2024-309 Bijlage 3 Rapportage bevindingen second opinion
Tekst van het document
11 DECEMBER 2023
RAPPORTAGE BEVINDINGEN SECOND OPINION SECOND OPINION BUSINESS CASE SLIM WARMTENET ZANDWEERD
Referentie: B003944/231214/BP/ISO:JvdW/IJ
11 december 2023 Referentie: Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.
INHOUDSOPGAVE
01
Context
2
02
Leeswijzer
3
03
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
4
04 Structuur business case 04.01 Systeem 04.02 Werking model 04.03 Beoordeling
5 5 5 6
05 Berekeningen en parameters 05.01 Investeringen (CAPEX) 05.02 Exploitatielast (OPEX) 05.03 Bijdrage aansluitkosten 05.04 Tarieven 05.05 Beoordeling
7 7 7 8 8 8
06 Risicoanalyse en beheersmaatregelen 06.01 Risico 1 – onvoorziene prijsstijging 06.02 Risico 2 – ondergrondse uitdagingen 06.03 Risico 3 – technische configuratie per woning 06.04 Risico 4 – onderhoudskosten/MJOP 06.05 Risico 5 & 6: bereidheid tot aansluiten 06.06 Risicobuffer
9 10 11 11 11 12 12
1
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
01
CONTEXT
Slim Warmtenet Zandweerd (hierna: SWZ) is een project in gemeente Deventer (hierna: de gemeente) waarbij aan bestaande én nieuwe woningen warmte uit de naastgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: RWZI) wordt geleverd. Het warmtenet is onderdeel van de door de raad vastgestelde Transitievisie Warmte (hierna: TVW). Voor de aansluiting heeft de gemeenteraad dit voorjaar besloten om zelf – na een spaak gelopen marktuitvraag - tot uitvoering over te gaan, eigenaar te worden, een warmtenetwerkbedrijf op te richten en de projectexploitatie vast te stellen. Er is € 6,1 miljoen aan krediet beschikbaar gesteld en € 12,6 miljoen aan Groeifonds gelden (subsidie) toegekend. In februari van 2024 dient de gemeenteraad het uitvoeringskrediet nog vast te stellen voor de totale investering. In dit kader is door de gemeenteraad om een second opinion gevraagd. Voor de projectexploitatie is door de gemeente een business case model opgesteld (‘Business case Slim Warmtenet Zandweerd KPRplus versie 5.xslm’). In voorliggende rapportage zijn de resultaten van de second opinion op dit model beschreven. De conclusie bevindt zich in het derde hoofdstuk en is opgedeeld in: (reken)methodiek: hoe zijn de onderdelen berekend/afgeprijsd; risicoanalyse en bijbehorende beheersmaatregelen; de structuur van de business case.
2
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
02
LEESWIJZER
De second opinion is uitgevoerd aan de hand van een aantal stappen, die in de hoofdstukken 03 tot en met 06 zijn beschreven. Hoofdstuk 03 benoemt de conclusie en aanbevelingen van deze second opinion. Hoofdstuk 04 bevat een beoordeling op de structuur en volledigheid van het model. In hoofdstuk 05 zijn de berekeningen en parameters beoordeeld. Hoofdstuk 06 beoordeelt de door de gemeente uitgevoerde risicoanalyse.
3
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
03
SAMENVATTING, CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
Ten aanzien van de berekeningen en het gebruik van parameters in het model, zijn er geen grote bevindingen. De investeringsbedragen en BAK-inkomsten liggen in lijn met andere warmtenet projecten waarbij Brink betrokken is. De risicoanalyse uitgevoerd door de gemeente, is door Brink nader onderzocht. Dit leidt tot een voorgestelde methodiek om de financiële impact van de risico’s in te schatten. Aan de hand van deze voorgestelde methodiek, zijn zes risico’s geïdentificeerd, die een verhoogd risicoprofiel hebben. De beheersmaatregelen per risico beperken de kans- en gevolgelementen slechts deels, waardoor aanvullende maatregelen nodig zijn. Enkele van deze aanvullende maatregelen zijn: Het maken van gerichtere prijsafspraken met de contractaannemer, door het inkoopproces op te delen in meerdere fasen. In kaart brengen welke technische configuraties er zijn per type woning, om zo de hoeveelheid restposten en daarbij behorende onvoorziene kosten te reduceren. Het doorrekenen van de business case in baten en lasten voor het warmtebedrijf in plaats van een netto contante waarde methodiek. Bewoners financieel prikkelen om hun woning aan te sluiten op het SWZ. Wat betreft de structuur van de business case concludeert Brink dat het template van het rekenmodel juist werkt maar niet volledig geschikt is voor de casus van SWZ.
De verdeling van de informatie en rekenparameters over verschillende tabbladen maakt het niet mogelijk om op een eenvoudige manier elementen toe te voegen of varianten door te rekenen. Dit maakt het rekenmodel slechts beperkt flexibel. Om het model flexibeler en beter werkbaar te maken voor toekomstige deelprojecten en fasen, adviseren wij u maatwerk modelbouw op te stellen. Zo krijgen significante parameters een eigen, vindbare plek in het model, is de berekening beter herleidbaar, en kan worden aangesloten op de baten- en lastensystematiek.
4
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
04
STRUCTUUR BUSINESS CASE
04.01 Systeem Het SWZ bestaat uit verschillende onderdelen van de warmteketen. Vanuit het RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) stroomt ZLT- (zeer lage temperatuur) water door de hoofdtransportleiding naar een warmtepompcentrale. Deze warmtepompcentrale warmt het ZLT-water op naar een midden temperatuur (MT) van 70 graden. Door het leidingtracé wordt de MT-warmte in de wijk afgegeven aan de woningen. De business case heeft als scope het warmtebedrijf, en reikt daarmee vanaf de warmtewisselaar bij het RWZI tot en met de afleverset en levering van warmte in de woning.
Figuur 1: het systeem van de warmteketen Voor nieuwbouwwoningen geldt dat deze worden aangesloten op het ZLT deel van het tracé. Deze woningen hebben een eigen warmtepomp om het koude water op te warmen. Bestaande bouw wordt wel aangesloten op de MT-warmte. 04.02 Werking model Het business case model is gebaseerd op het ‘Template Business cases Warmtenetten’ (hierna ‘template’) versie 1.1 (28-05-2020) van het Expertise Centrum Warmte. Dit is een beveiligd Excel model, met enkel de mogelijkheid om inputcellen te wijzigen. Dit template bevat de in onderstaande figuur weergegeven rode en blauwe tabbladen. Alle inputcellen bevinden zich in het tabblad ‘Invoer’:
Figuur 2: schematisch overzicht businesscasemodel
5
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
De gemeente heeft het template verrijkt met gele en groene tabbladen. Deze tabbladen bevatten deels losse analyses, maar ook berekeningen om te komen tot de input in het tabblad ‘Invoer’. De door de gemeente toegevoegde tabbladen zijn hieronder nader beschreven. Inkoop gas en stroom: jaarlijkse inschatting (door Ennatuurlijk) van gas- en stroomprijzen, inclusief de mutatie van energiebelasting. Invoer overig: eigenschappen van het plangebied inclusief aantal woningen, timing van aansluiting en warmtevraag. CAPEX nieuw: verdeling van de CAPEX elementen, inclusief herziene raming (OPEX en fasering), over de componenten die standaard in het template zijn opgenomen. Indexatie variabel tarief: ontwikkeling warmtetarief in de tijd. Berekening betaalbaarheid: vergelijking per jaar van de mutatie gas-, stroom- en warmteprijs, om voor de consument de vergelijking te kunnen maken met alternatieven. Invoer overig: bevat het merendeel van de gehanteerde opslagen: eenmalige bijdragen zoals de Bijdrage Aansluitkosten (BAK), vastrecht en vergoedingen voor het meetstation, en diverse operationele kosten. 04.03 Beoordeling De gemeente het de diverse inputtabbladen gekoppeld aan ‘Invoer’, omdat het template niet direct toepasbaar is voor de casus van SWZ.
In de tijd van het opstellen van de business case, was het template echter het enige beschikbare middel om de berekeningen te kunnen maken. Om het model te kunnen gebruiken voor de berekeningen voor SWZ, zijn de onderdelen van de cases (zoals RWZI, ZLT net, MT net) verdeeld over de onderdelen van het model (zoals ‘Hoofddistributietracé, primaire netten). Dit komt ook doordat het model in de basis geen plek heeft om een warmtebron mee te nemen in de berekeningen: het is alleen gericht op het leidingnetwerk en de aansluitingen. Door op deze wijze de invoer in het model te ‘vervormen’, is het niet meer eenvoudig om onderliggende uitgangspunten aan te passen, en varianten door te rekenen. Het model is daardoor beperkt flexibel, maar komt wel tot de juiste uitkomst, behorend bij de huidige input. Het ‘vervormen’ van de invoer gaat dus niet fout; de totale investeringssom is bijvoorbeeld wel meegenomen in de business case. Indien het project doorgang vindt, ontstaat de behoefte om meer inzicht te krijgen in de baten en lasten van het warmtebedrijf. Daarnaast is het nodig risicoanalyses uit te voeren op deelgebieden en wijken die wel of niet worden aangesloten, op go/no go momenten waarin risico’s van stoppen en doorgaan inzichtelijk worden gemaakt en scenarioanalyses worden uitgevoerd. Daarvoor is het huidige model niet direct geschikt.
Het is daarom aan te bevelen om voor toekomstige fasen en projecten een maatwerk business case model met baten- en lastenmodule op te stellen, waarin de casus-specifieke data en uitgangspunten duidelijk een eigen plek hebben (en welke daarmee ook flexibel instelbaar blijven). Dit zou ook de volgbaarheid van de berekeningen en het inzicht ten goede komen.
6
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
05
BEREKENINGEN EN PARAMETERS
05.01 Investeringen (CAPEX) In het tabblad ‘CAPEX nieuw’ staan de investeringsbedragen per onderdeel, inclusief fasering en OPEX-componenten. De getallen zijn afkomstig uit een ander Excelbestand, Rekenmodel SWZ – analyse CAPEX.xlsx (hierna CAPEX-model). Hierin worden de bedragen verder onderbouwd. De onderbouwing van de investeringsbedragen begint met de terugkoppeling van de inschrijving naar de oorspronkelijke uitvraag, ingediend door Ennatuurlijk. Na enkele wijzigingen in de scope en de inschatting, inclusief een basisraming van BAM, zijn opgesplitste investeringen per onderdeel uitgewerkt. Er wordt ook een beknopte toelichting gegeven, maar meestal is de toelichting beperkt tot de bronvermelding. De optellingen van de investeringen zijn direct overgenomen in de business case in ‘CAPEX nieuw’. Er wordt aanvullend nog een besparingscomponent toegevoegd om te komen tot de herziene bedragen, die verbonden zijn aan het ‘Invoer’ tabblad. De onderbouwing van de besparing ontbreekt in de business case, maar is gebaseerd op de toelichtingen in het CAPEX-model. Voorbeeld: een aantal onderdelen van de investeringen in het CAPEX model krijgt de opmerking dat het getal veel hoger is dan de benchmark. Deze investeringen hebben vervolgens een besparing in de business case, maar de werkelijke oorsprong van de besparingsgetallen is niet duidelijk.
De conclusie voor de investering is dat de oorsprong van de bedragen goed is gedocumenteerd. De technische onderbouwing van de bedragen valt buiten de scope van deze second opinion. Globaal lijkt de totale investering per aansluiting (circa € 17.500,-) reëel. In een ander project (een warmtenet) zijn de investeringen per aansluiting (indicatief) circa € 19.000,-. 05.02 Exploitatielast (OPEX) In het tabblad ‘CAPEX nieuw’ staan ook OPEX-componenten, inclusief een basisraming van de exploitatiekosten en bijbehorende besparing/herziene raming. De basisraming is afgeleid van een onderhoudspercentage ten opzichte van de investeringsraming. De besparing is gebaseerd op de eerdergenoemde besparing bij de investering, vermenigvuldigd met het onderhoudspercentage, en daarop wordt een correctie van 75% toegepast. Het is onduidelijk waar deze correctie op gebaseerd is. Uiteindelijk komt de berekening voor OPEX kosten uit op € 488.170,- per jaar. Echter, data van Ennatuurlijk komen uit op € 402.252,- per jaar, wat ongeveer 20% lager is. Voor het berekenen van het OPEX-percentage van de business case in tabblad ‘Invoer’ (1,12%), is gekeken naar dit laatst genoemde, lagere bedrag van Ennatuurlijk. Het gehanteerde percentage OPEX op totaalniveau (1,12%) lijkt te laag. In andere projecten is de bandbreedte tussen de 1,5%-2,5%.
Het percentage is ook afhankelijk van de scope van de OPEX-kosten, en voor SWZ is dat exclusief beheer en administratie. Daardoor is de vergelijking met andere projecten niet geheel zuiver. De gemeente heeft het argument genoemd dat als een marktpartij bereid is de werkzaamheden voor een lager bedrag uit te voeren, zij dezelfde werkzaamheden niet hoger zal afprijzen. Dit argument klinkt logisch, maar wel met de aanbeveling om de onderbouwing van Ennatuurlijk grondig te beoordelen: hanteren ze wel de juiste scope en uitgangspunten?
7
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
05.03 Bijdrage aansluitkosten en woning gebonden kosten De BAK (inclusief woning gebonden kosten) wordt berekend in tabblad ‘Invoer overig’. Er gelden verschillende hoogten voor grondgebonden (€ 2.800,-) en gestapelde woningen (€ 3.800,-). Deze bedragen zijn afkomstig vanuit afspraken met de corporaties over het niveau van energiekosten voor de bewoners. Het gewogen gemiddelde is een bedrag van € 3.229,- per aansluiting. Een indexering van € 250,- en een verhoging in verband met subsidie van € 2.750,- leiden tot een uiteindelijk bijdrage in het ‘Invoer’ tabblad van € 6.229,- per aansluiting. Hiervoor geldt dat de bewoners individueel subsidie moeten aanvragen en deze subsidie vervolgens moeten afstaan om het project haalbaar te maken. Het bedrag van € 6.229,- valt binnen de bandbreedte van de BAK-ramingen uit andere projecten, maar er ontbreekt een verbinding met de werkelijke te dekken kosten. In tabblad ‘CAPEX nieuw’ is, los voor het investeringsonderdeel woningaansluitingen, circa € 12.400.000,- opgenomen. Omgerekend is dit € 6.031,- per woning. De gehanteerde bijdrage is hoger, en daarmee dekt het meer dan alleen kosten voor de aansluitingen. Aanbevolen wordt om de bijdrage te verbinden aan de kosten waar het voor gebruikt wordt, in plaats van enkel de kosten uit het verleden te indexeren.
Mogelijk kan dit leiden tot een lager bedrag, in lijn met de werkelijke kosten van aansluitingen, of juist een hoger bedrag omdat de bijdrage ook deels de kosten van het MT-net dekt. 05.04 Tarieven In het tabblad ‘Indexatie variabel tarief’ wordt berekend wat per jaar het maximale tarief is van de ACM (B2C Warmtewet), en wat het tarief in de business case is. Dit laatste is berekend voor 2022, en vervolgens wordt dit per jaar met 2,2% geïndexeerd. Het 2022 bedrag (€ 30,47 per GJ) is het kostprijsplus tarief, hiermee is de business case sluitend. Het ‘2023- bedrag’ (€ 31,14) is verbonden aan het ‘Invoer’ tabblad als Verbruikstarief kleinverbruik, en de indexatie van 2,2% komt ook terug in ‘Invoer’. Het warmtetarief is geen vreemd tarief, en past in 2023 en in 2024 ook binnen het maximum van ACM. Het maximum van de ACM wordt jaarlijks vastgesteld en is voor de toekomst dus niet bekend. Vanaf 2027 is het gas gerelateerde maximum niet meer aan de orde. Het is een aandachtspunt, om jaarlijks het ACM maximum in de gaten te houden en de controleren of het geïndexeerde kostprijsplus tarief niet nog onder blijft.
Ter info: de afgelopen jaren fluctueerde het maximumtarief van ACM: 2020: € 26,06 2021: € 25,51 2022: € 51,28 2023: € 90,91 2024: €46,69 05.05 Beoordeling De algehele conclusie over de hoogte van parameters en de onderliggende berekeningen is dat er geen opvallende uitschieters of onverklaarbare kosten of opbrengsten zijn gevonden. De berekeningen zijn opgesteld op de juiste manier, al moeten de variabelen hier soms wel voor worden ‘vervormd’ om te passen binnen de beperkte scope van het template (zie hoofdstuk 04). Wel wordt aanbevolen om de totstandkoming van de parameters beter te onderbouwen, of om andere berekeningen toe te passen, die mogelijk kunnen resulteren in andere bedragen.
8
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
06
RISICOANALYSE EN BEHEERSMAATREGELEN
Aan de hand van de bestaande risicoanalyse, die is opgesteld door gemeente Deventer, is een verdiepende analyse uitgevoerd op de mogelijke risico’s voor de business case van het SWZ. De bestaande risicoanalyse hanteert per geformuleerd risico een grondslag in euro’s, waarbij zowel een kansfactor als een gevolgfactor is ingeschat. Beide factoren hebben een score tussen 1-5 en vormen gezamenlijk de risicoscore. Per risico wordt deze score vermenigvuldigd met de grondslag om tot een risico grondslag te komen en deze in geld uit te drukken. Methodiek - aanbeveling Brink geeft als aanbeveling om niet op twee verschillende assen een score van 1-5 te hanteren, maar in plaats van de gevolgfactor direct te rekenen met de risico grondslag in € (maximaal potentieel financieel effect). Zo ontstaat er beter inzicht in welke risico’s in potentie de grootste impact hebben op de business case. Om een risico overzicht te maken, is onze tweede aanbeveling om op basis van de spreiding van de kansfactor en de grondslag, de risico’s in afzonderlijke categorieën in te delen. Deze ‘bakjes’ krijgen dan elk een label. Een voorbeeld van hoe deze risicoverdeling eruit zou kunnen zien, is weergegeven in Figuur 3. De rijen presenteren hier de kansfactor, en de kolommen de financiële grondslag van het risico. De bandbreedte van de grondslagen zijn ter indicatie en expliciet niet een vaststelling.
Grondslag Kansfactor 1 2 3 4 5
1 €0 € 100.000 Acceptabel Acceptabel Acceptabel Aandacht Kritiek
2 € 100.000 € 250.000 Acceptabel Acceptabel Acceptabel Aandacht Kritiek
3 4 5 € 250.000 € 1.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 € 2.000.000 € 5.000.000 Acceptabel Acceptabel Aandacht Acceptabel Aandacht Aandacht Aandacht Aandacht Kritiek Kritiek Kritiek Onacceptabel Onacceptabel Onacceptabel Onacceptabel
Figuur 3: voorbeeld risicomatrix Voorbeeld: een risico met kansfactor 4 en een grondslag van € 1.750.000,-, krijgt in dit voorbeeld het label kritiek. Dit risico heeft bij identificatie een (gemiddelde) kans van 35% om plaats te vinden. Op basis van de aanbevelingen voor de methodiek, is een analyse gemaakt van de beheersmaatregelen die de gemeente heeft benoemd in het model. De in Figuur 3 voorgestelde categorisering leidt tot een label per risico. In de gehele risicotabel zijn zes risico’s geïdentificeerd, die kritiek of onacceptabel zijn. Dit zijn de volgende risico’s: 1 Risico 1: hoger dan gemiddelde stijging van de prijsindex/materiaalprijzen. 2 Risico 2: onvoorzien omstandigheden in de uitvoering met betrekking tot de ondergrondse uitdagingen. 3 Risico 3: de MT-configuratie blijkt lastiger uitvoerbaar, door onduidelijkheid over maatregelen per type woning. 4 Risico 4: onderhoudskosten van het Warmtenet zijn hoger dan verwacht. 5 Risico 5: door gebrek aan investeringskapitaal en drijfveren sluiten particuliere woningeigenaren niet aan op het SWZ. 9
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
6 Risico 6: door steeds meer verduurzamingsontwikkelingen op de markt gaan bewoners hun keuze aan te sluiten uitstellen of overstappen naar een goedkoper/beter alternatief. 06.01 Risico 1 – onvoorziene prijsstijging Uitgaande van de risicomatrix in Figuur 3 komt Risico 1 uit op het hoogste risicoprofiel uit, door een kans score van 4 en een grondslag van € 4.171.000,-. De beheersmaatregelen van de gemeente zien toe op het vaststellen van indexaties in de contracten, maar niet in het verwerken van de doorrekening van de vervangingsinvesteringen omdat er nu geen uitspraak kan worden gedaan over de prijsindex over 15-20 jaar. Deze beheersmaatregelen bieden geen directe oplossing voor het beperken van de kans van dit risico. Vanuit de methodiek van de gemeente is voornamelijk gestuurd op het maken van prijsafspraken met de contractaannemer. De risico’s aan de voorkant moeten duidelijk op papier worden gezet, om tot een juiste afprijzing te komen en de risico’s in het inkoopproces zoveel mogelijk te reduceren. In Figuur 4 op de volgende pagina is te zien dat met name in de uitvoeringsfase, het prijsrisico bij de aannemer ligt. Aan de voorkant zal de aannemer de in te schatten risico’s al in de prijs meenemen. Een aanbeveling is om het project en besluitvorming voor prijsafspraken in deelfasen te verdelen.
Zo kunnen op meerdere momenten gerichte afspraken worden gemaakt over de prijsontwikkeling in de exploitatiefase. De gemeente kan door mee- en tegenvallers hernieuwde inzichten meenemen in de prijsonderhandeling, en zo een betere vooruitblik krijgen op mogelijke exploitatiekosten. Een tweede maatregel is het verhogen van de tarieven voor de gebruikers van de warmte. Er moet wel in gedachte worden gehouden dat de aanleg van dit warmtenet ook een maatschappelijk oogmerk heeft, en betaalbare energie voor iedereen hiermee in lijn ligt. Om de business case haalbaarder te maken, zou een beperkte tariefsverhoging kunnen worden doorgevoerd, bijvoorbeeld door deze gedeeltelijk door te berekenen aan de afnemer. De tariefsverhoging is dan dus lager dan de kostenindex, bijvoorbeeld omdat het tarief voor een ‘alternatief’ van de consument ook minder hard zou stijgen. Tariefverhoging wel of niet doorvoeren is ook deels een politiek besluit. De gemeente is zich bewust dat om de aansluitbereidheid van bewoners hoog te houden, zij zelf ook mogelijke kostenverhogingen moet slikken. Het is voor de juiste verwachtingen naar afnemers en gemeente belangrijk dat er duidelijkheid is over de mogelijke redenen waardoor de tarieven mogen stijgen. Het uitgangspunt is dat de gemeente een financiering ter beschikking stelt, maar het Warmtenet zelfstandig exploitabel moet zijn.
Een splitsing tussen de kosten voor energielevering en onderhoud van het systeem geeft duidelijkheid in de tariefopbouw, waarmee mogelijke mee- en tegenvallers in de exploitatie beter kunnen worden opgevangen. Het SWZ kan er ook voor kiezen een onverwachte prijsstijging niet direct (hetzelfde jaar) volledig in rekening brengen, maar dat later gefaseerd te doen om een zachte landing te creëren. Dit zet op de korte termijn de financiële gezondheid van de exploitatie wel onder druk, maar werkt mitigerend tegen de grilligheid van de energieprijzen.
10
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
Figuur 4: prijsonderhandeling met contractaannemer. De gemeente kan in de uitvoering het project verdelen in deelfasen, waardoor op meerdere momenten prijsafspraken kunnen worden gemaakt en de C en D component lager worden. 06.02 Risico 2 – ondergrondse uitdagingen Risico 2 ziet toe op onvoorziene omstandigheden die zich kunnen voordoen in de realisatiefase. Hiertoe behoren vondsten uit archeologisch onderzoek, niet gesprongen explosieven, benodigde aanpassingen in tijdelijke voorzieningen, bodemvervuiling, niet kloppende ondergrondse infra en flora/fauna. Dit risico heeft het hoogste risicoprofiel, door een kans van 4 en grondslag van € 2.261.000,-. De gemeente heeft inmiddels meer kennis over de bodemsituatie, waardoor zij zich beter kan voorbereiden op problemen in de realisatiefase. De ondergrondse belemmeringen zijn met een uitgewerkt definitief ontwerp in kaart gebracht, waardoor de kans minder groot wordt ingeschat (score van 3 in plaats van 4). Aanbevolen wordt dat de gemeente onderzoekt of zij daadwerkelijk goedkoper en efficiënter bodemwerk kan verrichten dan de marktpartijen. Daarnaast zijn er kansen door (daar waar mogelijk) met andere projecten, zoals rioolvervanging, de kosten te delen. De mogelijke impact van het risico neemt hiermee niet af, maar de kosten kunnen wel over twee projecten worden verdeeld.
Tegelijkertijd is het gezamenlijk oppakken van twee realisatietrajecten organisatorisch complexer in planning en coördinatie dan enkelvoudige aanpak. 06.03 Risico 3 – technische configuratie per woning Het derde risico gaat over de complicaties die aanwezig zijn bij het aansluiten van de verschillende typen woningen in het plangebied. Dit risico krijgt met een kansfactor van 3 en een grondslag van € 3.621.000,- een hoog risicoprofiel. Wat betreft de beheersmaatregelen, focussen deze op het verkrijgen van meer inzicht door het in kaart brengen van de technische configuratie per type woning. Alle verschillende aansluitconfiguraties zijn afgeprijsd en tot een gemiddelde teruggebracht. De gemeente blijft echter wel met restposten zitten, waarvoor nog moet worden bepaald wie deze kosten gaan betalen. De praktijk is echt divers, en de benodigde aanpassingen in de woningen zullen zelfs in hetzelfde blok nog verschillen. Voor de corporatiewoningen is enige vorm van standaardisatie in de afspraken wellicht goed mogelijk, in het particuliere segment is dit een grotere uitdaging qua organisatie, overtuiging, uitvoering en financiële consequenties. 06.04 Risico 4 – onderhoudskosten/MJOP Risico 4 ziet toe op hogere onderhoudskosten. Dit risico krijgt het label ‘hoog risicoprofiel’ . Een geschikte budgetmethodiek, i.e. MJOP, is van belang als beheersmaatregel.
De gemeente gebruikt momenteel in de business case een kasstroomoverzicht met daarin de MJOP verwerkt in de kostenraming. Een belangrijke kanttekening is dat de gemeente de exploitatie van het warmtebedrijf zelf op zich neemt. Als de gemeente uitvoerder is, dan wel eigenaar van het warmtebedrijf via een separate entiteit, dan is in een vervolgfase het belang van de baten en lasten groter dan die van de nu gehanteerde netto contante waarde/kasstroombenadering. 11
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
Als aanbeveling geven we mee kritisch te zijn op hoe er straks wordt omgegaan met de administratieve verwerking van én demarcatie tussen onderhoud en investeringen bij de vertaling van het huidige kasstroommodel naar een baten en lasten systematiek. Als alle toekomstige vervangingen van aansluitingen, leidingen en warmtepompen worden opgenomen in een MJOP en daarvoor wordt gedoteerd, dan zakt het resultaat van het warmtebedrijf de eerste jaren. Dat is administratief heel veilig, maar de praktijk is dat er zowel wordt afgeschreven op de nieuwe warmtepomp, als dat er wordt gedoteerd voor de vervanging van de warmtepomp in jaar 20. In feite betaal je twee warmtepompen in een periode. En dat terwijl je nu niet weet welke kwaliteit je dan wilt realiseren, of er nieuwe technieken zijn, of de vervanging dan al wel nodig is enzovoort. Het is van belang goed zicht te hebben op toekomstige vervangingen, maar wees kritisch op welke techniek (doteren/afschrijven) er wordt toegepast. 06.05 Risico 5 & 6: bereidheid tot aansluiten Risico’s 5 en 6 omvatten beide een vertraging in het aansluittempo door een lagere bereidheid van bewoners om aan te sluiten. Om deze risico’s acceptabel te laten zijn, moet de gemeente proberen deze bewoners te overtuigen hun woning aan te sluiten op het SWZ. Dit kan de gemeente doen door gerichte campagnes, maar voornamelijk door financiële prikkels te bieden.
Subsidies of kortingen kunnen ervoor zorgen dat het aantrekkelijker wordt om aan te sluiten. Een ander genoemde beheersmaatregel is om door middel van wet- en regelgeving het aansluiten af te dwingen. Echter, kan alleen het Rijk dit doen. Hierdoor kunnen de beheersmaatregelen van de gemeente alleen de kans verlagen dat bewoners niet willen aansluiten, maar kunnen de gevolgen niet kleiner maken. Als bewoners niet willen aansluiten, zal het plangebied in het uiterste geval moeten worden uitgebreid, wat extra kosten betekent door het verlengen van het ondergrondse tracé (meer investering, meer warmteverlies, extra pompen, meer onderhoud, ..). 06.06 Risicobuffer De gemeente heeft in haar risicoanalyse rekening gehouden met een gewogen grondslag per risico. In de totale optelling van alle risico’s is een inschatting van € 5,6 miljoen aan reservering meegenomen. Dit getal geeft de ingeschatte financiële schade weer, als de grondslagen per risico worden vermenigvuldigd met de kans- en gevolgfactor. In de praktijk vinden tegenslagen wel/niet plaats en niet gewogen gemiddeld. Het totaal van € 5,6 miljoen geeft een indicatie over hoeveel buffer moet worden aangehouden voor de geïdentificeerde risico’s. Gezien de hoogte van de grondslagen van enkele risico’s kan deze buffer snel volledig zijn uitgeput.
Deze benadering is als volgt uit te werken: Als het risico met de grootste financiële impact volledig optreedt (risico 1), is naar verwachting € 4,1 miljoen nodig. Met een risicobuffer van € 5,6 miljoen resteert dan € 1,5 miljoen voor de overige risico’s. Deze hebben een gewogen risico van € 4,5 miljoen. Een aanbeveling is om met deze bril de risico’s opnieuw te bezien, en beheersmaatregelen en mogelijk project uitvoering/contractering fasering zo in te zetten, dat het risico ook in het geval van partieel optreden nog steeds kan worden afgedekt. Fasering biedt alleen een risicoreductie als het ook een reëel scenario is. Een tweede aanbeveling die hier dus uit volgt is om, gekoppeld aan de mogelijke fasering, te onderzoeken hoe go-no go momenten kunnen worden ingebouwd in het ontwerp en contracteringsproces. Het warmtenet draait uiteraard technisch en financieel optimaal bij 100% belasting. Maar wat is het terugvalscenario als er na één à twee wijken (bijvoorbeeld 40%) wordt gestopt met de verdere uitrol. Hoe ziet de business case er dan uit, en hoe vertaalt zich dat naar de benodigde risicobuffer? 12
11 december 2023 Referentie: B003944/231211/BP/ISO:JvdW/IJ Second opinion business case Slim Warmtenet Zandweerd
KLOPPEND HART VAN BOUW, INFRA EN VASTGOED. Typ hier kop2
13