CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-277 Notitie Optimalisatie Planning Control Raad

Raadsvergadering 22 mei 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Optimalisatie Planning & Controlcyclus3.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Optimalisatie Planning en Control Inleiding De planning & controlcyclus (P&C) geeft inzicht in het beleid dat de gemeente in een periode wil voeren, de beoogde middelen hiervoor en de resultaten hiervan. De gemeenteraad neemt hiervoor kennis van verschillende documenten en stelt de voorgestelde wijziging vast. Deze zijn vastgelegd in de financiële verordening, de bevoegdheid tot het wijzigen van de financiële verordening ligt bij de raad.

Onderwerpen In deze nota worden de volgende voorstellen nader toegelicht 1. Wijziging opzet planning en control en wijziging programmanummering (bijlage 1) 2. Versterken sturend vermogen van de raad door te groeien naar een strategische investeringsagenda "groei van Deventer" En in de nota wordt duidelijk gemaakt hoe wordt aangesloten op de duurzame ontwikkelingen (global goals)

1. Wijziging opzet planning en control en wijziging programmanummering Gewijzigde opzet planning en control Integrale verantwoording van het college vindt plaats via de vier kwartaalrapportages. Eens per drie maanden rapporteert het college over beleidsmatige en financiële afwijkingen van de begroting om zo in te spelen op de actualiteit en gepast bij te sturen. Naast deze rapportages wordt de raad verder gerapporteerd op monitors op verschillende beleidsvelden. Wij stellen voor om de kwartaalrapportages terug te brengen van vier rapportages per kwartaal naar twee rapportages waarvan een in het voorjaar deze heeft betrekking op de eerste vier maanden en een in het najaar deze heeft betrekking op de eerste acht maanden en tot slot een financiële eindprognose. De tussentijdse rapportages kennen de gelijke gestandaardiseerde indeling als de huidige rapportages. De eindprognose willen wij beperken tot een voorlopige inschatting van het jaarrekeningresultaat inclusief voorgestelde budgetoverhevelingen en alleen gericht op de financiële uitkomsten. Dit betekent dat de toelichting op doelstellingen en prestaties plaatsvindt in het jaarverslag. In bijlage 1 zijn de wijzigingen uitgewerkt. Programma indeling en taakvelden De bevoegdheid tot het wijzigen van de programmabegroting ligt bij de raad.

De nummering van de programma’s willen wij laten aansluiten bij de huidige werkwijze en indeling naar programma’s en willen wij aansluiten op de (nieuwe) taakveld indeling van het Rijk. Het voorstel is om de nieuwe indeling voor het eerst te gebruiken bij de begroting 2025, gelijk met invoering van het nieuwe financiële pakket. Bij de indeling hebben wij ons primair laten leiden door de inhoudelijke samenhang van onderliggende activiteiten en beleidsvoornemens. Deze indeling is zo ingericht dat het CBS de gegevens hiervan kan afleiden die de Europese Unie vereist. Op dit moment bestaat het programma 4 uit Milieu en Duurzaamheid. Het voorstel is om dit programma te splitsen in programma 4 Milieu en Klimaat en programma 12 Energietransitie. Daarnaast hanteren wij programma 10a economie en 10b Kunst en Cultuur. Deze willen wij een eigen

Memo Optimalisatie Planning & Control

1

programmanummering geven. Dit voorstel doet geen afbreuk aan het historische kostenoverzicht en vindbaarheid van eerdere besluitvorming. In programma 8 Meedoen bevinden zich een aantal onderdelen van Jeugd omdat we daarin de taakvelden van het Rijk destijds hebben gevolgd, bijvoorbeeld bij 1 integrale toegang. In de nieuwe taakveldindeling van het Rijk is Jeugd en WMO verder uitgesplitst. Daarom wordt voorgesteld om alle onderdelen van toegang en het voorliggende veld van Jeugd over te hevelen naar programma 9 Jeugd en Onderwijs. In bijlage 1 worden de voorgestelde wijzigingen weergegeven.

2. Versterken sturend vermogen De strategische advisering wordt verstevigd door jaarlijks een perspectiefnota en een strategische investeringsagenda te presenteren in het voorjaar en bij de begroting. Deze perspectiefnota vervangt de huidige voorjaarsnota . Met een perspectiefnota wordt aangegeven welke keuzes het college maakt als het gaat om de beschikbare middelen versus de opgaven. Het voorstel is om daarbij meer op hoofdlijnen te komen en minder op detailniveau. Het gaat om ontwikkelingen die actie verlangen zowel inhoudelijk als financieel en waarover de raad richtinggevende uitspraken kan doen voor de opzet en invulling van de programmabegroting. In eerdere jaren werd bij de voorjaarsnota de beschikbare begrotingsruimte al concreet ingevuld met nieuwe beleidswensen. De uitkomsten van die besluitvorming werden verwerkt in de daarop volgende begroting. Dit gaat ten kosten van de meer strategische en lange-termijn discussie. Bovendien is het nog niet perse nodig om in het voorjaar deze keuzes te maken. De verwachting is dat met een perspectiefnota de raad een beter mogelijkheid heeft om invloed uit te oefenen op de kaders voor de begroting. Beide documenten geven inhoudelijk en financieel inzicht in wat er nodig is op termijn ambities te realiseren.

Twee belangrijke sturingsinstrumenten voor raad en college, maar ook voor onze partners, co-financiers en subsidieverstrekkers. Het biedt inzicht in de lange termijn plannen en helpt om een beter begrip te krijgen van de benodigde middelen en prioriteiten. Hierdoor kan er gerichter geïnvesteerd worden in projecten en in initiatieven die het meest bijdragen aan het verwezenlijken van de gemeentelijke doelstellingen. De inhoudelijke en financiële actualisatie van de strategische investeringsagenda wordt jaarlijks bij de voorjaarsnota en / of begroting vastgesteld door de raad. Strategische investeringsagenda Deventer groeit de komende jaren met 600 woningen per jaar. Dit heeft gevolgen voor de leefomgeving en vraagt om grote investeringen. Om de komende jaren verantwoord te investeren in de gemeente is het voornemen om te werken met een strategische investeringsagenda. Deze agenda vertaalt onze strategische opgaven in investeringen in de fysieke leefomgeving die wij daarvoor uitvoeren. Het betreft een nieuw financieel instrument naast voorjaarsnota/perspectiefnota en (meerjaren)begroting en vormt daarmee onderdeel van het gemeentelijk financiële beleid Het gaat daarbij met name om gebiedsontwikkelingen / investeringen in de fysieke leefomgeving. De totale omvang van dergelijke investeringen is dermate groot dat het van belang is om ze periodiek en in samenhang te beschouwen.

Een strategische investeringsagenda biedt inhoudelijk en financieel inzicht in de investeringsprojecten, vanaf initiatief/ ambitie tot realisatie, hiermee beoordelen we of de gemeente voldoende financiële mogelijkheden heeft om uitvoering te geven aan de strategische opgaven. Deze opgaven zijn gekoppeld aan de groei van de stad en dorpen. Belangrijke visies daarbij zijn de visie Deventer 2040, de omgevingsvisie inclusief de gebiedsprogramma’s en kerninstrumenten. Het gaat om fysieke investeringen die leiden tot uitbreiding van onze materiele vaste activa. Via de strategische Investeringsagenda brengen we inzicht en overzicht aan in de toekomstige investeringsvraag en beoordelen we of de gemeente voldoende financiële mogelijkheden heeft om uitvoering te kunnen geven aan de strategische opgaven. Via de agenda gaan we met de Raad in gesprek om te bespreken hoeveel middelen we moeten en willen sparen om de strategische opgaven de komende jaren uit te kunnen voeren. Daarbij blijven we de balans zoeken tussen de lopende begrotingszaken en de toekomstige investeringen.

Memo Optimalisatie Planning & Control

2

Waarom een strategische investeringsagenda? Bij een deugdelijke financiële huishouding hoort een goede balans tussen de langjarige opgaven in de fysieke leefomgeving enerzijds, en een langdurig consistent financieel beleid ten aanzien van schuldpositie anderzijds. 1. De veelheid en de omvang van de projecten in combinatie met de financiële onzekerheid en de uitvoeringskracht van de organisatie vragen om een langjarige en brede afweging. De noodzaak wordt groter nu het Rijk gemeenten onvoldoende middelen geeft om taken naar behoren uit te voeren en nog steeds voornemens is om de korting op het gemeentefonds vanaf 2026 te laten staan. Dit vraagt om slimme combinaties, extern geld, prioritering en uiteindelijk keuzes maken. 2. Daarom is het nodig om niet alleen de opgaven te vertalen in de benodigde financiële middelen, maar ook om te weten waar in de toekomst belangrijke bestuurlijke keuze momenten liggen en waar investeringsbeslissingen moeten worden genomen. De investeringsagenda heeft daarmee een lange termijn focus en dient als input voor investeringsplanningen en meerjarenramingen. 3.

De Strategische Investeringsagenda is een nieuw financieel instrument en heeft naast het zijn van een sturingsinstrument als doel te sparen voor toekomstige investeringen, hierdoor ontstaat er meer financiële continuïteit en stabiliteit om uitvoering te geven aan de langjarige investeringsopgaven. Tevens komt de gemeente daarmee ook beter in positie als andere partijen in de stad willen investeren. Door te beschikken over budgetruimte kunnen we slagvaardiger inspelen op de dekkingsmogelijkheden van provincie, Rijk of Europese Fondsen. Recente voorbeelden daarvan is de cofinanciering door het Rijk inzake de regeling woningbouwimpulsen en de versnellingsgelden. Het hebben van een Investeringsbudget biedt kansen om een rijksbijdrage te verkrijgen in ontwikkelingen die we zelf ook willen, maar betekent ook dat de gemeente zelf in de ontwikkeling moeten bijdragen. Daarvoor kunnen we de budgetruimte gebruiken van de Strategische investeringsagenda.

Kader De Strategische investeringsagenda biedt inhoudelijk en financieel inzicht in de investeringsprojecten, vanaf initiatief/ ambitie tot realisatie. De strategische investeringsagenda heeft een tijdhorizon van 10 – 20 jaar. Voor de uitvoering van de strategische investeringsagenda zijn er financiële middelen nodig. Dit kunnen incidentele middelen zijn om aan de voorkant de lasten af te dekken, maar vraagt ook om structurele middelen om kapitaallasten af te dekken. Voor de Strategische Investeringsagenda gelden de volgende voorwaarden: 1. De investering moet gekoppeld zijn aan benodigde nieuwe voorzieningen die voortkomen uit de groei van Deventer. Denk hierbij aan de omgevingsvisie (huidig of toekomstig) of aan de visie Deventer 2040, het Integraal Huisvestingsplan Plan (onderwijs); 2. Het moet gaan om fysieke investeringen, leidend tot uitbreiding van onze materiele activa1; 3. Met een minimale omvang van € 1 miljoen; 4. Ook voor projecten met co-financiering vanuit gemeente (niet strikt noodzakelijk)

1 Onder materiële vaste activa worden de bezittingen van een bedrijf verstaan waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. voorbeelden van materiële vaste activa zijn: grond, woningen, huisvesting onderwijs, weg- en waterbouwkundige werken, vervoermiddelen, machines, installaties en apparatuur.

Memo Optimalisatie Planning & Control

3

5. Onrendabele top grondexploitaties2 Wat valt er niet onder: 6. Grondexploitaties vallen erbuiten, tenzij sprake van een onrendabele top 7. Bedrijfsvoeringsonderdelen (ICT) 8. Vervangingsinvesteringen 9. Nieuwe beleidswensen, anders dan onder 1-4 genoemd 10. Groot onderhoud (in de openbare ruimte of aan gemeentelijk vastgoed) 11. Volume- en prijsgroei gekoppeld aan de sociale en maatschappelijke opgaven, denk aan kosten jeugdzorg,kosten voor (hulpmiddelen) wmo. Voor het treffen van adequate voorzieningen voor de sociale en maatschappelijke opgaven, ook door groei van Deventer is de inbreng van veel partijen nodig. Een en ander begint bij een adequate dekking van uitgaven van het sociaal domein over de volle breedte. Deze dekkingsmiddelen komen uit het gemeentefonds. Door middel van de stelpost autonome ontwikkelingen en de ingestelde reserves hervormingsagenda Jeugd anticiperen wij op deze ontwikkelingen en besteden daar in de voorjaarsnota en de jaarlijkse gemeentebegroting in meerjarig perspectief aandacht aan.

Werking Voordelen De investeringsagenda vertaalt onze strategische opgaven in investeringen die wij daarvoor uitvoeren - Het geeft inzicht in de benodigde investeringsruimte. Dit geeft ook inzicht in de noodzaak om binnen de gemeentelijke begroting te sparen om ambities op termijn mogelijk te maken - Het biedt een completer beeld in de meerjarenplanning risico’s en financiën van een programma, niet alleen voor onszelf maar ook voor co-financiers/subsidieverstrekkers - De strategische investeringsagenda is een sturingsmiddel voor raad en college - De strategische investeringsagenda geeft inzicht in voortgang. - De strategische investeringsagenda blijft gekoppeld aan een te realiseren lange termijn ontwikkeling van de stad en kijkt verder dan jaarlijks nieuw beleidskeuzen en kijkt verder dan beleidskeuzes van de eerstvolgende raadsperioden en collegeprogramma’s en kijkt verder dan onze gebruikelijke meerjarige horizon van 4 jaar - De investeringsopgave geeft de toekomstige investeringsvraag weer ten opzichte van de beschikbare investeringsruimte. Dit geeft inzicht in hoe de inzet kan worden vergroot door externe dekkingsmiddelen, optimalisaties, fasering en (her)prioritering. Aan de hand van de investeringsagenda kunnen wij met de raad in gesprek om te bespreken hoeveel middelen we moeten en willen sparen om de strategische opgaven de komende jaren uit te kunnen voeren.

Nadelen - Door de opzet van de investeringsagenda oormerken wij een deel van de financiële ruimte voor de fysieke groei van Deventer. Deze middelen kunnen dan niet anders worden ingezet. - Ook in tijden van krapte wordt een deel van de middelen geoormerkt voor deze agenda, dit beperkt de keuzevrijheid om middelen anders in te zetten. Wat zijn mogelijke voedingsbronnen om de reserve te vullen: - Incidenteel door storting van gelden, uit bijvoorbeeld voordelen jaarrekening resultaat, voordelen grondexploitaties; - Incidenteel door te putten uit de generieke weerstandsreserve; - Structureel door een deel van de stelpost autonome ontwikkelingen aan te wenden - Structureel door een deel van de toekomstige “groei”-maatstaven van het gemeentefonds hiervoor in te zetten. 2 Wanneer de publieke investeringen die nodig zijn groter zijn dan de potentiele opbrengsten door verkoop van grond of

kostenverhaal bij private partijen ontstaat er een onrendabele top.

Memo Optimalisatie Planning & Control

4

Aanpak en uitvoering Het voornemen is om de strategische investeringsagenda verder te verbeteren en jaarlijks te herijken gekoppeld aan de begrotingscyclus (bij de voorjaarsnota en begroting ). Op basis van deze inzichten kan dan worden beoordeeld of de investeringsruimte moet worden aangevuld om uitvoering te kunnen geven aan de strategische opgaven. De investeringsprojecten vinden pas doorgang nadat de raad hierover heeft besloten op basis van afzonderlijke raadsvoorstellen. De Strategische Investeringsagenda is daarmee een dynamisch instrument. Er wordt jaarlijks bij de perspectiefnota en / of begroting inzichtelijk gemaakt : 1. Welke projecten op de Investeringsagenda (blijven) staan 2. Welke projecten kunnen worden toegevoegd omdat ze voldoen aan het kader 3. Welke projecten worden afgevoerd omdat ze in het afgelopen jaar in uitvoering zijn genomen en waarvoor krediet is aangevraagd en beschikbaar gesteld bij de raad. 4. Of er voldoende financiële dekking is voor alle projecten of dat er geprioriteerd moet worden Bij deze jaarlijkse actualisatie beslist de raad vervolgens over de projecten die op de strategische Investeringsagenda staan en de eventuele prioritering van de projecten als de uitvraag het beschikbare budget overstijgt.

Wat betekent dit voor de voorportaallijst? Jaarlijks bij de begroting wordt de zg. voorportaallijst geactualiseerd. De voorportaallijst is een lijst met toekomstige investeringen. Het is een lijst met daarop onderdelen die nog niet of niet volledig zijn opgenomen in de (meerjaren) begroting. Het kan een “wens” “risico”, ‘knelpunt” of “vervanging” zijn. Het is rijp en groen door elkaar heen. De lijst heeft als functie dat deze investeringen wel in beeld blijven ook al is er nog geen dekking. Met een nieuw instrument als een strategische investeringsagenda kunnen investeringen gekoppeld aan de groei van Deventer onder de strategische agenda worden gebracht, maar dat zijn niet alle onderwerpen die op de huidige lijst staan. Mogelijke “resterende” onderdelen, voorstellen nieuw beleid die niet gescoord hebben, kunnen nog steeds als bijlage / groslijst bij een begroting worden meegenomen (zodat ze niet worden vergeten) of als nieuwe beleidswensen onder de programma’s worden gezet.

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen De Sustainable Development Goals (SDG) zijn zeventien doelen, die in 2015 zijn overeengekomen door alle 196 lidstaten van de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland, om wereldwijd een betere toekomst te creëren tegen het jaar 2030. De SDG’s fungeren als mondiaal kompas en richten zich op een breed scala aan urgente uitdagingen, zoals het uitbannen van armoede, het bevorderen van kwalitatief onderwijs, het realiseren van gendergelijkheid, het aanpakken van de klimaatcrisis en het bevorderen van vrede en gerechtigheid. Ze vormen een integrale aanpak van de sociale, economische en milieu gerelateerde problemen waarmee de wereld wordt geconfronteerd. Ook de Brede Welvaart hanteert een andere kijk op welvaart dan alleen de ontwikkeling van het bruto binnenland product. De ontwikkeling van Brede Welvaart wordt jaarlijks door het CBS op verschillende niveaus gemonitord en gepubliceerd in de regionale Monitor Brede Welvaart. Dit online dashboard geeft aan de hand van 42 indicatoren een beeld van de staat en ontwikkeling op de verschillende onderdelen van Brede Welvaart. Het is een vertrekpunt hoe Deventer zich verhoudt tot de wereld, regio, gemeente om ons heen en de manier waarop Deventer zich in de toekomst willen ontwikkelen.

Het is in het dashboard mogelijk om gemeenten, provincies en regionale gebieden met elkaar te vergelijken, zowel op de Brede Welvaart in het hier en nu als in de toekomst. Het hiermee werken is nieuw en een leerproces die het college in gang wil gaan zetten samen met de raad. Het voorstel is om deze ontwikkeling te gaan verkennen en eigen te maken samen met de raad vanaf het derde kwartaal 2024.

Memo Optimalisatie Planning & Control

5

Bijlage 1 Programma indeling De bevoegdheid tot het wijzigen van de programmabegroting ligt eveneens bij de raad. Wij stellen voor om de nummering van de programma’s te laten aansluiten bij de huidige werkwijze en indeling naar programmamanagers en sluiten daarbij aan op de (nieuwe) taakveld indeling van het Rijk. Het voorstel is om de nieuwe indeling voor het eerst te gebruiken bij de begroting 2025, gelijk met invoering van het nieuwe financiële pakket Bij de indeling hebben wij ons primair laten leiden door de inhoudelijke samenhang van onderliggende activiteiten en beleidsvoornemens. Wanneer deze programma’s opnieuw worden genummerd geeft dat de onderstaande indeling weer, met in blauw de gewijzigde onderdelen. Voorstel is om dit te verwerken in de programmabegroting 2025.

Programma 1 Burger en Bestuur Programma 2 Openbare orde en Veiligheid Programma 3 Leefomgeving Programma 4 Milieu en Klimaat Programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling Programma 6 Herstructurering en Vastgoed Programma 7 Inkomensvoorziening en Arbeidsmarkt Programma 8 Meedoen* Programma 9 Jeugd en Onderwijs* Programma 10 Economie en Internationaal Beleid Programma 11 Kunst en Cultuur Programma 12 Energietransitie Programma 13 Bedrijfsvoering Programma 14 Algemene Dekkingsmiddelen Daarnaast hebben wij in programma 8 Meedoen een aantal onderdelen van Jeugd omdat we daarin de taakvelden van het Rijk hebben gevolgd, zoals 1 integrale toegang. In de nieuwe taakveldindeling van het Rijk is Jeugd en WMO verder uitgesplitst. Daarom wordt voorgesteld om alle onderdelen van toegang en het voorliggende veld van Jeugd over te hevelen naar programma 9 Jeugd en Onderwijs

Wijziging opzet planning en control De opzet / indeling van de P en C documenten veranderen we niet ten opzichte van 2024.In 2025 gaan we uit van dezelfde planning als in 2024. We hebben daarbij de 2e kwartaalrapportage eruit gehaald en de 4e kwartaalrapportage wordt een eindprognose. Bij het opstellen van een planning- en control cyclus houden wij rekening met de wettelijke aanleverdata en met onderstaande uitgangspunten. - De termijnen die gelden wanneer stukken uiterlijk bij de raad, agendacie en auditcie via de griffie moeten worden aangeleverd (zie ook vergaderschema raad) ; minimaal 10 dagen voor raadstafel onder voorbehoud akkoord agendacie. - De raadsvergadering over de rekening is eerder dan de voorjaarsnota (aanbeveling van auditcie bij rekening 2020) - raadsvergadering over de kaderbrief is voor de datum dat B en W de voorjaarsnota vaststelt.

Memo Optimalisatie Planning & Control

6

Voor het jaar 2025 (x) 1. 1e rapportage 2025 (bijstelling huidige jaar x) 2. Jaarstukken 2024 (x-1) 3. Perspectiefnota 2026 – 2029 (jaar x + jaar 1,2,3, Ev) 4. Begroting 2026-2029 (jaar x+1) + meerjarenbegroting (jaar x + 2,3,4) 5. 2e rapportage 2025 (bijstelling huidige jaar x) 6. (Financiële) Eindprognose 2025 (jaar x) Was Jaarstukken : Na de oplevering van het definitieve verslag van bevindingen door de accountant worden de Jaarstukken aangeleverd aan de gemeenteraad. Hiermee start het bestuurlijk proces voor de gemeenteraad. Uiteindelijk vindt de besluitvorming plaats in de raadsvergadering voor 15 juli. Op basis van de Gemeentewet moeten de Jaarstukken voor 15 juli aan de provincie Overijssel worden verzonden.

Wordt Geen wijziging

Voorjaarsnota De voorjaarsnota behelst - de beleidsmatige en financiële actualisatie van het volgende begrotingsjaar - en de doorkijk naar de komende jaren. Dit is inclusief de voorstellen voor nieuw beleid voor de periode 2025-2028. - De voorjaarsnota bevat niet de meicirculaire

Perspectiefnota Toelichting : De perspectiefnota vervangt de huidige voorjaarsnota. Een verbeterde doorkijk naar de komende jaren door de focus op de korte en middellange termijn. De perspectiefnota behelst - de (autonome) ontwikkelingen van het huidige begrotingsjaar die doorwerken in het volgende begrotingsjaar - en de beleidsmatige en financiële actualisatie van het volgende begrotingsjaar - en de doorkijk naar de komende jaren. Dit is inclusief de voorstellen voor nieuw beleid voor de periode 2026-2029. - De perspectiefnota bevat niet de meicirculaire

Voor de zomervakantie vindt de integrale afweging over de perspectiefnota door de gemeenteraad plaats. In een technische briefing zal een korte presentatie op hoofdlijnen worden gegeven over deze nota.

Begroting De uitwerking van de voorjaarsnota vindt voor de jaren 2026-2029 plaats in de begroting 20262029. Wettelijk gezien moet deze Beleidsbegroting voor 15 november worden vastgesteld en zijn aangeleverd bij de provincie. Om deze termijn te halen wordt de Beleidsbegroting begin oktober aangeboden aan de gemeenteraad. Kaderbrief : Kaderbrief schetst de autonome ontwikkelingen Memo Optimalisatie Planning & Control

Geen wijziging

Geen wijziging

7

die van invloed zijn op de beschikbare ruimte voor opstelling van de voorjaarsnota. Het is nu een los document wat niet financieel wordt vertaal maar als input wordt gebruikt voor opstelling van de voorjaarsnota Tussentijdse rapportages 4 kwartaalrapportages 1e kwartaal (+kaderbrief) – raad eind mei 2e kwartaal – raad oktober 3e kwartaal – raad december 4e kwartaal – raadsmededeling maart De tussentijdse rapportages zijn gestoeld op de actualisatie van het huidige begrotingsjaar. Structurele doorwerkingen van de jaarrekening landen in de 1e kwartaalrapportage en worden meegenomen bij opstelling van de perspectiefnota

Tussentijdse rapportages 2 rapportages en eindprognose. 1e rapportage (+ kaderbrief) – heeft betrekking op de eerste drie maanden, in de raad eind mei 2e kwartaal - vervalt 2e rapportage – heeft betrekking op de eerste 8 maanden, besluitvorming raad oktober /november. Exacte data worden uitgewerkt in de planning en controlcyclus 2025 Eindprognose – raadsmededeling maart De tussentijdse rapportages zijn gestoeld op de actualisatie van het huidige begrotingsjaar. Structurele doorwerkingen van de jaarrekening landen in de 1e tussentijdse rapportage en worden meegenomen bij opstelling van de kaderbrief en perspectiefnota. Dit maakt dat de 1e rapportage gelijk als nu in het voorjaar ligt, anders kunnen deze effecten niet mee worden genomen bij opstelling van de perspectiefnota(nu voorjaarsnota) De 2e tussentijdse rapportage zal in het najaar plaatsvinden. De 1e en 2e rapportages hebben de gelijke gestandaardiseerde vorm als nu het geval is. De 4e kwartaalrapportage wordt een financiële eindprognose

De verwerking van de mei- en septembercirculaire vinden we voor de bepaling van het financieel perspectief van groot belang Dit doen we voor wat betreft de meicirculaire in de begroting en voor wat betreft de septembercirculaire in de 3e kwartaalrapportage.

De financiële eindprognose bevat alleen een eindprognose van het resultaat en de budgetoverhevelingen. De toelichtingen op de doelen en prestaties landen in het jaarverslag. De verwerking van de mei- en septembercirculaire vinden we voor de bepaling van het financieel perspectief van groot belang Dit doen we voor wat betreft de meicirculaire in de begroting. De septembercirculaire kan via een technische wijziging en worden bekrachtigd door de raad in de 2e tussenrapportage.

Wijziging financiële verordening Was Artikel 2 kalender 2. De planning- en Control in een kalenderjaar documenten bevatten: kaderbrief, Voorjaarsnota, begroting, rekening, vier kwartaalrapportages en een financiële eindprognose.

Wordt Artikel 2 kalender 2. De planning- en Control in een kalenderjaar documenten bevatten: kaderbrief, perspectiefnota, begroting, rekening, twee tussentijdse rapportages en een financiële eindprognose.

Memo Optimalisatie Planning & Control

8

Artikel 8 tussentijdse rapportage en informatie

Artikel 8 tussentijdse rapportage en informatie

1. Het college informeert de raad door middel van vier kwartaalrapportages over: a. beleidsmatige financiële afwijkingen van de begroting voor zowel exploitatie als investeringen b. prognose over de realisatie van de doelstellingen en prestaties

1. Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over: a. beleidsmatige financiële afwijkingen van de begroting voor zowel exploitatie als investeringen b. prognose over de realisatie van de doelstellingen en prestaties

2. De inrichting van de kwartaalrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.

2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3.De eindprognose geeft een financiële inschatting van het voorlopige rekeningresultaat inclusief budgetoverhevelingen

Artikel 13 Budgetoverheveling

Artikel 13 Budgetoverheveling

Het college informeert de raad via de 4e kwartaalrapportage over de budgetten die bij de jaarrekening worden overgeheveld.

Het college informeert de raad via de eindprognose over de budgetten die bij de jaarrekening worden overgeheveld.

Memo Optimalisatie Planning & Control

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14136614/1