2024-06-25 Beantwoording technische vragen CDA - Woonvisie
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen CDA – Woonvisie 25-6-2024 Teuni Scholthof (CDA) 25 juni 2024
Studentenhuisvesting: 1.
Kan er schriftelijk gereageerd worden op de uitkomst van de uitvoering van de motie Studentenhuisvesting (met het dictum: 'Te onderzoeken of de geschatte tekorten aan studentenwoningen correct zijn of aanscherping behoeven; In het kader van de woonvisie te onderzoeken hoe we de tekorten kunnen aanpakken, waarbij de aanbevolen acties in het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting worden betrokken')? Naar aanleiding van de motie is een regulier overleg (2 maal per jaar) ingesteld tussen Saxion (en Aventus), studentenhuisvester DUWO en de gemeente. Onderwerp van gesprek is ook altijd de behoefteraming, waarbij de meest actuele cijfers van de Landelijke monitor studentenhuisvesting leidraad zijn. De onderwijsinstellingen en DUWO beoordelen de extra behoefte aan studentenhuisvesting momenteel (2024) als beperkt. Gezamenlijk blijven we vraag en aanbod monitoren. Daarnaast is aangesloten bij een kennissessie vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met HBOstudentensteden. Voor het najaar van 2024 wordt met Saxion een Stadslab voorbereid over de (mogelijke) mismatch tussen vraag vanuit studenten en aanbod.
2.
Met welke partijen (naast DUWO) is gesproken over studentenhuisvesting? Saxion en Aventus, andere HBO-steden via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
3.
Vindt het Saxion het aanbod van studentenwoningen toereikend, gezien de ambities voor het uitbreiding van opleidingen? Het beeld is dat op dit moment vraag en aanbod met elkaar in evenwicht zijn. Er wordt een zekere toename van het aantal aanmeldingen voor het komende studiejaar voorzien. Met name voor internationale studenten en stagiairs is het lastig om woonruimte in Deventer te vinden.
4.
Zijn er cijfers over het aantal studenten dat thuiswoont, dat liever in Deventer op kamers zou gaan? Nee, mogelijk brengt het Stadslab hier meer inzicht in.
5.
Wordt er een relatie gezien tussen het aantal studenten dat in Deventer woont en het aantal jongwerkenden in de stad. Met andere woorden: hoe meer studentenwoningen, hoe meer jongwerkenden? Als een student meer verbondenheid met Deventer heeft dan enkel het volgen van een opleiding, bijvoorbeeld door hier ook te wonen, is deze logischerwijs ook sneller geneigd tot het zoeken van werk in deze omgeving na het afstuderen. Het bieden van voldoende studentenwoningen is dus van belang om hen beter aan onze stad te (kunnen) binden. Echter, het is wel van belang om hierbij ook de vraag in beeld te houden. Op dit moment beoordelen de onderwijsinstellingen en DUWO de extra behoefte naar studentenhuisvesting als beperkt.
Splitsing: 6.
Welke randvoorwaarden voor splitsing en woningdelen gelden momenteel? Zijn daar verschillen tussen stad, dorp en platteland? Splitsing Vanuit het Omgevingsplan, voorheen bestemmingsplannen kunnen we het volgende meegeven ter beantwoording van de vraag. Ja, er is een verschil tussen de stad (incl. dorpen) en het platteland als het gaat om de mogelijkheden tot het splitsen van woningen en woningdelen. Buitengebied In het buitengebied mag per bouwvlak 1 woning worden gebouwd tenzij anders is aangegeven. Een woning is daar bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Splitsen van de woning is dus niet bij recht mogelijk. Ook het bewonen van de woning door meerdere personen, die geen gezamenlijk huishouden vormen is niet mogelijk. Splitsen van de woning kan wel na vergunningverlening als sprake is van een karakteristieke woning en aan meerdere voorwaarden wordt voldaan, zoals dat de omvang van de te splitsen woning min. 1.000 m3 is en wordt bijgedragen aan het behoud en herstel van de karakteristieke waarden van de woning. Bebouwde kom In de stad hebben we het aantal woningen per bouwvlak niet vastgelegd. Met uitzondering van een paar zeer specifieke locaties. In de stad en de dorpen is het splitsen een woning in meerdere woningen dan ook mogelijk. Waarbij dat wel wordt beperkt afhankelijk van de toegekende functie.
Geldt de functie Wonen, dan zijn uitsluitend woningen in niet gestapelde vorm toegestaan. Wil je een dergelijke ‘grondgebonden’ woning dus splitsen, dan
moeten alle nieuwe woningen ook grondgebonden zijn, deze kunnen dan dus niet geheel of gedeeltelijk op elkaar zijn gesitueerd. Dat maakt het splitsen wel een stuk ingewikkelder, maar bij een groot bouwvlak met 1 woning zou je er voor kunnen kiezen deze te slopen en een twee-onder-een-kap of rijtjeswoningen terug te bouwen. Heel soms gebeurt dat ook. Hierbij moet overigens op de meeste locaties wel rekening gehouden worden met de regel dat een woning met de voorgevel in de voorgevel-bouwgrens gebouwd moet worden. Dat betekent dat de voordeur altijd aan de ‘voorkant’ moet zitten. Een rijtjeswoning kan daardoor bijvoorbeeld niet gesplitst worden in een voor- en achterwoning, waarbij de achterwoning via de achterkant te benaderen is. Indien de functie Wonen-Gestapeld geldt, is splitsen van de woning eenvoudiger. Dan zijn immers woningen die geheel of gedeeltelijk boven elkaar zijn gelegen wel toegestaan. Een woning met deze bestemming is dus eenvoudiger te splitsen in meerdere appartementen/ studio’s. Het Omgevingsplan, voorheen de bestemmingsplannen, stellen geen regels m.b.t. de omvang dan de woningen die bij splitsing worden gerealiseerd. Geen minimale woonoppervlakte dus. Alleen het bouwbesluit (nu onder andere opgenomen als regels in de bruidsschat) is daarvoor het toetsingskader. Daarnaast is de definitie van woning in de stad en dorpen ook anders dan in het buitengebied.
Hierdoor is het in de stad en dorpen ook mogelijk dat meerdere mensen in 1 woning wonen, die gezamenlijk geen huishouden vormen. Deze definitie wordt gehanteerd omdat steeds meer verschillende vormen van samenleven in een woning plaatsvinden die niet behoren tot het traditionele (al dan niet één persoons-) huishouden. Hierbij kan gedacht worden aan woongroepen, begeleid zelfstandig wonen, kamerbewoning e.d. Woningdelen Bij woningen met een WOZ-waarde tot de NHG-grens is bij woningdelen een omzettingsvergunning voor kamerverhuur is nodig als iemand 3 of meer kamers verhuurt. Dit is ook nodig als iemand zelf in de woning blijft wonen en daarnaast 2 of meer kamers verhuurt. In Hoofdstuk 2, artikel 4 van de Huisvestingsverordening zijn de randvoorwaarden opgenomen Huisvestingsverordening Deventer 2022 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Dit geldt voor de gehele gemeente. Er is dus geen onderscheid tussen stad, dorp en platteland. Parkeernormen: 7.
Op p.15 staat 'Verdichting wordt dus steeds belangrijker, maar er is wel creativiteit en eventueel maatwerk en omdenken (bijvoorbeeld parkeernorm/-hub, groen, woningoppervlakte) voor nodig.' Klopt het dat onze parkeernorm soms een drempel vormt om woningen te kunnen bouwen? Zo ja, wat wordt daar aan gedaan?
Bij de realisatie van nieuwe woningen hanteren we de bestuurlijk vastgestelde kaders. Het parkeerbeleid, waaronder de Nota Parkeernormen, is daarvan een onderdeel. Aangezien een groot deel van de woningen in bestaand bebouwd gebied wordt gerealiseerd, is de fysieke ruimte voor de ontwikkeling beperkt. Parkeerplaatsen, gebouwd of op maaiveld, vragen een deel van die ruimte. Wanneer de wens bestaat meer woningen te realiseren zonder daarbij extra parkeerplaatsen te realiseren, is er een aantal zaken mogelijk: • Dubbelgebruik; dit betekent dat dezelfde parkeerplaatsen gebruikt worden voor verschillende functies. Denk hierbij aan woningen naast een parkeerterrein voor de supermarkt. Doordat de piekbezetting nabij woningen en winkels niet op hetzelfde moment plaatsvindt, is dubbelgebruik een goede oplossing • Aanpassing van het woonprogramma; de parkeernormen variëren op basis van omvang of type woning (vrijstaand/ appartement/ segment/ bijzondere doelgroep). Door slim te ontwerpen en te programmeren kan er optimaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare ruimte.