2024-644 Evaluatie Japanse Duizendknoop gemeente Deventer 2024
Tekst van het document
Gemeente Deventer E. Vonkeman 12 juli 2024 316.08.24 E. Roze/E. Bent/M. van Dijk J. v.d. Kamp/S.C. Kristalijn
Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 026-7851440 www.nladviseurs.nl info@nladviseurs.nl Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van, of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact opnemen met NLadviseurs
Voor u ligt een evaluatie van de huidige aanpak in het
kader
van
bestrijding
van
Japanse
Uit de proeflocaties met verschillende
gebaseerd op het beschikbare budg e t ,
bestrijdingsmethoden zijn de volgende
ris icolocat ie s e n priorit e ring , met jaarlijks e
voorlopige resultaten in beeld:
monitoring en bijsturing van deze plannen. Door
•
injecteren met knoflook zorgde voor
gebruik te maken van het afwegingskader is
duizendknoop
(JDK) in Deventer met als
een forse afname van 75-100% in
inzichtelijk welke locaties prioriteit hebben en
hoofdvraag
welke
oppervlakte;
hoe het jaarbudget zo effectief mogelijk kan
root reset en bevriezen leidden tot
worden ingezet. Ook wordt geadviseerd om
volledige verdwijning van JDK;
jaarlijks data bij te houden op basis van
afgraven bleek bij eerste inspectie
monitoring en van daaruit te rapporteren op
volledig succesvol;
bestede kosten, kosten per m² per methodiek,
machinaal ontwortelen heeft nog geen
nazorgkosten en de effectiviteit van de
duidelijke resultaten opgeleverd
bestrijding.
bestrijdings-
en
beheersmethoden het beste zijn voor het beheer
•
van JDK in Deventer. Op basis van deze evaluatie zijn een aantal conclusies geformuleerd met
•
daaruit voortvloeiende aanbevelingen. • Conclus ie De beheeraanpak lijkt een positief effect te
•
stomen en afdekken varieerden in
hebben op het terugdringen van de JDK. Tussen
effectiviteit, met op sommige locaties
Voor de toekomstige bestrijding is het belangrijk
2020 en 2024 is het aantal g roeilocaties van JDK
een afname van 75-100%.
niet te lang te wachten op de resultaten van
in De ve nt e r name lijk me t 1 0 % afg e nome n.
huidige proeflocaties, aangezien geen enkele
Tegelijkertijd is het t otale oppervlak van JDK met
Aanbe ve ling e n
methode universeel toepasbaar is. Tegelijk is het
2 4 % toegenomen. Kanttekening hierbij is dat de
Een belangrijke aanbeveling is het opstellen van
van belang wel proeflocaties te blijven hanteren
monitoring en registratie in de afgelopen paar
een e e nduidig afw e g ing s kade r om risico-
en goed te monitoren om ter plaatse inzicht te
jaar
gebeurt,
inschattingen per locatie te maken. In deze
krijgen in de effectiviteit van de toegepaste, en
op
het
evaluatie is hiervoor een voorstel opgenomen.
wellicht ook nieuwe, methoden. Goede nazorg is
er een
vollediger
hetgeen
ook
en
nauwkeuriger
invloed
verspreidingsbeeld.
heeft
Dit helpt bij het prioriteren van groeilocaties en
essentieel voor succesvolle bestrijding en het
verschuiving te zijn in de verspreiding van JDK
het kiezen van beheers- of
betrekken van overige grondeigenaren bij de
van
niet-gemeentelijke
bestrijdingsmethoden. Hierbij moeten criteria
aanpak van JDK is cruciaal. Deze aanbevelingen
gronden en visa versa, wat een uitdaging vormt
zoals impact, financiën, koppelkansen tussen
en conclusies zijn belangrijk om de verspreiding
voor effectieve beheersing.
projecten en de ontwikkeling van de besmetting
van JDK in Deventer effectief te beheersen en
worden gebruikt. Verder wordt aanbevolen om
toekomstige bestrijdingsinspanningen te
aan het begin van het jaar een jaarplan te maken
optimaliseren.
gemeentelijke
Daarnaast naar
lijkt
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Context en inhoud evaluatie Leeswijzer
pag. 6 pag. 7 pag. 7
2.1 2.2 2.3 2.4
Beheers- en bestrijdingsmethoden Huidig afwegingskader Gebruikte methoden in Deventer Budgetontwikkeling
pag. 9 pag. 9 pag. 12 pag. 12
3.1 3.2 3.3
Evaluatie 2021 Data-analyse Resultaten
pag. 17 pag. 17 pag. 21
4.1 4.2
Conclusies, Aanbevelingen
pag. 25 pag. 26
1. Ontwikkeling JDK-locaties 2021-2024 pag. 31 2. Toelichting gebruikte GIS-data pag. 32 3A Ervaringen groenbeheerder Deventer pag. 33 3B Ervaringen Groenbedrijf pag. 34
De fysieke leefruimte in Nederland staat vanwege grote ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen onder druk. Een extra drukfactor wordt hierbij gevormd door invasieve uitheemse soorten, waaronder in belangrijke mate Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, hierna afgekort JDK). De verspreiding van deze invasieve exoot is de laatste decennia sterk toegenomen. Ook in de gemeente Deventer heeft deze soort een belangrijke invloed op verschillende locaties. JDK behoort tot de meest invasieve exoten en is, eenmaal gevestigd, zeer moeilijk weer weg te krijgen. In sommige gevallen, mede afhankelijk van de locatie, kan een exoot grote ecologische en economische schade veroorzaken. Hieronder vallen o.a. schade aan infrastructuur en landbouw, het belemmeren van doorstroming van watergangen en veroorzaken van gezondheidsklachten. Daarbij vindt vaak verdringing van onze inheemse flora en fauna plaats, waardoor een invasieve exoot als JDK ook een bedreiging van de biodiversiteit vormt. Overgroeien en uiteindelijk verdringen van lokale vegetatie door JDK vindt plaats doordat deze soort
vroeg in het voorjaar uitloopt, een snelle lengtegroei kent en een bijna gesloten bladerdek vormt (Japanse duizendknoop | NVWA). Wanneer deze verdringing bijvoorbeeld gebeurt met grasvegetatie op dijken of oevers kan de stabiliteit hiervan ondermijnd worden. Zonder beleid, uitvoering en nazorg neemt het aantal invasieve exoten en verspreiding daarvan toe. Gemeente Deventer heeft een gestructureerde aanpak om de verspreiding en impact van invasieve exoten op de fysieke leefomgeving te verminderen. Sinds het verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen wordt er ook in Deventer geëxperimenteerd met verschillende methoden om JDK te beheersen of geheel te bestrijden. Hiermee vervult de gemeente haar zorgplicht richting een veilige leefomgeving en wordt ecologische schade door afname van lokale biodiversiteit zoveel mogelijk beperkt en vermeden. Dit rapport geeft invulling aan de toezegging dat er een (vervolg)evaluatie komt op de aanpak van JDK in gemeente Deventer in de periode 2021-2024. Met de resultaten kan de gemeente nog gerichter en efficiënter aan de slag.
Sinds het verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, wordt er in Deventer geëxperimenteerd met allerlei bestrijdingsmethoden. In de raadsvergadering van 8 november 2023 is na een afgewezen motie toegezegd dat er een evaluatie moet komen op de aanpak van de Japanse Duizendknoop. Dit evaluatierapport geeft antwoord op de hoofdvraag welke bestrijdings- en beheersmethoden het beste zijn voor het beheer van JDK in Deventer. De bijbehorende deelvragen zijn als volgt geformuleerd (met bijbehorende paragraaf): 1. Waarom deze evaluatie (1.1 en 1.2)? 2. Wat is de ontwikkeling en huidige situatie van JDK in Deventer (3.3)? 3. Welke methoden zijn er in Deventer en andere gemeenten toegepast (2.3)? 4. Wat zijn de voor- en nadelen van deze toegepaste methoden (2.3)? 5. Wat zijn (per methode) de effecten/resultaten en de beheerkosten (3.3)? 6. Wat zijn de belangrijkste criteria om de toepassing per beheermethode
voor bestrijden en beheersen te bepalen (4.2)? 7. Welke afwegingen zijn cruciaal voor prioritering van de te beheren locaties met JDK (4.2)? 8. Welke info willen we uit GIS kunnen halen om conclusies te kunnen trekken m.b.t. beheersen 2 bestrijdingskosten per m per methode (4.2)? 8a. Wat staat hiervoor nu in de GISomgeving (4.2)? 8b. Wat is er dan aanvullend nodig (4.2)? 9. Wat wordt aanbevolen om het beheer van JDK te verbeteren (4.2)? 10. Wat wordt geadviseerd om op jaarbasis te doen aan bestrijding van JDK (4.2)? Binnen de gemeente is twee keer eerder een evaluatie uitgevoerd. De resultaten en analyses uit de laatste evaluatie (Idverde, 2021) functioneren als basis voor deze evaluatie.
Allereerst is de huidige situatie wat betreft JDK-locaties in Deventer geanalyseerd en in kaart gebracht (hoofdstuk 2). Hierin wordt aandacht besteed aan huidige aanpak in beheersing en bestrijding, de voor- en nadelen daarvan en hoeveelheid aan locaties en in oppervlakte. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van de proeflocaties geanalyseerd en de ontwikkeling van de locaties met JDK na inzet van een bestrijdingsmethode. In hoofdstuk 4 zijn conclusies op basis van de verschillende analyses geformuleerd gevolgd door aanbevelingen om de komende jaren verdere verbeteringen in aanpak van JDK door te kunnen voeren.
Dit hoofdstuk beschrijft methoden die toegepast worden om Japanse duizendknoop (JDK) te bestrijden of beheersen. Beide managementstrategieën worden hier apart behandeld met de aantekening dat sommige beheersmethoden, wanneer zij bijvoorbeeld over langere tijd en in combinatie met andere (beheers)methoden uitgevoerd worden, ook tot volledige bestrijding kunnen leiden. Met andere woorden, de scheidslijn tussen beheersen en bestrijden is niet altijd even scherp. Maar over het algemeen kan de volgende definitie worden gebruikt: Beheersen: activiteit gericht op het niet verder verspreiden en het intoomhouden van de haard (groeilocatie JDK). Bestrijden: activiteit gericht op het compleet verwijderen van de haard. De verschillende methoden zijn in dit rapport ook op deze manier onderverdeeld. In het overzicht op pag. 14 zijn in Nederland toegepaste methoden kort toegelicht en voor- en nadelen benoemd om de effectiviteit inzichtelijk te maken. Daarnaast
wordt verwezen naar de bron voor eventueel aanvullende informatie (zie tabel 1) Vervolgens is beschreven welke methoden al door gemeente Deventer zijn ingezet of op proeflocaties getest worden (zie kaart 1).
In het protocol voor ‘Projecten’ en ‘Grondroerders’ staat een aantal aspecten benoemd voor een risico-inventarisatie: • •
De afwegingen die in Deventer gemaakt kunnen worden in de bestrijding van JDK staan beschreven in drie protocollen. Deze zijn herzien in de zomer van 2022 en opgesteld voor: 1) Het Groenbedrijf (HGB), 2) Projecten, 3) Grondroerders. In het protocol voor ‘HGB’ staan risicogebieden benoemd op basis van de resultaten uit de evaluatie van 2021: bloemgras hoog, bloemgras laag, bos, bosplantsoen, ruigte, gazon/trapveld en wateren. Deze beheergroepen bleken een relatief groot aandeel JDK-besmetting te hebben. Hiervoor wordt in dit protocol om extra aandacht voor het voorkomen van verspreiding en het monitoren van JDK gevraagd.
•
• •
Wat is de omvang, leeftijd en, mits mogelijk, de groeisnelheid van de haard? Wat is de impact van de JDK op deze specifieke locatie? (ecologie, verkeersveiligheid, etc.) Wat is het risico van verspreiding in het gebied? (denk hierbij aan drukke wegen (verwaaiing), watergangen of materiaal dat gebruikt gaat worden) Aanwezigheid van (ondergrondse) infrastructuur en obstakels. Wat is de aard en de omvang van de projectontwikkeling?
Op basis van deze risico-inventarisatie zou men tot een prioritering of keuze in aanpak kunnen komen. In de huidige situatie worden daarnaast de resultaten van de proeflocaties gebruikt om per situatie de juiste keuze te maken in methode en een meerjarige aanpak. Het proces om tot de keuze voor een specifieke bestrijdingsmethode te komen is nu niet te achterhalen en lijkt gebaseerd op ervaring,
overleg met aannemers en startende ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven met JDK. Een jaarplanning met te bestrijden locaties op basis van prioritering en budget ontbreekt. In hoofdstuk 4 zijn hiervoor aanbevelingen omtrent het afwegingskader gegeven.
KAART 1: JDK 2024 GROEILOCATIES EN PROEFLOCATIE S P E R MAATRE GE L
In gemeente Deventer worden zowel beheers- als bestrijdingsmethoden ingezet bij management van JDK (Tabel 1). De ontwikkeling van JDK wordt gevolgd door monitoring en op sommige locaties wordt een vorm van nazorg ingezet. Naar aanleiding van aanbevelingen uit de evaluatie van 2021 zijn de toen bestaande protocollen voor aanpak van JDK in Deventer aangescherpt. Hierin is beschreven welke methoden wanneer en op welke manier ingezet worden. Het beheer is vooral gericht op beheersen van groeilocaties. Binnen projecten is het uitgangspunt om de volledige JDKgroeilocatie(s) te verwijderen.
De meest gangbare methoden om JDK te beheersen zijn gebaseerd op het regelmatig verwijderen van bovengrondse delen van de plant. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door maaien, handmatig knippen of begrazing. Deze aanpak is gericht op het tijdelijk wegnemen van overlast. De plant blijft terugkomen en de methode moet dus
bij herhaling ingezet worden om de groeilocatie te beheersen. Op plekken waar JDK het zicht voor verkeersdeelnemers belemmert worden de planten op kniehoogte afgeknipt. Dit beheer wordt niet op locaties nabij waterwegen toegepast, tenzij de veiligheid in het geding is. Gazons en trapvelden worden op beeldkwaliteit gemaaid, met uitzondering van de stroken om een JDK-groeilocatie. Deze worden op frequentie gemaaid om zo verdere verspreiding te voorkomen. In beheergroepen bloemgras en ruw gras wordt de plant op kniehoogte afgeknipt. In de winter, wanneer JDK bovengronds afgestorven is, worden de planten op verschillende plekken weggemaaid en afgevoerd. Dit gebeurt in ieder geval op plekken waar de plant geen risico vormt en wordt met een maai-zuigcombinatie gedaan. Bij het beheer van bosplantsoen wordt in week 37 t/m 42 de eerste meter met een bosmaaier gemaaid. Plaatsen waar JDK staat worden hierbij overgeslagen om verspreiding te voorkomen.
Voor effectieve bestrijding is het noodzakelijk om ook de wortelstokken, waarvan het grootste deel in de bovenste 20 tot 40 cm van de bodem zit, aan te pakken. De beste resultaten worden geboekt wanneer verschillende methoden gecombineerd en over meerdere jaren toegepast worden. In Deventer worden kleine haarden (<1 m2) zo snel en grondig mogelijk verwijderd door deze uit te steken. Op (toekomstige) projectlocaties wordt JDK volledig bestreden met een methode die mede afhangt van de grootte van de groeilocatie. In tabel 1 zijn beheers- en bestrijdingsmethoden met bijbehorende voor- en nadelen weergegeven en daarbij welke methoden in Deventer toegepast worden. Ervaringen van afdeling groenbeheer in Deventer met toegepaste methoden zijn opgenomen in Bijlage 3A.
Bij alle gebruikte methoden is nazorg en monitoring van belang (Landelijk protocol Aziatische duizendknopen). Bij beheersing door het verwijderen van bovengrondse delen is als nazorg controle op complete
afvoer van maaisel van belang. Na bestrijding, bijvoorbeeld door afgraven, is maandelijkse controle van de locatie op het opkomen van nieuwe scheuten noodzakelijk. Deze nieuwe scheuten moeten (handmatig) inclusief wortels verwijderd worden. Ook het jaarlijks monitoren van bekende groeilocaties is van belang om I) de ontwikkeling in omvang en dichtheid van de JDK-populatie te volgen en II) inzichtelijk te maken of er nieuwe locaties (in de buurt van bekende locaties) ontstaan. Op basis van de ontwikkeling kan bepaald worden of de gebruikte methode opnieuw ingezet moet worden of dat inzet van een andere (combinatie van) methode(n) nodig is.
Het budget dat wordt ingezet voor het beheer en bestrijden is in de afgelopen jaren toegenomen. In het budget van 2022 en 2023 is het onderdeel inspectie nog niet opgenomen.
€35.000 €35.000 €75.000 €150.000
TABEL 1: BEHEERS- EN BESTRIJDINGSMETHODEN JDK
Beheersen
Ja
Frequent maaien of knippen en afvoeren van japanse duizendknoop tijdens groeiseizoen. Wordt veel ingezet in bermen en langs wegen. Deze methode is voornamelijk bedoeld om bestaande locaties in toom te houden.
Bestrijden/beheersen Ja
Het handmatig verwijderen en afvoeren van zowel de bovengrondse als ondergrondse delen. Deze methode wordt toegepast wanneer het kleinschalige besmettingen betreft, het groeiplaatsen zijn waar geen andere opties mogelijk zijn en/of als nazorgmaatregel. Deze handeling is erg intensief en moet meermaals herhaald worden.
Bestrijden
Ja (pilot)
Met een wortelriek aan een minigraver kunnen grovere delen van wortelstokken (groten)deels verwijderd worden. Effectief wanneer bestrijding geleidelijk overgaat in nazorg gericht op uitputting. Deze nazorg moet grondig en met regelmaat (maandelijks) tijdens het groeiseizoen een aantal jaar uitgevoerd worden.
Bestrijden
Ja (pilot)
Onder sanerende omstandigheden kan dit een haard volledig verwijderen. Belangrijk dat er geen (delen van) wortelstokken achterblijven. Nazorg door handmatig uittrekken is nodig.
Bestrijden
Nee
Een potentiële bestrijdingsmethode waarbij de grond na het zeven teruggestort wordt. Nazorgbehandeling gedurende een aantal jaar is nodig om de kleine worteldelen die in de grond achterblijven aan te pakken.
Bestrijden
Ja (pilot)
Tot ruim een meter diep (of dieper) tot -27ºC bevriezen m.b.v. een aggregaat en lansen. Na behandeling is de grond duizendknoop vrij. Heeft nadelig effect op bodemfauna en vegetatie op locatie.
Bestrijden
Nee
Na ontgraven wordt de grond met wortels opgeslagen en verhit, kan op locatie ( in situ ) of elders (ex situ ). Zo’n 99% van de wortelstokken wordt zo gedood.
Bestrijden
Ja** (pilot)
Een methode die de dichtheid van de haarden af kan laten nemen door verzwakken van de planten. Meest effectief is het toedienen van een grote hoeveelheid water in één keer.
Bestrijden
Ja
Gericht op uitputting van de plant door behandeling van wortelstelsel met lans. Dichtheid van de haarden neemt af. Werking op de wortelstokken is niet aangetoond.
Bestrijden
Nee
Stengelinjectie, blad- en wortelbehandeling. Verzwakt de plant door werking op gehele plant.
Bestrijden
Nee
Bestrijden
Ja
Beheersen
Ja (schapen)
Bovengrondse delen (schapen) en wortelstokken ( beide i.g.v. varkens) worden gegeten, methode gericht op uitputting van de plant. Dieren hebben een sterke voorkeur voor andere plantensoorten. Dichtheid van de haarden neemt af maar wortelstokken blijven grotendeels intact.
Bestrijden
Ja (pilot)
Methode ontwikkeld door Soilwise. Duizendknoop maaien, granulaat aanbrengen, 25 cm onderfrezen, nat maken, volledig inpakken met luchtdicht folie erover heen. Het proces duurt minimaal zes tot tien maanden.
Bestrijden
Ja (pilot)
Duurt lang voordat er effect is en vraagt om intensieve behandeling. Langdurige effecten lijken er wel te zijn. (In Deventer lijken resultaten voorlopig hoopgevend)
Bestrijden/beheersen Ja
Werkt op de bladeren; huidmondjes gaan open staan waardoor plant uitdroogt. Kiemremmer lijkt op lange termijn effect te hebben. Voor gebruik van deze methode is ontheffing nodig. Na langdurig afdekken (minimaal drie tot vier jaar) met bijv. geotextiel redelijke kans op wegblijven van de plant.
Aanplant van b.v. braam na verwijdering van duizenknoop kan door onderlinge concurrentie de plant verdrukken.
Relatief goedkoop en snel uit te voeren.
Bereikbaarheid voor maai-/(zuig)werktuig is van belang, er moet een ontvanger voor het maaisel beschikbaar zijn. Groeilocatie is klein.
Snel en relatief gunstig geprijsd. Effectief wanneer nazorg goed en met regelmaat een aantal jaar uitgevoerd wordt.
Geen strategie om de soort te bestrijden en meermaals per jaar uitvoeren is van belang. Onzorgvuldig afvoeren kan leiden tot verdere verspreiding. Erg tijdintensief, o.a. door nazorg, en daardoor kostbaar. Niet inzetbaar bij grote besmettingen. Kans dat er wortels in de bodem blijven is groot, waardoor de methode ook averechts kan werken. Intensieve nazorg: maandelijks gedurende vijf jaar.
Erg effectief wanneer juist uitgevoerd.
Kostbare eenmalige methode.
Minder volume in afvoeren waardoor dit voordeliger is dan bij graven en afvoeren.
Niet in alle bodemtypen toepasbaar, zeer kleine worteldelen kunnen achterblijven.
De bodem moet vrij graafbaar zijn. Bomen, wortels en aanwezige kabels en leidingen beperken graafwerkzaamheden. Lastig bij klei- en veengronden, locatie moet toestaan dat er gegraven kan worden. Kabels, leidingen, bomen en wortels vormen een knelpunt.
Effectief.
Hoge (energie)kosten en uitstoot CO 2 , niet duurzaam.
Effectief wanneer juist uitgevoerd.
Effectieve bestrijdingsmethode. Kostbare eenmalige methode. Breed inzetbaar, geen "aangetoond" effect op Minder effectief bij kleigrond, hoge energiekosten en bodemleven. uitstoot CO 2 . Makkelijk op veel locaties toe te passen, Tijdrovende klus die meermaals herhaald moet worden selectief. voor goed resultaat.
Mogelijk op locaties waar andere methoden beperkt zijn, kosteneffectief. In veel verschillende situaties makkelijk toepasbaar. Wanneer juist toegepast is volledig bestrijden haalbaar.
Bovengrondse objecten, wortels en oppervlakkige kabels en leidingen vormen een drempel in het uitvoeren van dergelijk beheer.
Obstakels vormen een knelpunt bij deze methode. Niet bij kabels, leidingen en bomen. Kan niet ingezet worden bij houtige beplanting vanwege wortelschade. Niet toepasbaar bij ondergrondse sitaties die gevoelig zijn voor deze methode (kabels en leidingen). Veiligheid dient gewaarborgd te worden, loof moet verwijderd worden voorafgaand aan de activiteit.
Impact op milieu en biodiversiteit. Arbeidsintensief: moet meermalen worden toegediend. Resultaten zijn nog erg wisselend.
Kleiner risico op verspeiding (als beheersmethode) in vergelijking tot maaien.
Toediening binnen kaders wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid. Toediening binnen kaders wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid. Langdurig proces met wisslelend resultaat. Effecten zijn Obstakels zijn een risico bij afdekken, idealiter is de zeer afhankelijk van locaties; moeten in zijn geheel goed en locatie obstakelvrij. ruim af te dekken zijn. Onzorgvuldigheden hebben veel invloed op het eindresultaat. Doordat de wortels intact blijven is de methode in de Locaties moeten worden omheind en zorg/toezicht praktijk niet inzetbaar als bestrijdingsmethodiek. door schaapsherder is noodzakelijk.
Biologische toepassing, weinig nadelige effecten op milieu. Biologische toepassing, weinig nadelige effecten op milieu en biodiversiteit. Makkelijke en relatief goedkope ingreep.
De methode heeft een relatief lange behandelduur en kosten zijn relatief hoog. Aanzicht is onwenselijk. Frequent behandelen waardoor kostbaar, lange periode toepassen. Verwijderen van duizendknoop tussen braam is lastig.
Obstakels zijn een risico bij afdekken, idealiter is de locatie obstakelvrij. Weinig, er kan stank vrijkomen. Afhankelijk van gebruik van de locatie. (is braam wenselijk?)
In 2021 is het toen geldende beleid in het kader van de aanpak van Japanse Duizendknoop (JDK) in Deventer geëvalueerd (Evaluatierapport Idverde Advies, 2021). Doel van die evaluatie was om helder te krijgen in hoeverre de beheeraanpak die gehanteerd werd duurzaam en houdbaar was en zo niet, welke aanpassingen er eventueel mogelijk en nodig waren. De strategie hield in dat JDK beheerst werd met in een enkele uitzondering, op (toekomstige) projectlocaties, actieve bestrijding. De beheeraanpak bestond uit het wekelijks maaien rondom de groeiplaats van JDK in gazons en één keer per jaar in de winter op overige groeiplaatsen. Uit de dataanalyse kwam toen naar voren dat zowel het totale areaal als het aantal haarden in de periode 2017 t/m 2020 toe was genomen (resp. met 27,5% en 15%). Het toenmalige beleid en budget waren dus ontoereikend om het oppervlak aan JDK in de gemeente terug te dringen of stabiel te houden. Afhankelijk van het type groeiplaats (risico, grootte, nieuw of bestaand) was een aantal alternatieve bestrijdingsmethoden
aanbevolen. Een deel van deze methoden werd al toegepast (maaien en afknippen) of er liepen proeven voor. Belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie betroffen het bijstellen van beschikbaar budget en meer proactief handelen door middel van monitoring binnen specifieke beheergroepen, op risicolocaties en bij maaiwerkzaamheden. Door actieve monitoring kunnen nieuwe haarden eerder ontdekt worden waardoor handmatig verwijderen, een relatief goedkope en eenvoudige oplossing, en daarmee bestrijding nog mogelijk is. Tot slot was een aanbeveling om nieuwe behandelmethoden, zoals bestrijding met insecten of bacteriën en resetten van de bodem, als proef in te zetten of onderzoek hiermee voort te zetten. De huidige evaluatie heeft als doel inzichtelijk te maken welke bestrijdings- en beheersmethoden het meest effectief zijn voor het beheer van JDK in Deventer.
Om tot een beantwoording van bovenstaande hoofdvraag te komen zijn verschillende gegevens geanalyseerd. Hiervoor is door gemeente Deventer GISdata gedeeld die betrekking heeft op verschillende variabelen. De voor deze analyse gebruikte data betroffen locatie van groeiplaatsen, oppervlakte (m2) en daarnaast specifiek voor de proeflocaties de bestrijdingsmethode, vorm van nazorg en inspectierondes. Welke data is gebruikt in deze analyse, is kort toegelicht in Bijlage 2. Om deze evaluatie nog waardevoller te maken is ervoor gekozen om voort te bouwen op de evaluatie die in 2021 door Idverde Advies is uitgevoerd. In die evaluatie is per categorie en onderliggende beheergroepen weergegeven wat de ontwikkeling in oppervlak (m2) en aantal haarden JDK over de periode 2017-2020 is. Het begrip ‘haard’ staat in het evaluatierapport uit 2021 gelijk aan ‘groeilocatie’. Om verwarring te voorkomen is er voor deze analyse voor gekozen om consequent te spreken over ‘groeilocatie’.
In de vorige evaluatie was alleen voor 2020 opgenomen welk oppervlakte (m2) elke beheergroep inneemt. Daarbij werd de aanpak vanaf 2020 wat betreft registratie van groeilocaties door de gemeente als ‘meest betrouwbaar’ getypeerd. Om per beheergroep een inzichtelijk beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van JDK, en daarmee de effectiviteit van de gebruikte methode, is de eventuele oppervlakteontwikkeling per beheergroep ook van belang. De gegevens zijn voor de periode 2021-2024 verzameld waardoor in deze evaluatie de ontwikkeling van JDK per beheergroep over de bovenstaande periode in beeld gebracht kan worden. Echter missen de oppervlaktes van 2021, waardoor voor dit jaar alleen naar het aantal groeilocaties is gekeken. De ontwikkeling t/m 2024 is vergeleken met die in 2020. Op 23 locaties is over de periode 20222024 bijgehouden welke specifieke bestrijdingsmethode ingezet is. Deze locaties zijn aangeduid als ‘proeflocaties’ (zie kaart 1 en tabel 1 op resp. pagina 11 en 14/15). Daarom is een koppeling tussen de ontwikkeling van JDK en de ingezette
methode, en de effectiviteit daarvan, alleen te leggen op de proeflocaties. De resultaten daarvan zijn in paragraaf 3.3.3 beschreven.
Om de analyse uit te voeren is de dataset regel-gebaseerd geclassificeerd op de kolom “Beheergroep” om inzicht te krijgen over de groeiplaatsen van de JDK. Om te achterhalen welke groeiplaatsen er per jaar zijn aangetroffen is de kolom “Status_’jaartal’ gefilterd op ‘aanwezig’. Op deze manier is het mogelijk om per inventarisatiejaar de aangetroffen Japanse duizendknoop uit de data te filteren en visueel te maken op kaart. Dit is uitgewerkt voor de jaren 2022, 2023 en 2024. Het jaar 2021 is hierbij niet meegenomen, omdat hiervan geen oppervlaktegegevens aanwezig zijn in de aangeleverde dataset. Er is op deze wijze ook naar het aantal groeiplaatsen gekeken, waarbij het jaar 2021 wel kon worden geanalyseerd. De dataset van 2024 is aangevuld met losse meldingen (12) van de aannemer en inwoners om een volledig beeld te krijgen van alle aangetroffen locaties duizendknoop
in dit jaar. De dataset bij de losse meldingen bevat een geschatte oppervlakte per groeilocatie, daarvan is per locatie het gemiddelde aantal vierkante meters meegenomen in de berekeningen. Zie Bijlage 2 voor een overzicht van alle gebruikte databronnen.
ONTWIKKELING JDK IN AANTAL AF -/ EN TOENAME Aanwezig
497
462
457
2022
2023
2024
FIGUUR 1: ONTWIKKELING JDK LOCATIES IN DE P E RIO DE 2021- 2024
Bodembedekkende heesters
21
Bodembedekkende heesters
21
Bos
11
Bos
10
Bosplantsoen
61
Bosplantsoen
46
Cultuurrozen
1
Cultuurrozen
Heesters (opgaand)
12
Heesters (opgaand)
22
Struwelen en houtwallen
8
Struwelen en houtwallen
3
Vaste planten
Vaste planten
1
Volkstuin
Volkstuin
Bloemgras (hoog)
40
Bloemgras (hoog)
39
Bloemgras (laag)
108
Bloemgras (laag)
95
Gazon/trapveld
76
Gazon/trapveld
40
Ruigte
86
Ruigte
15
Hagen
9
Hagen
6
Onbekend
5
Onbekend Niet in eigendom
Niet in eigendom Parkverhardingen
9
Parkverhardingen
Wateren en sloten
55
Wateren en sloten
502
*Hoeveelheden 2020 op basis van 'Evaluatie beleid Japanse duizendknoop' uit 2021 door idverde
TABEL 2: AANTAL JDK L O C ATIE S BINNE N BE HE E RGRO E P E N IN A) 2020 E N B) 2024
141
11 450
Bodembedekkende heesters
273751
Bodembedekkende heesters
142009
681
Bos
848402
2612
Bos
374580
762
Bosplantsoen
610774
3791
Bosplantsoen
569956
3063
Cultuurrozen
6044
5
Cultuurrozen
8906
Heesters (opgaand)
176271
589
Klim- en Gevelgroen
744
Heesters (opgaand)
239703
Klim- en Gevelgroen
1497
Struwelen en houtwallen
31763
Struwelen en houtwallen
284579
Vaste planten
28189
Vaste planten
39643
Volkstuin
38545
Volkstuin
21987
945
917 409
Bloemgras (hoog)
584240
2833
Bloemgras (hoog)
348428
8469
Bloemgras (laag)
1020233
7402
Bloemgras (laag)
940144
4471
Gazon/trapveld
1732348
8700
Gazon/trapveld
1603735
2163
Ruigte
3430195
8501
Ruigte
1093272
2936
Blokhagen
8474
Hagen
71875
Oevers
732
Onbekend (2020)
149406
553
Blokhagen
14359
Hagen
71431
72
Oevers
436
Niet in eigendom (2024)
Onbekend (2020)
6913
Niet in eigendom (2024)
Parkverhardingen
147220
Sportvelden
525805
Wateren en sloten
1964251
4239
11902078
40967
361
25940
Parkverhardingen Sportvelden
*Hoeveelheden 2020 op basis van 'Evaluatie beleid Japanse duizendknoop' uit 2021 door idverde TABEL 3: OPPERVLAKTE (M2) JDK BINNEN BEHEERGROEPEN IN A) 2020 EN B) 2024
Wateren en sloten
898769
1087
6407094
50970
In 2024 zijn 450 groeilocaties bekend, een daling van 10% ten opzichte van 2020 (502 groeilocaties). In de periode waarover deze evaluatie wordt gedaan (2021-2024) is tijdens inspectierondes de ontwikkeling van JDK op bekende locaties en het ontstaan van nieuwe locaties geregistreerd (Bijlage 1). Voor 2021 valt op dat het totaal aantal groeilocaties (294) aanmerkelijk lager ligt dan andere jaren waarin registratie heeft plaatsgevonden. Dit geldt zowel t.o.v. 2020 (502 groeilocaties) als in vergelijking met 2022 t/m 2024 (457 tot 497 groeilocaties, zie Bijlage 1). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de registratie in 2021 onvolledig is geweest. Vanwege dit gegeven is besloten om de gegevens van 2021 buiten deze analyse te houden. In figuur 1 is het aantal locaties over de periode 2022-2024 weergegeven. Het totaal aantal geregistreerde groeilocaties ligt in deze periode gemiddeld rond 468 (figuur 1). Voor een vergelijk tussen de
huidige situatie en die aan het eind van de vorige evaluatie (2020) is in tabel 2 het aantal groeilocaties per beheergroep voor 2020 en 2024 weergegeven. Wat betreft de registratie van locaties in de afgelopen paar jaar geldt daarbij dat: 1) er steeds meer geregistreerd wordt, bijv. met behulp van een kaart op de website van gemeente Deventer waarop o.a. aannemers en inwoners nieuwe locaties kunnen melden. 2) het intekenen van locaties nauwkeuriger gebeurt (pers. comm. medewerker groenbeheer). In deze context is de daling in het aantal locaties een sterke indicatie dat de beheeraanpak in Deventer een negatief effect heeft op de verspreiding van JDK. Een opvallend groot aantal groeilocaties is geregistreerd in de categorie ‘niet in eigendom’. Dit zijn locaties die buiten de eigendommen van de gemeente liggen. Een verklaring hiervoor kan (deels) gevonden worden in het gegeven dat inwoners nieuwe locaties makkelijker kunnen melden (zie punt 1 hierboven). Daarnaast valt een groot aandeel van de JDK-groeilocaties binnen de beheergroep ‘Bloemgras (laag)’. Dit is gelijk aan het aandeel dat in 2020 in deze
beheergroep gevonden werd. Hierbij aangetekend dat de ontwikkeling in oppervlakte/aantal beheervakken per beheergroep tussen deze twee jaren niet uit de data te halen is. De toe- of afname van het aantal groeilocaties binnen een specifieke beheergroep zou dus ook verklaard kunnen worden door een verandering in het oppervlak van de betreffende beheergroep. Wanneer de wens is om de ontwikkeling in het aantal groeilocaties in specifieke beheergroepen over de jaren te volgen is het dus van belang om ook de oppervlakte ontwikkeling van de beheergroepen zelf vast te leggen (zie aanbevelingen). Het beheer kan dan gerichter daarop aangepast worden indien de JDK-ontwikkeling daartoe aanleiding geeft.
Het totale oppervlak JDK is in 2024 met 24% toegenomen ten opzichte van 2020. Om de ontwikkeling van JDK te kunnen volgen is naast het aantal ook het oppervlak (m2) van de groeilocaties geregistreerd. Op basis hiervan is per jaar de totale
oppervlakte JDK en de oppervlakte per beheergroep berekend. In tabel 2 zijn de meest recente data uit 2024 opgenomen en daarnaast de oppervlaktes in 2020. De helft van het oppervlak aan JDK in 2024 is geregistreerd op gronden die niet in eigendom van de gemeente zijn. Uit de evaluatie van Idverde Advies kwam naar voren dat 95% van het JDK-areaal zich in 2020 op gemeentegrond bevond. Hierbij werd wel aangegeven dat ‘de verdeling van het aantal m2 groeiplaats JDK per eigendomssituatie onvoldoende nauwkeurig aan de beschikbare data te ontlenen valt.’ De conclusie dat het areaal JDK is toegenomen op gronden die niet in eigendom van de gemeente zijn is dus niet eenduidig te trekken. Ook met deze kanttekening lijkt er in de periode 2020-2024 een grote verschuiving in de verdeling van het JDKoppervlak van gemeente- naar nietgemeentegronden te hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat het voor een effectieve beheersing en bestrijding noodzakelijk is om overige grondeigenaren in de gemeente actief bij de JDK-aanpak te betrekken.
• In totaal is op 26 groeilocaties van JDK een pilot met een specifieke bestrijdingsmethode gestart (tabel 1) De plek binnen Deventer van de proeflocaties is ook te zien op kaart 1. Van twee locaties is niet in de dataset opgenomen welke methode toegepast is en op één locatie moet de pilot nog starten. In de verdere analyse zijn dus de gegevens van 23 proeflocaties gebruikt. Belangrijke kanttekening hierbij is dat alle pilots tussen januari 2022 en mei 2024 gestart zijn. Dat betekent dat de langstlopende pilot nu 2,5 jaar loopt. Voor de vaststelling of een methode daadwerkelijk tot volledige bestrijding van JDK leidt wordt meestal een periode van 4 á 5 jaar aangehouden. Conclusies op basis van de resultaten die tot nu toe op de proeflocaties behaald zijn kunnen in dit licht dus alleen met een slag om de arm getrokken worden. De komende jaren zal uitwijzen of de onderstaande conclusies overeind blijven. • Injecteren met knoflook: resulteert in een forse afname in oppervlakte (75-100%) van de groeilocatie (proeflocatie 16).
•
•
•
Root reset en bevriezen: ook uit respectievelijk de vierde en vijfde inspectie blijkt dat JDK verdwenen is (proeflocaties 17 en 20). Afgraven: bij de eerste inspectie blijken de groeilocaties 26 en 29 volledig verdwenen te zijn. Machinaal ontwortelen: mate van effectiviteit is nog niet te duiden. Voor zeven van de acht locaties waar deze methode is ingezet geldt dat het effect daarvan nog niet bij een inspectie vastgelegd is. Stomen en afdekken: op tien locaties ingezet. Moment van start van de pilot en het aantal uitgevoerde inspecties in het kader van monitoring verschilt tussen deze tien groeilocaties. Wat betreft effectiviteit op de plekken waar de meeste inspecties (3-4) uitgevoerd zijn is het beeld dat het oppervlak met zo’n 75-100% is afgenomen.
16 17 20 26 29 18 33 34 35 38 39 40 41 14 15 19 21 22 23 24
1-1-2022 12-4-2022 22-8-2023 29-11-2023 1-7-2023 23-3-2023 30-5-2024 3-5-2024 3-5-2024 3-5-2024
12-4-2023 Injecteren met knoflook 12-4-2023 Root reset 26-5-2023 Bevriezen Afgraven 1-11-2024 Afgraven 10-4-2027 Machinaal ontwortelen Machinaal ontwortelen Machinaal ontwortelen Machinaal ontwortelen Machinaal ontwortelen Machinaal ontwortelen 3-5-2024 Machinaal ontwortelen 3-5-2024 Machinaal ontwortelen 20-10-2022 20-11-2023 Stomen en afdekken 20-10-2022 20-1-2024 Stomen en afdekken 29-12-2023 Stomen en afdekken 20-10-2022 29-12-2023 Stomen en afdekken 20-10-2022 Stomen en afdekken 20-10-2022 Stomen en afdekken 20-10-2022 Stomen en afdekken
30
1-1-2023
32 36
17-4-2024
Stomen en afdekken Verhitten en afdekken 7-5-2025 Stomen en afdekken
monitoring monitoring monitoring monitoring monitoring handmatig rooien 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten 5 jaar uitputten monitoring en handmatig monitoren en handmatig monitoren en handmatig monitoring monitoring monitoring monitoring inspectie en nazorg door gaerards aanplant bramen + JDK handmatig verwijderen monitoring
²
²
onbekend € 31,25 n.t.b. € 133,92 € 133,92 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 44,64 € 66,29 € 66,29 € 66,29 € 66,29 € 66,29 € 66,29 € 66,29
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
€ 13.512,97 € 9.661,44 € 2.303,42 € 2.372,62 € 594,60 € 1.805,69 € 4.705,50 € 481,22 € 12.176,15
Goed Bestreden Bestreden Bestreden Bestreden Matig n.t.b.*** n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. Matig Goed Goed Goed Matig Matig n.t.b.
3 4 5 5 1 1 0 0 0 0 0 0 0 3 3 4 4 4 4 2
7-3-2024 18-3-2024 8-5-2024 18-3-2024 18-3-2024 18-3-2024 n.v.t.*** n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 13-5-2024 30-10-2023 18-3-2024 23-5-2024 13-5-2024 13-5-2024 13-5-2024
75-100% afgenomen 64,12 verdwenen onbekend verdwenen onbekend verdwenen onbekend verdwenen onbekend 50-75% afgenomen 302,71 n.t.b.*** 216,43 n.t.b. 51,6 n.t.b. 53,15 n.t.b. 13,32 n.t.b. 40,45 n.t.b. 105,41 n.t.b. 10,78 75-100% afgenomen 183,68 75-100% afgenomen 75-100% afgenomen 18,3 75-100% afgenomen 8,48 25-50% afgenomen 259,52 75-100% afgenomen 111,43 n.t.b. -
Matig
1
18-3-2024
75-100% afgenomen
202,04
€ 66,29
n.t.b. Matig
0 1
n.v.t. 15-5-2024
n.t.b. 25-50% afgenomen Totaal
311,86 112,19 2065
€ 66,29 € 66,29
* Beoordeling status van Bestreden bestrijding JDK ** Financiële getallen zijn gebaseerd op landelijke normen en ervaring met soortgelijke projecten. *** n.t.b. = nader te bepalen, n.v.t. = niet van toepassing
Goed
N.B. Uit overzicht verwijderde proeflocaties vanwege ontbreken van bestrijdingsvorm: 25 en 27 en omdat pilot nog moet starten: 37
TABEL 4: RESULTATEN EN INDICATIE BESTRIJDINGSKOSTEN JDK PROE FL O C ATIE S 2024
Matig
² 4 4 4 6 4 4 4 6 4 4 -
4 5 5 5 5 5 5 5 3 3 -
€ 66.596,20 € 59.518,25 € 14.190,00 € 355,89 € 3.663,00 € 11.123,75 € 28.987,75 € 71,15 € 30.307,20
€ 80.109,17 € 69.179,69 € 16.493,42 € 2.728,51 € 4.257,60 € 12.929,44 € 33.693,25 € 552,37 € 42.483,35
€ 1.213,11 € 562,14 € 17.203,58 € 7.386,69 -
€ 13,75 € 13,75 € 13,75 € 0,22 € 13,75 € 13,75 € 13,75 € 0,22 € 13,75 € 13,75 -
€ 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00 -
€ 1.213,11 € 562,14 € 17.203,58 € 7.386,69 -
1
€ 13.393,23
€ 13,75
4
3
€ 33.336,60
€ 46.729,83
1 1
€ 20.673,20 € 7.437,08 115483
€ 13,75
4
3
€ 51.456,90 € 0,00 299607
€ 72.130,10 € 7.437,08 415089
Slecht
• Bij de hieronder weergegeven conclusies uit de data-analyse is het van belang in het vizier te houden dat de registratie van locaties in de afgelopen paar jaar uitgebreid is en dat het intekenen van locaties door de jaren heen steeds nauwkeuriger gebeurt. Zie hierover ook de kanttekeningen die in de analyse in hoofdstuk 3 benoemd zijn. • Het totaal aantal groeilocaties van JDK is in 2024 met 10% gedaald ten opzichte van 2020. Deze daling in het aantal locaties is, zeker gezien de context dat er uitgebreider en nauwkeuriger geregistreerd wordt, een sterke indicatie dat de beheeraanpak in Deventer een negatief effect heeft op de verspreiding van JDK. • Een groot aandeel van de JDKgroeilocaties valt zowel in 2020 als 2024 binnen de beheergroep ‘Bloemgras (laag)’. • Het totale oppervlak JDK is in 2024met 24% toegenomen ten opzichte van 2020. Dit kan samenhangen met het gegeven dat in deze periode de registratie van groeilocaties verbeterd is.
•
•
De helft van het oppervlak aan JDK in 2024 is geregistreerd op gronden die niet in eigendom van de gemeente zijn. Er lijkt in de periode 2020-2024 een grote verschuiving in de verdeling van het JDK-oppervlak van gemeente- naar niet-gemeentegronden te hebben plaatsgevonden (zie kanttekening in par. 3.3.2). Vanaf 2022 is daadwerkelijk budget toegevoegd om JDK actief te bestrijden (zie pagina 13). Het effect van de budgetverhoging op de aanpak en daarmee bestrijding van JDK (oppervlak en aantal locaties) zal zich (wanneer er effect is) pas in de komende jaren laten zien. Op dit moment is wel duidelijk dat met dit budget de registratie beter is ingericht waardoor systematischer wordt gewerkt en daardoor nieuwe groeilocaties eerderin beeld komen. Met het huidige budget kunnen deze sneller ontdekte, en daardoor vaak nog relatief kleine, groeilocaties aangepakt worden. Tegelijkertijd is er i) een stabilisatie in het aantal geregistreerde groeilocaties te zien (zie figuur 1) en ii) een
oppervlaktetoename die zich voornamelijk op particuliere gronden afspeelt. Het huidige budget is op dit moment nog wel te beperkt om grootschalige besmetting aan te kunnen pakken. Hieronder enkele conclusies op basis van de resultaten op de proeflocaties. Deze zijn met een slag om de arm met het oog op de relatief korte looptijd van een deel van de pilots met bestrijdingsmethodes: • Injecteren met knoflook: forse afname in oppervlakte (75-100%). • Root reset en bevriezen: JDK is verdwenen. • Afgraven: bij eerste inspectie blijkt JDK volledig verdwenen. • Machinaal ontwortelen: mate van effectiviteit nog niet te duiden. • Stomen en afdekken: op een deel van de proeflocaties is het beeld dat het oppervlak met zo’n 75-100% is afgenomen.
•
1)
2)
3)
4)
Maak gebruik van een eenduidig afwegingskader om tot een risicoinschatting per locatie te komen. Wanneer risico’s op basis daarvan in beeld gebracht zijn, kan er voor het beheerde gebied in Deventer: een prioritering in aanpak van groeilocaties opgesteld worden (zie kaart hiernaast voor een voorbeeldkaart). een keuze in toe te passen beheers- of bestrijdingsmethode op de (geprioriteerde) groeilocaties gemaakt worden. een financiële doorrekening gemaakt worden zodat de juiste budgetten per jaar opgesteld kunnen worden. Voor beheer en projectinrichting een apart afwegingskader opstellen
De belangrijkste criteria voor de prioritering zijn: • mate van impact (bijv. ecologische schade, risico op verspreiding, verkeersveiligheid, klachten); • koppelkansen tussen verschillende projecten; • ontwikkeling van de besmetting (data). De keuze van methodiek wordt bepaald op basis van: o grootte en omgevingsfactoren van de groeilocatie (obstakels, etc.); o lokale effecten die zichtbaar zijn uit de monitoring o financiën o tijd Voor de bovenstaande afwegingen kan de beslisboom in figuur 2 (pag. 27) als eerste aanzet gebruikt worden.
Toegepaste bestrijdings- of beheersmethode
Beheer- of jaarplan
Oppervlak JDK in vierkante meters (m2)
Veldmeting
Bedekking JDK in procenten (in staffels van 10%)
Veldopname
Beheergroep waarbinnen groeilocatie valt
Veldopname/GIS-analyse
Hoeveelheid en type objecten/obstakels
Veldopname/GIS-analyse
Wel of geen oever
Veldopname/GIS-analyse
Wel of geen bestrating
Veldopname/GIS-analyse
Geadviseerde methode van bestrijding/beheersing
Veldopname/evaluatie
Bestrijding/beheerkosten
Fin. administratie/beheersysteem
TABE L 5: GE GE VE NS VAS TL E GGING MO NITO RING
FIGUUR 2: BE S L IS BO O M
•
• •
•
•
Maak een jaarplan (of opnemen in het assetmanagementplan) aan de start van het jaar op basis van het beschikbare budget, risicolocaties en prioritering (zie kaart in kaart 2 voor een voorbeeld). Jaarlijkse omvang bepalen op basis van doorrekening kostenkengetallen en actuele oppervlakte. Jaarlijks monitoren en bijsturen van de jaarplannen.
Wanneer de wens is om de ontwikkeling in het aantal groeilocaties en/of oppervlakte JDK in specifieke beheergroepen over de jaren te volgen is het van belang om ook de oppervlakte ontwikkeling van de beheergroepen zelf vast te leggen. Het beheer kan dan gerichter daarop aangepast worden indien de JDK-ontwikkeling daartoe aanleiding geeft. m (ontwikkeling van) beheers- en O bestrijdingskosten per m2 per methode te kunnen volgen moeten minimaal de volgende gegevens tijdens een
•
•
•
monitoring per groeilocatie genoteerd worden: Zorg voor een concrete en volledige vastlegging van gegevens per locatie (in cijfers, niet woordelijk, en geen range). (zie tabel 5). Houd de frequentie en het moment van monitoring voor de proeflocaties gelijk, in ieder geval per toegepaste methode. Op deze manier wordt de factor tijd als variabele gelijk gehouden en kan er een eenduidiger beeld verkregen worden van het effect van de toegepaste methode op de ontwikkeling van JDK (per beheergroep). Selecteer een steekproef uit huidige proeflocaties, bijvoorbeeld op basis van risico-inschatting, om meerjarig twee inspecties per jaar uit te voeren. Het huidige aantal proeflocaties zal hiervoor vergroot moeten worden om een realistisch beeld van effect en kosten van bestrijdingsmethoden in beeld te krijgen en te kunnen volgen.
•
• • •
Jaarlijkse dataset aanmaken. Onderscheid maken in jaarlijkse monitoringsdata. Minder complexe tabeldata die beter (automatisch) te analyseren is. Bepalen waarop gerapporteerd / gestuurd wordt. Maak een nazorgkaart waarop uitgevoerde nazorg geregistreerd wordt.
Met deze randvoorwaardelijke aanbevelingen is de volgende GIS-data te onttrekken: • Jaarlijks bestede kosten; • Kosten per m2 per methodiek; • Kosten nazorg; • Effecten bestrijding (in m2/methode); • Effecten monitoring (aantal nieuwe locaties, niet gewijzigde locaties en verdwenen/bestreden locaties).
•
•
•
• •
Wacht niet te lang op resultaten van huidige proeflocaties. De systematiek zorgt niet voor één methode die overal gaat werken binnen Deventer. De keuze hangt met name af van het risico en de mogelijkheden per locatie. Pleeg goede nazorg en stem deze af met de uitvoerende partij. Wij zien nu in de beschreven ontwikkeling op de verschillende proeflocaties dat de nazorg erg belangrijk is om succesvolle bestrijding te realiseren. Houd hier budgettair ook rekening mee. Blijf proeflocaties hanteren, maar voer goede monitoring uit waardoor de gegevens inzicht geven in de effectiviteit van toegepaste methoden. Blijf nieuwe methodes testen. Voor een effectieve beheersing en bestrijding is het noodzakelijk om overige grondeigenaren in de gemeente actief bij de JDK-aanpak te betrekken: de exotenbrigade, die in de gemeente actief is, is van belang bij het waarnemen van exoten in combinatie met inwonerparticipatie. Met behulp van
deze brigade ontstaat een beter beeld van aanwezigheid van exoten op particuliere terreinen. Ze vergroten bewustwording en draagvlak bij inwoners door directe communicatie en via media. Deze brigade is voor de gemeente dus een belangrijke stakeholder bij de aanpak van exoten. Aanbeveling is om meer ondersteuning aan exotenbrigade te bieden en deze wellicht ook projectmatiger in te zetten. En ook de rol te definiëren naar de burgerwacht, als adviseur inzetten.
Het Groenbedrijf onderhoudt in opdracht van gemeente Deventer het openbaar groen. Als onderdeel van deze werkzaamheden zijn ze betrokken bij de beheersing en bestrijding van JDK. Op basis van hun ervaringen zijn een aantal aanbevelingen opgesteld. Deze zijn, samen met hun bevindingen bij een aantal toegepaste methoden, opgenomen in Bijlage 3B.
BIJLAGE 1: ONTWIKKELING JDK GROEILOCATIES IN DE PE RIO DE 2021- 2024
JDK inventarisate 2023
764 2021-2023
761 2021 2022 2023
JDK inventarisate 2024
564 2022-2024
439 Ja 684 Ja 531 Ja
562 2021 2022 2023 2024
Bestrijdingskaart invasieve exoten Bijgehouden data van de proeflokaties Inspectie_bestrijdingskaart_invasieve_exoten Japanse duizendknoop meldingen BIJL AGE 2: TO E L IC HTING GE BRUIKTE GIS - DATA
26 202-2024 54 2023-2024 22
2024
228 Nee minder data? 419 Nee minder data? 486 Nee minder data? 472 Ja 26
n.v.t.
Ja
54 22
n.v.t. n.v.t.
opgenomen in analyse opgenomen analyse
BESTRIJDINGSMETHODE Handmatig uitsteken (kleine haarden) Machinaal ontwortelen en uitsteken Afgraven en afvoeren Ontgraven en zeven Bevriezen van de bodem Thermisch reinigen Heet water en stoominjectie Elektrocutie Glyfosaat Vetzuur en kiemremmer Afdekken Begrazing Root reset Knoflookextract Natuurlijke concurrentie
• • • • • •
BESTRIJDING +/+/++ + ++ ++ + +/-
ECOLOGIE ++ ---+/-+/++ -
BOMEN ++ +/--+ --++ ++
+/++ + -
++ -+ ++
+ ++ -++ ++
EFFECTENTABEL TOEGEPASTE METHODIEK GRONDROERING TIJD +/+/---++ + ++ ++ -++ +/-++ ++ geen ervaringen + -++ --++ ++ + --
KOSTEN + ++ ----+/+ +
PARTICIPATIE + ++ -+ ------
NAZORG +/-++ +/+/+/--
++ ++ ++
+ + -++
+/-+ --
Machinaal ontwortelen en uittrekken: met het oog op de frequente nazorg is deze methode uitermate geschikt voor inwonerparticipatie; Afgraven en afvoeren: altijd proefsleuven graven om de omvang van de groeilocatie te bepalen; Ontgraven en zeven: 5 jaar nazorg bestaande uit maandelijkse controle in het groeiseizoen. Geschikte methode voor participatie; Bevriezen van de bodem: kosten rond de €325,- per m2. Voordeel is dat er niet gegraven hoeft te worden en dat de organische stof, zaden en alles dat tegen een temperatuur van -27ºC kan intact blijven; Heet water en stoominjectie: stoom in combinatie met afdekken is een aparte methode die al meerdere malen in Deventer is toegepast. In combinatie met spitten van de toplaag is dit een goede methode. Zonder spitten minder effectief; Elektrocutie: bij jonge groeilocaties effectiever dan bij oude.
BIJL AGE 3A: BE VINDINGE N VAN AFDE L ING GRO E NBE HE E R DE VE NTE R TE N AANZIE N VAN BE HE E RS ING E N BE S TRIJDING JDK
Bevindingen van Het Groenbedrijf (HGB): • • • • • • •
Nieuw ingezette proef met het rieken van de grond (machinaal ontwortelen en uittrekken) gevolgd door het, gedurende 5 jaar, maandelijks verwijderen van jonge JDK-scheuten moet goede resultaten opleveren. Uiteraard is hierbij de voorwaarde dat de betrokken vrijwilligers dit ook consequent (maandelijks) doen; Na de proef met bevriezen is nog geen terugkomst van JDK waargenomen. Deze locatie wordt door de mountainbike-vereniging beheerd, echter niet gemonitord. Het is dus lastig om exact te bepalen of, en in welke mate, JDK terugkomt; De proef met 'Root reset' (door Jansen de Jong bij de oude melkfabriek) heeft tot nu toe het beste resultaat. HGB monitort deze proef in opdracht van Jansen de Jong. Tot op heden is er, na anderhalf jaar controle, nog geen JDK gesignaleerd. Deze proef is niet door de gemeente aangeleverd om te monitoren en staat daarom niet in de Groen Groei/bestrijdingskaart; De proef met afdekken van JDK met plastic (locatie Zweedsestraat) heeft niet het gewenste resultaat. Op diverse plekken is JDK teruggekomen; Het op kniehoogte afknippen van JDK, gevolgd door maaien en afzuigen van de afgestorven JDK in januari/februari, heeft het gewenste beheersresultaat.
Dat wil zeggen dat het wortelpakket niet veel groter wordt; Bij monitoring waarbij HGB betrokken is (vastgelegd in Field Maps in de Groen Groei/bestrijdingskaart) zien zij dat JDK steeds terug blijft komen; Afgelopen jaren signaleren medewerkers van HGB op diverse (niet voorspelbare) plekken dat JDK naar boven komt. Denk hierbij aan plaatsen midden in een plantvak of in een berm waar nooit JDK heeft gestaan.
Aanbevelingen van Het Groenbedrijf (HGB) om beheersmaatregelen succesvol te laten zijn: • • • • • •
Zorg dat er actief op JDK gemonitord wordt; Betrek HGB vanaf het begin bij alle experimenten die met (nieuwe) methoden gedaan worden; Monitor elk experiment na toepassing van de bestrijdingsmethode gedurende een periode van minimaal 5 jaar. Pas na deze 5 jaar kun je spreken van definitieve verwijdering van JDK; Laat HGB toezicht houden bij het verwijderen van JDK (zoals bijvoorbeeld bij Project Sluiskwartier); Houd grond zoveel mogelijk op de locatie waar het vandaan komt. Grond die toch naar een andere locatie getransporteerd wordt onderzoeken (bemonsteren) op aanwezigheid van JDK; Zorg voor betere en actievere voorlichting aan bewoners. Veel bewoners knippen nog steeds JDK af en 'storten' die in arealen van het openbaar groen. Daarmee wordt JDK, deels door onwetendheid, verspreid. HGB probeert in dit kader ook steeds actiever en beter te communiceren, o.a. via communicatiemedewerker;
•
Alle civiele aannemers die in Deventer werkzaam zijn moeten worden voorzien van de Groen Groei/bestrijdingskaart. Aannemers moeten in de uitvragen verplicht worden om: 1) de kaart te gebruiken, 2) zelf te monitoren op JDK Het Groenbedrijf kan aanvullend monitoren op verwijdering van JDK door aannemer. Goede voorbeelden hiervan zijn toezicht door HGB op Project Sluiskwartier en Project Aan de Dijk in de Rivierenwijk. HGB gebruikt zelf continu de Groen Groei/bestrijdingskaart, bijvoorbeeld bij het maaien van de bermen. Ook de onderaannemers van HGB zijn verplicht die kaart te gebruiken.
BIJLAGE 3B: BEVINDINGEN EN AANBEVELINGEN VAN HET GROENBEDRIJF IN DEVENTER TEN AANZIEN VAN BEHEE RS ING E N BE S TR IJDING JDK