2024-704 Toelichting op de wijzigingen in de reserves en voorzieningen 2024
Tekst van het document
Bijlage 2 Toelichting op de wijzigingen in de nota reserves en voorzieningen 2024 In het raadsvoorstel worden wijzigingen van de nota uit 2018 voorgesteld. Dit betreft een groot aantal redactionele en een beperkt aantal inhoudelijke wijzigingen. De inhoudelijke wijzigingen zijn een gevolg van een nieuwe notitie van de commissie BBV, en het gewijzigd financieel toezichtkader van de provincies. Deze wijzigingen hebben gevolgen voor artikelen over de renteberekening over reserves en het structureel kunnen inzetten van reserves. Andere wijzigingen verbeteren de onderbouwing van nieuwe reserves en beperkten het aantal functies. De reserves met een technische functie en met een inkomensfunctie hebben onvoldoende toegevoegde waarde om (apart) in stand te houden. De wijzigingen worden hieronder kort toegelicht: 1. Opzet en redactionele wijzigingen De nota is vereenvoudigd en ingekort. De nieuwe nota beperkt zich tot de beleidsregels die specifiek voor Deventer gelden en een korte algemene toelichting. Hierdoor wordt het eenvoudiger de regels te kennen en toe te passen. Voor meer algemene kennis over het onderwerp zijn andere bronnen (handboeken/cursussen) voorhanden1. Voor deze nota is gekozen voor de opzet van verordeningen en regelingen: de beleidsregels in artikelen, een algemene toelichting en alleen waar nodig een toelichting per artikel.
Uitleg over het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit is opgenomen in de beleidsnota risicomanagement en wordt niet herhaald in deze nota. Alleen de beleidsregels voor de specifieke en generieke weerstandsreserves zijn behouden. Ook de nota risicomanagement wordt in 2024 geactualiseerd. 2. Ruimere inzet van de algemene reserve voor dekking structurele lasten Het toezichtskader van de provincie dat toeziet op een structureel sluitende begroting is gewijzigd. De hoofdregel is: mutaties in reserves worden aangemerkt als incidentele baten en lasten. Er was een uitzondering voor dekking van kapitaallasten. Er is met ingang van de begroting 2025 een nieuwe uitzondering aan toegevoegd: een deel van de algemene reserve mag worden aangemerkt als structurele baat mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan2. Deze uitzondering is ingesteld omdat de gemeenten te veel beperkt werden in de besteding van reserves. Ook bij hoge vrij besteedbare reserves was het niet mogelijk de (structurele) budgetten te verhogen omdat de inzet 1
Een goed voorbeeld van een handboek dat binnen Deventer geraadpleegd wordt: Peter van den Doel & Timon van Zessen; Handboek financiële functie en control bij gemeenten en provincies. 2 i. Maximaal 10% van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan hiervoor worden bestemd; ii. De solvabiliteitsratio is en blijft groter of gelijk aan 20%; iii. Het weerstandsvermogen dient (naar het oordeel van de toezichthouder) voldoende te zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
van reserves niet als structurele baat werd gezien. De nieuwe uitzondering verruimt de mogelijkheden om een structureel dekkende begroting op te stellen met de inzet van reserves. Dit is opgenomen in artikel 2.1. 3. Nieuwe bepaling over rente De commissie BVV heeft een nieuwe notitie over rente gepubliceerd. Daaruit volgt een andere berekening van enkele rekenrentes waaronder de rente die wordt berekend over de stand van een reserve. Deze rente(vergoeding) is onderdeel van de berekening van de omslagrente en het renteresultaat. Voor deze rente is een nieuwe bovengrens bepaald. Deze nieuwe berekening is opgenomen in artikel 2.1 en 3.2. De bovengrens is ingesteld om de gevolgen van deze rentetoerekening te beperken, zodat deze niet stijgt boven een reële en marktconforme rente. De omslagrente is al jaren lager dan de bovengrens die nu is bepaald, en heeft geen directe gevolgen. In de toekomst zou de omslagrente wel kunnen stijgen tot boven de grens, en zal de rente berekend over reserves lager zijn dan de omslagrente. De tweede vorm van rentetoerekening is het toevoegen van rente aan een reserve. Voor de reserve dekking kapitaallasten is dit nodig om de totale kapitaallasten (afschrijving en rente) te kunnen dekken. Voor andere reserves is een afzonderlijk raadsbesluit vereist als rentetoevoeging nodig is om kostenstijgingen te dekken.
In de vorige versie van de nota was het mogelijk reserves te compenseren voor prijsstijgingen door deze automatisch te indexeren. Een dergelijke automatische indexatie leidt tot lastenstijgingen zonder dat is aangetoond dat de werkelijke lasten ook zijn gestegen. Deze optie is komen te vervallen. 4. Bij het instellen van een reserve worden de onttrekking geraamd De raad geeft kaders mee over de inzet van bestemmingsreserve op basis van een beleidsdoel. Bij het instellen van een reserve wordt onderbouwd hoe hoog de lasten zijn en in welk jaar de reserve daarvoor dekking geeft. Hierdoor kan de raad sturen op de inzet van de reserve. In de oude nota was al bepaald dat bedragen die worden toegevoegd aan de reserve moet worden onderbouwd, deze regel is uitgebreid met een onderbouwing van de onttrekkingen. Dit is vastgelegd in artikel 2.4. 5. Bij het instellen van een reserve wordt de looptijd gekoppeld aan het te bereiken doel. Een aantal reserves kennen geen duidelijk doel en geen looptijd. Om voor de raad meer inzicht te geven en het beheer van reserves te verbeteren wordt voorgesteld bij het instellen ook een looptijd te koppelen aan de doelstelling van de reserve. Dit is vastgelegd in artikel 2.4. 6. Resterend saldo bij einde looptijd valt vrij naar algemene middelen.
Resterende middelen vallen de vrij ten gunste van de algemene middelen tenzij in het raadsbesluit anders wordt besloten. Dit is vastgelegd in artikel 2.3. In de vorige nota was dit niet vastgelegd, en werd per op te heffen reserve bepaald waar het saldo werd geboekt.
7. De functie ‘technische reserve’ komt te vervallen De reserve dekking kapitaallasten is in de vorige nota een technische reserve genoemd, maar de functie van deze reserve is dekking te geven aan kapitaallasten. Daarom past de bestedingsfunctie beter. 8. Functie ‘reserve met inkomensfunctie’ komt te vervallen Reserves hebben een inkomensfunctie als er geen bestemming is gekoppeld aan de reserve maar er wel een rente wordt berekend over de stand van de reserve. Het legt een deel van het eigen vermogen vast (beknelde middelen). Het gebruik van reserves voor dit type financieel voordeel is niet in lijn met het treasurybeleid (neutraal renteresultaat als doel) en wordt afgeraden door de commissie BBV, het leidt naar het oordeel van de commissie tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie. Twee reserves met inkomensfunctie vallen vrij: de reserve afkoop erfpacht de reserve Edon lening. Het financiële effect is toegelicht in bijlage 3. Het blijft mogelijk om bespaarde rente mee te nemen in de berekening van de omslagrente. De methode blijft in stand bij de reserve dekking kapitaallasten.