2024-10-24 Bestuurlijke nota Meetbaarheid van Beleid (Rekenkamer Deventer)
Tekst van het document
De doelstellingen en te verwachten effecten worden weliswaar qua richting geduid (in termen van meer/minder/afname en dergelijke) maar niet nader gekwantificeerd, zoals dat in het plan van 2015-2018 wel het geval was. Aan het plan zijn de volgende doelstellingen te ontlenen: • Verminderen van de hoeveelheid restafval, verbetering zuiverheid grondstoffen; • Tegengaan ontwijkgedrag; • Verbeteren Arbo en veiligheid Recente ontwikkelingen en een blik op de toekomst In juni 2024 is een (‘brainstorm’)sessie met de raad belegd over hun wensen t.a.v. het nieuwe grondstoffenplan (voorheen afval- en grondstoffenplan). Het vervolg van het traject, beeld- en oordeelsvormend, vindt na het zomerreces plaats. Voor deze sessie is een agenda opgesteld en ook input aangeleverd in de vorm van informatie van de ‘highlights’ van de afgelopen jaren.
6.4
Beleidsevaluatie
Algemene gang van zaken Deventer Globaal beeld Het beeld dat de gemeente zelf heeft is, dat bij de ontwikkeling van beleid er in de stukken over het algemeen aandacht is voor wat bereikt moet worden, hoe dat wordt aangepakt en ook hoe dat gemeten gaat worden. In monitoring is dat ook wel terug te zien, bijvoorbeeld in de ‘Monitor Sociaal Domein’ waarin elementen van het sociaal domein worden gemonitord op de variabelen die zijn afgeleid van het gevoerde beleid. NB dit betreft niet alleen cijfers, maar ook toelichtingen. Onderzoek ex art. 213a Gemeentewet In Deventer werd per 1-1 2024 de ‘Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (ex art. 213a Gemeentewet) Deventer 2023’van kracht.
Tekst ontleend aan de verordening als hiervoor benoemd: Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
24
Artikel 213a van de Gemeentewet verplicht tot periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Anders dan het onderzoek door de rekenkamer gaat het hierbij om een zelfonderzoek. Alle zaken die voor een doelmatig en doeltreffend bestuur van belang zijn kunnen daarbij aan de orde komen. De controle op en de evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het bestuur geschieden primair door de raad en burgemeester en wethouders zelf. Daarnaast doen de lokale rekenkamers ook onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid en beheer. Onderzoeken hebben veelal zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter, in de praktijk zal het onderscheid niet zo scherp te trekken zijn. Met één onderzoek met een gemengd karakter per jaar wordt voldaan aan de wet, een tweede onderzoek in hetzelfde jaar kan zich richten op alleen doelmatigheid of alleen doeltreffendheid. Burgemeester en wethouders stellen een onderzoeksplan op voor het komende jaar. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoek(en), zij het uiteraard nog globaal. Het onderzoeksplan wordt als onderdeel van het auditplan aangeboden aan de raad. NB: merk op dat de verordening niet dwingend is wat de expliciete keuze van de aandachtsgebieden betreft.
Deze wordt, als in de tekst in het kader vermeld, door B&W opgesteld en als onderdeel van het auditplan -ter bekrachtiging- voorgelegd aan de raad. De verordening bevat geen kwaliteitscriteria voor de uit te voeren onderzoeken. Al met al laat de verordening veel ruimte voor invulling, zowel wat onderwerpkeuze als methode betreft. Gezondheidsbeleid Evaluaties Het totaal van beleidsevaluaties op het gebied van ‘gezondheid’ toont een diffuus, maar een wel verbeterend beeld. Over de in de in de begroting opgenomen prestatie-indicatoren wordt, en dat geldt voor alle beleidsvelden, elke drie maanden aan de raad gerapporteerd: ‘de kwartaalrapportage’. Deventer kent, op hoofdlijnen, een ‘Monitor sociaal domein’, die op het gebied van ‘gezondheid (sgerelateerde variabelen) een beperkte invulling kent. De website ‘Samen gezond in Deventer’ biedt veel informatie over gezondheidsgerelateerde projecten, maar geen informatie over de realisatie van doelstellingen. Voor onder meer de gemeente Deventer is informatie over gezondheidszorg en gezondheidsgerelateerde aspecten beschikbaar in het zogenoemde ‘Regiobeeld MiddenIJssel’.10 Het regiobeeld is in kaart gebracht door Proscoop en GGD-IJsselland in opdracht van Salland Zorgverzekeraar en gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Raalte en Voorst en in samenwerking met Salland United, zorg- en welzijnsorganisaties en vertegenwoordiging van inwoners.
Op de website van Salland Zorgverzekeraar worden het regiobeeld -in zijn meest beknopte vorm- als volgt samengevat:
10
Te benaderen via: https://www.salland.nl/corporate/nieuws/Resultaten-regiobeeld-Midden-IJssel
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
25
“Ongeveer de helft van de jongvolwassenen ervaart mentale klachten. De regio vergrijst sneller dan het landelijk gemiddelde. Het aantal inwoners met overmatig alcoholgebruik en overgewicht ligt hoger en stijgt sneller dan in veel andere regio’s in Nederland. En ook in Midden-IJssel neemt het tekort aan zorgpersoneel toe. Het regiobeeld maakt duidelijk dat de grote uitdagingen vragen om een gezamenlijke nieuwe aanpak om goede zorg en ondersteuning voor iedereen die het nodig heeft, toegankelijk te houden.” Al met al valt te constateren dat er diverse bronnen zijn van gezondheidsgerelateerde informatie. De geografische detaillering gaat daarbij soms zelfs naar wijkniveau. Daarbij is het mede de verspreiding over de diverse ‘vindplaatsen’ die afbreuk doet aan de toegankelijkheid van de beschikbare data. In hoeverre de gegevens in de toekomst geactualiseerd zullen gaan worden (monitorfunctie) is niet duidelijk. Dat geldt ook voor de aansluiting op de door Deventer gestelde gezondheidsdoelen. Effecten van beleid Gegeven de aard van de materie (een niet te definiëren gezondheidsbegrip) en de daaraan gerelateerde doelstellingen, is het voor het beleidsveld ‘gezondheid’ niet mogelijk om harde conclusies te trekken over de effectiviteit van het gevoerde beleid. In de praktijk van Deventer ligt de focus op de realisatie van beleidsvoornemens.
Grondstofbeleid Evaluaties Per kwartaal wordt (door Circulus) de tevredenheid van de burgers gemeten. In die zin wordt dus voeling gehouden met een belangrijke groep stakeholders. Ook via wijkrapportages, schouwen van de buitenruimte (CROW-methodiek) en via het zogenaamde Digipanel (Het Deventer Digipanel is het digitale onderzoekspanel van inwoners van de gemeente Deventer en haar grensgebied.) komt afval als onderwerp aan bod. De NVRD (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Afval- en Reinigingsdiensten) houdt een monitor bij, waarin onder meer de ontwikkeling van de hoeveelheid restafval per inwoner wordt gevolgd, alsmede het percentage afvalscheiding. 11 Effecten van beleid In de monitor van de NVRD scoort Deventer erg goed. Dat kan als positief worden opgevat, maar vormt nog geen bewijs voor een causale relatie tussen beleidsmaatregelen en resultaat. Op 25 januari 2023 vond er, onder de naam ‘Instrumentarium afvalscheiding’ en geleid door het bureau ‘Vrijdag Advies’ een werksessie met raadsleden van Deventer plaats. Aan de presentatie die onderdeel van deze sessie uitmaakte, zijn de volgende twee figuren ontleend (zie figuur 1 en figuur 2). figuur 1 schetst de ontwikkeling van het aantal kilo’s restafval van de gemeenten die in Nederland koploper op dat gebied zijn (en waarbinnen Deventer de tweede plaats inneemt).
De ontwikkeling wordt gerelateerd aan de inzet van middelen die afvalscheiding beogen te bevorderen. In figuur 2 wordt expliciet de ontwikkeling bij de gemeente Deventer in beeld gebracht,
11 Zie ook: https://www.benchmarkafval.nl/tools/vang-vergelijker/
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
26
met daarbij de vermelding van twee specifieke maatregelen en wat genoemd wordt ‘het corona effect’. Zo de figuren al geen formeel ‘wetenschappelijk’ bewijs bieden voor het effect van de genomen beleidsmaatregelen, dan maken zij dit effect toch tenminste aannemelijk. Figuur 1: Inzet instrumentarium door koplopers
Figuur 2: Resultaten Deventer
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
27
7 Betrokkenheid van de gemeenteraad 7.1
Wettelijke informatieplicht
Actieve informatieplicht Het college heeft een wettelijke plicht om de raad proactief te informeren over alle zaken die voor de raad relevant zijn. Dit betekent dat het college de raad op de hoogte moet houden van alle ontwikkelingen, besluiten en plannen, ongeacht of de raad hierom heeft gevraagd. 12 De informatie moet op een transparante en begrijpelijke manier worden verstrekt. Het college moet gebruikmaken van verschillende kanalen om de raad te informeren, zoals schriftelijke stukken, presentaties en mondelinge toelichtingen. De raad kan afspraken maken met het college over de manier waarop de informatie wordt verstrekt. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in een informatieprotocol. 13 Vragen van raadsleden Raadsleden kunnen het college vragen stellen over alles wat met het gemeentebestuur te maken heeft. Het college is verplicht om deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.14 De vragen en antwoorden worden genoteerd in de verslagen van de raadsvergaderingen. Zo is er voor iedereen inzichtelijk wat er speelt in de gemeente. Andere manieren van informeren Het college informeert de raad ook door middel van: • Raadsvoorstellen: dit zijn voorstellen van het college aan de raad om een besluit te nemen over een bepaald onderwerp. • Werkplannen: in de werkplannen legt het college uit wat het de komende periode wil bereiken.
• Jaarverslagen: in de jaarverslagen legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid in het afgelopen jaar. • Website: op de website van gemeentes staat informatie over het gemeentebestuur, zoals nieuwsberichten, vergaderagenda's en besluitenlijsten.
7.2
Informatie over de doeltreffendheid van beleid
Algemeen beleid in Deventer Wat in paragraaf 7.1 beschreven is, is vanzelfsprekend ook van toepassing op de gemeente Deventer. In het kader van de doeltreffendheid van beleid is daarbij van specifiek belang: • Het per programma vanuit de P&C-cyclus elk kwartaal informeren van de raad over de voortgang van de in de begroting geformuleerde activiteiten (qua voortgang, financieel en ook qua doelrealisatie). • Het per thema en/of beleidsonderwerp raad informeren van de raad via schriftelijke beantwoording van vragen, ‘raadsmededelingen’ en ‘raadstafels’. Gezondheid In paragraaf 4.4 is aangegeven dat het voor het beleidsveld ‘gezondheid’ niet mogelijk is om harde conclusies te trekken over de effectiviteit van het gevoerde beleid. Waar dit
(https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR20096/2) 13 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR20096/2) 14 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416) 12
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
28
soort conclusies niet voorhanden is, kan er logischerwijze ook niet over gecommuniceerd worden. Niettemin wordt er informatie die wel in de richting gaat van prestatie-indicatoren met de raad gedeeld (zoals het oordeel van de Deventer bevolking over haar eigen gezondheid). Dit gebeurt ten minste in het kader van de ‘kwartaalrapportage’. Afval en grondstoffen De raad heeft toegang tot alle in paragraaf 6.4 genoemde evaluaties en heeft daarmee de mogelijkheid om optimaal geïnformeerd te zijn over de resultaten van het gevoerde beleid. Ook wordt de raad jaarlijks geïnformeerd over wat genoemd wordt ‘de milieuprestaties’ en de ‘derivaten’ (zoals ‘bijplaatsingen’: afval dat naast of in de buurt van een afvalcontainer wordt geplaatst, in plaats van erin).
7.3
Thema-specifieke interactie met de raad
In de praktijk van Deventer vinden er op het niveau van de individuele beleidsonderwerpen ad-hoc sessies met de raad plaats, veelal onder de noemer van ‘raadstafels’. Daarbij is er niet in de laatste plaats aandacht voor de effecten van het gevoerde beleid, al is het maar in de vorm van vragen die de raad daarover stelt. Voor ‘gezondheid’ en ‘afval en grondstoffen’ worden hier, ter illustratie, in de paragrafen 5.3.1 en 5.3.2 enkele voorbeelden van gepresenteerd. Gezondheid Het centrale aangrijpingspunt voor de gemeenteraad bij het uitvoeren van haar koersbepalende en controlerende taken op het gebied van gezondheidszorg is de gezondheidsnota, die vierjaarlijks worden uitgebracht. Op 5 juli 2023 vond rond de ‘Gezondheidsnota 2023’15 een wat genoemd werd ‘oordeelsvormende raadstafel’ plaats.16 In deze sessie konden raadsleden hun vragen en opmerkingen over de gezondheidsnota 2023 delen, ook met de verantwoordelijke wethouder die aan het overleg deelnam en zo direct in de gelegenheid was om van de opmerkingen van de raadsleden kennis te nemen en hierop zijn reactie te geven. Over het algemeen konden de raadsleden zich vinden in de teneur van de nota.
Wel werd gemist wat genoemd werd ‘het verbindend kader’: wat was de uitwerking van de eerdere inspanningen? Wat hebben we vanuit het verleden geleerd? Wat gaan we nu anders doen? Meerdere raadsleden worstelden met, en drukten in verschillende bewoordingen uit dat: ‘in deze nota onderwerpen worden behandeld die ook bij andere beleidsvelden terugkomen; dat maakt het moeilijk om te bepalen wanneer hierop te reageren’. De wethouder, op zijn beurt, erkent dat bedoelde onderwerpen in de nota met opzet globaal worden behandeld en/omdat zij elders worden uitgewerkt en dat er daar gericht op wordt ingegaan. Waar ze in de nota voorkomen, moeten ze (ook) gezien worden als ‘de haakjes waaraan het gezondheidsbeleid wordt opgehangen’.
15
De definitieve naam van deze nota luidt ‘Wijkgericht werken aan gezondheid; Actualisatie gezondheidsbeleid; Beleidskader 2023-2026 16 Van deze raadstafel is een videregistratie te raadplegen via: https://deventer.raadsinformatie.nl/vergadering/1120716/SOCIAAL
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
29
Afval en grondstoffen Het meest aansprekende voorbeeld van thema-specifieke interactie met de raad is wel de in paragraaf 6.4 besproken werksessie 25 januari 2023 ‘Instrumentarium afvalscheiding’ met raadsleden van Deventer plaats. Raadsleden brengen ook wel onderwerpen waarmee zij ‘als burger’ zelf ervaringen hebben opgedaan. Uitingen in de media vormen ook nogal eens aanleiding voor interactie tussen raad en college. Ook komt het voor dat raadsleden zelf de weg via de media bewandelen om aandacht op kwesties te vestigen en zo invloed op beleid uit te oefenen.
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
30
Bijlage 1 – CV onderzoekers prof. dr. P.H.M. (Peter) van Hoesel Na zijn studie psychologie (hoofdvak Methoden en Technieken) heeft Peter van Hoesel bij diverse onderzoekinstituten/-bureaus beleidsonderzoek uitgevoerd voor alle ministeries, diverse gemeenten en provincies, diverse brancheorganisaties, diverse uitvoeringsinstellingen, de EU. In het afgelopen decennium was hij betrokken bij enkele tientallen evaluatieonderzoeken bij de ministeries BZK, Defensie, SZW en VWS (waaronder vier beleidsdoorlichtingen). Verder was hij van 2010 t/m 2014 adviseur/docent bij de Algemene Rekenkamer. Hij heeft meerdere boeken over beleidsontwikkeling en beleidsonderzoek geschreven, waarvan de meest recente zijn: Kennis voor Beleid, Van Gorcum, 2015; Beleidsontwikkeling in de 21e eeuw, Boom Bestuurskunde, 2020; Burgerparticipatie in het openbaar bestuur, Boom Bestuurskunde, 2023; binnenkort verschijnt Beleidsonderzoek in de praktijk, Boom Bestuurskunde, 2024. Zijn proefschrift uit 1985 was gewijd aan programmering van beleidsonderzoek. Hij is langjarig actief geweest in de gemeente Kaag en Braassem (en voorlopers) als burgerlid van raadscommissies, voorzitter werkgroep gemeentelijke herindeling, gemeenteraadslid, bestuur dorpsraad.
Andere activiteiten op gemeentelijk niveau: voorzitter Stichting Jeugdcentrum De Boerderij in Zoetermeer, voorzitter stichting Kenniseconomie en Innovatie Zoetermeer, voorzitter Regionaal Platform Arbeidsmarkt Rijn Gouwe, Barometer Burgerparticipatie. drs. W.D.M. (Pim) van der Valk Na zijn studie bedrijfseconomie is Pim van der Valk gedurende 35 jaar werkzaam geweest als beleidsonderzoeker op sociaaleconomisch gebied. Hij is betrokken geweest bij talloze onderzoekprojecten, meestal als projectleider. De onderzoeksresultaten waren in veel gevallen gericht op het vormgeven, evalueren en bijstellen van het beleid van overheden (rijk, provincies en gemeenten). Binnen Panteia en diens rechtsvoorgangers, waar Pim werkte, is hij enige tijd adjunct-directeur geweest van IOO, het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven, met een specialisatie in 'rekenkameronderzoek'. Zijn detachering bij het toenmalige Ministerie van VROM gaf Pim de gelegenheid om kennis te maken met de onderzoekroutine binnen dat departement. Zijn kennis en vaardigheid van onderzoek op provinciaal en gemeentelijk niveau heeft hij tijdens zijn meerjarige detachering bij de Kamer van Koophandel Midden- Nederland (te Utrecht) kunnen uitbouwen. Sinds maart 2021 is Pim lid van de rekenkamer van de gemeente Bloemendaal.
In die hoedanigheid werkte hij mee aan een onderzoek naar de voorbereiding en invoering van de Omgevingswet in Bloemendaal en was trekker voor Bloemendaal van het Doe-Mee Onderzoek ‘Wob’ van de NVRR. Voorts was en is hij teamlid van het recent afgeronde onderzoek naar het proces van toekennen en het zicht houden op de doelmatigheid van de door Bloemendaal versterkte subsidies, is trekker van het lopende Doe-Mee Onderzoek 2023 van de NVRR: ‘Klachtenbehandeling’ en teamlid van het lopende onderzoek naar onderwijshuisvesting in Bloemendaal.
Meetbaarheid van beleid – Bestuurlijke Nota
31