiseerd. Wanneer de werkzaamheden volgens het aangeleverde ontwerp worden uitgevoerd, dienen deze boom en heesters als niet duurzaam te behouden beschouwd te worden. Op korte afstand van de bomen in tabel 1 vindt nieuwbouw plaats. Het realiseren van de nieuwbouw levert een conflict op met de kronen van de bomen. Bij het opstellen van de steigers, zal dit voor een deel in de kronen van de bomen gedaan worden. Afhankelijk van de hoogte van de nieuwbouw, is er

10

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

onvoldoende vrije werkruimte voor de bouw van de woningen. De kronen raken beschadigd door het gebruik van machines en de opbouw van bouwsteigers. Afhankelijk van het percentage kroonverlies zijn de bouwwerkzaamheden van (zeer) belemmerende invloed op het duurzame behoud van de bomen in tabel 1. 3.5.3 - Tabel 1 - Bomen op korte afstand nieuwbouw

2

3

4

5

7

19

23

24

25

27

De nieuwe bebouwing wordt op de rand van de kroonprojectie van boom 19-23-24-25-27 geplaatst. Een percentage kroonverlies van maximaal 10% wordt verwacht. De bouwwerkzaamheden zijn van beperkt belemmerende invloed op het behoud van deze bomen. Op minder dan 1 meter afstand vanaf de stam van boom 2-3-4-5 vindt nieuwbouw plaats. Percentages kroonverlies van 25-40% worden verwacht. Dit zijn percentages welke bomen niet kunnen verdragen. De werkzaamheden zijn van zeer belemmerende invloed. Op minder dan 3 meter vanaf de stam van boom 7 worden bouwwerkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden vinden plaats in >30% van de kroon. De bouwwerkzaamheden veroorzaken eenzijdige schade in de kroon, waardoor van duurzaam behoud geen sprake is. Wanneer de werkzaamheden volgens het aangeleverde ontwerpdocument worden uitgevoerd, dient ook boom 7 als niet te behouden beschouwd te worden. Vanwege de verharde situatie was het niet mogelijk een proefsleuf te graven op de rand van de kroonprojectie van de bomen. In figuur 7 is de proefsleuf, gegraven bij boom 7, weergegeven. In de proefsleuf is een verharding opdrukkende wortel zichtbaar. Bij boom 4-7-28 is bestratingsopdruk waargenomen. Afgaande op het bodemprofiel, de verharde groeiplaats, de bestratingsopdruk en het contactprofiel is te stellen dat de bomen voornamelijk zeer oppervlakkig wortelen met dikke wortels op maaiveldniveau.

Graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van de bomen in tabel 1 leiden tot hoge percentages wortelverlies. De graafwerkzaamheden voor het uitgraven van een fundering voor de nieuwe bebouwing zijn van (zeer) belemmerende invloed op het duurzame behoud van de bomen in tabel 1. Aanleggen parkeerplaatsen en overige verhardingen Het parkeren verdwijnt binnen het plangebied en het binnenterrein wordt als groen terrein met bestrating ten behoeve van voetpaden ingericht. Er komen geen parkeerplaatsen voor auto's terug in het plangebied, deze worden buiten het gebied in de bestaande parkeergarages geparkeerd. Voor het realiseren van verharde paden zal er een cunet uitgegraven worden. Wanneer graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie plaatsvinden zonder toepassing van specifieke maatregelen, zal dit tot wortelschade- en verlies leiden.

11

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

3.5.4 - Figuur 8: Uitsnede masterplan

Nutsvoorzieningen en riolering Gedurende de ontwikkeling van het projectgebied worden extra nutsvoorzieningen en riolering voor de nieuwbouw gerealiseerd. Hiervoor dient vaak eerst een sleuf uitgegraven te worden. Graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van de bomen kunnen leiden tot een (te) hoog percentage wortelverlies en mogelijk instabiliteit. Afhankelijk van de uiteindelijke locatie van de nutsvoorzieningen en riolering kan dus wortelschade- en verlies bij de bomen aangericht worden. Inrichting bouwplaats Voor de realisatie van de nieuwbouw zullen er steigers geplaatst worden rond de te plaatsen bebouwing. Deze bouwsteigers kunnen afhankelijk van de locatie van de nieuwbouw voor een deel binnen de kroonprojectie van de bomen geplaatst worden, zoals beschreven in paragraaf “Realiseren nieuwbouw”. Wanneer de steigers binnen de kroonprojectie van een boom opgesteld moeten worden, leidt dit tot schade aan de kroon. Om schade aan de bomen te voorkomen, dienen de bomen dan ook gesnoeid te worden. Wanneer voor het plaatsen van de steigers de kroon van een boom voor meer dan 10% aan 1 zijde gesnoeid moet worden, is dit van invloed op het behoud. Zeker gezien het formaat van een deel van de bomen.

12

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Bronbemaling Zoals is beschreven in de beoordeling van de groeiplaats, is het grondwater in het projectgebied op 1,6 tot 2,8 meter aanwezig. Wanneer het voornemen is om de nieuwbouw te onderkelderen, is het waarschijnlijk dat er bronbemaling toegepast moet worden. Dit kan van invloed zijn op het behoud van de bomen in het projectgebied en de directe omgeving. In de huidige situatie kunnen zeer waarschijnlijk enkele van de volwassen bomen het grondwater bereiken door middel van enkele ‘waterhalers’. Dit zijn wortels die tot diep onder het maaiveld groeien, op zoek naar water. Deze bomen kunnen dan ook het gehele groeiseizoen met hun wortels bij het grondwater. Wanneer in het groeiseizoen het waterpeil verlaagt wordt, kan het zijn dat de bomen over minder water in de bodem beschikken. Hierdoor kan droogtestress optreden. Afhankelijk van het tijdstip en de duur van de bronnering kan dit van zeer belemmerende invloed op het behoud van de bomen zijn. Watergiften of andere maatregelen kunnen noodzakelijk zijn om de bomen in het projectgebied en de bomen in de directe omgeving van voldoende vocht te voorzien. Werkzaamheden

Projectinvloed

Niet belemmerend

1 - 6 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 20 - 21 - 22 - 26

(beperkt) belemmerend

23 - 25 - 27

(zeer) belemmerend

2 - 3 - 4 - 5 - 7 - 17 - 18 - 19 - 24 - 28 - A1 - A2 - A3

13

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

4. Conclusie en advies In dit hoofdstuk wordt als eerst het toekomstbeeld voor de bomen beschreven. Dit aan de hand van de projectinvloed, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. Daarna worden, zover mogelijk, specifieke maatregelen beschreven om zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden. Vervolgens wordt de bomenbalans opgemaakt. Het hoofdstuk eindigt met het beschrijven van de algemeen geldende regels voor werken rond bomen.

4.1 Toekomstbeeld voor de bomen In de huidige situatie heeft het grootste deel van de bomen een goede conditie en toekomstverwachting. De werkzaamheden voor het herontwikkelen van het projectgebied zijn van (zeer) belemmerende invloed op het behoud van een groot deel van de bomen. Wanneer de werkzaamheden bij de te behouden bomen zonder specifieke maatregelen uitgevoerd worden, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de toekomstverwachting.

4.2 Specifieke maatregelen bij de herinrichting Uit het vorige hoofdstuk is gebleken dat de voorgenomen werkzaamheden van (zeer) belemmerende invloed zijn op het behoud van een groot deel van de aanwezige bomen. In deze paragraaf worden enkele maatregelen beschreven om duurzaam behoud van een deel van de bomen mogelijk te maken. Slopen huidige bebouwing Zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, is de sloop van de huidige bebouwing van (zeer) belemmerende invloed op een aantal bomen binnen het projectgebied. Om schade aan de bomen te voorkomen, wordt aanbevolen om boombescherming volgens de bomenposter (bijlage 4) aan te brengen en takken te snoeien die binnen 3 meter van de te slopen bebouwing groeien. De bebouwing dient van binnenuit gesloopt te worden om de negatieve invloed op deze bomen te beperken. Dit zodat vallend puin niet naar de bomen valt en daar schade kan toebrengen. De sloop van de bebouwing mag geen negatieve invloed hebben op een duurzaam behoud van de bomen, dit geldt zowel boven- als ondergronds. Om kroonschade- en verlies te beperken en boom 17-18-19-24 duurzaam te behouden, dienen de volgende maatregelen ten uitvoer gebracht te worden: De bomen dienen tak op tak gesnoeid te worden. Alleen takken met een diameter tot 5 cm mogen gesnoeid worden. Maximaal 20% kroonreductie per snoeibeurt mag plaatsvinden.

Ook mogen de bomen niet eenzijdig gesnoeid worden zodat de boom uit balans raakt. De snoeimaatregelen dienen uitgevoerd te worden door een gecertificeerd European Tree Worker. Binnen de kroonprojectie van de bomen mogen geen rijbewegingen van machines en mag geen tijdelijke opslag van machines en bouwmaterialen plaatsvinden. Opbreken verhardingen Zoals beschreven is het opbreken van de huidige verhardingen van (zeer) belemmerende invloed op het behoud van boom 4-7-28. Bij behoud van deze bomen, dient het volgende uitgevoerd te worden:

14

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

Duurzame stambescherming dient aangebracht te worden om stamschades te voorkomen. De bestrating dient voorzichtig/handmatig opgebroken te worden om wortelschade te voorkomen binnen de gehele kroonprojectie + 1,5 meter van de te behouden bomen. Realiseren nieuwbouw Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, is het realiseren van de nieuwbouw van (zeer) belemmerende invloed op het behoud van boom 28 en heesters A1-A2-A3. Wanneer de werkzaamheden volgens het aangeleverde ontwerpdocument worden uitgevoerd, dienen deze boom en heesters als niet duurzaam te behouden beschouwd te worden. Boom 28 betreft een gewone plataan met een goede conditie en toekomstverwachting. Alleen grootschalige wijzigingen in het ontwerp, zoals het verplaatsen van de bebouwing, kunnen leiden tot het behoud van boom 28. Boomtechnisch gezien is de boom het behouden waard. De boom mag dan geen hoge punten scoren op biodiversiteit, wel levert de boom de volgende ecosysteemdiensten: schaduwwerking, afvang fijnstof, opslag regenwater en verkoeling.

In figuur 8 zijn heesters A1 en A2 weergegeven. Het betreft twee Portugese laurierkersen met een goede conditie en toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Beide heesters kunnen behouden worden door tijdelijke verplaatsing. De verplanting dient uitgevoerd te worden met behulp van een verplantschop van 2,5 meter. Voorafgaand aan de verplanting dienen de heesters teruggesnoeid te worden, omdat de armen van de verplantschop om de heesters heen moeten passen. Wel dient rekening gehouden te worden met dat het algehele beeld van de heesters zal verslechteren. Het duurt een aantal jaren voordat het beeld weer op orde is.

4.2.1 - Figuur 8: Heesters A1 en A2

Op korte afstand van de bomen in tabel 1 vindt nieuwbouw plaats. In de huidige situatie zal de nieuwbouw tot op de rand van de kroonprojectie van de bomen of net daarbinnen plaatsvinden. Echter zal de kroon van de bomen in de toekomst nog verder uitgroeien, zoals zichtbaar in bijlage 5, waardoor de takken ver binnen de gevels zullen groeien. Wanneer wordt uitgegaan van de toekomstige kroonprojectie, dienen boom 2-3-4-5-7 als niet te behouden beschouwd worden. De bomen dienen voorafgaand aan de werkzaamheden verwijderd te worden. 4.2.2 - Tabel 1 - Bomen op korte afstand nieuwbouw

2

3

4

5

7

19

23

24

25

27

Bij de berekening van de toekomstige kroonprojectie is uitgegaan van de huidige groeiplaats. De bomen staan over het algemeen in zwak humeus zand in de bestrating. De verwachting is dat de kroon van de meeste bomen nog groeit met maximaal 1 tot 2 meter. Een uitzondering hier op zijn de bomen langs de Singel, boom 20-21-22. Deze bomen staan namelijk in een groeiplaatsconstructie in de

15

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

verharding. Afhankelijk van het type substraat zullen zij een uiteindelijke kroonprojectie bereiken tot 13 meter. Om kroonschade- en verlies te beperken en boom 19-23-24-25-27 duurzaam te behouden dienen de volgende maatregelen ten uitvoer gebracht te worden: De bomen dienen tak op tak gesnoeid te worden. Alleen takken met een diameter tot 5 cm mogen gesnoeid worden. Maximaal 20% kroonreductie per snoeibeurt mag plaatsvinden. Ook mogen de bomen niet eenzijdig gesnoeid worden zodat de boom uit balans raakt. De snoeimaatregelen dienen uitgevoerd te worden door een gecertificeerd European Tree Worker. Binnen de kroonprojectie van de bomen mogen geen rijbewegingen van machines en mag geen tijdelijke opslag van machines en bouwmaterialen plaatsvinden. Om wortelverlies bij boom 19-23-24-25-27 te beperken en de bomen duurzaam te kunnen behouden, dienen de volgende maatregelen ten uitvoer gebracht te worden: Graafwerkzaamheden dienen onder toezicht van een European Tree Worker (ETW'er) uitgevoerd te worden. De minimale graafafstanden (bijlage 4) dienen gehanteerd te worden. Graafwerkzaamheden dienen binnen de kroonprojectie + 1,5 meter zeer voorzichtig uitgevoerd te worden. Wortels vanaf 4 cm diameter mogen enkel met toestemming van de toezichthouder afgezet worden, wanneer dit noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.

Wortels met een diameter van 8 cm of meer dienen altijd behouden te worden. Grond dat bij de graafwerkzaamheden vrij komt, mag op de bestrating liggen mits dit binnen 1 dag (24 uur) weer verwijderd wordt. De stam van de bomen wordt beschermd door middel van (duurzame) stamommanteling. Het afzetten van wortels dient uitgevoerd te worden volgens de manier, zoals beschreven bij de algemene maatregelen voor werken rond bomen: door middel van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting. Dit dient onder toezicht van een European Tree Worker (ETW'er) uitgevoerd te worden. Uit de uitvraag komt naar voren dat boom 7 absoluut behouden dient te worden. Dit is alleen mogelijk wanneer de boom voorafgaand aan de werkzaamheden flink ingenomen wordt door middel van snoei. De boom dient gekandelaberd te worden. Een plataan leent zich goed voor deze vorm van snoei. Het is onvermijdelijk dat er tijdens de opbreek- en sloopwerkzaamheden wortelschade- en verlies plaatsvindt. Daarom is het van groot belang dat de specifieke maatregelen bij het opbreken van de huidige verharding nageleefd worden. Door het kandelaberen van de boom hebben de hormonen die aangemaakt worden in de eindknop van een tak, welke wortelgroei stimuleren, minder invloed op deze processen. De boom verdraagt wortelverlies minder goed wanneer net gekandelaberd.

Het zal een tijd duren voordat de boom weer knoppen aanmaakt waardoor de hormonen die wortelgroei stimuleren, hersteld zijn. Aanleggen parkeerplaatsen en overige verhardingen Uit het vorige hoofdstuk blijkt dat het aanleggen van verharde paden van (zeer) belemmerende invloed zijn op het behoud van de bomen wanneer deze binnen de kroonprojectie gerealiseerd worden. Bij het uiteindelijke ontwerp van het projectgebied wordt aanbevolen om verhardingen buiten de kroonprojectie van de bomen te realiseren. Op deze manier hoeven er geen graafwerkzaamheden voor 16

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

een cunet binnen de kroonprojectie van de bomen plaats te vinden. Wortelschade- en verlies en een bijbehorend verlies in conditie en toekomstverwachting wordt voorkomen. Een alternatief om boomwortels te behouden en graafwerkzaamheden te beperken is het aanleggen van paden middels een “zwevende” constructie. Nog een andere optie is om de paden halfverhard aan te leggen. Om wortelschade te beperken en de bomen duurzaam te kunnen behouden dienen de volgende maatregelen ten uitvoer gebracht te worden: De halfverharding dient bovenop de aanwezige wortels aangebracht te worden. Het is niet nodig om het pad gefundeerd aan te leggen. De halfverharding dient zo minimaal mogelijk te worden afgetrild om de kans op verdichting te voorkomen. Het maaiveld mag maximaal 5 cm (na verdichting) worden opgehoogd door middel van halfverharding om de zuurstofhuishouding van de boom niet te verstoren. Aanbevolen wordt om Achterhoeks Padvast of Schots granietgruis te gebruiken. Deze twee soorten halfverharding zijn zuurstof- en waterdoorlatend, ook voor op de langere termijn. Nutsvoorzieningen en riolering In het projectgebied liggen op verschillende locaties nutsvoorzieningen. Voor de nieuwbouwplannen zal een nieuw nutstracé en riolering aangelegd worden. Aanbevolen wordt om de nutsvoorzieningen en riolering buiten de kroonprojectie van de bomen die behouden worden te plaatsen.

De voorzieningen kunnen bijvoorbeeld onder de rijweg aangelegd worden om graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie te voorkomen. Inrichting bouwplaats Bouwsteigers voor de nieuwbouw, mogen maximaal op de rand van de kroonprojectie van de bestaande bomen geplaatst te worden. Noodzakelijke snoeimaatregelen om de steigers zonder schade te kunnen plaatsen worden dan tot enkele takken beperkt. Bij een snoeimaatregel mogen de bomen tot maximaal 20% van het kroonvolume gesnoeid te worden. Dit mag niet eenzijdig uitgevoerd worden. Snoeimaatregelen dienen door een gecertificeerd European Tree Worker (ETW'er) uitgevoerd te worden. De bouwplaats dient daarnaast buiten de kroonprojectie van de bomen gerealiseerd te worden. Opslag bouw- en sloopmaterialen Binnen de kroonprojectie van de bomen mogen geen rijbewegingen van machines en mag geen tijdelijke opslag van machines en bouw- en sloopmaterialen plaatsvinden. Algemeen Bij het uitvoeren van werkzaamheden rondom de bomen is het ten alle tijden van belang dat de algemene maatregelen voor werken rond bomen (zie paragraaf 4.5) nageleefd worden. Dit omdat het opslaan van materiaal en/of materieel binnen de groeiplaatsen van bomen leidt tot bodemverdichting. De negatieve gevolgen hiervan zijn vaak pas zichtbaar na enkele jaren.

Daarom wordt aanbevolen om de uitvoerende partij een plan op te laten stellen hoe om te gaan met de bomen in het projectgebied tijdens de werkzaamheden. Daarnaast wordt aanbevolen een toezichthouder aan te stellen die controleert of de aannemer op de afgesproken manier te werk gaat. Groeiplaatsverbetering Het merendeel van de geïnventariseerde bomen staat in verharde groeiplaatsen met een kleine boomspiegel. Dit is geen ideale situatie voor de groei van een boom. Water kan moeilijk infiltreren en

17

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

de uitwisseling van zuurstof en gassen is beperkt. Om de bomen een langere levensduur te geven waarin vitaliteit voorop staat, dienen de groeiplaatsen vergroot en opgewaardeerd te worden. Dit kan gerealiseerd worden door het verwijderen van een deel van de verharding en aan te vullen met substraat of het plaatsen van een groeiplaatsconstructie.

4.3 Bomen die niet te behouden zijn Wanneer de werkzaamheden volgens de aangeleverde plannen uitgevoerd worden, zijn de volgende bomen niet duurzaam in te passen in de nieuwe situatie: Boom 3-4-5-28-A3 Conclusie: Bomen niet te behouden Advies: Bomen rooien voorafgaand aan de werkzaamheden en compenseren na afloop

4.4 Bomen die te behouden zijn De volgende bomen zijn duurzaam te behouden wanneer de algemene maatregelen voor werken rond bomen nageleefd worden: Boom 1-6-8-9-10-11-12-13-14-15-16-20-21-22-26 Conclusie: Bomen te behouden Advies: Uitvoeren maatregelen uit paragraaf 4.5 Wanneer ook de specifieke maatregelen uit paragraaf 4.2 en de algemene maatregelen voor werken rond bomen ten uitvoer gebracht worden, zijn de volgende bomen in het projectgebied te behouden: Boom 2-7-17-18-19-23-24-25-27-A1-A2 Conclusie: Bomen te behouden Advies: Uitvoeren maatregelen uit paragraaf 4.2 en 4.5

4.5 Algemene maatregelen bij werken rond bomen Naast bovenstaande adviezen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de algemeen geldende adviezen bij werkzaamheden in de buurt van de bomen die behouden blijven. Deze adviezen staan tevens in bijlage 4 weergegeven op de Bomenposter ‘Werken rond bomen’. De te behouden bomen dienen vóór uitvoering van de werkzaamheden te worden gesnoeid om voldoende werkruimte te creëren en schade te voorkomen. Deze snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Worker. De kroonprojectie dient zoveel als mogelijk te worden ontzien. Gebruik van bouwhekken voorkomt schade aan boom en groeiplaats. Bij de bomen dient rond de stam een duurzame stambescherming te worden aangebracht om directe schade te allen tijde te voorkomen. Er mag geen materiaal tussen de bomen worden geplaatst of opgeslagen. Er mogen geen voertuigen of andere machines tussen de bomen worden geparkeerd. Het instrueren van werknemers welke de werkzaamheden uitvoeren, hoe om te gaan met 18

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

wortelkap en werken bij bomen. Indien wortelkap noodzakelijk is, dient dit te gebeuren door middel van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting van de wortel. Wortelkap bij wortels vanaf 4 cm diameter dient handmatig te worden uitgevoerd. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een boomdeskundige, niveau European Tree Worker of gelijkwaardig. Bij voorkeur werkzaamheden buiten het groeiseizoen van de bomen uit voeren! Het advies is om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van het project een boomtechnisch toezichthouder (niveau European Tree Technician) aan te stellen. Deze ziet toe op de werkzaamheden en op de naleving van de randvoorwaarden en geeft zo nodig advies.

19

BOMEN EFFECT ANALYSE TOPICUS DEVENTER

5. Slotwoord Dit rapport is naar waarheid opgemaakt te Deventer, 17 juni 2024. Mw. S. Willemsen Boomtechnisch adviseur Pius Floris Boomverzorging Deventer

Dhr. A.C. van Polen European Tree Technician Pius Floris Boomverzorging Deventer

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14976392/1