CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-07-03 Transcript Raadstafel Sociaal Gemeenteraad Deventer 3 juli 2024

Raadsvergadering 3 juli 2024, gemeente Deventer10.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSTAFEL SOCIAAL VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 3 juli 2024

(* raadsopvolger)

De voorzitter: Zo. Ja, goedenavond, allemaal. We zijn een beetje verlaat, dat komt omdat de vorige tafel ietsjes uitliep. Ook mensen inderdaad op de tribune en de mensen thuis, van harte welkom. We beginnen even met het voorstelrondje van vanavond en ik begin aan de linkerkant. Dan hebben we Tanja Eekhuis van de PvdA, Rik van Wijk van D66, Sanneke Molenaar van het CDA, Aranka Schippers van DeventerNU, Kitty Schmidt van Deventer Sociaal, Hennie Eltink van Gemeentebelang, Christian Kamphuis van Deventer Belang, Anne Van der Meer van GroenLinks, Ahmet Kaya van DENK, Eva Sipman van de VVD en als laatste Arie De Niet van de ChristenUnie. Onze portefeuillehouder vanavond, even kijken hoor, is Rob De Geest en de ambtelijke ondersteuning daarbij is Rob Stiekema. Ik ben vanavond uw voorzitter, Huub Obdeijn, en ik word ambtelijk ondersteund vanuit de griffie door Luc Gerritsen. We hebben vanavond het bespreekvoorstel van beleidskader inburgering. Op 6 juli heeft de gemeenteraad van Deventer een raadsvoorstel ontvangen van het college van B&W over het beleidskader inburgering. Begin 2022 is de gemeente gestart met de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Deze wet geeft gemeenten een centrale rol in het begeleiden van statushouders en gezinsmigranten in hun inburgering.

Het college van B&W heeft bij de uitvoering van de inburgering afgelopen twee jaar een notitie inrichtingskeuzes gebruikt. Na twee jaar heeft de gemeente de uitvoering van de wet geëvalueerd. Op 8 mei is deze evaluatie besproken in een raadstafel en is de raad geconsulteerd. De raad is geconsulteerd over het voorkeursscenario, de bijbehorende middelen en wat fractiewoordvoerders wilden meegeven voor het beleidskader inburgering. Op basis van deze consultatie is er een beleidskader inburgering opgesteld. De benodigde middelen voor de komende twee jaar zijn opgenomen in de Voorjaarsnota. Op 26 juni is er beeldvormend gesproken over dit onderwerp, op deze avond is de beeldvorming niet afgesloten. Vanavond starten we met de laatste beeldvormende vragen. Na afronding van de beeldvorming zijn de fractiewoordvoerders in de gelegenheid hun eerste eventueel oordeel te geven over dit onderwerp en met elkaar in gesprek te gaan. De raadstafel wordt afgesloten met de vraag of het onderwerp kan worden geagendeerd door de raadsvergadering, hetzij een debatstuk, hetzij een hamerstuk. Goed, we waren al aardig op weg de vorige raadstafel en bij deze eigenlijk inderdaad de vraag wie er nog beeldvormende vragen heeft zodat we dat inderdaad een beetje in kaart kunnen brengen en zo meteen de switch kunnen maken naar oordeelsvormend. Nou, dat zijn, nagenoeg iedereen. Goed.

Laten we proberen daar een beetje vlotte richting aan te geven en dat we inderdaad op tijd over kunnen naar oordeelsvorming. Ik denk dat ik gewoon vooraan begin, dat is het makkelijkste dan om rond te gaan. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een vrij korte vraag eigenlijk die vorige week niet aan bod is geweest. Eén van de uitgangspunten is begeleiding ook op maat. Waar ik wel klachten over hoor of is eigenlijk als het taalonderwijs start zeg maar, dat er dan stappen terug moeten worden gedaan bij wijze van spreken. Dus hoe zorgen we dat we maatwerk bieden als het gaat om het niveau van taal? Sommige asielzoekers, statushouders zijn al veel verder zeg maar, hebben zelf al veel meer initiatief genomen. Hoe zorgen we dat we juist op het vlak van taalonderwijs maatwerk bieden?

2 De voorzitter: Heer De Geest. De heer De Geest: Ja, dat is denk ik een tweeledig antwoord. Dat is voor de situatie nu binnen de termijn waarin de huidige aanbesteding nog loopt met de taalscholen gewoon het gesprek ook aangaan met de taalscholen hoe je daarin ook probeert dat maatwerk te leveren. Dus wat daarin ook gewoon soms ook gewoon dan nodig is en wat zij daarin zouden kunnen leveren. Daar komt natuurlijk ook weer een nieuwe aanbestedingsperiode aan waarin je dat ook mee kan nemen in die periode, in ieder geval ook in je voorwaarden voor de aanbesteding die dan gaat lopen. En, nou, dat kun je als randvoorwaarde natuurlijk ook meenemen dan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een vraag aan de portefeuillehouder nog, in hoeverre er sprake is van een doorlopende leerlijn tussen de brede startklas en het inburgeringstraject? Dus in hoeverre biedt die brede startklas ook echt een voorsprong in je inburgering? Bijvoorbeeld doordat je je taalles al op het juiste niveau binnen de juiste uren en zo hebt gedaan. Of zijn er toch echt twee aparte trajecten en loopt, sluit het ook goed op elkaar aan, ook qua timing? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Dat is natuurlijk allemaal nog wel iets wat nader uitgewerkt moet worden maar zoals u hem formuleert is het precies zoals die bedoeld is.

Dat is natuurlijk ook gewoon wat je meegeeft aan de partijen, dat dat de opzet moet zijn van het bod wat ze feitelijk doen vanuit die aanbesteding die opgezet moet gaan worden. Die doorlopende lijn is juist cruciaal want het moet echt versterkend werken op het inburgeringstraject. Versterkend, versnellend en het vergroten van het succes van de betreffende inburgeraar. Dus daarmee probeer je ook elementen, en dat hebben we volgens mij ook in de technische antwoorden aan een van de fracties, ik geloof Deventer Sociaal, ook aangegeven, proberen we ook elementen die nu in het inburgeringstraject zitten ook eigenlijk te versnellen, eerder naar het voortraject te trekken zodat je die lijn ook echt krijgt in versnelling maar ook echt in een doorlopende vorm. Het moet niet, ondanks dat het een apart traject is in termen van hoe we hem nu voorstellen, moet het wel gewoon op elkaar inspelen en elkaar versterken. De voorzitter: Prima. Mevrouw Sipman, u wou hier nog even op terugkomen? Mevrouw Eltink wil daar ook even op terugkomen. Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter.

Even om het concreter te maken, betekent dat aan het taalonderwijs in de brede startklas we dezelfde eisen stellen dan dus als in de inburgering of zitten daar dan toch nog verschillen in? Want ik begrijp dat er tot nu toe andere eisen gesteld worden aan de docenten en opleiders taalonderwijs binnen de brede start ten opzichte van de inburgering. De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Kijk, de focus lag tot nu toe in het traject zoals het nu gedraaid werd natuurlijk anders nog. En dat is ook wel, die voorinburgering of die brede startklas kent natuurlijk elementen in zich die breder en anders zijn voor een deel dan het taalonderwijs. Als het dan gaat om het ook daar aanbieden van taalonderwijs wil je ook dat het versterkend werkt op datgene wat in die inburgeringsroute zat. Dus daarin inderdaad, dat kan dan ook een van de voorwaarden zijn en ik denk dat dat ook een belangrijke is om mee te nemen richting zeg maar die brede startklas, dat dat op hetzelfde niveau zit ook.

Maar je moet daarbij ook wel weer kijken naar, waar komen mensen mee binnen ten opzichte van wat ze nodig hebben? Een beetje passend bij de vraag van net over maatwerk, daarin kijk je natuurlijk ook wel weer naar die personen, op welk niveau moeten ze komen om daar soepel in een doorlopende lijn vanuit versterking doorheen te komen? De voorzitter: Mevrouw Eltink, u wil daar nog op inhaken? Ja, ga uw gang.

3 Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja graag want de eerste vraag was eigenlijk ook wel een vraag bij mij maar daar heb ik dan nog een aanvullende vraag op. Want je wil dat het een doorlopende lijn wordt. Tegelijkertijd als je begint aan die, ik noem het maar brede startklas, dat vind ik beter klinken als voorinburgering omdat COA daar ook wat doet, dan zul je ook een situatie krijgen van continue instroom en uitstroom van mensen. Het is niet zo dat er elke paar maanden een clubje komt maar er druppelen elke keer mensen binnen, er druppelen elke keer mensen uit die klaar zijn. Zal dat ook een onderdeel zijn van de aanbesteding bij de brede startklas dat degenen die dat aanbieden daar ook aan kunnen voldoen en dat mensen dan toch niet eventueel een tijd op de bank zitten te wachten voordat ze kunnen instromen? De voorzitter: De heer De Geest: De heer De Geest: Nee, maar dat is ook echt de bedoeling, dat het natuurlijk geen gat oplevert inderdaad in de zin van dat wanneer mensen gewoon echt, nou ja, willen starten maar wanneer wij ook willen dat ze kunnen starten, dat dat ook gewoon vrijwel direct eigenlijk kan.

En als dat niet kan in het inburgeringstraject, dat je in ieder geval op deze manier daarin voor de mensen die dat ook het hardst nodig hebben, waarbij het ook echt wat oplevert in termen van het succesvol, sneller maar ook met meer kans inderdaad gewoon als ze eenmaal door het traject heen zijn, richting bijvoorbeeld meedoen en naar werk bij voorkeur, dat je dat ook op die manier zo vormgeeft. Dus dat is ook de hele opzet natuurlijk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter, eigenlijk aansluitend op de vragen die ervoor waren. Voldeden de taalaanbieders in het verleden niet of in hoeverre worden zij serieus genomen in dit hele traject? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Nou, dat is niet de achtergrond van hoe dit komt natuurlijk. Dat heeft niet te maken met dat ze niet voldoen, zeker niet. Het heeft te maken, maar dat ziet u ook in de stukken, A, dat wij proberen om te zorgen dat mensen niet thuis komen te zitten te lang omdat ze moeten wachten op het kunnen starten met inburgering. Maar ook dat we daarmee niet zozeer iets proberen te organiseren wat vulling van tijd is maar wat versterking van het traject is.

En daar trekken we iets mee naar de voorkant en dat noemen we in dit geval even die brede startklas vanuit verschillende facetten die helpen om soepeler en sneller en sterker door dat inburgeringstraject heen te komen. Maar dat heeft zeker niks te maken met het taalonderwijs dat dat niet zou voldoen of iets in die trant. Wij nemen ze daar zeer serieus in en daar doen ook heel veel mensen in het veld hun stinkende best voor. De voorzitter: Dank u. Hebt u nog een vraag, heer Kaya? De heer Kaya: Ja. De voorzitter: Ja, dan komt nu uw vraag. De heer Kaya: Fijn dat het ook zo ervaren wordt. In hoeverre wil de portefeuillehouder deze taalaanbieders ook aan de voorkant meenemen in plaats van dat er achteraf bij deze taalaanbieders aangeklopt wordt? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Nee, we gaan dit traject zoals we dat hier nu voorstellen in aanbesteding zetten dus dat lijkt mij wel heel erg aan de voorkant. De voorzitter: Oké. Mevrouw Schmidt, u wil hierop inhaken? Ja, ga uw gang.

4 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter, ik wilde hem eigenlijk bewaren maar nu het toch over de aanbesteding gaat gooi ik hem er maar in. Ik heb al met de wethouder ook informeel een goed gesprek gehad maar ik wil de vraag in het openbaar toch nog wel een keer stellen. Want wij hebben op dit moment ook al heel veel aanbieders in Deventer die ook een aanbod hebben, hetzij taal, hetzij een dagbesteding of ondersteuning voor deze doelgroep. Dus wij vragen ons af of het nou echt nodig is om zo'n uitgebreide aanbesteding te doen? Kunnen we niet gewoon kijken van, welk aanbod hebben we al in de stad en kunnen we niet in een soort samenwerkingsverband kijken wat er allemaal is en eventueel aanvullen wat nog nodig is? Want we gaan nu heel veel geld uitgeven voor een aanbesteding, we gaan daar een specialist voor inhuren, daar komen extra kosten bij. Onze fractie, Deventer Sociaal, zou liever zien dat we dat geld besteden aan mensen en niet aan dit soort trajecten. Dus mijn vraag is, waarom deze volgorde en waarom niet eerst geïnventariseerd wat er al is en kijken wat er dan eventueel bovenop nog nodig zou zijn? De voorzitter: Heer De Geest, de volgorde.

De heer De Geest: Nou, wij weten natuurlijk heel goed wat het is want dit zijn natuurlijk ook allemaal partijen die ook bij de evaluatie zijn betrokken omdat zij ook een belangrijk deel uitmaken van het totale veld van mensen die in Deventer als nieuwkomer bestempeld kunnen worden. En dan kennen we daarbinnen natuurlijk ook alweer gradaties hè. Dus sowieso de mensen die onder de huidige Wet inburgering vallen maar ook oude wetters maar ook mensen die vanuit een specifieke achtergrond een bepaalde begeleiding krijgen. En de verschillende organisaties waar u op doelt hebben ook vaak net even een andere methodiek, een andere doelgroep heel specifiek waar zij zich op richten. Bijvoorbeeld ook oude wetters waar het soms om gaat. En dat is allemaal wel van meerwaarde in wat zij doen maar wat we hier ook echt zeggen, en dit is wat we hier voorstellen, dit gaat om mensen, dit gaat juist om het helpen van mensen, hiermee versterken we gewoon hun kansen, hun doorlooptijd, hun succeskans. Maar daarmee ook wat er eigenlijk daarna aan verbetering plaatsvindt in kansen als ze helemaal klaar zijn met de inburgering richting bijvoorbeeld werk, dat element proberen we hiermee te versterken. Dat is ook echt iets anders nog weer dan wat al die organisaties doen.

Waarbij wij zeker niet zeggen dat datgene wat zij doen geen onderdeel kan uitmaken van zeg maar het pakket aan zaken die wij in die brede startklas met elkaar willen aanbieden. Maar dan gaat het wel om nieuwe mensen die nog niet deel uitmaken van hun dienstverlening en dat brengt ook een budgetvraag met zich mee. Vandaar dat dit aanvullend budget noodzakelijk is want dit kan niet binnen hun bestaande taken, capaciteit en budgetten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Maar zou de logische gedachte dan niet zijn om te kijken of we deze, nou ja, initiatieven die dan in de brede startklas plaats moeten vinden, of we die niet bij de bestaande partners gewoon kunnen beleggen? Maar ik ben een beetje zoekende naar waarom moet er nu zo’n uitgebreid aanbestedingstraject komen? De voorzitter: Heer De Geest. De heer De Geest: Ja, dat heeft echt te maken met de orde van grootte van het budget waar dit om gaat, de hoeveelheid mensen waar je hier gemiddeld rekening mee houdt die je hier probeert mee te helpen. Dat hebben we ook wel beschreven dat dat dan zou gaan om in ieder geval een vijftig mensen ongeveer in zo'n trajectroute. Dat brengt een bepaalde budgetvraag met zich mee die we u geschetst hebben, een aantal zaken die daar dan onder vallen aan activiteiten en bepaalde lessen die ze volgen en dat is dan aanbestedingsplichtig.

Dus dat is ook, er is geen kwestie van keuze eigenlijk op dat vlak, je bent echt aanbestedingsplichtig in deze vorm, op deze manier. En dat kan ook niet op een andere manier omdat je het dan ook niet als een doorlopende lijn kan behandelen. Want dan ga je versnipperd bepaalde trajecten versterken die op een andere manier werken dan hoe we dit nu echt bedoelen in een versterkende doorlopende lijn richting het inburgeringstraject. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Sipman daar nog op aan wil maken. Gaat uw gang.

5 Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, aanbestedingsplichtig ben je vanaf, als ik het zo zie, 221.000 euro. Wat nou als je die taallessen eruit haalt en apart toewijst aan opleidingscentra, kom je dan nog steeds boven dat bedrag uit of niet? Zijn er variaties in mogelijk? Dat is een beetje de vraag, in hoeverre is aanbesteden echt strikt noodzakelijk of kunnen we er ook creatief in zijn en daardoor ook onze lokale aanbieders extra kansen geven? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Laat ik even met het laatste beginnen wat u vraagt. Ik denk dat dat juist ook een hele belangrijke is. Sterker, dat zit ook in de uitgangspunten van het beleidskader wat we hier bij u hebben neergelegd, dat we lokale partijen daar ook echt bij willen betrekken. Want dat is juist de crux van wat we hier proberen te bereiken, om deze nieuwe inwoners van Deventer te betrekken bij onze samenleving. En in algemene zin klaar te maken voor hun nieuwe leven hier maar wel ook op Deventer gericht vanuit organisaties die daar gevoel en ervaring bij hebben. Dus dat is vooropgesteld altijd al denk ik een heel belangrijk uitgangspunt, al vanuit het kader maar ook straks vanuit hoe we dat proberen te betrekken op organisaties. Die daar hopelijk misschien samen in een mooi pakket met elkaar samen een bod kunnen doen wat we in die aanbesteding mee kunnen nemen. Dat lijkt mij een hele mooie.

Ik denk niet dat het kan zoals u het net schetst om het dan niet aan te besteden omdat ik, zoals ik net al zei, het eigenlijk ook gewoon een integraal pakket is van zaken die bij elkaar horen vanuit die versterking zoals we hem ook voor ons zien op de inburgering. Maar dat hoeft ook geen probleem te zijn als er partijen zijn die dat samen oppakken en dat met elkaar ook in een goed verhaal meenemen richting die aanbesteding. Wij zijn voor termijnen zoals die hier gelden voor twee jaar ook aanbestedingsplichtig, het gaat ook om de termijn, het gaat om het bedrag. Volgens mij zijn we bij een lager bedrag ook al vrij snel gezien de kosten waar het om gaat ook aanbestedingsplichtig. Dus, en ik zou ook willen maken voor allerlei trucjes van het opknippen van dingen om uit te komen op datgene wat u net schetst. Ik denk dat er een heel goed bod mogelijk is vanuit Deventer partijen in een aanbestedingstraject zoals we dat nou neer gaan zetten zoals we hem hier ook beschreven hebben. En ik kijk ook uit wat dat betreft naar hoe die partijen daaraan zullen deelnemen en wat ze daarin zullen gaan aanleveren. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan verder naar de volgende, mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, GroenLinks heeft een vraag over het leidend principe, we doen het samen met de keten en de samenleving.

Waarin in het stuk staat dat het als gemeentelijke taak wordt gezien om samen met de keten verder te ontwikkelen. Toch een vraag over, hoe ziet dat dan eruit en wie neemt hierin de regie? Want de inburgeringsconsulenten die zitten al tot over hun oren in het werk dus ik neem aan dat zij dat eigenlijk ook niet aankunnen. Dus ja, hoe wordt het vormgegeven? Er is ook wel eens gesproken over een convenant. Ook belangrijk, hoe voorkomen we dat we bijvoorbeeld met een aanbesteding de verschillende partijen in de keten tot concurrent maken? De voorzitter: De heer De Geest. Volgens mij waren er drie of vier vragen maar als u het kort en bondig zou kunnen houden dan zou dat fijn zijn. De heer De Geest: Nou, kijk, de gemeente neemt daarin ook gewoon de lead. Wij zijn natuurlijk ook de partij die vanuit de Wet inburgering verantwoordelijk zijn voor de inburgering van deze mensen. Dat is ook gewoon bij wet zo bepaald. Is dat dan een taak vanuit de inburgeringsconsulenten? Nou, wij hebben ook al hier voorgesteld natuurlijk om dat ook gewoon qua caseload te verminderen. Daarin hoop ik ook dat dat ook de werkdruk, verwachten we ook de werkdruk ook echt vermindert waarmee je ook uiteindelijk dus ook meer tijd en aandacht kan besteden per persoon binnen je caseload.

We hebben natuurlijk ook gewoon vanuit de contacten ook met de verschillende organisaties in Deventer natuurlijk ook gewoon beleidsmatig veel afstemming over hoe we dit ook samen oppakken. Netwerkbijeenkomsten die daarvoor worden georganiseerd tussen partijen ook om elkaar te leren kennen, elkaars methodieken te kennen, doelgroepen waar mensen zich soms specifiek vanuit kennis en ervaring op richten. En dat we ook zo op die manier blijven organiseren en vormgeven en het ook echt als een

6 gezamenlijk traject te zien met elkaar. Dat is wel cruciaal. En ik ga er ook vanuit dat op die manier dat ook leidt tot samenwerking en zeker niet tot concurrentie. Maar goed, daar moeten we ook aan blijven werken met elkaar, om al die partijen ook veel bij elkaar te brengen en met elkaar te blijven uitwisselen. De voorzitter: Dank u. De heer Kamphuis, gaat uw gang. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit nog even met de vraag, ik hoor een aantal keren, we moeten dingen naar voren halen. Zijn er überhaupt nog wachtlijsten voor de inburgering en praten we dan over statushouders of gezinsmigranten? En ja, ook een beetje in het verlengde daarvan, als we die tot 500.000 euro per jaar aan brede startklas nou niet daaraan uitgeven, wat gaat er dan mis? Wat gaat ons dat kosten? Wat is de businesscase voor om zoveel geld daarin te gaan stoppen? De voorzitter: De heer De Geest. Ik hoor alweer meerdere vragen. Gaat uw gang. De heer De Geest: Ja, meerdere vragen. Maar volgens mij zit die essentie juist ook in de stukken, in datgene wat we u hebben aangeleverd. Wat gaat er mis op het moment dat we dit niet doen? Volgens mij is dat ook precies wat we hebben geschetst, namelijk dan hebben wij mensen die vaak al jaren in de wacht hebben gezeten, vanuit alles wat ze hebben doorlopen, gevlucht, gezinshereniging in gevallen.

Maar alles wat dat met zich meebrengt al een jaar in wachten, die laten we langer wachten op hun inburgering, dus op het kunnen meedoen in de Deventer samenleving. Ervaring leert, en dat is niet iets wat we hier in Deventer alleen maar weten maar wat we ook om ons heen horen in den lande, is dat je mensen daarmee kwijtraakt. Dat het steeds moeilijker wordt om ze te bereiken, om ze gemotiveerd te houden en ook om daarmee onderdeel van de samenleving te laten zijn. Wat wij ook schetsen in dit stuk is, de verwachting is, maar dat moet zichzelf bewijzen, is dat wij ook ervan uitgaan dat dit ertoe leidt dat mensen makkelijker naar werk toe te begeleiden zijn. Sneller dus ook korter in de uitkering zitten. Als u het over een businesscase heeft. Nou, ik gooi het liever op mensen in dit verband en hoe we ze ook in dit geval vooruithelpen in onze samenleving dus dan vind ik welzijn daarin leidend. Maar ook omdat we het wel moeten financieren met elkaar is dat absoluut dan onderdeel van, om het maar even zo te noemen, een businesscase. Wat je jezelf daarin ook gewoon bespaart en wat we hier aan de voorkant investeren om dat succesvoller en sneller te maken. De voorzitter: Heer Kamphuis, korte reactie. De heer Kamphuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, toch een vervolgvraag want ik vind, in de stukken zie ik allemaal kwalitatieve uitingen staan.

Allemaal, we denken dat, het kan beter, het kan sneller, het moet sneller maar het is voor mij niet concreet genoeg. En ook, ik heb nog steeds geen antwoord op de vraag, zijn er dan mensen op dit moment nog steeds die enorm aan het wachten zijn? Want ik meen me te herinneren dat de vorige keer is gesteld, er hoeft niemand meer te wachten. Maar dit is gewoon, dat was ooit de doelstelling maar daar gaan we niet meer mee bezig. Want het gaat er nu eigenlijk gewoon om dat het een goede toevoeging is, in het algemeen een brede toevoeging. Dat heeft helemaal niks meer met versnellen en wachtlijsten te maken volgens mij. De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Er zijn nog steeds wachtlijsten. Wij hebben uiteindelijk, en dat hebben we ook in de stukken opgeschreven, zo ook gezegd, uiteindelijk gaat het ook niet alleen maar om het wegwerken van die achterstanden of het voorkomen van die wachttijden, we kunnen dit nu ook gebruiken voor het doorontwikkelen van de inburgering door in dit geval die brede startklas ook echt te gebruiken voor een versnelling en voor een versterking. En daarmee ook te zorgen dat het voorkomt dat mensen onnodig lang moeten wachten maar dat is wel de doorontwikkeling ervan dan. De voorzitter: Ik zag dat mevrouw Molenaar daarop wou reageren. Gaat uw gang.

7 Mevrouw Molenaar-Braaksma: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder praten over versnelling. Betekent dat de brede startklas dan eventueel het hele traject van de inburgering, dat het daarin mee kan worden genomen? Dus dat de inburgering korter is dan met behulp van die brede startklas? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Nee, want dat zou impliceren dat het eigenlijk de inburgering vervangt dan. Kijk, wat ik bedoel met versnellen is, het zal in gevallen, maar ook dat zal per situatie verschillen, ervoor kunnen zorgen dat mensen sneller door het inburgeringsdeel heen komen omdat ze gewoon versterkt begonnen zijn. Het geeft je, het loopt achterstanden in, het biedt bepaalde zaken die ze al helpt in zaken die ook in het inburgeringstraject hadden gezeten waarmee je dat in feite naar de voorkant kan trekken. Voor mensen die dat soms ook, nou, extra hard nodig hebben omdat ze vanuit een achterstand, bij gebrek aan netwerk, bij gebrek aan kennis over Deventer. Waarbij toch ook misschien wel een grotere taalachterstand dan anderen daarmee succesvoller kunnen zijn en mogelijkerwijze ook wat sneller erdoorheen lopen dan het geval zou zijn geweest als we dit niet hadden gedaan. De voorzitter: Ik zag de heer Van Wijk inderdaad ook voor een reactie. Gaat uw gang. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter.

Omdat we in de beeldvormende fase zitten stel ik de vraag even aan de portefeuillehouder. Maar zou ook in de beantwoording van de heer Kamphuis ook verwezen kunnen worden naar de antwoorden die u heeft gegeven op de vraag die de fractie van D66 heeft gesteld over in hoeverre dit beleid ook kwantitatieve voordelen heeft? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Ja, ik zou kunnen verwijzen naar de antwoorden die wij hebben gegeven op de fractie van D66. Dat zou ik zeker kunnen doen, ja. De heer Van Wijk: Dank. Ik wil, voorzitter, voorkomen dat we af en toe in rondjes gaan praten, vandaar. De voorzitter: Mevrouw Molenaar. Mevrouw Molenaar-Braaksma: Ja, sorry, voorzitter. Ik zit toch een beetje met een lastig onderbuikgevoel. Dat heeft te maken met die voorinburgering, die kost 10.000 euro per burger. Volgens mij kost de gewone inburgering ook 10.000 per burger. Ik voel gewoon nog niet waar nou, wie er per se in aanmerking komen voor de voorinburgering? Want enerzijds hoor ik de wethouder nu zeggen, het zijn mensen met een grotere taalachterstand. Eerder heb ik gehoord dat het juist mensen zijn die misschien sneller kans hebben op een plek op de arbeidsmarkt. Ja, ik zou zo graag willen dat de wethouder mijn onrust daarin wegneemt op een of andere manier. Ik weet niet of ik dat van hem kan vragen? De voorzitter: Wie weet. Heer De Geest.

De heer De Geest: Als ik onrust kan wegnemen dan zal ik dat altijd proberen. Ja, op het gevaar of dat het flauw is maar ook hier hebben we volgens mij in ieder geval in relatie tot die bedragen, de 10.000 waar u naar verwijst, ook bij de technische vragen bij de Voorjaarsnota een aantal antwoorden gegeven aan fracties over hoe u dat kan zien in verhouding tot. En dan is dit ook echt, dan zijn die bedragen die echt in verhouding staan ook tot de bedragen die we sowieso ook aan inburgering uitgeven. En waarbij we dit beschouwen als een voorinvestering om het zo te zeggen die we, waarvan we ook echt denken dat die terugverdiend kan worden. In de zin van, nou ja, het succesvolle karakter van de inburgering, het versterken van die inburgering en datgene wat er dan nog nodig is later bijvoorbeeld in de zin van uitkering, wanneer ze daar niet in belanden of er sneller uit zijn, juist door die investering die je aan de voorkant doet. Dat stellen we hier voor, voor de termijn van twee jaar, om daarin ook wel met elkaar op dit vlak te kijken hoe dat uitpakt. Zit daar een onzekerheid in? Ja. Is het de moeite waard om dit

8 zo te proberen vanuit wat we met elkaar zien en ook hoe we hiermee moeten leren werken? Ja. Dit is echt wat betreft het college de moeite waard gezien de groep mensen de extra kansen die we ze daarmee helpen bieden, de versterking die het zal bieden om deze investering te doen voor die duur van twee jaar. Daarmee te leren en goed te kijken hoe we dat daarna ook, als het succesvol is, voort te zetten. Dus ik hoop dat dat in ieder geval vanuit de openheid die het ook in zich heeft, ook de kwetsbaarheid, maar dat zal ik ook eerlijk gewoon hardop zeggen hierin, dat het u daarmee in ieder geval helpt dat het op zijn minst de moeite waard is om dit zo te proberen. Want dit zijn allemaal nieuwe inwoners van Deventer waar we mee naar de voorkant echt een aantal zaken kunnen bereiken. En we hebben onze mond vol in onze samenleving over preventie op heel veel andere terreinen, in feite is dit brede leertraject ook een vorm van preventie. Je trekt iets naar de voorkant, je verlengt het, je versterkt het. Je hoopt dat daarmee bepaalde zaken aan de achterkant, dat verwachten we, beter en succesvoller uitpakken. Past eigenlijk in diezelfde gedachtegang. De voorzitter: Dank u. Ik zag dat mevrouw Eltink wou reageren. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Eltink: Nee, ik heb eigenlijk nog één kleine aanvullende vraag en dat gaat eigenlijk over de aanbesteding zelf.

Wanneer gaat die de deur uit? Volgende week als wij de Voorjaarsnota vaststellen gaan wij twee keer 500.000 euro reserveren voor twee jaar een brede startklas. Maar stel dat om wat voor reden dan ook wij bijvoorbeeld de 17e juli niet instemmen. Of dat bij de begroting blijkt vanwege de meicirculaire of weet ik veel wat, allerlei andere oorzaken zeggen, ja, wij moeten keuzes maken dus wij schrappen toch maar de brede startklas. En terwijl de aanbesteding dan misschien al loopt dus mijn vraag is even, hoe ziet dat er in de tijd uit? De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Nou, de huidige financiering voor het traject zoals het nu loopt, dat loopt tot 1 januari. Dat is in ieder geval financieel afgedekt. Vandaar ook wel dat je een bepaald tijdsbestek moet doorlopen voor de opvolging daarvan, de doorontwikkelde versie daarvan. In september starten wij de aanbesteding, dat wordt nu voorbereid. Dat hangt natuurlijk wel af van de besluitvorming van de raad maar daar is wel al wel gewoon op voorbereid zodat je die tijd niet verliest en je ook in september dat wel kan starten. Formeel vindt het definitieve besluitvormingsmoment plaats in de begroting maar wij hebben natuurlijk al wel dan duidelijkheid in ieder geval over het voornemen van de raad vanuit de Voorjaarsnota zodat we die aanbesteding kunnen starten.

Maar het formele vastleggen van budgetten gebeurt nou eenmaal via raadsbesluit in november. Ja, en de zaken die u net noemde over, wat als? Ja, dat moet je dan naar bevind van zaken tegen die tijd bekijken. Mocht dat aanleiding geven tot andere overwegingen, doet niks af aan alle argumenten die ik net noemde, maar dat is dan aan de orde. Maar dit willen we op die manier zo neerzetten zodat je ook klaar kan zijn om op 1 januari verder te gaan eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Schmidt zag ik ook voor een reactie. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil nog aanvullen op de vraag van mevrouw Molenaar. Even concreet voor de duidelijkheid, bij de normale inburgering gaat het dus om 10.000 euro per persoon en daar zou dus nu nog eens een keer 10.000 euro bij opkomen. Dus dan zou het 20.000 euro per persoon zijn. Klopt dat? De voorzitter: Heer De Geest. De heer De Geest: Rekensommetjes beschouw ik altijd als vrij technisch. Het zal ook aan mijn rekenvaardigheden liggen schat ik in. Directe som kunt u in ieder geval niet zo maken door dat één op één bij elkaar op te tellen want het heeft ook te maken met doorlooptijden van bepaalde groepen en van mensen in trajecten. We hebben volgens mij geprobeerd een aantal zaken daar ook van toe te lichten in ieder geval in de technische beantwoording.

Maar volgens mij kunt u in ieder geval niet de rekensom zo maken door te zeggen, 10.000 plus 10.000 dus dat betekent dat het daarmee veel duurder wordt. Dat ligt echt wel wat genuanceerder in hoe u daarnaar zou moeten kijken volgens mij. Maar we zouden daar even naar kunnen kijken of we daar nog een toelichting op kunnen geven.

9 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, dat zou ik erg prettig vinden en het liefst nog voor de Voorjaarsnota. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Geest: We gaan even kijken wat we daarin kunnen ter verduidelijking want het is even zoeken naar van, hoe kan je hiernaar kijken in termen van hoe dat wel of niet optelt. De voorzitter: Goed, ik zie daar een reactie van mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, eigenlijk nog een reactie naar aanleiding van de vragen van de heer Kamphuis, om maar eventjes wat terug te vallen. En dat gaat hem eigenlijk over de wachtlijsten. In hoeverre, en het kan zijn dat het mij ontgaan is, maar in hoeverre gaan we nu met dit budget ook die wachtlijsten terugbrengen tot nul? Want dat is ook een onderdeel van het versnellen van het inburgeringstraject. De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Sowieso vanuit de caseload van de inburgeringsconsulenten, daar gaan we natuurlijk ook dat ze dat gewoon beter kunnen behappen in de aantallen mensen. En ook in de begeleiding daarvan, dat helpt al in de doorloop. En voor een deel hangt het ook echt af van capaciteit natuurlijk bij de inburgeringstrajecten en dat hangt ook weer af van de instroom natuurlijk. Waarvan we ook weten dat we daar weinig grip op hebben omdat dat ook kan toenemen. Dus los je hiermee wachtlijsten op? Je voorkomt wachttijden omdat mensen al starten, dat is nog weer wat anders.

Maar we weten ook niet goed wat de instroom is en of die nog verder toeneemt, zodanig dat dat ook weer een verzwarende factor betekent. De voorzitter: Goed, we gaan gauw door naar de heer Van Wijk. U hebt geen vraag. Mevrouw Eekhuis, ook geen vraag. Prima, uitstekend. Dan zijn we dus blijkbaar aan het einde gekomen van deze beeldvormende sessie. Heb ik een vraag eigenlijk aan de portefeuillehouder. Kunnen we hier nog een nieuwe sessie agendatechnisch voor gaan plannen of wilt u dit per se voor de vakantie geregeld hebben? Hoe gaan we dit doen? Want we hebben nog tien minuten voor eventueel oordeelsvorming. De heer De Geest: Ja, voorzitter, ik ben niet de agendacommissie in mijn eentje maar ik kan u wel even schetsen wat in ieder geval de situatie is. En dat is heel simpel, wat ik net ook al schetste met betrekking tot het belang dat er per 1 januari in ieder geval wat betreft het voorstel zoals het hier ligt, maar goed, de raad heeft nog geen oordeel uitgesproken op dat vlak, maar vanaf 1 januari dat je in ieder geval verder wil met een aanbestede brede startklas. Dan moet je dat in september wel in gang gaan zetten in de aanbesteding zoals ik net noemde. Dat wil ook zeggen dat wij, en het gaat hier natuurlijk uiteindelijk om het beleidskader inburgering, dat is wel het document wat hier voorligt.

Dat is wel de basis die eronder ligt vanuit uitgangspunt en principes waar we dan wel van uit moeten kunnen gaan op het moment dat je zo'n aanbestedingstraject start. Want dat is een belangrijke basis die je meegeeft aan partijen voor het aanbod wat ze doen. Dus het is niet zo dat we dit over de zomer heen kunnen trekken want dan lopen we echt helemaal vast en fout en dan wordt die lastig. Dus hoe dat ook in tijd te doen is, dat durf ik niet te zeggen en is niet aan mij, ik schets u even de consequenties. De voorzitter: Nou, dat vermoeden dat hadden wij dus al. Maar goed, agendatechnisch zal dat niet al te makkelijk in te plannen zijn. Heer Kaya, u wil daarop reageren? De heer Kaya: Ja, voorzitter, want naar aanleiding van de vragen van mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal heeft DENK ook nu als wij een oordeel willen geven over dit hele gebeuren willen we natuurlijk wel die antwoorden hebben met betrekking tot de 10.000 plus 10.000. Want dat, ja, is toch wel heel erg belangrijk om daarover nog te kunnen lezen en een oordeel over te kunnen geven. De voorzitter: Ja, dat is een terechte vraag. De heer De Geest.

10 De heer De Geest: Ja maar voorzitter, het voorstel is veel breder en behelst veel meer dan datgene waar nu de opmerkingen over gemaakt worden. Laten we ook even wel oog op de bal houden. En in dit geval is het een wat grotere bal dan de bal waarmee gespeeld wordt. Het gaat hier uiteindelijk om het beleidskader inburgering, dat hebben we gewoon nodig als belangrijk uitgangspunt van, waar staan we met elkaar, wat vinden we belangrijke uitgangspunten? Daarin hebben wij onder andere opgenomen het voorstel dat bij de Voorjaarsnota besloten wordt, dat is volgende week, dus die hebben we allebei nodig als besluit. En formeel besluit u via dit voorstel over het beleidskader, niet over de brede startklas want dat zit feitelijk in de Voorjaarsnota. En eigenlijk pas wat ik al zei in de begroting maar in ieder geval even qua principe-uitspraak in de Voorjaarsnota met betrekking tot het budget wat daarin is gereserveerd. Hij wordt hier ook genoemd omdat je het wel als een integraal pakket moet zien. Ik geef u dat wel even mee want dat is wel van belang voor datgene waar de raad wel en niet toe besluit nu. Maar wat wij ook echt nodig hebben, en waarbij ik ook echt de indruk heb dat een aantal van de vragen, ik doe niks af aan het belang van de vragen op dat vlak, maar die niet per se noodzakelijk zijn om hier in ieder geval een besluit over te kunnen nemen. De voorzitter: Oké, dank u.

Ik, ja, we moeten toch voelen, we hebben nog een paar minuten maar we moeten toch eventjes een optie voorleggen. Dus er is geen ruimte meer in de normale agenda voor de vakantie dus we hebben een optie, of er moet een extra avond gepland worden voor oordeelvorming of we nemen hem mee naar de raadsvergadering en eventueel degene die dat willen kunnen daar hun oordeel nog uitspreken. Wat … De heer Kamphuis: Voorzitter? De voorzitter: Sorry, mevrouw Eekhuis zag ik een vinger. Uw reactie. Mevrouw Eekhuis: Ik stel voor dat we de agendacommissie vragen om een extra moment te zoeken. De voorzitter: Ja, dat snap ik maar in de reguliere agenda zal dat … Mevrouw Eekhuis: Nee, maar dat komt helaas wel vaker voor, voorzitter. Ik vraag toch, ik doe toch dat verzoek. De voorzitter: Ja, prima. Dat is goed. Dat was ook mijn vraag. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Nou, ik krijg nu een beetje het idee dat voor mij is, als we over het beleidskader stemmen dan is voor mij een heel belangrijk onderdeel van het beleid, gaan we iets doen aan een brede startklas ja of nee? Maar dan krijg ik eigenlijk te horen, dat timmeren we volgende week af bij de Voorjaarsnota en daarna gaan we hier nog over stemmen. Ik vind het voor mijn gevoel een beetje een rare volgorde. Want dan was … Ja, dan is het al een gedane zaak of zie ik dat dan weer verkeerd? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis.

Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, volgens mij, maar zoals ik het zie hebben we het volgende week over het potje met geld en hebben we het met het beslissen van dit stuk uiteindelijk over de invulling waarvoor dat potje geld bedoeld is. De voorzitter: Mevrouw Schippers, u wilt daarop reageren. Mevrouw Schippers: Dank u, voorzitter. Nou, ik wil me wel een beetje aansluiten bij mijnheer Kamphuis want we stellen een Voorjaarsnota vast waar we zwaar tekortkomen dus dan moet je al keuzes maken, ook in keuzes in beleid die je maakt. Dus het is nog maar de vraag of we dit beleid zoals die nu staat willen vaststellen? Dus ik snap aan de ene kant het belang bij dat we snel antwoorden hebben en keuzes maken in het beleidsstuk. Tegelijkertijd gaan we daarmede dus eigenlijk al vanuit dat we het zo vaststellen als het er is want er moet een aanbesteding komen.

11 De voorzitter: Ja, mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Nee, we sorteren …Dank u wel, voorzitter. Zoals ik hem begrijp, en correct me if I’m wrong, sorteren we voor in de Voorjaarsnota, maken we een potje gereed en kunnen we hem later nog invullen. Dat potje wordt zelfs ook pas, weet je, het wordt formeel pas, zoals de wethouder net horen zeggen, in november bevestigd en in september zou de aanbesteding gaan lopen. De aanbesteding kan nooit niet gaan lopen als wij inhoudelijk geen keuze hebben gemaakt over dit stuk. De voorzitter: Mevrouw … Ja? Mevrouw Schippers: Dank u, voorzitter. Nee, dat is dus ook mijn punt. De aanbesteding moet dan in september dus daarom moeten wij binnen twee weken hierover gestemd hebben. Maar daarmee gaan we er dus eigenlijk bij voorbaat al vanuit dat we gaan aanbesteden en dat we die brede startklas willen doen. De voorzitter: Heer De Geest, kunt u daar misschien heel kort een antwoord op geven? De heer De Geest: Voorzitter, volgens mij zit er volgende week in de Voorjaarsnota een voorstel hier om een reservering te doen, want daar komt het eigenlijk op neer, wat je in de Voorjaarsnota doet voor de middelen die wij voor die brede startklas voor oog hebben voor de duur van twee jaar.

Op het moment dat de raad daartoe besluit, u kunt bij een Voorjaarsnota altijd andere besluiten nemen, de Voorjaarsnota amenderen, dan is in ieder geval helder wat de raad daarmee wil. Dat is in ieder geval het moment als je het bekijkt in relatie tot het budget. Dan weten wij in ieder geval waar we aan toe zijn voor wat betreft wat er in september in gang moet worden gezet en wat je definitief besluit in november bij een begroting. Deze principes, dat is het overstijgende verhaal. En daarom is het ook best wel een bijzondere discussie op deze manier omdat het eigenlijk niet gaat over datgene wat hier nu voorligt. Namelijk deze uitgangspunten die we ook moeten hebben op het moment dat we naar buiten gaan en tegen partijen zeggen, dit vragen we van jullie. Dit is wat jullie moeten leveren met elkaar ter bevordering van inburgering en die heb je ook nodig op dat moment. Dat kan prima nog in de raad van de 17e want dat was natuurlijk waar het geagendeerd zou worden. Dat zou niet bij de Voorjaarsnota besproken worden. Maar in die volgorde der dingen moet u het zien. Besluit u anders bij de Voorjaarsnota, hoeven wij geen aanbesteding in gang te zetten in september. Zo simpel is die ook. Ik zou u anders aanraden, want wij doen dit voorstel niet voor niets, maar bij de Voorjaarsnota zit het budget er nu in ieder geval in gezet om dat te reserveren.

Zo werkt dat nou eenmaal gewoon in de cyclus. De voorzitter: Goed. Ik zie mevrouw Sipman die daarop wil reageren. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat betekent dus hypothetisch gezien, wij brengen het bedrag in de Voorjaarsnota volgende week omlaag naar, ik noem maar wat, een ton. Ik zeg maar wat hè? En we stellen die week daarna dit beleidskader vast, dan heeft u al per direct een gat in de begroting of niet? Hoe moet ik het dan zien in de verhouding? De voorzitter: Heer De Geest. De heer De Geest: Wij doen natuurlijk een voorstel hier met daarbij een raming voor een budget dat past bij wat je hier voor ogen hebt. Maak je daar een ander budget voor, dan kan je niet doen wat je hier voor ogen had. Zo simpel is die dan ook. De voorzitter: De heer De Niet wil daarop reageren zie ik. Gaat uw gang. De heer De Niet: Ja, misschien want volgens mij kunnen we prima volgende week, en natuurlijk, als je het bedrag naar beneden wil brengen dan kun je dat doen maar dat heeft wel gevolgen. Het zou wat ons heel zorgvuldig zijn omdat we nog niet het beleidsstuk hebben vastgesteld. Dus volgens mij moeten we, kunnen we prima eerst het

12 bedrag reserveren in de Voorjaarsnota en daarna dit bespreken. Als we dan besluiten, we willen toch geen brede startklas of we willen hem anders of we willen hem goedkoper of we willen hem nog duurder, dan heeft dat daarna gevolgen uiteraard voor consequenties. Maar dat kunnen we prima in die volgorde besluiten volgens mij. En als we besluiten, we hebben hem niet nodig, dan valt er geld vrij. Nou ja, dat zien we dan wel wat we ermee doen. Maar volgens mij, dat is dan de volgorde. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, daar ben ik, dank u wel, voorzitter, ben ik het niet geheel eens met de heer De Niet. Want dat betekent ook dat we dat geld wat we hiermee reserveren en mogelijk niet willen gaan uitgeven uiteindelijk hieraan, dat we dat niet vast kunnen reserveren voor andere wensen die we ook hebben. We hebben natuurlijk wel te maken met schaarste nu in de Voorjaarsnota. De voorzitter: Oké. De heer De Geest. De heer De Geest: Voorzitter, dat leg je pas vast bij de begroting dus dat is echt de ruimte die uzelf heeft om daar op een later moment, wanneer u toch tussentijds andere keuzes heeft gemaakt, want er zit nog wel wat tijd tussen een Voorjaarsnota en een begroting en een raad kan dan andere keuzes maken die ook afwijken op een Voorjaarsnota, en dat bepaalt de raad pas bij een begroting.

Ik zou het u afraden vanuit simpelweg de inhoud hiervan uit waarom we dit voorstel zo doen. De meerwaarde die wij ook hier zien en waarvoor we dit voorstel ook hebben gedaan. Overigens is het ook heel normaal, en dat geef ik u ook even mee, om vaker pas nadat het beleid zeg maar is vastgesteld, want dat doe je pas in november, dus als je op 17 juli als raad deze kaders vaststelt is het helemaal niet raar dat je op een later moment pas definitief je budget vaststelt want dat is bijvoorbeeld bij inzet op geldzorgen ook zo gegaan. Dat zijn eerst de uitgangspunten, de principes en de acties en daarna is er gewoon budget bij een begroting geregeld. Dat gebeurt vaker zo en dat is hier eigenlijk ook niet anders. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een reactie van mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: De begroting, dat geldt voor 2025. Dus er kan nu nog helemaal nergens niet op dit moment opeens andere mensen dat potje krijgen. We kunnen het alleen vast bestemmen met ingang van 1 januari 2025. Voorzitter, ik ben even heel erg op zoek naar, we begonnen toen straks, tenminste ik begon en dan heb ik het misschien verkeerd begrepen, maar met aan te geven wat ik graag zou willen.

En ik zou graag nog een raadstafel willen, indien het mogelijk is, en dat zou mijn vraag zijn aan de commissie om hier nog oordeelsvormend over te kunnen praten? Misschien wel op 17 juli, maar goed, dat weet de agendacommissie vast in haar wijsheid zelf wel te bedenken. De voorzitter: Ja. U komt dus terug inderdaad op de beide opties die ik gegeven heb. Mevrouw Eltink, heel kort. Mevrouw Eltink: Ja, ik kan me daarbij aansluiten en dat mag voor mij ook op een dinsdagavond zijn of een donderdagavond of vrijdagavond. De voorzitter: Nou, daar ontkomen we denk ik ook niet aan want … Mevrouw Eltink: Dat interesseert me verder niet. Maar ik denk dat het goed is dat we wel even toch proberen voor die 17e dat gesprek te voeren dan dat we een discussie gaan voeren eventueel in de raadsvergadering. En ik kan me ook wel heel erg vinden in de woorden van de wethouder want ja, we blijven heel erg lang hangen in die brede startklas maar het stuk wat voorligt is natuurlijk heel veel meer en daar moeten dan toch echt oordeelsvormend over praten. De voorzitter: Prima. Ik zou graag inderdaad even de bevestiging willen als mensen het daarmee eens zijn om ... Ja, de heer Van Wijk, heel kort want we zitten op de tijd namelijk.

13 De heer Van Wijk: Wat mevrouw Eekhuis zei, en dat we inderdaad vaker geld en beleid vaker los over besluiten vooraf, achteraf geld dus die wou ik ook ondersteunen. De voorzitter: Goed, kan iedereen ermee instemmen om dan een extra raadstafel op een andere avond te plannen? Ik zie inderdaad bij de meeste instemmend geknik. Dan nemen we dat mee naar de … Nee, maar ja, goed, het is niet anders. We nemen dit mee naar de agendacommissie en u hoort nog van ons zogezegd. Dus nou, in ieder geval bedankt voor uw inbreng vanavond allemaal en ik wens u nog een fijne avond. Wordt vervolgd.

14

De voorzitter: We kunnen beginnen met de raadstafel Vangnet BUIG 2023. Dit is een oordeelsvormende sessie. Vorige week hebt u de beeldvorming gedaan en er zijn nog een aantal vragen die schriftelijk zouden worden beantwoord. Voorstelrondje aan tafel, Lauraine Van den Berg, Partij van de Arbeid, Jaap Terpstra, D66, Sanneke Molenaar, CDA, Aranka Schippers, DeventerNU, Kitty Schmidt, Deventer Sociaal, Hennie Eltink, Gemeentebelang, Christian Kamphuis, Deventer Belang, Anne Van der Meer, GroenLinks, Eva Sipman, VVD, Arie De Niet, ChristenUnie. De portefeuillehouder, de vervangende portefeuillehouder is Marcel Elferink. Hij wordt ambtelijk ondersteund door Hanneke Engels en Klaske Gonlag. Naast mij zit Carla Scheffer van de griffie, die ondersteunt mij als voorzitter en mijn naam is Erik Smeenk. Even een korte toelichting nog weer op het agendapunt. Het BUIG-budget is de gebundelde uitkering die de gemeente van het Rijk ontvangt voor het betalen van bijstandsuitkeringen. Als het budget niet toereikend is kan de gemeente bij het Rijk een aanvraag indienen voor een vangnetuitkering over afgelopen jaar. Dat is in Deventer het geval. De gemeente voldoet aan de voorwaarden die het Rijk stelt om in 2023 in aanmerking te komen voor de vangnetuitkering. Op basis van de realisatie over 2023 kan Deventer 149.870 euro voor vangnet 2023 aanvragen.

Bij het indienen van de aanvraag moet het college een verbeterplan maken. Doel van de verbetermaatregelen in dit plan is de daling van het aantal uitkeringsgerechtigden en een sluitende begroting. Het college moet aantonen en verklaren dat de maatregelen helpen dit doel te bereiken. Met deze verklaring moet de gemeenteraad instemmen. De raad wordt dan ook gevraagd in te stemmen met de verbetermaatregelen voor een vangnetaanvraag BUIG 2023. Op 26 juni vorige week hebben de fractievertegenwoordigers zich een beeld kunnen vormen. Daarbij heeft de portefeuillehouder toegezegd een schriftelijke toelichting te geven waarover de raad precies wordt gevraagd te beslissen. Deze toezegging is in het RIS geplaatst onder het stuk en is gisteren in het raadsinformatiesysteem gezet op welk concreet besluit genomen wordt en de verduidelijking over de nulurencontracten is daar ook aan toegevoegd. Ik wil eerst beginnen, nou ja, dit zijn nieuwe stukken dus laten we daar eerst als er nog vragen over zijn deze te kunnen stellen en daarna wil ik verdergaan met de oordeelsvorming. Dus zijn er nog vragen over de twee ingekomen verduidelijkende stukken van uw kant? Deze stukken zijn duidelijk voor u. Nou, dan gaan we door met de oordeelsvorming. Met andere woorden, wie mag ik het woord geven? Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter.

Op zich lijkt het een degelijk stuk, behalve dan dat we het stukje over de basisbaan. Want daar zijn we sinds 2021 al mee bezig en is tot op heden niet van de grond gekomen door capaciteitstekort, niet passend bij de marktvraag, noem maar op. En nu lijkt toch het college wel heel veel vertrouwen te hebben in die basisbaan en die argumentatie eronder lijkt mij, is mij nog steeds niet helder geworden. Dus eigenlijk de vraag aan de woordvoerders hier aan tafel ook, vinden zij de onderbouwing onder dit stuk basisbaan nu wel degelijk en hebben ze er vertrouwen in ook dat dit gaat helpen om tekorten op het BUIGbudget verder nu op te gaan vangen? De voorzitter: Zijn er mensen die willen reageren op de vraag van mevrouw Sipman? De heer De Niet, mevrouw Van der Meer. De heer De Niet.

15 De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Om heel concreet op de vraag van mevrouw Sipman in te gaan. Nou, nee, ik ben nog niet overtuigd dat dat op deze manier wel gaat lukken. Ik ben met u eens dat het eerder is mislukt maar wij staan wel positief tegenover om het wel te gaan proberen want we hebben wel geloof in dat het wel kan als we het goed doen. Dus het is vooral ook dat het wel degelijk iets kan opleveren want in Groningen heeft het wat opgeleverd, zijn ze er heel positief over. En geeft het mensen die heel lang aan de kant staan eindelijk een zinvolle invulling van hun dag en doen ze ook in die zin iets voor hun uitkering. En is het ook echt een baan voor ze en dat is best wel belangrijk om mensen deel te laten nemen aan de samenleving. Dus in die zin geloof ik er wel in dat het kan en is het vooral een extra aansporing aan het college en aan de wethouder om te zorgen, ga er nu wel een succes van maken en kom dus met een goed voorstel waarin je ook onderbouwt dat het een succes wordt. Dus dat is wel wat wij dan verwachten van het college. De voorzitter: Hoe een korte vraag een heel antwoord oplevert. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter, ik kan het korter. In antwoord op de eerste vraag van mevrouw Sipman, nee. Maar er volgt namelijk ook nog wel een raadsvoorstel met de uitwerking van basisbanen. En een antwoord op de tweede vraag, ja.

De voorzitter: Kijk. Mevrouw Schippers. Mevrouw Schippers: Dank u, voorzitter. Nou ja, kort, ja, ik denk wel dat we het een kans moeten geven. En gezien we nu toch gaan over, joh, gaan we dit indienen, lijkt het me prima om hier in dit stuk te houden. De voorzitter: Ja, dank u. Mevrouw Schmidt en daarna mevrouw Eltink. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Antwoord op de eerste vraag, nee. Maar als ik de nadere toelichting van het college begrijp dan kunnen we op een later moment als raad hier nog van alles van vinden. Onze fractie vindt het wel belangrijk dat deze BUIG-aanvraag de deur uitgaat. Dus met de kanttekeningen dat wij wellicht op een later moment misschien bij de Voorjaarsnota al wel met aanvullende zaken komen zullen we op dit moment wel instemmen hiermee want anders dan lopen we ook middelen mis die we voor de kwetsbare doelgroep echt hard nodig hebben. Dus een uitdaging voor het college om er in het vervolg een succes van te maken maar op basis van de huidige ontwikkeling hebben wij wel grote vraagtekens. De voorzitter: Dank. O, het is een stuk korter. Ja, het was binnen de tijd zeg maar. Mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ja, ik wil er wel iets op aanvullen. Dat is namelijk naar aanleiding van de toezegging waar ook het een en ander geschreven is over die basisbanen.

En eigenlijk wordt er nu gezegd dat ze nog wel een verkenning vooraf gaan doen en als het kansloos is, dat ze het ook niet gaan doen. En ja, dat moeten we ook afwachten maar tegelijkertijd, ja, het biedt mogelijkheden, het gaat om twintig mensen actief in zo'n baan te krijgen. En als uit de verkenning blijkt dat het niet zo is dan stoppen wij en dan is dat, kan dat geld eventueel ook anders aangewend worden. De voorzitter: Dank, mevrouw Eltink. Zijn er nog meer mensen die willen reageren? Nee. Wie mag ik dan een volgende kans geven voor een oordeel? Mevrouw Schippers. Mevrouw Schippers: Dank u, voorzitter. Wij zijn erg tevreden over wat er nu voorligt, vooral ook omdat we toch weer geld van het Rijk erbij kunnen vragen en dat moeten we vooral op tijd doen deze keer. Daarnaast zijn we ook gewoon blij dat de toezegging al is dat we dit jaarlijks evalueren ook wat de maatregelen doen dus daar kijken we gewoon naar uit. De voorzitter: Dank. Wie kan ik … Lootjes trekken. Mevrouw Schmidt.

16 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Oordeel vanuit onze fractie. Ik heb vorige week al de opmerking gemaakt dat ik, dat onze fractie wel zorgen heeft op het moment dat we weer nieuw beleid gaan uitvoeren, hoe begrijpelijk ook, om deze BUIG-aanvraag te onderbouwen. Omdat we zien dat er vanwege de ambtelijke krapte ook eerdere voorstellen en beleid wat al is aangenomen zwaar in de vertraging zit. Dus met die kanttekening en de opmerking die ik net heb gemaakt over de basisbanen zullen wij dit voorstel steunen en kan de aanvraag de deur uit. De voorzitter: Ja. Gaan we even het rijtje af. Mevrouw Eltink en dan de heer Kamphuis. Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, Gemeentebelang kan het ook steunen. Bij ons zitten ook wel her en der wat vraagtekens maar goed, we krijgen een jaarlijkse evaluatie en het is wel belangrijk voor Deventer om deze gelden te ontvangen. Dus ik zou zeggen, ga door met dit verhaal. De voorzitter: Heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Deventer Belang vindt waar we nu over praten, de vangnetaanvraag, het is een middel om geld te krijgen dus in die zin staan wij er positief achter en kan die wat ons betreft de deur uit. We maken ons ook zorgen over een aantal beleidsmatige zaken eronder, waaronder ook de invulling van de basisbaan.

Maar daar hebben we het al over gehad, daar komen nog separate voorstellen voor dus dat houden we goed in de gaten. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, hopelijk is het de laatste keer dat we een tekort hebben, zeker nu het budgetaandeel voor 2024 is gewijzigd. Maar ook als er geen tekorten zijn is een dergelijke analyse nuttig, het smaakt kortom naar meer. De verbetermaatregelen lijken GroenLinks inderdaad ook de juiste. Ook heel goed om in te blijven zetten op de loonkostensubsidie. En, nou ja, GroenLinks noemt het een cultureel sensitieve aanpak, oude wetters. De portefeuillehouder noemde iets anders maar we zijn blij met de aandacht voor een cultureel sensitieve aanpak. De voorzitter: Wie kan ik nog meer het woord geven? De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het nu kort houden. Wij kunnen er mee instemmen met die, mijn bijdrage zat eigenlijk al in het antwoord ook van mevrouw Sipman, met de aandacht voor de basisbanen. Pak dat vooral goed aan en kom met een goed voorstel naar de raad. De voorzitter: U hebt prima aan uw gemiddelde gewerkt zo. Dank u. De heer Terpstra, dan mevrouw Molenaar. De heer Terpstra: Ja, dank u wel, voorzitter. D66 is ook blij met de aanvraag en hoopt dat we de gelden toegestuurd kunnen krijgen vanuit het Rijk. De voorzitter: Dank. Mevrouw Molenaar.

Mevrouw Molenaar-Braaksma: Dank u wel, voorzitter. Het CDA stemt ook in met de verbetermaatregelingen voor de vangnetaanvraag, helaas omdat we deze gelden hard nodig hebben. We hopen in de toekomst wat minder hard. De voorzitter: Ja. En als laatste mevrouw Van den Berg. Mevrouw Van den Berg: Ja, dank u wel. Ook wij kunnen ons vinden in het voorstel en we zijn ook blij dat bijvoorbeeld in het plan aandacht voor is dat werken ook echt loon bijvoorbeeld voor de vrijwilligersvergoeding en

17 een pilot met overnemen schuld. En ook heel goed om te zien dat er aandacht is voor het meenemen van ervaringsdeskundigheid dus dat is heel positief. Daarnaast nog wel een opmerking. Vorige week heb ik al gevraagd naar de maatregelen die voor specifiek de doelgroep jongeren worden genomen omdat uit analyse blijkt dat die groep relatief groot is in Deventer. Daarbij heb ik gevraagd naar ook het integrale jongerenloket wat wordt genoemd in het stuk. Uit het antwoord is toen niet gebleken wanneer dat loket er komt, hoe die ontwikkeling eruitziet en dat tijdspad daarbij dus daar zal ons fractie schriftelijk nog op terugkomen bij de betreffende portefeuillehouder. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u. Nou, roept dit een reactie op bij de portefeuillehouder? Bij de plaatsvervangend portefeuillehouder moet ik zeggen. De heer Elferink: Nou, volgens mij, dank u. Dank u, voorzitter, plaatsvervangend, ik had me goed voorbereid, dat merkt u natuurlijk. Nee, blij dat we dit verder kunnen brengen. Een stuk extra middelen ophalen bij het Rijk, daar gaat het hier natuurlijk over. Er werd net al even, er is hier geen sprake van nieuw beleid. Dus we komen bij u terug, we hebben gehoord hè, basisbanen, kritisch, jongeren, maatregelen dus dat is genoteerd. Dus voorwaarts wat ons betreft. De voorzitter: Dank.

Dus nou, er komen waarschijnlijk nog schriftelijke vragen vanaf de Partij van de Arbeid voor jongerenloket. En mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter, ik wil toch even een stukje verduidelijking. De wethouder zegt net, er is geen nieuw beleid. Maar bijvoorbeeld het nieuwe schuldhulpplan wat erin zit, het overnemen van schulden is volgens mij wel een nieuw beleid. Of heb ik dat verkeerd? De voorzitter: De plaatsvervangende wethouder. En hij wordt ambtelijk even bijgepraat dus komt goed. Succes. De heer Elferink: Past binnen bestaand beleid, IOG, Inzet op Ondersteuning en Geldzorgen. De voorzitter: Maar misschien, anders kunnen jullie misschien ook even … Mevrouw Engels, kunt u het misschien even beter uitleggen? Of mevrouw Gonlag, als het nodig is. Mevrouw Gonlag: Ja, het is een verdieping van de IOG. Daarin staat het bevorderen dat mensen mee kunnen doen zonder schulden centraal. Er is eerder al een aanpak gecommuniceerd om in te zetten op preventie. En ja, het zijn twee kanten van één medaille. Dus dit kan ook nodig zijn en daarvan gaan we ervaren of dat inderdaad zijn effect heeft op het meer laten participeren van mensen in werk. De voorzitter: Het is waarschijnlijk een voortzetting van bestaand beleid wat vernieuwend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14389662/1