CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-885 bijlage Tussenversie Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie

Raadsvergadering 19 maart 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie9.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5

Vervolg, uitgangspunten en fasering

5.1 Relatie tussen het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie en het Gebiedsprogramma Centrumschil De focusgroep heeft aangegeven dat de gemeente en belangengroepen grotendeels overeenstemming hebben over het uiteindelijke doel van een duurzame transitie. Er zijn echter verschillende ideeën over het tijdspad om dit doel te bereiken. Zowel het Mobiliteitsplan voor Binnenstad en Periferie als het Gebiedsprogramma Centrumschil kunnen hierbij aansluiten. De overeenkomsten en verschillen tussen beide zijn als volgt: voor alle partijen is het doel op lange termijn helder. Het Gebiedsprogramma Centrumschil richt zich voornamelijk op het visualiseren van dat einddoel en kijkt vervolgens terug om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om dit te bereiken. Het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie kijkt in deze fase van het tussenproduct, met uitvoeringsmaatregelen tot 2030, naar welke acties ons optimaal in de richting van het einddoel sturen. Zowel de gemeente als de belangengroepen beschouwen de “must-have” maatregelen als waardevol, ongeacht of ze in latere fasen moeten worden aangepast op basis van nieuwe inzichten, zoals de locatie van nieuwe woningen of bedrijventerreinen. Op dat moment kunnen dan ook meer ingrijpende maatregelen voor de lange termijn, zoals de aanleg van een derde IJsselbrug, worden overwogen.

5.2

Uitgangspunten voor het gewenste tempo van de mobiliteitstransitie

Deventer gaat voor een kwaliteitsimpuls op gebied van leefbaarheid en duurzame mobiliteit in de binnenstad en de omliggende wijken. We zoeken een balans in voldoende ruimte voor een gezond leef- en loop en fietsklimaat enerzijds, terwijl de economische centra en andere bestemmingen ook

Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie 23

met de auto bereikbaar moeten blijven. We willen deze verandering stimuleren, maar niet forceren. Daarom stellen we de volgende spelregels voor bij het komende transitieproces. Eerst het zoet, dan het zuur. Uitgangspunt is dat forse ingrepen ten aanzien van autobereikbaarheid en parkeren alleen doorgevoerd kunnen worden als hiervoor redelijke alternatieven zijn ontstaan. Het moet redelijkerwijs aan betrokkenen en omwonenden uitlegbaar zijn hoe de gevolgen van veranderende mobiliteit in de eigen omgeving uit zullen werken. Een gewenningsperiode met enige frictie zal altijd blijven, maar op termijn moeten de juiste randvoorwaarden worden ingevuld. Juiste verhouding in woningbouw en infraprojecten. We moeten aantonen dat beide soorten projecten elkaar per gebied aanvullen. Dus bij woningbouw een hub, bij een centrumlocatie een fietsenstalling. Bij de planning moet die lokale verhouding zichtbaarder worden. Dat is ook een kwestie van plannen: Een goed voorbeeld is het maken van ruimtelijke reserveringen om later ook in andere plaatsen rond de binnenstad hubs te kunnen realiseren. Op zoek naar slimme, goed voorbeelden. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor zowel het heden als de toekomst. Dit betekent dat we niet alleen doelen formuleren, maar ook inzichtelijk maken hoe we die doelen willen bereiken, en dat we het draagvlak hiervoor vergroten.

Autobezit en -gebruik zijn voor veel mensen belangrijk. Daarom zullen wij als gemeente het goede voorbeeld geven, zodat mensen zelf de voordelen van de veranderingen kunnen ervaren. Om die reden is het belangrijk om op enkele punten expliciet aan te geven waarom een maatregel wordt genomen. Een goed voorbeeld hiervan is het uitbreiden van het voetgangersgebied. In eerste instantie zijn de reacties vaak negatief, maar na de uitvoering geven veel ondernemers aan dat de situatie uiteindelijk verbeterd is. We willen de behoefte aan concrete voorbeelden vervullen om te laten zien welke voordelen deze veranderingen kunnen brengen. Aanhaken op momenten die om een andere mobiliteitsaanpak vragen. In de huidige situatie is de verkeersintensiteit in de spitsuren soms al zorgelijk. Ook parkeerruimte in het centrum is schaars, wat met name blijkt uit wachtlijsten voor bewoners. Uiteraard werken we hard aan oplossingen hiervoor en ontstaat een deel van de problemen uit tijdelijke veranderingen, bijvoorbeeld als gevolg van werkzaamheden. Toch zien we ook hierin kansen. Een tijdelijke wijziging kan juist een aanleiding zijn om een gedragsverandering in gang te zetten. De gemeente kan hierin faciliteren. Bijvoorbeeld door omwonenden bij werkzaamheden gebruik te laten maken van een hub, inclusief een pendelfunctie.

Een dergelijke pilot geeft dan inzicht in het gebruik bij een definitieve herinrichting.

Figuur 15: werkzaamheden aan de weg

Monitoring, evaluatie en – waar nodig – bijstellen. Zowel het Gebiedsprogramma Centrumschil als het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie bieden geen vaste blauwdruk voor de toekomst. Naast de voorgestelde maatregelen worden ook onderzoeken gepland die op termijn nieuwe inzichten en maatregelen kunnen opleveren. Naarmate de tijd verstrijkt,

Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie 24

kunnen waardevolle voorbeelden of leermomenten ontstaan, zowel in Deventer als daarbuiten. Daarom is het belangrijk om beslissingen nu te nemen met de flexibiliteit om plannen later aan te passen. Participatie op projectniveau speelt hierbij een belangrijke rol. Naast de specifieke invulling per project kunnen we hiermee ook algemene indicaties over de voortgang verzamelen. Zo blijven de documenten 'levend' en kunnen ze in de toekomst worden bijgestuurd, zonder dat een geheel nieuwe visie of uitgangspunten vereist zijn.

5.3

Fasering en uitvoering

Alle maatregelen kunnen voorbereid en uitgevoerd worden als daar middelen en capaciteit voor beschikbaar zijn. Bij de voorbereiding wordt ook de technische haalbaarheid getoetst. Wanneer er aanleiding is, zoals vanuit een groot onderhoudsopgave, verkeersveiligheid of mogelijkheid tot cofinanciering voor verbetering van fietsinfrastructuur kunnen deze eerder worden opgepakt. In bijlage iv is per maatregel aangegeven waar de koppelkansen liggen met onderhoudsprojecten of beschikbare middelen. In zijn algemeenheid: we maken werk met werk als andere werkzaamheden, zoals onderhoud, gepland staan. Daarnaast zijn we alert op cofinancieringsmogelijkheden met het Rijk en de provincie Overijssel en doen we op basis van het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie een investeringsvoorstel via de perspectiefnota indien van toepassing.

5.4

Aanbevelingen voor het vervolg

Zoals onder meer in H2.4 is aangegeven betreft dit een tussenproduct, wat als basis dient voor het definitieve Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie. De wens is om te komen tot een concreet plan waarin onder meer de verschillende uitwerkingsrichtingen verder op detailniveau worden uitgewerkt. Onderstaand volgen aanbevelingen die gebruikt kunnen worden bij het opstellen van het definitieve plan. Deze aanbevelingen zijn mede gebaseerd op het voor dit product doorlopen proces. Het doel is om een mobiliteitsplan te ontwikkelen dat niet alleen flexibel inspeelt op toekomstige behoeften, maar ook draagvlak creëert bij belanghebbenden. Door de inzichten uit het tussenproduct en de aanbevelingen te combineren, werken we aan een mobiliteitsplan dat duurzaam en effectief bijdraagt aan een leefbare en gastvrije binnenstad.

5.4.1 Maak het SMART Maak in het definitieve mobiliteitsplan zoveel al mogelijk gebruik van het SMART-principe. Hiermee maak je een plan concreet en doelgericht.

Figuur 16: SMART-principe

Specifiek Formuleer duidelijke, concrete doelstellingen. Geef aan wat je precies wilt bereiken en welke acties daarbij horen.

Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie 25

Meetbaar Maak doelstellingen meetbaar, zodat je kunt volgen of de doelen worden bereikt. Formuleer kwantitatieve criteria. Acceptabel Betrek belanghebbenden en zorg ervoor dat doelen haalbaar en wenselijk zijn voor alle betrokken partijen. Denk aan bewoners, bedrijven, en lokale overheden. Dit vergroot het draagvlak en de kans op succesvolle uitvoering. Realistisch Stel doelen die haalbaar zijn met de beschikbare middelen, zoals budget, tijd, en personeelscapaciteit. Evalueer of het plan past binnen de fysieke en financiële kaders. Tijdsgebonden Voeg een duidelijke termijn toe aan elk doel om focus en urgentie te creëren. Dit helpt bij het plannen en het evalueren van de voortgang.

5.4.2 Stel een uitvoeringsprogramma op Laat een uitvoeringsprogramma, inclusief een financiële onderbouwing onderdeel uitmaken van het definitieve mobiliteitsplan. Op deze manier worden met name de “R” en de “T” uit SMART-principe geborgd.

5.4.3 Stel een ef icië nt participatietraject op Inbreng vanuit belanghebbenden, waaronder de focusgroep, is cruciaal voor het benodigde draagvlak voor het definitieve mobiliteitsplan. Van belang hierbij is om duidelijk aan te geven wat er van de belanghebbenden wordt verwacht. Zo zorg je ervoor dat de verwachtingen wederzijds overeenkomen en voorkom je dat belanghebbenden overvraagd worden, of juist te weinig aan bod komen. Een efficiënt participatietraject hoort daarom onderdeel uit te maken van het te volgen proces om te komen tot een definitief mobiliteitsplan. Op deze manier doe je ook recht aan de inzet en de input van onder andere de focusgroep en wordt hiermee ook de “A” uit het SMART-principe geborgd.

5.4.4 Gebruik goede voorbeelden Deventer is niet de eerste stad waarvoor een mobiliteitsplan wordt opgesteld. Er zijn meerdere goede en recente voorbeelden in andere steden aanwezig. Het is verstandig om contact te zoeken met deze steden zodat Deventer gebruik kan maken van de ervaring van deze steden bij het opstellen van een mobiliteitsplan.

Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie 26

Bijlagen I.

Rapport Goudappel, oktober 2024, ingredië nten voor het concept mobiliteitsplan

II.

Analyse Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie

III.

Verslag focusgroep 23 oktober 2024

IV.

Nagekomen reacties focusgroep en andere partners

V.

Overzicht maatregelen in relatie tot koppelkansen met onderhoudswerk en middelen

VI.

Verslag peiling “Goed op Weg”

Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14879538/1