2024-257 Raadsvoorstel Wijziging Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
:
Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team
: : : :
Wijziging van de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland Wethouder Duursma, 2024-257 26-03-2024 DEV-BLD-MO
Inleiding Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzet van door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Deze worden uitgevoerd door daartoe gecertificeerde instellingen (GI’s). In de jeugdhulpregio IJsselland subsidiëren we hiervoor drie instellingen: Jeugdbescherming Overijssel (JBOV), William Schrikker Stichting (WSG) en het Leger des Heils (LdH).
Raadsvoorstel 1. Het wijzigingsbesluit van de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland vast te stellen Het werk van de GI’s is heel belangrijk, maar de werkdruk is extreem hoog. De verlaging van de caseload en de landelijke tarieven zijn van belang om de hoge uitstroom van het personeel te stoppen en de kwaliteit van deze essentiële instellingen te waarborgen. Zeker ook gelet op de verwachting dat de inzet van de GI’s de komende jaren fors zal dalen. In oktober 2023 hebben Rijk en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt over landelijke tarieven voor de GI’s, waarbij ook een caseloadverlaging is doorgevoerd (12,7 per jeugdbeschermer). Er is een landelijke handreiking opgesteld en ook een landelijk onderzoek uitgevoerd door KPMG gericht op de kostprijs, landelijk tarief en de bekostigingsvormen. Landelijk is sinds 2021 een transformatieproces ‘Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming’ opgestart. Het Toekomstscenario heeft tot doel de ondersteuning en hulp aan gezinnen bij onveilige situaties te verbeteren. In de jeugdhulpregio IJsselland wordt in de komende jaren ook geanticipeerd op het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming door met verbeterde netwerksamenwerking toe te werken naar een duurzame, veilige en ondersteunende omgeving voor alle (potentiële) betrokkenen (0-100 jaar).
Daarnaast hebben we binnen de jeugdhulpregio IJsselland ook afspraken gemaakt om in een periode van 8 jaar toe te werken naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen. Op 9 januari 2024 heeft het college van B&W een voorgenomen besluit genomen over de aanpassingen van de tarieven. Dit betreft een voorgenomen besluit (en geen definitief besluit) omdat de aangepaste subsidieverordening nog door uw raad moest worden vastgesteld. De wijziging van de subsidieverordening ligt nu voor ter besluitvorming aan de raad. Daarna wordt de definitieve vaststelling van de tarieven voorgelegd aan het college.
Kern raadsvoorstel Het wijzigen van de subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland waardoor de tarieven vanaf 2024 definitief en juridisch juist worden vastgesteld door het college van B&W. Dit heeft tot effect dat de caseload van het personeel GI's verlaagd wordt. Hiermee wordt de werkdruk verminderd en de kwaliteit van de GI's gewaarborgd.
Beoogd resultaat Het wijziging van de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland.
Kader - Jeugdwet - De wet- en regelgeving kent de volgende kinderbeschermingsmaatregelen: * Voogdij en voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW); * Ondertoezichtstelling (OTS) (artikel 1:255 BW); * Voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) (artikel 1:257 BW).
Argumenten ten behoeve van de raad 1. Er zijn landelijke afspraken gemaakt over de tariefverhoging In oktober 2023 hebben Rijk en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt over landelijke tarieven voor de GI’s, waarbij ook een caseloadverlaging is doorgevoerd. Vervolgens is een handreiking opgesteld voor gemeenten met een methodiek voor het opstellen van reële tarieven. Op basis van de landelijke handreiking heeft het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland gesprekken gevoerd met de drie GI’s. Op 4 december werden de tarieven voor de landelijk werkende GI’s (WSG en LdH) bekend. Op 13 december 2023 heeft het Bestuurlijk Overleg (BO) RSJ IJsselland vervolgens een principebesluit genomen. Op 9 januari 2024 heeft uw college een voorgenomen besluit genomen tot vaststelling van de tarieven voor 2024. 2. De landelijke tarieven dragen bij aan een betere kwaliteit van de jeugdbeschermer en jeugdreclasseerder. Een jeugdbeschermer/-reclasseerder heeft minder cliënten onder zijn hoede en binnen deze workload minder taken. Daardoor zijn meer uren beschikbaar voor de cliënt en het gezin. Het leidt ook tot een verbetering in de continuïteit: door minder uitstroom van personeel en het terugdringen van ziekteverzuim worden cliënten minder geconfronteerd met wisselingen van jeugdbeschermer/- reclasseerder.
Bovendien kan, doordat meer capaciteit beschikbaar is, een betere matching tussen client/gezin en jeugdbeschermer/-reclasseerder plaatsvinden. Nu gaat het op basis van welke jeugdbeschermer/-reclasseerder tijd heeft om een casus op te pakken, straks is meer ruimte om te kijken wat passend is in de casus en of er een klik is tussen client/gezin en de jeugdbeschermer is. Ook wordt hiermee de continuïteit van de GI beter geborgd en is het risico op wachtlijsten verminderd. 3. Buffervermogen is nodig om tegenvallers op te vangen en werkmethodes te innoveren. De wijziging beschrijft de invoering van een buffervermogen van de subsidieontvanger tot maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet. Het landelijk kostprijsonderzoek van KPMG stelt het volgende vast: "In het onderzoek is door partijen aangegeven dat een zekere opslag voor risico’s, innovatie en het opbouwen van vermogen passend zou zijn. Met deze opslag worden aan GI’s middelen ter beschikking gesteld om (kleinere en/of niet structurele) tegenvallers op te vangen en te hanteren werkmethodes te innoveren." De mogelijkheid tot het opbouwen van een buffervermogen maakt het mogelijk om tegenvallers op te vangen. 4. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming verhoogt de ondersteuning aan gezinnen in onveilige situaties.
De beweging en transformatie (2021 t/m 2030) die is ingezet met het landelijke en regionale Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming moet ervoor zorgen dat de ondersteuning en hulp aan gezinnen en jeugdigen bij onveilige situaties beter wordt. Door verhoging van de tarieven bij de GI’s krijgen zij meer ruimte om mee te bewegen in de ontwikkelingen en wordt de netwerksamenwerking met partnerorganisaties en gemeenten verbeterd.
Betrokken partijen en participatie Het Rijk en VNG hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over landelijke tarieven voor de GI’s. Vervolgens is een handreiking opgesteld voor gemeenten met een methodiek voor het opstellen van reële tarieven. Op basis hiervan heeft het RSJ IJsselland meerdere gesprekken gevoerd met de drie GI’s.
Financiële consequenties De tariefstijging in combinatie met de caseloadverlaging komt neer op een kostenstijging van 22,04%. De landelijke tarieven stijgen ten opzichte van de huidige tarieven met 4,73% indexatie en 17,31% effect workload. Zonder de landelijke afspraken zou de stijging op basis van indexering 7,48% zijn. Rekening houden met de indexering isde verhoging van de tarieven naar het landelijk tarief 13,55%. Voor de jeugdhulpregio IJsselland betekent dit naar schatting een extra uitgaven van € 1.770.931. Dit wordt deels gecompenseerd door het Rijk (€988.094) en zal deels door de gemeenten zelf moeten worden opgevangen (€ 782.837). De voorgestelde nieuwe tarieven leiden volgens de RSJ IJsselland voor Deventer tot een uitgaven stijging van € 139.839 vanaf 2024. Dit zijn schattingen op basis van de inzet van JBOV, WSG en LdH tot en met oktober 2023. Hierin is nog niet meegenomen de tariefsverhoging van Jeugdbescherming Gelderland waar ook veel cliënten uit Deventer onder vallen. Op basis van de inzet van de GI's in 2023 verwachten we een kostenstijging van de GI's voor Deventer van € 183.000. Deze kostenstijging wordt meegenomen als autonome ontwikkeling in de prognose van de jeugdzorgkosten voor 2024 en de volgende jaren in de 1e kwartaalrapportage 2024.
Het rijk verwacht dat een deel van de uitgaven stijging kan worden gedekt door een daling van het aantal maatregelen. Het is nog onduidelijk in hoeverre dit met elkaar uit middelt.
Betrokkenheid raad
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,
J.P. Wassens
R.C. König