2024-885 Raadsvoorstel Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team
: : : : :
Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie Wethouder Elferink, 2024-885 26-11-2024 DEV-BLD-R
Inleiding Dit besluit gaat over de het tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie, als onderdeel van het integrale mobiliteitsplan binnenstad en periferie. Dit raadsvoorstel hangt samen met raadsvoorstel Basisvoorkeursvariant Hoofdwegenstructuur dat uw raad parallel krijgt voorgelegd. Hierin worden drie uitgangspunten vastgesteld, te weten: 1. Ontwerpen vanuit het STOMP principe; 2. In principe verlagen van de maximumsnelheid op gebiedsontsluitingswegen naar 30km/u; 3. Hanteren van het dakpanprincipe. Deze uitgangspunten zijn randvoorwaardelijk zijn om de binnenstad nog leefbaarder en duurzamer te maken. Deventer gaat voor een kwaliteitsimpuls op gebied van leefbaarheid en duurzame mobiliteit in de binnenstad en de omliggende wijken. We zoeken een balans in voldoende ruimte voor een gezond leef- en loop en fietsklimaat enerzijds, terwijl de economische centra en andere bestemmingen ook met de auto bereikbaar moeten blijven. Gelijktijdig aan het opstellen van het tussenproduct werkt de gemeente ook aan de uitwerking van het Gebiedsprogramma Centrumschil. Hoewel de doorlooptijd van het Gebiedsprogramma Centrumschil langer is dan van het mobiliteitsplan is bij het opstellen van het mobiliteitsplan rekening gehouden met de ambities van het gebiedsprogramma.
Voor dit tussenproduct heeft de raad in 2023 het plan van aanpak en bijbehorende participatieaanpak vastgesteld (2023 -1200, 19 december 2023) voor de "Herijking visie Hoofdwegenstructuur 2040 en Integraal Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie”. In het plan van aanpak staan 9 fasen omschreven, van analyse tot finale besluitvorming. Dit besluit gaat over fase 5 waarbij de raad besluit over het tussenproduct. Waar de "Basisvoorkeursvariant Hoofdwegenstructuur" zich richt op de hoofdwegen in en rond de stad, focust het tussenproduct van het "Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie" op de specifieke uitdagingen in de binnenstad en de omliggende gebieden en borduurt hiermee voort op de principes uit de Basisvoorkeursvariant Hoofdwegenstructuur. Dit plan is gebaseerd op twee kernprincipes: 1) Een leefbare binnenstad en periferie 2) Een gastvrije binnenstad en periferie Bij het opstellen van het definitieve Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie wordt er verder gekeken tot 2035. Waar het tussenproduct voornamelijk richting geeft zal het definitieve mobiliteitsplan concreter van aard zijn. Hierin worden onder meer de verschillende uitwerkingsrichtingen verder op detailniveau uitgewerkt. Bij het opstellen hiervan wordt input gebruikt van de onderzoeken waar dit tussenproduct een aanzet toe geeft.
Nieuwe inzichten die voortkomen uit het vernieuwen van het parkeerbeleid worden hierin meegenomen. Ook wordt er dan rekening gehouden met de woningen die na 2030 gebouwd gaan worden en worden ook meer fundamentele oplossingen zoals een 3e IJsselbrug beschouwd.
Raadsvoorstel 1. De twee kernprincipes zoals omschreven in het tussenproduct van het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie vast te stellen. Deze twee kernprincipes zijn:
Een leefbare binnenstad en periferie Een gastvrije binnenstad en periferie 2. Het tussenproduct van het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie vast te stellen als basis voor de maatregelen tot 2030 en als richting voor het definitieve Mobiliteitsplan voor de Binnenstad en periferie.
Kern raadsvoorstel Voor u ligt het tussenproduct van het Mobiliteitsplan voor de Binnenstad en Periferie. In dit mobiliteitsplan legt de gemeente maatregelen en richtlijnen vast om de bereikbaarheid op duurzame wijze toekomstbestendig te maken in relatie tot de ambities van de stad. Hierbij streeft de gemeente naar een balans tussen een leefbare binnenstad en periferie enerzijds en een gastvrije en economisch vitale binnenstad en periferie anderzijds. In dit tussenproduct van het Mobiliteitsplan voor de Binnenstad en Periferie worden twee kernprincipes gehanteerd: 1) Een leefbare binnenstad en periferie 2) Een gastvrije binnenstad en periferie Bij elk kernprincipe horen een aantal uitwerkingsrichtingen. Behorend bij kernprincipe 1, “een leefbare binnenstad en periferie”: a) We zetten in op het verminderen van doorgaand autoverkeer • Door o.a. wegen af te waarderen van 50km/u naar 30 km/u en een knip voor het autoverkeer aan te brengen op de Bokkingshang en de Emmastraat. b) We zetten in op het realiseren van parkeercapaciteit aan de rand van de binnenstad • Door o.a. mobiliteitshubs en capaciteitsuitbreiding op de Melksterweide te realiseren. c) We zetten in op het stimuleren van fietsen • Door o.a. het verbeteren van faciliteiten voor fietsers in de binnenstad, waaronder uitbreiding van fietsparkeerplekken. d) We zetten in op het stimuleren van lopen • Door o.a.
het realiseren van loop- en fietsverbindingen tussen de binnenstad en de nieuwe hubs en het verbeteren van looproutes van vervoersknooppunten naar de binnenstad. e) We zetten in op deelmobiliteit • Door onderzoek te doen naar de haalbaarheid van deelmobiliteit in binnenstad en periferie. f) We zetten in op slimme en duurzame stadslogistiek • Door o.a. onderzoek te doen naar goederenroutes en een logistieke hub, inclusief borgen basisnet bevoorrading. Behorend bij kernprincipe 2, “een gastvrije binnenstad en periferie”: g) We zetten in op gastvrij parkeren • Door o.a. het parkeerbeleid te vernieuwen en mobiliteitshubs te realiseren. h) We zetten in op het uitbreiden van het autoluwe gebied • Door onderzoek te doen naar uitbreiding van de autoluwe binnenstad, rekening houdend met de gevolgen voor uitbreiding kernwinkelgebied. i) We verbeteren de wayfinding • Door de wayfinding in en rond de binnenstad te verbeteren.
De bij de uitwerkingsrichtingen behorende maatregelen zijn op hoofdlijnen benoemd in het tussenproduct, maar worden na besluitvorming verder uitgewerkt. Een van de maatregelen in dit tussenproduct betreft het vernieuwen van het parkeerbeleid. Zoeken naar een goede balans tussen leefbaarheid en bereikbaarheid betekent ook dat de gemeente scherpe keuzes moet maken ten aanzien van parkeren. Dit betreft onder andere toewerken naar een lagere parkeernorm voor nieuwe ontwikkelingen in en rond de binnenstad. Het streven hierbij is om de juiste parkeerder de juiste plek te bieden, waarbij het gaat om zowel parkeerplaatsen voor auto’s, als voor fietsen, met als doel om de binnenstad meer leefbaar en gastvrij te maken. Dit doen we onder andere door in te zetten op hubs en het verbeteren van de fietsvoorzieningen. Hiermee willen we bewoners, bezoekers en werknemers van de binnenstad verleiden om te parkeren in een hub aan de rand in plaats van in de binnenstad. Voor alle maatregelen geldt dat deze voorbereid en uitgevoerd kunnen worden als daar middelen en capaciteit voor beschikbaar zijn.
Beoogd resultaat Deventer gaat voor een kwaliteitsimpuls op gebied van leefbaarheid en duurzame mobiliteit in de binnenstad en de omliggende wijken. We zoeken een balans in voldoende ruimte voor een gezond leef- en loop en fietsklimaat enerzijds, terwijl de economische centra en andere bestemmingen ook met de auto bereikbaar moeten blijven.
Kader - Plan van aanpak Herijking hoofdwegenstructuur 2040 & Integraal mobiliteitsplan binnenstad & Periferie (december 2023) - Participatieaanpak Herijking hoofdwegenstructuur 2040 & Integraal mobiliteitsplan binnenstad & Periferie (december 2023) - Raadsmededeling Fietsparkeren Binnenstad (2024) - Programma Fiets Deventer 2021-2025 (2021) - Beeldkwaliteitsplan Deventer (2021) - Agenda Binnenstad 2.0 (2021) - Uitvoeringsplan/programma Duurzame Mobiliteit (2019) - Omgevingsvisie (2019) - Beleidsregels parkeren bestemmingsplannen Deventer (2015) - Deventer Bericht aan de stad, inclusief uitkomst Bereikbaarheidsconclaaf (2011)
Argumenten ten behoeve van de raad Argumenten voor: 1. Het kernprincipe “leefbare binnenstad en periferie” en de vertaling naar de maatregelen uit het tussenproduct sluiten aan bij het tot nu toe gehanteerde beleid en de wens vanuit gebruikers: a) Deventer zet zich al gedurende lange tijd in om de leefbaarheid in buurten en wijken te verbeteren. Er is steeds meer aandacht voor duurzame wijzen van mobiliteit, zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer, waarbij het STOMP-principe wordt gehanteerd. b) Het verlagen van de snelheid van 50km/u naar 30km/u op enkele hoofdwegen in de binnenstad en periferie zorgt voor meer verkeersveiligheid en een betere oversteekbaarheid. Langzaam verkeer krijgt een hogere prioriteit en er komt meer ruimte voor groen. Door meer wegen in te richten als GOW30 ontstaat hier een prettiger woon- en verblijfklimaat en komt dit de leefbaarheid ten goede. c) Het huidige parkeerbeleid is opgesteld vanuit het streven naar een autoluwe binnenstad. Kern van het beleid is dat de binnenstad vooral parkeergelegenheid moet bieden voor kort bezoek. Bezoekers die langere tijd in de binnenstad moeten zijn kunnen hun auto aan de rand van de binnenstad
parkeren. d) De respondenten van de keuzewijzer geven over het algemeen aan een redelijk sterke voorkeur te hebben voor meer ruimte voor fiets, lopen en groen. 2. Het kernprincipe “gastvrije binnenstad en periferie” en de vertaling naar de maatregelen uit het tussenproduct zijn onder meer nodig om een goede balans te vinden tussen economische vitaliteit en bereikbaarheid. a) Een belangrijke voorwaarde voor een gastvrije binnenstad is een goede bereikbaarheid. Vanwege het groeiende aantal inwoners en het groeiend belang van Deventer als regionaal en toeristisch centrum is het steeds meer een uitdaging om deze goede bereikbaarheid te garanderen. b) Een goede bereikbaarheid is essentieel voor een economisch vitale binnenstad. Door scherpe keuzes te maken ten aanzien van parkeren zorgen we ervoor dat het mogelijk blijft om op korte afstand van het kernwinkelgebied te parkeren. 3. Het nemen van een besluit over zowel het tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie en de Basisvoorkeursvariant Hoofdwegenstructuur is essentieel om zo snel mogelijk aan de slag te kunnen gaan. Denk hierbij aan onderhoud van wegen, realiseren van woningen en voorzieningen. Zo zorgen we voor een aantrekkelijke stad om te wonen, werken en te verblijven.
Daarnaast zijn er nu middelen, zogenaamde versnellingsgelden, vanuit het Rijk beschikbaar om te investeren in infrastructurele projecten zodat we woningen kunnen blijven bouwen. 4. De Klimaatraad heeft geadviseerd de fietspaden in Deventer veiliger in te richten en fietsers vaker voorrang te geven. Dan wordt het aantrekkelijker om de fiets te pakken. Het STOMP-principe, het verlagen van de maximumsnelheid en het realiseren van fietsvoorzieningen in de binnenstad en periferie geven vooruitlopend op de besluitvorming over de adviezen van de klimaatraad invulling aan dit advies. Argumenten tegen: 1. Enkele maatregelen hebben een behoorlijke impact op de omgeving. Met name de voorgestelde knip voor het autoverkeer in de Bokkingshang en de Emmastraat heeft gevolgen voor de ontsluiting van de Raambuurt. De gemeente neemt de input van de Raambuurt zeer serieus. Bij de verdere vormgeving van de knip en eventuele flankerende maatregelen wordt de Raambuurt betrokken. 2. Verlagen van de snelheid op enkele hoofdwegen en vaker voorrang voor de fiets of voetganger zorgt ervoor dat de reistijd met de auto op sommige trajecten zal toenemen. Dit heeft gevolgen voor de bereikbaarheid per auto van de economische centra, voorzieningen en binnenstad. Een rit met de auto vanuit een van de kernen of bijvoorbeeld Diepenveen naar de binnenstad zal iets langer duren.
Naar verwachting is deze toename van reistijd over de gehele reis gezien zeer klein. 3. Goede parkeervoorzieningen voor auto en fiets zijn een belangrijke voorwaarde voor een gastvrije binnenstad. Zoals aangegeven moeten er ten aanzien van het parkeren scherpe keuzes worden gemaakt. Keuzes die moeten leiden tot passende parkeeroplossingen voor verschillende doelgroepen. Een mogelijk gevolg van deze keuzes is dat het voor sommige doelgroepen minder aantrekkelijk wordt om in de binnenstad en periferie te parkeren. Deze keuzes worden verder uitgewerkt in de vernieuwing van het parkeerbeleid.
Betrokken partijen en participatie
Er is een gezamenlijke focusgroep samengesteld voor het mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie en de Herijking visie Hoofdwegenstructuur. Deze groep is voor de hoofdwegenstructuur acht keer bij elkaar geweest. Op 23 oktober heeft een afsluitende bijeenkomst plaatsgevonden over de binnenstad en periferie waar de groep geadviseerd heeft over de te nemen maatregelen. Het verslag van deze sessie, inclusief een overzicht van deelnemende partijen is bijgevoegd bij de stukken (zie bijlage iii). Ook zijn er gesprekken geweest met samenwerkingspartners, waaronder vertegenwoordigers van de politie, Veiligheidsregio IJsselland en Provincie Overijssel. Er is ook een advies van de adviesraad natuur en milieu ontvangen. Sommige partijen hebben naar aanleiding van de gesprekken nog een aanvullende brief of mail verstuurd. Een samenvatting hiervan vindt u in bijlage iv, inclusief een reactie. In oktober 2024 heeft een breed publiek via een online keuzewijzer zijn mening gegeven. In totaal hebben 2014 unieke respondenten de Keuzewijzer ingevuld. Over het algemeen geven de respondenten aan een voorkeur te hebben voor meer ruimte voor fiets, lopen en groen (score van 71,5 op een schaal van 100). Dit is een redelijk sterke voorkeur. De respondenten die het vaakst met de fiets of lopend naar de binnenstad gaan hebben soortgelijke resultaten.
De respondenten die het vaakst met de auto naar de binnenstad gaan zijn gemiddeld genomen neutraal. Voor de leesbaarheid gebruiken we in deze nota en het verslag van de peiling de termen automobilist, fietser of voetganger. In bijlage vi vindt u de opbrengsten uit de keuzewijzer in het verslag van de peiling "Goed op Weg".
Financiële consequenties Dit besluit heeft geen directe financiële gevolgen. In de rapportage "Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie" wordt in hoofdstuk 5 de fasering besproken. De strategie is zoveel mogelijk werk met werk te maken en te starten met de projecten waar al middelen voor beschikbaar zijn. Voor de maatregelen waar nog geen middelen beschikbaar voor zijn zal naar middelen gezocht worden via subsidies en/of een vraag aan de raad komen via de perspectiefnota. Ten aanzien van de procesgelden voor het ‘Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie’ wordt melding gemaakt over de financiële afwijking middels de derde kwartaalrapportage 2024.
Betrokkenheid raad Tot nu toe: - Voor de herijking hoofdwegenstructuur en mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie heeft de raad in juli 2023 het plan van aanpak en bijbehorende participatieaanpak vastgesteld. Bij deze behandeling is de motie "brede consultatie bij uitvoering plan van aanpak" aangenomen. - Op 21 december 2023 is de raad via een raadsmededeling geïnformeerd over het aangepaste plan van aanpak inclusief de participatie aanpak. - Op 9 februari 2024 is de raad via een raadsmededeling geïnformeerd over de analyse fase. - Op 14 februari 2024 is de raad bijgepraat tijdens een technische sessie. - Op 11 juni is de raad via een raadsmededeling geïnformeerd over de aangepaste planning - Op 19 september 2024 is de raad via een raadsmededeling geïnformeerd over het concept basisvoorkeursvariant HWS, de stand van zaken Binnenstad en Periferie en het starten van de brede consultatie. - Op 9 oktober 2024 is de raad bijgepraat tijdens een technische sessie, waarbij de focus lag op de basisvoorkeursvariant HWS. Toekomst:
De rol van de raad begin 2025 is het geven van een richtinggevende uitspraak (RUR) over de twee kernprincipes en het tussenproduct. De kernprincipes en de bijbehorende uitwerkingsrichtingen worden verder uitgewerkt in het definitieve mobiliteitsplan. Indien gewenst wordt de raad nog bijgepraat door middel van technische sessies. De raad wordt tussentijds geïnformeerd over het vervolg proces definitief mobiliteitsplan via een raadsmededeling. Aansluitend volgt bespreking en vaststelling definitief mobiliteitsplan, conform het plan van aanpak. Na het besluit van de raad over het mobiliteitsplan kunnen de maatregelen waarvoor middelen beschikbaar zijn gestart worden. Voor maatregelen waar onvoldoende dekking voor beschikbaar is volgt een investeringsvoorstel via de perspectiefnota.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,
J.P. Wassens
R.C. König