2024-912 Bijlage B5 Akoestisch onderzoek milieutechnische inpassing
Tekst van het document
AKOESTISCH ONDERZOEK RUIMTELIJKE EN MILIEUTECHNISCHE INPASSING SCHOOLBESTEMMING Sportlaan Lettele [gemeente Deventer]
RAPPORT
25350
Akoestisch onderzoek ruimtelijke c.q. milieutechnische inpassing schoolbestemming
Projectlocatie Sportlaan Lettele [gemeente Deventer] Opdrachtgever Buro Stedenbouw Kerkplein 5 8121 BM Olst
Projectnummer en versie:
Status:
DEFINITIEF
25350, versie 1.1 Projectleider:
Ing. B. Mengers ANCOOR Lijsterbeslaan 117 7004 GN DOETINCHEM Telefoon 03 14 - 36 81 06 Email info@ancoor.nl
Paraaf:
Rapportdatum:
06-01-2025
ANCOOR Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Inhoudsopgave 1. Aanleiding en doelstelling onderzoek ......................................... 1-1 1.1 Aanleiding onderzoek ......................................................................1-1 1.2 Doelstelling onderzoek ....................................................................1-1 1.3 Verkeer aantrekkende werking ....................................................... 1-1 1.6 Reikwijdte van het onderzoek ......................................................... 1-2 2. Wettelijk kader ........................................................................... 2-1 2.1 Geluidgevoelig gebouw ...................................................................2-1 2.2 Geluideisen activiteiten ...................................................................2-1 2.2.1 Standaardwaarden toelaatbaar geluid ..................................... 2-1 2.2.2 Buiten beschouwing laten bij toetsing ..................................... 2-2 2.2.3 Grenswaarden aanvaardbaar geluid......................................... 2-2 2.2.4 Hoger dan de grenswaarde.......................................................2-2 2.2.5 Grenswaarden in- en aanpandige gebouwen ........................... 2-3 2.2.6 Eerbiedigende werking ............................................................. 2-3 2.3 Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen ...........
2-3 2.4 Niet-geluidgevoelige gevel .............................................................. 2-3 2.5 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid ............................................... 2-3 3. Ruimtelijke inpassing .................................................................. 3-1 3.1 Te hanteren uitgangspunt ...............................................................3-1 3.1.1 Milieuhinderlijke activiteit ........................................................ 3-1 3.1.2 Milieugevoelige activiteit..........................................................3-1 3.1 Toekenning gebruiksruimte .............................................................3-1 3.2 Geluid aandachtgebied .................................................................... 3-2 3.3 Categorie-indeling overeenkomstig overgangsrecht .......................3-2 3.3.1 Richtafstanden publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ ......... 3-2 3.4 Vaststelling gebiedstype en Geluidruimte zones .............................3-3 3.4.1 Functiemenging bedrijfsactiviteiten ......................................... 3-3 3.4.2 Vertaalslag naar Geluidruimte zones........................................ 3-4 3.5 Toetsing geluidruimte zone schoolbestemming .............................. 3-4 3.5.1 Geluidruimte zone Zwembad ...................................................
3-5 3.5.2 Geluidruimte zone Sporthal ...................................................... 3-5 3.5.3 Geluidruimte zone Kulturhus .................................................... 3-5 3.6 Conclusie Ruimtelijke inpassing schoolbestemming ....................... 3-6 3.6.1 Zwembad ..................................................................................3-6 3.6.2 Sporthal ....................................................................................3-6 3.6.3 Kulturhus...................................................................................3-6 3.7 Aanbevelingen Ruimtelijke inpassing schoolbestemming ............... 3-7 4. Planologische inpassing zwembad en sporthal............................ 4-1 4.1 Situering binnen Geluidruimte zonegrens ....................................... 4-1 4.2 Uitwerking bronvermogens oppervlaktebronnen ........................... 4-1 4.2.1 Handreiking Zonebeheer .......................................................... 4-1 4.3 Maximaal planologische inpassing zwembadlocatie ....................... 4-2 4.3.1 Optredende geluidbelastingen ................................................. 4-2 Maximale planologisch inpassing sporthallocatie ................................... 4-3 4.3.2 Optredende geluidbelastingen .................................................
4-3 4.4 Conclusie planologische inpassing zwembad en sporthal ............... 4-4 5. Milieutechnische inpassing Kulturhus ......................................... 5-1 5.1 Algemeen .........................................................................................5-1 5.2 Geluidsmetingen en waarnemingen................................................ 5-1 5.4 Vertaling naar een geluidruimte zone ............................................. 5-2 5.1 Milieutechnische inpassing Kulturhus .............................................5-3 5.1.1 Optredende geluidbelastingen ................................................. 5-3 5.2 Conclusie milieutechnisch inpassing Kulturhus ............................... 5-4 6. Beoordeling overschrijding standaardnorm ................................ 6-1 6.1 Conclusie inpassing schoolbestemming ..........................................6-1
6.1.1 Herschikking geluidgevoelige ruimten ...................................... 6-1 6.1.2 Toepassen ‘Niet geluidgevoelige gevel’ ....................................6-2 6.1.3 Conclusie en voorstel ................................................................6-2 6.2 Maatregelen overschrijding geluid zwembad .................................6-2 6.2.1 Overdrachtsmaatregelen ..........................................................6-2 6.2.2 Beoordeling flexibiliteitsbepaling ............................................. 6-3 6.2.3 Conclusie te treffen maatregelen ............................................. 6-3 6.2.4 Afwijkingsbevoegdheid ............................................................. 6-4 7. Mogelijk te overwegen alternatieve inpassing ............................ 7-1 7.1 Beschouwing op basis van daadwerkelijk gebruik ...........................7-1 7.1.1 Ruimtelijke inpassing na vaststelling maatwerkvoorschriften . 7-1 7.2.1 Vertaling naar begrenzing geluidaandachtsgebied .................. 7-2 7.3.1 Spelende kinderen ....................................................................7-3 7.3.2 Schreeuwende kinderen ...........................................................
7-4 7.3.4 Maximaal optredende geluidbelastingen .................................7-5 7.4 Conclusie inpassing gebaseerd op daadwerkelijk gebruik...............7-5 7.4.1 Milieutechnische inpassing Sporthal ........................................7-5 7.4.2 Milieutechnische inpassing zwembad ......................................7-5 7.5 Aanbevelingen .................................................................................7-6 8. Cumulatie en gezamenlijke geluidbelastingen ............................ 8-1 8.2 Gecumuleerde geluidbelastingen ....................................................8-1 8.2.1 Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid.................................... 8-1 8.3 Gezamenlijke geluidbelastingen ...................................................... 8-2 9. Conclusie op basis van planologische inpassing .......................... 9-1 9.1 Algemeen .........................................................................................9-1 9.2 Ruimtelijke inpassing .......................................................................
9-1 9.2.1 Zwembad ..................................................................................9-1 9.2.2 Sporthal ....................................................................................9-2 9.2.3 Kulturhus...................................................................................9-2 9.2.4 Aanbevelingen Ruimtelijke inpassing .......................................9-2 9.3 Planologische inpassing zwembad en sporthal ............................... 9-2 9.4 Milieutechnisch inpassing Kulturhus ...............................................9-3 9.5 Beoordeling overschrijding standaardnorm .................................... 9-3 9.6 Aanbevelingen .................................................................................9-3 9.6.1 Geluidwering gevel ...................................................................9-3 9.6.2 Geluidsluis aansluiting op bestaande bestemmingen ..............9-4 10. Conclusie op basis van daadwerkelijk gebruik ...........................10-1 10.1 Beschouwing op basis van daadwerkelijk gebruik .........................10-1 10.2 Milieutechnische inpassing Sporthal ............................................. 10-1 10.3 Milieutechnische inpassing zwembad ...........................................10-2 10.4 Aanbevelingen ...............................................................................10-2
Bijlagen 01 02 03 04 05 06 07 08 09 07
Regionale en lokale situering Zoneringsschets ruimtelijk inrichting Planologische inpassing Zwembad Planologische inpassing Sporthal Meetgegevens Kulturhus Milieutechnische inpassing Kulturhus Voorzieningen Zwembad Cumulatie en gezamenlijk optredende geluidbelastingen Milieutechnische inpassing Sporthal Milieutechnische inpassing Zwembad
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
Hoofdstuk
1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.1 Aanleiding onderzoek In opdracht van Buro Stedenbouw te Olst, is door ANCOOR te Doetinchem een akoestisch onderzoek uitgewerkt naar de akoestische inpassing van een geprojecteerde schoolbestemming aan de Sportlaan te Lettele [gemeente Deventer]. Hierbij dient te worden nagegaan in hoeverre het mogelijk is om deze geprojecteerde bestemming ruimtelijk in te passen in haar directe omgeving. Bij het ruimtelijk inpassen van nieuwe voor geluidgevoelige bestemmingen, moet sprake zijn van een zorgvuldige belangenafweging. Naast aspecten als stedenbouwkundige opzet, verkeer, bodem, luchtkwaliteit, archeologie, water, bebouwingshoogte, bouwvlakken et cetera, dient hierbij ook te worden nagegaan of de te projecteren schoolbestemming inpasbaar is in haar directe omgeving. Hierbij dient met name te worden gedacht aan de mogelijke geluidoverlast afkomstig van in de directe omgeving gelegen bedrijven c.q. activiteiten als Kulturhus, sporthal en zwembad. Nagegaan dient te worden in hoeverre er binnen de te realiseren voor geluidgevoelige bestemming nog sprake is van een gezonde en veilige en fysieke leefomgeving en de in de directe omgeving van de geprojecteerde schoollocatie gelegen bedrijven en activiteiten hierdoor niet in hun belangen worden geschaad.
1.2 Doelstelling onderzoek Het doel van het ingestelde onderzoek is enerzijds om binnen de geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemming een gezonde, veilige en fysieke leefomgeving na te streven en anderzijds om de in de directe omgeving hiervan gelegen bedrijven en activiteiten niet in hun belangen te schaden. 1.3 Verkeer aantrekkende werking In de huidige bestemmingsplanpraktijk en systematiek van milieuzonering wordt de verkeer aantrekkende werking in de regel niet separaat in de planregels gereguleerd. Er wordt in omgevingsplannen veelal volstaan met een onderbouwing van de verkeersgeneratie (op basis van bijvoorbeeld CROW-kengetallen en verkeersmodellen) en van een aanvaardbare verkeersafwikkeling, evenals van de gevolgen voor luchtkwaliteit en wegverkeerslawaai. Ook in de VNG-publicatie ‘Milieuzonering Nieuwe Stijl’ is er geen regeling opgenomen voor de akoestische invloed van de verkeer aantrekkende werking. Het staat gemeenten vrij om in voorkomende gevallen, wanneer er sprake is van een aanzienlijke toename van het aantal verkeersbewegingen in de directe omgeving als gevolg van het geprojecteerde shoolbestemming dan wel wanneer zij dit wenselijk achten, aanvullend regels te stellen om de verkeersgeneratie verder te reguleren. Hiervoor kan aanvullend een akoestisch onderzoek met betreking tot de verkeer aantrekkende werking worden verlangd.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
1-1
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
1.4 Input 3D-rekenmodel Voor het uitwerken van het 3D-rekenmodel in GEOMILIEU is gebruik gemaakt van het door het Kadaster ter beschikking gestelde 3D Geluid data, versie 0.3.1. Met versie 0.3.1 bieden zij drie input-lagen aan voor geluid studies. Namelijk: 1. Gebouwen LoD 1.3; 2. TIN/Hoogtelijnen; 3. Bodemvlakken met geluidreflectie- en absorptie waarden voor een groot deel van de modeloppervlakte; voor de hierin niet als bodemvlak opgenomen ondergrond, is een standaard bodemfactor ingevoerd van 0,7, zijnde ‘compacte ondergrond’. De drie lagen zijn door het Kadaster volledig automatisch gegenereerd op basis van BAG, BGT en AHN. Voor deze data zijn keuzes gemaakt ten aanzien van vereenvoudiging van geometrieën, hoogte-differentiatie tussen aansluitende dakdelen, minimale afmetingen, etc. Deze gegevens zijn gegenereerd om gebruikt te worden binnen Standaard Rekenmethode II van het RMG2012 (SRM2) en zijn door ANCOOR één op één overgenomen in het rekenmodel ten behoeve van deze rapportage. 1.5 Gehanteerde rekenmethode In het “Reken- en meetmethode Industrie” in Bijlage IVh van de Omgevingsregeling, is de noodzakelijke rekenmethode aangewezen als standaard voor de uitvoering van de berekeningen in dit onderzoek. De bijlage geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van activiteiten, waarop milieuwetgeving van toepassing is.
De rekenparameters welke in het rekenmodel worden gehanteerd zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1-1: Rekenparameters Corre ctie Meteorologische correctie (standaard) Co = 5,0 Bodemdemping (standaardfactor) 0 Frequentie [Hz] 31 Luchtabsorptie (standaard HMRI-II.8) Demping [dB/km] 0,02
63 0,07
125 0,25
250 0,76
500 1000 2000 4000 8000 1,63 2,83 6,23 19,00 67,40
1.6 Reikwijdte van het onderzoek De uitvoering van werkzaamheden door ANCOOR vindt op zorgvuldige wijze volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden plaats. ANCOOR aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade ontstaan als gevolg van of verband houdend met het hiervoor aangehaalde restrisico en/of de geldigheidsduur van de regelgeving waarop deze is gebaseerd.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
1-2
W E T T E L I J K
K A D E R
Hoofdstuk
2. Wettelijk kader 2.1 Geluidgevoelig gebouw De wetgeving kent een stelsel van normen ter voorkoming van hinder afkomstig van verschillende geluidbronnen, zoals afkomstig van bedrijfsbestemmingen en activiteiten in de directe omgeving van een geprojecteerde nieuwe bestemming. Ter bescherming van geluidgevoelige bestemmingen zijn er standaardwaarden opgenomen waaraan dient te worden getoetst. Deze standaardwaarden staan gelijk aan voldoende kwaliteit voor een gezonde leefomgeving. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wijzen geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten aan. Dit is ter bescherming van mensen tegen omgevingsgeluid. Gebouwen met een gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs [onderwijsfunctie] zijn hierbij aangewezen als geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.21 Bk). Onder een geluidgevoelig gebouw vallen ook delen van een gebouw met een nevengebruiksfunctie van de onderwijsfunctie (artikel 3.21, lid 1 Bkl). Voorbeelden van nevengebruiksfuncties van een onderwijsfunctie zijn een gymnastieklokaal (sportfunctie) of een kantine (bijeenkomstfunctie).
2.2 Geluideisen activiteiten Bij toelaten van een geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemming in de directe nabijheid van al aanwezige of een te projecteren bedrijfsbestemmingen, dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar geluidniveau ter plaatse van de geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemming. Wat hierbij als aanvaardbaar wordt beschouwd, volgt uit een belangenafweging over beschermen en benu en van de leefomgeving en de (on)mogelijkheden die er zijn om maatregelen te treffen. Overeenkoms g het gestelde in ar kel 5.59 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving [Bkl], wordt bepaald dat dient te worden voorzien in een aanvaardbaar geluid ter plaatse van de gevels dan wel het binnenniveau van een geluidgevoelig bestemming. In het Omgevingsplan wordt geregeld wat er nodig is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar geluid per ac viteit. De regels in het Omgevingsplan gelden voor degene die de ac viteit verricht of wil gaan verrichten dan wel voor diegene die een voor geluidgevoelige bestemming wil creëren in de directe omgeving van al aanwezige of te projecteren ac viteiten. Bij het bereiken van een aanvaardbaar geluid door één ac viteit geldt een grenswaarde voor geluid in geluidgevoelig ruimten (binnenwaarde).
2.2.1 Standaardwaarden toelaatbaar geluid In tabel 5.65.1 (uit ar kel 5.65 van het Bkl) staan standaardwaarden voor de verschillende beoordelingsgrootheden en -perioden. Zij zorgen in het algemeen voor voldoende bescherming tegen geluid. Daarom is een uitgebreide mo vering van het opnemen van deze waarde niet nodig. Ga na of dit algemene (landelijke) perspec ef ook past voor uw lokale situa e.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
2-1
W E T T E L I J K
K A D E R
Tabel 2-1: Standaardwaarde toelaatbaar geluid op een geluidgevoelige bestemming. Beschrijving Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau L Ar,LT veroorzaakt door activiteiten Maximaal geluidniveau Lamax veroorzaakt door aandrijfgeluid transportmiddel Maximaal geluidniveau Lamax veroorzaakt door andere piekgeluiden
Dag [uur]
Avond [uur]
Nacht [uur]
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
--
70 dB(A)
70 dB(A)
--
65 dB(A)
65 dB(A)
2.2.2 Buiten beschouwing laten bij toetsing 1. Bij het bepalen van de geluidniveaus voor Lden overeenkomstig het omgevingsplan c.q. de Bruidschat, blijft buiten beschouwing: Het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; Het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; 2. Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax) overeenkomstig het omgevingsplan c.q. de Bruidschat, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: Het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of Het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan. 3. De maximale geluidniveaus (Lamax) overeenkomstig het omgevingsplan c.q. de Bruidschat, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: Voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en Het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).
2.2.3 Grenswaarden aanvaardbaar geluid In de Omgevingswet is bepaald dat het bevoegd gezag alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelige bestemming kan toegestaan als: 1. Er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; 2. De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; 3. Er tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; 4. Het gecumuleerd geluid is beoordeeld; 5. Het gezamenlijke geluid is bepaald; 6. Het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij het overwegen van geluidbeperkende maatregelen is betrokken. Met andere woorden: Wanneer door of na het treffen van geluid reducerende maatregelen, die niet bezwaarlijk zijn, de standaardwaarde nog steeds zal worden overschreden, dan kan geluid tot en met de grenswaarde onder voorwaarden worden toegestaan. 2.2.4 Hoger dan de grenswaarde Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw met een geluidbelasting op de gevel die hoger is dan de grenswaarde, kan alleen als: 1.
Aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die: • Bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
2-2
W E T T E L I J K
K A D E R
• Borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde. 2. Zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. 2.2.5 Grenswaarden in- en aanpandige gebouwen In ar kel 5.65 van het Bkl staan grenswaarden opgenomen welke gelden als toelaatbare binnenniveaus in geluidgevoelige ruimten ter plaatse van in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Tabel 2-2: Grenswaarde toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten in- en aanpandig gebouw. Be sch rijvin g Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door activiteiten Maximaal geluidniveau Lamax veroorzaakt door aandrijfgeluid transportmiddel Maximaal geluidniveau Lamax veroorzaakt door andere piekgeluiden
Dag [u ur]
A von d [u u r]
Nach t [u ur]
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
--
55 dB(A)
55 dB(A)
--
45 dB(A)
45 dB(A)
2.2.6 Eerbiedigende werking Eerbiedigende werking houdt in dat de 'oude' gevallen worden ontzien en alleen de 'nieuwe' gevallen onder de werking van de Omgevingswet vallen. Het oude inmiddels vervallen recht blijft voor deze gevallen, naast het nieuwe recht, als bestaande rechten voortbestaan. Hierbij is veelal sprake van bestaande rechten welke zijn verkregen vanuit de milieuwetgeving. 2.3 Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen In de Omgevingswet blijft de ‘Dove gevel’ min of meer vergelijkbaar bestaan, hoewel de term veranderd is naar ‘Niet-geluidgevoelige gevel’. Het verschil is dat in een nietgeluidgevoelige gevel wel ‘te openen delen‘ mogelijk zijn, zolang deze delen met een bouwkundige constructie zodanig worden afgeschermd dat deze niet wordt overschreden. Ook mag onder de Omgevingswet een grenswaarde ter plaatse van de te openen delen gemeenschappelijke doorgang aanwezig zijn, bijvoorbeeld een toegangsdeur van een appartementengebouw of een vluchtdeur. Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is een gevel die 2 typen maatregelen kan hebben: 1. Geen te openen delen. 2. Maatregelen waarmee het geluid op de te openen delen die direct grenzen aan een verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte, niet hoger is dan de grenswaarde.
2.4 Niet-geluidgevoelige gevel Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel die na een belangenafweging in het omgevingsplan de aanduiding ‘Niet-geluidgevoelige gevel met maatregelen’ krijgt. Een nietgeluidgevoelige gevel kan alleen worden toegepast als het onvermijdelijk is. Dat kan bij zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen. En waar het ook niet mogelijk is om maatregelen te nemen zodat wordt voldaan aan de grenswaarde. Bij een niet-geluidgevoelige gevel (als bedoeld in bijlage I bij het Bkl) wordt bij het vaststellen van benodigde geluidwering van die gevel uitgegaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB. 2.5 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Als de standaardwaarde voor een geluidbronsoort wordt overschreden, dient de geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw te worden bepaald.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
2-3
W E T T E L I J K
K A D E R
Gecumuleerd geluid wordt gebruikt voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de hinderlijkheid van geluid (gewogen geluid)) van verschillende geluidbronsoorten. De Omgevingsregeling regelt het hinderequivalent bij het optellen van geluid. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld als: 1. Een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten in een omgevingsplan; 2. Er sprake is van de aanleg van een weg, spoorweg of industrieterrein; 3. Er sprake is van wijziging van een weg of spoorweg die een toename van geluid veroorzaakt. Het is daarbij van belang of het geluidgevoelig gebouw zich binnen het geluidaandachtsgebied van de betreffende geluidbronsoort bevindt. Het gezamenlijke geluid (niet-gewogen), wordt gebruikt voor de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering van een geluidgevoelig gebouw. Ook hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van verschillende geluidbronsoorten.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
2-4
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Hoofdstuk
3. Ruimtelijke inpassing 3.1 Te hanteren uitgangspunt Er zijn twee manieren om milieuhinderlijke activiteiten en milieugevoelige activiteiten ten opzichte van elkaar in te passen. Het mengen van milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten en het scheiden van milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten. Ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in de huidige ruimtelijke ordening praktijk daarom van de volgende uitgangspunten uitgegaan: Functiemenging waar het kan (én gewenst is). Dit is alleen mogelijk wanneer door een evenwichtige situering van activiteiten de wederzijdse uitoefening niet onevenredig wordt belemmerd. Hierbij is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er ontstaat dan geen onevenredige ‘strijd’ tussen de gebruiksruimte van de verschillende activiteiten onderling, bijvoorbeeld in een ‘Gemengd gebied’ waarin sprake is van functiemenging. Functiescheiding waar het moet. Dit is het geval als er een onevenredige ‘strijd’ dreigt te ontstaan tussen de gebruiksruimte van de verschillende activiteiten onderling, zoals bijvoorbeeld tussen milieugevoelige functies en locaties waar sprake is van veel milieuhinderlijke activiteiten, dient sprake te zijn van functiescheiding.
3.1.1 Milieuhinderlijke activiteit Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluidhinder. Deze definitie van milieuhinderlijke activiteiten is breder dan de milieubelastende activiteiten aangewezen in het Bal, maar smaller dan volgens de algemene definitie in de Omgevingswet. 3.1.2 Milieugevoelige activiteit Onder een milieugevoelige activiteit wordt verstaan: een activiteit waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Naast wonen zijn dat onder meer scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen. 3.1 Toekenning gebruiksruimte In de nieuwe zoneringssystematiek is milieuzonering onderdeel van een goede ruimtelijke ordening en de beoordeling van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Bij het opstellen of aanpassen van een Omgevingsplan, moet sprake zijn van een zorgvuldige belangenafweging. Voor de inpassing van een voor geluidgevoelige bestemming in de directe nabijheid van bedrijfsactiviteiten is milieuzonering één van de primair te beschouwen aspecten.
Met het instrument milieuzonering wordt per bedrijfsbestemming een ruimtelijk kader vastgelegd, waarbij getoetst kan worden in hoeverre voorgenomen ontwikkelingen in de directe omgeving hiervan kunnen worden toegelaten. Enerzijds met als doel het borgen van een gezonde en veilige en fysieke leefomgeving en anderzijds het borgen van ruimte voor bedrijven om hun activiteiten uit te kunnen blijven oefenen. Ook in het Besluit kwaliteit leefomgeving [Bkl] is gebruiksruimte een belangrijk begrip. De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf op grond van het
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-1
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Omgevingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Onderstaand beschrijven wij op welke wijze in de nieuwe systematiek voor milieuzonering wordt gestuurd op gebruiksruimte en hoe dit aansluit op het gestelde in het vigerende Omgevingsplan. Ieder bedrijf heeft of krijgt zijn eigen gebruiksruimte. Zolang er in de bestemmingstoewijzing in het Omgevingsplan nog geen concrete gebruiksruimte is toegewezen op basis van de nieuwe wetgeving, blijft voor de beoordeling in hoeverre er al dan niet sprake is van een goede ruimtelijke ordening en de beoordeling van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving het gestelde in het Omgevingsplan [Voormalige bestemmingsplan], nog maatgevend. De hieraan ten grondslag liggende beoordelingssystematiek is nog gebaseerd op de oude VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. 3.2 Geluid aandachtgebied Om na te kunnen gaan of de geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemming is gelegen binnen de gebruiksruimte van één of meerdere bedrijfsbestemmingen, dient in eerste instantie te worden nagegaan hoe groot het geluid aandachtgebied rondom de in de directe nabijheid van het geprojecteerde plangebied gelegen bedrijfsbestemmingen is.
De in acht te nemen afstand tussen de begrenzing van de geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemmingen en de begrenzing van de in de directe omgeving hiervan gelegen bedrijfsbestemmingen, het zogenaamde geluidaandachtsgebied, loop naarmate de te verwachten geluidhinder per bedrijf of bedrijventerrein toeneemt op. Van Geluidruimte zone 1 bedrijven, die nagenoeg geen of slechts in een geringe mate geluidemissies produceren, tot Geluidruimte zone 6 bedrijven, die in de regel een forse geluidemissie produceren [grote lawaaimakers]. 3.3 Categorie-indeling overeenkomstig overgangsrecht In het overgrote deel van de Omgevingsplannen zijn momenteel de tot 1-1-2024 van kracht zijnde bestemmingsplannen nog ongewijzigd overgenomen. Dit geldt ook voor het bestemmingsplan ter plaatse van het geprojecteerde plangebied. Dit houdt in dat de hierin opgenomen bedrijfsmatige bestemmingen, nog niet zijn omgezet naar een op de betreffende activiteiten afgestemde gebruiksruimte [geluid-aandachtsgebied]. Totdat deze omzettingen zijn doorgevoerd, blijven voor de ruimtelijke inpassing van de geprojecteerde nieuwe ontwikkelingen, de regelgeving zoals deze was opgenomen in de inmiddels in het Omgevingsplan opgenomen voormalige bestemmingsplannen nog ongewijzigd van kracht. Dit geldt met name voor de hierin opgenomen bedrijvenlijst en de hieraan gekoppelde afstandstabellen.
Deze zijn veelal nog gebaseerd op de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. 3.3.1 Richtafstanden publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ Per bedrijfscategorie wordt in de genoemde VNG-publicatie een minimale afstand tot voor geluidgevoelige bebouwing aangegeven. De grootste afstand voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar voor een type bedrijf bepaalt de milieucategorie waarin deze wordt ingedeeld. De richtafstanden waarvan wordt uitgegaan bij de bedrijfsindeling is in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3-1: Richtafstanden per milieucategorie volgens VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Milie ucate gorie 1 2 3.1 3.2 4.1
R ichtafstand in me te rs R ustige woonwijk Ge me ngd ge bie d 10 30 50 100 200
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
0 10 30 50 100
3-2
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Naast het vastleggen van de milieucategorieen is er in de betreffende publicatie ook een beknopt overzicht opgenomen van bedrijfsbestemmingen waaraan een geluidcategorie is toegekend. Hierbij wordt uitgegaan van de ligging in een ‘Rustige woonwijk’. Voor de ligging in een ‘Gemengd gebied’ kan de benodigde minimaal aan te houden afstand met 1 stap worden verminderd. Zie hiervoor tabel 3.1. Voor de omgeving van het geprojecteerde plangebied betreft dit de in de onderstaande tabel opgenomen bedrijfsbestemmingen.
Cate gorie
55 553 554 554 5551
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Zwembaden: - niet overdekt Sporthallen MAALTIJDEN- EN 016 DRANKENVERSTREKKING 02 Restaurants, cafetaria's, snackbarse.d. 02 Café's, bars 021, 022, 029 Discotheken, muziekcafé's 03 Kantines
Grootste A fstand
0 2 A
Ge vaar
0899 101, 108 102 102
ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs
Ge luid
-
S tof
Numme r
0147 0147
Ge ur
S BI 2008
Tabel 3-2 Categorie-indeling volgens VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering.
0
0
30
0
30
2
30 0
0 0
200 50
10 0
200 50
4.1 3.1
10 0 0 10
0 0 0 0
10 10 30 10
10 10 10 10
10 10 30 10
1 1 2 1
Een Niet overdekt zwembad, zoals deze is toegestaan overeenkomstig het vigerende Omgevingsplan, worden volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, aangemerkt als categorie 4-1-bestemmingen. Hiervoor geldt gelegen in het gebiedstype ‘Rustige woonwijk’, een minimale geluidsafstand [zonebegrenzing] van 200 meter gemeten vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak en voor een ‘Gemengd gebied’ van 100 meter vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak. Een Sporthal, zoals deze is toegestaan overeenkomstig het vigerende Omgevingsplan, worden volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, aangemerkt als categorie 3-1-bestemmingen. Hiervoor geldt gelegen in het gebiedstype ‘Rustige woonwijk’, een minimale geluidsafstand [zonebegrenzing] van 50 meter gemeten vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak en voor een ‘Gemengd gebied’ van 30 meter vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak. Een Multicultureel centrum, zoals deze is toegestaan overeenkomstig het vigerende Omgevingsplan, kan volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden aangemerkt als categorie 2-bestemmingen [muziekcafe].
Hiervoor geldt gelegen in het gebiedstype ‘Rustige woonwijk’, een minimale geluidsafstand [zonebegrenzing] van 30 meter gemeten vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak en voor een ‘Gemengd gebied’ van 10 meter vanaf de planologische begrenzing van het bestemmingsvlak. 3.4 Vaststelling gebiedstype en Geluidruimte zones 3.4.1 Functiemenging bedrijfsactiviteiten In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is ook een bedrijvenlijst opgenomen om na te kunnen gaan welke functiemengingen er zijn toegestaan in welke gebiedstype. Bedrijfsbestemmingen in de categorie 4.1 en 3.1 zijn als gevolg van de mate van milieubelasting overeenkomstig de betreffende publicatie, aan te merken als tenminste
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-3
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Categorie B -bestemmingen. Dit houdt in dat de hierbij behorende activiteiten enkel in een ‘Gemengd gebied’ kunnen worden toegelaten. Bij functiemenging kan overeenkomstig de NVG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ ook worden gedacht aan: Stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; Horecaconcentratiegebieden; Zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen; (Delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. De geprojecteerde voor geluidgevoelige bestemming is gelegen een zone met functiemenging met categorie 3.1 en 4.1 bedrijfsbestemmingen. Deze omgeving kan op grond van het gestelde in de de VNG-publicatie worden aangemerkt als ‘Gemengd gebied’. 3.4.2 Vertaalslag naar Geluidruimte zones Aan de hand van het onderstaande overzicht, kunnen de in de vigerende Omgevingsplannen opgenomen milieu categorieën worden omgezet in Geluidruimte zone overeenkomstig het gestelde in de Omgevingswet: • Geluidruimte zone 1 is de basiswaarde die geldt in de eerste zone van het bedrijventerrein ten opzichte van een rustige woonwijk of een gemengd gebied. (Dit is te vergelijken met milieucategorie 1 en 2 uit de oude VNG-publicatie.) • Geluidruimte zone 2 kan worden toegekend in een zone op een afstand van tenminste 50 meter van rustig woongebied en 30 meter van gemengd woongebied.
(Dit is te vergelijken met milieucategorie 3.1 uit de oude VNG-publicatie.) • Geluidruimte zone 3 kan worden toegekend in een zone op een afstand van tenminste 100 meter van rustig woongebied en 50 meter van gemengd woongebied. (Dit is te vergelijken met milieucategorie 3.2 uit de oude VNG-publicatie.) • Geluidruimte zone 4 kan worden toegekend in een zone op een afstand van tenminste 200 meter van rustig woongebied en 100 meter van gemengd woongebied. (Dit is te vergelijken met milieucategorie 4.1 uit de oude VNG-publicatie.) Tabel 3-3 Geluidruimte zone indeling en minimaal in acht te nemen afstanden. Be drijfsb e ste mming A fstand van gre ns 07.00 - 19.00 uur 19.0 0- 23.00 uu r 23.00- 07 .00 uur Geluidruimte zone 1 30 meter t.p.v. rustige woonwijk 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 10 meter t.p.v. gemengd gebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Geluidruimte zone 2 50 meter t.p.v. rustige woonwijk 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 30 meter t.p.v. gemengd gebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Geluidruimte zone 3 100 meter t.p.v. rustige woonwijk 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 50 metert.p.v. gemengd gebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Geluidruimte zone 4 200 meter t.p.v. rustige woonwijk 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 100 meter t.p.v. gemengd gebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)
Het niet overdekte zwembad betreft in de nieuwe regelgeving een Geluidzone 4 bedrijfsbestemming, de sporthal een geluidruimte zone 2 bedrijfsbestemming en het Kulturhus een geluidruimte zone 1 bedrijfsbestemming. 3.5 Toetsing geluidruimte zone schoolbestemming Voor de uitwerking van de ruimtelijke inpassing van de geprojecteerde voor de geluidgevoelige bestemming in haar directe omgeving, is de geluidruimte zone c.q. het planologische aandachtsgebied rondom bedrijfsbestemmingen voor een geluidruimte zone 1, 2 en 4 bedrijfsbestemmingen, overeenkomstig de nieuwe systematiek binnen de 50 dB(A)-zonegrens van belang.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-4
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
3.5.1 Geluidruimte zone Zwembad Uit de uitgewerkte geluidruimte zone 4 blijkt dat de geprojecteerde schoolbestemming binnen de 100 meter zone van het zwembad is gelegen.
3.5.2 Geluidruimte zone Sporthal Uit de uitgewerkte geluidruimte zone 2 blijkt dat de geprojecteerde schoolbestemming binnen de 30 meter zone van de sporthal is gelegen.
3.5.3 Geluidruimte zone Kulturhus Uit de uitgewerkte geluidruimte zone 1 blijkt dat de geprojecteerde schoolbestemming binnen de 10 meter zone van het Kulturhus is gelegen.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-5
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Uit een uitgevoerde inventarisatie van het gebruik van met name het Kulturhus bleek, dat hier ook de fanfare en de drumband oefenen en er een terras kan worden ingericht aan de zijde van de te projecteren planlocatie. Dit houdt in dat een geluidruimte zone zoals deze overeenkomstig de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is aangegeven van 10 meter, in werkelijkheid zeker te gering van omvang zal zijn. 3.6 Conclusie Ruimtelijke inpassing schoolbestemming Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van de geprojecteerde schoolbestemming aan de Sportlaan te Lettele, gemeente Deventer, zonder het treffen van aanvullende voorzieningen, niet voldaan kan worden aan de criteria zoals deze zijn opgenomen in de aan de Omgevingswet gelieerde VNG-publicatie ‘Milieuzonering Nieuwe Stijl’. 3.6.1 Zwembad De volledige geprojecteerde schoolbestemming is gelegen binnen de geluidruimte zone van het zwembad. Gezien de omvang van dit buitenbad, kan worden gesteld dat een geluidruimte zone 4 bestemming met een zone op 100 meter afstand tot aan de bestemmingsbegrenzing wel enigszins overtrokken zal zijn, maar dat hiervan ter plaatse zonder het treffen van aanvullende voorzieningen overlast zou kunnen worden ondervonden in de binnenruimten, staat wel vast.
Ook kan worden gesteld dat de betreffende bedrijfsbestemming zonder het treffen van aanvullende voorzieningen naar verwachting in haar belangen zal worden geschaad. 3.6.2 Sporthal Ook voor de Sporthal c.q. sportzaal geldt dat de geprojecteerde schoolbestemming is gelegen binnen de geluidruimte zone 2 hiervan. Ook hierbij kan worden gesteld dat hiervan ter plaatse zonder het treffen van aanvullende voorzieningen overlast zou kunnen worden ondervonden en dat ook deze bedrijfsbestemming naar verwachting in haar belangen kan worden geschaad. 3.6.3 Kulturhus Ook voor het Kulturhus geldt dat de geprojecteerde schoolbestemming, wanneer wordt uitgegaan van een geluidruimte zone 1 inrichting, binnen deze zone is gelegen. Ook hierbij kan worden gesteld dat hiervan ter plaatse zonder het treffen van aanvullende
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-6
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
voorzieningen overlast zou kunnen worden ondervonden en dat ook deze bedrijfsbestemming naar verwachting in haar belangen kan worden geschaad. 3.7 Aanbevelingen Ruimtelijke inpassing schoolbestemming Nu blijkt dat de geprojecteerde schoolbestemming binnen de geluidruimte zones van alle in de directe omgeving hiervan gelegen bedrijfsbestemmingen is gelegen, kan deze geprojecteerde bestemming niet zonder meer ruimtelijk worden ingepast. Om na te kunnen gaan of via het aanbrengen van aanvullende maatregelen de optredende geluidbelastingen op een afdoende wijze kunnen worden gereduceerd om inpassing alsnog mogelijk te kunnen maken, kan aanvullend gericht milieutechnisch onderzoek worden uitgevoerd. Daarnaast dient hierbij te worden onderzocht in hoeverre het daadwerkelijke gebruik van de betreffende bedrijfsbestemmingen wel overeenkomt met de het maximale gebruik [lees: omvang van de geluidruim zone] overeenkomstig de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor het openluchtzwembad zal, gezien de oppervlakte hiervan, de betreffende zone-omvang [Geluidruimte zone 4] ruimschoots voldoende zijn. Voor deze bedrijfsbestemming kan daarom worden volstaan met het bepalen van de optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde schoolbestemmingen aan de hand van het bij deze categorie behorende oppervlaktebronniveau. Ditzelfde geldt voor de sporthal.
Ook hiervan mag worden aangenomen dat de betreffende zone-omvang [geluidruimte zone 2] voldoende zal zijn. Ook hierbij kan daarom worden volstaan met het bepalen van de optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde schoolbestemming aan de hand van het bij deze categorie behorende oppervlaktebronniveau. Voor het Kulturhus ligt dit wat ingewikkelder. Met name omdat deze bestemming gebruikt wordt als dorpshuis waar een groot aantal verenigingen gebruik van maken. Hier repeteert onder anderen de fanfare en de drumband en wordt er ook mechanisch versterkte muziek ten gehore gebracht. Ook is er een ruimte aanwezig voor het inrichten van een terras. Daarnaast wenst het beheer van het Kulturhus, op geen enkele wijze te worden belemmerd in het gebruik van de hierbinnen beschikbare ruimten. Hierdoor zal de representatieve bedrijfssituatie naar wij verwachten niet binnen de zone-omvang van een geluidruimte zone 1 bedrijfsbestemming passen. Hiervoor dient, gebaseerd op de daadwerkelijke representatieve bedrijfssituatie, nader aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
3-7
P L A N O L O G I S C H E
I N P A S S I N G
Z W E M B A D
E N
S P O R T H A L
Hoofdstuk
4. Planologische inpassing zwembad en sporthal 4.1 Situering binnen Geluidruimte zonegrens Uit de situering van het geprojecteerde plangebied blijkt dat deze is gesitueerd binnen de planologische Geluidruimte zones van zowel het zwembad als van de sporthal. Een verregaande scheiding van functies kan leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit. Dit is ook het standpunt van de gemeente die heeft toegezegd, indien mogelijk, medewerking te willen verlenen aan de geprojecteerde nieuwbouwplannen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het daarom de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving noodzakelijk is. Met gericht aanvullend onderzoek kan worden nagegaan wat de optredende geluidsbelastingen op de betreffende voor geluidgevoelig bestemming is, wanneer de geluidsruimte van beide bedrijfsbestemmingen planologisch volledig wordt ingevuld. Dit wil zeggen dat de optredende geluidbelastingen worden bepaald op het moment dat er een kavelbron in het rekenmodel is ingebracht met een optredende geluidbelasting op de zonegrens van 50 dB(A).
4.2 Uitwerking bronvermogens oppervlaktebronnen 4.2.1 Handreiking Zonebeheer Om het optredende bronvermogen van de betreffende oppervlaktebronnen te kunnen bepalen, wordt er in de regel gebruik gemaakt van de uitwerking een berekeningsmethode waarbij met behulp van het toekennen van oppervlaktebronnen per bedrijfsbestemming, wordt nagegaan bij welk bronniveau de optredende geluidbelasting op de begrenzing van de Geluidruimte zone overeenkomt met de planologisch toegestane maximale waarde. In dit geval een optredende geluidbelasting van 50 dB(A) op de zonegrens. Overeenkomstig het gestelde in de ‘Handreiking zonebeheer’, van het voormalige ministerie van VROM, van december 2006, is hiervoor in het verleden een systematiek uitgewerkt waarbij aan de hand van een kengetal per milieucategorie een globale kavelbronniveau op basis van een afstandscriterium kan worden bepaald. Op basis van deze systematiek kan voor zowel de zwembadlocatie als de sporthal een oppervlaktebronniveau worden bepaald welke op de betreffende geluidruimte zonegrens een maximaal toegestane geluidbelasting genereerd van 50 dB(A). Wanneer het juiste oppervlaktebronniveau per bedrijfsbestemming is vastgesteld, kan de optredende
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
4-1
P L A N O L O G I S C H E
I N P A S S I N G
Z W E M B A D
E N
S P O R T H A L
geluidbelasting op de te projecteren school bestemming worden bepaald. Ook wanneer deze binnen de betreffende geluidruimte zone is gelegen. Wanneer middels het treffen van voorzieningen met de optredende geluidbelasting op de gevels van de betreffende schoolbestemming rekening wordt gehouden, dan kan worden gesteld dat geen van de bedrijfsbestemmingen in hun belangen wordt geschaad en er ter plaatse van de geprojecteerde schoolbestemming sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Omdat de oppervlaktebronniveaus in ons rekenprogramma spectraal dienen te worden ingevoerd, zijn deze met de toepassing van het standaard industriespectrum omgezet naar een inputbestand. Onderstaand is het toegepaste standaardspectrum weergegeven. Tabel 4-1: Standaardspectrum industrielawaai. Sp ec t ru m in du st rielaw aai Correctie industrielawaai
31
63 -28,6
-20,9
125 250 500 1000 2000 4000 8000 -14,8 -10,2 -7,0 -6,1 -7,1 -9,3 -9,8
4.3 Maximaal planologische inpassing zwembadlocatie Voor een Geluidruimte zone 4 bestemming gelegen in een gebiedstype ‘Gemengd gebied’ geldt, dat er op ten minste 100 meter van de begrenzing van het betreffende bestemmingsvlak sprake is van een maximaal optredende geluidbelasting van 50 dB(A). Om met dit uitgangspunt de gezamenlijke en gecumuleerde optredende geluidbelastingen te kunnen bepalen en om hiermee te kunnen rekenen, hebben wij hiervoor een oppervlaktebronniveau uitgewerkt. Wanneer voor de zwembadlocatie een oppervlaktebronniveau van Lw= 106 dB(A) wordt ingevoerd, dan is op de zonegrens sprake van een optredende geluidbelasting van 50 dB(A). Hierbij kan nog worden opgemerkt dat bij het terugrekenen naar een oppervlaktebronniveau, geen rekening wordt gehouden met afschermende werking en reflecties. Wanneer de genoemde oppervlaktebron binnen de begrenzing van de aanwezige bedrijfsbestemming in het rekenprogramma GEOMILIEU wordt doorgerekend, dan blijken de optredende geluidbelasting op de zonebegrenzingen inderdaad 50 dB(A) te bedraagt. Dit houdt in dat de berekende optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde schoolbestemming als planologisch representatieve maximale geluidbelastingen kunnen worden beschouwd. Tabel 4-2: Toetsing Letm op zonegrens Geluidruimte zone 4 bedrijfsbestemming [zonder afscherming en reflecties]. Naam TP01-4_A TP02-4_A
Om sc h r ij v in g Toetspunt 01 Zwembad Toetspunt 02 Zwembad
H o o gt e* D ag d B(A) Av on d d B(A) Nac h t dB (A) 4,00 49,5 44,5 39,5 4,00 50,1 45,1 40,1
L et m 49,5 50,1
St an d aard w aar d e 50 50
Afw ij kin g 0
4.3.1 Optredende geluidbelastingen Uitgaande van de planologisch maximaal optredende oppervlaktebronniveau afkomstig van het zwembad, zijn in de navolgende tabel de hierop gebaseerde rekenuitkomsten ter plaatse van de geprojecteerde schoolbestemmingen weergegeven. Hierbij kan worden opgemerkt, dat hierbij de reflecties en afschermingen wel weer zijn mee berekend.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
4-2
P L A N O L O G I S C H E
I N P A S S I N G
Z W E M B A D
E N
S P O R T H A L
Tabel 4-3: Toetsing Letm aan de gestelde standaardwaarde Geluidruimte zone 4 zwembad [inclusief afschermingen en reflecties]. Naam TP100_A TP101_A TP102_A TP103_A TP104_A TP105_A TP106_A TP107_A
Omschrijving Toetspunt 100 Toetspunt 101 Toetspunt 102 Toetspunt 103 Toetspunt 104 Toetspunt 105 Toetspunt 106 Toetspunt 107
Hoo gte * 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
Dag dB(A ) 58,2 55,2 45,3 43,0 36,3 36,1 44,2 59,9
A vo nd dB(A ) Nacht dB(A ) 53,2 48,2 50,2 45,2 40,3 35,3 38,0 33,0 31,3 26,3 31,1 26,1 39,2 34,2 54,9 49,9
Le tm 58,2 55,2 45,3 43,0 36,3 36,1 44,2 59,9
S tandaardwaarde A fwijking 50 8 50 5 50 50 50 50 50 50 10
In de bovenstaande tabel zijn de optredende geluidbelastingen weergegeven voor de ingevoerde planologisch maximale geluidbelasting afkomstig van het zwembad. Wanneer de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de in de directe omgeving geprojecteerde schoolbestemming wordt getoetst aan de standaardwaarde van 50 dB(A), dan kan worden gesteld dat hieraan niet ter plaatse van alle beoordelingspunten op de betreffende gevels kan worden voldaan. Er is sprake van een optredende geluidbelasting van maximaal 60 dB(A) als gevolg van het maximaal in werking zijn van het zwembad. Een maximale overschrijding van ten opzichte van de standaardwaarde van 10 dB(A). Maximale planologisch inpassing sporthallocatie Voor een Geluidruimte zone 2 bestemming gelegen in een gebiedstype ‘Gemengd gebied’ geldt, dat er op ten minste 30 meter van de begrenzing van het betreffende bestemmingsvlak sprake is van een maximaal optredende geluidbelasting van 50 dB(A). Om met dit uitgangspunt de gezamenlijke en gecumuleerde optredende geluidbelastingen te kunnen bepalen en om hiermee te kunnen rekenen, hebben wij ook hiervoor een oppervlaktebronniveau uitgewerkt. Wanneer voor de sporthallocatie een kavel-bronniveau van Lw= 93,3 dB(A) wordt ingevoerd, dan is op de zonegrens sprake van een optredende geluidbelasting van 50 dB(A).
Hierbij kan nog worden opgemerkt dat bij het terugrekenen naar een oppervlaktebronniveau, geen rekening wordt gehouden met afschermende werking en reflecties. Wanneer de genoemde oppervlaktebron binnen de begrenzing van de aanwezige bedrijfsbestemming in het rekenprogramma GEOMILIEU wordt doorgerekend, dan blijken de optredende geluidbelasting op de zonebegrenzingen inderdaad 50 dB(A) te bedraagt. Dit houdt in dat de berekende optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde schoolbestemming als planologisch representatieve maximale geluidbelastingen kunnen worden beschouwd. Tabel 4-4: Toetsing Letm op zonegrens Geluidruimte zone 2 bedrijfsbestemming [zonder afscherming en reflecties]. Naam TP03-2_A TP04-2_A
Om sc h r ij v in g TP03-2 Sporthal TP04-2 Sporthal
H o o gt e* D ag d B(A) Av on d d B(A) Nac h t dB (A) 4,00 50,2 45,2 40,2 4,00 49,4 44,4 39,4
L et m 50,2 49,4
St an d aard w aar d e 50 50
Afw ij kin g 0 -
4.3.2 Optredende geluidbelastingen Uitgaande van de planologisch maximaal optredende oppervlaktebronniveau afkomstig van de sporthal, zijn in de navolgende tabel de hierop gebaseerde rekenuitkomsten ter plaatse van de geprojecteerde schoolbestemmingen weergegeven. Hierbij kan worden opgemerkt, dat hierbij de reflecties en afschermingen wel weer zijn mee berekend.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
4-3
P L A N O L O G I S C H E
I N P A S S I N G
Z W E M B A D
E N
S P O R T H A L
Tabel 4-5: Toetsing Letm aan de gestelde standaardwaarde Geluidruimte zone 2 Sporthal inclusief afschermingen en reflecties]. Naam TP100_A TP101_A TP102_A TP103_A TP104_A TP105_A TP106_A TP107_A
Omschrijving Toetspunt 100 Toetspunt 101 Toetspunt 102 Toetspunt 103 Toetspunt 104 Toetspunt 105 Toetspunt 106 Toetspunt 107
Hoo gte * 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
Dag dB(A ) 32,3 29,8 29,9 33,1 46,8 51,4 58,7 38,8
A vo nd dB(A ) Nacht dB(A ) 27,3 22,3 24,8 19,8 24,9 19,9 28,1 23,1 41,8 36,8 46,4 41,4 53,7 48,7 33,8 28,8
Le tm 0,0 0,0 29,9 33,1 46,8 51,4 58,7 38,8
S tandaardwaarde A fwijking 50 50 50 50 50 50 1 50 9 50 -
In de bovenstaande tabel zijn de optredende geluidbelastingen weergegeven voor de ingevoerde planologisch maximale geluidbelasting afkomstig van de sporthal. Wanneer de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de in de directe omgeving geprojecteerde schoolbestemming wordt getoetst aan de standaardwaarde van 50 dB(A), dan kan worden gesteld dat hieraan niet ter plaatse van alle beoordelingspunten op de betreffende gevels kan worden voldaan. Er is sprake van een optredende geluidbelasting van maximaal 59 dB(A) als gevolg van het maximaal in werking zijn van de sporthal. Een maximale overschrijding van ten opzichte van de standaardwaarde van 9 dB(A). 4.4 Conclusie planologische inpassing zwembad en sporthal Geconcludeerd kan worden dat de optredende geluidbelasting voor het planologisch maximaal in gebruik zijn van het zwembad, ter plaatse van de maatgevende ontvangerpunten op de geprojecteerde schoolbestemming maximaal 60 dB(A) bedraagt. Dit betreft een overschrijding ten opzichte van de standaardnorm met maximaal 10 dB(A). Voor de sporthal bedraagt dit maximaal 59 dB(A). Een overschrijding van 9 dB(A) ten opzichte van de standaardwaarde.
Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het ter plaatse van de geprojecteerde schoolbestemming de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en anderzijds het streven om geluidruimte voor bedrijfsbestemmingen te kunnen blijven borgen op grond waarvan zij hun activiteiten op een representatieve wijze uit kunnen blijven oefenen.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
4-4
M I L I E U T E C H N I S C H E
I N P A S S I N G
K U L T U R H U S
Hoofdstuk
5. Milieutechnische inpassing Kulturhus 5.1 Algemeen Was het bij zowel het zwembad als de sporthal zo dat de omvang van de geluidruimte zone voldoende was om aan te kunnen sluiten bij de planologisch maximaal uit te voeren activiteiten ter plaatse, bij het Kulturhus is het nog maar de vraag of de ter plaatse uitgevoerde activiteiten wel passen binnen de geluidruimte zone 1 activiteiten zoals deze planologisch voor een horeca-bestemming in de regel wordt toegestaan. Om geluidhinder naar de toekomst te voorkomen, dient in eerste instantie te worden nagegaan of de activiteiten zoals deze binnen het Kulturhus worden uitgevoerd, wel passen binnen een geluidruimte zone 1 inrichting, Hierna is ter voorbereiding op de uitwerking van dit onderzoek, gericht onderzoek gedaan. Naast de inventariataie van de representatieve bedrijfssituatie, zij er ook isolatiemetingen uitgevoerd van de meest relevante ruimten in het Kulturhus. Temeer omdat het uitgangspunt bij de uitwerking van dit onderzoek is dat deze zelfstandig draaiende inrichting niet door de realisatie van de schoolbestemming in haar functioneren en ontwikkelingen mag worden belemmerd.
5.2 Geluidsmetingen en waarnemingen Om na te kunnen gaan in welke geluidruimte zone het Kulturhus thuishoort om geluidoverlast in de toekomst te voorkomen, hebben er op dd.30-10-2024 isolatiemetingen plaatsgevonden ter plaatse van het Kulturhus, aan de zijde van de geprojecteerde schoolbestemming. Dit met het doel om de input te kunnen verzorgen voor een op te stellen rekenmodel waaruit blijkt waar de 50 dB(A) zonecontour daadwerkelijk is gelegen. De meting hebben plaatsgevonden tussen 10.30 uur en 12.30 uur en waren aangekondigd. 5.2.1 Meetapparatuur Voor het uitvoeren van de metingen is gebruik gemaakt van de volgende apparatuur: Precisie integrerende geluidsniveaumeter: RION NA-27, IEC651 type I (inc. Realtime octaaf- en tertsbandanalyse); Microfoon: UC-53A; IJkbron: Brüel & Kjaer type 4230; Windbol. Voor en na de metingen is de apparatuur gecontroleerd op een juiste werking en gekalibreerd. 5.2.2 Meteocondities De bronmetingen hebben in de directe nabijheid van de afstralende gevels plaatsgevonden, zodat deze binnen het meteoraam zijn uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van de metingen was een ruisbron in gebruik. 5.2.3 Meetresultaten Voor een overzicht van de meetresultaten wordt verwezen naar de in Bijlage 05 opgenomen meetrapporten.
Projectnummer: 25350, versie 1.1 Datum: 06-01-2025
5-1
M I L I E U T E C H N I S C H E
I N P A S S I N G
K U L T U R H U S
5.3 Afstralende gebouwdelen 5.3.1 Binnenniveaus Geluidsuitstraling via gebouwdelen vindt plaats als gevolg van activiteiten welke binnen het Kulturhus plaatsvinden. In deze inrichting wordt naast dat de fanfare en de drumband hier oefenen elektrisch versterkte achtergrondmuziek gedraaid. Deze muziek kan afhankelijk van het geluidsniveau hiervan via de verschillende geveldelen naar buiten uitstralen. Het verschil tussen de geluidsniveaus in de horeca-ruimte en de geluidsisolatie van de externe scheidingsconstructies van de inrichting, bepaalt uiteindelijk de geluidsuitstraling van het gebouw naar de omgeving. Tabel 5-1: Overzicht gemiddelde geluidsniveaus in horecabedrijven. Type bedrijf Activiteit Restaurant Praten en achtergrondmuziek Cafe Eetcafe / Rustig bruin cafe Eetcafe / Rustig bruin cafe Druk cafe, normaal muziekniveau Danscafe / Jongerencafe Ouderendisco / Cafe met karaoke Disco Feestcafe / Disco, soms livemuziek Jongerendisco, vaak livemuziek Onversterkte muziek Oefenen fanfarekorps of harmonie-orkers Oefenen jeugdband (drumstel, gitaar) Oefenen zangkoor met pianogegeleiding
LAr, LT 65 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A) 75 dB(A) 80 dB(A) 85 dB(A) 90 dB(A) 95 dB(A) 96-97 dB(A) 90-97 dB(A) 83-85 dB(A)
Voor het opstellen van de berekeningen is uitgegaan van 90 dB(A) muziekgeluid in de maatgevende horeca-ruimte van het Kulturhus. Als frequentie-verdeling is het standaard popmuziek-spectrum aangehouden. Er is niet uitgegaan van het gemiddelde geluidniveau voor het oefenen van de fanfare of drumband, omdat het voor geluidgevoelige gebruik van de schoolbestemming met name in de dagperiode plaatsvindt terwijl de fanfare en de drumband met name in de avonuren actief zijn. Door uit te gaan van een binnenniveau van 90 dB(A) muziekgeluid [Feestcafe/Disco], kan worden gesteld dat het gebruik van de betreffende horeca-voorziening vanwege de geprojecteerde schoolbestemming niet in haar belangen zal worden geschaad. 5.4 Vertaling naar een geluidruimte zone Gebaseerd op de gemeten geluidisolatie van de maatgevende gevels van het Kulturhus en het hiervoor vastgestelde binnenniveau, kan de geluiduitstraling worden berekend via de rekenmethode II.7 [uitstraling door gevelelementen op basis van geluidmetingen]. Door gebaseerd op de uitkomsten van deze berekeningen na te gaan op welke afstand van het Kulturhus de 50 dB(A) zonegrens is gelegen, kan de van toepassing zijnde geluidruimte zone worden bepaald. In Bijlage 03 zijn de berekeningen van de bronvermogens weergegeven.
In de navolgende tabel zijn de bronvermogens van de uitstralende geveldelen samengevat met de bronnummers zoals deze zijn opgenomen in het rekenmodel. Tabel 5-2: Totaaloverzicht bronvermogens uitstraling gebouwdelen. GevelZ GevelV