2024-664 Was-wordt-tabel wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2024
Tekst van het document
Bijlage bij wijziging Vfl Was-wordt-tabel wijziging Verordening fysieke leefomgeving Artikel 2.3.3.(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.3.3 Persoonlijk innemen standplaats; vervanging 1.De houder van een vaste standplaatsvergunning kan de hem toegewezen standplaats laten innemen door een vervanger. Een aanvraag vermeldt de verwachte duur van zijn afwezigheid en de naam van de beoogde vervanger. Tevens wordt een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de vervanger overgelegd.
Nieuwe tekst Artikel 2.3.3 Persoonlijk innemen standplaats; vervanging 1.In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan de houder van een vaste standplaatsvergunning met toestemming van het college de hem toegewezen standplaats laten innemen door een vervanger. Een aanvraag hiertoe vermeldt de reden en de verwachte duur van afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. Tevens wordt een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de vervanger overgelegd.
2.De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens dit hoofdstuk gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
2.De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens dit hoofdstuk gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
3.De vergunninghouder en de aangewezen vervanger ontvangen een schriftelijke bevestiging van de vervanging.
3.De vergunninghouder en de aangewezen vervanger ontvangen een schriftelijke bevestiging van de vervanging.
4.Het college kan een vervanger weigeren op de gronden genoemd in Artikel 2.1.4, eerste, tweede en derde lid.
4.Het college kan een vervanger weigeren op de gronden genoemd in Artikel 2.1.4, eerste, tweede en derde lid.
Artikel 2.3.5.(artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.3.5 Overschrijven vaste standplaatsvergunning 1.Wanneer de vergunninghouder niet langer zelf van de vergunning gebruikt wenst te maken is het selectiestel van Artikel 2.3.1 van toepassing, behoudens het gestelde in het tweede lid.
Artikel 2.3.5 Overschrijven vaste standplaatsvergunning 1.Wanneer de vergunninghouder niet langer zelf van de vergunning gebruikt wenst te maken is het selectiestel van Artikel 2.3.1 van toepassing, behoudens het gestelde in het tweede lid.
2.AIs de houder van een vaste standplaatsvergunning overleden of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van zijn erven of zijn curator de
2.AIs de houder van een vaste standplaatsvergunning arbeidsongeschikt is verklaard, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is overleden of onder curatele is
vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of zijn kind, of op een persoon die aantoonbaar twee jaar of langer de houder heeft bijgestaan. De aanvraag tot overschrijving wordt binnen twee maanden of de onder curatelestelling ingediend.
gesteld, dan kan het college op aanvraag van vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn: a. echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont; b. zijn kind c. een medewerker van de vergunninghouder als deze tenminste twee jaar in loondienst heeft gewerkt bij vergunninghouder; of d. een maat, vennoot of bestuurder die volgens het handelsregister minimaal twee jaar samen met vergunninghouder onderdeel heeft uitgemaakt van een maatschap, vennootschap onder firma of privaatrechtelijke rechtspersoon gericht op de exploitatie van de standplaats. De aanvraag tot overschrijving wordt binnen twee maanden na arbeidsongeschiktheid, het overlijden of de onder curatelestelling ingediend 3. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 2.3.1, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 2.3.1, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.
3. Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen.
4. Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen.
4. De aanvraag tot overschrijving wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan de eisen waaraan een houder van een vaste standplaatsvergunning volgens Hoofdstuk 2 moet voldoen.
5. De aanvraag tot overschrijving wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan de eisen waaraan een houder van een vaste standplaatsvergunning volgens Hoofdstuk 2 moet voldoen. 6. De overschrijving van de vastestandplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de selectieprocedure van Artikel 2.3.1.
5. Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze ingetrokken.
7. Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze ingetrokken.
Artikel 2.6.3 (Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.6.3 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1.De houder van een vaste standplaatsvergunning die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen en geen vervanger heeft aangesteld, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de houder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De mededeling wordt uiterlijk 24 uur voor de betreffende marktdag gedaan.
Nieuwe tekst Artikel 2.6.3 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1.De houder van een vaste standplaatsvergunning die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen en geen vervanger als bedoeld in artikel 2.3.3 heeft aangesteld, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de houder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De mededeling wordt uiterlijk 24 uur voor de betreffende marktdag gedaan.
2.Plotselinge verhindering wordt zo spoedig mogelijk aan de marktmeester gemeld.
2.Plotselinge verhindering wordt zo spoedig mogelijk aan de marktmeester gemeld.
3.Naar aanleiding van de mededeling of de melding als bedoeld in de voorafgaande leden ontvangt de houder een schriftelijke bevestiging, waarin met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid tevens ontheffing wordt verleend van de verplichting tot inname van de standplaats.
3.Naar aanleiding van de mededeling of de melding als bedoeld in de voorafgaande leden ontvangt de houder een schriftelijke bevestiging, waarin met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid tevens ontheffing wordt verleend van de verplichting tot inname van de standplaats.
4.De ontheffing van de verplichting tot inname van de standplaats geldt in geval van ziekte en/of bijzondere omstandigheden voor maximaal een half jaar, te rekenen vanaf de dag van ziekmelding of vanaf het ontstaan van de bijzondere omstandigheden en in geval van vakantie voor maximaal 6 weken per jaar.
4.De ontheffing van de verplichting tot inname van de standplaats geldt in geval van ziekte en/of bijzondere omstandigheden voor maximaal een half jaar, te rekenen vanaf de dag van ziekmelding of vanaf het ontstaan van de bijzondere omstandigheden en in geval van vakantie voor maximaal 6 weken per jaar.
5.Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in dit artikel.
5.Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in dit artikel. .
Artikel 5.1.1 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.1.1 Verbod en omgevingsvergunning 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht;
Artikel 5.1.1 Verbod en omgevingsvergunning 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht;
c. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college; b. iepen aangetast door de iepziekte; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; d. dunning in een aaneengesloten houtopstand met een oppervlakte van ten minste 100 m²; e. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; f. houtopstanden waarop afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is.
c. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college; b. iepen aangetast door de iepziekte; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; d. dunning in een aaneengesloten houtopstand met een oppervlakte van ten minste 100 m²; e. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; f. houtopstanden waarop afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is; g. dode houtopstanden.
Artikel 5.1.2 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.1.2 Criteria Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in Artikel 5.1.1, eerste lid, wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: a. natuur-, milieu- en ecologische waarden; b. landschappelijke waarden; c. beeldbepalende waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. stads- en dorpsschoon; f. recreatie en leefbaarheid; g. leeftijd; h. verschijningsvorm; i. zeldzaamheid en dendrologie; j. beplantingsvorm/structuur; k. toekomstverwachting.
Artikel 5.1.2 Criteria Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in Artikel 5.1.1, eerste lid, wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: a. natuur-, milieu- en ecologische waarden; b. landschappelijke waarden; c. beeldbepalende waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. beschermd stads- en dorpsschoon, en/of historische laan; f. recreatieve waarde; g. leeftijd; h. zeldzaamheid en dendrologie; i. beplantingsvorm/structuur; j. toekomstverwachting; k. klimaatadaptatieve waarden.
Toelichting Artikel I, onderdelen A, B en C Hoofdregel is dat de vergunninghouder zelf de standplaats inneemt. Dit artikel maakt het mogelijk dat vergunninghouder zich tijdelijk (b.v. een jaar) laat vervangen in verband met vakantie, ziekte of andere bijzondere omstandigheden. Om zich te kunnen laten vervangen moet vergunninghouder een verzoek doen en toestemming krijgen. De toestemming geldt voor een vastgelegde periode. Vergunninghouder kan er ook voor kiezen zich niet te laten vervangen. In dat geval gelden de bepalingen van artikel 2.6.3. Als de vergunninghouder de vergunning niet meer zelf wil gebruiken, kan hij burgemeester en wethouders vragen om de vaste-standplaatsvergunning in te trekken. Intrekking van de vergunning gebeurt ambtshalve na het overlijden of onder curatele stellen van de vergunninghouder. Een alternatief is dat de vergunning (op aanvraag) wordt overgeschreven op naam van een ander. Artikel 2.3.5 regelt wanneer dat kan en op wiens naam de vergunning dan mag worden overgeschreven. Omdat hieraan in de praktijk behoefte bestaat, is overschrijving ook mogelijk in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid van vergunninghouder of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd door vergunninghouder.
Behalve overschrijving op een levenspartner, kind of medewerker, is het ook mogelijk de vergunning over te laten schrijven op een mede-eigenaar of firmant van het bedrijf. Als voor de oorspronkelijke vergunning de selectieprocedure van artikel 2.3.1 is gevolgd, kan de overschrijving ervan alleen als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria op grond waarvan de vergunning eerder is verleend. Ook verder geldt dat alle aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen onverkort van toepassing blijven. De overschrijving geldt alleen voor de resterende looptijd van de betreffende vergunning en de overgeschreven vergunning kan niet worden verlengd. Na het einde van de looptijd moet de vergunning volgens de toepasselijke verdeelprocedure opnieuw worden uitgegeven. Artikel I, onderdeel D Voor het kappen van o.a. een houtopstand met een stamomtrek van 75 cm of meer geldt een vergunningplicht. In artikel 5.1.1, lid 2 van de Verordening staan uitzonderingen op die vergunningplicht. Dode houtopstanden worden, net als tot 2020 het geval was, uitgezonderd van de vergunningplicht. Vanuit de beheerspraktijk is hier behoefte aan. Artikel I, onderdeel E Klimaatadaptatie wordt steeds belangrijker. Klimaatadaptieve waarden van de te kappen houtopstanden vormen een eigen beoordelingscriterium.
Dat betekent dat een aanvraag voor een te kappen boom ook aan dat zelfstandige criterium wordt getoetst. Bomen dragen op verschillende manieren bij aan klimaatadaptatie van de stad. Ze beperken hittestress door de schaduwwerking en waterverdamping van het bladerdak. Ze vertragen neerslag bij hevige regenval (interceptie) en ze helpen de luchtkwaliteit te verbeteren (o.a. door afvangen fijnstof). De toegevoegde waarde die een boom levert neemt toe naarmate een boom groter en ouder wordt. Daarom zal bij de beoordeling van de klimaatadaptieve waarde van een boom zowel de potentiële grootte van de boom en dus de bijbehorende toekomstige voordelen mee worden gewogen, als de daadwerkelijke omvang van de boom op het moment van beoordelen.
Artikel II van het wijzigingsbesluit De wijzigingsverordening bevat geen overgangsrecht. Voor aanvragen voor het kappen van een boom waar op 1 januari 2025 nog niet op is beslist, betekent dit dat ze worden beoordeeld aan de hand van de gewijzigde kapcriteria.