CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10-16 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 16 oktober 2024

Raadsvergadering 16 oktober 2024, gemeente Deventer9.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 16 oktober 2024

Opening De voorzitter: Dames en heren, ik open uw vergadering van dinsdag of, woensdag 16 oktober. Van harte welkom. Raadsleden, publiek in de zaal, kijkers, collegeleden, ambtenaren, van harte welkom. We zijn iets later begonnen, omdat hiervoor nog een raadstafel heeft plaatsgevonden. Maar goed, gezien de agenda moet het mogelijk zijn, om ook weer op tijd te stoppen. We hebben bericht van verhindering van de heer Muilerman. En voor zover ik kan overzien, is verder iedereen aanwezig. Ja. Dat betekent, dat we met achtendertig raadsleden zijn. Vragenkwartier Fractie ChristenUnie: Proces rond de adviezen van de Klimaatraad De voorzitter: We beginnen met een mondelinge vraag van de heer De Niet, namens de fractie van ChristenUnie, CDA en CDA en D66, DENK, Deventer Belang, Deventer … Is een hele rij. Bijna iedereen. Bijna iedereen. Mijnheer De Niet, ga uw gang. Ja, precies. Behalve de VVD, ja. De heer De Niet: Hij doet het nu wel, ja. De fracties van ChristenUnie, CDA, D66, DENK, Deventer Belang, DeventerNu, Deventer Sociaal, Gemeentebelang, GroenLinks, PvdA en SP, kortom, bijna alle fracties in deze gemeenteraad hebben een aantal vragen voor het college, over de behandeling van de adviezen van de Klimaatraad.

We stellen deze vragen, omdat we als gemeenteraad aan de Klimaatraad hebben gevraagd, om ons advies te geven over de vraagstelling, hoe zorgen we dat Deventer klimaatneutraal wordt? En, welke maatregelen moeten we nemen om en welke uitgangspunten horen erbij, om de lusten en lasten eerlijk te verdelen? De Klimaatraad heeft vijf zaterdagen van februari tot juni, intensief met deze vraagstelling zich beziggehouden. Met

2 als resultaat dertig adviezen, die zijn uitgebracht aan ons als gemeenteraad. Op zaterdag 29 juni hebben de jongste en de oudste deelnemer van de Klimaatraad, die adviezen aan ons als raad aangeboden via, aan de burgemeester in zijn rol als voorzitter van de Raad. Veel fracties waren daarbij aanwezig. En bij het aanbieden gaf de Klimaatraad aan, dat ze graag betrokken willen worden bij het vervolg. Persoonlijk was ik geroerd door het enthousiasme en de, ook de intensiteit, waarmee de Klimaatraad haar taak heeft uitgevoerd. En ook, door de geformuleerde kernwaarden, eerlijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit. Een rode draad in de adviezen, is het gevoel van urgentie. De titel boven de adviezen verwijst daar ook naar. Kom op dan! Namens de genoemde fracties wil ik de deelnemers van de Klimaatraad, nogmaals hartelijk danken en waardering uitspreken voor hun betrokkenheid en inzet. In de week na de overhandiging op 2 juli ontvingen we een raadsmededeling, waarin het college het vervolgproces schetst. Het college geeft daarin aan, dat het komt met een raadsvoorstel met een reflectie op elk van de gegeven adviezen, op basis van de toets op juridische, financiële of praktische haalbaarheid. Daarin staat, dat was verwacht, dat het in de tweede helft van 2024 aan de raad wordt aangeboden.

Bij het raadsbesluit betreffende het houden van het klimaatberaad, hebben we ook uitgesproken, dat voor ons als raad die adviezen van de Klimaatraad zwaarwegend zijn. We voelen ons ook, derhalve ook verantwoordelijk voor een goed vervolgproces en voor adequate behandeling van de adviezen in de gemeenteraad. Sinds 2 juli is het stil gebleven. Over het vervolgproces is geen nadere afstemming geweest met de gemeenteraad en de tweede helft van 2024, is al voor de helft op. We hebben daarom de volgende vragen aan het college. Waarom heeft het college zoveel tijd nodig, voor het opstellen van het raadsvoorstel? Wanneer kan de gemeenteraad het raadsvoorstel precies verwachten? En is de Klimaatraad sinds 2 juli nog nader geïnformeerd over het vervolgproces? Tenslotte, hoe zorgt het college in het algemeen, dat de Klimaatraad betrokken blijft? De voorzitter: Dank u wel, de heer De Niet. Dan gaan we naar wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, dank. Blij om te horen, dat de raad ook enthousiast is over het middel Klimaatraad, wat ook zelf door deze gemeenteraad is ingesteld. Ik denk, dat dat enthousiasme ook gedeeld wordt door het college. Dan de vragen. Er wordt gevraagd, waarom de, zoveel tijd nodig is, voor het opstellen van een raadsvoorstel. Er zijn, u heeft het zelf waarschijnlijk ook kunnen zien, best wel wat adviezen uitgebracht.

Dertig stuks, die over meerdere portefeuilles gaan. Eigenlijk denk ik, dat dat elk lid van het college wel met de adviezen te maken heeft, die door de Klimaatraad zijn uitgebracht. Denkt dat het ook voor de woordvoerders van de verschillende fracties geldt. Dus het heeft op een, op echt veel thema's en programma's hier in huis betrekking. Het college hecht er ook heel erg aan, als er zoveel tijd in is gestoken. Dat gaf de heer De Niet net ook aan, voorzitter, door inwoners in die adviezen. Dat we daar ook ja, gewoon heel goed mee omgaan. Dat we dat goed beschouwen. Dat we kijken naar, is het praktisch haalbaar, is het financieel haalbaar, wat is de juridische haalbaarheid? Ik hoop, dat u zich kunt voorstellen, dat dat best een aardige klus is. Uiteindelijk ook als doel, om uw raad ook zo goed mogelijk in positie te brengen met ja, wat kun je met die adviezen? Kun je die één op één overnemen? Is er een kanttekening bij te maken? Vraagt dat toch nog debat in uw raad? Juist, om besluitvorming over deze adviezen, zo goed mogelijk te doen. En zoals in de raadsmededeling staat en de heer De Niet haalt dat al aan, hebben we aangegeven, dat we dat de tweede helft van 2024 willen aanbieden. Uiterlijk vóór het kerstreces willen we dat doen. Er wordt nu ook met man en macht, zoals ik net zei, aan gewerkt.

En ik hecht er ook wel aan ja, misschien namens u, voorzitter, ook nog even in herinnering te brengen, dat bij het aannemen van die adviezen de burgemeester ook heel nadrukkelijk heeft gezegd, dat hij onder de indruk was van de veelheid van die adviezen. Maar dat het ook echt wel de nodige, de nodige tijd vraagt van de ambtelijke organisatie en ook in het proces met de raad, om daar gewoon zorgvuldig mee om te gaan. Dus bij het aannemen van de adviezen is ook echt aangegeven, u heeft daar veel tijd ingestoken, Klimaatraad. Dat waarderen we heel erg, maar dat vraagt ook, dat wij daar heel zorgvuldig mee omgaan en dat ook niet afraffelen. Ik denk, dat dat ook belangrijk is om even in herinnering te brengen. De Klimaatraad is daarmee ook net als u op de hoogte, dat wij eind van het jaar een voorstel ook willen aanbieden aan uw raad. En wat ik net zei, is dat bij het aannemen van de adviezen ook duidelijk gecommuniceerd. We snappen alleen wel dat, net als u, dat de Klimaatraad ook liefst heeft, dat het zo snel mogelijk, zo snel mogelijk naar hen toegaat. Om te zien, wat gebeurt er dan met die adviezen? Wij willen de Klimaatraad binnenkort ook weer informeren over het vervolg, als we net wat meer duidelijkheid hebben over,

3 wanneer dat voorstel precies naar uw raad toekomt. Raad toekomt. En dan wordt er ook direct een invulling gegeven aan, hoe gaan we die mensen die zich hebben ingezet, dan ook betrekken bij dat vervolgproces? Dit is de visie van het college erop. Maar ik kan me ook voorstellen, dat u als raad, omdat de heer De Niet ook aangeeft, dat er nog niet over gesproken is ook nog dingen heeft en zegt van, dit willen we toch het college dan nog even meegeven. Los van de snelheid, want die voelen we wel. Maar we voelen ook echt wel de druk, om het zorgvuldig en goed te doen, zodat alles en iedereen ook zijn rol daarin heeft en de adviezen niet afgeraffeld worden. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Essen. Heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Op zich blij met de antwoorden, inderdaad. Dus eens, ben het ook wel eens met de zorgvuldigheid en dat het belangrijk is, om daarvoor te kiezen. Maar misschien ook een oproep om in die zin, de Klimaatraad ook wel wat te spiegelen. Zij hebben hard gewerkt, dan mag er van ons ook worden verwacht, dat we hard werken. En wij zijn wel een professionele organisatie. Terwijl, de Klimaatraad het in hun, vijf zaterdagen in, toch ook in hun vrije tijd heeft gedaan dus. En straal ook die urgentie uit die het, die de, ook die de Klimaatraad zelf heeft uitgesproken. Dus dat misschien nog als ja, als ondersteuning.

Denk ik belangrijk is, ik ben blij om te horen, dat u ook nu nog actief, het college actief nog de Klimaatraad gaat informeren, over de voortgang van het proces. Want ik denk, dat dat heel belangrijk is om hen, dat enthousiasme wat er is en de inzet die er is, om die ook vast te houden. Als we het te lang stil laten zijn vanuit onze kant, ja, dan verslapt de aandacht ook weer. En dat is denk ik, zou zonde zijn. Dus die betrokkenheid en ja, dat we die, dat we ermee bezig zijn met die adviezen, om dat af en toe een keer extra te herhalen is, is denk ik alleen maar goed richting de Klimaatraad zelf. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Mevrouw Eekhuis, nog hierover? Niet te snel wisselen. Mevrouw Eekhuis: Ja, deze doet het. Dank u wel, voorzitter. Ja. Ik sluit me helemaal aan, zeker bij het laatste deel van de heer De Niet. Goed, om ze aangesloten te houden. Maar ik sluit me ook aan bij de wethouder zijn woorden, goed, om het vooral goed en gedegen te doen. Want dat is denk ik, het allerbelangrijkste. In de raadsmededeling vóór het reces stond nog, dat er nog gewacht werd op een ach, nu weet ik toch niet meer, het externe bureau zou nog een eindverslag doen. Is dat inmiddels ontvangen? Daar was ik even nieuwsgierig naar. De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Dan gaat het denk, om het bureau wat de hele sessie heeft begeleid.

Kijk ook even naar links. Dat verslag is er? Ja? Verslag is aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Donkers. Ik voorzie een volgende vraag. De heer Donkers: Ik heb net vijftien seconden geleden een technische vraag gesteld aan het college via de mail, of het verslag er al was en of het toegezonden kon worden. Dus bij deze dan maar, in deze zaal. Kan de wethouder toezeggen, dat verslag toe te zenden aan de raad? De heer Van Essen: Ik krijg in mijn linkeroor toegefluisterd, dat het verslag er al is en dat het ook meegestuurd is. Dus, dat de raad daar over kan beschikken. En mocht dat niet zo zijn, zorgen we dat het alsnog u toekomt. De voorzitter: Komt eraan. Ja? Voldoende voor dit moment? Dank u wel. Hamerstukken De voorzitter: Dan gaan we door naar de hamerstukken.

4 1.

Vestigen uitsluitend recht mbo-onderwijsroute 2025-2029 in het kader van de Wet Inburgering De voorzitter: Dat zijn er zeven en we beginnen met het Vestigen van het uitsluitend recht mbo-onderwijsroute 2025-2029 in het kader van de Wet Inburgering. Is er behoefte aan een stemverklaring? Heer De Wijk, Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, wij als D66 onderwijspartij, zijn natuurlijk verheugd dat hier wordt gekozen voor kwaliteit door de portefeuille en door het college en juichen dit heel erg toe. En zijn dus, voor. De voorzitter: Waarvan akte. Andere stemverklaringen nog? Nee? Dan gaan we … Kan iedereen zich vinden in dit voorstel? Ja, dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 2.

Aanpassen Tijdelijke subsidieverordening lokale aanpak isolatie particuliere woningen

De voorzitter: Dan het Aanpassen van de tijdelijke subsidieverordening lokaal aanpak isolatie particuliere woningen. Mevrouw Visser, ga uw gang. We gaan die microfoon vanavond niet meer gebruiken. Mevrouw Visser: Ja. We zijn heel blij, dat deze regeling aangepast wordt. Met name, dat de vierkante meters, de minimale vierkante meters afgaat. Dat is heel belangrijk voor de vooroorlogse huizen in onze gemeente, dat die ook geïsoleerd kunnen worden met subsidie. Dus en ik weet, dat er ambtelijk heel veel gelobbyd is richting Den Haag, dus erg veel dank. Ik weet niet, of het college daar ook een rol in heeft gespeeld, maar dank voor deze lobby. En wij zijn dus, ontzettend voor. De voorzitter: Niet zomaar voor, maar ontzettend voor. Mooi. Verder geen stemverklaringen? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 3.

BOPA (Buitenplanse Omgevingsactiviteit) Molenweg 73A Diepenveen

De voorzitter: Dan de Buitenplanse Omgevingsactiviteit Molenweg 73A in Diepenveen. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank. Dank, voorzitter. De fractie van Deventer Belang heeft na meerdere mailtjes en ondersteuning van de griffie, antwoord gekregen op de vraag, waarom deze BOPA voor bindend adviesrecht aan de raad werd gezonden. En, wat de overwegingen van het college voor deze specifieke casus was. Onze fractie zou graag het verzoek willen doen, om een signaal af te, of om hierbij een signaal af te geven om voortaan ook te benoemen, onder welk nummer van de lijst van bindend adviesrecht de casus valt. En in het geval van maatwerk, de overwegingen te onderbouwen. Met deze verklaring stemt onze fractie voor dit raadsvoorstel en we wensen de initiatiefnemers veel succes. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zieverink. We zullen de, het verzoek even meenemen. Ja. Kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 4.

Businesscase Collectie Overijssel, scenario-onderzoek Athenaeumbibliotheek en voorkeurslocatie collectiecentrum Collectie Overijssel

De voorzitter: Dan de Businesscase Collectie Overijssel, scenario-onderzoek Athenaeumbibliotheek en voorkeurslocatie collectiecentrum Collectie Overijssel. Behoefte aan een stemverklaring? Ga uw gang. Mijnheer Varenbrink, ga uw gang. De heer Varenbrink: Ja, voorzitter. Ik wil hierbij nog even mijn woorden uit het, uit de raadstafels herhalen. En dat is ook richting onze collega's in Zwolle. Die wil ik ook hartelijk bedanken voor het rationeel nemen van het besluit, om de beste locatie te kiezen. Ondanks, dat ik snap dat het een moeilijk besluit is geweest, vind ik wel dat dat hier benoemd mag worden.

5 De voorzitter: Ja. U bedoelt het besluit in Zwolle. Uitstekend. Verder geen stemverklaringen? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 5.

Gemeenschappelijke Regeling PlusOV

De voorzitter: Dan de Gemeenschappelijke Regeling PlusOV. Behoefte aan stemverklaringen? Niemand? Kunt zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 6.

Collectieve aanvullende zorgverzekering (Gemeentepolis)

De voorzitter: Dan de Collectie aanvullende zorgverzekering gemeentepolis. Behoefte aan stemverklaringen? Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, voorzitter. Wij wilden toch ook even vertellen we, dat we ook voor deze, heel erg voor zijn. We zijn heel blij mee, dat het in de gemeente Deventer weer gelukt is, om zelfs voor drie jaar een collectieve zorgverzekering af te sluiten voor onze minima. Daar zijn we zowel het college als Salland, zeer dankbaar voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie zal van harte instemmen met dit voorstel. We zijn ook blij, dat het college heeft gekozen voor continuïteit. We verwachten ook samen met het college geen, ben ik het even kwijt, sorry. Geen aanspraak vanuit andere maatschappijen. Dus we zijn blij met dit besluit en we hopen, dat het in de toekomst ook zo kan blijven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 7.

Realisatiefase De Marke Zuid

De voorzitter: Dan gaan we naar de Realisatiefase De Marke Zuid. Behoefte aan stemverklaringen? De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, ik denk niet, dat D66 heel veel zal afwijken van anderen. Volgens mij stond bij de raadstafel iedereen te juichen, dat we eindelijk met zo'n mooi gebouw zo duurzaam door kunnen gaan. En deze school, deze vmbo-leerlingen een mooie plek kunnen geven. Goed gedaan door het college, wij zullen voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja. Fractie van de ChristenUnie is ook blij, dat we na er al jarenlang over te praten, nu vooral dingen aan het doen zijn en ook echt dingen gaan realiseren voor de vmbo-leerlingen. Dus complimenten aan het college en vooral succes, om op deze weg door te gaan. De voorzitter: Uitstekend. U kunt zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. Debatstukken 8.

Tweede kwartaalrapportage 2024

De voorzitter: Dan gaan we naar het debatstuk voor vanavond. Dat gaat over de Tweede kwartaalrapportage 2024. Er is een amendement ingediend met de titel, Datum invoering nul-emissiezone. Dat is ingediend door de fractie van GroenLinks en de heer Diepenhorst heeft het woord, om zijn amendement toe te lichten. Ga uw gang.

6 De heer Diepenhorst: Dank u wel. We waren verrast door het uitstel van de invoering van het zero-emissiebeleid. Bovendien, niet met maar één jaar, maar gelijk met drie jaar. Een aantal bezwaren die het college noemt, kunnen binnen een jaar opgelost zijn. Zoals, het verkeersbord, onduidelijkheid financiën en ontheffingsregels zijn al geen probleem meer. Het college noemt verder als argument, voorbeelden van steden die uitstellen. Maar, er zijn veel meer steden die wel doorgaan, zoals Zwolle. Het college beroept zich op problemen van ondernemers en de binnenstadsmanager heeft nog een enquête gehouden. Daaruit blijken alarmerende cijfers en de wethouder heeft die cijfers blijkbaar voor zoete koek aangenomen. Terwijl, als je even nadenkt over die cijfers, dan is maar één conclusie mogelijk. Die kunnen niet kloppen. Kortom, dit zaakje stinkt terwijl het ons, om betere luchtkwaliteit gaat. We geven ons amendement ondernemers een jaar extra ruimte. Dat zou voldoende moeten zijn, om verder te kunnen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Diepenhorst. Reacties vanuit de raad. Heer Zuijdam, ga uw gang. De heer Zuijdam: Ja, voorzitter. Ook de VVD was verrast, blij verrast. Want het zal duidelijk zijn, hoe wij hier in dit uitstel, in staan. Ik wil het alleen wel even hebben over de toelichting.

Waarin genoemd worden, dat bezwaren van ondernemers voorspelbaar zijn, zeker bij ondernemers die de laatste jaren niets gedaan hebben. En ik wil toch even aangeven, een ondernemer die niets doet, bestaat niet. De voorzitter: De heer Evers, ga uw gang. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil zo nog wel even aanhaken op het punt, wat de heer Zuijdam maakt. Maar ik heb eigenlijk nog wel één eerste vraag, die mij bezighoudt. Kijk, GroenLinks vind het belangrijk, om dit onderwerp te agenderen. En ik vraag me toch af, waarom GroenLinks nu kiest om het op deze manier te agenderen? Als je dit dan zo’n belangrijk onderwerp vindt, dan kan ik me voorstellen, dat je ook graag voor- en tegenstanders uitnodigt, om hier te komen inspreken. Nu is het een onderwerp, wat in een marge van een tweede kwartaalrapportage, voortgangsrapportage komt. Ondernemers hebben amper door, dat wij hier vanavond over spreken. Worden dus eigenlijk niet actief uitgenodigd, om dit te doen. Waren zoveel andere mogelijkheden, die raadsmededeling is al van vóór de zomer, om dat onderwerp te agenderen met een motie vreemd. Dan haal je voor- en tegenstanders hier de raadszaal in en dan hebben we daar een open discussie over. Voor het CDA hoeft die discussie niet, wij waren blij met die raadsmededeling.

Maar toch de vraag aan GroenLinks, waarom dat op deze manier te agenderen? De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: De raadsmededeling was medio augustus. Dus dat is niet bepaald een periode, dat je als raad nog heel veel kan doen. Dus we hebben toen vervolgens, vragen gesteld in september en die zijn een paar weken geleden beantwoord. Dus dit is wel op zich het moment, om dat aan te kaarten. Op zich, heb ik contact gehad met de binnenstadsmanager. Want ik was benieuwd, want ik begreep dat er een onderzoek was geweest. Dus ik was bewees, ik was nieuwsgierig naar dat onderzoek. We kregen toegestuurd, we kregen geen volledige opening van zaken. U kreeg toegestuurd de brief, die het college ook heeft gehad. Daar staan wat cijfers in, maar kon ook wel concluderen, dat die enquête een hoog sociaal wenselijkheidsgehalte had. Net zoiets als je aan vermogenden gaat vragen, of ze het een ramp vinden, dat er twee procent extra vermogensbelasting bijkomt. En als het, kijk naar het onderzoek, dan blijkt dat achtenzeventig, sorry, dat vijfenzestig procent van de bedrijven niet klaar is en zesentachtig procent geen alternatief heeft. We lijken wel een derde wereldland, die cijfers kunnen natuurlijk nooit kloppen. Euro 5 is van 2009, geloof ik. Als je naar de landelijke cijfers kijkt, is vijfenzeventig procent van de bestelbussen Euro 6, of hoger.

Kortom, van die enquête klopt niet zoveel. En als het gaat om ondernemers die niet hun best doen, dan heb ik het uiteraard niet over alle ondernemers. Dan hebben we het over die ondernemers, die denken, ja, ik laat het nog even, want misschien hoef ik nog geen haast te maken. Terwijl, de subsidieregeling 1 januari afloopt, helaas.

7 De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, voorzitter. Ik krijg absoluut geen antwoord op mijn vraag, dat gaat over de procedure. Dat is allemaal inhoudelijke argumenten. Die zou je dan juist in een inhoudelijk debat, waar je ook ondernemers kunt bevragen die komen inspreken, dan kunnen we ze bevragen met zijn allen, over de uitkomsten van dat onderzoek. Het is een belangrijk onderwerp en het feit dat hier vanavond geen enkele inspreker is, toont volgens mij aan, dat we niet op de goede manier op deze manier, zo’n onderwerp behandelen. De voorzitter: Heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja. Volgens mij, doe ik niks raars. Nogmaals, de binnenstadsmanager is op de hoogte. Dus, niet het laatste moment, vorige week ruim van tevoren. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, ik blijf er een andere mening over houden. Dan nog eventjes terug naar dat punt, wat de heer Zuijdam ook al maakt. Kijk, ik weet, ook landelijk, ondernemers zijn ontzettend met dit onderwerp bezig, worstelen ontzettend met het onderwerp. En als ik ondernemers in het algemeen bekijk, dan snappen ze dat dit een, dat deze emissiezones eraan gaan zitten te komen. Ze vragen alleen wat hulp, wat bedenktijd, moeten soms hun investeringen nog afschrijven.

En vindt de heer Diepenhorst het dan ook niet en de heer Zuijdam maakt het punt al, maar dat het wel erg aanmatigend is als je in een amendement zet, dat bezwaren van ondernemers voorspelbaar zijn. Er wordt serieus met die ondernemers gesproken. We zijn vanmiddag bij het DEP geweest, dan zie je hoe goed die en intensief die samenwerking van de gemeente met ondernemers is. Er wordt zorgvuldig, alle argumenten worden gedeeld en dan komt het college tot een besluit. En is het dan niet ja, schokkend eigenlijk om te zeggen, dat de bezwaren van ondernemers voorspelbaar zijn? Nadat er zo'n intensief traject met ondernemers gelopen is. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Uit de enquête blijkt, dat heel veel ondernemers niet heel serieus geantwoord hebben. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, ik laat deze woorden voor de heer Diepenhorst, maar ik vind ze nogal schokkend. De voorzitter: Gaan wij, oh, de heer Kaya. Ga uw gang. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Ik wil nog de heer Diepenhorst vragen over de subsidieregeling, die bijna afloopt. Heeft hij het daarnet over. Heeft de heer Diepenhorst ergens een potje gevonden, waarvan die denkt van, we kunnen nog die ondernemers toch nog even helpen, om alsnog de subsidieregeling voort te zetten. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, het gaat om een landelijke subsidie.

En daar is voldoende ruchtbaarheid aan gegeven. En die loopt inderdaad per 1 januari af, dus dat lijkt me iets voor het kabinet. Wij geven de ondernemers met deze, met dit amendement nog een jaar de ruimte. De overgangsregelingen zijn zodanig ruim, dat de meeste ondernemers nog tot 2028, 2029 de tijd hebben. Vandaar, dat ik zeg, er is niet serieus geantwoord. Want ook met een Euro 6-bus heb je de komende tijd nog geen enkel probleem. Als we het drie jaar uitstellen, zijn we nog weer zoveel verder. De voorzitter: De heer Kaya.

8 De heer Kaya: Ja, voorzitter. Was het dan niet beter geweest, om een lobby te gaan starten richting het kabinet, of dan richting de Tweede Kamer? Dat ons te vragen, om in ieder geval die subsidieregeling te gaan verlengen, zodat ondernemers toch nog gebruik daarvan kunnen maken. Was dat niet een beter idee? De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Volgens mij, gaan wij daar niet over. De voorzitter: Oké. Ja. Mevrouw Zieverink, bent u zover? Mevrouw Zieverink: Ja. We dachten, we doen even … De voorzitter: Als u overstapt, is het wel prettig, dat … Mevrouw Zieverink: Voorzitter, ik geloof, dat het niet helemaal goed gaat hier. Maar goed, namens de fractie Deventer Belang toch een vraag voor … Hebben wij nog een vraag voor de indiener. De voorzitter: Even stilte in de zaal. Ja? Mevrouw Zieverink: Het is wel een serieuze vraag, overigens. Want mijnheer Diepenhorst, die gaf net aan, dat de ondernemers de vragen niet serieus hebben beantwoord. Wij vroegen ons even af, waar dat uit blijkt. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dat blijkt uit een zodanige afwijking van de landelijke cijfers, dat ik denk, dat kan niet kloppen. Bovendien, nogmaals, Euro 5-busjes zijn van 2009. Dus hoe oud zijn die bestelbussen? Als ik om me heen kijk in de stad waar dan ook, dan herken ik dat ook sowieso niet. De voorzitter: Mevrouw Zieverink.

Mevrouw Zieverink: Ja, voorzitter. Ja, onze fractie, die schrok wel hier eigenlijk van. Want dat betekent eigenlijk, dat we dus in twijfel trekken, of mensen wel serieus enquêtes beantwoorden. En mijnheer Diepenhorst gaf net ook heel duidelijk in zijn betoog aan hè, dat de cijfers niet zouden kloppen en dat het zaakje stinkt. Ja, dan vragen wij ons toch wel af, hoe we hier nu mee om moeten gaan. Moeten we dan maar een simpel amendement hebben? Of, had dit toch inderdaad geagendeerd moeten worden, zoals mijnheer Evers van het CDA al aangaf. Als het blijkbaar, zo heftig is. Wij zijn toch wel benieuwd naar een reactie van mijnheer Diepenhorst hierop. De voorzitter: Mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, ik zou eigenlijk niet goed weten, wat ik hierop moet zeggen. Want wij gaan, die enquêtes zijn uitgezet door de binnenstadsondernemer, manager. Ik heb het volledige onderzoeksverslag niet gekregen, heb ik wel om gevraagd. Dus een aantal andere dingen, kan ik niet precies beoordelen. Maar uit de reacties blijkt, dat ja, dat het niet de werkelijkheid kan zijn wat daar uitgekomen is. De voorzitter: Goed. Ja. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank, voorzitter.

Ik vroeg met toch wel af, wat dan precies het responspercentage is van de enquête? Zou misschien mijnheer Diepenhorst daar een toelichting op kunnen geven? De heer Diepenhorst: Dat was ook één van de redenen, waarom ik het onderzoeksverslag vroeg. Ik heb geen idee. Maar het is als zwaarwegend argument ingebracht naar het college.

9 De voorzitter: Zullen we het verder niet over het onderzoek, want dat blijft een beetje heen en weer praten. Dat onderzoek hebben we niet. Ik, het lijkt mij als, op inhoudelijke vragen lijkt me prima, maar niet verder op dit thema, lijkt me. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Maar voorzitter, ik vind het wel lastig, hoe dat te rijmen valt met de statement, de ondernemers hebben dat niet serieus ingevuld. Als er geen onderzoek is. Maar goed, ik laat het even. De voorzitter: Dat begrijp ik. Maar u kunt ook straks in uw stemgedrag één en ander tot uitdrukking brengen. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, ik, vanuit de ChristenUnie, we snappen best de ambitie voor ook, op dat vlak van duurzaamheid en de wens om deze zone, zo’n emissievrije zone in te voeren. Alleen, het moet wel zorgvuldig gebeuren. En de vraag is eigenlijk even. Dus ook u, kiest ervoor of, de heer Diepenhorst kiest er ook in zijn amendement voor, niet om het nu in te voeren, maar het een jaar uit te stellen. Ja, wat maakt dan één, twee of drie jaar uitstel, wat maakt dat nou precies uit? En wat gaan we in dat jaar dan doen? Wat verandert in dat jaar volgens de heer Diepenhorst, waardoor we het dan wel kunnen invoeren? De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ik heb net in mijn betoog, welke dingen binnen een jaar opgelost zouden kunnen zijn.

Dat is dat verkeersbord wat een bezwaar was, wat er nog niet zou zijn. Onduidelijkheid over financiën. En het andere punt was al opgelost. Verder, hebben we de bezwaren van de ondernemers. Maar de percentages die het stads… binnenstadsmanagement stuurt, ja, die kunnen niet de werkelijke cijfers zijn, want Deventer zal toch niet zo gigantisch afwijken van landelijke cijfers. Dat is de redenering. De voorzitter: Ja? Dan de heer Smeenk. De heer Smeenk: Kijk, hier staat wel Gemeentebelang bij. Denk, misschien zijn wij Deventer Belang geworden, maar nee, het gaat goed. Ik heb eigenlijk een beetje een opmerking over de procedure. Is de heer Diepenhorst na de vele vragen, die zijn geweest niet van, ook niet van overtuigd, dat het misschien beter is om die raadsbreed te gaan agenderen in een BOP-procedure en zo die beslissing te nemen? Dan hoeft het niet in deze kwartaalrapportage. maar dat kan ook in een volgende kwartaalrapportage of in een begrotings- of in een Voorjaarsnotavergadering. Is de heer Diepenhorst dat niet met me eens? De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, de prestatie en bijstelling staat in deze kwartaalrapportage. Dus als hij daar uit gaat, dan wil ik best in die richting denken. De voorzitter: Akkoord. Zullen wij naar de zijde van het college gaan? Wethouder Elferink, graag een toelichting van uw kant. De heer Elferink: Dank u, voorzitter.

Ja, de kwartaalrapportage ligt voor, geachte gemeenteraadsleden. Dan is het al bijzonder om, dat, als college zien we nu, dat amendementen voorbijkomen. Werd al even gerefereerd aan die raadsmededeling, want eigenlijk is die, die raadsmededeling is vertaald in deze kwartaalrapportage. Dan is het wel bijzonder inderdaad, waar het CDA op aanslaat, dat u dan nu dit moment kiest, om een amendement in te dienen. Even nog voor de zuiverheid, het was niet medio augustus. Maar u heeft, op 18 juli heeft u die raadsmededeling van het college ontvangen. Het voornemen wat het college, het vorige college heeft uitgesproken in 2021, om in 2025 zero-emissie in te voeren, dat voornemen is bijgesteld. Dat staat verwoord in die raadsmededeling. Ja, en als u dat wil wijzigen, dan lijkt het ons de meest zorgvuldige lijn om daar in, dat in procedure te brengen middels een BOB. En die raadsmededeling gewoon te agenderen. Want daarbij komt nog,

10 als ik gewoon kijk naar die prestatie zoals die nu staat in de kwartaalrapportage, die verengt u behoorlijk met uw amendement. Dus ik neem ook aan, dat u die overige prestaties ook nog overeind wil houden. Dus het college ontraadt deze, dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Levert dat nog vragen op? De heer Diepenhorst? Nee. Verder ook niet? De heer Akdemir nog. De heer Akdemir: Ja, dank, voorzitter. Vooraf dit agendapunt hoorde ik collega's met verrassing spreken, zowel vanuit GroenLinks en de VVD. Maar kan het college dan op zijn minst dan wellicht ons verrassen, door wellicht een toezegging te doen, dat ze op zijn minst met het onderwerp wel op een voortvarende manier verder kunnen gaan? Dan wel, ook de zorg natuurlijk van de ondernemers meenemen, dat het op een haalbare manier voortvarend plaatsvindt. Zou de wethouder daar iets over kunnen zeggen? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, dank u, voorzitter. Ja, zoals we in die raadsmededeling ook hebben verwoord, gaan we het moment van invoering uitstellen. Alleen, en we zullen dan in een opmaat daar naartoe, zullen we dat, gaan we daar serieus mee aan de slag. Daar zullen we u ook in meenemen. En zullen alle belangen bij elkaar brengen, om op zorgvuldige wijze straks het verkeersbesluit, wat een collegebevoegdheid is, te nemen.

De voorzitter: Ja? Voldoende? Dan stel ik voor, dat we overgaan tot stemming over dit voorstel. Zijn er, is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Diepenhorst: Ja, mogen we misschien een kleine schorsing, naar aanleiding van de vraag van de wethouder? De voorzitter: Vijf minuten? De heer Diepenhorst: Ja. Schorsing De voorzitter: Vijf minuten schorsing op verzoek van de fractie GroenLinks. Wij gaan, wij vervolgen onze vergadering en ik geef het woord aan de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel. We hebben even nagedacht over de vragen en de reacties vanuit de raad. We zullen het amendement intrekken. We zijn blij, dat een aantal fracties het graag geagendeerd willen hebben op een raadstafel. Daar zullen we graag gebruik van maken, dus we komen erop terug via een raadstafel. De voorzitter: Uitstekend. Dank, voor uw bijdrage. Dan gaan we nu kijken naar het voorstel, Raadsvoorstel kwartaalrapportage. Is er nog behoefte aan een stemverklaring over de kwartaalrapportage? Dat is niet het geval en dan kunnen we stemmen over het voorstel. Even alle pasjes in de, ja. Voordat we gaan, ja. Stemming is geopend. Het raadsvoorstel is unaniem aangenomen. Moties vreemd aan de orde 9.

Motie vreemd - Digitale toegankelijkheid (GL-D66)

De voorzitter: Dan gaan we naar de moties vreemd. Er is één motie vreemd aan de orde ingediend en dat gaat over digitale toegankelijkheid, ingediend door de fracties van GroenLinks en D66. Die motie gaat over

11 bedrijfsvoering. Dat is mijn portefeuille, dus ik geef het woord, voorzitterschap graag over aan de heer Donkers, voor het voorzitten van de vergadering. Voorzitterswissel naar: dhr. Donkers. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Zegel, om de motie van GroenLinks en D66 in te dienen, die gaat over digitale toegankelijkheid. Aan u het woord. Mevrouw Zegel-van Tiel: Dank u wel, voorzitter. Ja, misschien is het wel een overbodige motie. Omdat dit iets is, wat we moeten doen en waar je eigenlijk niet eens tegen kan zijn. Maar, toch. De gemeente Deventer heeft sinds 2020 een adviseur digitale toegankelijkheid in dienst. Door het aanstellen van deze adviseur is er onder andere een start gemaakt, met het op orde maken van onze digitale communicatiekanalen, diverse websites en apps. Dit is een wettelijke verplichting, zoals ik al zei. En zo ook, de toegankelijkheidsverklaring, die minimaal eens per jaar gedaan moet worden. En onderaan de motie, heeft u daar ook twee links voor gevonden. Deventer is goed op weg, met zesendertig van de tweeënveertig websites en apps, die voldoen aan de wet. Zes dus nog niet, die hebben status D. Van de zesendertig die voldoen zijn er twee, die volledig voldoen, een status A. Dertien, die gedeeltelijk voldoen, dat is status B. En eenentwintig, bij eenentwintig zijn de eerste maatregelen genomen, dat is een status C. Heel technisch.

Maar goed, als wij willen dat iedereen mee kan doen en dat is een keuze, dan zullen alle websites en apps uiteindelijk gebruikersvriendelijk moeten zijn. Eindverantwoordelijkheid is een noodzaak, om uiteindelijk te voldoen aan de eisen, die de wet stelt. D66 en GroenLinks en mede-indieners Deventer Sociaal en SP vinden dit zo belangrijk. Dat er daarom deze oproep in de motie wordt gedaan. En daarom, dat is omdat de adviseur die sinds 2020 aanwezig is, toevallig ook aanwezig vandaag in de zaal, afscheid heeft genomen. Zij gaat bij het ministerie werken. Maar in deze motie zeggen we, stel een nieuwe adviseur digitale toegankelijkheid aan en liefst, ervaringsdeskundig. En zorg, dat we zo snel mogelijk voldoen aan de eisen, die de wet stelt. Hierbij kunnen we de aanbevelingen van de vertrekkend adviseur, mooi meenemen. De voorzitter: Dank, mevrouw Zegel. Vragen vanuit de raad? Mevrouw Scholthof, aan u het woord. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste vraag is eigenlijk een hele basale. Sinds wanneer gaan wij als raad, over het continueren van individuele functies van ambtenaren en over, hoe zij hun werk overdragen? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik ga niet over het individueel functioneren van ambtenaren, maar wij gaan wel en dat is een politieke keuze, over de toegankelijkheid.

We hebben allerlei dingen, we hebben een inclusiepact en we doen van alles eraan, om zo toegankelijk mogelijk te zijn. En daar hoort dit ook bij. Dus dit is een keuze, waarvan wij zeggen, de indieners, dit is zo belangrijk, dit moet echt gecontinueerd worden. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Ja, dank u wel. Ja, ik val dan toch wel echt over de eerste en de derde bullet, die gewoon aangeven, continueer deze functie en zorg voor een bepaalde manier van overdragen. Dus ja, dat vind ik gewoon gezien onze rol als raad, niet correct. Dan de inhoud, de tweede bullet. Dat begrijp ik wel, want daar staat in, wat je graag als raad zou willen bereiken. Is daarvoor geld in de begroting of wat zijn de kosten hiervan? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, dat is een hele bijzondere vraag. Want we hadden iemand en we hadden niet verwacht, dat die zou vertrekken. Maar dan ga ik inhoudelijk op de functie in. Terwijl ik wil, dat alles toegankelijk wordt en dat wij aan die wettelijke verplichtingen gaan voldoen. Daar ben ik, als raad voor verantwoordelijk, vind ik als volksvertegenwoordiger. Als je ziet, over welke websites het gaat. Ik weet niet, of u de links heeft geopend.

12 Maar dan zie je, dat net precies voor juist die mensen, die het allerzwakst zijn, de websites gewoon nog niet op orde zijn. Buiten het feit, dat dat nu zo is. Er moet iets gebeuren, waardoor dat gecontinueerd wordt. Ik vind het bijzonder dat u op dat en ook, hoe het door het college is opgenomen, want het had ook over Inclusie kunnen gaan onder wethouder De Geest of Meedoen, wat ook onder wethouder De Geest valt. Of onder P&O, wat onder wethouder Duursma valt. Dus het is een beetje … De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: De manier, waarop het ingestoken wordt. Ik denk, dat het doel, dat is de tweede bullet wat mevrouw Scholthof aangeeft. Dat is belangrijk. En ik wil met alle liefde als u mee wil instemmen van, kijken hoe we de andere bullets kunnen veranderen. De voorzitter: Ik wil eigenlijk naar een andere … Mevrouw Scholthof: Tot slot. De voorzitter: Ja. Mevrouw Scholthof: Tot slot, voorzitter. Als wij oproepen om ons te houden aan wettelijke regelgeving, kan ik daar alleen maar mee instemmen. Maar de vraag is, of deze motie daarvoor nodig is. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, toch een vraag aan de indieners. Eigenlijk, de indiener gaf zelf al aan, dit is waarschijnlijk een overbodige motie. Zo komt hij op mij ook over.

Maar dan toch even serieus de vraag, wat gaat er veranderen als we dit niet doen? Want een goed adviseur maakt zichzelf overbodig. Dat zou betekenen dat na vier jaar dit beleid en deze werkwijze, ingebed zou moeten zijn in de organisatie. Op moment, dat dat niet het geval is ja, dan is er toch iets misgegaan in dat adviestraject. Maar het lijkt erop, dat dit gewoon, ook technische bevraging bij het ambtelijk apparaat geeft aan, dat dit gewoon is ingebed in de organisatie. Dus welke signalen hebben de indieners concreet, dat dit niet is ingebed in de organisatie, waardoor dit op deze manier middels deze motie, alsnog rechtgezet moet worden? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik ga niet over de ambtelijke organisatie. Dus ik weet niet, in hoeverre dat ingebed is. Maar ik zie wel, ik constateer als ik kijk naar hoe die, de toegankelijkheidsverklaring is, dat wij er nog niet zijn. En dat juist de manier waarop het aangezwaaid is en aangedraaid is en in gang is gezet, dat die juist belangrijk is. En als dat op een andere manier kan, dan hoor ik dat heel graag van de portefeuillehouder. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Maar welke signalen heeft u dan, dat dit niet, nu niet voortgezet gaat worden? Ik heb daar geen raadsmededeling of iets over gezien. En zoals u zelf ook al aangeeft, is dit gewoon een wettelijke taak.

Dus, zou die ingebed moeten zijn in de organisatie. De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben van de preventie. Ik heb liever vooraf, dat we hier goed over nadenken en dit inbedden. Voor mij is dit een heel erg belangrijk punt en met mij, nog drie andere partijen. En ik hoop eigenlijk, nog veel meer partijen. Ik hoop eigenlijk, iedereen.

13 De voorzitter: Mijnheer De Bokx, u bent mede-indiener of ook indiener? Wilt u reageren op hetgeen, wat net is gezegd, of … Oké. Dan mag u eerst. Is even behelpen met de microfoon. Ja, aan u het woord. De heer De Bokx: Ja, ik zou graag willen reageren op hetgeen, nu gebezigd wordt. Even voor de duidelijkheid, er zijn tussen de tweeënhalf en vier miljoen mensen, die digitale toegankelijkheid als belangrijk ervaren. Dat is een ontzettend groot gedeelte van onze samenleving. Er is nog een heel groot, heel veel werk te verzetten. Dat is niet in één keer gedaan. Het gaat om honderden applicaties, duizenden documenten die op orde gebracht moet worden. Dat is een traject van meerdere jaren. Als een belangrijke spil in dat web ontvalt, dan lopen we het risico op vertraging en, dat we continu tijd verliezen. Volgens mij, hebben we nu het momentum en moeten we dat momentum, voortzetten. Dat is ontzettend belangrijk in dit proces, want ik ga u een heel makkelijk voorbeeld geven. Zelfs het document voor het aanmelden voor dyslexie, mensen die dus baat hebben bij digitale toegankelijkheid, die documenten zijn niet digi-toegankelijk. Dat zijn gewoon problemen, waar die mensen elke dag tegenaan lopen. De voorzitter: Oké. Mijnheer De Niet, aan u het woord. De heer De Niet: Ja, ik snap de intentie van de indieners.

Alleen, waar ik als, waar wij als fractie wat moeite mee hebben, is de dwingendheid met name van het tweede bullet. Waarin staat, dat alle websites volgend jaar en het jaar daarna of in 2028 dacht ik, op orde moeten zijn. En dan mis ik de nuance, zeg maar. Natuurlijk willen we de toegankelijkheid niet alleen digitaal, maar in de hele samenleving. In de schone samenleving lukt dat ook niet in één keer en beginnen we met die dingen, die het meest nodig zijn en prioriteren we in dat opzicht. Hier staat het heel dwingend. Alle, waarbij ik dan de nuance mis. Laten we met die dingen die zijn, die echt nodig, beginnen die echt nodig zijn en daar prioriteit aan geven. En die website waar, die hoekjes waar maar drie mensen per jaar komen, laten we die alsjeblieft even laten liggen. Want we hebben ook een taak op het vlak van doelmatigheid, wat mij betreft. En ik was benieuwd hoe de indieners daartegen kijken, tegen die dwingendheid, waarom dat op die manier is opgenomen? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik weet niet, of u de linkse of uw fractie de linkse heeft geopend, naar wat er nu wel digitaal toegankelijk is, en wat nog niet. Als u dat heeft gedaan, dan is uw betoog volledig terecht. En als u voornemens bent om met ons mee in te gaan dienen, als we het iets anders neerzetten. Ja, bent u mijn gast, wat dat betreft.

De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, ik zou dan toch ook graag van de portefeuillehouder tegen, horen hoe hij tegen deze, tegen die nuance aankijkt, zeg maar. Laten we alsjeblieft dingen ook doelmatig blijven doen in deze gemeente. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, wethouder, voorzitter. De vraag aan de indieners is, welk probleem is er nu dat het op zo'n korte termijn, middels deze motie opgelost moet worden? En welke oplossing biedt dit dan precies? Want ik heb in een ander gesprek al begrepen, dat het niet per se gaat om die ene persoon. Dus ik vraag me af, kan dit dan niet binnen de huidige bezetting opgelost worden? Ik heb heel veel vragen daarover. De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, als je een spin in het web hebt, wat een adviseur digitale toegankelijkheid is, dan weet je zeker, dat er iets gaat gebeuren. En dat vinden wij heel belangrijk en die komt nu vrij, dus daar, vandaar nu deze urgentie misschien, om het over te hebben.

14 Mevrouw Eekhuis: Bij deze, dan ook de vraag aan de portefeuillehouder. Want ik hoor graag of, hoe hij die voortzetting van die invulling van die taken, voor zich ziet. En aan de indieners. U zult me altijd aan uw zijde vinden, als het gaat over toegankelijkheid en dan nog breder dan alleen de toegang. Ik praat, denk dan ook DIGIbeter. Ik vind het een heel goed onderwerp, breed en een serieus onderwerp. En ik heb een beetje moeite met de termijn, waarop dit wordt ingediend. Ik kan hier niet, ik vind niet, dat wij hier goed over kunnen praten en nadenken, op deze manier. Maar goed, ik hoor graag van de portefeuillehouder, hoe hij de invulling van die taak ziet. De voorzitter: We gaan naar de zijde van het college. Portefeuillehouder König, aan u het woord. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Op zichzelf is het goed, om aandacht te vragen voor dit onderwerp. Want digitale toegankelijkheid is wel degelijk een belangrijk onderwerp. De afgelopen vier jaar hebben we daar ook mede door de betrokken functionaris, stevige stappen op gezet. En we zijn ook volop bezig, om dat nog verder te vervolmaken. Dat is niet afhankelijk van die ene persoon, die nu naar een andere plek gaat, om daar weer goede stappen te doen in deze richting. Want wij zijn inmiddels stappen verder en we hebben verschillende mensen die bezig zijn, om de digitale toegankelijkheid van onze gemeente te versterken.

Dus dat betekent, dat we echt toewerken naar het, naar die A-status voor alle belangrijke websites, die een publieksfunctie hebben. Dus in die zin, is er geen reden om daar nu meer op in te zetten. Daar zijn we volop mee bezig en daar gaan we ook hard mee. Deze motie is nogal gericht op ja, de bedrijfsvoeringskant. Het is typisch uitvoeringsvragen. Dus ik snap op zich de aandacht, die de indieners vragen voor de digitale toegankelijkheid. Maar als je kijkt naar de bullets, dan moet je toch de constatering maken, dat dit een motie is die wat het college betreft, overbodig is. We zijn hier volop mee bezig. Er is geen enkele reden, om hier zorgen over te hebben. Het is een onderwerp dat we dagelijks, ons dagelijks bezighoudt. En om nog iets meer inhoud te duiden. We hebben websites van onszelf, daar zijn we redelijk mee op orde of, behoorlijk mee op orde. We zijn ook voor een deel afhankelijk van leveranciers van software applicaties, die niet altijd hier voldoende aandacht voor hebben. Dat vraagt ook aandacht van ons, dat wij daar volop op inzetten, voorzitter. Om te zorgen, dat die leverancier, hun leveranciers hun programma's zo maken, dat ze ook digitaal toegankelijk zijn voor mensen, die dat niet zo makkelijk kunnen, kunnen werken met die digitale systemen. In de tweede bullet zit dan ook nog een ingewikkeld punt.

Want als je alle derden hierbij betrekt, dan ga je wel over een operatie praten, die nog veel meer inzet vraagt. Daar is in ieder geval geen dekking voorzien in deze motie. Kijk dat, als we zeg maar, alle partijen die wij subsidie geven … Stel je voor, de honderd, meer dan honderd zorgpartijen, die wij contracteren … Die allemaal, waarvan wij allemaal vragen, oh, jullie websites moeten hieraan voldoen. Dat kunnen we best vragen. Maar om het te controleren, daarop in te zetten, dat zou een gigantische inspanning vergen. Dus dat vraagt veel meer dan deze motie hè. Dus als het gaat om Circulus bijvoorbeeld, om te zorgen dat die digitaal toegankelijk zijn, ja, logisch. Daar zijn wij aandeelhouder en die hebben ook een publieksfunctie, dus dat moeten wij gewoon regelen. Maar we kunnen onmogelijk op korte termijn dat even vragen van al die partijen, waar wij zaken mee doen en, waar we bijvoorbeeld subsidie aan verstrekken. Kunnen ook stichtingen zijn, bijvoorbeeld. En als het gaat om de, het laatste punt de ervaringen, de adviezen, de aanbevelingen van de vertrekkend adviseur, die nemen wij mee. Daar zijn we gewoon mee bezig. We hebben dat met veel waardering gezien, welke, wat die inzet heeft opgeleverd. En daar zijn we iedere dag mee bezig om te zorgen, dat dit voor elkaar komt. En wat het college betreft, is dus deze motie overbodig.

Nog los van het feit, dat het goed is om aandacht te besteden aan digitale toegankelijkheid. De voorzitter: Dank, aan de portefeuillehouder. Behoefte aan reactie? Mevrouw Zegel, aan u het woord. Mevrouw Zegel-van Tiel: Dank u wel, voorzitter, jazeker. De portefeuillehouder zegt, er zijn diverse mensen mee bezig. Ik heb al gezegd, ik ga niet over de uitvoering. Maar ik wil wel graag weten, of er dan ook een eindverantwoordelijke is. Want hoe kunnen we dat zien? Of, moeten wij dan … Er wordt nu tanaa naar de portefeuillehouder gedaan. Oké, dat is fijn. Er is één iemand, die dat in de gaten houdt. Maar hoe kunnen wij het in de gaten houden, gaan wij de toegankelijkheidsverklaringen continu in de gaten houden? Of, ja, hoe gaan we hiermee verder? Ik vraag me af. Ik vind het ook bijzonder, dat de portefeuillehouder zegt, dat dit niet overal

15 gevraagd kan worden. Dat een Circulus-Berkel dat wel zou moeten, omdat die bij uitstek een publieksfunctie heeft, maar niet bij alle zorgpartijen. Zorg is toch bij uitstek een publieksfunctie? En daar denk ik ook, dat zijn nou precies die kwetsbare mensen, die nou net echt dat ene stukje extra nodig hebben. Dus ik vraag me af, hoe de anderen hierover denken. En ik ben echt wel bereid om wat aan te passen, als die overbodig is, maar dat er toch wat te harde dingen in staan. Maar ik ben heel erg benieuwd, hoe we het zo kunnen doen, dat we wel met elkaar, zowel de raad als de eindverantwoordelijke dit samen in de gaten kunnen houden. En zie het als een steun in de rug, dan. De voorzitter: Mijnheer De Niet, heeft u nog een vraag? De heer De Niet: Nee, ik heb naar aanleiding van de reactie van de portefeuillehouder, nog wel een vraag aan de portefeuillehouder. Want op het lijstje met sites staat inderdaad die juist, juist in de D-hoek om het zo maar te zeggen, staan ook sites van het Bad bijvoorbeeld inderdaad, en KonnecteD. Ja, dat zijn typisch sites waarvan we wel willen, dat ze ook digitaal toegankelijk zijn en dat ze ook wel met prioriteit worden aangepakt. Dus hoe, dat zijn die, ik snap ook niet alle derde partijen, maar dit zijn nou typisch derde partijen, waar we ook een duidelijke relatie mee hebben, waarin we dat wel willen onderstrepen.

Doen we dat? En, op welke manier doen we dat? En zit daar, is daar zicht, dat daar beweging in komt? Pakken ze dat ook serieus op? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer König: Ja, dit zijn precies de partijen, waar we daarover in gesprek zijn en waar we samen met hen, werken aan een betere digitale toegankelijkheid. Dus, dat is onderwerp van iedere dag. De voorzitter: Mijnheer De Bokx, als indiener. De heer De Bokx: Dan wil ik toch aan de portefeuillehouder vragen, we weten dit sinds 2018. Het gaat hier om kwetsbare mensen, zeker in een kwetsbare doelgroep. En er wordt dan blijkbaar ergens geprioriteerd. Vanuit onze kaderstellende en controlerende rol vind ik het dan opmerkelijk, dat we niet meegenomen zijn in, waarom juist die kwetsbare organisaties wordt, organisaties die er zijn voor kwetsbare mensen, nu als laatste aan de beurt zijn en wellicht wel in 2028. Hoe kunnen wij als raad onze controlerende rol het beste uitvoeren, op deze manier? De voorzitter: Ik ben even op zoek naar de, waar de, waar het gesprek over deze motie eindigt en waar het gesprek, het goede gesprek over prioritering begint. Dus op zich prima als het, als de portefeuillehouder deze vraag beantwoordt.

Maar als er behoefte is vanuit de raad om een breder gesprek te hebben over die toegankelijkheid in deze gemeente en de rol, die de gemeente daarin speelt met onze ketenpartners, dan is het wellicht een idee om dat op een ander moment te agenderen als, via één van de raadsinstrumenten die u beschikbaar heeft. Portefeuillehouder. De heer König: Ja, voorzitter. Wij, eenmaal per jaar rapporteren wij over de publieke dienstverlening en daar is, dit onderwerp wordt keurig meegenomen in de slag. Dus de raad kan prima zijn controlerende en kaderstellende rol vervullen. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Nee. Mevrouw Zegel, wat gaat u doen? Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik denk, ik hoorde … De voorzitter: Brengen we het in stemming. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik hoorde het twee keer. Ja, ik zou het heel erg jammer vinden als hier partijen zijn, die zijn zeggen van, ja, die is overbodig, daar gaan we niet voorstemmen. Terwijl, we allemaal vinden hoe belangrijk het is dat we, drempels vrij zijn, dat we digitaal toegankelijk zijn. Dus ik wil een oproep doen om even te schorsen

16 en de mensen te vragen, hoe we hier zo goed mogelijk een motie neer kunnen leggen, waarbij we wel als raad die digitale toegankelijkheid … Want blijkbaar, hebben we het sinds 2018 ook nog niet in de gaten gehad, dat juist … De voorzitter: U vraagt om een schorsing, mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Dat juist het Bad en KonnecteD … De voorzitter: Mevrouw Zegel, hoe lang heeft u nodig voor uw schorsing? Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik denk, tien minuten. Schorsing De voorzitter: Gaan we tien minuten schorsen. We gaan verder over, 21.10 uur. Decorum in de zaal is … En dat iedereen weer op zijn plek zit en dat we terug weer kunnen beginnen. Ik geef het woord aan mevrouw Zegel, die de schorsing heeft aangevraagd. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat dit een belangrijk onderwerp is, dat werd wel duidelijk. Ik weet niet, of u het oploopje heeft gezien, maar iedereen heeft zich er zo'n beetje mee bemoeid. We vinden het allemaal heel erg belangrijk. De portefeuillehouder kwam ook nog even naar ons toe en ik zou hem heel graag willen uitnodigen, om hem zelf te laten vertellen, wat hij ons gezegd heeft. De voorzitter: Ja, ik vind het spannend. De heer König: Voorzitter, ik zal niet in herhaling vallen. Maar het lijkt me goed, het is goed om dit onderwerp te agenderen.

Ik ging ervan uit, dat het in het publieke dienstverleningsverslag staat, maar ik krijg nu even niet scherp, waar het dan wel staat. Want in mijn hoofd zit, dat we het gewoon gerapporteerd hebben. Maar het lijkt me sowieso goed, om een actuele stand van zaken op te maken in een raadsmededeling. U krijgt van mij een raadsmededeling met dit, digitale toegankelijkheid. En dan kunt u die agenderen, als u daar behoefte aan heeft en dan kunnen we over het onderwerp verder doorpraten. De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ja, voorzitter. De portefeuillehouder haalt me de woorden uit de mond. Want dat is inderdaad, hoe wij net afgestemd hebben ook. Aan de hand van de raadsmededeling die komt, gaan wij in ieder geval het verzoek doen om dit te gaan agenderen en verder te kijken, hoe we met dit onderwerp doorgaan, zodat wij onze controlerende, maar ook onze kaderstellende functie kunnen vervullen. De motie wordt dus ingetrokken. De voorzitter: Duidelijk. Dank ik mevrouw Zegel en de portefeuillehouder, de heer König voor hun inbreng. Motie wordt ingetrokken en er is toegezegd, dat er een raadsmededeling komt met de stand van zaken rondom digitoegankelijkheid. Sluiting De voorzitter: Dank u allen hartelijk voor uw aanwezigheid en uw inbreng. En dan wens ik u een hele prettige avond. Vergadering is gesloten.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14747947/1