CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-27 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 27 maart 2024

Raadsvergadering 27 maart 2024, gemeente Deventer9.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 27 maart 2023

Begin van de opname ontbreekt

De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. Afwezig zijn de raadsleden Akdemir en De Bokx (D66), Sipman (VVD) en Kleine Schaars (DB). Vanavond worden alleen moties vreemd besproken die vanwege het late tijdstip niet aan de orde zijn gekomen in de raadsvergadering van 20 maart. Gestart wordt met de eerste motie vreemd die wordt ingeleid door de heer Varenbrink. 1.

Motie vreemd: Vormgeving nieuwe reclame- en uitstallingenbeleid (PvdA-GL-D66)

De heer Evers: Gedacht wordt en een klein beetje kaders waarin het college dan stringenter beleid moet voeren, missen we eigenlijk in deze motie. Dus hij is nogal erg vrij te interpreteren en ook uit te voeren volgens ons voor het college. Hoe kijkt de heer Varenbrink daarnaar? De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Wat ons betreft, volgens mij staan er een aantal aspecten beschreven en een van de aspecten is verkeersveiligheid. Maar het is ook, zoals net aangegeven, het maatschappelijk denken. Onlangs hebben we de motie alcoholreclame aangenomen. Ik denk dat we ook in die richting moeten gaan denken hoe we daar met verstand mee om kunnen gaan. Daar willen we het college ook wat vrijheid in geven, juist ook omdat het heel erg ingewikkeld is om het vast te leggen, omdat we natuurlijk ook aan de landelijke norm vastzitten. De voorzitter: De heer Evers.

2 De heer Evers: Ja, iets met verkeersveiligheid, maar dat is nogal breed te interpreteren. Reclame vind je op allerlei plekken in de stad, op sommige plekken waar het helemaal niets met verkeersveiligheid te maken heeft. Hebben we het over alcoholbeleid gehad. Welke andere vormen van reclame met maatschappelijke impact zou je dan wel willen aanpakken, niet willen aanpakken? Ik mis daarin een beetje de richting en daarmee is de motie wat ons betreft ook bijzonder vrij. De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: De motie is inderdaad best wel vrij. Voor ons is denk ik ook van belang dat eerst het college met een voorstel gaat komen om in ieder geval het reclamebeleid te gaan updaten naar de huidige maatstaven en dan kunnen we daarna inhoudelijk het gesprek daarover gaan voeren in ‘…’ De voorzitter: De heer Evers tenslotte. De heer Evers: Een laatste opmerking. Updaten naar de huidige maatstaven? Ik zou niet weten wat de huidige maatstaven dan zijn. Maar ik wil graag het antwoord van het college afwachten hoe zij denken hieraan invulling te gaan geven aan de uitvoering van deze motie. De voorzitter: Uitstekend, zien we tegemoet. De heer Zuijdam. O nee. De heer Muilerman, gaat uw gang. De heer Muilerman: Dank u wel voorzitter. Wij hadden een beetje dezelfde vragen.

Als het dan bijvoorbeeld over negatieve maatschappelijke impact gaat, is onze vraag: dan komt het college met een voorstel en dan gaan zij zeggen nou, deze reclame heeft een negatieve maatschappelijke impact. We hebben het over alcohol gehad. Maar gaan wij dan als raad over van alles iets zeggen? Nou de een ziet dat wel als negatieve maatschappelijke impact, de ander niet. Hoe ziet u dat voor zich? De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Ik kan me voorstellen dat wij als raad… Nou nee, sowieso als raad gaan wij uiteindelijk over: wat is negatief en wat is niet. Alleen van een aantal dingen is natuurlijk al bewezen dat het zeer negatieve effecten heeft. Neem gokreclames, neem alcoholreclames. En de rest gaan wij eventueel straks als raad over, maar laten we eerst maar eens even kijken wat het college daarin gaat voorstellen ook. De voorzitter: De heer Muilerman. Voldoende? Dan de heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, ik heb twee vragen voor de indiener. Stringenter beleid is inderdaad ook wat de heer Evers zegt, een heel grijs gebied. Kunnen we niet beter afwachten wat de overheid daar zelf van zegt? De landelijke overheid in plaats van dat we dat plaatselijk gaan zitten bepalen. Daarnaast heb ik ook nog een tweede vraag: hoe denkt de in dienen daarover van de abri's in de bushokjes. De bushokjes die worden op dit moment betaald door reclame-inkomsten.

Wilt u dan dat de bushokjes dadelijk ook weggaan? Want uiteindelijk halen we daar ook geen reclame-inkomsten meer aan over. De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Nee, wij zeggen niet dat het per se weg moet, maar wij zeggen wel: we moeten met verstand omgaan met de openbare ruimte. En waar ik al refereerde in mijn opening, waar in 2016 nog gedacht werd: reclame, dat moet kunnen en dat moet vrij zijn, zijn we toch wel tegen de negatieve effecten aan gelopen. Neem de toename landelijk gezien. Sinds gokreclames open zijn, is het aantal mensen in een gokverslaving natuurlijk enorm toegenomen. Als we dat lokaal ook weten te verankeren in beleid wat we nu nog niet hebben omdat we daar nu überhaupt nog niet over nagedacht hebben. Dat is ook de vraag aan het college. Laten we daar nou eens met zijn allen over nadenken en met een goed voorstel komen. Dat is eigenlijk de oproep die er nu ligt. Om gewoon eens te actualiseren: waar is nou behoefte aan? De voorzitter: De heer Zuijdam.

3 De heer Zuijdam: Ik zou daar toch op willen reageren. We moeten daar zelf ook kaders in stellen en we moeten daar wat meer in vertellen dan alleen maar ‘stringenter’ en dat zou ik veel liever terugzien in de motie dan dit. De voorzitter: Helder. De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Dank u wel voorzitter. Ik wou nog kort reageren op de heer Zuijdam. Ik ben blij dat de heer Zuijdam ook van mening is dat wij als raad kaders moeten stellen over het reclamebeleid. De motie is ook bedoeld om het college de opdracht te geven: kom met nieuw beleid, zodat wij daar ook vervolgens als raad verder over kunnen praten. Daarnaast is het huidige reclamebeleid ook niet vreemd van oordelen over wat er wel niet hoort in de samenleving. Er staat geloof ik zelfs nog iets in het reclamebeleid over goede zeden. Daar wil ik vanavond niet de discussie over voeren, maar ik probeer te schetsen dat het reclamebeleid allerlei handvatten geeft en dat in tal van gemeenten in Nederland het maatschappelijke debat over reclames en welke invloed reclames heeft al wordt weerspiegeld in het reclamebeleid. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u voor uw opmerkingen daarover. Het is alleen zo dat u nog steeds niets meegeeft, alleen maar: kom met iets. Wij weten nog steeds niet waar we nu dan voor stemmen met deze motie. Misschien komt er wel hetzelfde.

Geef dan ook meer een duiding welke kant je op zou willen gaan. De voorzitter: De heer Van Straaten in laatste instantie. De heer Van Straaten: Zoals de heer Varenbrink al zei, gaat het niet alleen over de inhoud maar ook over de vorm. Als het gaat om de vorm van reclame zijn er sinds 2016 al tal van technologische ontwikkelingen geweest die niet zijn meegenomen in dit reclamebeleid. Daarnaast denken de indieners van deze motie juist, omdat het zich puur richt op het beleid, dat het juist goed is dat deze motie wordt aangenomen, omdat wij de vervolgens als gemeenteraad in positie worden gebracht om nadere invulling te geven aan het beleid. Wij roepen het college alleen op: kom met nieuw beleid en vervolgens kunnen wij als gemeenteraad dat amenderen geheel naar ons gerief. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, de heer Van Straaten heeft het over de vorm en niet over de inhoud en toch staat er in de motie iets over de inhoud en wat we wel en niet zouden moeten willen in de reclames. Dadelijk gaan we nog verbieden dat een zure appel ook niet mag, omdat het slecht is voor je rotte tanden. De voorzitter: Mag ik concluderen dat hierover alles gewisseld is wat er te wisselen valt? Mevrouw Zieverink heeft nog een ander punt, mag ik hopen. Mevrouw Zieverink: Ja dank voorzitter. Leuk debat zo.

Misschien een suggestie op basis van wat ik net hoor: om ‘stringenter’ of ‘strenger’ beleid te vervangen door ‘passend bij de huidige tijdsgeest’ en dat we dan meer medestanders hebben voor het herijken van het reclamebeleid? Want volgens mij ging het daar over. Maar daar zou ik nog wel graag een suggestie aan willen toevoegen en ik ben benieuwd in hoeverre de indieners daarvoor open staan. Is dat, wat het herijken van het beleid ook inhoudt, maar dat het ook past bij het kader van onder andere het Nationaal Preventieakkoord. De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Ik vind dat op zich een hele mooie suggestie en ik ben ook benieuwd wat daar de reactie van het college op is om die te verwerken als dat, ook gelet op bijvoorbeeld de impact op het financiële deel bijvoorbeeld, wat daarin… Dus ik wil even weten ook wat het college daar vindt. Maar ik vind de suggestie een hele mooie suggestie.

4 De voorzitter: Goed. Ik stel voor dat we naar het college gaan en dan kunt u daarna beoordelen of u de motie nog wil aanpassen. Dan ga ik naar wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Het college heeft uiteraard notie genomen van deze motie en, om gelijk met de deur in huis te vallen: we kunnen hier positief op adviseren. Immers het reclamebeleid is volgende maand acht jaar geleden vastgesteld. We hebben er intussen ruime ervaring mee en weten dus wat de zwakke plekken zijn. Daarnaast is de wereld ook veranderd en is herijken alleen maar goed om die reden. En we zullen derhalve ook bij de voorjaarsnota met een dekkingsvoorstel komen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Reactie van de indieners? Gaat uw gang. De heer Varenbrink: Ik ben blij met de reactie. Alleen volgens mij heeft u de vraag van mevrouw Zieverink over wat daar de mogelijkheden in zijn nog niet meegenomen. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Ik baseer me op dit moment wat ik in de motie heb staan en daarop heb ik mijn advies net gegeven. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Dank u wel voorzitter. Een kleine suggestie van de kant van onze fractie.

Als we het toch ook over het uitstallingsbeleid hebben en u gaat nieuw beleid maken, zouden wij het heel plezierig vinden als er ook eens wordt gekeken naar het verschil in handhaving op uitstallingsbeleid in de binnenstad en in de winkelcentrums en bijvoorbeeld de Rielerweg, maar ook de Boxbergerweg, want daar komen al jarenlang heel veel klachten over het uitstallingsbeleid en daar wordt niet zo hard op gehandhaafd als in de binnenstad. Dus dat is een kleine suggestie van onze kant. De voorzitter: Maar met de kanttekening van de voorzitter dat dat over handhavingsbeleid gaat en niet over het reclamebeleid. Dus dat lijkt me een andere kwestie. Maar dat is alleen maar een punt van orde. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter. Dan stel ik de vraag nog even aan het college. Kan het college ook instemmen met deze motie als daarin een toevoeging wordt gedaan dat het ook past binnen het kader wat is meegegeven vanuit het Nationaal Preventieakkoord? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u wel voorzitter. Ik geef hetzelfde antwoord: als de motie aangepast zou gaan worden in het dictum, dan kunnen we daar eventjes naar gaan kijken. Maar vooralsnog hou ik mij aan de motie. De voorzitter: Ik stel voor dat we even gaan schorsen. Bent u op een ander punt nog? Gaat uw gang. De heer Evers: Dank u wel voorzitter.

Dan toch ook de vraag aan de portefeuillehouder hoe hij nou precies uitvoering gaat geven aan deze motie. Stringenter beleid, herijken. In welke richting kunnen we verwachten dat het college gaat acteren als deze motie op deze manier wordt aangenomen? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Dan zal ik u toch maar even wat op uw geduld moeten aanspreken. We gaan daarmee aan de slag en u moet even afwachten totdat we daar ook mee terugkomen, zoals eerder gezegd, dan kunnen we daarover in discussie. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Evers, u bent nog niet helemaal tevreden met dit antwoord.

5 De heer Evers: Nou, we gaan nu een motie aannemen en geld vrijmaken om hier uitvoering aan te geven, maar ik heb er eigenlijk weinig gevoel bij op welke manier en wat we dan straks kunnen gaan verwachten. Krijgen we eerst een soort plan van aanpak met daarin dan wat we dan precies gaan doen? Dus ik weet eigenlijk niet, als we voor deze motie stemmen, wat we nou straks kunnen verwachten en in welke richting dit gaat. Het is erg algemeen en voor mij ook ergens te vrijblijvend in de opdracht die we het college meegeven. De voorzitter: De heer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u voorzitter. Volgens is hier alles nu wel over gezegd. Ik blijf erbij dat ons wordt gevraagd het te herijken. Dat gaan we doen. Daar zult u even op moeten wachten dat we dat aan uw raad gaan aanbieden. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter. Hier ligt een motie voor met de vraag om een stringenter beleid. Nou hebben we al aan de indieners gevraagd wat dat zou moeten inhouden. Nou is toch echt de vraag toch aan de wethouder ook: wat verstaat u onder stringenter? En wat kunnen wij daar van verwachten? Want dat is wel de vraag of wij voor of tegen deze motie kunnen stemmen. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Ik zal het ook tegen u zeggen. Er wordt in deze motie iets opgedragen aan het college.

Daar kunnen we ons in vinden en u zult als raad dan toch even het geduld moet hebben waar we op terugkomen en waar we met u over in discussie kunnen gaan. Dank u. De heer Zuijdam: Duidelijk antwoord. Dan weten we eigenlijk voldoende. De voorzitter: Oké dank u wel. De heer Varenbrink heeft behoefte aan een schorsing. Vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, we kunnen verder met de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Voorzitter. We hebben overleg gehad. We gaan de motie niet aanpassen, maar we vragen wel richting de portefeuillehouder of die rekening wil gaan houden met de uitgangswaarden van het Nationale Preventieakkoord en dat zijn minder roken, minder overgewicht en dan is er nog eentje en die is me even ontschoten, het spijt me. Alcohol hoor ik net, maar die zat er al in. Volgens mij kan onze portefeuillehouder daar prima mee uit de voeten, omdat dat al verankerd is in beleid. Klopt dat? De voorzitter: Die vraag gaan we stellen aan het college. Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Het waren inderdaad drie punten uit het nationale preventiebeleid: rookvrije generatie, minder overgewicht en minder overmatig alcoholgebruik. Die kan ik toezeggen en ik kan ook toezeggen dat we een ophaalsessie met de raad gaan doen om inderdaad goed in kaart te krijgen hoe we dat beleid moeten gaan herijken.

Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Voldoende daarover? Zijn we toe aan stemmen over dit onderwerp? Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Evers, gaat uw gang. De heer Evers: Dank u wel voorzitter. We blijven onze aarzeling houden, maar met de toezegging van een ophaalsessie zijn wij heel erg gelukkig en daar verwachten we heel erg veel van. Dus wij zullen voor de motie gaan stemmen. De voorzitter: Mag ik stilte in de zaal? Mevrouw Zieverink, gaat uw gang.

6 Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter. Met deze toezegging van de wethouder kan Deventer Belang deze motie steunen. We zijn niet per definitie voor strenger beleid, maar we zijn wel voor het herijken van het reclamebeleid. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Dank u wel voorzitter. Met de toezegging van de wethouder voor de ophaalsessie kunnen wij instemmen met dit voorstel en wij zullen bij die ophaalsessie terugkomen op het punt van uitstallingsbeleid. Dank u wel. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, wij vinden ook die sessie een hele belangrijke hierin, zijn we erg blij mee, maar we weten nog steeds niet wat ‘stringenter’ is, zowel niet van de indiener als van de wethouder. Dus wij zullen tegen dit voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Muilerman. De heer Muilerman: Dank u wel voorzitter. Binnen onze fractie werd al het woord betutteling genoemd door enkelen, maar met de toezegging van de wethouder kunnen wij ook instemmen met de motie. De voorzitter: Dan denk ik dat het tijd wordt om te gaan stemmen. De stemming is geopend. We missen nog 1 stem. We zijn rond. 31 stemmen voor, 4 stemmen tegen. Moet ik even kijken. De VVD heeft met 3 stemmen tegengestemd en ook Deventer Nu stemt tegen. Daarmee is de motie aangenomen en gaan we op weg naar een ophaal- en wegbrengsessie. 2.

Motie vreemd: Verbied verbrandingen en verscheuringen van religieuze boeken (DENK)

2b. Motie vreemd: Geen plaats voor haat, islamofobie en antisemitisme in Deventer (GL) De voorzitter: De volgende motie, de motie Verbied verbrandingen en verscheuringen van religieuze boeken, raakt mijn portefeuille. Dus ik draag de vergadering over aan vicevoorzitter Bas Donkers. Voorzitterschap overgedragen aan vicevoorzitter De vicevoorzitter: Dank. Het betreft een motie van de heer Kaya van DENK. Mijnheer Kaya, aan u het woord om de motie vreemd toe te lichten. De heer Kaya: Voorzitter, dank u wel. We zitten in de maand ramadan en wil iedereen gezegende ramadan wensen. Het paasfeest zal ook binnenkort plaatsvinden en voor degenen die het paasfeest vieren, wensen wij hen fijne paasdagen toe. Voorzitter. We leven in Nederland met vele verschillende culturen. We zien dat als een verrijking voor ons land en zijn er ook heel erg blij mee. We leven niet meer in de Middeleeuwen en gaan beschaafd met elkaar om, dus met respect. Maar helaas zijn er ook mensen die de samenleving verstoren door middel van provocatie en manieren zoeken om de samenleving te ontwrichten en te polariseren. Gelukkig trappen veel mensen daar niet in en blijven op dezelfde voet doorleven zoals het hoort. Voorzitter, op 13 januari heeft de voorman van Pegida een paar keer getracht om het heilige boek de Koran te verbranden.

Er zijn hiermee veel mensen gekwetst, waaronder ikzelf en mijn familie en misschien ook mensen hier in de raad. Want ook niet-Moslims vinden het afschuwelijk wat deze man doet. Uit allerlei gesprekken die ik voer met mensen, die zeggen: belachelijk dat dit allemaal moet gebeuren. Vele burgemeesters zitten met een dilemma en over het vraagstuk hoe hiermee om te gaan. Want je zit met een aantal vrijheden die wij ook allemaal koesteren, namelijk de vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstreren. De vraag rijst dan ook bij velen op: hoe kunnen wij dit stoppen? Voorzitter, vorige week had burgemeester Marcouch besloten om het protest van Pegida, waarbij de Koran herhaaldelijk verbrand zou worden, te verbieden. Dit verbod is ontstaan uit noodzaak om wanordelijkheden te voorkomen. Laten wij als gemeente Deventer dit soort problematiek voor zijn en een juist signaal afgeven naar Den Haag. En ook vanuit de burgemeesters van de G40 eventueel. Dank u wel.

7 De vicevoorzitter: Dank mijnheer Kaya. Mijnheer Van Wijk, aan u het woord. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, voor het woord. Ook D66 vindt het nodeloos kwetsen van bepaalde groepen in deze samenleving echt overbodig en onnodig. Tegelijkertijd staan we ook pal voor de grondrechten die u ook noemde en zou eigenlijk elk boek, bij wijze van spreken, niet mogen. Maar daar wou ik niet over beginnen. Als eerste vraag wil ik eigenlijk aan de indiener vragen in hoeverre hij ook de verdere situatie in Arnhem heeft bekeken. Dat het juist door de berichtgeving en de aandacht die ervoor ontstaat juist heel veel mensen ook heeft aangetrokken. Wat misschien wat minder het nieuws zichtbaar is geweest, is dat er ook tientallen mensen met hakenkruisen zijn gaan rondlopen en het zuigt gewoon aandacht, een mens aan. En de burgemeester heeft al mogelijkheden om, in het geval dat de openbare orde in het geding is, om in te grijpen. Dus in hoeverre is het niet juist raadzamer om hier zo min mogelijk aandacht aan te geven om uw doel te bereiken en eigenlijk deze motie per direct nu in te trekken. De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ik begrijp de vraag van de heer Van Wijk heel goed, want als je geen aandacht geeft, dan zal deze persoon dit ook nooit meer doen.

Ik zal hem uit zijn droom helpen, want deze persoon die pakt elke situatie aan om de samenleving te ontwrichten en haat te zaaien. En wat het intrekken van deze motie ben ik niet mee eens. We moeten een signaal afgeven richting Den Haag en aan de samenleving, voorzitter. De vicevoorzitter: Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank voorzitter. Van de indiener denk ik dat we gehoord hebben dat het om een signaal gaat, maar ik probeer juist te betogen dat het signaal juist een aantrekkingskracht heeft. Want volgens mij is er niet per se hier een aanleiding geweest dat hij hier zou langskomen. Maar misschien kan het college daarop reflecteren. En is dit juist bij wijze van spreken een soort van lokdoos om hier maar naartoe te komen en dan bereikt u het tegenovergestelde. De vicevoorzitter: Dat punt heeft u net gemaakt, mijnheer Van Wijk. Dank u wel. Heeft u nog een vraag? Nee? Oké. Mijnheer Van Straaten, aan u het woord. De heer Van Straaten: Dank u wel voorzitter. Ik hoop dat ik namens de hele raad spreek als ik zeg dat ook ik mij zorgen maak over het toenemende aantal incidenten met een islamofobe of antisemitische achtergrond.

Dat gezegd hebbende vraagt de fractie van GroenLinks zich af of extra verboden, extra wetgeving, op zo'n gevoelig punt, dat aan meerdere vrijheden raakt, zoals de heer Kaya zelf al schetste: de vrijheid van godsdienst, vrijheid van demonstratierecht, vrijheid van meningsuiting. Hoe weegt de heer Kaya die vrijheden en snapt de heer Kaya ook daaruit volgend dat er fracties in deze raad zijn die geen kwade bedoeling hebben, maar wel moeite hebben met deze motie? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Dank voor de vraag. Ik begrijp de heer Van Straaten ook als hij zegt dat de hele raad natuurlijk, dat zegt hij, dat hij praat namens de hele raad, dat ze dan in een soort van strubbeling komen van: wij zijn niet voor het verbranden van heilige geschriften of het verscheuren. Ik ben ook zoekende. Wij zijn ook zoekende daarin hoe we dit het beste kunnen inpassen binnen de raad en hoe wij toch een signaal kunnen afgeven vanuit de hele raad. Daar verzoek ik ook aan de raad om ons daar misschien bij te helpen, om te gaan kijken: hoe kunnen we dit het beste gaan doen? De vicevoorzitter: Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Dank u wel. En ik ben blij met het antwoord van heer Kaya omdat het laatste wat ik zou willen is dat de afdronk van deze avond naar de minderheden en andere religieuze gemeenschappen in onze samenleving.

Het laatste wat ik wil is dat er een signaal vanuit de raad naar die mensen is dat wij die motie in stemming brengen, al dan niet wordt aangenomen of verworpen, en dat dat het is. Ik denk dat wij als raad veel

8 meer kunnen dan dat en ik denk dat wij juist als gemeenteraad een signaal kunnen afstralen dat wij zulke schendingen van het respect dat wij in Nederland hebben voor onze minderheden en voor elkaar… Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo'n signaal uitdragen als gemeenteraad. Is de heer Kaya het daar mee eens en is de heer Kaya bereid met mij aan zo'n alternatief te werken? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Dat is een gesloten vraag, voorzitter. Ja. Ik wil daar aan meewerken. De vicevoorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u voorzitter. Ook CDA Deventer is tegen verbranding of verscheuring van religieuze boeken, want het is onfatsoenlijk, kwetsend en respectloos. Maar vindt de heer Kaya dat fatsoen en respect moet worden afgedwongen in het strafrecht? Moeten fatsoen, normen en waarden niet uit de samenleving komen in plaats vanuit het strafrecht? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, deze vraag van de heer Van der Linde begrijp ik ook heel goed. Strafrecht, allerlei verboden en zaken die in het strafrecht voorkomen, komen ook vanuit de samenleving. We zijn heel lang vanuit de wettelijke oogpunt, vanuit Den Haag, voeren wij wetten uit richting strafrecht als wij zien dat iets niet werkt. We hebben het net gehad over het verbod van reclame voor alcohol en dergelijke.

Dat zijn allerlei manieren om Den Haag toch een beetje wakker te schudden. De vicevoorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ik begrijp wat u zegt. Maar de Tweede Kamerfractie van DENK heeft in oktober 2023 en in februari 2024 soortgelijke moties ingediend in ons parlement en die zijn door een overgrote Kamermeerderheid verworpen. Is de heer Kaya dat bekend? En deze motie of oproep zet dus feitelijk inhoudelijk geen zoden aan de dijk en leidt niet tot een nationaal verbod. Wat is dan wel precies het effect wat u met deze motie wil bereiken? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ik wil vanuit de haarvaten, vanuit de samenleving en wat we hier zijn, ook als raad. We zitten dichterbij het volk, we zijn vaak in gesprek met de mensen, we gaan naar Iftars toe voor de moslimgemeenschap. Maar ook kerkenbezoeken en dergelijke. Dus we zitten in die haarvaten van de samenleving. En dat die moties niet zijn aangenomen, wil niet zeggen dat je je geen zorgen hoeft te maken over wat er gebeurt in je land. Hopelijk kunnen wij hier vanuit gemeente Deventer een signaal afgeven dat wij wel ons zorgen maken. Dat heeft de heer Van der Linde ook in de eerste zin van zijn betoog benadrukt, waarvoor ook dank. De vicevoorzitter: Even een punt van orde. We bespreken nu de motie vreemd met het dictum zoals u dat allemaal kunt lezen in de motie vreemd.

Dat is hetgeen wat de raad vaststelt. Expliciet, inderdaad. Gaan we naar de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ook in de fractie was dit best een ingewikkelde motie ook, want er zitten twee kanten aan de zaak. Dus de ene kant is die waarde die wij ook voelen van religieuze objecten voor gelovigen, die kennen wij zelf ook heel goed, en hoe kwetsend het kan zijn als het doelbewust kapot wordt gemaakt, ook juist voor gelovigen. We hebben we dan ook begrip voor de wens om dat te beschermen en zien er ook wel de noodzaak toe. Want iemand wees me op een citaat van Heinrich Heine, misschien wel bekend: men begint met het verbranden van boeken en men eindigt met het verbranden van mensen. Dat is natuurlijk een heel zwaar citaat, maar we hebben in de Europese geschiedenis ook gezien hoe dat gaat. En het onderstreept wat voor teken van slechte bedoeling het eigenlijk is als je ook boeken verbrandt. Dat verdient dus ook krachtige veroordeling. Dus ik denk dat we daar in de raad het ook snel over eens zijn dat we dat kunnen en moeten veroordelen en dat doen wij ook als fractie. Maar er zit ook een andere kant aan. U noemde het zelf al, die vrijheden

9 die gelden ook voor religiekritiek. En religiekritiek kan uitstekend zonder die objecten kapot te maken. Nogmaals, dat moeten we hard veroordelen. U komt op mijn vraag. Een ander bezwaar is: een wettelijk verbod is gewoon een zwaar middel via het strafrecht. Dat kan ook ontaarden. Dat is ook een andere kant van wat ik ook wel graag wil benadrukken. Want er zijn ook andere plekken in de wereld waarop bijvoorbeeld op basis van een dergelijk verbod minderheden juist weer worden vervolgd op basis van valse beschuldigingen, zonder fatsoenlijk proces, mensen die worden vastgezet. Dus dat is de andere kant die dus heel hard strijdt dan eigenlijk weer met die vrijheid van demonstratie en meningsuiting. En dan het laatste is dat middel: is dit het juiste middel? Dat is ook al benoemd. Ik deel ook de meningen die daar die door anderen al zijn gedeeld. Werkt het niet averechts en zouden we niet gewoon als raad een andere motie moeten aannemen waarin we in ieder geval een uitspraak doen over iets wat we zelf vinden over waar we ook over gaan, want we gaan niet over wat er in Den Haag wordt gedaan. Zouden we niet juist de burgemeester ook moeten oproepen om in ieder geval juist de andere middelen die hij heeft om de polarisatie, die juist het doel is van dit soort acties, tegen te gaan.

Mijn vraag is: bent u dat laatste ook niet juist met mij eens dat we de andere middelen die we wel hebben en de mogelijkheden die de burgemeester heeft daar juist moeten inzetten? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, inderdaad, ben ik het zeker mee eens. Daarom zei ik ook in het begin dat dat we het lastig vonden om met deze formulering te komen en wellicht dat we daar iets anders in kunnen zetten dat we kunnen veranderen in ‘in gesprek gaan met de minister’ in plaats van het expliciet strafbaar stellen. Want dan maak je hem toch kenbaar en dan ben je toch in gesprek en over de zorgen die je maakt als gemeente. De vicevoorzitter: Nu naar mijnheer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Ik zou het graag dus ook de heer Kaya willen oproepen om het niet naar Den Haag te sturen, maar misschien juist over hier Deventer een uitspraak te doen en vanuit de raad een uitspraak te doen over hoe wij tegen dit soort dingen aankijken. En zonder daar per se onmiddellijk een wettelijk verbod aan te verbinden, maar vooral vanuit een veroordeling vanuit de raad in woorden, in ieder geval, is misschien wel minstens zo krachtig en minstens zo belangrijk, zoals ook wel door de heer Van Straaten is benoemd, dan een oproep per se naar Den Haag te doen. De vicevoorzitter: Oké, mijnheer Zuijdam.

De heer Zuijdam: Voorzitter, er zal hier geen fractie zijn die ervoor is om Bijbels of Korans te verbranden, dus laat dat in ieder geval duidelijk zijn. Toch heb ik een beetje moeite hiermee omdat: we sturen de burgemeester op pad om dan te gaan vragen of dingen expliciet strafbaar gesteld zouden moeten worden, terwijl we gewoon kapstokwetten hebben in Nederland. En dat zal de heer Kaya in zijn dagelijkse functie wel herkennen. Zo hebben wij artikel 137c: “Hij die zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met de gevangenisstraf van ten hoogstens een jaar of geldboete van de derde categorie. Is dit niet al voldoende? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Nee, want de heilige geschriften staan er niet bij. De vicevoorzitter: Mijnheer Zuijdam. De heer Zuijdam: Als ik voor uw ogen een Koran sta te verbranden, dan ben ik u opzettelijk aan het beledigen, toch? De vicevoorzitter: Zonder nu een juridische discussie te gaan voeren. Mijnheer Kaya misschien nog in laatste instantie, met de microfoon?

10 De heer Kaya: Zoals de heer Zuijdam ook zegt, er zijn gewoon inderdaad kapstokwetten die ervoor zorgen dat je zodra je iemand kwetst of discrimineert of wat dan ook doet op welke manier dan ook, is gewoon strafbaar. Dat klopt, maar wij willen gewoon dit expliciet ook gewoon benoemen. De vicevoorzitter: Dank. Gaan we naar mijnheer Smeenk. Aan u het woord. De heer Smeenk: Voorzitter dank u wel. Er is al veel gezegd over het verbranden van boeken en dergelijke. Wij zijn er ook totaal niet van, natuurlijk. Een vraag aan de heer Kaya. De vicevoorzitter: De heer Van Straaten. De heer Smeenk: Het is ook een drama met al die namen. Mijnheer Van Straaten kwam met een voorstel met u in gesprek te gaan, dus ik neem aan dat mijnheer Van Straaten bij voorbereid. Bent u bereid om met de heer Van Straaten… Is de heer Kaya bereid om met de heer Van Straaten een gesprek aan te gaan om eventueel zijn motie aan te passen? Ook wij vinden dit gewoon: het is gewoon meer een landelijk beleid en ding. Het enige wat je misschien kunt vragen of de burgemeester het gesprek bij de G40 ter tafel wil brengen. Maar daar houdt het ook mee op. Is de heer Kaya het met mij eens? De vicevoorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter. De mensen die mij hier kennen, die weten dat ik altijd bereid ben om in gesprek te gaan en dingen aan te passen waar kan en waar nodig is.

Dus de oproep van de heer Smeenk neem ik ter harte. De vicevoorzitter: Mijnheer Smeenk. De heer Smeenk: Heel mooi. Misschien nu het moment om te gaan schorsen. De vicevoorzitter: Nee, want we gaan eerst naar het college toe om deze motie vreemd te behandelen. Als er verder geen insprekers meer zijn, gaan we naar het college voor een reactie op de motie vreemd. De heer König: Voorzitter. Dank u wel. Wat gedeeld is in het debat dat herkent het college. Hier is het recht op vrijheid van meningsuiting en ook het recht op demonstratie nadrukkelijk aan de orde. Wat natuurlijk het bijzondere van deze situatie is dat de vrijheid van meningsuiting en ook het recht op demonstreren wordt gebruikt om haat te zaaien. Dat maakt het zo pijnlijk. Tegelijkertijd is het beperken van de vrijheid van meningsuiting een ingewikkeld ding. Het is niet voor niks dat we daar geen hele scherpe wetgeving op hebben, want juist alles wat je daarin doet roept discussie op. Dus ik aarzel op dat punt. Ik hecht zeer aan de vrijheid van meningsuiting en ik realiseer me heel goed dat dat hier gebruikt c.q. misbruikt wordt om groepen tegen elkaar op te zetten. En dat is volgens mij niet wat we met elkaar willen. Daar hoeven we ook helemaal geen debat over te voeren. Dat wil niemand hier. De motie op zichzelf is uitvoerbaar.

Dus als u met elkaar van oordeel bent dat deze motie aangenomen moet worden, dat hij de meerderheid krijgt, dan zal ik die motie vanzelfsprekend uitvoeren. Dat wil zeggen dat ik mijn collega's van G40 in gesprek zou gaan. Maar het college wacht in eerste instantie wel het politiek oordeel van de raad af om te kijken of de meerderheid van de raad vindt dat deze motie uitgevoerd moet worden. Dus ik wacht het oordeel af. De vicevoorzitter: Mevrouw Schmidt. Vraag aan de burgemeester. Mevrouw Schmidt: Dank u wel voorzitter. Ik heb een verduidelijkende vraag aan de portefeuillehouder. Ik kan me namelijk niet voorstellen, met alles wat er gebeurt en helemaal recent in Arnhem, dat er binnen de G40 of binnen het collectief van de burgemeesters hier al niet over gepraat wordt. De vicevoorzitter: Ja, maar dat is iets anders wat het dictum oproept, voor de goede orde. Het dictum van deze motie vreemd van DENK roept op om te bepleiten om met wetgeving te komen. Dat is iets anders dan… Oké. Helder. College?

11 De heer König: Voorzitter, laat ik het zo zeggen: er is nog geen G40 bijeenkomst geweest nadat dit allemaal heeft plaatsgevonden. Dus in die zin heeft het gesprek hierover nog niet plaatsgevonden. Maar ik kan u vertellen: heden morgen hadden wij bestuurscollege. Daar komen 76 burgemeesters van Oost Nederland bij elkaar. En in de wandelgangen gaat het natuurlijk ook over de situatie die in Arnhem speelt. En daar is precies het debat wat u met elkaar voert ook onder burgemeesters aan de orde. Dus ook hier wordt gezegd: aan de ene kant voelt iedereen dat alles wat erop gericht is om anderen te kwetsen en haat te zaaien, dat je dat niet wil. Wij als burgemeesters willen natuurlijk de openbare orde handhaven. Tegelijkertijd zit er ook heel veel aarzeling om met wetgeving te komen om hier dat recht van vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht te beperken. Mevrouw Schmidt: Dan heb ik een oproep aan collega Kaya. Ik heb alle collega's gehoord en ik sluit mij vanuit onze fractie ook volledig aan bij het punt dat het gewoon belachelijk en schandalig is dat er boeken worden verbrand en los van wat voor boeken. Maar ik ben wel gevoelig voor de oproep van andere collega's om de strekking van de motie te gaan aanpassen. Want zoals het op deze manier is, kan ik hem ook niet steunen. Gaat mij te ver en het is ook helemaal de vraag of dat wel haalbaar is.

In dat licht vind ik het lastig om deze motie op deze manier te steunen. Maar als het echt een oproep is vanuit ons, dan wil ik daar graag over nadenken. De vicevoorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Ik heb nog wel een vraag aan de portefeuillehouder. Die is wel gesteld, maar nog niet echt beantwoord. Dat gaat over: welke andere middelen heeft de burgemeester om bijvoorbeeld in het kader van de openbare orde ook dit soort demonstraties te voorkomen? Zijn er mogelijkheden om die polarisatie die we in de samenleving heel duidelijk niet willen en ook het voorkomen van zo'n van boekverbranding, wat we ook niet willen, laten we daar duidelijk over zijn: zijn er andere middelen? De vicevoorzitter: Mijnheer König. De heer König: Voorzitter, de heer De Niet raakt een gevoelig punt. Want natuurlijk kan ik als burgemeester, als hoeder van openbare orde, maar ook als burgervader, in gesprek gaan over dit thema. En in gesprek gaan, lijkt mij op zichzelf waardevoller dan proberen het via wetgeving, want ik denk dat het A heel lang gaat duren en B weet ik niet wat de uitkomst daarvan kan zijn, maar tegelijkertijd aarzel ik heel sterk op dit punt. Er is namelijk in Deventer geen probleem op dit moment. Met het moment dat ik een gesprek ga organiseren over dit thema ga ik het agenderen en kan ik het ook groter maken.

Dus mijn aarzeling zit erop dat ik liever wil dat wij de manier waarop we hier met elkaar samenleven, waarin dit eigenlijk niet voorkomt, dat we dat zo houden en door het gesprek aan te gaan, zou het kunnen veranderen. Daar zit wel mijn aarzeling. Dus als het zover is en als het dreigt: vanzelfsprekend, natuurlijk. Maar niet op dit moment, wat mij betreft. De vicevoorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, dank u wel. Wat de portefeuillehouder nu aangeeft dat is precies ook wat ik bedoel. Inderdaad niet, als er geen aanleiding is, er is geen enkele aanleiding om dan daar al het gesprek over aan te gaan. Maar op het moment dat zich een aanleiding voordoet, er zijn nu eenmaal ook rotte appels in deze samenleving, dus die zouden zich ook hier voor kunnen doen. En heeft de burgemeester dan voldoende mogelijkheden om ook in ieder geval iets te ondernemen? De vicevoorzitter: Mijnheer König. De heer König: Voorzitter, mocht zich dit aandienen dan denk ik dat ik in eerste instantie het bondgenotennetwerk dat we hebben, waar ik u ook over geïnformeerd heb, ga inzetten om te kijken hoe we met elkaar het gesprek kunnen voeren en hoe bondgenoten ons kunnen helpen om zo'n gesprek te faciliteren. Maar dat is een nietjuridisch instrument.

Dat is vooral een gesprek van verstandige mensen die met elkaar zich verantwoordelijk voelen voor een prettige manier van samenleven in deze stad. De vicevoorzitter: Mijnheer Van Wijk.

12 De heer Van Wijk: Dank voorzitter. Met de beantwoording ook van het college kan ik eigenlijk alleen maar de conclusie trekken, ik ga niet alles herhalen, dat ik deze motie redelijk overbodig aanvoelt, maar dat er wel een brede oproep is om uit te spreken over hoe wij met elkaar hier willen omgaan in Deventer. Daar wil ik de indiener wel toe oproepen en willen wij ook wel aan meedenken. De vicevoorzitter: Dank. Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Dank u voorzitter. Ik zou eigenlijk even willen schorsen met uw permissie. De vicevoorzitter: Ik stel voor dat de eerste even de indiener laten reageren op de portefeuillehouder. Dat we dat even netjes afmaken. Daarna vraag ik de portefeuillehouder… Of, vraag ik de portefeuillehouder… Vraag ik de indiener wat de indiener wil doen met zijn motie vreemd en daarna zijn nog ruimte voor u om een schorsing aan te vragen. De heer Van Straaten: Akkoord. De vicevoorzitter: Ik stel voor dat we die werkwijze gaan gebruiken. De heer Kaya in reactie op het college. De heer Kaya: Voorzitter, ik wil het college in ieder geval bedanken voor deze reactie en dat zij inderdaad ook zich zorgen maken om het feit dat er in den landen allerlei dingen gebeuren die we in Deventer het liefst niet willen zien.

Tegelijkertijd hoor ik ook het beperken van vrijheid van meningsuiting, natuurlijk ook een hele goede goed is in Deventer, maar dat we haat zaaien niet tolereren in Deventer. Daarom wil ik graag kijken ook naar de oproep van de raad die naar ons is gesteld om hem eventueel aan te passen. Daarom vraag ik met uw permissie een schorsing aan van, wat zal het zijn, tien minuten. De vicevoorzitter: Oké, dan schorsen wij de vergadering voor tien minuten. Schorsing De vicevoorzitter: Is voorbij en ik wil graag weer beginnen. Mijnheer Kaya. U heeft een schorsing aangevraagd. Heeft u meer tijd nodig of kunnen we door? De heer Kaya: Ja voorzitter… De vicevoorzitter: Hij kan? Hij kan weer? De heer Kaya: Ik wil eigenlijk nog eventjes een klein verlenginkje doen, want er is heel veel reuring op dit moment op dit onderwerp en wil niet natuurlijk valse hoop of valse dingen zeggen hier in de raad. En daarom wil ik nog iets van vijf minuten. De vicevoorzitter: Dus u vraagt om een om een extra schorsing? De heer Kaya: Ja. En ik zal ook even vertellen waarom ik dat doe. Dat heeft er voornamelijk mee te maken dat de oproep van de raad is voornamelijk ook dat we met zijn allen tegen elke vorm van haat zijn en dat we tegen haat van islamofobie en antisemitisme zijn en dat roept deze motie niet natuurlijk.

Daarom trek ik deze motie in en wil ik een andere motie daarvoor in plaats inzetten wat ook door heel veel raadsleden wordt goedgekeurd. Dus daarom wil ik hem nog even verfijnen en kijken hoe we dit zo meteen nog kunnen gaan inzetten. De vicevoorzitter: Hoeveel tijd verwacht u daarvoor nodig te hebben? Ik kijk met een schuin oog naar de klok namelijk. De heer Kaya: Vijf minuten hoor ik. De vicevoorzitter: Vijf minuten, dan verlengen de schorsing met vijf minuten.

13 Schorsing De vicevoorzitter: We gaan door met de vergadering. Ik verzoek alle leden van de raad en het college plaats te nemen op hun daartoe bestemde zetel. En dan geef ik de lid die de schorsing heeft aangevraagd het woord. De heer Kaya, aan u het woord. De heer Kaya: Voorzitter dank je wel. Er hebben heel veel gesprekken in de schorsing plaatsgevonden. Waar ik me ook over heb verbaasd, want het oproep van de hele raad is: haat zaaien doen we niet in Deventer. Te veel consternatie hierover en wij voelen ons hier daar ook niet happy bij en dat willen we niet. We willen raadsbreed, we willen dat alle raadsleden zich hierbij goed voelen. Daarom wil ik graag deze motie, die we willen gaan indienen, doortrekken richting de volgende raadsvergadering, dat is dan op 17 april. En dan de oproep richting alle woordvoerders in de raad om met ons in gesprek te gaan, met de burgemeester in gesprek te gaan, over: hoe gaan we hier nou mee om de volgende keer? Is dat voldoende? De vicevoorzitter: Duidelijk. Dank u, mijnheer Kaya. Dat betekent dat u uw eigen motie heeft ingetrokken en dat u de motie die… Staat die in het RIS? Dat weet ik eigenlijk niet. Die staat in het RIS. Die houdt u aan. Begrijp ik het zo goed, mijnheer Kaya? De heer Kaya: Ook een lastige. De motie die ik in eerste instantie heb ingediend, die blijft natuurlijk in onze archieven.

Die zullen we altijd nog achter de hand houden, die zullen we niet wegpoetsen. Maar ook daarin wil ik een oproep doen richting alle fractiewoordvoerders om met ons in gesprek te gaan en te gaan kijken hoe we dit het beste kunnen gaan oplossen. Dus laten we zeggen: allebei aangehouden en dan kijken we verder naar de volgende raadsvergadering. De vicevoorzitter: Helder. Dank u wel mijnheer Kaya. Dat betekent dat beide moties vreemd zijn aangehouden, dat we dit onderwerp afsluiten en dat ik het voorzitterschap weer overdraag aan uw burgemeester. Voorzitterschap overgedragen aan de burgemeester 3.

Motie vreemd: Studentenroute (CDA-DS-PvdA)

De voorzitter: Dan gaan we verder met de laatste motie vreemd en dat is de motie Studentenroute en ik geef het woord aan de heer Evers. Gaat uw gang. De heer Evers: Dank u wel voorzitter. Motie vreemd Studentenroute, ingediend door het CDA mede namens Deventer Sociaal, PvdA, mede ingediend door GroenLinks en DENK. Tijdens de Ideeënmarkt 2023 werd onze aandacht gevraagd voor de zeer onaantrekkelijke looproute van station Deventer naar de hoofdingang van Saxion door Simon Govers. Het onderzoek en de presentatie van twee studententeams zijn een gevolg van die oproep die hij daar gedaan heeft. Eigenlijk was er toen al bij de ideeënmarkt volgens mij best wel veel sympathie voor het onderwerp. Die studentenroute die kampt met problemen. Is niet interessant, is niet aantrekkelijk voor studenten om langs te lopen, maar het is wel de route die door studenten gebruikt wordt en voor heel veel studenten dé route zoals ze Deventer kennen en dat is eigenlijk niet representatief zo mooi de stad Deventer is. De stadslabs van de studenten hebben eigenlijk korte- en langetermijnoplossingen opgeleverd en eigenlijk roept deze motie op om de uitkomsten van die stadslabs te nemen in de hele gebiedsontwikkeling in de De Kien. Dat is echt een wat meer langetermijnoplossing.

Naast deze specifieke input ook de komende jaren de input van studenten breder te betrekken bij de hele gebiedsontwikkeling van De Kien, zowel Saxion als Aventus. Maar we willen ook eigenlijk niet te lang wachten en jarenlang met dit project aan de slag. Er zijn ook kortetermijnoplossingen te bedenken, met name de ontzettend lelijke muur waar je tegenaan kijkt als je die route loopt zou op korte termijn met een muurschildering flink verbeterd kunnen worden. We roepen het college dan ook op om met NS en ProRail in contact te treden om deze muurschildering zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het begin van het nieuwe schooljaar, aan te kunnen brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Meer.

14 Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter. Eigenlijk alleen de opmerking dat wat er nu geprojecteerd wordt op het scherm een andere tekst is dan die in het RIS staat en de versie in het RIS de juiste versie. De voorzitter: Dank u wel, dan zullen we kijken of we dat kunnen herstellen. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Dat was inderdaad ook mijn vraag. In ieder geval wel waardering voor de motie en dat een belangrijk punt is inderdaad dat niet alleen het korte termijn maar ook het lange termijn. Want met name die vooruitblik en de ideeën om ook een aantal echte knelpunten op die plek op te lossen en het gebied ook gewoon aantrekkelijker te maken, die looproute veel aantrekkelijker te maken, daar werd mijn fractie enthousiast van. Dus blij dat u met dit initiatief komt en ik ben wel… Een vraag meer aan de wethouder is: welk tempo kan daaraan worden verbonden? En hoe kansrijk is het om daadwerkelijk echt uitvoering te geven aan deze ideeën die er zijn? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Te Boekhorst: Dank u voorzitter. Vanuit onze fractie ook complimenten voor de motie en vooral voor de input die vanuit studenten is gekomen. Mooi dat dat zo tot stand is gekomen. Uit de motie maak ik volgens mij op dat de bestemming waar de muurschildering moet komen eigendom is van ProRail.

Mijn vraag daarbij, als dat klopt, aan de wethouder is: heeft hij zicht op de bereidheid van ProRail om hier een muurschildering toe te staan? En wat doen we wanneer dit deze bereidheid er niet is? De voorzitter: Dank u wel. Dat is een vraag voor het college. Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Dank u wel. Studenten zijn uiteraard erg belangrijk voor Deventer. De indiener had het al even over De Kien. We zijn druk bezig met het ontwikkelen van De Kien en wij vragen ons dan af: is het niet verstandiger om te kijken naar het totaalplaatje in plaats van dat je nu heel gecentreerd naar één stukje kijkt? Hoe denkt de indiener daarover? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, we moeten naar het totaal kijken. Het aardige is dat die studenten ideeën aanleveren die meegenomen kunnen worden in de totale gebiedsontwikkeling. Vond ik heel sterk dat die studenten in deze fase al contact hebben gezocht met projectbureau De Kien, met Saxion, met Deventer Marketing. Dus die hebben ook al echt in deze fase de verbreding gezocht naar al dat soort partijen. Dus dat sterkt mij ook in het vertrouwen dat dit op een goeie manier meegenomen wordt. En ja natuurlijk, dat zal de wethouder waarschijnlijk zo ook wel zeggen: die plannen zoals ze nu bedacht zijn en gepresenteerd zijn, die zullen niet één op één worden overgenomen.

Maar er zitten hele aardige aanknopingspunten in, die volgens mij het project De Kien alleen maar kunnen versterken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Dan hebben wij ook de vraag aan het college of dit volgens het college de beste manier is om het geld zo te besteden of dat het college een effectievere manier ziet om dit budget te besteden. De voorzitter: Dat zullen we aan het college vragen. Mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Dank u voorzitter. Goed initiatief ook met studenten om dit op te pakken. Ook uiteraard complimenten daarvoor. Ik zou ook eigenlijk een oproep aan het college willen doen namens D66 om ook te kijken of de muurschildering door studenten van Saxion of Aventus geschilderd kunnen worden. Dat is toch een kers op de taart? De voorzitter: Oké. Dan geen andere punten? Dan gaan we naar de zijde van het college. Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Ik ben er zelf ooit, het is overigens heel lang geleden, liep ik vroeger ook over dat pad. Het was toen al niet mooi en het is er denk ik wat dat betreft ook niet beter op geworden. Dat is

15 overigens niet de reden waarom het college hier positief op kan adviseren, maar toch wel eventjes dat ik daaraan terug moest denken. Het voorziet namelijk in een hele duidelijke wens die door de studenten is neergelegd. En de plannen die zijn neergelegd zijn natuurlijk best wel groot. Daar kunnen we denk ik op korte termijn niet aan voldoen, maar een muurschildering op die plek, dat behoort zeker tot de mogelijkheden. In die zin is wat ons betreft ook dat bedrag dan daarvoor goed besteed. Moeten we nog wel inderdaad, ook al even genoemd, de kanttekening maken dat de grond niet van de gemeente Deventer is, dus we zullen hierover met NS en ProRail in gesprek gaan. De contacten zijn goed, overigens, met deze partijen, dus ik verwacht, dat is nu even een aanname, ik kan daar nog geen definitief uitsluitsel over geven, dat dat geen probleem gaat opleveren. En hoe snel? In het dictum wordt gevraagd of dat voor het eerstkomende nieuwe schooljaar gerealiseerd kan worden. Daar ga ik van uit dat dat moet gaan lukken. Misschien nog even het verlengde daarvan: stadscampus De Kien is een project wat in ontwikkeling is en uiteindelijk wordt het echt een hele mooie route. En ik heb net even snel gerekend. Stel dat van de 7000 studenten er pak hem beet op een dag en 2500 langslopen, dat keer 200 dagen: zit je al bijna op 500.000 acties op dat stuk.

Dus om daar wat moois van te maken, dat lijkt mij een goed idee. Dank u wel. De voorzitter: Voordat u weggaat. Er was ook nog de vraag of het nog op een andere manier geregeld zou kunnen worden. Slimmer, goedkoper geloof ik, was het. Een slimme muurtekening eigenlijk of zo? Ik weet het niet. De heer Wijnhoud: Nou dat is wel… Dank u voorzitter. Dat is wellicht iets wat we nog daarin mee kunnen nemen. Want ook hier geldt dat ik me tot het dictum dat het college gevraagd wordt op te reageren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Ik had nog even de vraag over het betrekken van Saxion en Aventus. Daar zijn heel veel creatieve studenten, dus benut ze en zorg dat ze daar ook een rol krijgen. De voorzitter: Via de voorzitter. De heer Wijnhoud: Dank u voorzitter. Het dictum wordt overigens omarmd. Wij vinden dat een heel goed idee. En we doen het overigens ook al. Er zijn goede contacten tussen de gemeente Deventer en Saxion en Aventus. Dank u. De voorzitter: Uitstekend. Kunnen wij gaan stemmen over deze motie? Is er behoefte aan stemverklaringen? De stemming is geopend. De voorspelling van de griffier is uitgekomen, u heeft de motie aangenomen. Sluiting De voorzitter: Unaniem. Dank u wel. Dit was de raadsvergadering. Ik sluit de raadsvergadering. Ik wens u allen een prettige avond en een borrel zonder alcohol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14029270/1