2024-296 Raadsmededeling Visie Toekomst Wonen Deventer (fase 3 Wonen Ruimte Stad).pdf
Tekst van het document
RAADSMEDEDELING
Onderwerp
Tussenproduct Visie Toekomst Wonen Deventer (fase 3 Wonen Ruimte Stad)
Nummer
2024-296
Portefeuillehouder
Wethouder De Geest,
Team
DEV-PRO-WG
Datum
7-05-2024
Inleiding Voor fase 3 Wonen Ruimte Stad (Deventer Bouwt) is een plan van aanpak opgesteld en in oktober 2023 met een raadsmededeling (2023-816) aan de raad gestuurd. De verkenning en verdere verdieping van Deventer Bouwt heeft in de periode oktober 2023 – maart 2024 plaatsgevonden en is inmiddels afgerond. Het tussenproduct is gereed. Dit tussenproduct laat zie hoe de woningbouw samenhangt met andere thema's en opgaven die binnen Deventer aan de orde zijn. We delen de inzichten en laten u zien welke dilemma’s bij het maken van keuzes aan de orde zijn. Het tussenproduct wordt als bouwsteen meegenomen bij de op te stellen Omgevingsvisie voor Deventer. Voordat wij verder gaan met verder onderzoek richting Omgevingsvisie leggen wij u enkele vragen ter consultatie voor. Kader * Wonen & voorzieningen, versterken arbeidsmarkt .. en verjongen!' (Inclusief routekaarten Wonen en ruimte stad Deventer, Bathmen en kernen) vastgesteld door de raad op 22 december 2021. * Raadsmededeling Proces Wonen Ruimte Stad (14-07-2022) * Raadsmededeling Wonen en Voorzieningen (W+V); uitwerking routekaart Wonen Ruimte Stad (2023-177, 31 mei 2023). * Raadsmededeling Wonen Ruimte Stad fase 3 (2023-816, 5 oktober 2023) * Raadsmededeling Samenhang Visietrajecten (2023-... 24 april 2024) Kern van de boodschap Door middel van deze raadsmededeling informeren wij u over de inhoud van het tussenproduct.
Het tussenproduct laat zien hoe de keuzes voor woningbouw samenhangen met andere thema's en opgaven binnen Deventer. Het maken van een keuze is van belang voor de lange termijn ambitie voor de woningbouw in Deventer. Om te komen tot nieuwe woningbouwlocaties zullen keuzes en afwegingen gemaakt moeten worden. De keuzes gaan over de transitie met andere (veelal agrarische) functies, de mate van bereikbaarheid, de menging en uitplaatsing van werkfuncties of het ontwerpen met water. Wij noemen dit een tussenproduct, omdat deze visie als bouwsteen integraal onderdeel wordt van de nieuw op te stellen Omgevingsvisie voor Deventer. Voor het vervolg willen wij u consulteren over enkele vragen. Uw reacties betrekken wij in het verder onderzoek voordat wij specifieke keuzes gaan vastleggen in de Omgevingsvisie. In het kader van het proces Deventer Bouwt leggen wij de volgende vragen aan u voor: 1. Hoe kijkt u naar gezondheid als overkoepelend thema voor groei/verstedelijking van Deventer en wat geeft u ons mee ten aanzien van dit thema?
2. Hoe kijkt u aan tegen de compacte stad als principe voor verdere verstedelijking voor de korte en middellange termijn (tot 2035) en welke aandachtspunten geeft u ons daarbij mee? 3. Hoe kijkt u aan tegen de ontwikkeling van minimaal één grotere locatie om voor de middellange termijn (tot 2035) voldoende nieuwe woningen aan te bieden? 4. Kan het college voor de langere termijn (na 2035) de ontwikkeling van de locatie Stadsland inbrengen in het onderzoek Verstedelijking in Balans van de regio Stedendriehoek inclusief bijbehorende maatregelen? Nadere toelichting De gemeente Deventer heeft de ambitie om tot 2035 in totaal 11.000 nieuwe woningen te realiseren. Dat is nodig om de autonome groei van de bevolking een plek te geven om te wonen, maar ook om bij te dragen aan de ambities van Deventer om de stad te verjongen en de arbeidsmarkt te versterken. Deze ambitie heeft u eind 2021 uitgesproken en noemen we fase 1 van het traject “Wonen Ruimte Stad”. Bij de afweging voor nieuwe woningbouwlocaties wordt voortgebouwd op het principe van inbreiden voor uitbreiden en daarmee ingezet op het versterken van de compacte stad gedachte. Een groot deel van deze nieuwe woningen zit al in onze huidige planvoorraad. Voor ongeveer 5000 woningen moet Deventer (de stad) voor de periode 2028 – 2035 locaties zoeken.
Om te komen tot mogelijke locaties is in fase 2 een afwegingskader opgesteld en zijn globale verkenningen voor de groei van Deventer gedaan door het opstellen van drie denkrichtingen (Stads Deventer, IJssel door de stad en Groene Woonstad). De uitkomsten van fase 2 zijn met u gedeeld door middel van een raadsmededeling die consulterend in een raadstafel is besproken (31 mei 2023, 2023-177). Een belangrijke conclusie van fase 2 is dat keuzes en afwegingen voor woningbouw samenhangen met andere opgaven en thema's met een ruimtevraag in Deventer, zoals werklocaties, groenblauwe structuur, visie landelijk gebied, energietransitie, duurzame mobiliteit, voorzieningen enz. Naar buiten toe is dit onder Deventer Bouwt geïntroduceerd. De informatie over de verkenning is ook te vinden op www.deventer.nl/deventerbouwt. Het samenbrengen van keuzes en afwegingen in relatie tot de andere opgaven en thema’s gebeurt in fase 3 Wonen Ruimte Stad. Voor fase 3 Wonen Ruimte Stad (Deventer Bouwt) is een plan van aanpak opgesteld en in oktober 2023 met een raadsmededeling (2023-816) aan de raad gestuurd. Verkenning en verdieping fase 3 De verkenning en verdere verdieping van Deventer Bouwt heeft in de periode oktober 2023 – maart 2024 plaatsgevonden en is inmiddels afgerond; het tussenproduct Visie Toekomst Wonen (bijlage) is gereed.
Dit noemen we een tussenproduct, omdat deze visie als bouwsteen onderdeel wordt van de Omgevingsvisie. In deze Raadsmededeling gaan we hier verder op in onder de kop “Vervolg en Omgevingsvisie”. In het tussenproduct is gezondheid als overkoepelend thema voor de verdere verstedelijking van Deventer geïntroduceerd. Om dit in beeld te brengen is nader kwantitatief en kwalitatief onderzoek verricht. Kwantitatief is, aan de hand van indicatoren, een kaart gemaakt waarop zichtbaar gemaakt is hoe de stad op dit moment scoort ten aanzien van de principes van de gezonde stad. Hieruit wordt duidelijk dat bij sommige zoeklocaties maatregelen nodig zijn om
de locatie gezond en duurzaam te kunnen realiseren. Het gaat om maatregelen op het gebied van bereikbaarheid, van ruimte voor spelen en ontmoeting, van voldoende groen of van benodigde voorzieningen op loop- of fietsafstand. Er zit verschil in randvoorwaarden en maatregelen die genomen moeten worden om locaties tot ontwikkeling te brengen. Kwalitatief is gekeken naar aandachtspunten en meekoppelkansen van locaties aan de hand van belangen op het gebied van landschap, milieu, economie (menging van wonen/werken en transformatie), mobiliteit, sociale voorzieningen en sociale cohesie. Daarnaast is gekeken welke woonmilieus (type woningen) voor welke doelgroepen we kunnen gaan bouwen. Het is van belang te vermelden dat de hoeveelheid randvoorwaarden (of het ontbreken hiervan) geen maatstaf is voor het wel of niet tot ontwikkeling brengen van het betreffende gebied. Al deze data/informatie is digitaal via kaartlagen vastgelegd en kan daarmee ook worden gebruikt voor toekomstige afwegingen. In het tussenproduct zijn de ontwikkelrichtingen 'Compacte stad Plus', 'Stadsrandontwikkeling' en 'Twee nieuwe kernen' geïntroduceerd en verkend. Per ontwikkelrichting zijn keuzes, dilemma’s, bandbreedte van woningbouwaantallen, ruimtebeslag en passende woonmilieus inzichtelijk gemaakt. We maken nu geen definitieve keuze voor een specifieke ontwikkelrichting.
We zien wel een aantal dilemma's optreden of randvoorwaarden die moeten worden ingevuld, zoals: * Transitie van gebieden met een andere functie (veelal agrarisch) al dan niet met recreatieve, landschappelijke en cultuurhistorische waarden (Wechelerhoek, Baarlerhoek en Stadsland); * Bereikbaarheid met fiets en auto (Wechelerhoek, Baarlerhoek, Stadsland); * Ontwerpen met water vanwege ruimtereservering van de bypass (Stadsland); * Menging/uitplaatsing van werkfuncties (bijvoorbeeld Bergweide). Participatie In fase 2 is breed geparticipeerd met inwoners en stakeholders (onder meer Platform Wonen, Rondeel, economische partners, Saxion, Aventus, Deventer Jong, WIJD, werkgroep Rielerenk en Netwerk Schalkhaar, diverse adviesgroepen). Om inwoners van Deventer bewust te maken over de noodzaak van de woningbouwopgave, zijn zij benaderd met vragen over de opgave. Onder andere via een enquête onder Deventenaren en een aantal fysieke bijeenkomsten. De reacties uit deze gesprekken zijn meegenomen in het werkboek ‘Deventer Bouwt in gesprek met de stad'. In fase 3 van de opgave is bewust gekozen om met selecte groepen het gesprek voort te zetten om de keuzes en dilemma's concreter op tafel te krijgen. Op 27 maart is een brede groep uitgenodigd die eerder bij fase 2 ook betrokken was.
Op deze manier is input en expertise opgehaald met als doel het verduidelijken en verbeteren van de kwaliteit van het beleid. De opbrengst van deze sessies zijn verwerkt in bijlage 1 van de tussenrapportage. Voordat de uitwerkingen (via de Omgevingsvisie) ter besluitvorming worden voorgelegd aan het gemeentebestuur, is het van belang om die vroegtijdig terug te leggen aan de inwoners van Deventer en andere stakeholders. Over enkele inhoudelijke dilemma’s zoals bijvoorbeeld functiemenging en uitplaatsing van werkfuncties zullen de betrokken groepen waaronder het DEP op korte termijn geconsulteerd worden. Zo worden de betrokken groepen goed geïnformeerd over de resultaten (bewustwording), daar waar nodig is de ontwikkelrichtingen nog meer aan te scherpen (kwaliteit) en mee te nemen in waarom bepaalde keuzes worden gemaakt (begrip). Consultatie
Voor het vervolg consulteren wij u aan de hand van enkele vragen. Uw reacties betrekken wij in het verder onderzoek, voordat wij specifieke keuzes gaan vastleggen in de Omgevingsvisie. 1. Hoe kijkt u naar gezondheid als overkoepelend thema voor groei/verstedelijking van Deventer en wat geeft u ons mee ten aanzien van dit thema? Toelichting Op basis van participatie en het afwegingskader dat in fase 2 opgesteld is, is naar voren gekomen dat diverse onderwerpen vanuit het overkoepelende thema gezondheid belangrijk gevonden worden. We denken hierbij aan: sociale ontmoetingsruimte (t.b.v. sociale cohesie en tegengaan eenzaamheid), een evenwichtige en rijke mix aan woningen, goede fiets- en wandelinfrastructuur, nabijheid van voorzieningen en goed toegankelijk openbaar groen. Deze onderwerpen worden samen ondergebracht in het thema ‘duurzame en gezonde verstedelijking'. Dit thema wordt als leidraad in het tussenproduct geïntroduceerd en nader toegelicht. 2. Hoe kijkt u aan tegen de compacte stad als principe voor verdere verstedelijking voor de korte en middellange termijn (tot 2035) en welke aandachtspunten geeft u ons daarbij mee? Toelichting Het principe van de compacte stad sluit onder andere aan bij de in gang gezette verdichting binnen de gebiedsprogramma's Keizerslanden en Centrumschil.
Binnen de Centrumschil wordt onder andere voor het gebied Haveneiland onderzocht of een dynamisch woon- en werkgebied is te realiseren. Ook binnen het gebiedsprogramma Keizerslanden en andere ontwikkelingen binnen de bestaande stad kan verdere verdichting bijdragen aan de compacte stad. De vastgestelde visie op hoger bouwen biedt hierbij een geschikt kader om richting te geven aan compacter en hoger bouwen. 3. Hoe kijkt u aan tegen de ontwikkeling van minimaal één grotere locatie om voor de middellange termijn (tot 2035) voldoende nieuwe woningen aan te bieden? Toelichting Alle zoeklocaties samen kunnen ca. 9.000 tot 12.000 woningen opleveren. Dit is meer dan de opgave van 5.000 woningen. Het is voor de middellange termijn (2028-2035) niet nodig en niet mogelijk alle eerdergenoemde zoeklocaties tot ontwikkeling te brengen. Omdat verder ontwikkelen conform het principe van de compacte stad gedachte niet genoeg woningen oplevert, moet ook minimaal één nieuwe grotere ontwikkel locatie (rond de 2.000 woningen) in overweging genomen worden. Er zijn vier mogelijke locaties in beeld waar grote aantallen woningen gebouwd zouden kunnen worden. Bekend is dat die ook nadelen hebben zoals minder goede bereikbaarheid, verlies van landbouwgrond of bedrijventerrein. Het gaat om Wechelerhoek, Baarlerhoek, Stadsland en de werkgebieden ten oosten van het centrum.
De raad heeft in mei ‘23 de aanbeveling over genomen om de locatie Wechelerhoek te verkennen. Deze verkenning is uitgevoerd en het college legt als gevolg daarvan in mei een concept-omgevingsprogramma voor aan de raad. Het college kan in september besluiten het omgevingsprogramma vast te stellen en daarmee het voorkeursrecht voor Wechelerhoek voor 3 jaar te bestendigen. 4. Kan het college voor de langere termijn (na 2035) de ontwikkeling van de locatie Stadsland inbrengen in het onderzoek Verstedelijking in Balans van de regio Stedendriehoek inclusief bijbehorende maatregelen?
Toelichting De realisatie van Stadsland, een potentieel grote ontwikkel locatie aan de IJssel, aan de andere kant van het stadscentrum, biedt zowel voordelen als aandachtspunten. Het gebied maakt namelijk deel uit van een reservering voor het nationale programma "Ruimte voor de Rivier". Dit maakt de locatie complex voor de korte en middellange termijn. Voor de langere termijn kan onderzocht worden of - met inachtneming van water en bypass - een aantrekkelijk nieuw woonwerkmilieu voor Deventer en de regio gerealiseerd kan worden. Gezien de ruimtereservering moet in eerste instantie hierover met het Rijk het gesprek worden aangegaan. Hierbij kan ook het vraagstuk van een derde brug over de IJssel bij deze ontwikkeling worden meegenomen. Vervolg en relatie met de omgevingsvisie Door middel van een raadsmededeling Samenhang Visietrajecten (april 2024) is de raad geïnformeerd over de samenhang tussen verschillende visietrajecten, zoals de omgevingsvisie, toekomstvisie, visie landelijk gebied en wonen ruimte stad. De Omgevingsvisie is het resultaat van het afwegen van belangen en het maken van keuzes voor de langere termijn. Toegelicht is dat keuzes op verschillende thema’s worden gecombineerd door middel van het uitwerken van een aantal scenario’s. Ook het tussenproduct en uw inbreng op de consultatie over de aanbevelingen van het tussenproduct worden hierin meegenomen.
Dit betekent dat het traject ‘Wonen Ruimte Stad’ als bouwsteen vanaf nu integraal onderdeel wordt van de nieuwe op te stellen Omgevingsvisie voor Deventer. We brengen samenhang aan door in onze communicatie en participatie afstemming te zoeken (in timing) en dwarsverbanden op inhoud te laten zien. Dit kan ook leiden tot nieuwe inzichten die we inzichtelijk maken en tijdig met de raad delen. Vooralsnog verwachten we in het eerste of tweede kwartaal van 2025 bij de raad terug te komen met inhoudelijke afwegingen op omgevingsvisieniveau. Tot slot helpt dit ons ook om de verwachte leefomgevingseffecten in beeld te brengen in één Omgevingseffectrapportage (als invulling van de MER-plicht). Na het bepalen van de hoofdrichtingen, naar verwachting in het eerste kwartaal 2025, kunnen de thema’s verder worden uitgewerkt, deels als nadere uitwerking van een onderdeel van de omgevingsvisie en deels als omgevingsprogramma. Het traject van de Omgevingsvisie moet in 2026 afgerond zijn.