CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-955-bijlage-Bijlage 3 advies RCE masterplan Topicus campus

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Masterplan Topicus1.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort

Gemeente Deventer College van Burgemeester en Wethouders t.a.v. dhr. B. Vermeulen Postbus 5000 7400 CG Deventer

Datum Betreft

27 november 2024 Advies masterplan Topicus campus

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon Ron Buiting T +31650018375 F (033)4217799 r.buiting@cultureelerfgoed.nl

Onze referentie 1624907 Uw referentie

Geacht college, Op 7 november jl. heeft u mij het masterplan voor de Topicus campus te Deventer d.d. oktober 2024 toegezonden met het verzoek om hierop te adviseren. Hartelijk dank voor dit verzoek. Met deze brief geef ik namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) advies op het betreffende plan. De RCE is in eerdere fasen van de planontwikkeling betrokken geweest en heeft in november 2021 op het concept masterplan geadviseerd, als ook enkele verbeterpunten aangedragen bij de opstellers van het plan. Ik zal terugblikken en voortborduren op dit eerdere advies en op de verbeterpunten, waarbij ik mij primair richt op de stedenbouwkundige aspecten van het plan in relatie tot het beschermd gezicht. Voorafgaand wil ik mijn waardering uitspreken voor de heldere analyse, waarbij gebruik is gemaakt van beschikbare (cultuurhistorische) studies, en de doorvertaling naar duidelijke stedenbouwkundige kaders en uitgangspunten voor dit in de basis mooie masterplan. Referentiekader voor mijn advies is het Rijksbeschermd Stadsgezicht Deventer en de toelichting op de aanwijzing, als ook het gemeentelijke beeldkwaliteitsplan (2021) en de gemeentelijke visie op hoger bouwen (2024).

Prominente locatie op zichtbepalende plek en entree binnenstad Het plangebied ligt in zijn geheel binnen het beschermd stadsgezicht, op een zichtbepalende plek: komend vanuit het treinstation is dit de eerste aanblik op de binnenstad. Daarnaast vormt het plangebied de entree naar de binnenstad via de looproute (‘rode loper’) van de Keizerstraat als ook de route via de Singelstraat. Kortom: een locatie die mede vanuit het erfgoedbelang om een zorgvuldige inpassing vraagt. Te beschermen waarden uit toelichting op aanwijzing Rijksbeschermd gezicht In het gehele beschermd gezicht is het stratenpatroon in samenhang met de schaal van de bebouwing van belang. De bouwhoogte bestaat uit twee tot drie bouwlagen met een kap, met uitzonderingen van vier lagen en kap. Specifiek voor het plangebied is het karakter van de Singel van belang, bestaande uit vrijstaande villabebouwing op grote kavels in een parkachtige setting. In de

Pagina 1 van 4

Keizerstaat en Brinkpoortstraat is sprake van aaneengesloten wandbebouwing met strakke rooilijnen. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de ruimtelijke opbouw en bouwhoogte op de ‘aansluitpunten met de omgeving’ van belang. Beeldkwaliteitsplan en visie op hoger bouwen: maat en schaal historische stad bepalend voor nieuwe toevoegingen, uitzonderingen tot 25 meter bouwhoogte. In het gemeentelijk beeldkwaliteitsplan is beschreven dat nieuwbouwplannen ondergeschikt zijn aan het totale straat- en stadsbeeld en maat en schaal van het historische karakter. Nieuwe gebouwen met eigentijdse uitstraling zijn zeker mogelijk, indien het ontwerp zich voegt in het ritme en de sfeer van de omliggende stad. Nieuwe gebouwen hebben elk een persoonlijkheid en samen een eenheid, waarbij elke gevel een herkenbare driedeling van plint, middenstuk en gevelbeëindiging heeft. De gemeentelijke visie op hoger bouwen neemt de ‘Deventer laag’, de bouwhoogte in de binnenstad, als vertrekpunt. Uitzonderingen hierop zijn bij nieuwe ontwikkelingen mogelijk tot maximaal 25 meter, mits de ontwikkeling een duidelijke meerwaarde heeft voor de stad. Opbouw advies op basis van eerdere verbeterpunten Het advies van de RCE uit 2021 en de aangedragen verbeterpunten concentreerden zich op een vijftal aspecten, die ik hieronder achtereenvolgens toegelicht. 1.

Aansluiten bij karakter van Singelstructuur met villabebouwing Het ontwerp gaat aan de Singel uit van twee afzonderlijke volumes met een groene buitenruimte, waarmee wordt aangesloten bij het stedenbouwkundig karakter van vrijstaande villa’s in een parkachtige setting. De singelstructuur met tuinen aan de voorzijde wordt voortgezet in de Keizerstraat. Ten opzichte van het ontwerp uit 2021 is een flinke verbeterslag gemaakt: volume B is lager en meer in geleding opgebouwd, waardoor maat, schaal en geleding beter aansluiten op het karakter van de Singel. De derde bouwlaag sluit nu aan bij de nokhoogte van de Kweekschool, terwijl de daarboven gelegen bouwlagen terugspringen. Volume A sluit hierop aan, met teruggelegen geveldelen. Ik vind dat deze opbouw verenigbaar is met het karakter van de Singel. 2. Scharnierpunt Singel-Keizerstraat Volume A ligt zowel aan de Singel als aan de looproute richting de binnenstad en vervult hiermee een scharnierfunctie. De bezoeker wordt via deze hoek de binnenstad in geleid. In het plan is een actieve plintfunctie voorzien door middel van horeca met een terras. De ‘dubbelfunctie’ van voorzetting van de groene structuur en een zichtbare, levendige plint met terras blijven een spannende combinatie. In de nadere uitwerking zal moeten blijken of deze ambitie op een goede manier vormgegeven kan worden.

Ik adviseer u om het kwaliteitsteam hier bijzondere aandacht aan te laten besteden. 3. Hiërarchie looproutes / doorwaadbaarheid binnengebied Het binnengebied van de Topicus campus wordt vormgegeven als een groen voetgangersgebied dat functioneert als verblijfs- en ontmoetingsruimte. Met een doorgang van 5 meter breedte, een ander type verharding en een voornamelijk

Pagina 2 van 4

groene inrichting wijkt de toegang en het karakter van deze verbindingen voldoende af ten opzichte van de Keizerstraat en Singelstraat, die daarmee herkenbaar blijven als toegang tot de binnenstad. 4. Aansluiting bij omliggende bebouwing Het masterplan stelt als stedenbouwkundig uitgangspunt dat de bebouwing een passende korrelgrootte heeft. De vierde bouwlaag van het ensemble aan de Brinkpoortstraat, volumes D en E, sluit aan bij de nokhoogte van de tegenover gelegen bebouwing en heeft enige geleding. De vijfde bouwlaag is teruggelegen en daarmee vanaf ooghoogte op maaiveld niet zichtbaar. De minder gelede opbouw ten opzichte van de bebouwing aan de Singel is verdedigbaar door de wandbebouwing aan de Brinkpoortstraat, die bovendien niet als karakteriserend is bestempeld in de toelichting op de aanwijzing tot Rijksbeschermd stadsgezicht. Volume C voegt zich in schaal naar de Kweekschool en Gymzaal waardoor deze bestaande gebouwen de boventoon blijven voeren in het aanzicht in de Singelstraat. Andere stedenbouwkundige uitgangspunten vormen onder meer een alzijdig ontwerp en een materialisatie die aansluit bij de omgeving. In het huidige masterplan zijn referentiebeelden nader gespecificeerd naar volume, wat een beter beeld geeft ten opzichte van eerdere versies.

Omdat er bewust voor is gekozen de beeldkwaliteit nog niet nader uit te werken (witte volumes), zal bij de nadere uitwerking in een volgende planfase moeten blijken of bovenstaande uitgangspunten voldoende tot uiting komen. Bij de advisering en beoordeling van deze aspecten hebben het kwaliteitsteam en de gemeentelijke adviescommissie een primaire rol. Op basis van de referentiebeelden en toelichting adviseer ik om extra aandacht te vragen voor de uitwerking van de verticale ritmiek in de Brinkpoortstraat. Verder adviseer ik om bij alle volumes aandacht te vragen voor de gevelbeëindiging: is er sprake van een zorgvuldige aansluiting op de omliggende bebouwing, in hoeverre gaat het groene dakenlandschap hiermee samen (ook qua hoogte, in combinatie met de begroeiing) en in hoeverre sluit het geheel ten slotte aan bij het dakenlandschap van de binnenstad? 5. Effect van centrale volume op stadsgezicht Volume F vormt het hoogste volume en sluit met een hoogte van 25,20 meter min of meer aan bij de uitzondering die de visie op hoger bouwen maakt voor nieuwe ontwikkelingen in de binnenstad. Het masterplan stelt: ‘het gebouw wordt ontworpen als nieuw element in de skyline van het stadsgezicht.

De materialisatie, detaillering en kleurstelling moeten in relatie zijn tot de overige hoogteaccenten van de binnenstad.’ Ten opzichte van vorige visualisaties maakt het huidige masterplan door middel van aanvullende visualisaties en dwarsdoorsnedes beter zichtbaar in hoeverre het volume waarneembaar is vanuit de omgeving. Aan de Singelzijde is het volume vooral van grotere afstand zichtbaar; naarmate men dichterbij komt valt het volume weg achter de andere volumes. In de Keizerstraat zal het volume vanuit de straat duidelijk te zien zijn en boven de ervoor gelegen (villa)bebouwing uit steken.

Pagina 3 van 4

In hoeverre dit een inbreuk vormt voor het karakter van het beschermd gezicht hangt sterk af van de nadere vormgeving. De referentiebeelden geven een indicatie maar geven net als bij de overige volumes onvoldoende houvast voor een beoordeling. Gelet op de mogelijke impact op het aanzicht van het stadsgezicht, zowel van buiten als binnen het stadsgezicht zelf, adviseer ik negatief op de huidige uitwerking van dit volume. Ik adviseer om voor volume F een uitwerking van de beeldkwaliteit te vragen en deze tevens uit te laten werken voor de (3D) aanzichten, zodat er een beter beeld ontstaat van het effect op het stadsgezicht van deze toevoeging aan de skyline. Ik adviseer om deze uitwerking te vragen voordat u overgaat tot een besluit over het omgevingsplan. Conclusie Het masterplan Topicus sluit in stedenbouwkundig opzicht op veel aspecten aan bij het karakter van het beschermd stadsgezicht. Vooral aan de Singelzijde sluiten maat, schaal en geleding goed aan op de bestaande waarden. In hoeverre ontwerp en materialisatie bij de omgeving aansluiten zal moeten blijken bij een nadere uitwerking van de beeldkwaliteit in de volgende planfase. Verticale ritmiek en gevelbeëindiging vragen hier om aandacht.

Het centrale volume F vraagt op voorhand om een nadere uitwerking: omdat het plan hier een nieuw element aan de skyline toevoegt, is deze uitwerking nodig om te oordelen of dit element zowel stedenbouwkundig als architectonisch passend is binnen het beschermde stadsgezicht.

Met vriendelijke groet, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Ron Buiting MSc Adviseur Erfgoed en Ruimte

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14976398/1