CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-912 Bijlage B10 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Positief bindend advies voor het verlenen van de omgevingsvergunning-BOPA 1e fase voor het Kindcentrum (w.o. basisschool Sancta Maria) Sportweg 1 in Lettele8.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele Versie: 3.0

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Colofon Titel

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Projectcode Versie Datum

P06659 3.0 14-01-2025

Opdrachtgever

Gemeente Deventer Grote Kerkhof 1 7411 KT Deventer

Uitvoerder

Email Website

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon Telefoon Email

M.W.J. Witjes 074 2020258 michael.witjes@grasadvies.nl

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 2 van 23

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 5

2

Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling ................................................................................. 6

2.1

Gebiedsbeschrijving ......................................................................................................................... 6

2.2

Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................................... 7

3

Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 9

4

Beschermde gebieden ................................................................................................................... 11

4.1

Natura 2000 .................................................................................................................................... 11

4.2

Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 12

4.3

Gebieden van provinciaal belang ................................................................................................... 12

4.4

Houtopstanden ............................................................................................................................... 12

5

Beschermde soorten ...................................................................................................................... 13

5.1

Grondgebonden zoogdieren .......................................................................................................... 13

5.1.1

Kleine marterachtigen .................................................................................................................... 13

5.1.2

Das ................................................................................................................................................. 14

5.1.3

Eekhoorn ........................................................................................................................................ 14

5.1.4

Egel ................................................................................................................................................ 14

5.1.5

Steenmarter .................................................................................................................................... 15

5.2

Vleermuizen ................................................................................................................................... 15

5.3

Reptielen ........................................................................................................................................ 16

5.4

Amfibieën ....................................................................................................................................... 17

5.5

Vissen ............................................................................................................................................. 17

5.6

Ongewervelden .............................................................................................................................. 18

5.7

Vogels............................................................................................................................................. 18

5.8

Flora ............................................................................................................................................... 19

5.9

Overige soorten .............................................................................................................................. 19

6

Invasieve exoten ............................................................................................................................ 20

7

Conclusie en aanbevelingen .......................................................................................................... 21

Bronnen ........................................................................................................................................................... 22

Bijlagen Bijlage 1: Impressie projectgebied Bijlage 2: Veldwerk inventarisatie en indicatoren Bijlage 3: Beoogde ontwikkelingen

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 3 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Samenvatting Gemeente Deventer is voornemens om de Sancta Maria basisschool in Lettele te verhuizen naar de Sportweg 1 te Lettele. Het projectgebied, “de Spil” aan de Sportweg 1, bevindt zich in het noorden van de kern Lettele en is in de huidige situatie in gebruik als veld voor voetbalvereniging Lettele. In ‘ruil’ voor de grond van het voetbalveld, krijgt de voetbalvereniging de mogelijkheid een nieuw kunstgrasveld te realiseren. Beide locaties vormen het plangebied. Om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling te voldoen aan de Omgevingswet en daarbij mogelijke overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen, heeft GRAS Advies op verzoek van de gemeente Deventer een verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna uitgevoerd op bovengenoemde locatie. Dit verkennend onderzoek inventariseert welke (wettelijk) beschermde (natuur)gebieden en plant- en diersoorten mogelijk aanwezig zijn en beoordeelt de effecten van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op deze beschermde gebieden, soorten en hun plaatselijk leefgebied. Met deze kennis is onderbouwd of de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk een aanvullend onderzoek, omgevingsvergunning op basis van het uitvoeren van flora- en fauna activiteiten, of andere maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk zijn. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1

Negatieve effecten op beschermde (natuur)gebieden als gevolg van directe verstoring veroorzaakt door de beoogde ontwikkeling kunnen niet worden uitgesloten. Deze effecten dienen volgens provinciaal beleid onderzocht te worden door middel van een vervolgonderzoek (“ja, mits” toets). Wettelijke bescherming van houtopstanden is niet aan de orde.

2

Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden veroorzaakt door stikstofdepositie kan niet worden uitgesloten maar wordt nader worden onderzocht d.m.v. een stikstofberekening.

3

Er zijn geen soorten aanwezig die worden beschermd onder de Omgevingswet. Negatieve effecten op beschermde soorten en hun essentieel leefgebied als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen op voorhand worden uitgesloten. Vervolgonderzoek naar beschermde soorten is niet nodig.

4

De aanwezigheid van (beschermde) soorten uit de onderstaande groep is aannemelijk. Aanvullend soortenonderzoek en een omgevingsvergunning zijn niet nodig mits de daaropvolgende maatregelen wordt toegepast: ●

5

(Broed)vogels: Verstorende werkzaamheden vinden plaats buiten het broedseizoen, nesten van broedende vogels en hun omgeving worden niet verstoord, óf er vindt een broedvogelinspectie plaats door een deskundige ecoloog vóór aanvang van beoogde werkzaamheden.

De aannemer, maar ook alle medewerkers; als in iedereen, behoud te allen tijde zijn of haar zorgplicht: De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de fysieke leefomgeving, inclusief in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken of ongedaan maken en c) het achterwege laten van schadelijke handelingen voor de natuur.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 4 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Deventer heeft GRAS Advies een Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna uitgevoerd aan de Sportweg 1 te Lettele. De gemeente Deventer is voornemens om hier voornemens om de Sancta Maria basisschool in Lettele te verhuizen naar de Sportweg 1 te Lettele. Het projectgebied, “de Spil” aan de Sportweg 1, bevindt zich in het noorden van de kern Lettele en is in de huidige situatie in gebruik als veld voor voetbalvereniging Lettele. In ‘ruil’ voor de grond van het voetbalveld, krijgt de voetbalvereniging de mogelijkheid een nieuw kunstgrasveld te realiseren. Beide locaties vormen het plangebied. De Omgevingswet verplicht bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen of aanwezige beschermde (natuur)gebieden en plant- en diersoorten geen negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Een quickscan, ofwel verkennend onderzoek, onderbouwt of deze ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden en een aanvullend onderzoek, omgevingsvergunning op basis van het uitvoeren van flora- en fauna activiteiten of andere maatregelen of vervolgstappen noodzakelijk zijn. Een verkennend onderzoek bestaat uit een bureaustudie en een eenmalig verkennend veldbezoek, ofwel locatiebezoek. Het inventariseert de mogelijke aanwezigheid van: ● ● ● ●

beschermde (natuur)gebieden (nationaal en provinciaal beschermde gebieden en houtopstanden); beschermde flora (vegetatie en monumentale bomen); beschermde fauna (nationaal en internationaal beschermde diersoorten en vrijgestelde soorten); ongewenste invasieve exoten.

Met inachtneming van wettelijke kaders, de kenmerken van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden wordt beoordeeld of deze beschermde gebieden, soorten en hun functioneel en/of essentieel leefgebied mogelijk negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Indien relevant, wordt beoordeeld of dit invloed heeft op instandhoudingsdoelstellingen, wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied en de gunstige staat van instandhouding van de soort. Een verkennend onderzoek is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van (beschermde) soorten en hun leefgebied. Wanneer een aanvullend onderzoek of omgevingsvergunning noodzakelijk wordt geacht of andere maatregelen worden geadviseerd, kan GRAS Advies adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken en/of procedures en begeleiding bieden in het vervolgtraject. Verspreidingsgegevens In dit rapport is informatie verwerkt afkomstig uit de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze informatie mag (zolang de datavoorziening niet open en toegankelijk is) zonder toestemming van BIJ12 niet worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt.

Indien relevant, zal GRAS Advies verspreidingsgegevens die zijn verkregen door locatiebezoeken en overige veldinventarisaties binnen en/of rondom het projectgebied na een periode van 2 jaar openbaar maken binnen de omgeving van de NDFF. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het verkennend onderzoek en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Gebiedskenmerken van het huidige projectgebied en een globale beschrijving van de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de toegepaste onderzoeksmethodiek en de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 4, 5 en 6. Hier worden alle relevante gebieden en soorten beschreven die mogelijk voorkomen, inclusief het effect van de beoogde ontwikkeling op zowel deze soorten en gebieden, als op het beoogde project. De conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 7 waar de belangrijkste resultaten worden samengevat en verder wordt ingegaan op mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 5 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

2 Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling 2.1

Gebiedsbeschrijving

Gegevens Adres: Plaats: Gemeente: Provincie:

Sportweg 1 Lettele Deventer Overijssel

Locatie en omgeving Het projectgebied bevindt zich in het noorden van het dorp Lettele. De omgeving rondom het projectgebied is vlak en bestaat aan de noord- en westzijde uit agrarisch gebied. Aan de oostzijde grenst het projectgebied aan natuurgebied de Oostermaet en een veld van de Proef Tuin Lettele. Aan de zuidzijde van het sportcomplex begint het dorp Lettele. De Bathmenseweg aan de westzijde en de Sportweg aan de zuidzijde worden beide aan beide zijden geflankeerd door bomen. Enkele kilometers ten zuiden van Lettele licht het grotere dorp Bathmen en een aantal kilometers ten zuidwesten van Lettele liggen Schalkhaar en Deventer (Afbeelding 2.1). Ten noorden ligt het dorp Heeten en ten oosten ligt Holten tegen het National Park de Sallandse Heuvelrug. De gebieden tussen deze plaatsen zijn afwisselend bebost en agrarisch gebied, dooraderd door wegen en kleinere dorpen. Door dit gebied stromen een aantal sloten en kanalen. Ten noorden en oosten van Lettele stroomt de Soesterwetering, een zijtak van de IJssel. Ten westen van Lettele ligt op ongeveer 500 meter een stuw met gemaal van de Soesterweterkering. Terrein en kenmerken Aan de noordzijde van het dorp Lettele bevindt zich “Kulturhus de Spil”. Naast een aantal binnen- en buitensportvelden bevinden zich in dit complex ook een zwembad, bibliotheek en een ontmoetingsruimte.

Op het terrein van “Kulturhus de Spil” bevindt zich het projectgebied opgesplitst in twee deelgebieden. De totale oppervlakte van het projectgebied bedraagt ca. 2,5 hectare. Deelgebied 1 bevindt zich in het noordoosten en deelgebied 2 in het zuiden van het complex. Afbeelding 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied en de deelgebieden, inclusief begrenzing. Het terrein van de deelgebieden wordt bepaald door twee sportvelden, een parkeerplaats, een schuurtje, boomrijen en bosschages. Afbeelding 2.3 en Bijlage 1 geven een impressie van het projectgebied. Beide deelgebieden worden deels omrand door bosschages. Deze bosschages variëren van 0,5 tot 1,5 meter diepte en bestaan uit een grote variatie aan boom en struiken, waaronder braam, hulst, linde, wilgen, varens, berk, beuk, populier, sneeuwbes, wilde kamperfoelie en klimop. Deze bosschages worden goed onderhouden en bevatten vele smalle looppaadjes die vermoedelijk redelijk vaak worden gebruikt door voetballers. Er zijn enkele molshopen aangetroffen in alle bosschages rondom deelgebied 1 en 2. Het voetbalveld in deelgebied 1 wordt aan de noord- en oostzijde geflankeerd door bosschages. Aan de zuidzijde grenst het voetbalveld aan andere sportvelden. Enkel achter de goals staat een hek met een net, verder is het veld vrij toegankelijk. Het gras wordt intensief beheerd en er staat geen verlichting rondom dit veld.

Deelgebied 2 bevindt zich aan de zuidzijde van het complex. Binnen dit deelgebied bevinden zich een parkeerplaats, een voetbalveld met een opbergschuur, een grotere bosschage en een bestraat gebied langs het hoofdgebouw. De parkeerplaats is toegankelijk vanaf de in het zuiden gelegen sportweg en grenst aan de oostzijde aan een natuurgebied. Aan de westzijde van de parkeerplaats bevindt zich een voetbalveld, gescheiden door een hek en een bosschage. Aan de zuidzijde van dit veld bevinden zich een houten opbergschuur, met daarachter een opbergplek van een variatie aan spullen als stoeptegels, palen, karren en zeil, en een kleine zendmast met bijbehorende kasten afgesloten door een hek. Aan de noordzijde van het voetbalveld bevindt zich een bosschage van ongeveer 1800 m2, hier staat ook een elektriciteitshuisje. Beide sportvelden zijn vrij toegankelijk voor buurtbewoners. Tijdens het locatiebezoek zijn er meerdere wandelaars waargenomen, een waarvan het sportveld gebruikte om zijn hond uit te laten. Deelgebied 1 sluit daarnaast direct aan op een wandelpad door de pluktuin naar het natuurgebied de Oostermaet.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 6 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

2.2

Beoogde ontwikkeling

Gemeente Deventer is voornemens om een nieuw pand voor de Sancta Maria basisschool te realiseren op deelgebied 2. Het sportcomplex is daarnaast voornemens om een kunstvoetbalveld met sportverlichting te ontwikkelen op deelgebied 1. De beoogde ontwikkelingen zijn vastgelegd in de uitgangspuntenkaart (Bijlage 3). In deze quickscan wordt uitgegaan van de in Bijlage 3 beschreven plannen, waarbij de gebouwen die momenteel op het projectgebied staan niet worden gesloopt en alle groenelementen (houstingels, bosjes, ruigtes en beplantingen) in en rondom het projectgebied niet worden aangetast.

Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied (rood kader omcirkeld door zwarte cirkel).

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 7 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Deelgebied 1

Deelgebied 2

Afbeelding 2.2. Luchtfoto met begrenzing van het projectgebied (rood kader).

Afbeelding 2.3. Impressie van het projectgebied.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 8 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

3 Onderzoeksmethodiek Onderzoek is uitgevoerd om te beoordelen of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een mogelijk significant negatief effect heeft op (wettelijk) beschermde (natuur) gebieden, houtopstanden, plant- en diersoorten en bijzondere monumentale bomen. De door GRAS Advies gehanteerde onderzoeksmethodiek is onder te verdelen in 3 stappen. Bureauonderzoek Voor relevante datavisualisatie en gebieds- en soorteninformatie is o.a. de website van Natura2000, de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), het natuurplatform Waarneming, de website van de provincie Overijssel en webgispublisher geraadpleegd. Daarnaast is er gebruik gemaakt van ArcGIS Pro en het vleermuisprotocol 2021. Er is informatie verzameld over: ● de locatie van het projectgebied, gebiedskenmerken, kenmerken van- en afstand tot beschermde en bijzondere gebieden en de mogelijke aanwezigheid en kenmerken van beschermde houtopstanden; ● de kenmerken en bijbehorende werkzaamheden van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling; ● verspreidingsgegevens en waarnemingen van beschermde plant- en diersoorten, monumentale bomen en invasieve exoten van de laatste 5 jaar, tot 5 km rondom het projectgebied. Locatiebezoek Tijdens een locatiebezoek zijn gegevens verkregen tijdens het bureauonderzoek geverifieerd. Verkennend onderzoek is in- en rondom het projectgebied uitgevoerd.

Het uiteindelijke onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door een deskundige ecoloog. Dit is gedaan a.d.h.v. de informatie verworven tijdens het bureauonderzoek, de lokale situatie en de verwachte invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling (hierbij te denken aan hinder van licht, trillingen en geluid). Zowel binnen als rondom het projectgebied is geïnventariseerd naar: ● de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bijzondere vegetatie en ongewenste invasieve exoten; ● de mogelijke aanwezigheid van beschermde diersoorten d.m.v. zichtwaarnemingen en indicatoren (Bijlage 2); ● habitattypen, habitatgeschiktheid- en functies voor beschermde soorten in het projectgebied én de omgeving. Registratiegegevens van het locatiebezoek zijn opgenomen in Tabel 3.1. Tijdens het locatiebezoek is (indien van toepassing) gebruikt gemaakt van een verrekijker, endoscoop, meetlint, rolmaat, digitale registratie- en determinatiehulpmiddelen waaronder de Fieldmap Applicatie en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Analyse Verzamelde gebiedsinformatie, soorteninformatie en veldgegevens zijn vergeleken met kenmerken van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Binnen een effectenbeoordeling zijn (indien mogelijk/relevant) de volgende aspecten met inachtneming van wettelijke kaders overwogen: ● De projectlocatie, het type project, de duur en periode, inclusief de invloedsfeer van de werkzaamheden (licht, geluid, trillingen en stikstofemissie). ● De mate en het effect van verstoring of aantasting van (beschermde) (natuur) gebieden en hun instandhoudingsdoelstellingen, habitattype, wezenlijke kenmerken en waarden. ● De mate en het effect van verstoring of aantasting van (beschermde) vegetatie en diersoorten, hun (essentieel) leefgebied en (indien relevant) de gunstige staat van instandhouding van de soort. ● De mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen. ● Indien invasieve soorten zijn vastgesteld, zijn maatregelen beschreven die aan de Europese verordening voldoen. Tabel 3.1: Registratiegegevens locatiebezoek. Datum Tijdstip Weersomstandigheden 14-02-2024 10:00 – 11:00 11⁰C, 3 bft, bewolkt, motregen

GRAS Advies is een ecologisch adviesbureau en voert veldonderzoek uit volgens erkende en geldende soortprotocollen en kennisdocumenten. De deskundige ecologen van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NENEN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 9 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Beperkingen Een verkennend onderzoek is geen gedetailleerd onderzoek. Uitgebreid vleermuisonderzoek of onderzoek naar de emissie en depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden vallen dan ook buiten het kader van dit onderzoek. GRAS Advies maakt gebruik van de Nederlandse Databank Flora en Fauna voor verspreidingsgegevens. Deze database bevat alleen gevalideerde waarnemingen en kan enkel worden ingezet als hulpmiddel. Wanneer een soort niet geregistreerd staat binnen de NDFF omgeving, houdt dit niet in dat deze daar ook daadwerkelijk afwezig is. De ecologen van GRAS Advies spannen zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en/of fauna. Geldigheidsduur onderzoek: Aan het verrichtte onderzoek en de gegevens in deze rapportage zit een beperkte geldigheidsduur. In de regel is een quickscan geldig voor een periode van 3 jaar tenzij in deze periode wezenlijke ecologische veranderingen plaatsvinden.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 10 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

4 Beschermde gebieden 4.1

Natura 2000

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn de Rijntakken ten westen van het projectgebied en de Sallandse Heuvelrug ten westen van het projectgebied, beiden op ca. 8 km afstand (Afbeelding 4.1). Deze Natura 2000gebieden zijn beschermd vanuit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De Rijntakken bestaat uit verschillende habitattypen waaronder H6510A – Glanshaver- en vossenstarthooilanden en H91F0 – Droge hardhoutooibossen. Enkele Habitatrichtlijnsoorten en voorkomende vogelsoorten zijn de meervleermuis, grote modderkruiper, kwartelkoning en zwarte stern. De Sallandse Heuvelrug bestaat uit onder andere de habitattypen H5130 – Jeneverbesstruwelen en H4030 – Droge heiden. Enkele Habitatrichtlijnsoorten en voorkomende vogelsoorten zijn de zilveren maan, de wulp en het korhoen. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied, meerdere wegen, een spoorlijn en ten westen stedelijk gebied.

Afbeelding 4.1. Ligging van het projectgebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebied de Rijntakken (groene vlakten westen van het projectgebied) en de Sallandse Heuvelrug (groene vlak ten oosten van het projectgebied) en Natuurnetwerk Nederland gebied nr. 10 de Landgoederen Salland (grijs gebied grenzend aan het projectgebied).

Effectenbeoordeling Het projectgebied bevindt zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Geen van bovengenoemde habitattypen komen in het projectgebied voor. Gezien de beperkte omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en afstand tot het projectgebied, vallen Natura 2000-gebieden buiten de invloedsfeer van het projectgebied. Directe verstoring van Natura 2000-gebieden en negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen door (bouw) gerelateerde werkzaamheden zoals licht, geluid en trillingen kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de beoogde ontwikkeling op de stikstofemissie en depositie en daarmee op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden wordt onderzocht d.m.v. een stikstofberekening. Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 11 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

4.2

Natuurnetwerk Nederland

Het dichtstbijzijnde gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de Landgoederen Salland direct grenzend aan de oostzijde van het projectgebied (Afbeelding 4.1). Dit gebied valt niet onder Natura 2000-gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door een groot aantal landgoederen en buitenplaatsen, beekdalen en droge dekzanden afgewisseld met nattere zones met kwelwater of stagnerend regenwater. (Overheid.nl, 2022). Deze vormen samen een structuurrijk en natuurrijk cultuurlandschap met een kleinschalig karakter en een mozaïek aan historische landhuizen, parken, bossen, akkers, graslanden, weteringen, poelen en monumentale lanen (Provincie Overijssel, 2023). Enkele voorkomende beschermde soorten zijn de kamsalamander en ringslang. Het projectgebied grenst direct aan dit NNN-gebied. Effectenbeoordeling Het projectgebied grenst direct aan dit NNN-gebied. Er vinden geen werkzaamheden plaats binnen het NNNgebied maar er wordt wel verlichting aangebracht in deelgebied 1. In de huidige situatie is er verlichting van naastgelegen tennis- en padelbanen. In de toekomstige situatie zal de verlichting verplaatsen van deelgebied 2 naar deelgebied 1. De sportverlichting staat op het veld gericht en niet op het NNN-gebied, daarnaast zal de verlichting slechts in de avonduren branden. Negatieve effecten op het NNN gebied naar aanleiding van lichtoverlast kan niet worden uitgesloten.

Deze effecten dienen volgens provinciaal beleid onderzocht te worden door middel van een vervolgonderzoek (“ja, mits” toets).

4.3

Gebieden van provinciaal belang

Er bevinden zich geen gebieden van provinciaal belang in de omgeving van het projectgebied en binnen de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling.

4.4

Houtopstanden

Gezien het ontbreken van houtopstanden binnen het projectgebied en de locatie, is wettelijke bescherming niet aan de orde.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 12 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

5 Beschermde soorten Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de soorten die binnen dit verkennend onderzoek zijn meegenomen. Het toont welke beschermde soorten mogelijk voorkomen in en/of rondom het projectgebied en van welke soorten mogelijke aanwezigheid niet aannemelijk is. Soorten zijn opgenomen of uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens en geregistreerde waarnemingen in combinatie met bevindingen tijdens het locatiebezoek. Tabel 5.1. Onderzochte soortgroepen met mogelijk voorkomende beschermde soorten in en rondom het projectgebied a.d.h.v. NDFF-verspreidingsgegevens.

Soortgroep Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden Vogels Planten

Soort Bunzing Das Eekhoorn Egel Steenmarter Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Levendbarende hagedis Hazelworm Ringslang Poelkikker Kamsalamander N.v.t. Grote vos Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder Zie tabel 5.2 N.v.t.

5.1

Grondgebonden zoogdieren

5.1.1

Kleine marterachtigen

Projectgebied geschikt Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja Nee

Voorkomen en functie Kleine marterachtigen, de wezel (Mustela putorius), de bunzing (Mustela putorius) en de hermelijn (Mustela erminea) zijn nationaal beschermde soorten en zijn in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Kleine marterachtigen komen in bijna alle habitats voor en hebben een voorkeur voor (waterrijk) agrarisch cultuurlandschap. Essentieel onderdeel van hun habitat zijn lijnvormige elementen en voldoende beschutting en dekking van bijvoorbeeld takkenrillen, hagen en rommelhopen. Deze dienen als rust- of verblijfplaats of als verbindingsroute tussen gebieden (Bouwens, 2017). Voor alle inheemse kleine marters geldt dat ze in hun territorium gebruik maken van een aantal rustplaatsen. De rustplaatsen bieden bescherming tegen predatoren en kou. Vaak maken ze daarbij gebruik van holen van andere dieren (Criel, 1990; Verschoor & Rozema 2017). Het projectgebied bevat open velden aan de rand van een woonwijk waar zich, voor kleine marterachtigen, voldoende prooidieren zullen bevinden, zoals konijnen en hazen voor de bunzing, woelmuizen en ratten voor de hermelijn en muizen voor de wezel. Effectenbeoordeling Gezien de ligging naast en directe verbinding met het NNN gebied kunnen kleine marterachtigen voorkomen in de bosschages en op de velden van het projectgebied.

Het aangrenzende natuurgebied vormt echter een aanzienlijk geschikter leefgebied met aanzienlijk minder verstorende factoren als mensen met honden, spelende kinderen en grote wegen. Het is niet aannemelijk dat kleine marterachtigen vanwege de matige kwaliteit van het projectgebied, en de grote hoeveelheid hoogwaardige alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving, het projectgebied bezoeken. Daarom zal het projectgebied geen essentieel deel uitmaken van het leefgebied van kleine marterachtigen. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 13 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

5.1.2

Das

Voorkomen en functie Dassen (Meles meles) worden nationaal beschermd en worden in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. De das leeft in groepsverband en komt vooral voor op plekken met overgangen naar andere habitattypen (zoals bos naar akkerland) en prefereert kleinschalig landschap met houtwallen, singels, bosjes en heggen. Essentieel is voldoende dekking en een geschikte vergraafbare bodem voor zijn uitgebreide burcht. Ook moet er voldoende voedsel beschikbaar zijn binnen omliggende foerageergebieden en weinig verstoring plaatsvinden (BIJ12, 2017) Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF komt de das voor binnen een straal van 5 km van het projectgebied. Het territorium van de das varieert in Nederland van zo'n 30 tot 150 hectare maar de grootte is afhankelijk van het aanbod aan voedsel (Zoogdierenvereniging, z.d.). Effectenbeoordeling Gezien de ligging naast en directe verbinding met het NNN gebied kan de das voorkomen in de bosschages en op de velden van het projectgebied. De directe omgeving vormt echter een aanzienlijk geschikter leefgebied met minder verstorende factoren als mensen met honden, spelende kinderen en grote wegen. Het is niet aannemelijk dat de das, vanwege de matige kwaliteit van het projectgebied en de grote hoeveelheid hoogwaardige alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving, het projectgebied bezoekt.

Daarom zal het projectgebied geen essentieel deel uitmaken van het leefgebied van de das. Gezien de omvang van de beoogde ontwikkeling en het behoud van de bosschages rondom de deelgebieden zal de das geen significante negatieve effecten ondervinden. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig. Een sporadisch passerend exemplaar is niet uit te sluiten.

5.1.3

Eekhoorn

Voorkomen en functie De eekhoorn (Sciurus vulgaris) is nationaal beschermd en wordt in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. De eekhoorn prefereert oude loof- of naaldbossen maar komt ook voor in jonge bossen, parken, houtwallen, parken en tuinen. Indien er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied (Zoogdiervereniging, z.d.). Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF komt de eekhoorn voor binnen een straal van 5 km van het projectgebied, in het aan het projectgebied grenzende NNN gebied. De deelgebieden kenmerken zich door de vele lijnvormige bosschages, waar boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen voedsel vormen voor eekhoorns. Tijdens het locatiebezoek zijn geen exemplaren aangetroffen. Ook zijn er geen sporen of nesten waargenomen die duiden op de aanwezigheid van de eekhoorn. Effectenbeoordeling Gezien de ligging naast en directe verbinding met het NNN gebied kan de eekhoorn voorkomen in de bosschages en op de velden van het projectgebied. Het aangrenzende natuurgebied vormt echter een aanzienlijk geschikter leefgebied met aanzienlijk minder mogelijk verstorende factoren als mensen met honden, spelende kinderen en grote wegen. Daarnaast is de afstand van het projectgebied tot de locaties van het voornaamste deel van de waarnemingen vrij groot.

Het is mogelijk dat een eekhoorn sporadisch de bosschages en de velden van het projectgebied bezoekt. Gezien de omvang van de beoogde ontwikkeling en het behoud van de bosschages rondom de deelgebieden zal de eekhoorn geen significante negatieve effecten ondervinden. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.1.4

Egel

Voorkomen en functie De egel (Erinaceus europaeusis) is een nationaal beschermde soort en wordt in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Egels komen bijna in alle habitattypen voor zolang er voldoende voedsel en schuilplaatsen aanwezig zijn. Hij is te vinden in tuinen, bosranden, loofbossen, struweel en in steden en houd zich meestal schuil onder struikgewas, bosschages, in houtwallen en composthopen (Veldman & Troost, 2019). Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF komt de egel voor in het aan het projectgebied grenzende NNN gebied. Het projectgebied kenmerkt zich door de vele lijnvormige bosschages, die mogelijk gunstige schuilProjectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 14 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

en foerageergebieden vormen voor de egel. Daarnaast vormen de stapels bladeren die in verschillende bosschages aangetroffen zijn mogelijk gunstige dagrustplaatsen. Tijdens het locatiebezoek zijn geen exemplaren waargenomen en er zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de egel. Effectenbeoordeling Gezien het intensieve gebruik van de sportvelden (in de avonden) en de aanwezigheid van sportverlichting worden de bosschages en rommelhoekjes in projectgebied niet als geschikte foerageerplek voor de egel gezien. Het aangrenzende natuurgebied en/of de (moes)tuinen in de buurt vormen een geschikter leefgebied met aanzienlijk minder verstorende factoren. Het is mogelijk dat een egel sporadisch het projectgebied bezoekt, maar het project zal geen essentieel deel vormen van het leefgebied voor egels. Gezien de omvang van de beoogde ontwikkeling en het behoud van de bosschages rondom de deelgebieden zal de egel geen significante negatieve effecten ondervinden. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.1.5

Steenmarter

De steenmarter (Martes foina) is een nationaal beschermde soort die niet is vrijgesteld in de provincie Overijssel. De soort wordt gezien als een 'cultuurvolger' en dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtig habitat zoals steengroeven en gebouwen. De soort is te vinden in parklandschap maar vooral in de buurt van dorpen, boerderijen en zelfs grote steden. Oude schuren, heggen en geriefbosjes zijn erg geschikt. Essentieel is de aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes en bermen waar de soort foerageert (Zoogdiervereniging, z.d.). Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF komt de steenmarter binnen een straal van 5 kilometer rondom het projectgebied voor. De grootte van het territorium van de steenmarter hangt af van de kwaliteit van het gebied. In Nederland bedraagt de grootte 80-700 hectare (Zoogdiervereniging, z.d.). De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Effectenbeoordeling Het is mogelijk dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de steenmarter.

De ligging van het projectgebied ten opzichte van het natuurgebied, de lijnvormige elementen in en rondom het projectgebied en de mogelijke aanwezigheid van prooidieren als muizen, vogels, egels en jonge konijnen maken de deelgebieden een mogelijk interessante locatie. Het rommelhoekje en de schuur op deelveld 1 vormen gunstige schuilplaatsen. De lijnvormige bosschages rondom de deelgebieden en de schuur die potentieel dient als schuilgebied zullen in de toekomstige situatie behouden blijven. Daarbij zorgt het groot aantal alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving ervoor dat de steenmarter geen negatieve effecten op foerageer en schuilplaatsen zal ervaren door de beoogde ontwikkelingen. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.2

Vleermuizen

Voorkomen en functie Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn. Vleermuizen komen bijna overal voor en zijn vooral te vinden in gesloten tot halfopen landschap waar ze doorgaans in de beschutting van opgaande elementen foerageren langs een vast netwerk van lijnvormige structuren zoals kanalen, lanen, tuinen, boomkruinen, bebouwing en waterpartijen. Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF kunnen in de omgeving van het projectgebied de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Laatvlieger (Eptesicus serotinus) worden aangetroffen. De laatvlieger en de gewone dwergvleermuis jagen beide boven open tot halfopen landschap, in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden en bomenrijen. De laatvlieger heeft daarnaast een voorkeur voor (vochtige) graslanden. Zowel de laatvlieger als de gewone dwergvleermuis zijn gebouw bewonende soorten en ze wonen veelal in spouwmuren, achter betimmering en onder daklijsten en dakpannen (Zoogdierenvereniging, z.d.). Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 15 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Gezien de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen (houten opbergschuur, elektriciteitshuisje en de zendmast in deelgebied 2), afgebeeld op afbeelding 5.1, en foerageergebied (de bosschages in combinatie met de open velden) is het projectgebied en de omgeving geschikt als verblijf- en foerageergebied voor vleermuizen.

Afbeelding 5.1. Gebouwen met locaties mogelijk geschikt als verblijfplaatsen van vleermuizen in deelgebied 2.

Effectenbeoordeling Gezien de aard van de beoogde ontwikkelingen, waarbij de bebouwing in deelgebied 2 behouden blijft, zullen er geen veranderingen in mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen plaatsvinden. Er verdwijnen echter wel twee velden, die mogelijk deel uitmaken van foerageergebied van vleermuizen. De bosschages binnen het projectgebied, die mogelijk als verbindingsroute fungeren tussen het natuurgebied en de laanvormige elementen langs de Bathmenseweg, blijven behouden. Op deze manier blijft toegang tot andere, voor vleermuizen interessante foerageergebieden gewaarborgd. Er zijn voldoende alternatieve foerageergebieden van hoge kwaliteit in de directe omgeving van het projectgebied. Een aanvullend soortenonderzoek en een omgevingsvergunning voor deze soorten is derhalve niet nodig.

5.3

Reptielen

Voorkomen en functie Reptielen vormen een klasse van koudbloedige dieren waarvan een deel Nationaal beschermd wordt, of valt onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Reptielen komen voor in verschillende habitats, variërend van droge heide en zandgronden onder vegetatie en dood hout tot vochtige plaatsen, duinen, hoogveen en andere waterrijke gebieden. Volgens verspreidingsgegevens en de NDFF komt in of in de omgeving van het projectgebied zowel de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) als de hazelworm (Anguis fragilis) en de ringslang (Natrix helvetica) mogelijk voor. Binnen het projectgebied zijn geschikte habitats voor reptielen aangetroffen in de vorm van bosschages, bermen, sloten en oeverranden. De grasvelden zijn te intensief onderhouden om onderdeel te zijn van het leefgebied van beschermde reptielen. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan deze voor beschermde reptielen geschikte habitats. Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 16 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Effectenbeoordeling De beoogde ruimtelijke ontwikkelingen hebben echter geen negatieve effecten op geschikte habitats voor beschermde reptielen. Soorten in deze klasse zullen geen negatieve effecten ondervinden en aanvullend onderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.4

Amfibieën

Voorkomen en functie Amfibieën zijn een soortgroep die aan waterrijke habitats zijn gebonden al zijn er amfibieën die grotendeels op het land leven. Net als reptielen worden sommige soorten uit deze soortgroepen Nationaal beschermd en/of vallen onder bescherming van de Habitatrichtlijn. Er zijn verspreidingsgegevens of waarnemingen bekend binnen de NDFF betreft deze soortgroep in en rondom het projectgebied. Dit zijn de poelkikker (Pelophylax lessonae) en de kamsalamander (Triturus cristatus). Het projectgebied kenmerkt zich door intensief onderhouden grasvelden omrand door bosschages grenzend aan een aantal sloten en kanalen (zie Paragraaf 2.1). De aanwezigheid van deze waterpartijen maakt de omgeving van het projectgebied mogelijk geschikt voor amfibieën. Effectenbeoordeling Rondom het projectgebied zijn geschikte habitats aanwezig voor amfibiesoorten in de vorm van sloten en kanalen. De huidige terreinkenmerken is het niet aannemelijk dat (regen)water in delen van het projectgebied stagneert. Daarnaast maken de intensief onderhouden grasvelden, waar de beoogde ontwikkelingen plaat zullen vinden, geen deel uit van het leefgebied van beschermde amfibieën. Zolang er geen aanpassingen worden gemaakt aan de poelen en de oevers direct rondom het projectgebied zullen de beoogde ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op het leefgebied van deze soorten.

Aanvullend soortenonderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.5

Vissen

Voorkomen en functie Er zijn enkele vissoorten die Nationaal worden beschermd en een paar die vallen onder de Habitatrichtlijn. Vissen zijn gebonden aan water. De meeste beschermde soorten komen voor in stromende beken en riviertjes, al zijn er ook soorten die die juist voorkomen in sloten met ondiep water en een dikke modderlaag. Er zijn geen verspreidingsgegevens of waarnemingen bekend binnen de NDFF betreft deze soortgroep in en rondom het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn geen (permanente) waterlichamen zoals beken of sloten aanwezig. Effectenbeoordeling Gezien het ontbreken van geschikte habitats voor deze watergebonden soortgroep, kan de aanwezigheid van beschermde vissen binnen het projectgebied worden uitgesloten. Aanvullend soortenonderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 17 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

5.6

Ongewervelden

Voorkomen en functie De groep ongewervelden wordt breed vertegenwoordigd. Echter wordt maar een relatief klein deel Nationaal of onder de Habitatrichtlijn beschermd. Het betreft hier onder andere libellensoorten, keversoorten en verschillende soorten dagvlinders. De habitat van beschermde soorten die hieronder vallen is wijdverspreid en sterk afhankelijk van bodem, vegetatietypen, kwaliteit en beheer. Er zijn verspreidingsgegevens of geregistreerde waarnemingen bekend van beschermde ongewervelden in of in de omgeving van het projectgebied. Dit zijn de grote vos (Nymphalis polychloros), de grote weerschijnvlinder (Apatura iris) en de kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla). Binnen de bosschages van het projectgebied zijn waardplanten voor de kleine ijsvogelvinder (wilde kamperfoelie en sneeuwbes) waargenomen. De grasvelden, waar de beoogde ontwikkelingen plaats zullen vinden, zijn te intensief onderhouden om onderdeel uit te maken van het foerageergebied van deze ongewervelden. Effectenbeoordeling De bosschages van het projectgebied bieden mogelijk geschikte habitats voor beschermde ongewervelden, met name de kleine ijsvogelvlinder. Derhalve kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden binnen het projectgebied niet worden uitgesloten.

Gezien de aard van de beoogde ontwikkelingen binnen het projectgebied zullen er geen veranderingen in de samenstelling van het foerageergebied van deze soorten plaatsvinden, daarnaast verdwijnen er geen waardplanten. Een aanvullend soortenonderzoek en een omgevingsvergunning voor deze soorten is derhalve niet nodig.

5.7

Vogels

Voorkomen en functie Alle inheemse in het wild levende vogels zijn beschermd onder de Vogelrichtlijn. Tabel 5.2 geeft een overzicht van alle vogelsoorten die gezien verspreidingsgegevens, NDFF en het locatiebezoek mogelijk in of rondom het projectgebied voorkomen. Aan een deel van deze soorten is een categorie toebedeeld gerelateerd aan de nest beschermde status. Nesten van vogels uit categorie 1 t/m 4 zijn altijd jaarrond beschermd. Soorten met een andere categorie vallen onder soorten mét jaarrond beschermde nesten of hebben een andere specifieke beschermde status gerelateerd aan hun nestbouwkenmerken of staat van instandhouding. Vogelsoorten die niet onder categorie 1 t/m 5b vallen zijn soorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. De exacte definities van deze categorieën zijn opgenomen in Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming (Hunink, 2024). Tabel 5.2. Vogelsoorten die a.d.h.v. NDFF verspreidingsgegevens en bevindingen tijdens het locatiebezoek mogelijk in of rondom het projectgebied aanwezig zijn inclusief nest beschermde status. Soort Categorie

Steenuil Gierzwaluw Huismus Huiszwaluw Roek Boerenzwaluw Bosuil Kerkuil Ooievaar Zwarte specht Boomvalk Buizerd Sperwer Torenvalk Wespendief Havik Bonte vliegenvanger Groene specht

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

1 2 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 5 5

Pagina 18 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Grutto Kleine bonte specht Ringmus Spreeuw Veldleeuwerik Wulp

5 5 5 5 5 5

In de omgeving van het projectgebied ligt natuurgebied de Oostermaet en agrarisch gebied omrand door lanen en bosschages. Er zijn geen nesten van vogels en holtes aangetroffen in de bosschages van het projectgebied. De oude schuur aan de zuidzijde van deelgebied 2 biedt mogelijk nestgelegenheid voor vogels. Soorten met jaarrond beschermde nesten die gebouw bewonend zijn als de huismus en de huis- en gierzwaluw zullen hier echter niet nestelen om dat er geen gesloten ruimte is onder de golfplaten van de bestaande bebouwing in deelgebied 2, tevens blijft deze bebouwing in de toekomstige situatie bestaan. Er zijn geen nesten of vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de bosschages in en rondom het projectgebied. De bomen en bosschages blijven in de toekomstige situatie bestaan. Het sportveld in deelgebied 2 werd tijdens het locatiebezoek veelvuldig gebruikt als foerageergebied door algemene broedvogels. Dit kan betekenen dat dit veld mogelijk onderdeel uitmaakt van foerageergebied voor algemene vogelsoorten. Effectenbeoordeling Gezien de aard van de beoogde ontwikkelingen binnen het projectgebied worden er geen negatieve effecten verwacht op vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de bosschages van het projectgebied is aannemelijk.

Deze nesten zijn alleen beschermd wanneer ze in gebruik zijn tijdens de broedperiode. Nesten van broedende vogels én hun omgeving zijn altijd wettelijk beschermd en mogen niet worden verstoord. Deze soorten zullen mogelijk verstoring ondervinden van de beoogde werkzaamheden. Maatregelen om verstoring te voorkomen zijn noodzakelijk. Een aanvullend soortenonderzoek en een omgevingsvergunning voor vogelsoorten is derhalve niet nodig.

5.8

Flora

Beschermde flora valt onder de Habitatrichtlijn, zijn nationaal beschermd en/of vallen onder de lijst van gemeentelijk beschermde soorten, in dit geval de Soortenlijst Deventer (Lam, E., 2019). Volgens verspreidingsgegevens komt rondom het projectgebied geen beschermde flora voor. Ook is er tijdens het locatiebezoek geen beschermde flora aangetroffen. Het projectgebied wordt gekenmerkt door eentonige grasvelden, daarbuiten zijn grote delen zijn verhard. Tijdens het locatiebezoek zijn onder andere soorten als braam (Rubus spp.) en klimop (Hedera helix) in de bosschages langs de sportvelden aangetroffen, dit wijst op een verrijkte bodem. Deze voedselrijke omstandigheden zijn niet geschikt voor deze beschermde soorten. Ondank dat het locatiebezoek buiten het groeiseizoen is uitgevoerd, kan door het ontbreken van een geschikt habitattypen en de huidige inrichting van het projectgebied, de aanwezigheid van beschermde flora redelijkerwijs worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig.

5.9

Overige soorten

Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als bruine kikker, gewone pad, haas, konijn, mol en algemene muizen-soorten worden verwacht. Het projectgebied is mogelijk onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. Deze soorten zijn beschermd onder ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soorten geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 19 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

6 Invasieve exoten Voorkomen Invasieve exoten kunnen op den duur schade veroorzaken aan fundering, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen (NVWA, 2021). Ze vormen een bedreiging voor de biodiversiteit, kunnen ecosysteemdiensten veranderen en kunnen soms schadelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid voor mensen (NVWA, z.d.) Volgens verspreidingsgegevens komen er geen invasieve exoten voor binnen of rondom het projectgebied. Invasieve soorten zijn tijdens het locatiebezoek ook niet waargenomen. Effectenbeoordeling De aanwezigheid van invasieve exoten is niet aannemelijk. Aanvullende maatregelen of andere vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 20 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

7 Conclusie en aanbevelingen Op basis van de resultaten van dit verkennend onderzoek zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen als volgt: Gebiedsbescherming De beoogde ruimtelijke ontwikkeling veroorzaakt mogelijk negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als gevolg van directe verstoring (licht, geluid en trillingen). Deze effecten dienen volgens provinciaal beleid onderzocht te worden door middel van een vervolgonderzoek (“ja, mits” toets). Wettelijk beschermde houtopstanden zijn niet aanwezig. Er geldt geen omgevingsvergunning of plicht tot kapmelding bij de provincie. Een substantieel, negatief effect van de beoogde ontwikkeling op de stikstofemissie en depositie en daarmee op Natura 2000-gebieden is wordt nader onderzocht d.m.v. een stikstofberekening. Soortenbescherming Negatieve effecten op beschermde soorten als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling kunnen op voorhand worden uitgesloten. Vervolgonderzoek naar beschermde soorten is niet nodig. De aanwezigheid van (beschermde) soorten uit onderstaande soortgroep is aannemelijk. Aanvullend soortenonderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig mits tenminste één van de daaropvolgende maatregelen wordt toegepast: ●

(Broed)vogels: 1 Verstorende werkzaamheden vinden plaats buiten het broedseizoen, of; 2 Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen, dienen de aanwezige bosschages/bomen met nesten en de omgeving hiervan niet te worden verstoord, of; 3 Er vindt een broedvogelinspectie plaats door een deskundige ecoloog vóór aanvang van ontwikkeling gerelateerde werkzaamheden.

Verstoring van broedende vogels is verboden Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van weersomstandigheden en de specifieke soort. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Omgevingswet. De aanwezigheid van algemene soorten waaronder haas, konijn, mol en algemene muizen-soorten valt niet uit te sluiten. Deze soorten zijn in de provincie Overijssel vrijgesteld. Een aanvullend soortenonderzoek en omgevingsvergunning voor deze soorten is niet nodig. Desondanks geldt voor deze soorten de zorgplicht. Zorgplicht In artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd. Lid 1 van het artikel luidt als volgt: 1. “Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. “alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b.

voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.” Deze zorgplicht wordt nader geconcretiseerd omdat initiatiefnemers op grond van lid 2 verplicht zijn zich ervan dienen te vergewissen dat op de locatie van de voorgenomen activiteit, geen in het wild levende dieren van beschermde soorten of hun belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats aanwezig zijn (BIJ12, 2024). Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 21 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Bronnen BIJ12 (2024). Juridisch kader. Behorende bij kennisdocumenten soortbescherming. Versie 2.0, januari 2024. BIJ12 (2023). Kennisdocument Huismus Passer domesticus, Versie 2.1, februari 2023, Utrecht. BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant. Zoogdiervereniging, 13 oktober 2017. Criel, D. (1990). Kunstmatige schuilplaatsen kleine marterachtigen. Zoogdier, 1 (1), pp. 17-21. Guillon, C.P., de Groot, M.R, van Hees, S.R.W, van der Wijngaart, T., & Faber, P.A. (2022). Ruimtelijke bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) onder de Omgevingswet. Juli 2022. Hunink, S. (2024). Lijst beschermde soorten Omgevingswet. Natuurinclusief, Borculo. 14 februari 2024. Interprovinciaal overleg (IPO). (2022). Natuurnetwerk Nederland (ehs). Atlas Leefomgeving. Lam, E. (2019). Memo Natuurtoetsen. Gemeente Deventer. 1 december 2019. Ministerie van Economische Zaken. (2018). Natura 2000-gebieden. Atlas Leefomgeving. Nationale Databank Flora en Fauna (z.d.). https://ndff-ecogrid.nl/ Datum geraadpleegd: 20-02-2024. Overheid.nl. (2022). Provinciaal blad van Overijssel. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-20221157.html. Datum geraadpleegd: 20-02-2024. Provincie Overijssel. (2023). Natuurbeheerplan Provincie Overijssel 2023.

https://www.overijssel.nl/media/2vohw3ye/bijlage-1a-natuurbeheerplan_2023_dt.pdf. Datum geraadpleegd: 20-02-2024. RAVON. (z.d.). Levendbarende hagedis. https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis Datum geraadpleegd: 28-02-2024 RAVON. (z.d.). Poelkikker. https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/poelkikker Datum geraadpleegd: 2802-2024 Rijksoverheid (2020). Handreiking woningbouw en AERIUS. 20400607. Januari 2020. Veldman, J., Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. November 2019. Verschoor, J. & Rozema, J. (2016). Verbeteren leefomgeving wezel, hermelijn en bunzing. Zoogdier, 28 (3), pp. 8-9. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari. Webgispublisher (z.d.) Monumentale bomen. https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=groen%5Ferfgoed# Datum geraadpleegd: 15-02-2023. Zoogdiervereniging (z.d.). Das. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Datum geraadpleegd: 15-02-2023. Zoogdiervereniging (z.d.). Eekhoorn. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn Datum geraadpleegd: 15-02-2023. Zoogdiervereniging (z.d.). Egel. https://zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/egel Datum geraadpleegd: 1502-2023. Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 22 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Zoogdiervereniging (z.d.). Gewone dwergvleermuis: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/gewone-dwergvleermuis Datum geraadpleegd: 15-02-2023. Zoogdiervereniging (z.d.). Laatvlieger. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/laatvlieger Datum geraadpleegd: 15-02-2023. Zoogdiervereniging (z.d.). Steenmarter. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter Datum geraadpleegd: 15-02-2023.

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Pagina 23 van 23

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Bijlage 1: Impressie projectgebied

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Projectcode: P06659 Versie: 3.0

Rapportage Quickscan flora en fauna Sportweg 1 te Lettele

Bijlage 2: Veldwerk inventarisatie en indicatoren ● Bebouwing en overige complexen: Kenmerken zoals gaten, spleten, kieren, luiken, holten en andere openingen in wanden, kozijndelen, muren en afwerking, stootvoegen, schachten en bekisting, onder dakgoten of dakpannen, onder enige dakbedekking of afwerking zoals loodslabben, dakbeschot en boeiboorden, tussen schotten, balken, aanleunende delen en ventilatieopeningen, spouwmuren, zolders, kelders, kruipruimten en platte daken. ● Lijnvormige elementen: Structuurvormende eenheden met aansluitende delen en/of opzichzelfstaande doorlopende elementen waaronder akkers, grasland, bomenrijen, lanen, wegdelen, watergangen, muren, aaneensluiting van panden, complexen of andere vormen van bebouwing, een aaneensluiting van scheidingslijnen tussen open velden of open water of andere kenmerken die sterk afwijken van kenmerken van naastgelegen en verbonden structuren zoals begroeiing. ● Vegetatie: Kenmerken van staande en liggende vegetatie waaronder type, kwantiteit, soorten, hoogte, dikte, dichtheid en algemene doorlaatbaarheid en toegankelijkheid, locatie en afstand t.o.v. mogelijk verstorende elementen, aaneensluiting van vegetatie, aaneensluiting en ligging t.o.v. routebepalende elementen of andere mogelijke habitatfuncties, losse bast delen, leeftijd en aanwezigheid van dood hout.

● Rust- verblijf- en broedplaatsen: Indicerende kenmerken beschreven onder ‘Bebouwing en overige complexen’ en kenmerken aanwezig in bomen of andere houtige elementen, in palen, kasten, zolders en afgesloten ruimtes zoals takjes, bedding en andere isolerende materialen, als dan niet verzameld, holen of kuilen in vegetatie, bodem of in andere al dan niet aangebrachte structuren, hopen van takken, puin of andere dekking creërende materialen, zandplaatsen en de verplaatsbaarheid van zand. ● Water: Kwaliteit waaronder helderheid, diepte, stroming en stabiliteit, aanwezigheid van waterplanten en oevervegetatie, aansluiting met andere waterpartijen of watergangen, bodem en oeverkenmerken, helling van het talud, fluctuaties, mate van verstoring en ligging. ● Sporen: Kenmerken waaronder excrementen zoals braaksels, braakballen en uitwerpselen, latrines, delen van eischalen, nesten en prooiresten, delen van vacht zoals haren en veren, pootafdrukken, wissels, krabsporen, knaagsporen, voedselresten, voedselverzamelplaatsen en wroetsporen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15076820/1